375. RegioTaxi: van het kastje naar de muur

Opnieuw heeft de regio Haaglanden het behaagt om het RegioTaxi gebeuren uit te besteden aan een andere vervoerder. De huidige vervoerder wordt uitgezwaaid en daarvoor in de plaats komt Rvc Nederland BV. Nu is Rvc een callcentrum en heeft het kennelijk niets met het vervoer en de administratieve kant daar omheen te maken. Ik liep er in ieder geval op stuk.

Een van de mensen waar ik mantelzorg voor verleen heeft een brief ontvangen van RegioTaxi Haaglanden. Zij geven in die brief aan dat er een nieuwe vervoerder komt en dat er een automatisch incassoformulier is bijgesloten. Daarnaast ook een voorgedrukte enveloppe met het adres waar deze brief heen moet. ‘Let op:’ staat er nog nadrukkelijk bij ‘dat u een postzegel op de enveloppe plakt’.

Betrokkene heeft de brief kennelijk niet helemaal goed gelezen en gooit, met uitzondering van de aankondiging, de enveloppe weg. Daarbij is dus ook het formulier om de machtiging aan te geven en de antwoordenveloppe. Wanneer ik bij haar op visite kom laat ze me de brief lezen. Ik vraag haar waar de rest is gebleven. Ze weet niets van een rest. De enveloppe heeft ze in het oud-papier gedaan. Dat wordt zoeken in de blauwe bak als het resultaat negatief is.

Ik geef haar aan dat we nu een probleem hebben. “Oh, ik bel wel even”, zegt mijn 88-jarige. Dat vind ik niet zo’n goed plan. Ondanks het feit dat ze goed bij de tijd is, kan dit wel eens een langdurige kwestie worden, is mijn inschatting.

Op internet zoek ik naar een mogelijkheid om een formulier te downloaden. Het blijft bij zoeken. Het enige dat je aan kunt geven is een klacht. Dat is het naar mijn mening niet. Het is wat onhandig zoals het is gelopen.

Op de brief van RegioTaxi staat achter het woord informatie een telefoonnummer. Ik bel. Een alleraardigste mevrouw staat me te woord. Zij weet echter niets van een automatisch incassoformulier. “Nee meneer, dan moet u niet bij ons zijn. U moet bellen met het nummer van Rvc. Ik geeft het u.”

Ik toets het opgegeven nummer in. Er blijken meer mensen dit nummer te hebben getoetst. “Het is momenteel druk”, zegt een aardige mevrouw op een bandje, “een ogenblikje geduld.” Dat heb ik. Een kopje koffie wordt voor me klaar gezet. Ik ga er eens goed voor zitten. “Het is momenteel erg druk”, zegt dezelfde mevrouw even later. Dat herhaalt ze driemaal. Dan krijg ik Carolien aan de telefoon. Ik leg mijn probleem uit, maar Carolien is niet op de hoogte van de gang van zaken. “Ik weet het even niet, meneer. Ik ga even met mijn collega overleggen.” Ik blijf aan de telefoon hangen. Wanneer ik echter na vijf minuten nog geen antwoord heb, blijkt het telefoongesprek afgebroken. Ze zal me toch niet terugbellen, dat heeft ze niet gezegd.

Ik probeer het opnieuw. Wederom blijkt het druk, maar al kort daarop heb ik Willie aan de lijn. Ik leg haar uit dat ik met Carolien in gesprek ben geweest en bladibladibla. “Ik weet hier niets van”, zegt Willie. Ik verbind u door met Carolien. Ik hoor een hoop geschakel en achtergrond geluiden. Carolien krijg ik echter niet en wederom wordt het telefoongesprek verbroken.

Voor de derde keer probeer ik het Rvc te bellen en nu krijg ik Linda. Het is er vast een volle bak, is mijn inschatting. Wederom leg ik uit wat er aan de hand is. Maar ook Linda weet niet waar ik het over heb. “Ik denk”, zegt Linda, “dat u met de RegioTaxi moet bellen. Zij hebben u die brief gestuurd.” Ik geef aan dat ik ben doorverwezen naar het Rvc door de RegioTaxi. “Ik kan u echt niet helpen”, probeert Linda.

