395. Een paar lelijke woorden kunnen soms helpen

12 juli 2019. Ik sta geboekt voor een solexrit van de Tuinderij. Het gaat ‘s morgens goed mis met het weer. Van Weeronline krijg ik de mededeling dat er een kans op onweer is. Dat hoeven ze me niet te melden want de lichtflitsen en Donar houden flink huis. Mijn lief is onderweg. Ik weet, hier houdt ze niet van, ik trouwens ook niet. Via een app kan ik haar volgen, ik gooi de schuur alvast los. Net op tijd rijdt ze het achterstraatje op. Dan valt de bui. Grote druppels doen onze achterplaats veranderen in een meer. De vlinderstruik is zo zwaar dat de takken op straat liggen.

Ik houd angstvallig de Weerapps in de gaten. Regen en solexen gaan niet bepaald samen. Een natte weg is meestal wat glad en dan moet ik mensen meenemen die mogelijk voor het eerst op zo’n voertuig zitten. Zou het door gaan?

Om half twee is het bijna droog. Wat lichte spetters. Ik rijd naar de Tuinderij. De solexen staan netjes in het gelid. Hans zit op zijn platte kont op de werkvloer en heeft een rijdende WC-pot uit elkaar gehaald. De groep is nog niet aanwezig. Ik zoek mijn gele hesje, de portofoonhouder, het oortje en de portofoon. Ik besluit om ook een leren jasje aan te trekken. Mijn lievelingsjasje hangt er nog. Ik loop langs mijn solex. Ze zijn vergeten om de benzinedop terug te plaatsen. Het wachten is op de deelnemers.

Daar zijn ze. 24 stoere bouwvakkers die werken voor een timmerbedrijf. Stuk voor stuk stevig gebouwd, al loopt er ook een ‘kleine’ smalle jongen tussen. Leerling is hij zegt ie. Als een pact lopen ze het terrein op. Wanneer Eric zijn feestkar wil verzetten, houden ze hem van achteren tegen. Oh, zo’n groep is het dus, denk ik.

De groep verzamelt zich achterin de grote zaal. Een deelnemer is er nog niet. Daar wachten we op. Wanneer de groep compleet is heet Eric hen wederom welkom. Het gebruikelijke praatje. Nog even naar het toilet, alvorens de verkleedpartij gaat plaatsvinden. ‘In de tand des tijds.’ Dat betekent lange leren jas en pothelm op de knar.

De mannen lopen achter mij aan. Altijd een hilarisch gebeuren. Het niet kunnen kiezen van jas of hoofddeksel. Het duurt even maar dan kunnen we naar de uitleg. Een van de mannen heeft wat velletjes met plaksnorren bij zich. Hij verbergt deze onder zijn jas.

Wanneer we bij de solexen staan komen de snorren tevoorschijn. Rode, grijze, hang, Hitler en zwarte snorren. Sommige hebben er een van zichzelf. Eenmaal opgeplakt, vallen de plakkertjes op de grond, een van de medewerkers van de Tuinderij ruimt ze even op. Dan komt de uitleg.

Terwijl er de voorstelronde van de begeleiders is, staat men elkaar te fotograferen. Een van de mannen moet nog even naar het toilet. Zenuwen?

Na de uitleg naar het oefenrondje. Netjes rijden ze achter mij aan. Na een tweede oefenronde rijd ik direct door, dan slaat de solex ook niet af en kunnen we direct door. Ik heb het idee dat het weleens een snelle rit kan worden. Bravoure is maatgevend.

Voor mij uit rijdt de feestkar met twee werknemers achterop. Beiden hebben hun hand in het verband. In de vinger gezaagd? Geen idee. Een van de mannen achterop met het Hitlersnorretje steekt zijn arm gestrekt naar voren. Dit vind ik ongepast en absoluut niet kunnen. Ik zwaai met mijn vingertje naar hem, waarop hij stopt en zijn hand naar beneden doet.

