362. Kerstwandelen met ouderen

“Aad heb jij donderdagavond nog tijd?” vraagt een vrijwilliger van Akkerleven, onderdeel van Pieter van Foreest. “We gaan die avond kerstwandelen met ouderen.” Tijd of niet, daar maak je tijd voor tenzij….je echt geen tijd hebt. Twee dagen voor de wandeling krijg ik een vrouw toegewezen uit het dorp. Dat betekent eerst ophalen en dan naar Akkerleven rijden. Het is de bewuste wandeldag een slechte regenachtige dag en dat duurt al vanaf die morgen vroeg. Zou het feest wel door gaan?

Het is donderdagavond, mijn lief heeft haar kerstdiner op het werk, voor mij is er erwtensoep, een winters goedje. Als ik op weg wil gaan hoost het van de hemel. Ik heb niet gehoord dat het niet door gaat. Ik ga gewoon. We gaan het zien.

Wanneer ik bij mijn mevrouw kom is ze nog niet klaar. “Het begint toch pas om zeven uur”, zegt ze. Ik heb de opdracht gehad om mevrouw op te halen en tussen half zeven en kwart voor zeven met haar in Akkerleven te zijn. Mevrouw trekt gauw haar schoenen aan. Ze heeft een deken opgezocht tegen de kou en heeft nog een plastic wegwerpregenjasje. We gaan op pad, maar nog geen tien meter na vertrek geeft ze al aan dat ze het koud heeft. “Wil je even mij dekentje pakken”, zegt ze. Ik haal hem uit haar tas en werp hem over haar schouders. “Ga er maar op zitten”, zeg ik haar en stop de buitenkanten onder haar benen. Nu kunnen we op weg. Nog geen 50 meter op weg begint het te regenen. Grote druppels vallen als parels naar beneden. “Ik heb nog een regenjasje in mijn tas”, zegt ze lief, “voor jou”. Ik stap stevig door maar we komen met natte schouders aan bij Akkerleven. “Doorlopen naar de kantine”, krijg ik mee.

In de kantine verzamelen de rolstoelers met hun vrijwilligers. Er worden kerstmutsen uitgereikt. De kerstman en zijn kerstvrouwtje lopen rond. Rolstoelen zijn versierd met een lichtjesstreng. Het is een vrolijk gezicht. Er wordt nog even gewacht tot het droog wordt. Buienradar is even belangrijk. Na een kwartiertje wordt het droog. Alhoewel, er vallen nog wat kleine druppeltjes. Met 40 rolstoelers gaan we op pad. Bij de uitgang bij Akkerleven krijgen de vrijwilligers een lichtgevend hesje. Geel of oranje. Bij de gele maakt men de opmerking over de commotie over het gele hesjesprotest.

Om de groep zoveel mogelijk bij elkaar te houden houdt men een halt bij het begin van het Windrecht. Verkeersregelaars zetten de kruispunten af. Veiligheid voor alles. Een auto probeert nog even voorbij te scheuren en wordt de wijk in gedirigeerd. Wanneer iedereen is aangesloten gaat de stoet van start. Sante Cees belt en roept: “Ho, ho, ho, Merry Christmas”. Hier en daar gaan de gordijnen open. Men zwaait als de groep langs komt. Het is gluren bij de buren. De ene kamer heeft een prachtige versiering. Op een ander adres is het volledig donker. Langzaam wandelen we het Windrecht af. Aan het eind slaan we linksaf langs Korpershoek en gaan we richting palviljoen ‘t Middelpunt. Sommige vrijwilligers moeten even een duwtje hebben om de kade op te komen. Daar zijn ook weer vrijwilligers voor. Bij het Middelpunt een prachtig versierd restaurant. Er zitten geen mensen binnen, de kok heeft tijd om uitbundig te zwaaien. We schieten de Vlaardingsekade op. Bij de voormalige Rabobank hebben ze een kerstgroep in het kozijn gezet. Hier is een rustpuntje. Dan het smalle stuk op. Er staat iemand in de deuropening. “Goed dat je de aankondiging op Facebook heb gezet, Aad”. Ook hier op verschillende plaatsen een kerstgroepje in het raam. Bij een huis is de hele kamer vol gezet met brandende kaarsjes er is niemand in de kamer. Bij Net even Anders is het langzaam voorbij lopen. Ook hier de etalages volledig in kerstsferen. We gaan de Keenenburgweg op.

