379. Nog één keer “Ik Beloof Niks”

Nog één keer mogen we gaan kijken op 19 maart 2019. Nog één keer mogen we genieten, dan is het over en sluiten maar en opnieuw gaan brainstormen. Bijna 170 keer beloofde René helemaal niks in zijn 3e theatershow “Ik beloof niks”. Hij streepte de woorden wel door. Ondanks het feit dat er niks werd beloofd, stroomde de theaters vol. Nu komt er een einde aan. Waar het in Theater Diligentia begon, eindigt het in de Veste in Delft, een klein beetje zijn voormalig thuis. Soms vraag ik me af: Hoeveel mensen hebben de theatershow gezien? Hoeveel mensen vonden het zo leuk dat ze een tweede of zelfs een derde keer een plaatsbewijs kochten. Het is een ontzettend mooi anderhalf seizoen geweest. We hebben er van de zijlijn van mogen meegenieten. Het is niet altijd rozengeur en maneschijn geweest. Het is echt niet altijd halleluja geweest. Maar dat hij er van heeft genoten is zeker.

Buiten een prachtige en humoristische show geeft René in zijn optreden een boodschap mee. De etalage van de mens. Bij zichzelf blijvend fascineert hij zo’n 90 minuten lang zijn publiek. En dat het een successhow is geworden blijkt als hij ook nog wordt genomineerd voor Neerlands Hoopprijs. Ook dat is een geweldige opsteker geweest. We leven met hem mee en als hij je dan stiekempjes vertelt dat de nominatie er aan zit te komen, wil je het van de daken schreeuwen. Maar nee, er ligt een embargo op.

Zevenmaal ben ik bij hem wezen kijken. Waaronder een van de eerste try-outs, de première, een tussentijdse in Delft, Maassluis, Rijswijk, Vlaardingen en de finale ga ik kijken, wederom in Delft. Steeds opnieuw zie ik hem sprongen maken. De try-out haalt het bij lange na niet met die keer dat we erbij waren in bijvoorbeeld Vlaardingen. Bijzonder is het als je in de garderobe wacht en je ziet zo’n 650 mensen geduldig afwachten tot men naar binnen mag. Naar binnen voor jouw zoon.

Naast René zijn er nog meer mensen die het altijd hebben zien zitten in deze theatershow. Het theaterbureau De Mannen, Laurens Krispijn de Boer, zijn regisseur, maar ook de mannen van de techniek, Ramon, Geo en Sam van RR-Works. Mensen waar René mee kan lezen en schrijven en vrienden van hem zijn. De laatsten neemt hij vaak in de maling als hij niets te doen heeft en live van uit het theater te volgen is. Wie het ook in hem hebben zien zitten zijn de programmeurs en theaterdirecteuren. Ook daar ben je volledig van afhankelijk. Zien ze het niet in zitten, dan kom je niet aan de bak.

Veel theaters waren uitverkocht en dat waren niet de minste. Het Oude Luxor met 950 mensen, maar ook tweemaal de Kleine Komedie, om er maar een paar te noemen. Verscheidene keren werd de boeking in een kleine zaal omgezet naar de grote. Dat zegt iets over de populariteit. Of is het de nieuwsgierigheid van het publiek. We volgen uiteraard zijn posts op Instagram, Facebook, Twitter of zijn ge(de)monteerde stukjes die hij op You-Tube zet. De vele leuke reacties van zijn toehoorders zijn grappig, lief, humoristisch of soms gewoon schandelijk. Hij beantwoordt bijna elke reactie, bijt van zich af of maakt er weer een grap van. Ik neem er mijn petje voor af.

Toch zijn er nog altijd mensen die hem niet kennen als ik zijn naam noem. Als ik dan zijn foto laat zien, komt er soms wel en soms geen herkenning. “Oh, die rooie”, zegt men dan, of “nooit van gehoord”. Je zou hem ook kunnen kennen van die hardloopApp, of mannenziek, of Voetballen tegen Loosduinen.

