401. Ploegbaas zijn heeft voordelen

Het is vakantie en dan is het zoals gebruikelijk VMVW, VanMeursVakantieweer. Drie dagen lang boffen we en vallen we in de regen. Dat is precies waarvoor het VanMeursVakantieweer heet. De vierde dag wordt het beter. Het moet niet gekker worden. Ik stippel een prachtige fietsknooppuntenroute (mooi scrabblewoord) uit. met de App Fietsknoop. 40 kilometer. We doen Voorthuizen, Kootwijkerbroek, Lunteren en nog wat kleinere plaatsjes aan.

De fietsen zijn uit het schuurtje. Ze hebben geen rust gehad vannacht. Moeten worden opgeladen voor de rit van vandaag. Buienradar voorspelt goed weer, tenminste er staan geen meldingen van regen op het programma van vandaag. Nog even een kopje koffie en dan op de pedalen.

We zijn nog maar net aan onderweg, als het begint te spetteren. De regenpakken zijn thuis gebleven. Meenemen is de goden verzoeken, is mijn mening. Het blijft bij wat spettertjes.

Terwijl we over de mooie Veluwse wegen fietsen houd ik goed in de gaten of er nog stalletjes zijn die niet op de kaart staan van de website Fietsen voor mijn eten. Ook mijn lief heeft er oog voor. Maar kennelijk door de wijdheid van het gebied, heeft men geen stalletjes. Men verbouwt kennelijk voor zichzelf en gaat niet de buurt op.

We rijden langs boerderijen. Meest kippenboerderijen waar we honderden, zo niet duizenden kippen op het land ziet lopen. Grote stallen waar ze kennelijk ’s nachts slapen, hun ei leggen, om vervolgens naar buiten te gaan. Hele stukken kale grond, waar kippen graven met hun poten en hevig pikken in de grond. Waarnaar, ik zou het niet weten.

Zo af en toe rijden we een varkenshouderij langs. Je hoeft je daar niet af te vragen wat er op stal staat. De ammoniaklucht komt je tegemoet en achtervolgt je. Van tevoren even diep ademhalen en flink er na weer uitademen. 

Uitgestrekte landerijen, mooi groen, waar runderen grazen. Roodbont, zwartbond, hele zwarte, maar ook bijna zilverwit. Maar ook veel stalhouderijen. Paarden, paarden, paarden en nog eens paarden. Het houdt hier niet op.

Dan komen we een stalletje tegen, of iets wat er voor door moet gaan. Een vervallen hokje waar wat doosjes met eieren staan. ‘Vanwege regelmatige diefstal hebben we onze maatregelen moeten nemen’, staat er op het stalletje. Er hangt een camera op. Het is ook verboden om uit een doos van 30, eieren uit te halen. Alleen volle dozen zijn er te koop. Ik maak er een foto van, ga op zoek naar het adres en leg het op mijn telefoon vast.

We vervolgen onze route om uit te komen in Lunteren, of is het Valk. Het is een buurtschap behoort tot Lunteren dat dan weer een deelgemeente is van Ede. Slechts een paar wegen en minder dan 1700 inwoners. Hier treffen we een buurtwinkeltje, ’t Schuurtje. Een houten schuur die is volgestouwd met streekproducten. En met volgestouwd bedoel ik niet dat het een rommeltje is. Het is een winkel die zo vol staat dat alleen magere mensen, zoals ik (haha) tussen het lekkers door kunnen lopen.

Omdat er buiten een bord is geplaatst met daarop de tekst ‘t Schuurtje, kersen, aardbeien en boerenijs, en streekproducten triggert het me. Ik maak een foto van het bord. We stallen er onze fietsen en gaan naar binnen. Groot is onze verbazing als we zien hoeveel streekproducten, maar ook groente, fruit, kazen, nootjes en nog zoveel meer is uitgestald in deze ‘buurtsuper’. Ik kijk er mijn ogen uit.