Een pauzemoment bij de Dorpshoeve. Hier is warme chocolademelk, zelfgebakken cake, koek of kerststol. Op de chocolademelk hoort slagroom en daar wordt niet karig mee omgesprongen. Nog even een tweede kopje en dan de weer op pad.

Bij het oude Gemeentehuis staat een fiere kerstboom met lichtjes. Een mooie plek om even een foto te maken. We zijn wel breed met zoveel. Met een panoramafoto lukt het wel. Een trapje erbij en schieten maar. Er flitsen meer telefoons. Na een kort oponthoud gaan we weer verder, de B.M-singel op. Hier hebben de bewoners weinig voor met kerst. Bijna geen versiering en vooral gordijnen dicht. Voor de kerk gaan we linksaf. Om daarna direct rechts te gaan. “Breng mij maar naar huis”, zegt mijn gast, “dan kan jij ook naar huis.” Waar de groep linksaf gaat rijd ik rechtdoor. Voor mijn gast en mij zit het erop. Ik zet haar thuis af en wens haar prettige feestdagen. Ze gaat met vakantie vertelt ze me en komt na de Nieuwjaar pas weer thuis. We hebben het droog getroffen. Buienradar heeft het goed voorspeld.

Ik neem mijn fiets mee en rijd naar Akkerleven terug. Ik moet mijn muts nog inleveren. Dan haal ik de groep in. Wanneer men binnenkomt is er een aardigheidje voor de vrijwilliger. Attent. De dekens, mutsen en wielverlichting wordt weer ingeleverd. Een geweldig leuk initiatief is weer voorbij.

Terwijl de bewoners naar de kamer gaan, is er voor de vrijwilligers nog een koffiemoment. Nog even napraten en dan is het echt voorbij.

De dank gaat uit naar de vrijwilligers, de verkeersregelaars, de sponsoren: Albert Heijn Buckers, de Dorpshoeve, Paviljoen ’t Middelpunt, de bakkers en natuurlijk niet te vergeten de groep van mensen die de voorbereidingen hebben gedaan. Dankjewel ook voor spontane Sante Cees die al bellend de groep begeleidde. Kerst kan komen, de gedachte eraan zijn nog dieper geworden. Een vredige kerst toegewenst.

361. Een mooie en liefdevolle Kerst

Rotterdam, December 2016. Al jaren woont Kees in haar straat, bij dat ‘vrouwtje’, flink op leeftijd. Hij heeft het op het werk altijd over het ‘vrouwtje’ zonder te weten hoe ze eigenlijk heet. Hij ziet haar ’s morgens met haar boodschappentrolley achter haar aantrekkend de straat verlaten en aan het eind van de dag, als hij al lang weer thuis is van zijn werk, de straat weer in komen wandelen. Wie is zij toch vraagt hij zich al geruime tijd af. Hij durft haar niet aan te spreken, als hij haar gedag zegt loopt ze zonder wat te zeggen, schoorvoetend langs hem heen. Het haar hangt als grijze slierten langs het hoofd. De jas heeft een vette kraag. Ze loopt op afgetrapte sneakers. Heeft ze familie?

Het is dinsdag voor Kerst. Over vier dagen zal het Kerstkind ‘geboren’ worden. Kees heeft zijn laatste verlofdagen opgenomen en is vrij tot aan Nieuwjaar. Hij is van plan om te gaan klussen. Kees is alleen. Zijn vrouw is drie jaar geleden overleden. Plotseling, hij vindt haar als hij thuiskomt van zijn werk. Ze ligt tussen het toilet en de muur in gezakt. 47 jaar is ze pas. Hij lijdt eronder, heeft zijn werk, maar sluit zich nauwelijks aan. Vrienden die hij in die tijd had zijn vrienden en vriendinnen van zijn voormalig echtgenote. Ze komen niet meer. Hij heeft een eenzaam bestaan, heeft geen kinderen en alleen zijn moeder leeft nog. Daar gaat hij regelmatig naar toe. Ook zij is op leeftijd en Kees is als de dood dat hij ook haar zal verliezen.

