400. Een magisch getal en even zovele blogs, verhalen

Vierhonderd keer. Vierhonderd keer begon ik mijn vertellingen op mijn telefoon. Met één vinger tikte ik de verhalen, blogs. Vierhonderd keer kreeg ik van mijn lief te horen: “wat ben je nou weer aan ‘t tikken.” Vierhonderd keer kopieerde ik de tekst naar mijn WordPressaccount. Vierhonderd keer vermoeide ik u met mijn hersenspinsels, lang, meestal te lang. Ik schreef de verhalen voor mezelf. Niemand hoeft het te lezen, maar voor mezelf heb ik zaken vastgelegd, zoals ik dat ook zeg tegen mijn lezers. Schrijf, schrijf, er gaat al zoveel verloren, leg het vast.

Verhalen, blogs die ik maakte werden gelezen, veel gelezen. Ruim 78.000 leesmomenten door meer dan 31.000 personen. Dan heb je het niet alleen voor jezelf gedaan. 150 keer kwam er een reactie onder het verhaal, veel meer kreeg ik er via Facebook, Twitter of LinkedIn.

Sommige blogs schoten door het ‘plafond’, dan werd de blog binnen een uur meer dan 100 keer gelezen. Sommige bleven achter en zijn totaal slechts 34 keer gelezen.

De blog met de meeste lezers is die over de consternatie die ontstond toen onze burgemeester plots werd weggestemd. Over deze blog werd ik ook benaderd door het Algemeen Dagblad, de Telegraaf en de Volkskrant. Meerdere blogs hebben de aandacht getrokken van de media. Wat te denken over het besluit van het bestuur Varend Corso om ook naar Den Haag te gaan. Of het verhaal dat ik schreef over de ballenvanger van Schipluiden. Aan het laatst genoemde verhaal zit zelfs nog een heel triest staartje, waar ik niets over kan/mag vertellen. Maar dat het een triest verhaal is is zeker. Verder werd de blog over het opheffen van de Oranjevereniging er een waar de Volkskrant lucht van kreeg. Een journalist kwam naar de opheffingsvergadering en rapporteerde er over.

Vele verhalen gingen over mijn solexritten, over onze jongens René en André, of over belevenissen die ik heb meegemaakt. Soms schreef ik een verzonnen verhaal andere keer deed ik mee met een schrijfwedstrijd en kreeg ik een opdracht. Een enkele keer reageerde men door een hele heftige reacties te sturen. Maar over het algemeen slikte men het als zoete koek en werd ik er soms op een positieve manier over aangesproken.

Regelmatig schreef ik over mijn jeugd in Den Hoorn. De detailhandel in mijn jeugd of de bewoners van de Dijkshoornseweg. Maar ook hoe Den Hoorn er vroeger uitzag. Ik wijdde een blog aan alles wat ik deed aan vrijwilligerswerk. ‘k ben zeker nog niet klaar met schrijven, ik zal u er ook mee blijven ‘bestoken’ of zoals iemand ooit tegen mij zei: “Blijf lekker schrijven, ik koop geen boeken meer. Jouw verhalen zijn te leuk om niet te lezen en deze te laten gaan.”

Ik heb weleens overwogen om te stoppen. Gewoon geen zin meer in. Toch heb ik doorgezet en staat de 400ste nu online. Er zijn er nog veel meer, die houd ik voor mijzelf.

“Kan je geen boekje maken, van jouw blogs”, vroeg een mijn mijn fervente lezers. “Dan neem ik je mee op vakantie.” Nee, dat ga ik niet doen. Ik heb er geen zin meer in om te leuren met boekjes, zoals ik moest doen met mijn boekje BEEStENKRABBELS. Nog altijd heb ik er daarvan op de plank liggen.

Op mijn Facebooksite kom je ook regelmatig huwelijksblogs tegen. Deze tellen niet mee in het aantal van 400. Meetellen zou betekenen meer dan 500 verhalen, blogs. Niet niks, en soms begrijp ik mijn eega wel. “Je zet nog net niet op internet wanneer je naar de WC gaat.” Echter ik heb er schik in en plaats mijn verhalen. Ik blijf gewoon schrijven en u kunt gewoon blijven lezen. Tot de volgende blog.

300. 300 blogs en verhalen

Nummer 300. 300 blogs, verhalen die ik schreef naar aanleiding van zaken die ik zelf heb meegemaakt, heb gehoord of waar ik een mening over heb. 300 keer achter de computer of laptop om een verhaal aan het papier toe te vertrouwen. Alles bij elkaar ruim 1100 A4tjes vol teksten.