Ik pak mijn telefoon uit mijn zak en maak er foto’s. Wat een heerlijkheid. De mannelijke winkelbediende die ons heeft binnen zien komen, wandelt een trap af naar beneden, waar wij de trap naar boven nemen. Ook hier allerlei snuisterijen, rieten manden, cadeautjes te veel om op te noemen.

Ik haal uit een schap een heerlijke Veluwse Kandijkoek om af te rekenen. We wachten en wachten. We hadden zo weg kunnen lopen, niemand had het gemerkt, of toch. Als mijn vrouw de deur open en dicht doet komt de man plots naar boven lopen. Ik vertel hem van de website Fietsen voor mijn eten. Hij heeft er geen zeggenschap over en haalt de eigenaar Bram.

Ik stel me aan Bram voor en vertel de doelstelling van Fietsen voor mijn eten. “Wat kost dat”, zegt hij. Ik leg hem uit dat het gratis is. En als ik mag, staat dezelfde avond zijn Schuurtje op de website. Bram vindt het prima. Hij schrijft op een geeltje nog even de site. “Ik onthoud ook niet alles meer”. Bram is een kleine veertiger. “Nu al”, vraag ik hem. “Zeker”, zegt hij. Dan leg ik mijn kandijkoek op de toonbank. “Ik wil deze even afrekenen”, zeg ik. Dan zegt Bram: “U mag hem zo meenemen hoor, voor de moeite.” Met een goedemiddag nemen we afscheid.

En zo heeft het toch nog voordelen als je ‘ploegbaas’ bent van een website.

323. Waarom schreeuwen ze zo als ze praten?

Lekker een weekje er tussenuit. Er komen veel activiteiten aan, dus een weekje rust is lekker. We rijden dit keer richting Veluwe. Fietsen gaan achterop, want gefietst wordt er, dat is zeker. ‘Ons huis’ staat in de gemeente Voorthuizen, ver van de bewoonde wereld. Tenminste ver van straten en pleinen en kerken en winkels. Aan campings en vakantiehuisjes geen gebrek. En er zijn er te koop. De beste investering staat er op de borden langs de weg. Van 5 tot 7% rendement belooft men. Ik heb er geen interesse in en er ook het geld niet voor.

We gaan op tijd weg, eigenlijk weten we al dat we te vroeg aankomen. Geen probleem er is ons een eigen parkeerplaats beloofd. We zetten onze auto neer, halen de fietsen van de drager en trappen de fiets rond. Bij aankomst echter staat er een auto op de oprit. Zijn we echt zoveel te vroeg? Mijn lief loopt naar het chalet dat we hebben gehuurd. De eigenaar is nog binnen. Nog drie kwartier heeft hij nodig dan mogen wij er in.

We krijgen een alternatief aangewezen en rijden de auto terug naar een groot parkeerterrein. We passeren prachtige vakantiehuizen, villa’s bijna. De fietsen gaan eraf en de eerste fietsrit wordt ingezet. Even naar het dorp voor wat boodschappen. Een leuke plaats, Voorthuizen. We wandelen door het dorp om daarna terug te gaan naar ons chalet.

De eigenaar is inmiddels vertrokken, we kunnen de auto ophalen en heerlijk onder een boom zetten in de schaduw. Schade is voor eigen rekening heeft de eigenaar ons geschreven, er vallen eikeltjes uit de boom en zo af en toe een tak. Bij de omringende chalets staat er doorgaans een partytent tussen de boom en de auto. De eerste klap wordt zo opgevangen.

De boodschappen gaan op de voor ons gangbare plaats en de fietsen staan al weer te springen. Fietsen, fietsen, hoor ik ze zeggen. Met de app. Knooppunt op mijn telefoon zet ik een rit uit. Zo’n 30 km, om te beginnen.