Kees is een financiële man, heeft een economische opleiding gedaan, maar heeft ook een paar ‘gouwe klauwen’, zoals hij dat zelf zegt. De badkamer moet nodig een opknapbeurt hebben, maar Kees schuift het steeds voor zich uit. Het is een emotionele plek, zijn vrouw lag er immers. Toch moet het dit keer gebeuren. Hij heeft zich al wat georiënteerd en is bij een keukenboer terecht gekomen, waar hij de hele inrichting heeft gekocht. Hij heeft afgesproken dat ze de badkamer zullen plaatsen, waarna Kees de uiteindelijke laatste handelingen zelf zal doen.

Om even voor tienen wordt er gebeld. Twee bouwvakkers staan voor de deur. De klusbus waar ze in rijden staat langs de stoep bij zijn huis. “Mogûh”, zegt de enigszins kalende man als Kees de deur opendoet. “We komen een badkamer plaatsen”, zegt de ander. Er wordt een stucloper uitgerold en voor Kees het weet is zijn huis een bouwproject. Kees ziet het aan. “Kan ik ergens mee helpen?” vraagt hij als men met zware pakketten binnen komt. Maar Kees hoeft niet te helpen. “Een bakkie koffie”, zegt een van de bouwvakkers, “dat zou wel lekker zijn.” Kees schiet de keuken in en schakelt het apparaat aan. “Espresso, cappuccino, gewone koffie”, vraagt hij als de mannen voorbijlopen. Kees maakt de koffie en ziet hoe in een sneltreinvaart alle materialen zijn huis worden ingedragen. Tijd voor koffie is er nauwelijks. Tussen twee loopjes in slurpen de mannen hun koffie naar binnen.

Het gaat die dag als een speer. Beloofd is dat de klus in twee dagen is geklaard en daar gaat men voor. Als de klussers die avond vertrekken staat er al een geheel nieuwe badkamer. De kleine dingen gebeuren de dag erop. Kees is stikgelukkig. Wie had gedacht dat hij voor de Kerstmis nog in het nieuw zou zitten?

De volgende ochtend zijn de mannen al om half acht bij de opdrachtgever. Kees loopt nog in zijn badjas als er wordt gebeld. Wanneer hij de deur opent nemen de mannen Kees van top tot teen op. Zijn lange, blote, witte benen en dito tenen staan in schril contrast met zijn zwarte badjas. “Zo Kees, laat naar bed gegaan?” vraagt een van de mannen. “Ik kon er geen zin in krijgen vanmorgen”, zegt Kees en toont een lach. “Wanneer denken jullie klaar te komen?”, vraagt hij. De oudste van de twee begint te lachen. “Dat moet je aan mij niet vragen”, zegt hij, “ik heb wel even nodig.” Hij glimlacht als hij zegt. Bij Kees valt het kwartje. “We verwachten tegen het middaguur de zaken afgehandeld te hebben”, zegt de andere breedgebouwde bouwvakker. “Dan is het aan u”, geeft hij mee. Kees twijfelt. “Zouden jullie ook de rest willen doen?” vraagt hij, “dan zit ik er met de Kerst helemaal picobello bij.” Even wordt er overlegd. De mannen noemen de meerprijs. Kees kan zich ermee verenigen en geeft hen zijn fiat. Waar hij eigenlijk drie jaar tegenaan heeft gekeken is nu in twee dagen klaar.

Het is nog even doorpezen, maar om half zeven geven de mannen aan dat de klus gereed is. Kees glimt, dit had hij niet verwacht. “Je krijgt de rekening toegestuurd”, zegt de oudste van het stel. “Wat we vanmiddag hebben gedaan, willen we graag handje-contantje”. Kees duikt even zijn voorraadkast en geeft hen het geld. Daarna nemen ze afscheid. Kees is in de gloria.