Met heel veel plezier duik ik graag achter de PC om een stukje te schrijven. Nou ja stukje, “meestal is het het lang”, hoorde ik afgelopen week nog. “Ik begin eraan maar soms lees ik het niet af, omdat het te lang is.” Ik weet het het is vaak te detaillistisch, te lang ook misschien. Maar dat is zoals ik schrijf. Ik maak mijn verhaal zoals ik praat. “Dat maakt het juist zo leuk”, zei één van mijn vaste lezers, “ik zie je gezicht erbij en het is net alsof je tegenover mij staat en het verhaal tegen mij vertelt”. Nooit heb ik een opleiding of cursus gevolgd. Geen begeleiding gehad om te schrijven en geen journalistieke ervaring. Ik ben het gewoon gaan doen. Voor wie? Voor mezelf en het is leuk als ik mensen daarmee ook kan plezieren. Dat er vaak gelezen wordt is een feit, getuige de meer dan 52000 leesmomenten die er geregistreerd staan.

Er zijn uitschieters bij het lezen van de blogs. De blog over het buiten spel zetten van de burgemeester is er zo een. Meer dan 4000 mensen lazen deze blog. Vanuit de hele wereld werd deze blog gelezen. Waar ook veel interesse in was was het verhaal over de detailhandel in Den Hoorn, mijn geboortedorp, in de jaren ’60. Meer dan 1500 leesmomenten leverde het op. Ik zou de blog nog weleens na willen lopen in levenden lijve. Een boekje met foto’s van de genoemde objecten. Maar er zijn evengoed blogs bij die niet meer dan 18, 20 of 22 keer zijn gelezen. Nogmaals het zijn verhalen en blogs die ik voor mezelf vastleg.

Meerdere blogs zijn ter sprake gekomen. Over de beslissing dat het Varend Corso zijn route zou gaan wijzigen. Over mijn verhaal over Careyn, waar het niet helemaal goed ging, maar waar ik een positieve ervaring mee had en dat beschreef. Vele reacties ontving ik op mijn verhalen door middel van e-mail, facebook of onder de blog. Meestal heel positief, andere keren wat mindere reacties.

Inmiddels heb ik bijna 950 volgers, mensen die de gelegenheid hebben om mijn verhaaltjes te lezen. Soms bewust aangemeld of via Social Media. Een mooi getal dat ik nog graag zou uitbouwen naar 1000, maar dat heb ik niet in de hand.

Zoals ik al eens eerder schreef is het vastleggen van mijn en jouw leven van zo’n enorme waarde. Uitspraken van mijn vader waren geweldig. Jammer genoeg zijn ze niet meer terug te halen, verloren gegaan door de tijd. Dat wil ik voorkomen. Iemands leven eindigt niet als hij of zij er niet meer is. Het leven moet levend gehouden worden, en of je dat, zoals ik, vastleg in een blog die voor iedereen zichtbaar is of dat je dat in schriftje of aantekenboek doet, doe het!

Met veel plezier hoop ik er nog een flink aantal te kunnen maken, van het verleden, het heden of de toekomst het maakt niet uit. Ik vind het erg leuk als u mij volgt en een reactie achter laat. Veel lees plezier.

221. Verjaardagsfeestje op de solex

Vandaag moet ik als solexritbegeleider weer aan de bak. Een dame die deze dag jarig is en 50 jaar is geworden viert met nog 12 vriendinnen haar feestje op de solex. Voor mij is het de tweede keer dat ik als begeleider mag mee doen.

Rond één uur rijd ik op mijn fiets richting de Tuinderij. Een heerlijk gelegenheid om een feestje te vieren, maar ook om een solextour te doen. Het weer is ons goed gezind. De zon is stralend. Als ik mij meld komt Kevin naar mij toe. Hij is vandaag mijn medebegeleider, mag in de bezemwagen en heeft de leiding van de groep. Kevin is nog een student, net aan drie turven hoog, maar weet wel waar hij het over heeft. Je hoeft niet te vragen waar hij vandaan komt. Niet een beetje Westlands, maar gewoon puur Westlands. Uit de tongval en de zinsopbouw is duidelijk te merken, hij komt uit een tuindersdurp. Niks mis mee, overigens. Na een kort kennismakingsgesprek weet ik al wat ik aan hem heb.

“Welke route”, vraag ik hem. “De Midden-Delfland/Westlandroute, Aad”, krijg ik te horen. Dat is fijn, want de route richting Staelduinsebos heb ik nog niet eerder gereden. Ik zoek een portofoon op en test die even uit. Vorige keer ging het mis, had mijn gehoorapparaat nog in en was onbereikbaar. Dit keer ging het prima. Gehoorapparaat uit. Ik loop naar het leren jassenrek en zoek er een korte jas uit. In de kantine zoek ik nog even naar een ‘de Tuinderij’-jack. Vorige keer heb ik een koudje opgepakt, daar had ik nu geen zin meer in. Als ik mijn gele hesje opzoek, zie ik de groep al aankomen. Dames van net aan 50 iets er onder of iets er over heen. Sommige strak in het kapsel, andere prima gekleed op een solextour. Kevin ontvangt de groep en heet hen welkom. De dames giechelen al bij de gedachte om op een solex te zitten. Dan gaat de aankleedsessie beginnen. De ene jas is nog leuker dan de andere. Ga ik voor leer of ga ik voor bont? Heb je ook een maatje groter? Kan ik deze jas ook kopen? Hoe komen jullie aan zoveel jassen? Het wordt een feest dat merk ik al. Dan de helm of ander hoofddeksel opzoeken. Het is een amusante groep.

