421. Borrelpraat, Kom’s Hoorn en Corona

Ben vanmorgen nog even naar de doe-het-zelver geweest. Mijn jongste zoon wilde komen wandelen. Omdat we steeds 1,5 meter uit elkaar moeten blijven lopen heb ik een bezemsteel gekocht. Het was nog even zoeken, maar ze bleken achter de kassa te verkrijgen, bang dat men ging hamsteren. Eenmaal op pad liep hij aan de ene en ik aan de andere kant van de stok.. Het liep heerlijk, weinig mensen op het fietspad, maar toen we in de verte een fietser aan zagen komen, raakte we even in vertwijfeling. Moeten we de stok loslaten, de fietser ziet ons toch lopen en kan een aanloop nemen, gaat hij er onder door, of zorgen we dat we de stok hoog boven ons hoofd houden. Wat zou u doen? Wij hebben hem losgelaten en de stok laten vallen. Dat was geen succes.

Nu we toch over hamsteren hebben. Toen ik vorige week zondag op visite ging bij mijn schoonmoeder, zij woont boven de Plusmarkt in Den Hoorn, stond er om kwart voor elf al een Range Rover voor de deur van de super, terwijl deze pas om 12:00uur open gaat. Op de achterbank alleen maar toiletrollen. Ik keek door het raampje en zag er een man met stropdas en jasje aan, zitten. Die komt niet uit Den Hoorn, gaat er door mijn gedachte, daar heeft men deze kleding alleen aan bij een bruiloft of begrafenis en niet bij het winkelen. Ik tik op het raampje waarna de man zijn raam laat zakken. “Kom je bevoorraden?”, vraag ik hem. Nee, blijkt hij zijn achterbak nog niet vol te hebben liggen. Nou, ja.

Trouwens nu wordt het toch echt tijd dat die Plusmarkt op dat braakliggend terrein mag gaan bouwen. Na afloop van mijn bezoek aan oma heb ik nog wat sinaasappels nodig. Wil ik afrekenen sta ik tot aan de diepvries in de rij voor de kassa. Dan word je als Plus toch veel te klein voor een dorp dat steeds maar uitbreid. Mooi of eigenlijk niet mooi is dan dat er vrouw door heen probeert te wringen, en al slalommend tussen de winkelwagentje door schuift, blijkt ze een boodschap vergeten te zijn terwijl ze voor de kassa staat. Dat kan alleen bij vrouwen gebeuren, ik krijg een briefje mee met de boodschappen dan vergeet ik nooit iets en breng ook niet meer mee dan nodig is.

Wat vindt u eigenlijk van café Delfland? Ik heb het altijd al een duistere zaak gevonden, maar nu ie is dicht getimmerd zie je er helemaal geen hand voor ogen meer.

Dan over het virus. Het COVID-19 virus, waar staat dat eigenlijk voor COVID-19, dat staat voor coronavirus disease 2019. Want wist u dat het virus al sinds september 2019 de wereld in de greep heeft. Een vervelend virus dat rond dwaalt en dat tot nu toe weinig is aan te pakken.

Natuurlijk zou mijn verhaal ook gaan over dat virus. Het was dokter Li Wenliang die op 30 december 2019 zijn collega’s waarschuwde voor een mogelijke uitbraak van deze ziekte. Het verspreidde zich razendsnel. Heel de wereld is er inmiddels mee besmet. Er zijn nog steeds geen vaccinaties voor.

Toch heeft dit virus niet alleen voor negativiteit gezorgd. Men kijk weer naar elkaar om, zij het van een afstand. De supermarkten springen een gat in de lucht, wat een omzet zij hebben. Straks krijgen zij de klappen, als heel Nederland is voorzien van allerhande spullen door hamstergedrag en er geen compensatieregelingen meer zijn. En de mensen hebben kennelijk overal schijt aan, gezien de hoeveelheid toiletrollen die men heeft opgehaald.

