342. Er is zoveel mogelijk bij de Tuinderij

Het was me het dagje wel. Op een zaterdag mag ik bij drie groepen aan de bak. Dit keer geen pauze. Start om 11:30 uur, einde 18:00 uur. En eten tussendoor? Dat wordt lastig. Ik werk vandaag met iemand samen die ik nooit eerder heb gezien. Ik ga het mee maken.

Wanneer ik om kwart over elf binnen ben, leg ik mijn broodje in the Fridge. Of ik er ook aan toekom, ik wacht even af. Dan komt mijn teamcaptain binnen. Partijleider noemt men dat bij de Tuinderij. Een kleine man, maar wel iemand die weet wat hij wil. We maken even kennis en ga dan direct aan de slag. De scootmobielen moeten naar een plek op het parcours, bij Plankgas door de Kas. Er staat er een met lekke band. Wanneer ik een ander naar de startplek rijd, lijk ik op een slak te zitten, of een schildpad. De andere scootmobiel rijdt beduidend beter. Dat wordt wat straks. Even twee reserve mobielen in de buurt en dan naar de groep. Het zijn apothekers van verder weg. Enthousiaste dames in de meerderheid en ook drie mannen. We starten met touwdouwen. Een Westlandse variant van touwtrekken. Een heerlijk spel waar het er fanatiek aan toe kan gaan. Ook hier. Een vrouwenteam dat tot driemaal achtereen wint. Krijgt plots een team van vijf tegen over zich, waar zij met twee zijn. Dan capituleren zij.

We gaan door naar het volgende spel. Het sumoworstelen. Ook hier een fanatieke groep, leuk fanatiek. Na het zware pak aandoen, de beschermende hoofdkap op. Even de begroeting, een buiging naar elkaar, de oerkreet en dan worstelen. Sommige liggen al direct naast de mat. Anderen bedenken een strategie en lopen hard in het rond. Het gaat er stevig aan toe, zo stevig dat een van de dames afklopt en even moet bijkomen van de inspanning. Het blijft grappig om te zien hoe men elkaar te grazen wilt nemen. Na de inspanning even een kopje koffie of thee, om daarna direct door te gaan naar Plankgas door de Kas.

Bij Plankgas door de Kas legt men met een scootmobiel een parcours af. Er liggen twee gespiegelde circuits. Men rijdt met een groep tegen elkaar. Het is in estafettevorm, waar onderweg van jas en cape moet worden gewisseld en dan door. Onderweg is het een bal in de basket gooien en/of ringsteken. Wat ik al vermoed, de ene scootmobiel rijdt harder dan de ander en dat blijft niet onopgemerkt. Ik stel voor om na de tweede heat te wisselen van parcours. Dan blijkt dat ik gelijk heb. Helemaal als na drie rijders ook de langzaamste scootmobiel er helemaal mee ophoudt. Gelukkig staat er een reserve mobiel.

Na Plankgas naar Je kunt de Pot op. Een race op een wc-pot waarbij er zoveel mogelijk positieve ‘wc-rollen’ moeten worden gedeponeerd op de stok van jouw kleur. De wc-rollen hebben positieve en negatieve punten. Uiteraard zet je de negatieve bij je buurman. Er wordt vals gespeeld, maar dat is bekend. Het gaat er spannend aan toe. Na vier rondes worden de behaalde punten bij elkaar opgeteld. Een geweldig leuk spel, waar men met veel plezier aan terugdenkt.

De prijsuitreiking maak ik niet mee, want de volgende groep staat al klaar. Een combinatie van Nederlandse en Poolse werknemers van een bedrijf. We starten met levend tafelvoetbal. De Poolse werknemers tegen die uit Holland. Men gaat er flink tegenaan en deinst er niet voor terug om elkaars benen te raken. Er wordt bij gelachen en zolang dat gebeurt is alles toegestaan. De Poolse spelers staan al snel op voorsprong en lopen uit naar 10 – 4. Dit is ook de eindstand. Een tweede potje gaat tussen Poolse dames en Nederlandse. Ook hier zijn de Poolse net wat fanatieker dan die uit Holland. Er wordt in het Pools geschreeuwd. Ik kan er weinig van volgen. Dat er inspanning is gepleegd, blijkt als men met een bezweet hoofd uit de ‘kooi’ komt. Even een bekertje fris en door.

