432. De bok die zadels eet

Vandaag fietsen we vanuit ons mooie vakantiehuisje aan de Oude Helderseweg te Alkmaar naar Noordbeemster. Via de app Fietsknoop heb ik een mooie route uitgezet. Langs vele kanalen, landerijen en door dorpjes, waar ik het bestaan niet van wist. Nou moet ik eerlijk zeggen, dat aardrijkskunde nooit mijn sterkste vak is geweest. Het is zo’n uur en tien minuten fietsen, zegt de app, uitgaande van een gemiddelde snelheid van 17 km per uur. Ik verbaas me daar wel over, want 25,7 km kan dus nooit met zo’n snelheid in die tijd. Maar goed de app zal het wel weten.

Om even 10 uur begint mijn lief al te jagen. “Laten we nou gaan. Ik ben liever een kwartier te vroeg dan een minuut te laat.” We hebben om 12:00 uur afgesproken met Marja van der Ende van Fietsen voor mijn eten. Mijn eigenwijzigheid zegt echter dat ik in deze mijn app meer vertrouw dan mijn lief. Stom natuurlijk. We zijn nog maar net onderweg als we merken dat we de verkeerde kant op gaan. D.w.z. ik volg de app, maar we hebben pal tegen wind. En dat is te merken. Terwijl de zon hoog aan de lucht een bijna zonnesteek veroorzaakt, blaast Jan de Wind langs de kanalen in onze giechel. We zouden onze ondersteuning wat kunnen verhogen, maar moeten straks ook terug en doordat we nieuwe fietsen hebben weten we nog niet wat onze maximale afstand is dat we kunnen rijden.

Noord-Holland geeft mij een ruimtelijk gevoel. De vele uitgestrekte landerijen mogen er zijn. De aardappelen, koolsoorten en mais groeit er weelderig. De graslanden liggen er soms bij als een biljartlaken. Wat een rust hier. Een boer is bezig om zijn mestput te legen. Hij injecteert zijn gras. Thuis zouden we zeggen: “er is vast regen op komst.” Hier maakt dat kennelijk niet uit. Boerderijen staan op honderden meters van elkaar af. Niks burengeluidsoverlast. Hier en daar is het de kant in schieten als een tractor ons tegemoet komt. Afnemen van de snelheid is er niet bij. Zie maar waar je blijft. Ach, zij zijn aan ’t werk, wij hebben vakantie.

De tijd tikt van lieverlee aardig naar 12:00 uur toe. Mijn vrouw heeft opnieuw gelijk, we hadden eerder moeten starten. We zijn er bijna als mijn telefoon gaat. “Hoi, met Marja, waar zijn jullie?” We staan op de Noorddijk bij nr. 14 geef ik aan. Dan zijn er nog 11 huizen te rijden.

In de verte staat Marja al met haar mobieltje in de aanslag. We worden filmend binnengehaald. Handen geven, even niet, een kus is al helemaal uitgesloten. We verontschuldigen ons dat we te laat zijn. “Is ook niks voor jullie”, zegt ze. Ik kruip in de schuldige rol. Het kan niet uitblijven. Dan feliciteer ik haar voor de nominatie Tour de Force. Een landelijk platform dat jaarlijks bij elkaar komt en een prijs weggeeft voor de meest innovatieve fietsinitiatieven 2020. Van de 14 inzenders zijn er nog drie over en daar behoort Fietsen voor mijn eten bij. Een prijs ter waarde van €10.000.