Dan de RegioTaxi Haaglanden maar weer bellen. Ik krijg de mevrouw aan de lijn die ik eerder ook heb gesproken. “Ik herken uw naam”, zegt ze. Wanneer ik haar aangeef dat ik door het Rvc weer terug ben verwezen en me van het kastje naar de muur gestuurd voel, begrijpt mevrouw dat. “Niets erger dan zo te woord te worden gestaan”, zegt mevrouw. Maar ik kan u echt niet helpen. “Maar die brief komt toch bij u vandaan”, probeer ik nog een keer. “Hij zal geschreven zijn door het metropool”, zegt mevrouw dan. “Ik geef u een telefoonnummer van deze organisatie.” Ik schrijf driftig mee.

Mijn laatste redmiddel bel ik. Het telefoonnummer is dood. Wat ik ook probeer ik krijg hen niet te pakken. Dan maar weer terug naar de RegioTaxi. Ik krijg een andere medewerker die zich voor stelt met: Mevrouw……. RegioTaxi Haaglanden. Ik vertel haar wederom mijn verhaal, inmiddels ben ik al 28 minuten bezig met het ophalen van mijn informatie. “Maar meneer”, zegt deze ‘mevrouw’ betrokkene kan toch gewoon contant betalen in de taxi, dan heeft u helemaal geen automatisch incassoformulier nodig.” Nou breekt mijn klomp. Ik bedank de andere kant van de lijn, ben niet echt tevreden met het antwoord, maar alla dan moet het maar zo. Ik ga toch zoeken in de blauwe bak, maar helaas geen ontbrekende stukken gevonden. 

Ik hoop echter wel één ding: dat degene waar ik mantelzorg aan verleen met de taxi niet van het kastje naar de muur wordt ‘gestuurd’.

157. Sjaak en de lollige BHV-ers

Afgelopen woensdag deed ik weer de dag van mijn herhalingsoefening BHV, Bedrijfshulpverlening. Voordat ik naar de locatie vertrek, verricht ik nog even wat Excelwerk thuis zodat men op het werk ook aan de slag kan. Dan op de fiets op weg richting De Tol/Overvoorde te Rijswijk. Een oefenterrein van de brandweer Haaglanden.

Als ik bijna ben aangekomen kom ik een collega tegen die de andere kant op fietst, terwijl ik hem toch echt op de lijst heb zien staan om ook aanwezig te zijn. Even twijfel ik, heb ik niet goed gekeken en ga ik naar de verkeerde locatie? Mijn agenda, waar de afspraak in is opgenomen, geeft toch daadwerkelijk De Tol aan.

Aangekomen op de locatie zie ik dat de locatie hoe langer hoe meer in verval raakt. Er wordt aan de gebouwen geen onderhoud meer gepleegd en er is bijna niemand meer aanwezig, waar het in het verleden vaak erg druk was. Het is zo goed als zeker dat dit hier voor de laatste keer is. Volgend jaar verhuist het opleidingscentrum naar de brandweerkazerne te Delft en wordt het terrein teruggeven aan de natuur. Zal wel even saneren van de grond worden.

Als ik net aan een kopje koffie zit, komt ook mijn net gepasseerde collega binnen. Hij was verdwaald, gaf hij aan.

De aanwezigheidslijsten met de namen krijgen een krabbel, de geboortedatum wordt ingevuld en even aangeven of je vegetarisch bent, boter op je brood wilt en of je een kroketje wilt bij de lunch. Of ik vegetarisch ben weet ik wel, dat niet, maar of ik vegetarisch wil eten is een betere vraag. Hier is nog niets aan veranderd. Dit maak ik al zo’n tientallen jaren mee.

Dan worden we gehaald. Niet meer de oude brandweerinstructeurs, maar twee dames die het roer hebben overgenomen. Eén van hen is de prater, de ander is de lotus. Een lotus is een gespeeld slachtoffer. De groep heeft deze dag een lollige bui. De dames worden regelmatig in de teil genomen door opmerkingen van de merendeel technische mensen, die naar mijn idee eigenlijk helemaal niet zitten te wachten op zo’n herhalingsdag. Zij gaan veel liever sleutelen, de polder in of met hun handen de vieze inlegkruisjes, doekjes en andere weggegooide materialen uit de pompen halen.

Als mevrouw Lena, de lotus, met een dicht oog binnen komt, laat iedereen haar aan haar lot over, tot de instructrice, Lenie, aan twee medewerkers vraagt om er even naar te kijken. Wonderwel wordt de juiste actie uitgevoerd en even later opent de lotus haar ogen weer en kijkt ze weer vrolijk uit haar doppen.