Doordat het allemaal heel voortvarend is gelopen bedenkt Kees dat hij daar best dankbaar voor mag zijn. Hij zoekt een ding, waar hij zijn dankbaarheid in kan tonen. De ochtend na de klus gaat Kees voor de boodschappen weg. Hij kiest vandaag niet voor zijn eigen supermarkt en rijdt wat verder weg. Als hij zijn auto heeft geparkeerd en de winkel in wil lopen, staat ze daar, het ‘vrouwtje’. Ze houdt haar hand op en brengt de karretjes terug. Mensen stoppen haar een zakcentje toe of een boodschap. De boodschappen gaan netjes in het boodschappenkarretje dat ze naast zich heeft staan en dagelijks achter zich aantrekt. Wanneer ze Kees ziet draait ze zich om. Hij doet of hij gek is en loopt haar voorbij. Op het gemak doet Kees zijn boodschappen. Hij heeft een plan. Hij doet meer boodschappen dan hij doorgaans gewend is. Als hij de winkel verlaat staat het ‘vrouwtje’ niet aan de deur. Ze is met iemand meegelopen om het karretje later weer in de rij te zetten. Kees wacht, ook hij wil graag dat ze met hem meeloopt.

Wanneer de oudere vrouw terug is vraagt Kees haar om even mee te lopen. Ze kijkt argwanend naar Kees. ”Ken ik u?” zegt Kees. De vrouw trekt haar mondhoeken iets omhoog. “We wonen toch in dezelfde straat”, zegt hij. De vrouw knikt. Ze loopt met Kees mee naar zijn auto. “Waarom staat u hier bij de winkel?” vraagt hij. Er komt niet veel uit bij de vrouw. Kees merkt dat hij haar niet teveel moet vragen en dat antwoorden krijgen moeilijk zal zijn. Toch probeert hij het opnieuw. “Loopt u elke dag naar deze supermarkt?” vraagt hij. Ze knikt. Terwijl Kees de boodschappen in een krat stapelt, geeft ze een voor een de goederen aan. Dan valt hij direct met de deur in huis. “Wat doet u met Kerst?” vraagt hij. Ze kijkt hem aan. “Ik eet wat ik heb gekregen van de mensen, verder bid ik voor de wereld.” Kees draait zich om. “Vindt u het leuk om bij mij te eten?” vraagt hij haar, “ik ben ook alleen en we wonen in dezelfde straat.” De vrouw schrikt van het aanbod. “Nee”, zegt ze, “ik blijf graag alleen.” “Maar ik ben ook alleen”, zegt Kees, “we kunnen dan toch samen….”. Dan ziet Kees een traan over haar wang lopen. De traan loopt naar haar mondhoek, ze slikt hem in en veegt met haar handen langs het gezicht. “Meent u dat nou?” en ze kijkt hem vragend aan. “Jazeker”, zegt Kees. “Ik heb het hartstikke goed en vind het fijn om iets voor een ander te kunnen doen.” “Ik moet er even over nadenken”, zegt de vrouw, “ik laat het je weten.”

Die avond gaat om even over half tien de deurbel bij Kees. Het oude vrouwtje staat voor de deur. Ze is net terug van extra koopavond. “Ik doe het”, zegt ze. “Hoe laat verwacht u mij?”

Op de eerste Kerstdag zitten Kees en het ‘vrouwtje’ bij Kees aan tafel. Hij heeft de rollade gebraden, heeft een champignonsoepje gemaakt, twee groentes gekookt en een heerlijke Monapudding als toetje. Ze praten over hun leven. Kees over de dood van zijn vrouw, het vrouwtje over haar malaise. Ze heeft een turbulent leven achter de rug, waardoor er veel schulden zijn ontstaan. Ze is afgesloten van het gas, en maakt haar eten warm op een warmhoudplaatje. Ze heeft geen verwarming en wil uit principe geen hulp. Met de fooien die ze krijgt kan ze rondkomen. Kees vraagt haar om eens in de kledingkast van zijn vrouw te kijken daar hangt nog van alles. “En als u toch boven bent mag ik gebruik maken van mijn nieuwe badkamer. Je bent de eerste die er gebruik van maakt.” De vrouw gelooft het allemaal niet en knijpt zich in de arm. Is dit werkelijkheid of een droom.