We mogen nog een keer en eenmaal binnen ga we er weer voor zitten. Worden we herkend als zijn ouders, geloven mensen alles wat hij zegt? Maar wat is waar en wat totaal niet. Verrassend als iemand die meent ons te kennen, zegt: “Jullie zijn toch helemaal niet zo?” We moeten er om lachen. Wij zijn zijn echte ouders en niet die theaterouders, al zitten er best waarheden ook in de theaterouders. Welke? Daar mag je naar gokken, die geven we niet prijs.

Na Delft even niks, nou ja, niks, opnieuw schrijven, fantaseren, brainwashen en uitproberen. Niet niks als je te horen hebt gekregen dat je voor het volgende seizoen 110 keer aan de bak mag en er nog geen letter op papier staat. René kennende werkt hij het lekkerst onder spanning. Dat geldt tenminste bij het schrijven van. Eenmaal op de planken gaat hij altijd voor een 11. Dat is in zijn vak als cabaretier zo, dat was ook op school al zo. We hebben best onze twijfels gehad. ‘Stap in een gewoon vak’, maar zagen ook dat dit is wat hem een boost geeft. Spanning om hem heen, nooit op de automatische piloot. Improviseren, adequaat reageren, discussie voeren. Het ligt hem. Wat hem niet ligt is tegenslagen, negativiteit, daar kan hij moeilijk mee omgaan. Dat merken we als hij bij ons aan de bel trekt. Maar ook daar haalt hij weer energie uit om het nog beter, nog spannender te doen, dan dat hij al doet.

Bijna 170 keer reed hij alleen naar een voorstelling, om er tussen 200 en 950 mensen te ontmoeten, te amuseren en te verblijden, om daarna weer in zijn eentje huiswaarts te gaan. Wij hopen altijd maar dat het goed gaat. Dat er onderweg niets gebeurt. Het blijft toch je kind.

Nog één keer, dan is het over. We zullen genieten. Hem feliciteren met het behaalde resultaat. Wij hebben kaartjes voor de laatste keer. Ik kan het niet mooier maken, ze zijn verder uitverkocht. U zult moeten wachten tot oktober wanneer hij zich wederom zal verbinden aan zijn publiek. Ik denk, dat als je een kaartje wilt bemachtigen voor de vierde show, er bijtijds bij moet zijn. Ik ga nog één keer genieten van deze: “Ik beloof niks.” Toi, toi, toi.

306. 700 bezoekers in een uitverkochte Rijswijkse Schouwburg

Naar mate René met zijn theatertour meer in de buurt speelt worden wij daar ook meer bij betrokken. Mensen die kaartjes hebben gekocht voor een van zijn optredens schieten ons aan. We krijgen de complimenten. “Wat hebben we genoten.”. “Wat is ie gegroeid.” “Wat zit er een mooie boodschap in zijn show.” “Van wie heeft het?” Veel van de opmerkingen kunnen/moeten we bevestigend beantwoorden. Sommige vragen beantwoorden we ook. Maar soms ook komen er opmerkingen waarbij men niet helemaal begrijpt hoe het eigenlijk of werkelijk zit. “Hij doet altijd iets over jullie, wat vinden jullie daar nu van?” “Je werd weer behoorlijk te kakken gezet”, tegen mijn lief. “Is het allemaal werkelijkheid wat hij over jullie doet.” We lachen erom. Thuis is hij onze zoon, op het podium zijn wij zijn theaterouders. In het begin hebben we het er best lastig mee gehad, mijn lief meer dan ik. Maar we zijn er aan gewend geraakt. En zolang hij succes heeft met de grappen over ons is dat voor ons geen probleem. We kennen hem, door en door, en weten ook hoe hij van ons houdt. Nooit zal hij ons, de werkelijke ouders, te kakken zetten.

Wat we ook vaak te horen krijgen is: “Gaan jullie altijd mee?” of “Je hebt voor vanavond toch ook wel kaarten.” Mensen vragen ook of we moeten betalen voor een voorstelling die we bezoeken van René. En sterker nog: “Kan je voor ons geen kaartjes regelen.”

Een fenomeen is ook dat we foto’s toegestuurd krijgen als er iemand met hem op de foto is geweest. Men probeert spontaan Facebookvriend te worden met mij. Onbekenden die daar een verzoek toe doen. “Waarom”, vraag ik me af. Het blijven toch vreemde gebeurtenissen.