Kevin legt uit hoe de solex werkt, maakt er wat grapjes bij en heeft de aandacht. Tenminste het lijkt erop dat de dames aandachtig luisteren. Dan nog even de spelregels uitleggen over wat wel en niet mag en dan op pad.

De inrijronde vindt plaatst naast het complex. Sommige hebben toch echt niet opgelet. Hoe krijg je de motor op die band? Waar dient dat rode knopje voor? Hoe moet ik gas geven? Waar zitten de remmen? Het houdt niet op. Als één van de dames de solex niet aankrijgt probeer ik hem even op gang te krijgen. Maar vandaag heeft de solex er geen zin in. Even één omruilen en dan gaan we.

Al bij de eerste bocht gaat het fout. Mevrouw durft niet de hoek om te sturen en rijdt rechtdoor een andere weg op. Eén van de blondjes krijgt er geen gang in en probeert aan de verkeerde kant van het stuur gas te geven. “Hij draait niet”, geeft ze Kevin mee. Ze heeft nog nooit op een sneller vervoermiddel gezeten dan een fiets. De groep heeft er geen gang in. Ik moet als voorrijder regelmatig mijn gas los laten, om de groep weer bij elkaar te krijgen. De vrouw met de oranje jas en de brandweerhelm op blijft in de buurt van de bezemwagen, bang dat het fout zal gaan.

“Mooi gebied, hier”, krijg ik mee. Als ik hen vraag waar ze vandaan komen blijkt dit Voorburg en Leidschendam te zijn. “Nog nooit hier geweest”. Bij degene die bij mij in de buurt rijden probeer ik iets over het gebied te vertellen. Als we zijn aangekomen bij onze eerste koffiestop, blijkt deze afgezegd door de Tuinderij. Dan blijkt dat we de verkeerde route rijden. De dames mogen er niet de dupe van worden, dus zoek ik een andere locatie. Voor mij niet moeilijk, het is mijn woondorp. Op het terras van Bakkerij Hoek is plek. Even met de eigenaar overlegd en alles komt in orde. “Van mij mag je vaker komen”, zegt de bakker. De koffie/thee en fris wordt uitgeserveerd en daar hoort een gebakje bij. De bakker heeft nog een aardigheidje voor de jarige. Heel attent, Bob. De dames genieten van het leuke dorp en verbazen zich er over dat ik door veel mensen word begroet. Na 20 minuten wordt het tijd om weer op te stappen. We hebben wat tijd verloren en moeten ook nog eens teruglopen naar de solexen, die we bij de kerk hebben gestald. Vrolijk keuvelend hebben de dames geen haast en genieten van het lekkere zonnetje.

Weer op de solexpedalen is het voor sommige wederom even wennen. Hoe werkte het ook al weer? Op naar ’t Woudt, langs de Zweth over de brug terug langs de Bonte Haas richting Veilingweg. Dan door het tuinbouwcomplex Groeneveld, over de Noorlierweg richting De Lier. Nog wat binnendoor weggetjes om dan uit te komen op de Lierweg. Op naar De Witte voor de tweede stop. Niet te lang, want we hebben tijd verloren. Na een frisje gaat de tocht terug naar de basis.

Om 16:55 uur draaien we het terrein weer op. De solexen gaan de stalling weer in. Tijd voor een foto op en om de bezemwagen. Kevin schiet als volleerd fotograaf nog even wat foto’s. Een solexdiploma wordt uitgereikt aan de beste solexrijdster, toevallig de dame die haar 50e verjaardag viert. Hoera.

De jassen en attributen worden teruggehangen. Het feest is voorbij. De dames glimmen, hebben het super naar de zin gehad en kunnen hun sterke verhalen straks thuis vertellen.

Het was weer erg leuk om te doen. Met veel plezier heb ik voorop mogen rijden. Het zal zeker niet de laatste keer zijn.


194. Je wordt er zo lekker rustig van

Het is niet leuk om altijd maar die actie te hebben in je hoofd. Nooit rust en altijd maar druk. Een hobby van legpuzzelen geeft je dan wel die rust, waarin ik me rustig twee tot drie uur volledig kan afsluiten en in mijn eigen wereld passende stukjes kan zoeken en leggen.