Ik was mijn handen tegenwoordig wel 40 keer per dag. Plots verscheen het stempeltje op mijn hand uit 1973 dat ik op mijn handrug kreeg toen ik bij de disco naar binnen ging. Ja hoe gek kan het gaan.

Wat denkt u van die anderhalve meter afstand. Hadden we thuis toch een behoorlijk probleem. Ons bed is niet breder dan 1,40 meter. We hebben er eerst het volgende op gevonden. We nemen drie dobbelstenen en als je driemaal zes hebt gegooid mag je in bed, anders er naast. Het duurt lekker lang, dat dobbelen en die zessen gooien, maar als je vroeg begint lukt het wel. Er is op de tv toch niet veel soeps meer. Maar mijn vrouw had plots een briljante ingeving. Nu lig ik aan het voeteneind terwijl mijn vrouw aan het hoofdeind ligt, Ja, het bed is wel 2 meter lang.

Maar nu serieus. Ik ben ploegbaas/beheerder van de website Fietsen voor mijn eten. Hadden we vorige week vrijdag nog 6.000 leden, vanaf vandaag hebben we er meer dan 9.000. Waar we 2,5 jaar hebben gespaard voor die 6.000 levert het in een week ineens ruim 3.000 nieuwe leden op. Men wil kennelijk allemaal bij die kweker en teler scoren. En ook dat merken we, want dat kleine stalletje dat op zaterdag langs de weg staat met aubergines heeft ons verzocht om zijn locatie van de site te halen. Hij kan het niet meer aan. Waar een tuinder net zijn bloemkool zou gaan veilen en de productie moest worden vernietigd werd in een week tijd zijn hele voorraad opgekocht. Nu wordt er niet gehamsterd in de supermarkt maar bij de kweker. Bloemen gaan niet per bos, maar per auto het terrein af. Het kost bijna niks en wie gaat er niet halen als het bijna wordt weggeven.

We krijgen nu nog meer vragen: Of het stalletje kan worden verwijderd omdat men op de oprit van de buurman parkeert. Er ontstaan zelfs vechtpartijen om producten. Kwekers, telers maar ook particulieren kunnen de druk niet meer aan. Een eiervrouwtje aan de Zwethkade 38 heeft haar kippen opdracht gegeven om elke dag vier eieren te leggen, omdat de vraag groter is dan het aanbod. Voldoen ze niet, draait ze hen de nek om en maakt ze er soep van. Weer een handeltje erbij.

Ook bij mij thuis is de vraag ook groter dan we kunnen leveren. Iedereen gaat kennelijk weer puzzelen. We hebben een grote verzameling puzzels, maar dat is een verzameling die we in de loop der tijd hebben aangelegd. “Heeft u nog puzzels”, vraagt men smekend aan mijn vrouw, en het gaat dan met name om Jan van Haasterenpuzzels. We hebben iemand kunnen opsnorren die op zolder zijn verzameling heeft onderzocht. Hij bood ons zijn dubbelen aan om te verkopen. 14 stuks. Binnen 10 minuten verkocht en betaald. Dan is het tikkie toch weer makkelijk. Een vrouw kocht er drie, is ze de puzzels in vijf dagen op komen halen, om de dag stond ze op de voorplaats voor een puzzel, Ze was toch aan ’t thuiswerken en had wel even tijd.

Uiteraard zijn we zelf ook op pad geweest. Bij de gebroeders van Dam, aan de Veenakkerweg verkochten ze op bestelling ranonkelplanten. Hele traytjes. 12 stuks. Er ontstond een file voor de drive-in. Betalen met een pinautomaat op een stok. Je hoefde de auto niet uit en het werd in de achterbak gezet. Goed georganiseerd, maar door de drukte opgeheven om het een dag later opnieuw te proberen.

Er ontstaan bijzondere initiatieven. Van schoolkinderen die boodschappen gaan doen. Een draaiorgel dat voor een verzorgingshuis staat, terwijl de mensen achter de ramen luisteren. Bloemen die spontaan worden afgeleverd bij de zieken- en verzorgingshuizen. Zo namen we als Zonnebloem Schipluiden ook het initiatief om al onze gasten een bloemetje te brengen. We gaan Zomen, zoals nu.

