416. Was het de schuld van een Maaslands blondje?

Twee jaar geleden schreef ik een blog over twee jonge mensen die een droom hadden. Een droom om een eigen brouwerij te starten. Daar was geld voor nodig. Men zocht crowdfunders. En ze komen er, mede door mijn opgeschreven verhaal. Inmiddels is de droom, werkelijkheid geworden. Ze hebben hun locatie gevonden, opstallen geïnstalleerd, brouwketels aangeschaft en er energie, veel energie in gestoken. De brouwerij is volledig opgebouwd uit gerecyclede materialen. Aan de Harnasdreef 7 in Den Hoorn staat de ambachtelijke brouwerij tHUIS.

In het Raadhuis aan de Dorpsstraat in Schipluiden ontstaat het verhaal. Mark en Mariska beheren dit etablissement, een lunchroom. Op zolder wordt als experiment bier gebrouwen. Een kleine ketel zorgt voor een gematigde opbrengt van bier. Er worden specifieke namen bedacht betrekking hebbend op Midden-Delfland. De bieren hebben allen een specifiek karakter. Het borrelt, niet alleen het bier, maar ook in de hersenen van deze jonge ondernemers. Men wil meer. Een brouwerij, iets wat in het Midden-Delfland nog niet bestaat. Hun droom wordt werkelijkheid als men meer dan voldoende geldschieters weet te mobiliseren. Er worden maximumbedragen vastgesteld dat men mee mag financieren. Zoveel als mogelijk moeten er potentiële ambassadeurs worden binnengehaald, dan zou de realisatie zeker lukken.

Wanneer het geld binnen is start men het project. Er worden opstallen aangeschaft. Een loods uit de Lier wordt het omhulsel van het pand. Een bar uit het oude gemeentehuis, balken uit boerderijen, ketels met een verleden. Zoveel mogelijk materialen die al een levendige achtergrond hebben. Dan dreigt er een kink in de kabel te komen als Mark een misstap maakt en van de zolder naar beneden komt zetten. Een zware rugblessure als gevolg. Gelukkig is er de vader van Mark, familie en vrienden. Zij pakken de zaken aan. Er komt een kennismakingsdronk als de vloer ligt en de spanten zijn gesteld. De kleine ketel heeft zijn best gedaan. Er vindt een eerste toast plaats op de realisatie.

Twee jaar later is het dan zover. Er is hard gewerkt om er een prachtige locatie van te maken. Veel hand- en spandiensten om alles op tijd te realiseren, maar in februari 2020 kan de vlag uit. De brouwerij kan starten.

Op de schrikkeljaardag in 2020 zijn alle crowdfunders uitgenodigd om een drankje te komen drinken op locatie. Van twee tot vier staan de deuren ‘open’. Het jaarlijks bierpakketje is op te halen en er vindt een rondleiding plaats.

Wanneer ik om kwart over twee de locatie in stap geeft Mark’s vader net een rondleiding met interessant verhaal. Het is praten, vertellen en enthousiasme. Wie had gedacht dat je na een leven als schilder, brandweerman en opnieuw schilder, meesterbrouwer zou worden. Hij niet. Met tHUIS-petje op het hoofd, het handelsmerk van Mark, vertelt de brouwer over de activiteiten die plaatsvinden en zijn verricht. Hoe je soms na vier weken tot de conclusie komt dat de smaak van een brouwsel toch niet is wat je ervan zou verwachten, maar ook hoe men al veel verschillende smaken heeft weten vast te leggen. Na het verhaal is het tijd voor de toast.

De proeverij binnenstappend straalt het een gemoedelijk sfeer uit. Een donkerbruine uitstraling, een bruin café. Als Mark mij vraagt waar ik van houd krijg ik een Maaslands blond toegeschoven. Een heerlijk blond goudgeel biertje waar liefde uit straalt. Een bier waar een hoge gisting heeft plaatsgevonden, iets fruitig van smaak. Een heerlijk biertje met lekkere nasmaak.