Het is zo’n veertien/vijftien jaar geleden dat we onze eerste Jan van Haasterenpuzzel scoorden. Puzzels die net als in mijn hoofd altijd een druk karakter hebben. Altijd ligt er één op tafel. Zomer of winter dat maakt niet uit. De triplexplaat ligt er altijd. Met een speciale constructie is de puzzel rechtop weg te zetten, al zal dat zelden gebeuren. Mensen die op visite komen zoeken vaak eerst naar een stukje om te leggen voordat de hand wordt geschud.

Jan van Haasterenpuzzels, wereldberoemd. De in 1936 geboren Schiedamse tekenaar maakte in 1975 zijn eerste tekeningen. Was het eerst Popey die het zo herkenbare beeld vormde, nu is dat de vin van een dolfijn en Sinterklaas in allerlei vormen en uitmonsteringen. Echter meerdere koppen van poppetjes kom je regelmatig tegen in zijn tekeningen. En meestal herken je ook de eigen kop van Jan.

Het leggen van Jan van Haasterenpuzzel pakt je als een virus. Eenmaal begonnen, kan je er niet meer mee ophouden. Bedtijden worden verlegd naar nog wat later, want waar ligt nou dat ene stukje? De tafereeltjes die Jan tekent hebben vaak een komisch of humoristisch karakter, of het nu voorkomt op een puzzeltje van 10 of van 5000 stukjes. Als de puzzel af is kijk je met plezier nog eens terug naar leuke dingen die op de tekeningen terugkomen.

Onze verzameling groeit gestaag. Per jaar komen er nieuwe puzzels uit. Nog steeds tekent Jan, ook nog op hoge leeftijd, zijn puzzels. De zo karakteristieke tafereeltjes geven de puzzel zo’n herkenbaar plaatje. Dagelijkse activiteiten met zoveel passie getekend, geven de puzzels juist zo’n Jan van Haasterengezicht. Maar ook de vele thema puzzels, als voetbalkampioenschappen, het jubileum van de Hockeybond, Zijn eigen 80-ste verjaardag en de inhuldiging van de koning. Uit duizenden haal je zijn puzzels er tussen uit.

Naast de nieuwe puzzels kopen we ook regelmatig een partij tweedehands puzzels op. We maken ze weer en kijken of ze compleet zijn. We hebben hierbij hulp van vrienden die het ook leuk vinden om te leggen. Arie, Nico, Kees en Miriam, ze komen regelmatig langs voor weer een puzzeltje. Soms neemt men er meerdere tegelijk mee en levert deze soms alweer binnen een week weer terug in. Zo snel kunnen wij het niet. In alle rust leggen we de stukjes.

De verkopende partij van tweedehands puzzels is niet altijd eerlijk of weet het niet, want ook in onze verzameling hebben we inmiddels zo’n dertig puzzels die niet compleet zijn. Die verdwijnen naar de zolder, wachtend op iemand die hier nog weer belangstelling voor heeft voor weer een ander invulling van een hobby. Complete puzzels die we al in onze verzameling hebben, verkopen wij weer. Voor aangepaste prijzen gaan de puzzels de deur weer uit. Soms via Marktplaats, kringloop Schipluiden of kringloop Den Hoorn, facebooksites die op kleine schaal zijn opgezet. Soms ook krijgen we een belletje, of e-mailtje of we nog voorraad hebben.

Zo af en toe komen we een aanbieding tegen bij de grote ketens, Intertoys, Kruitvat, Marskramer, Big Bazar of Makro. Maar doorgaans hangt er best een aardig prijskaartje aan.

Er zijn net als wij vele verzamelaars, mensen die op rommelmarkten en in kringloopwinkels snuffelen naar deze vrolijke puzzels. Steeds dezelfde mensen komen we tegen. Dat geldt ook voor kopers bij ons. Vaak opsturen, maar ook regelmatig ophalen vanuit het hele land. Het blijft leuk om ervaringen te delen.

Ik weet niet helemaal meer hoe het ooit is begonnen. Maar wat ik wel weet is dat we ook naast de genoemde aantallen van 10 en 5000 ook nog de andere formaten in bezit heb, 54, 108, 250, 500, 750, 1000, 1500, 2000, 3000. Verder hebben we een aantal verzameldozen. Drie in één doos met daarin soms verschillende formaten. Een bruidspaar dat ooit bij mij op intake gesprek kwam voor hun huwelijk zag onze gekte en gaf na de huwelijksbevestiging een themapuzzel: De bruiloft. Intussen hebben we zo’n 140 verschillende Jan van Haasterenpuzzels. Een hobby die veel plaats inneemt. Op een slaapkamer is een hele kast ingericht om de stapel netjes te ordenen.