We rijden richting Dorppolderweg. Als ik over de brug rijd zie ik de laatste nog onderdoor rijden. Het wordt even wat snelheid minderen om in een groep te rijden. Dan gaat het fout. Een blonde bouwvakker stuurt zijn solex de graskant in en rijdt een greppel in die vol water staat. Stoer? Echt niet. Het water dat die ochtend is gevallen spettert alle kanten op. Een onverantwoorde actie. Ik stop de groep, stap af en spreek de man op niet mis te verstane wijze aan en zeg dat ik dit niet tolereer. Zijn maten roepen hem eveneens tot de orde. We rijden door maar ze weten nu ook dat ik me verantwoordelijk voel en niet van dit soort acties houd.

Wanneer we even rijden krijg ik een melding dat een begeleidende bromfiets zijn benzinedop is verloren. Ook is bij een van de solexen de gaskabel losgeschoten. Bromfiets gaat terug, solex wordt gewisseld.

We rijden net in het Kraaienest als men de hemel weer open gooit. Zachte regen tot gevolg. Mijn bril zit vol druppels. De groep blijft netjes achter me rijden. We nemen het Kralingerpad als het wat door gaat regenen. We steken de Westgaag over om richting Schipluiden te rijden. “Kunnen we niet harder”, vraagt een van mijn volgers. Ik antwoord dat we zo hard gaan als de langzaamste rijdt.

Op het Gaagpad gaat het wederom fout. Een van de solexers gaat onderuit. Gelukkig geen vervelende gevolgen. Op naar het Raadhuis voor een kopje koffie of een glaasje fris. Alcohol is door baas jr. verboden te drinken. Een goede beslissing.

De Trambrug ligt er af. Er is een vervangend traject gefabriceerd. Omdat we wat tijd zijn verloren sjezen we door het dorp. Niet echt handig, de school komt net uit.

Bij Het Raadhuis zit er geen snelheid in. Geen eigenaren aanwezig en vrij jong personeel. Het is wachten en wachten. Excuses worden aangeboden, maar we lopen achter op het schema en moeten een alternatief bedenken voor het vervolg naar de tweede stop.

Ik kies voor richting Den Hoorn, we steken de A4 over om direct linksaf te slaan. De Ommedijk rijden we af. Om daarna de Harnaskade te nemen. We nemen even afscheid van feestkar en bezemwagen. Ze mogen er niet rijden. Later komen we ze weer tegen als we via de Woudselaan de A4 weer over zijn gegaan. Dan het Meerpad op. Wederom een wissel van een solex. Even stoppen en dan weer op weg. Op weg naar ’t Woudt.

Onder de Woudseweg door richting De Lier. Hier gaat het plank gas. Links en rechts komen de solexen naast me rijden, slechts een berijder durft het aan om mij te passeren. We rijden naar Eetcafé De Witte.

Bij de Witte krijgen we de buitenbanken toegewezen. Ze staan nog onder de tafel. Als ik ze er onder vandaan wil halen guts er een plons water in mijn schoenen. Soppend kom ik die middag thuis.

Wanneer men de drankjes opneemt nemen we even contact op met baas jr. Mag er voor een biertje worden gekozen? Dat mag. Na een 25 minuten terug naar de basis. Via het Kralingerpad, de Kreekrug en de Berckenrode naar de Zijtwende om rechtsaf de Oostbuurtseweg in te rijden. Dan is het kwestie van gas geven en terug naar de basis. Na 25,7 km zijn we terug en kunnen de solexen naar binnen.

Nog even een foto en de diploma-uitreiking dan kunnen de jassen uit. De mannen hebben het naar de zin gehad. Een voor een geven ze de begeleiding een hand. Een mooie afsluiting. Soms moet je even laten zien wie je bent, al valt dat niet altijd mee. Morgen weer een rit.