Ook voor deze groep Plankgas door de Kas en Je kunt de Pot op. Er wordt bij beide groepen gestreden en ook hier valt op dat de Ferrari scootmobiel veel harder gaat dan de Lamborghini. Niet eerlijk en dus ook hier een changé. De dames uit het gezelschap moedigen de mannen hartstochtelijk aan. ‘Dajesh, dajesh’ hoor ik de Poolse vrouwen roepen. Ik help hen en schreeuw mee, het is tenslotte mijn groep, ik ben hun teamcaptain. En we winnen. Nog even een fraai plaatje en dan naar de Pot op. Ook hier is valsspelen niet van de lucht. Er wordt ongeoorloofd gewisseld met rollen. Waar ik mensen altijd vertrouw moet ik mijn idee bijstellen. Zelfs, of misschien wel meestal de mannen in pakken, sjoemelen het meest. Na afloop is het diploma uitreiken, maar ook hier niet voor mij. Ik word door de volgende partijleider al weer opgeroepen te komen helpen.

Hier een huwelijksjubileum. 60 jaar bij elkaar. Dat is een mooie tijd. Tijdens mijn trouwpartijen zou het een mooi voorbeeld kunnen zijn. Er zijn veel ouderen aanwezig. Ze zitten in de Breedkapper, een term uit de tuinbouw. Zoals veel begrippen uit de tuinbouw komen bij de Tuinderij. Het kopje koffie met de lekkerste appeltaart is zojuist naar binnen gewerkt als wij samen binnen komen lopen. Na een woord van welkom nemen we de voltallige groep mee naar Plankgas door de Kas. Voor de ouderen halen we even wat stoelen zodat ze de verrichtingen van hun nazaten kunnen volgen. Ook hier gaat het er gedreven aan toe. Niet iedereen is er ook echt op gekleed. Dames met korte rokjes hebben het lastig. Hoe ga je zitten? Hier en daar moet het rokje even naar beneden getrokken worden. Een kousenband die een van de dames om heeft is ze al snel kwijt en hangt om haar enkel. Het haar zit op z’n netst waardoor een leren mutsje op niet echt gewild is. Dan maar meevoeren in het mandje van de scootmobiel. Ook hier een tussenwissel van mobielen. Wanneer je even niet kijkt ‘vergeet’ men de rotonde mee te nemen. Aanmoedigen blijft leuk, maak er iets geks van en het lukt. Even probeer ik de bruidegom over te halen om met zijn lief een rondje te maken, maar daar begint meneer niet aan. Er wordt een foto gemaakt van de hele groep als ook de aanhanger is aangekoppeld. Dat wil het bruidspaar ook wel, een foto maken.

Dan wandelen we op het gemak naar Je kunt de Pot op. De tribune wordt door de oudere generatie bezet. De jeugd speelt het spel en sjoemelt. En niet zo’n beetje ook. Maar het mag, de ogen worden dichtgeknepen als men bij de ander de rol met de hoogste waarde onder van de stok haalt terwijl er al meerdere boven op staan. Na driekwartier is het feest over en gaat men naar het eten toe.

Met de partijleider vegen we het parcours weer stro vrij. Dan gaan we de prijzen uitreiken. Bij de Breedkapper krijgen we de aandacht. De partijleider mag het diploma scootmobiel rijden uitreiken, voor mij is het de grootste sjoemelaar van de Pot op die ik naar voren mag halen. Met een groot applaus nemen we afscheid, nadat we een aardigheidje hebben gekregen. Het is klaar.

Het is inmiddels half zeven geworden en de trek is er inmiddels wel. Ik klok mezelf even in en uit in het registratiesysteem, neem een hap van een broodje en drink een biertje. Mijn vrouw heeft geappt hoe laat ik naar huis kom. Het eten staat te verpieteren. Maar als het leuk is kijk je niet op een paar minuten. Ik neem afscheid en laat op nadrukkelijk verzoek van de partijleider het opruimen van de scootmobielen aan hem over. Het is genoeg geweest.

De Tuinderij, een evenement op zich, waar zoveel mogelijk is. Niet alle activiteiten heb ik benoemd, kijk daarvoor op hun site. www.detuinderij.nl

305. “Mogen we een veursnaappering”

Oververmoeid kom ik thuis. Wat een heftige dag. Dit is werken. Maar soms ga je het ook gewoon leuk vinden, werken. En moe, nee hoor echt niet. Vandaag ben ik ingeroosterd geweest bij de De Tuinderij.