De rit verloopt prachtig. Maar wat is het land droog. Bij een aardappelveld hangt het loof op het land. De suikerbieten doen het al geen haar beter. Ook die hangen op de grond. Een enkele boer probeert zijn oogst te redden door sproeiinstallaties aan te zetten. Het mais is niet ontwikkeld en blijft klein. We gaan het straks in de winkels voelen en merken.

Wanneer we weer thuis zijn aanbeland komt echtgenote een groep buitenlandse mannen tegen. Ze vragen aan haar naar huisje 369. Ze weet niet waar dat is. Als er op het informatiebord wordt gekeken blijkt dit het huisje naast dat van ons te zijn. We fietsen nog wat over het park om wat informatie te verzamelen. Nadien gaan we naar huis terug.

Aangekomen bij ons huisje 380, ziet ze plots de auto van de buitenlandse mannen staan. Er staat ook nog een auto achter. RO staat er in hoofdletters voor het kenteken. RO staat voor Roemenen. De mannen zijn duidelijk aanwezig. De radio staat op vol volume. Er komt muziek uit die bij ons niet lekker in het gehoor ligt. Een van de mannen fluit mee, dat kan hij beter niet doen. Dan gaat men over tot praten tegen elkaar. Maar praten is schreeuwen. Er komt drank aan te pas en naarmate de avond vordert neemt het volume toe. Op een redelijk tijdstip maakt de herrie plaats voor rust.

Tegelijkertijd is aan de overkant een Poolse groep binnengekomen. Een van de mannen is klusser. De zaagmachine start, zodra hij de auto heeft stilgezet. Er zijn vrouwen bij. Er wordt gelachen en er zijn geluiden die ik niet verwacht. Ook daar gaat op tijd het lampje uit.

De volgende ochtend bestemmen we voor een bezoekje aan het dorpje Stroe. Een kleine gemeenschap waar een braderie wordt georganiseerd en er is een kinderrommelmarkt. Na een half uurtje hebben we het al gezien. Door een flyer zijn we opmerkzaam gemaakt op een kijk- en wandeltuin. We brengen een bezoek aan die tuin, genaamd klein Boskoop. Een particulier initiatief van een oud kweker uit Boskoop om zijn tuin om te toveren in een prachtige thematuin. Zo’n 15000m2 heeft hij in compartimenten aangelegd. We kijken er onze ogen uit. Na een goed uur is het klaar. Omdat mijn accu van de fiets niet is opgeladen in de nacht gaan we terug naar huis voor extra prik.

Bij thuiskomst is het net of we in een indianendorp zijn beland. Grote rookpluimen sieren de tuin van onze buren. En dat met al die droogte. Gaat er een half varken op? Wie zal het zeggen. Er wordt gebeld. Men praat alsof de telefoon het zelf niet aankan. Alsof de andere kant op zo’n 100 meter afstand staat. Opnieuw is het een giga herrie en ik ging voor een weekje rust.

Even, heel even denk ik er over om er wat van te zeggen, maar ze zijn met teveel en het lef heb ik ook niet om erop af te stappen. De accu heeft inmiddels voldoende streepjes zodat we er wel 50 km mee kunnen fietsen. We besluiten het niet langer aan te horen en vertrekken.

Midden in de knooppuntroute komen we terecht in Nijkerk. Een plaatsje met leuke winkeltjes, een boekenmarkt op het plein en volop terrassen. We blijven er even rondkijken om daarna verder te gaan. Het is nog zo’n 18 km voor we thuis zijn.<

Wanneer we de lange Apeldoornesweg hebben afgefietst tot aan het Kieftveen, zijn we weer thuis. De Roemenen zijn nog even duidelijk aanwezig als eerder die dag. Mijn Poolse overbuurman heeft kennelijk het chalet gehuurd of gekocht en begint aan het snoeien van de coniferen, opnieuw weg met de rust.

Ik hoop dat het slechts een paar dagen duurt, het weekend overbrugt, maar vrees dat de rust deze week niet binnen bereik ligt. Ach, dan fietsen we we maar wat meer, geen rust in de kont, maar wel lekker genieten van de mooie Veluwe.