Het blijft voor ons een hele leuke hobby. Rustgevend, maar bovendien leuk en…. niet onvermeld: het kan allemaal zonder het mobieltje, dat blijft in de standaard. Even (ont-)Haasteren, het is een aanrader om te puzzelen, geef rust, ontspanning en is nog leuk ook. Mocht je een puzzel willen hebben, houdt dan de genoemde sites in de gaten. Puzzel ze!!

186. Nieuwe bezems vegen schoon maar oude bezems kennen de hoekjes

Schreef ik in een eerdere blog over mijn werk als vakantiekracht bij de vuilophaaldienst in 1967, deze keer gaat het over de veegploeg. Na een weekje met vuilniszakken te hebben gesjouwd werd ik toe gewezen aan Willem van de veegploeg. Willem is een fictieve naam, waarom dat leest u in het vervolg van deze blog.

Op maandagochtend is het in mijn vakantie al vroeg dag. Al om kwart over zeven rijd ik in de regen richting de stort in Delft. Het zou later op de dag mooier weer worden. Ik moet om acht uur beginnen. Vandaar uit rijden we met een soort bakfiets de wijken in om langs de stoepranden te vegen. Niks met een veegwagen, gewoon handmatig, met bezem en schop. Verder moest erop worden toegezien dat daar waar de vuilniswagen langs was geweest en er was gemorst, ook deze troep werd op geruimd.

Met ‘Willem’, Timo, ook een vakantiekracht, en ik rijden we richting TU-wijk. Al zittend op het spatbord van de bakfiets krijgen we van Willem een lift naar de plek waar moet worden geveegd.

Aangekomen op de Professor Schoemakerstraat stappen wij beiden af en krijgen een gloednieuwe bezem in handen. Dan komt het echte werk. “Een goede pak van de steel is belangrijk”, zegt Willem. “Ik weet zeker dat je vanavond blaren op je handen hebt”, geeft hij nog even mee. De één neemt de linkerkant van de weg, de ander de rechter. Zo vegen we gelijk op naar de hoek van de straat. Willem neemt het ervan en praat met mensen uit de buurt en zorgt ervoor dat de bakfiets mee gaat. Hij komt hier al een jaar of vijftien, zestien en kent iedereen. Dat heeft ook een voordeel want dan heb je altijd koffie op de ochtend. Soms mag je binnenkomen, anderen serveren het op een bankje dat buiten staat en bij weer anderen ga je even op de bloembak zitten. Zo ook die ochtend. Het wordt een drukke koffieochtend.

Als we wederom een kopje koffie krijgen toebedeeld, schrikt Willem en als door een wesp gestoken vliegt hij direct overeind. Hij pakt een bezem en begint als een malle te vegen. Wij kijken ervan op en vragen wat er opeens aan de hand is. Dan blijkt dat er een ‘inspecteur’ door de straat is gereden. Vanuit een ooghoek heeft Willem hem gezien. En op inspecteurs heeft Willem het niet zo. Zij kijken toe of er wel gewerkt wordt en controleren de stoepranden. Als Willem werkt, dan moeten ook wij weer snel aan de gang. De mevrouw waar we koffie van hebben gekregen doet haar koekdoos weer dicht. Daar is geen tijd voor. Een inspecteur die éénmaal in de buurt is, is zo nog maar niet weg.

Wanneer we op de hoek van de straat een flink hoopje hebben gemaakt komt de schop erbij. Een grote vierkante schop die je strak tegen de stoeprand kan zetten. Dan is het een kwestie van met je ene hand vegen en met de andere de schop tegen de bezem drukken. Dat valt om de dooie dood nog niet mee. Intussen is Willem de bosjes even ingedoken en haalt met een grijper het ingewaaide papier en de blikjes uit de bosschage. Nu weet ik ook waarom de mannen van de reiniging van die dikke Manchester werkpakken aan hebben. Ze kunnen makkelijk tussen de stekelige heesters in lopen. Zo rijden/lopen we straat na straat af. Aan het eind van de dag heb ik inderdaad een zere plek aan mijn rechterhand, precies in de hoek waar duim en wijsvinger hun aanhechting vinden. Willem had ervoor gewaarschuwd, maar vegen blijkt ook een vak apart.

Zo doen we dat ook op dinsdag. Een stralende dag wacht ons op en de jas kan op de bakfiets blijven. Aan ons shirtje en in korte broek kunnen we heerlijk genieten van het mooie zomerse weer. Opnieuw is koffiedrinken net zo belangrijk als vegen. In tijdspanne lopen deze bezigheden gelijk met elkaar op is mijn inschatting. Wel kijkt Willem regelmatig om zich heen of hij geen inspecteur ziet fietsen. Aan de Kloosterkade woont er één, weet Willem. Daar is geen tijd voor koffie en is het doorwerken geblazen. Is de inspecteur niet in de buurt, dan kijkt zijn vrouw wel stiekem uit het bovenraam.