Zo worden er verschillende ongevalsituaties uitgebeeld en nagespeeld en wonder boven wonder wordt er ook nog op de juiste wijze gehandeld, zij het dat het altijd met een lacherige grap wordt uitgevoerd. Als men de Heimlich greep moet toepassen en daar een speciaal bodypak voor aan krijgt, wordt het een wedstrijdje wie kan de prop het verst wegschieten. De Heimlich greep wordt gebruikt om een blokkade van de luchtwegen te verhelpen.

Na de koffie is het tijd voor het oefenen van de stabiele zijligging en het reanimeren met en zonder AED. Opnieuw een verbeterde en handigere methode om het slachtoffer op de zij te krijgen. Zo bemerk ik dat er elk jaar opnieuw veranderingen plaatsvinden. Een mooie inkomstenbron voor de uitgeverij van de steeds weer aangepaste boekjes. De poppen die worden gebruikt zijn niet veranderd, ze hebben wel een ander T-shirt aan, maar zeggen nog altijd niets terug, geven niet mee en hebben hun computer in de buik zitten, waardoor je kunt zien of je de actie goed uitvoert.

Na het EHBO-gedeelte de lunch. Alles wat besteld is komt op tafel. Het gesprek tijdens de lunch gaat over het werk, over de verhuizing later naar het vernieuwde Delflandse gebouw, over het niet meer kunnen parkeren straks, de onzichtbaarheid van de Ondernemingsraad en nog veel meer gehakketak.

Na de pauze komt Sjaak de kantine inlopen. Sjaak is de instructeur voor het brandweergedeelte. Een vrolijke oude baas, die het leuk vindt om kritisch te zijn. Welke handeling er ook moet gebeuren, Sjaak heeft er commentaar op. Hij lacht er bij en maakt er een sport van om de meest lollige collega’s te kakken te zetten. Op zijn helm draagt hij zijn Amerikaanse naam Jack. Er wordt geoefend op een oliebrand, een gasbrand, een ontplofte bus haarlak, een brand in huis met in brand staande pop. Ja, alles wordt uit de kast gehaald om situaties na te bootsen. Steeds opnieuw gaat het niet goed. Hij heeft de groep onder de duim. Ben je grappig, dan mag je voor de groep uitleggen waarom je zo grappig bent, of waarom je de nodige opmerkingen maakt. Volwassen mannen en één vrouw die door Sjaak volledig in control zijn.

Na de brandoefeningen, communicatie. De portofoons komen te voorschijn. De groep wordt in kleine groepjes verdeeld om naar elkaar te vertellen wat men heeft getekend. De andere groep moet dat dan op aanwijzingen natekenen. Een leuke opdracht, die niet altijd de juiste tekening oplevert. Communicatie is niet het sterkste punt, blijkt.

Dan de laatste activiteit, ontruimen. In twee groepen wordt geoefend om calamiteiten netjes op te lossen. Loslopende gespeelde slachtoffers bemoeilijken de ontruiming. Toch krijgen we van Sjaak een opgestoken duim. Niets doen is slecht en fouten maken mag dit keer, als je maar handelt.

Aan het eind van de dag vindt de evaluatie plaats. Niets dan lof van mijn mede-cursisten. Nou, ja de eindtijd, dat is nog een dingetje. Sommige lieden blijken een half negen tot half vijf mentaliteit te hebben, waar het intussen tien minuten is uitgelopen.

Als ik weg ga, geef ik Sjaak een hand. “Hoe oud bent u”, vraagt hij mij. Ik antwoord dat ik 64,5 jaar bent. “En je werkt nog”, vraagt hij mij. “Ik moet nog vier maanden, dan zit het er op”, zegt hij. Ik kijk hem aan en vraag hem: “heb je dan de leeftijd al?” “Ja, zegt hij ik mag nog gebruik maken van een oude regeling en ben op 57-jarige leeftijd klaar.” ‘Ja, verschil moet er zijn’, denk ik bij mijzelf. Ik gun het hem, maar ook de cursisten die straks niet meer met Sjaak te doen hebben. Al moet ik eerlijk bekennen, hij deed het wel leuk en ik heb, hoe oud ik ook ben, er toch weer wat van opgestoken.