Ook persoonlijk heb ik er mee te maken. In de maanden april, mei, juni en juli heb ik een aantal huwelijksbevestigingen staan. Mensen die al een anderhalf jaar geleden hebben aangegeven dat ze ‘ja’ tegen elkaar willen zeggen, maar dat nu niet door kan gaan, of in afgeslankte vorm. En met een afgeslankte vorm is dat, het bruidspaar, twee getuigen en een ambtenaar. Ik vraag me af of dit mag, maar men gaat het proberen. Meerdere huwelijken heeft men verplaatst naar september en oktober, waar ik eigenlijk al vol zit. Hoe ga ik het doen?

En dan als laatste onze twee zoons. De oudste René, als cabaretier, de jongste André, als DJ. Voor de oudste vallen tot 1 juni 31 voorstellingen uit en zullen ergens moeten geplaatst. Het theaterseizoen 2020/2021 is inmiddels al ingevuld, het wordt dus de vraag of dit allemaal nog gespeeld kan worden. Maar ook zijn de zalen straks weer uitverkocht als er een vervangende datum is gepland? De mogelijkheid bestaat dat hij twee shows per avond gaat spelen. Een reguliere en een late night. Meer als vier/vijf shows per week is al lastig en bijzonder vermoeiend, laat staan twee op een avond.
Voor de jongste is het nog veel erger. Hij had een vijftal buitenlandse optredens staan. Deze gaan geen van allen door. De festivals waar hij zou draaien komen dit jaar niet meer terug. Maar ook de optredens in clubs zullen er niet meer komen. Het is ook een sector waar de klappen vallen, de verwachting is dat er ook daar om zullen vallen.

Dan nog even dit, vorige week heeft de een of andere grapjas uit Den Hoorn iets niets zo leuks geschreven en op internet geplaatst over de plaatselijke electronicazaak in Den Hoorn. Een grap maken is leuk, maar dat men dit bedrijf zo te kakken heeft gezet, vind ik ronduit schandalig. Hardwerkende mensen worden midden in het hart getroffen, dit mag niet gebeuren en daar moet men over nadenken als je dit doet. Na diverse reacties is het bericht van internet gehaald, ik wilde het toch even gezegd hebben.

We gaan er van uit dat het allemaal wel goed zal komen. Het zal echt wel eens ophouden. Misschien heeft het voordelen. Ik hoorde van de week iemand zeggen: “De kropsla die ik van de week kocht was zo mals, zo heb ik ‘m in de super nog nooit gekocht” een ander gaf aan dat de bloemen veel verser zijn dan bij de bloemenstalletjes op de markt of bij de klantenservice van de super. Dat zijn dan weer de mooie momenten. Dat we er nog niet zijn is zeker, naar buiten mag nog steeds en als u wilt wandelen, mag u mijn bezemsteel lenen. Ik zal hem dagelijks desinfecteren. Hou u haaks, let op u zelf , maar zeker op uw naasten. Succes de komende tijd.

382. Geworteld zijn, het thema van Kom’s Hoorn 2019

Geworteld zijn is het thema dat geldt voor Kom’s Hoorn in 2019. Kom’s Hoorn een eetavond die wordt georganiseerd door Cultuurstek in Den Hoorn. Het is de bedoeling dat je op drie verschillende locaties gaat dineren. Een uurtje babbelen, wat eten, op de fiets om vervolgens naar het hoofdgerecht te rijden en daarna naar een volgende plek alwaar het toetje klaar staat.

In 2018 deed ik er ook aan mee. Het thema Liefde stond toen centraal. Ik schreef er een blog over.