Op donderdag rijden we via de Kanaalweg naar de Rotterdamseweg. De kleine straatjes die hiermee zijn verbonden, kende ik niet. Ik was daar nooit eerder geweest. Daar gingen we met een grove bezem door de straat. Hier woonden geen ‘Toppers’, had Willem aangegeven en dus mocht het wel een beetje minder.

In de loop van de middag komen we aan op de Julianalaan. Grote huizen waar professoren wonen, vertelt Willem. Bij één van de huizen wordt de bakfiets aan de kant gezet. Als mevrouw ons in de straat heeft gezien, gaat de deur al op een kier. “Hier doen we effe een bakkie binnen”, zegt Willem. Mevrouw is in mijn ogen een deftige, welgestelde tante van middelbare leeftijd. Het zou zo maar een vrouw van een professor kunnen zijn. Een beetje de leeftijd van Willem. Ze had ook onze moeder kunnen zijn. Aan de grote tafel komt een theeservies op tafel. Grote, Engelse, gebloemde kopjes. Een doosje met theezakjes wordt voorgeschoteld, waardoor je kan kiezen welke theesoort je wil drinken. Thuis ben ik dat niet gewend. Er wordt losse thee in de pot gegooid en met een zeefje wordt er uitgeschonken. Ook voor het tweede kopje wordt wederom gebruik gemaakt van hetzelfde goedje. De thee wordt gewoon wat langer getrokken, dan is het vocht ook bruin.

Na enige tijd geeft Willem aan dat het voor ons tijd wordt om weer aan het werk te gaan. Waaraan we natuurlijk voldoen. Hij is immers de baas van de bakfiets. Willem blijft nog even achter want hij moet nog wat met mevrouw afrekenen. Ik begrijp hem niet, moeten we betalen voor de thee? Eenmaal buiten zien we dat de gordijnen boven worden dicht geschoven. Niets vermoedend vegen wij de straat verder schoon. Na zo’n twintig minuten komt Willem weer naar buiten. “Hier mag je nooit over praten hoor”, beveelt hij ons. Het gaat toch alleen om even iets met mevrouw af te rekenen? Als ik er meer van wil weten, gebiedt Willem om er over te zwijgen. Nog éénmaal begin ik er over met Willem, maar het naadje van de kous heb ik nooit van hem gehoord. Het zijn dus vermoedens wat Willem achter die gordijnen deed.

Het werd die vrijdag een aparte laatste dag met Willem. Ik liep de hele dag met vraagtekens maar durfde het hem niet te vragen.

Het is inmiddels bijna vijftig jaar geleden. Ik mocht er nooit met iemand over praten, schrijven had hij mij niet verboden. Vandaar dat ik met een gerust gevoel mijn verhaal kan doen. Willem is er niet meer, al lang geleden heb ik zijn overlijdensadvertentie in de krant gezien. Hoe het met mevrouw verder is gegaan heb ik niet kunnen achterhalen. Ze reed, denk ik, een scheve schaats en Willem ook, maar kennelijk kan je met twee scheve schaatsen elkaar nog best recht in de ogen kijken. En dat deed hij naar mijn idee elke week.

180. Oud jaar en terugblikken

31 december 2016. De laatste dag van het jaar. Nog even wat boodschappen halen bij de plaatselijke Albert. Het is er een gekkenhuis. Alle kassa’s zijn open. Het is alsof de oorlog is uitgebroken en men druk aan het hamsteren is. En die week van het hamsteren is nog niet eens aangekondigd.

In de buurt is het al behoorlijk onrustig. Vuurwerk wordt al vroeg afgestoken. Ach, je kunt het maar kwijt zijn. Ook bij Appie staat een groep tieners met hun tasje om de nek. Jonge gasten, kinderen zelfs die hun Cobra’s, al dan niet illegaal, afsteken. Geen van hen heeft gehoorbescherming in of op de oren. Mensen die naar buiten komen hebben hun vingers nog en steken die in de oren als er weer zo’n harde knal in aantocht is. Men houdt zich niet aan de afknaltijden.

Zelf heb ik nog nooit een stukje vuurwerk gekocht, dan wel afgestoken. Zuinig, gierig misschien wel gun ik het mezelf niet dat er iemand aan verdiend. Sta je daar met een vuurpijl van €50,00 om die de lucht in te laten schieten. Houdt het geld in je zak of geef het aan een goed doel. Je richt er zo geen schade mee aan en doet er ook nog iets goeds mee. Voor mij zou het centraal mogen worden geregeld. De gemeente huurt een vuurwerkbureau in die op een afgezet gebied voor haar inwoners een feestelijk vuurwerk afsteekt. Geen rotzooi op te ruimen op nieuwjaarsdag en geen gewonden. Ook de schade zal beperkt zijn. Steek het geld dat men nu uitgeeft aan schades in zo’n evenement. Misschien het overwegen waard.