304. Zomers Nederland, fietsland

Nederland fietsland. Het stralend zomerweer nodigt uit om de fietsen uit de schuur te halen. Nog even de banden oppompen, naar de accuwaarden kijken en dan hup op de pedalen.

We rijden het dorp uit. Het slaapt nog, lijkt het op. De boot bij café Sport ligt er verlaten bij. Leo van Dijk heeft bij de Vergulde Valk de tafeltjes nog niet buiten gezet. De brugbediende staat met de afsluitende paal voor de valbrug in zijn handen. Twee pleziervaartuigen liggen te wachten tot de valbrug omhoog gaat. “Ken net”, zeg ik hem als ik onder de schuin naar beneden hangende afsluitpaal rijd. “Fijne fietstocht”, roept hij mij na. Inwoners van het dorp wandelen naar de kerk aan de Dorpsstraat. De klok heeft net geluid en roept hen naar binnen.

We rijden langs het voormalig gemeentehuis. “Mogûh”, hoor ik vanaf de stoep. Vriendelijke mensen zijn het, Schipluidenaren.

Aan het eind van de weg slaan we linksaf de Zuidka op. Een wandelaar loopt middenop. Van de andere kant een groep wielrenners. De meest linkse renner geeft met een handgebaar aan dat er tegenliggers zijn. Nadat ik de wandelaar ben gepasseerd blijf ik wat middenop rijden, in de veronderstelling dat vrouwlief binnendoor komt. Ik kijk achterom en zie in een schim een gekleurd shirt en meen mijn vrouw daarin te herkennen. Het blijkt een wielrenner van oudere leeftijd. Hij passeert me aan de binnenkant. Zijn tong maakt een klakkend geluid in zijn mond. “Tjonge jonge”, roept hij geïrriteerd. “Sorry”, roep ik hem na, maar hij is al weg.

We rijden langs de golfbaan. Het is er druk. Een man in rode golfbroek maakt een slaande beweging. De bal gaat kennelijk ver, want er ontstaat wat enthousiasme bij de andere spelers. Een groep met stokken wandelende dames lopen twee aan twee op het fietspad. Nemen hun hele kantje in beslag. Een ouder echtpaar moet slalommen om er omheen te kunnen. Het gaat gemoedelijk allemaal.

“We nemen het nieuwe fietspad”, zegt vrouwlief, “eens kijken waar het uitkomt.” De A4 ligt parallel aan het fietspad. Het is stil, weinig verkeer. Twee hardlopende dames komen onze kant op. De een soepel lopend de ander stampt het asfalt aan. Wat een verschillende stijlen.

Boven het weiland een wit vogeltje met zwarte kop. Maakt een schreeuwend geluid, landt en pikt in het gras. Een grutto even verderop staat met zijn lange snavel in de hoogte. Nijlganzen zie je overal. Ze hebben jongen en staan aan de rand van de waterkant met hun kroost. We schieten linksaf de Oostbuurtseweg in, soms tweede Veen genoemd, om direct weer rechts te gaan. Nog meer polders. Een bordje van een fietsroute leidt naar een houten brugje de polder in. We laten het links liggen en gaan naar de eerste Veen, ofwel Woudweg.

Het is volkomen stil als we over het smalle weggetje de contouren van Rotterdam zien liggen. Geen drukte, rust. Zes kleine vliegtuigjes zijn opgestegen vanaf Zestienhoven. Ze vliegen, zoals elke zondag, in formatie richting Engeland. Effe koffiedrinken? We komen nog wat fietsers tegen. Een wielrenner haalt ons in en roept dat hij voorbij wil. Dat kan anders. Het is genieten met weidse landschappen. De prachtige wolkenpartijen geven een romantisch decor.

