366. De ballenvanger van Schipluiden

Het is prachtig weer. Fris maar daar kan je je op kleden. Vrouwlief wil een wandeling maken, maar samen lopen is eigenlijk niet fijn. Ik maak een grote pas, waar zij een korte pas zet. Dat betekent voor mij inhouden en voor haar iets harder lopen. Er is niemand die met haar wil wandelen, dan ga ik wel mee.

De regen heeft haar indrukken nog achtergelaten. Paden met zachte grond zijn nog drassig. Hier en daar ligt er ijs op een bevroren plasje. Na het pad langs de Vlaardingsevaart schieten we het Laantje van Piet van der Ende in. De weilanden zijn bijna leeg, geen koeien en hier daar wat schapen. Er zijn er veel met een kleurtje op de kont. Jong vee in aantocht. De slootjes langs het pad hebben een dun laagje ijs. Schorsie piepen is er nog niet bij.

Wanneer we bijna bij een tiental schapen zijn krijgen ze het op de heupen. Eerst een en dan de rest. Het spreekwoord klopt. Een van de schapen stapt door het hek heen en staat op de openbare weg. Ik kijk haar alleen maar lelijk aan, dan gaat ze terug.

We belanden op de Zouteveenseweg. Het is er rustig. We kunnen naast elkaar lopen. Een witte reiger die dicht bij de weg paradeert, gaat in de starthouding om weg te vliegen als hij ons hoort aankomen. Een grijze reiger staat op zijn stelten in een niet bevroren slootje. Geen last van kouwe pootjes? Over ons heen vliegen drie tweemotorige vliegtuigjes. Verder is het stil en genieten we van de ruime blik over de weilanden.

Bij de Zuidka schieten we rechtsaf om na het perceel van Suijker linksaf voor de golfbaan heen te gaan. Er wordt gegolfd. De stilte wordt doorbroken door een zoef van een golfstick. Een kalende man laat zijn hond uit. Hij gooit een balletje en de hond schiet er achter aan. Op de T-kruising besluiten we om tussen de golfbaan en het voetbalveld door te lopen. In de verte loopt een man met een stok.

Het is een landmeter, meent mijn vrouw. Ik denk aan iemand die golfballetjes uit het water haalt. Dat laatste is het geval. De man heeft een constructie gemaakt waarbij aan het uiteinde van de stok een netje is bevestigd. Hij loopt langs het water en tuurt in het water. “En een goede vangst”, vraag ik hem. “20 tot nu toe vandaag”, zegt de man. Dan raken we aan de praat. De man vertelt me dat hij hier 12 jaar geleden mee is begonnen. “Werkt u voor de golfbaan?”, vraag ik hem. “Nee”, zegt hij, “voor mezelf. Ik loop elke dag langs de golfbaan en zoek de kanten en de sloot langs. Ik ben er zo’n tweeënhalf uur per dag mee bezig.” “En dan doet u ze in de wasmachine?”, vraag ik. “Nee, alles op de hand”, zegt hij lachend, “in de Omo”. De man vertelt nu 72 jaar oud te zijn en deze hobby als een mooie aanvulling te zien op zijn pensioen. “Inmiddels heb ik zo tussen de 12.000 en 13.000 balletjes opgehaald. Ik was ze, sorteer ze en verkoop ze via Marktplaats.” “Gaan de golfers zelf niet op zoek dan?”, vraag ik hem nieuwsgierig. “Nee hoor”, antwoordt hij, “ze golfen niet graag met een modderige bal en schoppen hem liever het water in.” Ik kijk hem verbaasd aan. “Echt?” “Ja”, zegt hij, “en het zijn niet altijd de goedkoopste balletjes.” De golfballenvanger toont mij een balletje. “Deze”, zegt hij, “een Callaway Supersoft AAAA kost tweedehands toch altijd nog zijn €12,00/€13,00.”

Mijn lief is inmiddels doorgelopen en zie ik in de verte lopen. “Wil ze van je af?”, vraagt de man. Ik neem nog even de tijd om met de man te praten, terwijl ik zijn fiets in de graskant zie liggen. “Ze moesten me eerst niet hier”, zegt hij, “de twaalf aandeelhouders wilden dat ik de ballen terug zou geven. Ze zijn van de club”, zeiden ze. “Er is zelfs nog politie bij geweest.” Ik vind het een reuze interessant verhaal en zou graag meer willen horen, maar zie ook mijn eega uit beeld verdwijnen. “Nou, veel succes”, wens ik de man toe en zet er even een sprintje in. Blijft toch leuk om mensen te ontmoeten.

Ik heb mijn vrouw inmiddels weer ingehaald en vertel haar het zojuist gehoorde verhaal. Het interesseert haar niet. We schieten het Sophia van Wouwpad in. Ik heb ontzettend koude handen en voeten. “Je had door moeten lopen”, zegt mijn lief. We horen het verkeer van de A4 langs ons heen razen. Anders dan toen ik gisteravond naar huis reed. Een flink aantal auto’s hadden elkaar bij het viaduct geraakt.

We gaan linksaf de Tramkade op. Het zonnetje staat laag, het is gezond weer. Een eend duikt met zijn kop naar beneden en slobbert. Een wandelaar die we eerder tegen kwamen komen we opnieuw tegen. We blijven langs het water lopen en nemen het modderige pad langs het gemeentehuis. Nog een slalom en dan de Singel af. De ophaalbrug, Valbrug, over en de Bakkerstraat in. Het ruikt naar vers brood. Nog een klein stukje dan zijn we thuis. Ondanks dat we samen zijn opgelopen heb ik 50 meter meer gelopen dan mijn lief. Ik begrijp het niet goed, maar neem het voor lief.

Toch weer een leuke en gezonde wandeling. Leerzaam ook hoe je het pensioen kan aanvullen. Ik laat de eer aan de man die dit al 12 jaar doet. Zou hij een feestje krijgen als hij het 12,5 jaar heeft volgehouden?