Er komen twee mensen op mij af. “Weet je dat we door jou zijn aangesloten om mee te doen met de Crowdfunding”, zegt meneer, “we zaten in Zwitserland, maar jouw blog heeft ons geattendeerd op de mogelijkheid om in te stappen.” Even later nog iemand die mij bedankt. Ik neem plaats aan een ‘jongerentafel’, echter als zij deelnemen aan een rondleiding blijf ik alleen achter. Onze buren zitten een stukje verder bij de palletkachel. De vlammen knetteren en geven een romantische aanblik. “Schuif je stoel even bij”, zegt mijn buurvrouw. Dat doe ik. Inmiddels heb ik mijn tweede blondje te pakken. We spreken even over de voorstelling van onze oudste. Mevrouw is bij zijn première geweest. Ook zij geven aan dat mijn blog de aanleiding is dat ze hier zitten. Meneer trakteert op mijn derde biertje. Ik ben het niet meer zo gewend en voel ‘m langzaam naar mijn hoofd stijgen. 3 x 6%, best stevig vind ik. Wanneer het tijd is om te vertrekken haal ik mijn bierpakketje op. Ik wandel naar mijn fiets, waar voor de zoveelste keer deze week een nat zadel op zit. Wanneer ik door het basalt split probeer terug te rijden, heb ik daar moeite mee, is het het Maaslands blondje of het grind wat het me zo lastig maakt. Ik weet het niet.

Een prachtig nieuwe onderneming is geboren, een aanwinst voor het dorp, waar het enige café dat men er had inmiddels is dichtgetimmerd. Een monumentaal pand, dorpsaanzicht is gedoemd te verdwijnen. Gelukkig is er een brouwerij voor in de plaats gekomen. Ik wens Mark en Mariska heel veel succes toe in hun onderneming tHUIS.

368. Jonge Bierbrouwerij in Den Hoorn

Jonge ondernemers zijn ze nog. Hebben een horecagelegenheid gestart in het dorp. ‘Het Raadhuis Schipluiden’ inmiddels een niet meer weg te denken lunchroom aan de Dorpsstraat. Het is een bedrijf met een ambitie. Naast de lunchroom brouwen zij hun eigen bier en dat wordt gretig afgenomen. Daarom het bericht: ‘Wij groeien door! B(r)ouw mee aan onze bierbrouwerij met Schenkhuis. In maart 2019 starten wij met de bouw van onze brouwerij in Den Hoorn.’ Een nieuwe discipline binnen de gemeente. Het maakt je nieuwsgierig.

Op een ‘doordeweekse’ maandagochtend nodigen wij Mark, met zijn vrouw Mariska de eigenaar, uit om onder het genot van een kopje koffie enig uitleg te komen geven. Hij is gretig en geeft direct zijn “ja”. Om 10 uur gaat de bel en kunnen we kennisnemen van zijn plannen.

Na een kort persoonlijk praatje komt zijn uitgebreide documentatiemap tevoorschijn. Teksten, financiën, tekeningen en een flyer. Ze willen straks op een nieuwe plek in Midden-Delfland een brouwerij voortzetten. De naam is bekend: brouwerij tHUIS. De plek waar ze nu hun bier brouwen was een tijdelijke. Via familie is er gelegenheid geweest om een ruimte te claimen, die tijd is nu achter de rug. En het mooie is ze hebben een nieuwe ruimte gevonden, huisvesting ligt te wachten en de ketels staan te popelen om te mogen brouwen. Het plan zal worden gerealiseerd in Den Hoorn aan de Woudseweg, recht tegenover Benfried aan de Harnasdreef 7. “En weet je wat het allerleukste is”, zegt de jonge brouwer, “iedereen kan van de bieren genieten in ons Schenkhuis of op het terras, die mogelijkheden hebben we. Daarnaast laten we zien hoe wij die lekkere bieren brouwen.” Bijkomend voordeel is dat er vlak naast de locatie een bushokje staat, ben je geen BOB dan stap je in de bus.

We zijn direct enthousiast en nemen er nog een kopje koffie op. “Weet je”, zegt hij, “Onze brouwerij staat bekend om zijn vriendelijke bieren. Vol van smaak, ongefilterd en nagegist op de fles.” Ik constateer er een vrolijke lach bij. Veel ingrediënten worden betrokken vanuit de buurt. Men is nog op zoek naar een landbouwboer die het ziet zitten om graan te verbouwen waardoor ook de mout, de voornaamste grondstof voor bier, uit eigen gebied en Cittaslow kan worden betrokken. Ze zien het helemaal zitten en de gedrevenheid die ze nu al hebben, ondanks wat tegenslagen, hebben ze getoond door hun huidige horecagelegenheid: Het Raadhuis.