368. Jonge Bierbrouwerij in Den Hoorn

Jonge ondernemers zijn ze nog. Hebben een horecagelegenheid gestart in het dorp. ‘Het Raadhuis Schipluiden’ inmiddels een niet meer weg te denken lunchroom aan de Dorpsstraat. Het is een bedrijf met een ambitie. Naast de lunchroom brouwen zij hun eigen bier en dat wordt gretig afgenomen. Daarom het bericht: ‘Wij groeien door! B(r)ouw mee aan onze bierbrouwerij met Schenkhuis. In maart 2019 starten wij met de bouw van onze brouwerij in Den Hoorn.’ Een nieuwe discipline binnen de gemeente. Het maakt je nieuwsgierig.

Op een ‘doordeweekse’ maandagochtend nodigen wij Mark, met zijn vrouw Mariska de eigenaar, uit om onder het genot van een kopje koffie enig uitleg te komen geven. Hij is gretig en geeft direct zijn “ja”. Om 10 uur gaat de bel en kunnen we kennisnemen van zijn plannen.

Na een kort persoonlijk praatje komt zijn uitgebreide documentatiemap tevoorschijn. Teksten, financiën, tekeningen en een flyer. Ze willen straks op een nieuwe plek in Midden-Delfland een brouwerij voortzetten. De naam is bekend: brouwerij tHUIS. De plek waar ze nu hun bier brouwen was een tijdelijke. Via familie is er gelegenheid geweest om een ruimte te claimen, die tijd is nu achter de rug. En het mooie is ze hebben een nieuwe ruimte gevonden, huisvesting ligt te wachten en de ketels staan te popelen om te mogen brouwen. Het plan zal worden gerealiseerd in Den Hoorn aan de Woudseweg, recht tegenover Benfried aan de Harnasdreef 7. “En weet je wat het allerleukste is”, zegt de jonge brouwer, “iedereen kan van de bieren genieten in ons Schenkhuis of op het terras, die mogelijkheden hebben we. Daarnaast laten we zien hoe wij die lekkere bieren brouwen.” Bijkomend voordeel is dat er vlak naast de locatie een bushokje staat, ben je geen BOB dan stap je in de bus.

We zijn direct enthousiast en nemen er nog een kopje koffie op. “Weet je”, zegt hij, “Onze brouwerij staat bekend om zijn vriendelijke bieren. Vol van smaak, ongefilterd en nagegist op de fles.” Ik constateer er een vrolijke lach bij. Veel ingrediënten worden betrokken vanuit de buurt. Men is nog op zoek naar een landbouwboer die het ziet zitten om graan te verbouwen waardoor ook de mout, de voornaamste grondstof voor bier, uit eigen gebied en Cittaslow kan worden betrokken. Ze zien het helemaal zitten en de gedrevenheid die ze nu al hebben, ondanks wat tegenslagen, hebben ze getoond door hun huidige horecagelegenheid: Het Raadhuis.

Mark vertelt in zijn plannen dat ze qua financiën al een flinke stap in de goede richting hebben gezet. Ze hebben er voor gespaard. “Niet kopen als je het niet hebt”, zegt hij. Zo zijn wij ook opgevoed, maar soms heb je toch een steuntje in de rug nodig. Er rest nog een gaatje van 30%. “Dat gaatje willen we dichten door een crowdfundingsactie”, vertelt hij.

Wij zijn al bekend met crowdfunding, vandaar dat we hem hebben uitgenodigd. We doen het zo af en toe, een jonge horecaondernemer, die zijn zaakjes goed op orde heeft, willen we helpen. Voor ons staat het verhaal van Mark als een huis, wij stappen in. Lijkt het jou ook wat, of weet je toevallig iemand die mee zou willen doen? Instappen kan vanaf €1.000,00. Met 3,5 % rente per jaar betalen zij je in 4 jaar terug. Toch altijd meer dan dat je rente krijgt bij een bank. Ze willen beginnen met aflossen in januari 2020. Weet je wat het leuke aan deze actie is: Je krijgt jaarlijks ook nog eens een lekker bierpakketje. Enthousiast? Laat het hen weten! Zij komen graag hun plannen toelichten. Je kunt hen bereiken via e-mail, telefoon 06 20373226, of nuttig een broodje of kopje koffie in het Raadhuis. Mark en Mariska hebben er enorm veel zin in en zullen je dankbaar zijn.