Dit keer mag ik aanschuiven op een adres aan de Dijkshoornseweg te Den Hoorn, of Delft, ik weet het eigenlijk niet zo goed. Sinds de Dijkshoornseweg is opgesplitst in 2004, moet ik altijd even nadenken. Zo’n drie weken voorafgaand aan het evenement neem ik even contact op met mijn gastgezin. Ik stap op de fiets om kennis te maken met de bewoners. Ik schiet binnendoor over de Ommedijk richting Den Hoorn om aan de Achterdijkshoorn de wijk in de rijden. Via een sluiproute kom ik aan op mijn eetadres. “Het bordje Delft staat aan de goede kant”, zegt de bewoner als ik aan kom en binnen stap. “Wij wonen in het goedkope gedeelte, Den Hoorn, van de Dijkshoornseweg.” “Wil je koffie of thee?”, vraagt de man des huizes. Ik bestel koffie. Dat gaat even niet lukken. Als de bewoner tracht een bakkie voor mij te zetten weigert de koffiemachine. Het nieuw aangeschafte koffiezetapparaat heeft vermoedelijk de verkeerde bonen te eten gehad. Het wordt een kopje thee. “Houd je van vis”, vraagt de opperkok. “Nou niet echt”, is mijn antwoord. “Een stukje zalm gaat er wel in en een lekkerbekkie sla ik ook niet af.” “Dat laatste is geen vis”, zegt opperkok. Tijdens het gesprek krijg ik te horen dat mijn gastgezin ook kookworkshops doet, je kan hier informatie krijgen. Het is gezellig aan de grote tafel waar straks ook gegeten gaat worden. We praten een heerlijk verhaal. Ik leer de mensen kennen en zij leren mij wat beter kennen. We hebben elkaar nog nooit gezien. Als we zo’n uurtje aan de praat zijn, vraagt mevrouw: “Krijgen de gasten ook nog wat te vertellen of ben je de enige die praat?” Ze heeft me heel snel leren kennen. “Uiteraard, krijgen de gasten alle kans”, geef ik haar mee. Na zo’n anderhalf uur is het genoeg en ga ik weer naar huis.

Ook het meissie doet dit keer mee. Niet op dezelfde locatie als waar ik ga eten, maar elders. Ze heeft een zwemmaatje gevonden die het een uitdaging vindt om een heerlijke maaltijd op tafel te zetten. Ze wil het echter niet alleen doen. De eerste ideeën zijn er al. Als we even ons eten op de fiets gaan halen bij Santé in De Lier loopt ze tegen kleine potjes aan. Deze mevrouw maakt o.a. jams en mijn lief wil hier haar toetje in maken. Ze krijgt gratis 15 potjes mee. Op een prachtig mooie vrijdagmiddag ‘bekookstooft’ ze samen met haar zwemmaatje een heerlijk diner bij ons thuis. Alleen het weer op die mooie vrijdagmiddag slaat om en in een plensbui moest medekookster terug. Ze is niet bang voor water.

Ik ontvang een e-mail van Cultuurstek. ‘Fijn dat je weer meedoet, Aad’, is de eerste zin. Het thema is geworteld zijn. Met dit thema kan je alle kanten op. Kom je er niet uit dan kunnen wij je helpen.

De volgende dag open ik mijn internet op zoek naar geworteld zijn. Al heel snel kom ik uit bij bijbelse teksten. Maar ook synoniemen van geworteld zijn: geworteld zijn in, ontspruiten uit, stammen van, voortspruiten uit, voortkomen uit, wortelen in. Eigenlijk heb ik al bedacht waar over het zal gaan. Ik ben gestekt in Den Hoorn, ben er een groot deel van mijn leven geworteld om vervolgens te worden verpoot. Er was geen geschikte grond beschikbaar in Den Hoorn om daar te worden verplant en dat was er wel in Schipluiden. Samen met een andere Hoornse boom zijn we geënt en zijn we weer aan het stekken gegaan. En daar zijn weer twee mooie bomen uit ontsproten, René en André. Mijn verhaal staat vast, daar gaat het over die avond.