Mark vertelt in zijn plannen dat ze qua financiën al een flinke stap in de goede richting hebben gezet. Ze hebben er voor gespaard. “Niet kopen als je het niet hebt”, zegt hij. Zo zijn wij ook opgevoed, maar soms heb je toch een steuntje in de rug nodig. Er rest nog een gaatje van 30%. “Dat gaatje willen we dichten door een crowdfundingsactie”, vertelt hij.

Wij zijn al bekend met crowdfunding, vandaar dat we hem hebben uitgenodigd. We doen het zo af en toe, een jonge horecaondernemer, die zijn zaakjes goed op orde heeft, willen we helpen. Voor ons staat het verhaal van Mark als een huis, wij stappen in. Lijkt het jou ook wat, of weet je toevallig iemand die mee zou willen doen? Instappen kan vanaf €1.000,00. Met 3,5 % rente per jaar betalen zij je in 4 jaar terug. Toch altijd meer dan dat je rente krijgt bij een bank. Ze willen beginnen met aflossen in januari 2020. Weet je wat het leuke aan deze actie is: Je krijgt jaarlijks ook nog eens een lekker bierpakketje. Enthousiast? Laat het hen weten! Zij komen graag hun plannen toelichten. Je kunt hen bereiken via e-mail, telefoon 06 20373226, of nuttig een broodje of kopje koffie in het Raadhuis. Mark en Mariska hebben er enorm veel zin in en zullen je dankbaar zijn.

336. Houden Waterschappers niet van water?

In mijn activiteitenkalender staat een solexrit van Waterschappers gepland. Mensen die ik ken en oud-collega van mij zijn geweest. Ik heb er zin in.

Ik haal mijn Tuinderijshirt en -jack naar beneden. Er staat een beetje wind en het zonnetje zorgt voor een lekker temperatuurtje. Nog even wat gel in mijn haar en dan op de bike. Een lekker voordewindje. In het Westland hangen donkere wolken. Het zal toch niet gaan regenen? Op de site van het waterschap wordt aangegeven dat er voorgemalen is. Men verwacht veel regen.

Bij de Tuinderij staan de solexen netjes in het gelid opgesteld. De groep Waterschappers zit nog aan de lunch. Ik loop even bij hen naar binnen. Er is direct herkenning. Wat leuk. Dan terug naar de werkplaats voor de gele hes en de houder voor de portofoon. Ook ik wil een leren jasje scoren. Inmiddels begint het zachtjes te spetteren. De donkere wolken trekken over de kassen van het bedrijf. De solexgroep moet worden opgehaald voor de leren jas, de helm enne, de regenbroek. In de hoek van de giga kleedruimte hoor ik al gemor. “Ik ga echt de regen niet in”, zegt een van de mannelijke solexer. Ik kijk hem aan. “Je bent Waterschapper, toch?”, zeg ik hem, “en dan niet de regen in.” Wat zijn dit voor mannen die bij een Hoogheemraadschap werken?

Het duurt lang voor de juiste jas gevonden is. Nog een en nog een en dan nog een ander. De keuzemogelijkheid is kennelijk te groot. Een vrouwelijk deelnemer twijfelt of ze mee gaat rijden omdat ze het eng vindt. Ik kan haar overtuigen dat dit best meevalt. We rijden zo hard als de langzaamste solexrijder. Ze vindt een jas en trekt hem aan. De fototoestellen komen tevoorschijn. De historische beelden moet worden vastgelegd. Wanneer bijna iedereen een jas heeft gevonden, is het wachten op nog een deelnemer. Hij moet van een cursus komen en heeft nog niet gegeten.

De tijd loopt verder. Waar gestart moet worden om half drie is men om tien over halfdrie nog niet klaar. De cursusganger is inmiddels binnen, is de grootste en zwaarste van alle deelnemers. Een jas vinden is een crime. Hij krijgt zijn broodjes voorgeschoteld en propt deze naar binnen. Het is te hopen dat de kroket niet te heet is, anders brandt hij zijn gehemelte. Nu de jas nog. Er is er slechts één die redelijk past. Niet de fraaiste en waterdicht zeker niet.