Om halftien trilt mijn telefoon in de broekzak. ‘De Tuinderij, vertrek over vijf minuten….’ geeft de display aan, ‘het is niet druk’. Ik haal de batterij uit de lader en plaats deze in mijn fiets. Wanneer ik net op weg ben word ik door twee wielermaten geroepen. “Rijdt met ons mee”, zegt een van hen. Maar zij staan in professionele outfit met hun racefiets in de hand. “Deze keer niet mannen, ik moet aan het werk.”

Windje tegen fiets ik langs de Zijde richting de Tuinderij. ‘Dat wordt wat vanmiddag op de solex met windje tegen.’

Aangekomen bij de uitspanning is het nog rustig, er wordt gestofzuigd, de planten krijgen water, de stofdoek neemt nog het laatste restje stof weg. Het moet er altijd spic-en-span uitzien. Eenieder heeft daar ook een taak in. Vanuit een van de huiskamers hoor ik een hoop geroezemoes. Ik kijk even om een hoekje. ‘Zo dat zijn veel vrouwen’, gaat er door mijn hoofd. Het onderwijzend personeel van een basisschool heeft hun eerste vrije dag van de meivakantie goed besteed en gaat team builden. 28 vrouwen en twee mannen. Ik geloof nu ook, maar weet eigenlijk zeker, dat er maar weinig mannen werkzaam zijn in het lager onderwijs. De dames en heren zitten aan de koffie. Het is een druk gebeuren. Ik houd me afzijdig.

Als ik terugloop naar de ingang kom ik mijn maatjes Tom en Emiel tegen. Zij zijn mijn inspirators voor die dag. “Wat wordt er vandaag van me verwacht?”, vraag ik hen. “Aad, je mag ‘Plankgas door de kas’ begeleiden.” Ik heb geen flauw idee wat het inhoud. “Loop maar even mee”, geeft mijn maatje Tom aan. “Je hebt toch weleens scootmobiel gereden?”, vraagt hij mij. Nee, gelukkig heb ik die behoefte nog niet. “Het kan nooit fout”, zegt hij. Hij haalt het sleuteltje van de spijker, steekt deze in de scootmobiel en met twee handels bedien je het hele apparaat. “Simpel?” Ik haal ook een sleutel van de paal en stap op. Het is net MUS-rijden, alleen gaat het wat langzamer. We rijden even het parcours over ter verkenning. “Ik doe straks de uitleg als de groep er is”, zegt Tom. Ik maak even gebruik van het feit dat er nog niemand is en vraag hem een foto te maken. Als ik deze op Facebook heb geplaatst krijg ik de nodige commentaren. Het maakt mij niks uit.

Als de dames en heren officieel zijn welkom geheten krijg ik een groep mee voor de activiteit die men mij heeft toebedacht. Ze kunnen niet stil zijn en kwekken aan een stuk door. Ze mogen hun eigen team maken en op twee banken plaats nemen. Hierna volgt de uitleg. Er wordt gewoon door de uitleg heen gekwekt. Wie zei er dat de kinderen niet stil kunnen zijn? Na de uitleg mag het eerste parcours worden verreden. Jasje en cap overgeven en dan de volgende. Het is een estafette maar dan met leren jassen. Daar gaat de eerste van start. Hij brengt het er redelijk van af. Ook de dames beheersen de stuur’vrouws’-kunst. Als de man nog eenmaal mag gaat het helemaal fout. Hij ramt met zijn scootmobiel eerst een bromfiets bijna de ruit door naar buiten om even later twee grote planten omver te rijden. De poes die rustig op de strobalen ligt te slapen, springt van schrik omhoog en vertrekt met de staart tussen de benen. Dat gaat lekker. Door deze manoeuvres verliest men veel tijd en ook de wedstrijd. Maar wat blijft men fanatiek. De scootmobieler wordt vooruit geschreeuwd, aangemoedigd en opgejaagd. Leuk om te zien.