Het is een mooie eerste Kerstdag geworden voor Kees en Truus, het oudere ‘vrouwtje’. Truus gaat met een hele garderobe aan kleding de deur uit. Het haar heeft ze in een vlecht gemaakt. Ze hebben hun eerste contact en niet het laatste. Op zaterdagavond komt Truus regelmatig even bij Kees langs, geen relatie, maar gewoon vriendschap. En Kees, Kees heeft een doel, hij helpt Truus met de financiële zaken, vraagt een uitkering aan en steekt ook nog wat geld in het huisje dat ze bewoond. Langzaamaan krijgt het ‘vrouwtje’ de zaken weer op de rit. Ze gaat nog wel steeds met haar boodschappentrolley naar de supermarkt, “want de klanten kennen me al lang en ze zouden me niet willen missen.”

Op tweede Kerstdag gaat Kees naar zijn moeder, hij heeft iets leuks te vertellen. Ook zijn moeder geniet en niet alleen van de kookkunsten van haar zoon.

*Kees en Truus zijn gefingeerde namen

350. Kringloopwinkel Habbekrats al in Kerststemming

Het is tijd om weer eens ’n keer bij de Habbekrats langs te gaan. Je weet het vast die fantastische kringloopwinkel aan de Lierweg 61 te De Lier. Eerst nog even wat boodschapjes doen en dan op naar de koffie bij de vrijwilligers.

Het is kwart voor tien als ik vanuit Delft aan kom in De Lier. De koffie staat al lekker te pruttelen in het keukentje. De kopjes staan op tafel en er liggen gevulde koeken. Ik val met mijn neus in de boter.

Om tien uur is het zover. “Koffie”, roept een van de vrijwilligers en van uit alle hoeken stromen de blauwshirts naar de centrale tafel. Een van de dames heeft iets te vieren en heeft de gevulde koeken meegebracht. De tafel is te klein voor het aantal vrijwilligers die die dag aan de slag zijn. Naast de mensen in de winkel zijn ook de mannelijke vervoerders aanwezig. De man die de controle doet van de apparatuur staat op een trapje en repareert nog even een lamp en schuift dan ook aan. Er gaan geen kapotte zaken de deur uit en als men het toch wil hebben, dan wordt de prijs daar aan aangepast.

Tijdens de koffie is het een heel gekakel. Er wordt gezellig gekletst en dat is ook wat mij steeds weer opvalt. De vreugde in de kringloopwinkel. Er zal best zo hier en daar wel eens een woordje vallen, maar doorgaans heeft men het er geweldig naar de zin. Een klant die binnenkomt mag aanschuiven, het is immers koffietijd. De tafel wordt wat groter gemaakt en iedereen mag erbij komen zitten. Misschien wel het belangrijkste van een kringloopwinkel, socializen. Wanneer er een man binnenkomt die spullen komt brengen verlaat men de tafel om even te helpen met uitladen, maar niet eerder uitladen voordat er is gekeken of wat men aanlevert en in het assortiment past. Want er zijn voorwaarden. Geen levensmiddelen, geen witgoed en geen reclamemateriaal.

De kringloopwinkel Habbekrats is sinds afgelopen maandag, 15 oktober, gehuld in de kerst. Waar ik zelf altijd verkondig dat de kerst pas komt na Sinterklaas, heeft men daar hier maling aan. Uit de opslag is men bezig geweest om dozen te legen. Kerstballen, kerststukjes, kerststallen, kerstfiguurtjes, kersthuisjes, kerstslingers, je kunt het zo gek niet benoemen of het is er. En de kleur, vraag er naar en men tovert het tevoorschijn. Dozen vol attributen die op de een of andere manier iets met kerst te maken hebben.

Even verderop zijn de dames bezig met kleding en schoenen. Alles moet netjes zijn, liefst gestreken. De rekken hangen vol met allerhande kleding. Mannen-, dames- en kinderkleding. Dan komt een van de dames mijn kant op, heeft een paar bruine Bugattischoenen bij zich. “Aadje, jij hebt toch maat 44?” vraagt ze. Ik beaam het. “Ik heb hier prachtige schoenen, een poetsbeurtje en je hebt je kerstschoenen al gescoord.” Ik kijk het even aan. “Wat moet dat kosten”, is mijn vraag. “Voor jou €7,50.” Ik pas ze en verdraait, het loopt als een trein. Bij de kassa probeer ik nog wat af te dingen, maar daar doen ze bij de Habbekrats niet aan. Het kost al bijna niets, dan moet je niet ook nog eens korting willen.