Eenmaal buiten kan de uitleg gebeuren. De regen valt met dikke druppels naar beneden. Ook voor mij een leren kapje op het hoofd en een regenbroek. Mijn gehoorversterking mag niet nat worden. Na de uitleg vertrekken voor het oefenrondje. Dat gaat niet lekker. Het hoost van de hemel en als je solex dan niet starten wil, is dat niet leuk. Medewerkers springen bij. Het eerste oefenrondje lukt met vijf van de eenentwintig rijders. De rest komt niet weg. Weet niet hoe het moet of denkt dat gas geven de oplossing is zonder de motor op de band te zetten. Ook mijn eigen solex weigert plots. Regen, ik weet het niet. Ik ga terug om een andere solex op te halen.

Dan op weg. Slechts tien deelnemers volgen. De anderen komen maar niet, terwijl de regen met bakken naar beneden valt. ‘Niet de leukste rit’, gaat door mijn hoofd. We wachten op de brug en zien in de verte nog wat solexrijders aankomen. Dan een melding dat een van de rijders heeft besloten niet mee te gaan. De regen? Geen idee. Er wordt gemopperd op het weer en dat voor mensen die altijd met water bezig zijn. Ik krijg een signaal om gas te geven, daar gaan we dan eindelijk.

Het houdt op met hard regen, de druppels worden nog groter. Mijn schoenen zijn van lichtbruin in donkerbruin veranderd. De regenbroek is te kort en de onderkant van mijn spijkerbroek is zeiknat. De grote man komt naast mij rijden. “Heb je het een beetje naar je zin, nu je met pensioen bent”, vraagt hij. Ik kan het beamen. Het is leuk, maar nu even niet, ook voor mij niet.

Door de late start komt het schema van stops in de knoei. De rit moet worden aangepast. Ook de locatie verwacht op een bepaald moment de groep. Er is intussen al een solex gewisseld, de beugel van de motor is afgebroken. Ook krijg ik te horen dat de man met de grote jas doorweekt is. Er is geen reserve materiaal voorhanden.

Aangekomen bij het Raadhuis is men makkelijk. Natte jassen en broeken mogen worden uitgehangen. Als de jassen uitgaan blijkt dat er geen jas waterdicht is. Shirts vertonen vele natte plekken. Na een kopje koffie en een appeltaartje met een flink schep echte slagroom voor onze gasten, gaan we weer op pad. De regen is gestopt. De regenbroeken en kapjes gaan achterop de bezemwagen. De grote jas besluit om aan zijn blouse te gaan rijden en bij de Tuinderij af te haken. Nu zijn de solexrijders gretig en gaan voor mij uit rijden. Dat is niet de bedoeling. Gelukkig hebben we er een bromfietser bij rijden, hij kan de groep terug manen.

Als we de Tuinderij passeren verliezen we wederom een rijder. Hij heeft het koud gekregen en gaat naar binnen. We nemen een korte route naar de volgende stop. De Witte in de Lier. Onderweg vraagt men waar we zijn. Dit zijn duidelijk niet allemaal buitenmedewerkers.

Bij de Witte een drankje en dan op weg naar de thuisbasis. Dat gaat snel, al zijn er altijd langzame rijders die afstand willen houden en het gas niet open durft te trekken.

In de buurt van de thuishaven wordt nog eenmaal vaart gemaakt. Dan het terrein op en de loods in. De solexen gaan op de standaard. Iedereen is inmiddels weer droog. De stemming is goed, de regen is vergeten.

Het is verzamelen voor de groepsfoto en dan gaan de jassen terug op het rek. De regenbroeken en kapjes krijgen een plekje om te drogen, terwijl het gezelschap naar de warme maaltijd gaat. Nog even een diploma uitreiken en dan is het voor de begeleiders van de solexen afgelopen.

De man met het diploma heeft nog een tip. “Kunnen jullie geen oortjes verstrekken en wetenswaardigheden over het gebied vertellen.” Een goede suggestie, iets voor de ideeënbus. Al zal iedere solexbegeleider zich dan wel moeten inlezen.

Na een dankwoord van een der deelnemers voor de leuke rit, nemen we afscheid. Het is te hopen dat het niet verder gaat regenen, dan kan de groep Waterschappers op het gemak genieten van de warme prak en hoeven niet naar de Calamiteitenorganisatie van hun bedrijf.

305. “Mogen we een veursnaappering”

Oververmoeid kom ik thuis. Wat een heftige dag. Dit is werken. Maar soms ga je het ook gewoon leuk vinden, werken. En moe, nee hoor echt niet. Vandaag ben ik ingeroosterd geweest bij de De Tuinderij.