Na een tweede parcours is het tijd voor wisselen. De mensen die ‘Je kan de pot op hebben gedaan’, komen nu voor mijn activiteit. Maatje Emiel komt mee en legt e.e.a. uit. Ook nu een gekrakeel van heb ik jou daar. Nog fanatieker dan de eerste groep schreeuwt men elkaar naar de eindstreep om echt klaar te staan voor de jassen- en cap-wissel. De mobieltjes snorren als men op de scootmobiel langs komt. Wat is dit leuk. Het enthousiasme is geweldig. Ik blijf ze aanmoedigen, al wetend dat het onbegonnen werk is. De tegenpartij is al een mens verder. Na driekwartier is het tijd en wordt men terugverwezen naar de kantine. Hier vindt de diploma-uitreiking plaats voor ‘Plankgas door de kas’ en ‘Je kan de pot op.’ Met een natte rug gaat het onderwijzend personeel aan de lunch. Men heeft het geweldig gevonden.

In de middag een solexrit. PAZO18. PAZO18 staat voor vader en zoon 2018. Zoons, studenten aan de universiteit Delft, hebben hun vader uitgenodigd om een activiteit te doen. En wat is er mooier dan gezamenlijk te gaan solexen. Vaders met bravoure, maar ook zoons die daar niet voor onder doen. Na een kledingmetamorfose staat men achter de solex. De solexen die tussen de middag al in het gareel zijn gezet. Een van de vaders haalt meteen zijn solex uit het gelid en gaat er alvast opzitten. Hij was meer keren ondeugend.

Na de uitleg, de oefenronde. Dan komt het nodige commentaar. “De mijne rijdt niet hard.” “Het kabeltje van het gas blijft hangen.” “Ik moet de hele tijd meetrappen.” “Ik dacht dat we gingen solexen, maar ik moet blijven fietsen.”, “Ik krijg de motor niet op het voorwiel.” Ja, de mannen hebben meer commentaar dan ik doorgaans gewend ben. Voordat we weg kunnen is het eerste kwartier al voorbij. Wij rijden met 15 zoons en 15 vaders, dat is een behoorlijke groep en voor je dan echt goed op weg bent, dat duurt wel even. Sommige vaders hebben geen flauw idee waar ze zich bevinden. En zo komt er regelmatig een vader vragen waar we zijn. Maar ook zoons kennen wel de weg, maar waar deze zich bevindt is men onwetend. “Ik wielren hier vaak, maar weet niet hoe het hier heet.”

We gaan na drie kwartier af op de eerste stop. Het Raadhuis Schipluiden. Hier nuttigen we de koffie. Na een klein half uurtje rijd ik hen via het viaduct over de A4 richting Kruithuisweg. Dan eroverheen. Met een fikse tegenwind valt dat niet mee. Het is meetrappen en al het gas geven dat je hebt. Dan via Akkerleven over de Trambrug naar Hoeve Bouwlust. De volgende stop. Nadat men allemaal een drankje heeft besteld, vraagt een van de studs of er ook een ‘veursnaapering’ mogelijk is. Heel even kijk hem aan. “Zoals wat?” “Bîtterballen”, zegt hij, “Twee of drie de man.” Bij Hoeve Bouwlust is men niet moeilijk en er is tijd, dus de frituur gaat aan. Even later doen de snacks de ronde. Ik spreek met de organiserende student af dat hij een stukje vooruit mag rijden om het gezelschap te filmen. Met moeite houd ik de groep tegen, zodat men ook een leuk filmpje kan maken. Als we even later op een brede weg rijden, gaan de gashandels open en rijdt men mij voorbij. Waarschuwen helpt niet, als ongehoorzame kleuters racen ze links en rechts voor de troep uit. Een begeleidende medewerker op de bromfiets moet haast maken om de groep weer bij elkaar te halen. Wanneer ik even later weer vooroprijd, blijken het zoons, maar ook vaders die me links en rechts hebben ingehaald.

We gaan terug naar de stal en de solexen krijgen hun plekje in de stalling. De probleemsolexen krijgen een aparte plaats. De mannen van het technisch onderhoud hebben ook weer iets te doen. Nog even een enthousiaste foto voordat de mannen Delft onveilig gaan maken. Ze gaan er eten in de stad en “lekker drinken”, zegt een van de studenten. Eerdaags hebben ze een MAZO18 dag. Dan mogen de moeders op komen draven voor een activiteit. Waar, dat weet hij nog niet.

Tegen zes uur ben ik weer thuis. Mijn lief is vertrokken naar de Utrechtse rommelmarkt i.h.k. van Koningsdag. Bij mij gaan de schoentjes uit en mijn benen op de bank. Het is genoeg geweest.