340. Bodegraafse dames hebben een luisterend oor

Bodegraven of all places. Ik heb een uitnodiging ontvangen om een damesavond op te luisteren en te vertellen wie ik ben en wat ik zoal doe. Wie zit daar op te wachten en zeker wie zit daar in Bodegraven op te wachten. Ik neem de uitnodiging aan, bereid me er op voor en rijd er heen.

Via een regiovergadering van Katholieke Vrouwengildes is men aan mijn naam gekomen. Via mijn schoonzusje krijg ik te horen dat er een KVG naar mij op zoek is. Ik ben benieuwd. Na twee avonden in Den Hoorn, een in Nootdorp, nu dus een in Bodegraven.

Eind april begin mei word ik gebeld door een bestuurslid van het KVG Bodegraven om er op 7 mei 2018 een e-mail achteraan gestuurd te krijgen. Hierin de voorwaarden en afspraken voor de avond in september 2018. Als datum leggen we 26 september vast. Dat gaat net aan lukken in een drukke agenda.

Een aantal weken later opnieuw een belletje. De zaal blijkt bezet op de 26e september, kan je ook de 19e. Ik verander mijn afspraak naar een week eerder. “Ze doen nog al moeilijk bij de zaal”, krijg ik te horen.

Ik stuur voor het jaarboekje nog even een tekstje over mezelf. Moet het zelf regelen, want heb geen management. Het is afwachten wat men er mee doet.

Op 30 augustus stuur ik voor de zekerheid nog een keer een e-mail met de afspraken. Ik heb na juni niets meer gehoord. Voor niets naar Bodegraven, dat heb ik geen zin in. Het blijft even stil. Op 7 september krijg ik een antwoord. Waar de aanhef eerst ‘Menr.van Meurrs’ is, wordt het nu ‘Goedenmiddag mijnheer Aad’. Ik krijg de aanvangstijd door en de melding dat de deur niet eerder opengaat dan 19:30uur. Omdat ik nog wat posters wil ophangen had ik gevraagd om om 19:00uur naar binnen de te mogen. ‘Maar de deur van het gebouw gaat niet eerder open als 19.30 uur.’, schrijft ze mij. ‘Ik heb er nog met de beheerder over gehad, maar helaas. Ben zelf ook om 19.30 aanwezig. De leden gaan eerst naar de openingsdienst van het gildejaar in de naast gelegen kerk om 19.00 uur. Als de deur echt eerder open moet ga ik weer bellen.’

Ik ga er dan maar in mee en zorg dat ik er om 19:30uur ben.

Op 19 september eet ik vroeg alleen, mijn lief is naar de 50+ beurs, om op tijd te kunnen vertrekken. Het is halfzeven als ik in mijn auto stap, het is niet druk op de weg en in driekwartier moet ik over kunnen zijn. Dat lukt ook.

Ik sta om 19:13uur voor de deur van De Doortocht, een pastoraal zaaltje vlak naast de katholieke kerk. Wanneer ik aan de klink van de deur voel is deze geborgd. Binnen zie ik al wel licht branden. Ik kan echter niet binnen. Het is lekker weer en dus klim ik op een paaltje om daar in alle rust te wachten tot er wordt geopend. Klokslag half acht komt mijn contactpersoon aanwandelen. “Kan je er niet in?”, vraagt ze me. Mevrouw belt en weldra gaat de deur open. De beheerder was al om 19:00uur aanwezig. “Je had even moeten bellen”, zegt ze.

Eenmaal binnen breng ik mijn spullen naar het zaaltje. “Mag ik posters ophangen?”, vraag ik aan de beheerder. “Nee, meneer”, zegt ze me, “er mag niets aan de muur worden opgehangen.” Oei, dan heb ik een probleem. “Heeft u iets anders misschien waar ik mijn posters aan mag ophangen, een flip-over of zo”, vraag ik haar. “Nee helaas”, zegt ze, “die is in gebruik. U kunt ze misschien aan de gordijnen hangen”, is het antwoord. Dat is geen optie. “Oh, wacht”, zegt ze me, “in het mortuarium staan nog schermen, misschien is dat wat.” Ik wandel achter mevrouw aan. “Er ligt niemand opgebaard, hoor”, zegt ze. Naast een baar staan twee rieten schermen opgesteld, er hangen kunstbloemen in. Ik neem direct de beslissing: dat is niks. Dan komt ze op het idee om twee schermen uit de beheerders kamer te halen. Die worden het. Ook van riet, wat wankel, maar als je ze op een geschaarde manier neerzet blijven ze wel staan. Ik hang er mijn posters aan. Ik kan ze niet allemaal kwijt maar in een pauze kan ik ze wel verwisselen.

Na een kopje koffie met cake, het is net een uitvaart met de gedachte aan dat mortuarium, komen langzaamaan de dames binnen. De meeste ouder dan ik zelf ben. Een enkele iets jonger. Ik word welkom geheten door de voorzitster van de club van dames. De koffie wordt uitgeserveerd en men neemt er uitgebreid de tijd om de toch wat droge cake met wat koffie naar binnen te werken. Dan een kort woordje van de voorzitster. Ze hebben een prachtige kerkdienst gehad met een mooi Marialied. Wie de dienst heeft gedaan, daar zijn de meningen over verdeeld. Er worden meerdere namen genoemd. Is iedereen wel naar dezelfde kerk geweest, vraag ik me af.

Dan mag ik mijn praatje doen. Ik moet rekening houden met twee pauze. Een voor een tweede bakkie en een voor een drankje.

Ik start mijn stortvloed aan woorden, er wordt aandachtig geluisterd en af en toe een vraag gesteld. Ik kan lekker mijn eitje kwijt en vertellen wie ik ben en wat ik zoal heb gedaan en nog steeds doe.

Na de koffiepauze, een kort woordje en dan een drankjespauzes. Met bitterbal. Ik mag tot tien uur, daar werk ik naar toe. Ik merk al dat ik niet alles kwijt kan. Er is nog meer, maar ik moet keuzes maken. Om tien uur een afsluitend verhaaltje. Dan komt de voorzitster naar mij toe. Ze bedankt me en zegt: “Ik zou u zo voordragen voor een lintje, maar heb gezien dat u die al heeft.” Ik zegt haar nogmaals dat u, jij is.

Dan vraag ik haar nog even te gaan zitten voor nog twee leuke verhaaltjes. Om kwart over tien is het dan toch echt klaar, tenminste mijn tijd is om. Een paar dames nemen een kaartje van mij mee. “Ik ga u ook promoten bij nog een andere club”, zegt de voorzitster.

Terwijl de dames de zaal verlaten, haal ik mijn posters van het rek, rol ze weer netjes op, berg ze op in een koker en breng de rekken terug naar waar ze vandaan zijn gekomen. Het is klaar. De overgebleven dames krijgen een hand voor ik naar buiten stap.

Mijn Google Maps brengt me Bodegraven uit en voert me terug naar Schipluiden. Het was weer erg leuk om te doen. Het smaakt zeker naar meer, al moet ik eerlijk bekennen, dat ik de ochtend van de presentatie best kriebels had.