Om halftien trilt mijn telefoon in de broekzak. ‘De Tuinderij, vertrek over vijf minuten….’ geeft de display aan, ‘het is niet druk’. Ik haal de batterij uit de lader en plaats deze in mijn fiets. Wanneer ik net op weg ben word ik door twee wielermaten geroepen. “Rijdt met ons mee”, zegt een van hen. Maar zij staan in professionele outfit met hun racefiets in de hand. “Deze keer niet mannen, ik moet aan het werk.”

Windje tegen fiets ik langs de Zijde richting de Tuinderij. ‘Dat wordt wat vanmiddag op de solex met windje tegen.’

Aangekomen bij de uitspanning is het nog rustig, er wordt gestofzuigd, de planten krijgen water, de stofdoek neemt nog het laatste restje stof weg. Het moet er altijd spic-en-span uitzien. Eenieder heeft daar ook een taak in. Vanuit een van de huiskamers hoor ik een hoop geroezemoes. Ik kijk even om een hoekje. ‘Zo dat zijn veel vrouwen’, gaat er door mijn hoofd. Het onderwijzend personeel van een basisschool heeft hun eerste vrije dag van de meivakantie goed besteed en gaat team builden. 28 vrouwen en twee mannen. Ik geloof nu ook, maar weet eigenlijk zeker, dat er maar weinig mannen werkzaam zijn in het lager onderwijs. De dames en heren zitten aan de koffie. Het is een druk gebeuren. Ik houd me afzijdig.

Als ik terugloop naar de ingang kom ik mijn maatjes Tom en Emiel tegen. Zij zijn mijn inspirators voor die dag. “Wat wordt er vandaag van me verwacht?”, vraag ik hen. “Aad, je mag ‘Plankgas door de kas’ begeleiden.” Ik heb geen flauw idee wat het inhoud. “Loop maar even mee”, geeft mijn maatje Tom aan. “Je hebt toch weleens scootmobiel gereden?”, vraagt hij mij. Nee, gelukkig heb ik die behoefte nog niet. “Het kan nooit fout”, zegt hij. Hij haalt het sleuteltje van de spijker, steekt deze in de scootmobiel en met twee handels bedien je het hele apparaat. “Simpel?” Ik haal ook een sleutel van de paal en stap op. Het is net MUS-rijden, alleen gaat het wat langzamer. We rijden even het parcours over ter verkenning. “Ik doe straks de uitleg als de groep er is”, zegt Tom. Ik maak even gebruik van het feit dat er nog niemand is en vraag hem een foto te maken. Als ik deze op Facebook heb geplaatst krijg ik de nodige commentaren. Het maakt mij niks uit.

Als de dames en heren officieel zijn welkom geheten krijg ik een groep mee voor de activiteit die men mij heeft toebedacht. Ze kunnen niet stil zijn en kwekken aan een stuk door. Ze mogen hun eigen team maken en op twee banken plaats nemen. Hierna volgt de uitleg. Er wordt gewoon door de uitleg heen gekwekt. Wie zei er dat de kinderen niet stil kunnen zijn? Na de uitleg mag het eerste parcours worden verreden. Jasje en cap overgeven en dan de volgende. Het is een estafette maar dan met leren jassen. Daar gaat de eerste van start. Hij brengt het er redelijk van af. Ook de dames beheersen de stuur’vrouws’-kunst. Als de man nog eenmaal mag gaat het helemaal fout. Hij ramt met zijn scootmobiel eerst een bromfiets bijna de ruit door naar buiten om even later twee grote planten omver te rijden. De poes die rustig op de strobalen ligt te slapen, springt van schrik omhoog en vertrekt met de staart tussen de benen. Dat gaat lekker. Door deze manoeuvres verliest men veel tijd en ook de wedstrijd. Maar wat blijft men fanatiek. De scootmobieler wordt vooruit geschreeuwd, aangemoedigd en opgejaagd. Leuk om te zien.