Mijn lief is de dag voorafgaand aan het evenement al de hele dag in de keuken van die ander bezig. ‘Pffffff’, schrijft ze me, ‘nog een heel werk.’ Ze komt die middag pas tegen etenstijd thuis. “Morgen de rest”, zegt ze, als ze weer thuis is.

Op zaterdag de 30e maart is het zover. Om half drie vertrekt het meisje. Ze neemt nog wat borden mee en moet onderweg nog bestek scoren. “Nou, tot vanavond”, zegt ze als ze hoek om rijdt, en “eet ze.”

Voor mij gaat het om half vijf pas beginnen. Na een douche en schone kleding fiets ik naar het Hoornse. Ik ben benieuwd wat er op tafel komt.

Om even half vier gaat de telefoon. “Hoi, met mij, zou jij de kappertjes even willen brengen, die ben ik vergeten”. Het is mijn eega. Ik vertrek iets eerder om naar de Laan van Groenewegen te rijden. Daarna door naar mijn vertellocatie.

Als ik voor het raam sta bij mijn vertellocatie is opperkok nog druk bezig met uien snijden. Hij duurt even voor hij mij in de gaten heeft. Eenmaal binnen zie ik dat de tafel al gedekt is. In de keuken wordt nog hard gewerkt. Een mangovoorafje met aangebakken ham. De glazen worden netjes op dezelfde hoogte afgevuld. Daarna een tweede voorafje: spinaziesoep.

Terwijl het gezelschap binnenkomt is de kok nog druk bezig. “Jij hier”, zegt een van de gasten tegen mij, “dan hoeven wij niet veel te zeggen.” Iedereen krijgt een plekje geen stelletjes naast elkaar. Heel spontaan vindt het gesprek plaats. Ik hoef er niet veel voor te doen. Na een korte stilte voor gebed kan men ‘aanvallen’. Wanneer het gesprek even stil valt kan ik mijn verhaal kwijt. Het is gezellig, op tijd wordt niet gelet tot het moment dat de gastheer op vriendelijke manier ‘verzoekt’ om het pand te verlaten. Nog even blijft men voor het huis napraten om even later te vertrekken naar een volgend adres.

De laatste gast staat nog niet op de pedalen als de eerste gasten voor het hoofdgerecht al weer aan komen fietsen. Eigenlijk te kort om even een nieuwe tafel te dekken en het hoofdgerecht klaar te maken. De ribeye ligt al te rusten op de plank. De uien zijn gesnipperd, zijn alvast gefruit en liggen boven op de snijboontjes. De aardappel staat gesneden in de pan. Snel de tafel fatsoeneren. De witte en rode wijn komt op tafel. Het advies van de kok is rood, maar smaken verschillen. Mijn gastgezin is druk in de keuken bezig als ik mijn verhaal kan doen. Maar ook het aanwaaiend gezelschap heeft het al druk met elkaar. De borden komen op tafel. Er wordt gesmuld van het lekkers. Voor je het weet is de tijd om en krijgt men wederom het verzoek om te vertrekken.

Ook nu wat snelle renners. Ik zou een rondje doen, maar hier is dat anders. Als ik naar buiten kijk zie ik tweetallen voorbij rijden. Er zijn veel mensen op pad met hetzelfde doel. Dit keer mag ik de mensen ontvangen en hun jas ophangen. Ook nu wordt er al snel contact gemaakt. Een van de gasten heeft een aardigheidje meegenomen voor de gastvrouw een ander vertelt vandaag jarig te zijn en zo een prachtige verjaardag ervaart. Nu komt er een heerlijke panna cotta op tafel. Panna cotta wordt gezien als de Italiaanse tegenhanger van de crème brulee. E.e.a. Is afgemaakt met aardbeien. Een feestelijk dessert. Tot slot een kopje koffie.