Toevallig waren we erbij in Delft. Daar waren bekenden, of vage kennissen die je dan op de schouder tikken. “Het was gaaf.” “We hebben genoten.” “Jullie kunnen trots zijn.” “Is ie thuis ook zo grappig?” Mensen die ons normaal niet groeten komen ineens een praatje maken, om de volgende dag het hoofd weg te draaien als je ze tegenkomt. Het blijft een vreemde wereld.

In Naaldwijk waren we er niet. “Waarom niet”, vraag een buurtgenoot, “hij is zo dichtbij.”. Ach je kunt niet alle shows volgen. En ook wij hebben ons eigen leven, met alles wat er omheen hangt.

Vanavond speelt hij ‘Ik Beloof Niks’, ‘één van zijn laatste solotour shows van dit seizoen. De Rijswijkse Schouwburg is ‘the place to be’.

We zijn erbij. We genieten. Zijn trots op wat hij op het podium van de theaters neer zet. Ik weet hoe ’n moeite het kost om zo’n show te maken, we krijgen het regelmatig van hem te horen. Grappig zijn is niet altijd even makkelijk. Het kost moeite en er zijn avonden dat het niet loopt zoals het moet lopen. Het publiek maakt wel degelijk deel uit van zijn show, je kunt zo rad van tong niet zijn, als men niet meedoet, maakt hij er ook niets van. Er zijn avonden geweest dat hij meer ziek dan beter was, waar de zaal het niet heeft gemerkt. Maar de show must go on. Er werd gespeeld en ook de derde helft liet hij zich van zijn beste kant zien. Want eens een artiest, altijd een artiest. Je kunt het geloven of niet, maar het podium is zijn thuis, meer nog dan zijn eigen appartement.

Het wordt vanavond opnieuw een feest, dat weet ik zeker. Mensen op het dorp, kennissen en familieleden hebben al aangegeven er vanavond bij te zijn. Bijna 700 genieters die bij ‘onze’ René komen kijken. Het is machtig. Vol trots bezetten we twee plaatsen en genieten opnieuw mee met wat we al een aantal keer hebben gehoord en gezien, maar het verveelt niet.

Voor wie gaat kijken wens ik een hele fijne en leuke avond toe.

269. Wat nou ‘Ik beloof niks’, het was top, supertof

Het was spannend afgelopen zaterdag. René heeft zijn première van zijn nieuwe voorstelling: ‘Ik beloof niks’. Ik was zelf al een keer bij een try-out gaan kijken. Maar toch, een ander en groter theater, een paar weken verder, veel meer en ander publiek. Allemaal factoren die een invloed kunnen hebben op zo’n voorstelling. Voor mijn lief is het volledig nieuw. Soms krijgen we de vraag of we bekend zijn met wat hij doet of voorbereid. Dat zijn we niet. Af en toe krijgen we wel iets mee, maar doorgaans doet hij alles zelf, in samenspraak met, deze keer, zijn theaterregisseur Laurens Krispijn de Boer.

Er is op bewuste zaterdag van alles aan de hand, Sinterklaas komt in het dorp, maar er is die avond ook de finale van Cameretten 2017. Ook Sara Kroos heeft haar première van haar voorstelling ‘Zonder verdoving’. Mogelijk een reden dat er geen belangstelling is van de pers en daardoor ook geen waardering voor de show van uit de nieuwsmedia. Al is het eigen publiek misschien nog wel veel belangrijker voor de waardering. Uitverkochte zalen is ook een waardering.

Twee avonden achtereen is René stijf uitverkocht in theater Diligentia. De programmeur heeft het aangedurfd om hem voor twee avonden te boeken. Dat getuigt van vertrouwen, maar ook van lef. Het drietal, Laurens, Ramon, zijn vaste technicus, en René, nemen op vrijdagmiddag bezit van het theater. Alles moet perfect, er mag niets aan het toeval worden overgelaten. Het moet top zijn niet alleen op vrijdag maar nog meer op zaterdag.