We steken de Abtswoudseweg over en rijden richting Delft. Prachtige boerderijen liggen in stilte langs de weg. Er zijn hardlopers, wandelaars, fietsers en wielrenners die net als wij genieten. Even verderop is het uitkijken er ligt een opper paardenpoep. Zou fijn zijn als de ruiter het even in de kant had geveegd, maar helaas geen ruiter met een bezem. Als we in de buurt van Delft komen kijken we tegen vier paardenkonten aan. Kateklop, kateklop, kateklop. Het is een machtig gezicht, totdat een van de paarden iets verliest. De amazones lopen ondertussen verder, waardoor er een spoor van poep ontstaat. Men stapt opnieuw niet af om het op te ruimen. Jammer.

Bij Delft rijden we langs de kinderboerderij/waterspeelplaats. Vaders en moeders zijn er met hun kinderen al heengereden en vermaken zich tussen de schaapjes en geiten.

Dan langs de Kruithuisweg terug naar huis. Bij Kerkpolder schieten we het viaduct onderdoor. Sportpark Kerkpolder ligt aan de rechterkant. Een keepertje staat op het doel en krijgt de ballen om zijn oren. Nog even naar Den Hoorn, een verjaardagskaart wegbrengen. Bij de katholieke kerk is het druk. Er is kennelijk iets feestelijks aan de hand. De vlaggen wapperen, het voorplein staat bezaaid met fietsen, langs de Schoolstraat staan auto’s geparkeerd.

Den Hoorn is verder nog in ruste. Als we de kaart in de brievenbus hebben gegooid, echt terug naar huis. De kerk komt intussen uit. Er is leven op het plein voor de kerk.

We schieten de Tramkade op langs de voetbalvelden van Den Hoorn. Een bootje komt ons aan de andere zijde tegemoet. Even verderop kanoën twee mensen hun boot door het water. Er is een wandeltocht en hardloopwedstrijd gaande. Het loopt door elkaar heen.

We blijven even staan als we bekenden tegen komen. Een praatje en dan door. Het stikt van de wandelaars, iedereen heeft kennelijk dezelfde gedachten: Genieten nu het nog kan. De weersvoorspelling voor de rest van de week is niet best. De temperatuur zal zakken.

In Schipluiden is het inmiddels tot leven gekomen. De tafeltjes staan bij de Vergulde Valk buiten, fietsers komen en gaan, zetten hun fietsen neer waar nog een klein plekje is. Tijd voor een ijsje. Zittend op een bankje, dat wel een verfje kan gebruiken, genieten van wat er voorbijkomt. Een zeilende Westlander legt aan. Komt op de motor aangevaren. Mensen moeten hun benen binnen halen. Heel rustig meert de schipper aan. Aan de overzijde loopt een gids die iets vertelt over de geveltjes en huisjes van de Ka. Bij Net Even Anders, een vintage winkeltje, is het druk. Toeristen die even binnen willen kijken. Een bestuurder van een zware motor trekt zijn gas open en buldert langs de mensen.

Tijd om plek te maken voor een ander op het bankje. We ontvluchten de inmiddels ontstane drukte. Een mooie zondag, en zo dacht duidelijk iedereen erover vandaag.

233. Knooppunten of paddestoelen?

Het is qualitytime. Heerlijk vakantie. Net als vorig jaar zitten we in De Kiel. Waar is dat, kan je je afvragen. Dat ligt bij Schoonoord, Drenthe. Een fantastisch fietsgebied en daar houden wij van. Vorig jaar zaten we in het kabouterhuisje, ik schreef daar een blog over, waar ik regelmatig een deuk opliep in mijn hoofd. Lage deuren voor grote mannen dat gaat niet samen. Dit keer zitten we op het 45+ vakantiepark De Eeke. Heerlijk rustig in een chalet met alles erop en eraan.