We wandelen met de fiets aan de hand naar beneden het boerenerf op bij kaasboerderij Rustenburg Een winkeltje dat het jaar 1900 moet uitstralen. Er is kaas, yoghurt, vlees, wijn, een lekker likeurtje, maar ook brood. Geitenboter maken ze niet. “Voor boter moet je verderop zijn”, zegt de winkeleigenaar. Als Marja vraagt of hij ook enkele stukjes vlees heeft. (Alles is per twee geseald), moet de geitenboer een ontkennend antwoord geven. “Dan vraagt u er toch gewoon iemand bij te eten”, zegt hij gekscherend. “Is dat een hint”, merk ik op. Dan vraagt de geitenboer of Marja mijn dochter is. We hebben wel altijd een dochter willen hebben, maar nee, zij is niet mijn dochter. Er worden de nodige boodschappen ingeslagen. Dan komt er een verhaal naar boven, waarbij de boerin vertelt dat je hier wel op moet passen voor het zadel van je fiets. Ze hebben namelijk een bok die zadels eet. Dat is niet tegen dovemansoren gezegd. We verlaten de winkel snel en krijgen het advies om naar een nog oudere boerderij te gaan. “Twee boeren die nog helemaal in 1900 leven”, zegt de eigenaar van boerderij Rustenburg. “Het leven is daar helemaal stil blijven staan.”

Het is intussen tijd om wat te gaan eten. We treffen het. Aan het water zit de uitspanning Les Deux Ponts. We kiezen een plekje in de schaduw. De schouders van beide dames kleuren al lekker, dus even wat verkoeling.

Als de kaart op tafel komt kiezen we voor een halftweetje, eigenlijk een twaalfuurtje, maar het is al half twee. Op het gemak lunchen we terwijl de bootjes langs ons heen varen. Er is nog nieuws over de website en de e-mailadressen. Een mooie gelegenheid om dit even te bespreken. In Alkmaar hebben we leuke fietssokken gezien in de ‘Marjakleuren’ blauw. We hebben er een paar van gekocht en overhandigen die aan haar. Marja op haar beurt trakteert ons op de lunch.

Na het afrekenen schieten we via Google Maps naar de overkant van de vaart. Intussen vertel ik Marja over de app Fietsenknoop. Dan komen we onderweg weer een Beemsterkaasautomaat tegen. De familie Roos zit aan de bruine boterham met….. kaas in de boomgaard te eten. Ik leg hen het fietsen voor mijn etenidee uit. Boer Tristan geeft graag zijn gegevens aan mij. Marja koopt nog een stukje kaas.

We stappen opnieuw op en rijden langs het kanaal verder, linksaf een bruggetje over om het kanaal te volgen. Bij nr. 68 stoppen we. We treffen een winkeldeur die nog net in zijn scharnieren hangt. Het gaaswerk dat er als versiering op is aangebracht is verroest. Wel is alles coronaproof, tenminste er hangen allerlei voorschriften. We lopen door een gangetje naar de winkel. Hier zou mijn grootmoeder kunnen leven, denk ik dan. Wanneer er gebeld is komt één van de vrijgezelle boeren naar de winkel. “Hallo”, zegt hij. Om vervolgens af te wachten of wij gaan praten. “Doe jij het woord”, zegt Marja. Dan vertel ik van het initiatief van Fietsen van voor mijn eten. “Oh”, zegt de man kort weg. “Heeft u een website”, vraag ik hem terwijl ik eigenlijk wel weet dat dit niet zo is. “Nee”, zegt de man. Marja valt me bij en vertelt verder over het initiatief. Het enige dat hij kan zeggen is “Oh.” De man is vrijgezel en zijn broer ook, had de man van de vorige boerderij gezegd. Vrijgezel, maar niet vrijgezellig. Ook hier neemt Marja haar boodschappen mee. Hij heeft boter en daar was het om te doen. Nadat alles is ingepakt mag Marja pinnen, dat dan weer wel.

Het is tijd om afscheid te nemen. Marja vertrekt op de app Fietsknoop naar Midwoud, wij gaan terug naar Alkmaar, onze standplaats voor een week. Ik kies voor een wat snellere route. Lekker voor de wind gaat het nu als een speer. Onderweg scoren we nog een ijsje. Bij Alkmaar hebben jongeren zich verzameld op de bruggen. Ze springen ervan af, terwijl de bootjes onder hen doorvaren. Er is bijna geen doorkomen aan bij een hele smalle brug. We krijgen de ruimte en fietsen verder terug. Nog even wat te eten halen voor vanavond.

Wanneer we de gebruikelijke route nemen over de Koedijkervlotbrug zijn we weer ‘thuis’. We hebben een heerlijke week gehad in een perfect huis, waar alles is. Vriendelijke en behulpzame mensen hebben het hier prima voor elkaar.