Op vrijdag, tijdens zijn voorstelling krijgen wij al lovende reacties op onze telefoon. Kennissen zitten in het theater. ‘Geweldig’, ‘subliem’. Na afloop nog even een fotootje met René. De volgende ochtend vroeg hebben we contact met onze oudste. Het is heerlijk verlopen, gisteravond. Goed gespeeld, fijn publiek en een enthousiast applaus. Dat belooft wat voor zaterdagavond.

Op zaterdag gaan we ruim op tijd weg. We willen wat gaan eten en dan door naar de voorstelling. Met de auto richting Brasserskade en daar op tramlijn 1 richting Scheveningen, om er bij Kneuterdijk uit te stappen. Inmiddels hebben we contact gehad met onze jongste. We gaan gezellig met z’n drieën eten. Na het eten nog ergens een kopje koffie en dan door naar het theater.

Bij het theater aangekomen zijn we vroeg. Ook de echtgenote van de technicus ontmoeten we. Zij heeft haar twee kinderen meegenomen. Bij binnenkomst heeft René ons direct in de gaten en worden we spontaan door hem begroet. We halen gelijk de kaartjes op en kijken even in de zaal. Daar komen we Ramon en Laurens tegen. Als het dochtertje van de technicus aan René vraagt hoeveel stoelen er in de zaal staan, laat hij haar gokken. “80”, zegt ze. “Nee 450”, zegt René. Heel even schrikt ze. Omdat ze niet bleu is en graag zelf ook op de voorgrond staat, wordt haar gevraagd of ze zou durven optreden in zo’n zaal. Ze is overigens pas tien jaar. Dat durft ze en haalt een briefje uit haar zak, waarop haar huiswerk staat. Ze doet even een vertaalquiz om af te sluiten met een goocheltruc. “Ik heb niet eerder zo’n relaxte laatste voorbereiding gehad op een voorstelling”, zegt René. Even later is hij weg, weg voor zijn echte voorbereiding.

Wij verlaten de zaal om even later opnieuw als bezoeker de zaal in te gaan. Als we aan een tafeltje staan komt er iemand bij ons staan. Ze kent ons oppervlakkig en vraagt van wie onze jongens het talent hebben. Dat zit ergens in de genen, van wie exact is niet te zeggen. Ik schreef er eerder een blog over.

Als we onze plek hebben ingenomen word ik aangesproken door een oud-dorpsgenoot. “Je bent zeker wel trots”, zegt hij. Ik beaam het. Er vindt nog even een gesprek plaats. De man naast me luistert mee en vraagt op een gegeven moment of ik de vader ben. Ook dat beaam ik.

Dan gaat het licht uit en hoor ik René praten. De show is begonnen. Ook dit keer schrijf ik niets over de inhoud van de voorstelling. Het is verrassend en niet iedereen heeft echt in de gaten wat echt is en wat niet. Hij maakt een mooie metafoor tussen een winkel en magazijn en de mens met zijn eigenheid. Mooie voorbeelden en beeldspraak. Hij geeft er een boodschap in mee en geeft zich bloot.

Terwijl hij al speelt komen er nog steeds mensen binnen wandelen. Dat gaat niet bepaald geruisloos. Het publiek, maar bovenal de cabaretier wordt erdoor gestoord. Even later gaat iemand op het gemak een zak chips leeg zitten eten. “Dat stoort, beste mensen.” Als je geconcentreerd moet spelen word je hierdoor echt uit je concentratie gehaald. Heb respect, ga op tijd van huis en laat je etenswaren thuis evenals je telefoon, calamiteiten uitgezonderd. Maar zet ook die devices uit en probeer niet stiekem een foto of zelfs een filmpje te maken van het product van de spelende artiest.

De voorstelling gaat geweldig. Momenten van hartelijke lach, een tussentijds applaus maar ook een uiterst geconcentreerde stilte. Men wordt meegenomen in een hele goede voorstelling.

Ook deze keer eindigt de voorstelling weer met een geweldig staand applaus. Hij heeft het naar mijn mening weer perfect gedaan.