Het is zondagmorgen, we kijken op internet wat er in de buurt te doen is. Maar we kijken ook wat het weer gaat doen. Het is wisselvallig, een buitje hier een buitje daar, er is geen peil op te trekken. We moeten het maar wagen. Nat kan je maar een keer worden, en doornat is net zo nat als nat. In Schoonloo, zo’n 7 á 8 km van ons logeeradres is een rommelmarkt annex braderie. Daar kunnen we naar toe. We doen tegenwoordig alles via knooppunten, ik heb daar een gratis app voor geïnstalleerd op mijn telefoon. Na een route te hebben uitgezet worden de fietsen uit de blokhut gehaald die bij ons chalet staat. Ze hebben vannacht weer aan de pruttel gestaan en zijn goed opgeladen.

Om even over 10en zitten we al weer op de fiets. Wij slapen niet uit en onze fietsen dus ook niet. We gaan het park af, een stukje zandpad over om het eerste knooppunt op te zoeken. Het is duidelijk dat er vannacht heel wat water is gevallen. De plassen op de weg liggen er nog en vanaf de zandpaden spuit nat zand onder de wielen vandaan tegen de onderkant van onze fietsen. Dat wordt vanavond bij thuiskomst wederom cleanen.

We rijden door dorpjes die ik alleen ken omdat ik er vorig jaar ook doorheen ben gereden, Odoorn, Elp. Sleen, Ees, Grollo, zegt het u iets? Er heerst nog een serene rust. De kerk is denk ik net begonnen. Op de fietspaden komen we een paar tourfietsers en wat wielrenners tegen. Iedereen groet netjes. Als we net in Elp zijn aangekomen verdwijnt de zon achter de wolken. Een donkere lucht valt over ons heen. Toch, regenen gaat het niet. We besluiten om van de knooppunten af te wijken en de ANWB-paddestoelen te volgen. Aangekomen in Schoonloo, valt de activiteit tegen. Meer mensen zullen gedacht hebben dat regen de spelbreker zou worden. Toch valt de bui niet, ondanks een regenalarm. Een kopje koffie en dan langs die paar kramen. Vrouwlief vindt altijd iets, zo ook nu. Wat kleine dingetjes.

We besluiten verder te gaan, richting Westerbork. Knooppunt 51 is het startpunt door de prachtige bossen over geasfalteerde fietspaden. Wat een prachtig gebied is het Drentse landschap. Onderweg komen we de runderen tegen, met hun lange horens, grazend over de Drentse heide. Het is een prachtig rustig gezicht. Onderweg krijgen we druppels op ons kop, de bomen schudden zich uit. Het lijkt er op alsof we constant tegenwind rijden. Af en toe is het weg, maar dan rijden we door de bossen. Het is oppassen voor de takken die vannacht naar beneden zijn gekomen, want het heeft gewaaid en gehoosd. 

We rijden door Westerbork waar alles in gereedheid wordt gebracht voor de fietsvierdaagse. Deze start dinsdag. Langzaam wordt ook dit dorpje wakker. Winkeliers zetten hun waar buiten. Onze maag vraagt voeding. Een stop bij het Wapen van Westerbork om iets te eten. Een tosti en een uitsmijter worden bij ons op tafel gezet. Een klein stukje verderop worden de fietsen neergezet van twee dames die hebben besloten om dit jaar voor het eerst met fietsvakantie te gaan. Ze hebben hun eerste 77 km er op zitten. Nog 10 km resten. Het viel hen mee, al was hun tentje die nacht wel zeiknat geworden en weer tussen de rest van de vakantiespullen en kleding gestopt. Het zou mijn vakantie niet zijn. Aan de andere kant van het terras twee motorrijders die zojuist zichzelf hebben gepeld uit hun motorjack, sjaal, helm en broek. Als ze even later weer vertrekken, gaat het lederen pak weer aan. Als men op de motor zit wordt het gesproken woord gecontroleerd. Beide helmen zijn met een communicatiesysteem uitgerust met elkaar. De motor is gestart en wordt draaiend gehouden nabij het terras, terwijl wij er nog zitten te eten. Nog weer wat verderop twee wielrensters. Strak in het wielrenpak. Alle rondingen zijn mooi geaccentueerd.