Wat bracht 2016 mij? 2016 werd voor mij geen bijzonder jaar, in die zin dat het mij persoonlijk niet veel heeft opgeleverd waar ik warm of koud van ben geworden. Natuurlijk zijn er dingen gebeurd waaraan ik terug denk. Een aantal huwelijksbevestigingen die ik heb gedaan die wel een speciaal moment bij mij hebben achter gelaten. 17 bruidsparen mocht ik in de echt verbinden. De één nog leuker dan de ander. Wat mij wel is opgevallen tijdens de gesprekken dat men zo open is naar mij toe. Somtijds krijg ik dingen te horen die men niet eens aan hun eigen ouders vertelt. Het open karakter dat deze gesprekken heeft, hebben mij doen beseffen dat er vaak meer achter een voordeur gebeurt dan men van buitenaf in de gaten heeft. Niet alleen in negatieve maar veelal ook in positieve zin. Van al die huwelijksbevestigingen schreef ik stuk voor stuk een verhaal, een blog. Namen werden geanonimiseerd en voor de plaatsnaam verzon ik ook een nieuwe naam. Blogs die soms veel werden gelezen, van 48 keer tot wel 763 keer. 844 mensen gaven aan mijn blogs te willen volgen en krijgen een berichtje als er weer een nieuwe blog is geplaatst. Met veel plezier en energie zal ik me ook in het volgende jaar weer inspannen om van elk huwelijk iets unieks te maken, iets persoonlijks dat men altijd in herinnering zal blijven houden.
Bijzonder is ook als bruidsparen mij een geboortekaartje sturen als hun baby is geboren. Ook dit jaar gebeurde dat weer en zo wist ik via allerlei kanalen te achterhalen dat uit mijn 82 huwelijksvoltrekkingen intussen 27 baby’s zijn geboren, waarbij de laatste, Aimée op kerstavond 2016.

In het afgelopen jaar schreef ik via deze WordPresssite 84 blogs van allerlei aard. Ook dat is een succes geworden. Een grote uitspringer was de blog die ik schreef over het opzij zetten van onze burgemeester. 3980 keer werd deze blog gelezen. Niet alleen in Nederland, maar vanuit de hele wereld kreeg deze blog aandacht. Vanuit Amerika, Colombia, Nepal, Zuid-Afrika, Mexico, Australië, Oostenrijk, Rusland en Italië kreeg ik reacties binnen. Dat het ook in ons land leefde bleek toen ik die nacht om kwart over twee werd opgebeld door een journalist van de Telegraaf die mij even wilde interviewen. Meer malen ben ik benaderd voor een interview zowel voor radio als voor de krant. Ook op deze site heb ik bijna 900 mensen die mij volgen. Ruim 31000 keer werd er een blog van mijn hand gelezen. De vele leuke reacties geven je de moed en de energie om er aan te gaan zitten en een nieuwe te maken. Ik vind het leuk om te schrijven en doe dit voor mijzelf. Het geeft een lekker gevoel als mensen mee lezen, hun mening er over ventileren en mij aanspreken over wat ik heb geschreven. Door de blogs heb ik mensen die ik al jaren uit het oog ben verloren terug gevonden doordat men mijn naam heeft googelt die dan naar boven komt bij mijn verhalenblogs.

Mijn Sinterklaasactiviteiten geven mij ook altijd een boost. Al heb ik mezelf dit jaar flink overspeeld. Al bijna een maand mis ik mijn eigen stem. Ik zal het anders moeten doen wil ik dit nog jaren doen.

2016 bracht me nog dichter naar mijn pensioendatum. Als ik 65 jaar en negen maanden ben dan is het werkzaam leven voorbij. Op 20 december 2017 trek ik de deur achter ‘mijn’ bedrijf dicht. Na er 34,5 jaar te hebben gewerkt neem ik er afscheid van mijn geliefde collega’s. Mensen waar ik soms lange tijd mee heb samengewerkt, anderen waar ik slechts kort een zakelijke relatie mee had. Ik zal ze gaan missen en wil dit jaar nog even investeren in de connecties.

Voor 2017 heb ik geen goede voornemens. Ik wil op dezelfde voet verder gaan als dat ik nu doe. Wel wens ik mijn beide zoons een succesvol jaar toe. René zal zijn nieuwe programma op de planken gaan brengen, André (AndrewMathers) maakt een switch en zal zich gaan toeleggen op een ander soort muziek, dat wel dicht tegen de huidige aan ligt. Ik zal ze blijven volgen en mee genieten van de leuke momenten die zij mee gaan maken maar er ook zijn als het ietsje minder gaat.