We blijven even in de zaal hangen terwijl het theater leegloopt. Er is uiteraard een dronk op de première. Een toast op een fantastische voorstelling maar ook op een hele leuke en mooie tour voor de rest van het seizoen. Er zijn hele gave woorden vanuit zijn impresariaat, De Mannen. Er zijn bloemen, niet alleen voor hem, zijn regisseur en zijn technicus maar ook voor ons. Ook wij worden gefeliciteerd. Dat is dan alleen omdat we hem op de wereld hebben gezet, want meer hebben we er niet aangedaan.

Dan naar boven. In de foyer van het theater drinkt het publiek nog een drankje. Sommige mensen wachten op de komst van René. Er wordt druk gepraat over de voorstelling. Ook wij worden daarin betrokken. Stukjes uit de voorstelling die op ‘ons’ van toepassing zijn worden duidelijk aangehaald. Soms kan men het niet scheiden. ‘Gaat het om zijn echte ouders of zijn het nep-berichten.’ We worden daar vaker over aangesproken.

Het is tijd voor een drankje, mijn jongste broer is er met zijn hele gezin. Leuk. Daar sluiten we aan. Ook hier gaat het gesprek over de topsport die René zojuist heeft bedreven. Want topsport is het. Ga maar eens ruim anderhalf uur op het podium staan en vertel en houdt het publiek bij de les maar doe dat ook nog eens boeiend. Voor mij is het gelukt, voor mij heeft hij Olympisch goud gewonnen.

René zwerft inmiddels tussen het publiek. Er vinden omhelzingen plaats zie ik vanuit een ooghoek. Knuffels ook en kussen. Hij wordt gefeliciteerd met het behaalde resultaat. Gaaf om te zien. Dat doet me wat. Iedere ouder is trots op zijn kind, maar ‘ons’ kind is toch altijd wel specialer. Dat zal iedereen zeggen en dat is niet meer dan normaal.

We hebben afgesproken om met René mee terug te rijden naar Delft. Hij blijft vannacht bij ons slapen en morgen ontbijten. Het loopt bij hem uit. We besluiten om met mijn broer mee te rijden terug naar Delft, maar niet eerder dan dat ik van programmeur Frank Heijman twee posters van de theatershow heb ontvangen. In de ex-kamer van René thuis, hangen alle posters van zijn programma’s, daar hoort deze ook tussen.

Om halftwee zijn we thuis. Even later schiet René binnen. Nog even een afterdrankje en dan slapen.

De volgende morgen is het om negen uur alweer dag. Het ontbijt staat op tafel en ook onze oudste is beneden. Het wordt een lummeldag, lekker nietsdoen, de cooling downdag. Een beetje Jan van Haasteren, onze hobby met legpuzzels. Lekker keuvelen, bankhangen en genieten van gisteravond.

Na het avondeten gaat hij René terug naar waar hij vandaan kwam, Amsterdam. Even een weekje rust, even een weekje opladen voor de voorstellingen die komen gaan. Het was top, supertof. We mogen trots zijn en dan niet alleen op hem, maar even zo goed op nr. 2. Want hij doet het net zo goed, al zijn we daar wat minder direct bij betrokken. Machtige kinderen hebben we. We zijn echt dankbaar en trots.

257. René toert met ‘Ik beloof niks’

Ik mocht een voorstelling mee met René. Hij is bezig aan z’n try-out voor zijn derde theatershow. De titel is ‘ik beloof niks’. Ik ben heel erg benieuwd wat er dit keer uit zijn koker is gekomen, heb er nog niets van gezien of gehoord, ook niet van de jongste, die al eerder een keer is meegegaan.

Om even halfdrie wandel ik vanaf huis naar Ramon, de technicus van de theatershow. Hij is een goede vriend van René en is een dorpsgenoot. Ik stuur hem al vast een Messenger berichtje dat ik er aan kom. Hij stuurt me een bericht terug dat hij net in de auto is gestapt. We gaan in een cirkel achter elkaar aan en missen elkaar. Wanneer ik een volgend tekstje heb gestuurd komt hij aanrijden. Het is direct een warm welkom, ook al omdat we elkaar al langere tijd kennen en het volste vertrouwen hebben in de samenwerking. Dan gaan we op pad. Dit keer richting theater Walhalla in Rotterdam. Ik ben er nooit eerder geweest.