317. Een markante Schipluidenaar

Ik heb mijn wandelschoenen aan. Ben van plan om een flink rondje te lopen. Mijn ‘grote’ Sonycamera gaat mee. Ik wil dingen vastleggen. Wanneer ik de wijk uitloop kom ik uit op de Dorpsstraat. Ik schiet nog even een plaatje van onder de brug door en een van de Vlaardingsekade. Ik neem de Paardenbrug en dan…..

Wandelend langs de antiekzaak van Jan Holtkamp, ‘Jantiek’ staat de eigenaar onder aan de kade. “Moguh”, zegt hij tegen mij, “hoe is ie.” We raken aan de praat. Mensen die voorbij komen roept hij toe. “Fausto Coppi”, wanneer hij een oude wielrenner aan de overzijde voorbij ziet rijden. De al wat oudere wielrenner kent kennelijk zijn bijnaam en steekt zijn hand op. “Daar rijden dames uit Limburg”, zegt hij om zich daarna snel te verbeteren “oh nee, Friesland.” Ik vraag hem of hij iedereen kent. Hij lacht als ik die vraag stel.

Wanneer we even zitten komt er een voormalig Schipluidenaar voorbij. Met de fiets aan de hand probeert hij langs ons heen te wandelen. “Koffie”, vraagt Jan. “Nee, ik heb het druk”, antwoordt de gevraagde. ”Jij toch wel”, zegt hij als hij mij aankijkt. Het gesprek gaat nog even verder. “Schipluiden verzakt”, zegt Jan en laat de afstap zien die rond 2000 is aangelegd. “Waar je die balk ziet die nu zo’n 10 cm onderwater ligt, is ie aangelegd zo’n 10 cm boven de waterlijn.” “Ik houd mijn hart vast.” “Je mot eens mee naar binnenlopen, dan ken je zien dat er allerlei scheuren in mijn huis komen door de verzakkingen.”

Ik wandel mee zijn winkeltje in. Voor mij ligt alles ongeorganiseerd in zijn winkeltje. Hij weet alles feilloos te vinden. Er liggen boeken, schilderijen en wandplaten, er staan beelden, glas in loodtafereeltjes, snuisterijen en andere zaken waar Jan handel in ziet. Een man die ongecompliceerd zo af en toe een lelijk woord laat vallen. Hij heeft een mening over zaken uit het Schipluidense.

Ik ben nog op zoek naar foto’s van oud-Den Hoorn laat ik hem weten. “Op de vitrine in het winkeltje”, zegt hij, “maar loop eens mee.” Hij laat mij de scheuren zien in het halletje. “Deze is er van de week bij gekomen. Die had ik nog niet eerder gezien.” Dan laat hij mij alleen en baant zich een weg naar boven. “Sterk of slap”, roept hij naar beneden. Het gaat over de koffie. “Sterk”, geef ik hem te kennen, “zodat mijn haren overeind gaan staan.”

Even later staat hij met twee kopjes koffie beneden. “Loop eens mee”, zegt hij opnieuw, terwijl hij de kopjes koffie in zijn handen houdt. We wandelen door de winkel naar achter buiten waar ik in een natuurtuin terecht kom. Een smal wandelpad geeft toegang tot een grote schuur aan het eind van het pad waar hij nog meer handel heeft staan. “Die stoel gebruik ik om op het gemak mijn boeken uit te zoeken. Ik heb er net weer een aardige partij gekocht.” Hij wijst op een aantal bananendozen die tot aan de rand toe vol zijn met boeken. De kopjes koffie houdt hij in zijn hand terwijl hij blijft praten.