Even verderop vind ik een nog nieuw in het plastic verpakt letterspelletje. Nou wil het geval dat ik actief ben bij Taalexpress. Een kereltje van nog geen vijf jaar oud lees ik voor en dit is een mooie aanvulling op de voorleessessies. Inpakken en meenemen.

Een Jan van Haasterenpuzzel ligt me vragend aan te kijken. “Neem me mee”, zie ik aan de doos. Dat treft, onze buurvrouw gaat op vakantie en vindt het leuk om puzzels te leggen. Inpakken en meenemen.

Zo loop ik langs de schappen die zoveel mooie spullen herbergen, maar als ik het allemaal mee zou moeten nemen, zou ik mijn eigen kringloopwinkel kunnen beginnen. Heel even twijfel ik nog over een kerststal. Ziet er wel erg leuk uit, jammer dat het kindeke Jezus in een legoblokje ligt. Ik besluit het niet mee te nemen, als is ie gaaf.

Ook mijn lief heeft nog het nodige gevonden. Effen afrekenen en in de fietstas. Gepakt en gezakt rijd ik naar huis. In mijn achterhoofd wetend, dat er een vervolg zit aan het geld dat ik zojuist hebt gedoneerd. De goede doelen die straks weer worden verrast sponsor ik mee. Hoe mooi kan het zijn.

254. Kringloopwinkel Habbekrats al vijf jaar een begrip

Mijn lief is als vrijwilliger verbonden aan de Habbekrats. Een kringloopwinkel aan de Lierweg 61 te De Lier. Een goede doelen winkel. Zo’n vier- tot vijfmaal per jaar wordt er een fors deel van de opbrengst geschonken aan doelen uit de regio die het erg goed kunnen gebruiken.

De Habbekrats is zo’n vijf jaar geleden ontstaan vanuit een klein winkeltje in de kern De Lier naar een groot pand. Onder de tenniswinkel in De Lier huurt men een grote ruimte waar plek is voor heel veel en divers. Daarnaast heeft men een opslag naast het pand, waar mogelijk nog veel meer staat. Seizoengebonden komen de spullen vanuit de opslag richting winkel, maar ook worden ze aangeleverd door inwoners uit De Lier en omgeving.

De Habbekrats werkt louter met vrijwilligers, die met heel veel passie en liefde zijn ingedeeld op een dagdeel in de week. Inmiddels zijn dat er zo’n 50. Er zijn zgn. specials bij, zij doen bijvoorbeeld de kledinghoek, waar kleding wordt uitgezocht, bekeken en goedgekeurd voor een tweede kans, of die worden weggegooid als het niet die kwaliteit heeft die men voor staat bij de kringloopwinkel. Er zijn mensen die de boeken sorteren en bekijken. Klusjesmannen lopen er rond die de techniek onder handen nemen en er zijn chauffeurs, sjouwers. Maar over het algemeen heeft men een allround functie. Je mag doen wat je wilt. Je bepaalt zelf de prijs en stickert een artikel met daarop de maand van plaatsing en het bedrag dat de kringloopwinkel er graag voor wil hebben.

De maand die op het stickertje wordt aangebracht bepaalt hoelang een artikel in de winkel blijft. Elke eerste maandag van de maand stappen een aantal vrijwilligers de winkel in om te onderzoeken welke artikelen als winkeldochters kunnen worden aangemerkt. Deze verdwijnen. Soms naar een ander goed doel, Dorcas bijvoorbeeld, of als het helemaal niets meer is naar de stort in Naaldwijk.