Als alle gasten zijn vertrokken praten we nog even na in de keuken. Alsof er een bom is ontploft, staan pannen, glazen, borden en bestek op het aanrecht. Ik bied aan om even te helpen opruimen, maar de gastvrouw gaat voor de vaatwasser staan. Dan neem ik afscheid en dank hen voor een heerlijke avond.

Nu nog even onze spullen ophalen aan de Laan van Groenewegen. Daar is men nog druk aan ‘t afwassen. Ook hier is het zeer geslaagd geweest. Er is zelfs nog het e.e.a. over. We krijgen mee voor de dag van morgen. Nog even een glaasje en dan op weg naar huis.

Een prachtig evenement dat zeker moet blijven. Er zijn nieuwe contacten gemaakt. Lekker kleinschalig, al hoor ik mensen zeggen: “ik had ook graag mee willen doen, maar het was al vol. De afterparty hebben we niet gehaald.

371. ‘Over de Dijk’ van Cultuurstek Den Hoorn

“Beste Aad, zou jij mee willen doen met het Culturele festival Over de Dijk”. Zo komt de vraag bij mij binnen. Ik heb juist meegedaan aan Kom ’s Hoorn, van CultuurStek Den Hoorn. Ik ben altijd wel in om aan zulk soort activiteiten mee te doen. Maar waar moet het over gaan? “Zou je een verhaal kunnen vertellen over Den Hoorn en dan specifiek over de Dijkshoornseweg.” Ik moet er even over nadenken. Ik weet wel wat van de genoemde straat, maar of ik daar een vertelling over kan doen, weet ik niet. “Hoeveel tijd krijg?” vraag ik aan mijn vraagsteller. “Nou een half uurtje tot drie kwartier”, is het antwoord. Dat is nogal wat. Ik denk er even over na, heel even maar en geef er mijn fiat aan.

Omdat ik ooit een verhaal heb geschreven over de middenstand in Den Hoorn in de jaren zestig, heb ik al wat tekst dat ik mogelijk kan invoegen in mijn verhaal. Ik ga er aan zitten. Mijn geheugen is goed en ik weet, blijkt al gauw, nog veel naar boven te halen. Ik ga schrijven. In stukjes en beetjes komt mijn vertelling tot stand. Soms midden in de nacht word ik wakker en herinner ik iets waar ik eerder niet aan heb gedacht. Mijn document groeit.

Ik krijg de locatie door. Ik zal mijn vertelling doen op nr. 97. Het huis waar mijn overleden broer ooit heeft gewoond en waar zijn echtgenote nog steeds woont met haar nieuwe man. Een vertrouwde omgeving dus. Zij hebben aangegeven mee te doen als ik er kom vertellen. Ik ga er voor.

Inmiddels heb ik er een meester verteller bij gevonden, Dick Stammes. Stadsgids van Delft en een ras verteller. Ik ken hem van Delft Vertelt waar we samen al eens aan twee sessies hebben meegedaan. Hij is enthousiast maar geeft direct aan niets over de Dijkshoornseweg te weten. Het maakt niet uit hij mag zijn eigen verhaal doen.

Het is november 2018. Voor mij is de locatie bekend. Dick hoort niets. Ik informeer mijn contactpersoon. Dan gaat ook voor hem het balletje rollen.

Inmiddels krijg ik de mededeling van de eigenaresse van de locatie dat haar man drie dagen voor het festival zal worden geopereerd aan zijn knie. Ze heeft hulp nodig op die dag. Ook dat is geen probleem. We zijn er als het lastig is. We, mijn lief en ik, besluiten om vroeg op locatie te zijn en onze handen uit de mouwen te steken. Alles komt goed.

Intussen heb ik mijn tekst klaar. Ik plant er nog een stukje bij over mijn oma. Een stoere vrouw die op de Dijkshoornseweg mijn vader baarde in 1911. Dit stuk heb ik ook ooit eerder geblogd.