We wandelen weer naar de kade. “Welke wil je”, vraagt hij en houdt de kopjes wat hoger. Ze zijn kennelijk of allebei net zo sterk of net zo slap. We settelen ons op het bankje voor zijn huis. Een bank die inmiddels al veel keer een zitplaats heeft geboden aan Jan, maar ook voorbijgangers. Een van de uiteinde zou zomaar tot de antiekhandel kunnen behoren de stukken vallen er uit. Aan de overkant rijdt zijn dochter Mariska voorbij, ze roept wat en hij wat terug. Twee dames komen uit de zaak. “We komen nog een keer terug”, zegt er een, “dan komen we hier en daar”. Mevrouw maakt met haar hand en gebaar naar de zaak van zijn dochter Mariska, Het Raadhuis. “Best”, zegt Jan. “Zie je trouwens dat alle terrassen vol zitten”, zegt Jan, wijzend op het terras bij Hoek, bij de Vergulde Valk en bij Het Raadhuis. “Ze doen het zo goed, he, Mariska en Mark”, geeft hij nog even mee.

“Ze moeten toch eens nadenken over het verzakken van Schipluiden, want dat gaat echt niet goed.”, gaat hij zijn verhaal verder. De gemeente geeft er geen aandacht aan of houdt het stil, maar ook het Hoogheemraadschap denkt er te gemakkelijk over, vertelt hij. “Gelukkig hebben ze wel het aanzicht van de Vlaardingsekade kunnen behouden. Wilden ze de bomen weg hebben en er betonnen bankjes neerzetten. Daar hebben we gezamenlijk een stokje voor gestoken.”

Ik weet dat hij gecharmeerd is van onze René en vraag of hij het artikel heeft gelezen in het Algemeen Dagblad. “Natuurlijk”, zegt hij, “maar heb jij de uitzending van Nooit meer Slapen gehoord, waar René ook in was”. Ik moet ontkennen. “Een VPRO-programma, ’s nachts tussen 12:00 en 02:00. Ik heb mijn oortjes in en luister dat programma altijd. Hij deed het goed”, zegt hij. Dan plots begint hij weer over iets anders.

“Ik hoop één ding”, geeft hij mee, “dat Midden-Delfland bestaansrecht blijft houden en dat Jaap Smit (commissaris van de Koning), straks niet zegt: Maasland en Maassluis voegen we toe aan Rotterdam en Schipluiden en Den Hoorn gaan naar Delft.” “Of naar het Westland”, merk ik op. “Dan ben ik hier acuut weg en emigreer ik gelijk naar Frankrijk”, zegt hij met een lelijk gezicht.

Op de rand van de kade ligt een bosje witte hortensia’s. “Neem jij die mee”, zegt hij. “Ik heb ze gekregen, maar ga volgende week met vakantie”.

Het is een markante Schipluidenaar. Karakteristiek, met een mening. Ik mag hem wel, geeft ongezouten zijn mening en zegt wat hij denkt.

Van mijn wandeling kwam niets meer. Later die middag heb ik het stuk laten lezen. “Je bent de Volkskrant voor, die komt volgende week”, geeft hij aan. Mijn wandeling die middag was een mooie met de gedachte aan het gesprek met Jan.

316. Mijn vertrouwen voor de tweede keer beschaamd

“109 jaren oud is ze”, zegt de coördinator van de MUS, “en ze wil door jou gereden worden.” “Het gaat om mevrouw Prins van Es”, geeft hij nog mee. “Ze wil van Akkerleven naar Indigo”. “09:30 uur vertrek.”

Het is donderdagmiddag als ik bovenstaande boodschap krijg doorgebeld. Ik geef de coördinator nog aan dat het niet mijn MUS-dag is. Mevrouw heeft speciaal naar jou gevraagd, bestempeld de andere kant van de telefoonlijn.

Als mijn vrouw thuiskomt leg ik haar het hele verhaal uit. “Zo dan”, geeft ze me mee, “dat is een aardige leeftijd.”