Wanneer het eten op is rijden we via de kortste weg terug naar De Kiel. We fietsen door het dorpje Orvelte, waar de tijd heeft stilgestaan. Het is er druk. Winkeltjes met bediendes in schort. Ouderwetse maar zeer commerciële winkeltjes die voor een erg goede, lees dure, prijs artikelen verkopen die bij Appie toch echt voor de helft gaan. Daar heb je ook niet eens een bonuskaart voor nodig. Bezoekers willen het kennelijk betalen, want de winkeltjes van vorig jaar zijn er nog steeds. Het is een gehobbel over de kleine Drentse keitjes, waar de straatjes mee zijn belegd. Het hoort erbij. Langs één van de straatjes hangen de lange hemden nog aan de lijn. Keihard, die hangen er al even en zullen nooit een lichaam kleden.

Het dorpje uit kiezen we weer voor knooppunten. Terug naar ‘ons’ huis. De regendreiging wordt groter. Even schuilen we onder een boom, als het begint te spetteren, om even later weer droog verder te fietsen.

Vier uur na de start zijn we terug op de plaats waar we zijn gestart. 40 km onder de banden. Inmiddels staat het aantal op 120 km in drie dagen. We zijn nog maar net binnen, als men boven de schuif opentrekt. Druppels, en hagelstenen komen naar beneden. We vluchten naar binnen. Het boek komt bij vrouwlief op tafel en ik, ik hou u op de hoogte van onze belevenissen.

140. Wat doet een reus in een kabouterhuisje?

Als je mijn lief vraagt: ‘Wat is het leukste van vakantie?’ krijg je steevast als antwoord: “Het naar huis gaan”. Dit jaar was dat anders. Ze boekte een huisje in het kleine Schoonoord in Drenthe.

Al in november voorafgaand aan de zomervakantie van het jaar er op komt de site marktplaats.nl naar voren. Ze tikt in de kop van de site ‘huisje in Nederland’. Er komen dan talloze huisjes voorbij, zo ook vorig jaar november. Dit keer viel de keuze op een huisje Landzicht aan de Tramstraat 105 in Schoonoord. Een leuke kleine woning die pal tegen het huis van de verhuurders aan staat. Wat opvalt aan de informatie is dat er een bedstee in zit. Nu heeft ze altijd al een keer in een bedstee willen slapen en dat hebben we ook eerder een keer geprobeerd in Hotel Spaander in Volendam, maar dat was geen succes. Het was het enige bed dat men op de kamer had en daarbij was het zo klein dat lepeltje lepeltje al een probleem was. Mijn knieën hingen buiten het bed. Nou ga ik natuurlijk niet alle bedgeheimen vertellen hoe we het uiteindelijk hebben opgelost, maar echt prettig was het niet.

Deze keer was er naast de bedstee nog een kamer met een bed. Dus mocht het niet bevallen, dan was de oplossing dichtbij. Overigens heb ik met een bedstee altijd wel mijn twijfels over het dicht bij elkaar liggen. Ik denk dan aan mijn oma van vaders kant. Zij sliepen in een bedstee. Door de beperkte ruimte kreeg mijn oma wel 17 kinderen. Ik moet er niet aan denken.

Na de reservering van het huisje werd bijna direct de aanbetaling gedaan. Je kunt het maar geregeld hebben. Als later de rekening komt en je denkt de aanbetaling nog niet te hebben gedaan, doe je dat nogmaals om later in het jaar het uiteindelijke restbedrag te betalen. Als je er bij controle achter komt dat je teveel hebt overgemaakt stuur je de eigenaresse een e-mail over het teveel betaalde bedrag. Dan hoor je niets terug. Een week later waag je er nog maar een e-mail aan. Wederom geen berichtje terug. Bij de derde e-mail komt er een reactie. Begrijpelijke ongemakken hebben er voor gezorgd dat er nog niets terug is gestuurd. Kort daarop wordt het teveel betaalde op de rekening terug gestort. Ik had al het onzalige idee dat het een oplichtingszaak zou zijn, niets blijkt minder waar.