Ramon vertelt dat hij die ochtend de decorstukken is op gaan halen. Achter in de bus horen we dan ook regelmatig gerommel. Ik heb nog geen idee hoe de stukken eruitzien. Wel goed dat we met een grote bus rijden heb ik begrepen, want deze zit nokkie vol.

Als we richting de A4 rijden staat er een lange file. We besluiten een afslag eerder te nemen en rijden langs de Rijksstraatweg, om via de A13 naar Rotterdam te komen. Eenmaal op de Kruithuisweg denken meer mensen dat en rijden ook wij de file in. Het is in een slakkengang de voorganger volgen. Wanneer we in Rotterdam even stilstaan, krijgen we een berichtje dat René is gearriveerd. “Wat een files”, schrijft hij. Wij ervaren dat eveneens.

Aangekomen bij het theater Walhalla wordt de bus achteruit naar de laad- en losplaats gereden. Bij het uitstappen moet ik even voorzichtig uitstappen. Bij het openen van de deur zie ik een forse plas. De hele middag en avond soppend rondlopen is geen leuke ervaring.

Bij binnenkomst worden we hartelijk ontvangen door René, z’n regisseur Laurens en de technicus Tjalling van het theater. Eerst een kopje koffie. Nog even een korte grap naar de regisseur die zich die ochtend verslapen heeft en niet bij het inladen van de decorstukken is. Een flesje Osborn wijn voor Ramon maakt het direct goed en dan direct aan de slag. Je merkt, dit is een team. Je kunt het naar elkaar uitspreken. 

In een Ikea tas tref ik de maquette aan van het decor. De bouwwerken worden voorzichtig uitgeladen en in elkaar gezet. Het theater heeft een te kleine speelvloer om alle decorstukken te kunnen plaatsen. Als alles in elkaar staat en een plekje heeft gekregen haalt de technicus van het theater een rolsteiger tevoorschijn en ik mag deze besturen. Ineens ben ik deelgenoot van de crew, geen probleem en leuk. Met een uiterste precisie worden de lampen uitgelijnd en gericht. In een straatje begrijp ik, kennelijk een vakterm tussen technici. Als alles net hangt gaat men nogmaals schuiven. Opnieuw komt de rolsteiger tevoorschijn. Het is niet snel goed, bemerk ik en alles moet perfect. René vertoeft die tijd in zijn kleedkamer. Het is leren, leren, leren.

Als het moment van soundchecken daar is, wordt hij naar beneden geroepen. Nog even wat puntjes op de i. De belichting nog wat aanpassen, de standaardmicrofoon testen en dat nog enkele keren. Het is niet gauw goed, net als met de decorstukken. Het maximale moet er worden uitgehaald, of het nou een try-out is of een officiële voorstelling. Het publiek heeft ervoor betaald en krijgt wat het denkt te krijgen, ondanks de titel van de show ‘ik beloof niks’.

Om even voor halfzes is het tijd om te gaan eten. Het wordt de CEO van het Vlees. Een toprestaurant dat is verkozen tot het beste vleesrestaurant 2017. We wandelen de Sumatrastraat af en krijgen een tafeltje aangewezen. Het restaurant is leeg, dat wil zeggen, dertien man/vrouw bediening en vier gasten, wij dus. Als René aangeeft dat hij vanavond moet spelen in het Walhalla geeft de, flink onder tattoos zittende, bedienster aan dat er meer mensen komen eten die de voorstelling bezoeken. Overigens kan de bedienster haar tattoos makkelijk laten uitbreiden door Tattoo Bob, hij zit op hetzelfde pleintje. Direct na het eten gaan we terug naar de speelplek, het kopje koffie doen we wel in het theater.