Dan krijg ik een e-mailtje van mijn contactpersoon. Nogmaals de locatie en tijden dat ik ben ingepland. Viermaal een half uur, staat er in de e-mail. Ik heb inmiddels mijn tekst geoefend en uitgesproken. Dat neemt bijna drie kwartier in beslag. Ik zal het wel zien. Twee dagen later kijk ik op de site van CultuurStek naar het programma en kom tot de ontdekking dat ik slechts een kwartier ben ingeroosterd. Hier waag ik een telefoontje aan, want dat betekent het hele stuk herschrijven, want stukken skippen heeft geen zin. Ik baal er een beetje van. Toch staat het programma vast en is er geen extra ruimte. Dat houdt tevens in dat ik dus ook niet mag uitlopen omdat bezoekers ook een schema gaan maken in het programma. Jammer, we gaan het zien.

In de week voorafgaand aan het evenement geeft men code geel door. Veel regen of sneeuw. Op locatie heeft men een duur houten parket. Daar wil men geen water of sneeuw op hebben. We wonen gelukkig naast de eigenaar van een vloerbedekking zaak Schoneveld Interieur. Eén e-mailtje naar de eigenaar en het is geregeld. Men heeft nog wat stukken zeil liggen dat we mogen hebben. Maar, schrijft de buurman, ik wil het niet terug. Wij zijn geholpen en kunnen met een gerust hart mensen ontvangen.

De donderdag voor het festival breng ik het zeil alvast op locatie evenals een koffiepot. Alle bezoekers krijgen nl. een bakkie of een koppie thee. We bedenken er ook koekje bij, een ‘kletskop’. Dat past wel een beetje bij mijn kletsgedrag.

Op de bewuste cultuurdag vertrekken we al vroeg naar de speellocatie. Het regent zachtjes, maar wij hebben geen pijn. We hebben zeil ter bescherming van de vloer.

De ‘Dijk’ is voorzien van wimpels aan de lantarenpalen. Er zijn sokken en mutsen aangebracht op hekken en paaltjes. De dixies worden voorbij gereden, hier en daar is een artiest bezig met opbouwen. Er is drukte op de weg. Dan om even over half vier komen de hekken op de weg en is de weg voetgangersterrein.

Op locatie spreken we af dat we maximaal 15 mensen tegelijk in huis toelaten. We zetten daar ook de stoelen voor klaar. Er staan er nog een peer als reserve. De organisatie verwacht lichtjes langs het parcours. Ook dat kan ik fiksen. De kerstverlichting is nog niet opgeborgen. Bij daglicht nog weinig van te zien, maar in de avond een fraai gezicht. De bekertjes staan op het dienblad, de koffie staat in afwachting. Het feest kan beginnen.

Ik ga nog even naar de opening door de burgemeesters, Marja van Bijsterveldt, van Delft en Arnoud Rodenburg, van Midden-Delfland. Peet Vermeulen komt met de Delftse burgemeester vanaf de Delftse kant aanwandelen, Petto Koop doet dat met de Midden-Delflandse burgemeester. Na wat prietpraat nog een gedicht door Tjitske de Haas. Dan kan de grensovergang worden opgetild en kan het spektakel beginnen.

Ik ga terug naar de locatie en ontmoet José van Winden. Zij verzorgt de eerste twee voorleessessies. Ze leest voor uit haar boek Weekendje weg. De zeventien neergezette stoelen zijn snel gevuld. Als ik terugkom van de opening zitten de eerste mensen al binnen.

Buiten gebeurt er van alles. Er komt een vreemd voertuig voorbij en even later een gezelschap dat een doodskist op de schouders draagt. De laatste activiteit is een voorbode voor het toneelstuk Coke aan de Look, een misdaadkomedie dat in Den Hoorn plaatsvindt en eind maart op de planken zal worden gebracht.

Het tweede optreden van José staat aan te vangen. Er zijn nog niet veel mensen. Na wat propperen is de huiskamer ook nu weer snel vol. Na het voorlezen is het voor José voorbij. Er blijven mensen zitten om naar mij te luisteren.