419. Volgend jaar word ik twee jaar ouder

Fietsen voor mijn eten, fietsen voor mijn bloemen. Twee websites die volledig door vrijwilligers worden gerund. Beiden groeien als kool. Meer leden dan ooit melden zich aan om ‘lid’ te worden van de grote familie fietsers die op pad willen voor hun groente en bloemen.

“In tijden van crisis leer je je vrienden kennen”, zei mijn vader weleens. Een uitspraak die hij deed na de oorlog te hebben meegemaakt. Heeft iedereen iets voor de ander over? Wil men elkaar helpen? Ja, er ontstaan verschillende initiatieven. We kunnen hier echter niet spreken van vrienden, maar meer van lotgenoten. Oorlog is het ook niet, al heb ik door het hamstergedrag soms wel het idee, dat het niet ver weg is.

Niet alleen die fietsers, maar ook de aanbieders van groente en bloemen melden zich aan. Plaatsen foto’s waar ze zitten en bieden hun waar aan voor een grijpstuiver. Wat hebben zij het moeilijk, net als de horecaondernemers, zzp-ers en artiesten. Een heel jaar of seizoen investeren en hard werken om werkeloos toe te zien hoe jouw ideaal verdwijnt en bij de sierteelt je bloemen en planten naar de stort te moeten brengen en er dan ook nog voor moeten betalen. Het is voor velen een drama.

Echter aan het virus kleven ook goede zaken. De lucht wordt schoner, men praat weer met elkaar. De legpuzzel komt weer tevoorschijn, de keukenkastjes krijgen een grote beurt. Bij sommige komt de ouderwetse grote schoonmaak weer terug. Zou er een babyboom ontstaan over negen maanden? Het zou zo maar kunnen.

Massaal gaat men op pad om zijn of haar artikelen binnen te halen. Te hamsteren soms en te vaak. Daar waar supermarkten zeggen voldoende voorraad te hebben, blijven de schappen leeg. Nog voordat de vakkenvuller zijn artikel in het schap wil leggen, wordt het uit de krat gehaald, ik zag het met eigen ogen. Wat een rare mensen heb je toch.

Ook ik zit al een paar dagen binnen. De site van Fietsen voor mijn eten moet worden gevuld. Stalletjes moeten worden ingevoerd, gecontroleerd. Dat is een hele klus. Maar geen vervelende, zeker nu ik zie dat er zo’n toeloop is aan leden. Gaat men ook allemaal op de fiets op pad, zoals de site beoogd. Nee, op sommige plekken staan de auto’s mannetje aan mannetje achter elkaar. Hier en daar zelfs een drive-in. “Ja, in mijn auto kan ik meer meenemen”, zei de man aan wie ik vroeg waarom niet met de fiets.

Aan de Polderhaakweg is het chaos. Niet bij de boer en zijn nepboerin, maar bij kopers die voor willen dringen, omdat er slechts een beperkt aantal mensen in de loods mag. Geef de boer ook de gelegenheid om zijn waren aan te vullen en dring niet voor. Ga ook met respect met hen om.

Bloemen staan er door het hele Westland, meer dan zat, aan de weg. Geen export dus. Nu wordt het eigen gebied opgefleurd. Natuurlijk niet de prijzen die men er voor zou willen vangen, maar weggooien kost ook geld. Massaal weet men de tuinder en boer te vinden. Men zou vaker in eigen gebied moeten winkelen.

En dan plots komt het heel dichtbij. In Midden-Delfland ook een Coronabesmetting. Minister Bruins stapt op, oververmoeid De berichten worden verontrustender. Er is nog geen lockdown, dat zou het nog erger maken. Maar als het goed is voor de stop van deze uitbraak, dan toch maar. Voorlopig heeft het mij nog niet te pakken. Volgende week zou ik mijn plasma geven bij Sanquin daar zou nog een test gedaan worden. Ben ik al resistent voor dit virus of niet. Maar ook die is gecanceld. Verscherpte maatregelen

We blijven thuis of pakken een fiets om anderhalve meter van elkaar ons weg te vinden. Ik wens iedereen sterkte. Geen verjaardag vrijdag de 20e maart, ik sla een jaartje over en dan volgend jaar tel ik er twee van dit jaar bij op

Wij pakken morgen de fiets en gaan het Westland nog even in. Misschien kom ik jou ook tegen. Zwaaien mag. Succes en let op elkaar, maar ook op jezelf.