Afgelopen zaterdag was ik er. Eén van onze buren heeft besloten om het huis in Schipluiden achter zich te laten en te gaan verhuizen. Als mijn eega hierop wordt geattendeerd krijgt zij de eerste keus voor boeken. “Misschien iets voor jouw mini-bieb”, had de buurvrouw gezegd. Als ze met de buurvrouw een afspraak heeft gemaakt om te komen kijken, treft ze een volle schuur aan met verhuisdozen. “Dit moet allemaal naar de kringloop”, geeft ze aan, “maar ik kan niet sjouwen en mijn man heeft het ultra druk.” Na het uitzoeken van wat boeken voor de minibieb, stelt mijn echtgenote voor om de dozen die middag naar de Habbekrats te brengen. Ze komt nog even bij ons binnenlopen en vraagt of ik wil helpen. Wanneer ik in de schuur van de buren kom, staat er een macht aan dozen, je kunt er de kont niet keren. Even een karretje halen en aanpakken.

De auto van overbuur is het eerst aan de beurt. Op enig moment echter is hun Renault helemaal vol. Ook onze auto wordt ingeschakeld. Ook die krijgt even een vrachtje en zo rijden we met twee auto’s achter elkaar aan richting De Lier. Daar aangekomen treffen we een grote groep vrijwilligers aan. De koffie is bruin en men keuvelt heerlijk aan de koffietafel. Klanten lopen er rustig rond en snuffelen. Als we binnenkomen en vertellen wat we bij ons hebben springt men direct op. “We ruimen de auto’s even uit”, zegt het opperhoofd van de Habbie. Mijn vrouw gebruikt deze afkorting als ze weer een heerlijk dagdeel heeft mogen werken in de kringloop. Binnen korte tijd zijn beide auto’s leeggeruimd en staan de dozen in het voorportaal. Het voorportaal is de ontvangstruimte van ingeleverde spullen. Dit voorportaal staat gigantisch vol met spullen die kort geleden zijn ingeleverd. Er is bijna geen doorkomen aan. Het zal hard werken worden om er een gaatje in te maken.

Voor mij is het even de gelegenheid om daarna een kopje koffie te drinken en een praatje te maken. Als we net zitten, komt een vrijwilligster van een ander dagdeel ook voor een kopje koffie, zij heeft gevulde speculaas bij zich. Koffiedrinken zonder iets lekkers erbij is geen lekker ‘bakkie’. Overigens staan ook de pepernoten al op tafel. Mijn lief stapt intussen met de overbuurvrouw door de winkel.

Vooropgesteld dat de opbrengst een belangrijk deel van het bestaansrecht heeft, is het sociale gebeuren binnen de Habbekrats van een even groot, of misschien wel van een groter belang dan het geld dat er binnenkomt. En zo tref je mensen aan die gewoon even aan komen wandelen, de winkel bezoeken, maar het ook fijn vinden om aan te schuiven bij de andere koffie- of theedrinkers. De wereldpolitiek wordt er doorgenomen, maar ook de plaatselijke ‘roddeltjes’ krijgen de aandacht.

Afgelopen maandag was het de eerste maandag van de maand en tevens de seizoenswisseling. Sinterklaas en Kerst komen eraan en daar moet de winkel op worden ingericht. Wel wat aan de vroege kant, maar je kunt maar de eerste zijn. Het hele jaar door wordt er gespaard om de winkel een metamorfose te geven. Gespaarde cadeautjes gaan de winkel in, maar ook alle kleuren kerstballen, kersthuisje, kerstversiering, kerstbomen, kersttafellakens, en anders shizzle rondom Kerst, worden de winkel ingereden. De sfeer wordt aangepast aan het jaargetijde. Met man- en macht wordt eraan gewerkt om de Habbekrats een nieuw uiterlijk te geven. Dat lukt niet in één ochtend, slechts 20% van de voorraad krijgt een plaatsje ergens in de rekken, op de tafels, of in een hoekje. Mocht je dus een ander versiering in huis willen halen dan ben je er van harte welkom, er staat meer dan genoeg en alles voor kleine prijsjes.

In november a.s. bestaat de Habbekrats vijf jaar. Reden voor een feestje. De gehele eerste week, met uitzondering van maandag en dinsdag staat de Habbekrats dan ook op z’n kop. Elke dag worden er activiteiten georganiseerd, met als afsluiting een grote feestavond voor de vrijwilligers bij de Tuinderij. Er wordt naar uitgekeken.