Om 18:00uur is het mijn beurt. Mijn Macbook gaat open, nog even lees ik door het stuk. Langzaamaan komen mensen binnen lopen. Er moeten stoelen bij. De koffie gaat rond, het knisperend koekje doet zich gelden. De deur gaat dicht, ik mag beginnen. Ik ben nog maar net bezig als er op het raam wordt getikt. Er staan nog eens 10 mensen buiten. Ze komen niet meer binnen. Het aantal van 15 is al ruim overschreden. Mijn tekst is te lang, te lang blijkt al na ruim een half uur. De eerste gast stapt al op. Ik moet het inkorten, zegt mijn lief. Nog een klein stukje, dan. Helaas ik mag mijn verhaal niet afmaken.

De laatste mensen zijn de deur nog niet uit of de volgende staan er al voor de tweede sessie. Men blijft lopen, 20, 25, 30, 38. Veel te veel, maar mensen kiezen er zelf voor om te blijven staan. Opnieuw voor iedereen koffie. Het aantal bekers raakt op. Dan maar omwassen. Opnieuw start ik mijn verhaal, wederom getik op de raam. Helaas mensen, we zijn echt hartstikke vol. Nogmaals mijn verhaal van nu 35 minuten. Ik kan niet korter. Ik sla kleine stukjes over. Ik heb een droge strot van het praten. Applaus na afloop. Lekker.

Er staan al mensen voor de deur als de tweede sessie nog niet eens over is. Voordeur in, achterdeur uit. “U bent toch de vader van René van Meurs”, vraagt een van de gasten. Opnieuw een groot gezelschap. Bekende personen komen plots via de achterdeur binnen. Opnieuw ruim 30 luisterende. De koffie en thee worden uitgeserveerd, de koekjes zijn bijna op. Ik begin iets eerder om tijd te winnen en toch mijn complete verhaal te kunnen doen. Ik haal het wederom niet. Ik krijg een aanvulling op mijn verhaal. Dat ga ik nog even toevoegen voor de laatste sessie van het verhaal. Ook nu een vet applaus.

Om 20:15uur kies ik er zelf voor om aan de deur te staan. Mensen die al eerder voor een dichte deur stonden komen nu binnen. Er is voor iedereen een zitplek. Ik krijg alle aandacht. Omdat het bijna is afgelopen kan ik mijn verhaal op een rustiger tempo doen. De koek is op, koffie is er nog wel. Tijdens mijn verhaal gaat tot tweemaal toe de deurbel. Er wordt niet meer opengedaan. Het verhaal gaat uit. Het is 21:00uur. Mijn eerder toegezegde tijd kan ik nu gebruiken. Er zelfs tijd voor nog meer aanvullingen. Daar is een heel belangrijke bij, die ik over het hoofd heb gezien bij het opstellen van het verhaal.

Nadat de laatste gast is vertrokken ruimen we de zeilen, de verlichting en de stoelen weer op. De kamer gaat in originele staat slapen. “Doen we een after-party”, zegt de locatie’manager’. “Prima”, geef ik aan. Ik heb niet meer de zin om na viermaal meer dan een half uur vertellen nog elders naar de afterparty te gaan. Met een lekker biertje sluit ik het festival af.

De volgende dag heb ik al de eerste e-mailtjes binnen of men de tekst kan krijgen van mijn verhaal. Ik moet het nog wat bewerken, de aanvullingen toevoegen en wat kleine aanpassingen doen. Ik heb besloten om het verhaal vooralsnog niet op mijn website te plaatsen.

Een fantastisch activiteit is ten einde. Leuk en lekker georganiseerd. CultuurStek een geweldige stichting die zo’n meerwaarde heeft op de leefbaarheid van Den Hoorn. Geweldig gemotiveerde mensen die er hun schouders onder durven te zetten en zo een levendig spektakel neer zetten. Het was TOP. Op naar de volgende activiteit: ‘Kom’s Hoorn 2019’. Zal ik er wederom aan mee mogen doen? Ik hoop het.