Die avond Google ik naar informatie. Ik bekijk de statistieken die ik kan vinden in de leeftijdsopbouw van de inwoners van Midden-Delfland. Nu stammen de cijfers uit 2017. Ik kan er echter niemand van die leeftijd in vinden. Toch maak ik me zorgen. Hoe krijg ik mevrouw in vredesnaam in de MUS. De opstap is flink en met een extra bankje, misschien. Ik lig er ‘s nachts toch wat over te piekeren.

Ik ben vroeg op die vrijdag. Ik geef mijn lief aan dat ik het lastig vind en er die nacht mee bezig te zijn geweest. Meestal krijg ik mijn tweede been nog net aan bijgetrokken als ik het bed in stap, afgelopen nacht was dat beslist niet zo.

Na het ontbijt maakt mijn lief haar zwemtas klaar. Nog even een kus en een zwaai en dan gaat ze rond halfnegen rijden op weg naar het zwembad, dacht ik. Ik ruim de borden en de kopjes nog even in de vaatwasser, doe nog even wat voor de Zonnebloem en dan vertrek ik ook, naar Akkerleven, waar de MUS aan de oplader hangt.

Bij Akkerleven zit een drietal mensen in de stoelen. Ze hebben blauwe shirts aan maar ik besteed er weinig aandacht aan. Ik groet hen en loop snel door om direct de sleutel, telefoon en papieren uit het gecodeerde kastje te halen. Wanneer ik terugloop zit het drietal er nog, maar nu met een masker voor hun gezicht van Prinses Juliana, Prinses Beatrix en Koning Willem-Alexander. Dan begint bij mij ineens een lampje te branden en het kwartje is gevallen. De maskers vallen weg en dan zit daar het bestuur van de 109-jarige Oranjevereniging Juliana. In februari 2018 heb ik mijn vrijwilligerswerk beëindigd en daar zou men nog wat aandacht aan besteden en dat is precies vandaag. Wat voel ik me belazerd. Ik ben er in getrapt, maar wat is het knap opgezet.

Na de nodige foto’s gaan we op weg. Via een toeristische route arriveren we bij Indigo. Daar staat mijn vrouw ook. Zij zat dus in het complot. Is helemaal niet gaan zwemmen maar is wel op die tijd vertrokken, naar haar moeder, om daarna weer terug te komen en aan te sluiten bij het gezelschap. Ik weet direct, ook mijn vrouw is niet te vertrouwen, maar wel leuk. Zo’n zelfde actie heb ik met haar meegemaakt bij de uitreiking van de Koninklijke onderscheiding in 2012.

Eenmaal aan tafel wordt de koffie uitgeserveerd en komt Erik van Indigo met een prachtige oranje taart met een vuur spuitende raket. Het wordt steeds feestelijker. Er wordt nog een zesde deelgenoot verwacht. Wie? Geen idee. Dan blijkt het onze razende reporter Gemma te zijn. De schakel Midden-Delfland is ook vertegenwoordigd. Na een foto en wat informatie van en over mij, vertrekt zij weer, maar niet eerder dan dat ik ben gefêteerd met bloemen, een theaterbon en een koffie- of theebon van het Raadhuis. Al met al erg leuk en wat een een leuke verrassing. Mooie woorden van de voorzitster besluiten het feestelijk gebeuren.

Na afloop breng ik het gezelschap terug naar Akkerleven. De MUS-chauffeur voor die dag zit al te wachten voor de volgende rit.

Na 21 jaar is er een officieel einde gekomen aan een leuke en soms spannende tijd met de Oranjevereniging Juliana. Leuke spelen, projecten, ledenadministratie en wat er verder ter tafel kwam. De organisatie rondom het 100 jaar bestaan. Rondbrengen van de programmaboekjes in een zwaarbeladen fietstas. Met veel liefde en inzet heb ik het mogen en kunnen doen.

Er is een tijd van komen en van gaan. Op zoek naar weer iets anders, vrijwillig. Uit vrije wil, ik deed er met dit thema op 13 juni een lezing over in de bibliotheek in Den Hoorn. Men is nog niet van mij af, want eens een vrijwilliger, altijd een vrijwilliger.