Nog even de openingstijden: woensdag t/m vrijdag van 09:00 tot 17:00uur. Op zaterdag van 09:00 tot 16:00uur.

Mocht u spullen hebben, waarvan u denkt dat het gerust een tweede leven kan hebben dan kunt u een afspraak maken om het te brengen of op te laten halen. Ook gekochte grote spullen kunnen worden thuisgebracht, kijk hiervoor op de website van de Habbekrats.

Nog nooit wezen winkelen in de Habbekrats? Moet je zeker een keer doen, Lierweg 61 te De Lier en….de koffie en thee staat er altijd gereed.

178. Kerstmis

Voor de 64e keer vierde ik gisteren en vandaag het kerstfeest. De geboortedag van Jezus. Voor velen zegt het niet meer dan een tweetal (vr)eetdagen. Voor mij heeft het ook nog wat meer betekenis.

In mijn jeugd was het anders al stond mijn moeder al wel de hele middag op die eerste kerstdag in de keuken. Het was thuis geen vetpot dus moest er op de kleintjes gelet worden. Mijn vader slachtte één van onze kippen die hij het hele jaar had vet gemest. Wij mochten helpen bij het slachten, tenminste wij mochten de kip vast houden als mijn vader met een bijl zijn kop er af sloeg. Van schrik liet je de kip lopen en als een kip zonder kip struinde zo’n onthoofd wezen over de werf. Het was zelfs lastig om haar weer te pakken te krijgen. De kip moest oer-schoon, dus zelfs het velletje ging er af.

Dezelfde dag kookte mijn moeder de kippensoep. Er was geen emotie om een voor ons bekend beest. Er werd heerlijk van gegeten.

Voor het hoofdgerecht stond standaard de rollade op de menukaart. Het wekelijks sukadelapje maakte plaats voor een mals stukje vlees in de vorm van die rollade. Verder werd het hoofdgerecht aangevuld met gewoon aardappeltjes,  boontjes en als delicatesse, gekookte peertjes. Als afsluiting kwam de gekookte pudding, in een geel bewerkte schaal gegoten, op tafel. Het flesje Tova-aardbeiensaus maakte het af.

We genoten met volle teugen van wat moeder had gemaakt.

Later toen we wat ouder waren en wij bijdroegen in het kostgeld kwamen er wat luxere dingen op tafel als een bakje ragout.

Tegenwoordig kan dit allemaal niet meer. Het moet luxer en fraaier, groter ook. Gourmetschalen vliegen over de toonbanken heen. Hier en daar wordt zelfs een traiteur ingehuurd of je laat de feestelijke maaltijd thuiskomen door de firma met de naam thuisbezorgd.nl. Ook cateraars doen goede zaken in deze tijd.

Kerstmis het moet een feest zijn van familie, vrede en gezelligheid. Een feest ook rondom de geboorte van het Christuskind. Huiselijkheid ook, behalve voor de medewerker van een van de 700 supermarkten die op eerste kerstdag hun deuren opent. Voor hen geldt: geen gezelligheid, geen huiselijkheid. Het economische staat boven het familiegebeuren. Het duurt niet lang meer of alle winkels zijn straks open op ook deze familiedag.

Cultuuromslag, elke dag is straks hetzelfde. Tradities en herinneringen blijven hangen, alleen nog bij hen die het ooit eerder hebben meegemaakt. Jammer maar ik zal er aan moeten wennen, al zal dat niet meevallen.

De kerststal zal bij mij elk jaar weer achter het luik vandaan komen, beeldjes zullen het verhaal van de oorsprong vertellen. Voor mij blijft kerst iets moois, iets dat we moeten koesteren. Niet weggeven, niet zonder aandacht wegzetten. Vieren en genieten van en met familie. Een vrolijk versierde kerstboom, de traditionele spelletjes na het diner. De kerstspecials op tv, liedjes die speciaal voor de kerst zijn geschreven en gemaakt. Geniet er nog maar een jaar van want voor je het weet, bestaat het niet meer.

Ik wens u een vredig en mooi kerstfeest toe.