Op de bewuste vrijdag dat we in het huisje mogen vertrekken we vroeg vanuit Schipluiden. We willen onze auto in de buurt parkeren en onze meegenomen fietsen direct hun werk laten doen. Als we echter rond half één aankomen in Schoonoord regent het. Het huisje in kan ook nog niet want de vloer is net met nat gedaan en moet even drogen. We worden door de eigenaar even naar een mini-camping gestuurd. Daar bevindt zich een soort kantine waar de mensen van de camping hun bakkie komen doen. Dit wordt even onze tijdelijke verblijfplaats.

Tegen drie uur is het zover even een poortje door van de heg en je bent bij het huisje. De sleutels hangen voor het grijpen aan een spijker naast de voordeur. Bij binnenkomst is het voor mij even bukken. Het is inderdaad een ‘huisje’ met een lage deur, waarvan ik de bovensponning in de loop van de week nog een paar keer tegen mijn voorhoofd heb gevoeld.

Eenmaal in het huisje, gebouwd ruim voor 1900, waan je je in een kabouterhuis. Lief, klein, knus maar van alle gemakken voorzien. We hebben het getroffen. Van magnetron, vaatwasser, douche, bad, gaskachel, televisie en WIFI alles is er. Maar ook de lakens en de handdoeken zijn aanwezig. De vorige ‘bewoners’ hebben er hun koffiepads laten staan, dus het eerste kopje Senseo is al snel gezet. In het logboek op tafel staan louter positieve reacties.

Aan de deur van de bedstee, die met een houten draaiknop kan worden gesloten, hangt een bordje: don’t disturb. Dit geldt natuurlijk alleen voor de schone slaapster die er die nacht in zal slapen. Ik zie mezelf niet in dit kabouterbedje slapen en sneeuwwitje ziet het helemaal zitten. Voor mij wordt het de plek waar een uitgebreider tweepersoons staat.

Als de koffers zijn uitgepakt, staan de fietsen al druk te trappelen. De op mijn IPad geïnstalleerde knooppuntenapp. Fietsknoop verschaft de nodige informatie over de te rijden fietsknooppuntenroute (mooi scrabble woord). Direct de eerste 35 km onder de banden. ’s Avonds bij thuiskomst kunnen de fietsen in hun eigen schuurtje slapen. Het grasveld bevat wel de nodige vleesresten, het zijn de vele naaktslakken die tegen de avond hun oranje huid tonen. Barbecueën behoort tot de mogelijkheden, ik vind er echter geen recept voor. Dat men aan een doorgaande weg huist, is nauwelijks te merken. Een enkele voorbij razende trekker wordt gehoord.

De volgende dagen rijden we de nodige kilometers, totaal 275 km in de Drentse week. We bezochten het Wildlands Emmen, de braderieën in Westerbork en Beilen, een vlomarkt in Schoonoord en we fietsten door bossen, langs heide, door landerijen. Prachtige fietspaden en zeker niet onbelangrijk fietsbaar droog weer. Ja, onze vakantie zit er na zeven dagen weer op. We hebben er van genoten. De eigenaren van het huisje hebben we nauwelijks gezien of gehoord, ondanks het feit dat we naast elkaar woonden. Maar heb je hen nodig dan is men er. De logboeken zijn het bewijs.

We logeerden in een prachtig huisje met alles er op en er aan. Het heeft ons gebracht wat in de folder stond aangegeven. Drenthe was mooi, en ‘naar huis is het leukste van vakantie’ gold deze keer zeker niet, het had best nog wat langer mogen duren, maar ja, de thuis beslommeringen roepen ook weer: Het varend corso en huwelijken voltrekken. Het leven neemt weer zijn normale gang.