Opnieuw wordt het script doorgenomen, de stoelen voor het publiek worden op de juiste plaats gezet en dan is het wachten. Met de crew gaan we naar de kleedkamer van René. Hij ijsbeert door de kamer heen en weer en spreekt zijn tekst nogmaals zachtjes uit. Om kwart voor acht is hij er klaar mee. We krijgen te horen dat de voorstelling een kwartier wordt uitgesteld. Het is nog steeds druk op de weg en een aantal mensen, deel uitmakend van het publiek, zal mogelijk niet op tijd aanwezig kunnen zijn.

Omdat ik geen vaste plek heb toebedeeld gekregen en het theater strak is uitverkocht wordt het even zoeken naar een plekje. De stoel aan de linkerzijde van de techniek is nog vrij. Een mooie plek om te gaan zitten, mits deze ook echt vrij is. Dat blijkt zo te zijn. Ik zit hierdoor op de bovenste rij en heb een goed overzicht over wat er zich beneden afspeelt. Er wordt door het publiek nog druk gelopen door de zaal. Het luik van de kantine is open en men kan er nog een drankje scoren. Hier wordt veel gebruik van gemaakt. Misschien teveel blijkt later tijdens de voorstelling. Op de punt van een rij zit een collega met aanhang. Ik heb hem snel in de gaten, hij mij niet. Hij heeft het veel te druk met zijn buurvrouw. Dan is het wachten.

Om vijf over halfnegen, komen Ramon en Laurens binnenlopen en nemen plaats achter de desk. Via de telefoon hebben ze contact met René. Nog steeds blijkt niet iedereen aanwezig. Dan worden om klokslag kwart voor negen de lichten gedoofd en komt René al pratend opwandelen. De show kan beginnen.

De ene na de andere grap gaat de zaal in en er wordt heerlijk gelachen. Het kan weleens een hele mooie en fantastische avond worden. Dat wordt het ook. In een razend tempo neemt René het publiek mee door zijn leven. Hij beweegt, loopt, spring en maakt kilometers. Wat een energie en wat een passie legt hij neer op deze toneelvloer. Het is Topsport bedrijven. Het publiek is niet te houden. Doet mee, lacht en applaudisseert. Daar zit je dan als vader, trots als een pauw, genietend van wat er gebeurt. Wat is hij weer gegroeid en niet in omvang maar wel qua spel. Elke keer weer verbaas ik me over wat ik te zien en te horen krijg.

Over de show op zich wil ik niets zeggen. Dat is de verrassing voor als je er zelf naar toe gaat. Een kleine grap, geef ik nog wel weer. Als mijn collega probeert stiekem een foto te maken, is ie de Sjaak. Hij kan zijn telefoon inleveren en deze aan het eind van de avond weer toegeworpen krijgen. En wat het drinken betreft. Tijdens de show gaan er gewoon zeven mensen plassen. Niets ontgaat René en hij neemt deze mensen dan ook op de hak. Mijn advies is dus: ‘Ga vooraf naar het toilet als je geen deel wilt uitmaken van de voorstelling’.

Aan het eind van de avond schiet een jonge vrouw mij aan. “Hé Aad, wat leuk dat jij er ook bent.” Ik moet even nadenken. Wie is dit ook al weer? Het blijkt een bruidje te zijn dat ik eerder trouwde. “Wat hebben we genoten”, zegt ze, “wat was ie goed.” Ik krijg er een kleur van.

Rond de klok van halftwaalf is de bus weer ingeladen en rijden we naar huis. Wat een gezellige en enerverende dag. Ik hoop tijdens de tournee vaker mee te mogen, al was het alleen maar om de technicus gezelschap te houden tijden de heen- en terugrit. Er is wel een voorwaarde aan verbonden, technicus Ramon en René moeten het goed vinden en ik betaal mijn eigen eten.

Nu een dag later zit ik nog na te genieten van wat ik heb beleefd en meegemaakt. Wat maakt René gebruik van zijn talenten, wat is hij adrem en wat een passie. Ik mag gerust trots zijn op zo’n zoon en er dan ook mee pronken.

Vanaf 25 november, de première van ‘ik beloof niks’, gaat René van Meurs toeren. Toeren langs de Nederlandse theaters. Mocht je geïnteresseerd zijn kijk dan even op de site van hem: www.renevanmeurs.nl. Ik wens je heel veel plezier bij zijn shows.