Voor jou, als lezer, wens ik dat 2017 een gezond en succesvol jaar mag worden. Geef liefde waar nodig. Bezoek een oudere of eenzame. Maak de wereld mooier. Daar krijg je ook zelf een goed gevoel bij.

Dit was de laatste blog voor 2016. Hiermee heb ik mijn derde e-boekje vol. Alle 180 verhalen heb ik gebundeld in boekjes met 60 blogs. Deze zijn te lezen op een tablet, IPad, of E-reader. Zij hebben het formaat Epub. De boekjes hebben geen officiële status en hebben geen ISBN-nummer. Vind je het fijner om mijn blogs via die weg te willen lezen, laat het me dan weten.

147. Wordt het een tompouce of een moorkop?

Onlangs was het zusje van een aangetrouwd nichtje jarig. Ze werd 16 jaar. Geen echte leeftijd waarbij je nog zit te wachten op van de oude knarren als ik zelf ben. Maar door een leuke uitnodiging van haar moeder voelde ik toch de plicht om even langs te gaan. Op de fiets richting Delft. Met een straffe tegenwind moet de elektrisch ondersteunde fiets op de de turbo stand.

Aangekomen op het feestadres werd ik hartelijk ontvangen. De jarige job was niet in huis. “Even nog wat boodschapjes doen”, zegt haar moeder, “kan nooit lang duren.”

Intussen is de bel al een aantal keren gegaan en loopt de kamer al redelijk vol. Meer ouderen, mensen van mijn leeftijd, hebben ook de uitnodiging ontvangen en de moeite genomen om de jarige Jet te komen feliciteren. Het wordt waarachtig nog gezellig met al die oude knarren.

Even later komt ook het feestvarken binnen. Een mooie tas hangt over haar schouder. Het cadeautje van haar ouders. Een Taupe Roberto d’Angelo Schoudertas 1808. Juist die toevoeging 1808 maakte dat het DE tas is.

Het meisje werd door de aanwezige van harte gefeliciteerd met haar verjaardag. Sommige probeerden het met drie zoenen, maar daar hield vrouwlief niet van. Een hand was voldoende, vond ze en dan ook nog op enige afstand.

Na de begroeting is het direct cadeau overhandiging, want ondanks dat je er niet op zit te wachten, als je er dan toch bent, is het inleveren geblazen. Het ene cadeau na het andere wordt geopend. Alles is ‘leuk’, ‘geinig’ en ‘wat lief’. Gemeend of niet gemeend, veel emotie zit er niet achter de woorden die worden gezegd.

Het wordt tijd voor een kopje koffie. Moeder zet de dubbele schoteltjes al vast op tafel terwijl Jet met de koffie kopjes komt. Als iedereen is voorzien komt de HEMA-doos op tafel. Daarin de zo overbekende HEMA-tompoucen.

Dan begint het feest pas echt. Die tompoucen zijn zo verrekte lastig te eten. Moet je eerst het kapje er afhalen, dan de pudding op eten en vervolgens dat droge onderstuk. Moet je het doen met mes en vork, terwijl er alleen een minuscuul vorkje op het schoteltje ligt. Lepel je eerst de pudding tussen de bodem en het geglazuurde bovendeksel af. Haal je eerst de bovenkant eraf en leg je deze onder de onderkant. Zodat je alle lagen in een keer bereikt. Ieder heeft er zo z’n eigen advies over.

Als de eerste hap genomen is, zie ik bij mijn buurman, opa van het jarige meisje, al dat er wat pudding tussen de twee deksels is uit gelopen. Ik zag al dat het fout zou gaan. Meneer pakte de tompouce tussen zijn twee knuisten en kneep er veel te hard in. De pudding die op de grond viel, schoof hij met zijn schoenen maar even in het vloerkleed alsof hij de pudding dood wilde trappen. Hij dacht dat niemand dat gezien had, maar een oplettende buur had dit in de gaten gehad. Na lang wrijven met de voeten, was de pudding één geworden met de kleur van de vloerbedekking. Al die tijd hield hij zijn schoen op de plek, zodat het voor de overige aanwezige onzichtbaar was en hield zijn kaken stijf op elkaar.

Wanneer het tegen de avond tijd wordt om afscheid te nemen, blijft mijn buurman lang op één plek staan. Hij laat iedereen aan zich voorbij komen en gaat als één van de laatste weg. Netjes als de moeder van de jarige is, loopt ze keurig mee naar de voordeur om uitgeleide te doen.

Op het moment dat moeder terug komt in de kamer valt haar de puddingvlek op. Gelukkig is het haar eigen vader die het stukje vloerbedekking heeft veranderd van tapijt in vetvlek.

Blijft toch altijd lastig zo’n tompouce. Doe mij maar een moorkop, dat eet toch vele malen makkelijker.  lekker1