Na een tweede parcours is het tijd voor wisselen. De mensen die ‘Je kan de pot op hebben gedaan’, komen nu voor mijn activiteit. Maatje Emiel komt mee en legt e.e.a. uit. Ook nu een gekrakeel van heb ik jou daar. Nog fanatieker dan de eerste groep schreeuwt men elkaar naar de eindstreep om echt klaar te staan voor de jassen- en cap-wissel. De mobieltjes snorren als men op de scootmobiel langs komt. Wat is dit leuk. Het enthousiasme is geweldig. Ik blijf ze aanmoedigen, al wetend dat het onbegonnen werk is. De tegenpartij is al een mens verder. Na driekwartier is het tijd en wordt men terugverwezen naar de kantine. Hier vindt de diploma-uitreiking plaats voor ‘Plankgas door de kas’ en ‘Je kan de pot op.’ Met een natte rug gaat het onderwijzend personeel aan de lunch. Men heeft het geweldig gevonden.

In de middag een solexrit. PAZO18. PAZO18 staat voor vader en zoon 2018. Zoons, studenten aan de universiteit Delft, hebben hun vader uitgenodigd om een activiteit te doen. En wat is er mooier dan gezamenlijk te gaan solexen. Vaders met bravoure, maar ook zoons die daar niet voor onder doen. Na een kledingmetamorfose staat men achter de solex. De solexen die tussen de middag al in het gareel zijn gezet. Een van de vaders haalt meteen zijn solex uit het gelid en gaat er alvast opzitten. Hij was meer keren ondeugend.

Na de uitleg, de oefenronde. Dan komt het nodige commentaar. “De mijne rijdt niet hard.” “Het kabeltje van het gas blijft hangen.” “Ik moet de hele tijd meetrappen.” “Ik dacht dat we gingen solexen, maar ik moet blijven fietsen.”, “Ik krijg de motor niet op het voorwiel.” Ja, de mannen hebben meer commentaar dan ik doorgaans gewend ben. Voordat we weg kunnen is het eerste kwartier al voorbij. Wij rijden met 15 zoons en 15 vaders, dat is een behoorlijke groep en voor je dan echt goed op weg bent, dat duurt wel even. Sommige vaders hebben geen flauw idee waar ze zich bevinden. En zo komt er regelmatig een vader vragen waar we zijn. Maar ook zoons kennen wel de weg, maar waar deze zich bevindt is men onwetend. “Ik wielren hier vaak, maar weet niet hoe het hier heet.”

We gaan na drie kwartier af op de eerste stop. Het Raadhuis Schipluiden. Hier nuttigen we de koffie. Na een klein half uurtje rijd ik hen via het viaduct over de A4 richting Kruithuisweg. Dan eroverheen. Met een fikse tegenwind valt dat niet mee. Het is meetrappen en al het gas geven dat je hebt. Dan via Akkerleven over de Trambrug naar Hoeve Bouwlust. De volgende stop. Nadat men allemaal een drankje heeft besteld, vraagt een van de studs of er ook een ‘veursnaapering’ mogelijk is. Heel even kijk hem aan. “Zoals wat?” “Bîtterballen”, zegt hij, “Twee of drie de man.” Bij Hoeve Bouwlust is men niet moeilijk en er is tijd, dus de frituur gaat aan. Even later doen de snacks de ronde. Ik spreek met de organiserende student af dat hij een stukje vooruit mag rijden om het gezelschap te filmen. Met moeite houd ik de groep tegen, zodat men ook een leuk filmpje kan maken. Als we even later op een brede weg rijden, gaan de gashandels open en rijdt men mij voorbij. Waarschuwen helpt niet, als ongehoorzame kleuters racen ze links en rechts voor de troep uit. Een begeleidende medewerker op de bromfiets moet haast maken om de groep weer bij elkaar te halen. Wanneer ik even later weer vooroprijd, blijken het zoons, maar ook vaders die me links en rechts hebben ingehaald.

We gaan terug naar de stal en de solexen krijgen hun plekje in de stalling. De probleemsolexen krijgen een aparte plaats. De mannen van het technisch onderhoud hebben ook weer iets te doen. Nog even een enthousiaste foto voordat de mannen Delft onveilig gaan maken. Ze gaan er eten in de stad en “lekker drinken”, zegt een van de studenten. Eerdaags hebben ze een MAZO18 dag. Dan mogen de moeders op komen draven voor een activiteit. Waar, dat weet hij nog niet.

Tegen zes uur ben ik weer thuis. Mijn lief is vertrokken naar de Utrechtse rommelmarkt i.h.k. van Koningsdag. Bij mij gaan de schoentjes uit en mijn benen op de bank. Het is genoeg geweest.