418. Gaat Fietsen voor m’n eten ook hamsteren?

Al weken is de snertfietstocht van Fietsen voor m’n eten volledig vol. Dat houdt in dat er 16 fietsers op pad gaan om gezamenlijk de ingrediënten te verzamelen om erwtensnert te maken. Dan plots haken vier mensen af. En even later nog twee. Gelukkig melden twee nieuwe fietsers zich aan waar door we uiteindelijk met 12 deelnemers en Marja op pad kunnen. Dan komen de maatregelen rondom het coronavirus om de hoek. Geen grote gezelschappen meer, hygiëne is belangrijk en let op bij kwetsbare mensen. Moet de tocht wel doorgaan? Eerst wordt er in klein comité overlegd. Dan wordt besloten om alle deelnemers te berichten en te inventariseren wie wel en wie niet. De reacties zijn positief, men wil mee. En dus gaan we op zaterdag 14 maart op pad. Op pad naar zorgbakkerij Het Blauwe Hek.

Onze buurtjes gaan ook mee. We spreken af om gezamenlijk op te fietsen. Dit keer gaat een heel herkenbaar hesje mee. Een gele. Het roze van de vorige keer stond mij toch niet zo goed. Ook dit keer ben ik ‘dweilfietser’.

Om tien voor negen gaat de bel. Onze buren staan al pontificaal klaar met hun fiets om te vertrekken. Wij moeten ons jas nog aan doen. Onze fietsen staan al wel buiten en even later sluiten we bij hen aan. Drie e-bikes en één zonder ondersteuning. We hebben tegenwind, maar mijn buurman fietst, zonder electric, alsof zijn leven er van afhangt. Als ik omkijk zijn we de dames al kwijt. Dat moet een tandje zachter, we hebben tijd, dus terugschakelen.

Om half tien stappen we binnen bij zorgbakkerij Het Blauwe Hek. Van de groep is er nog niemand. Even later komt onze Westlandse fietsburgemeester binnen, Marja, Marja van der Ende. Van lieverlee komen de andere deelnemers binnendruppelen. De koffie en thee komt op tafel. Een schaaltje roggebrood en een schaaltje koekjes. Marja zoekt haar ambtsketen op het is immers een officieel gebeuren vandaag en daar moet ze in vol ornaat mee aan de slag. Nou,… voor de foto’s, want als we na het praatje van Niels, de zorgbakker, op weg gaan, gaat de ambtsketen in het doosje.

Niels vertelt over de zorgbakkerij, waar momenteel 18 collega’s, cliënten, met hem samenwerken. Niet allemaal tegelijk maar met acht per dag is dat een mooi initiatief. Niels mag zich biologisch bakker noemen, hij is gecertificeerd wat inhoud dat je weet waar je o.a. je basisproducten vandaan haalt. Van ‘hamsteren’ heeft hij nog niet veel meegekregen, vertelt hij. Deelnemers aan de fietstocht krijgen de gelegenheid om iets lekkers te kopen en natuurlijk de roggebrood, die je eet bij erwtensoep.

Dan gaan we op weg, maar niet eerder dan dat er een foto van de groep is gemaakt. Niemand verschuilt zich achter het bord van Het Blauwe Hek. In het kader van de AVG heeft iedereen toestemming gegeven om op de foto te gaan. 

Via het St. Jorispad slaan we rechtsaf richting Maasdijk. Onder het tunneltje door naar boer Pait, die eigenlijk Peter Hoogendonk heet. Via de Polderdwarshaak belanden we op de Polderhaakweg waar op nr. 29 de schuur van onze beroemde boer staat. Het is er ’n komen en gaan en de groente is er niet aan te slepen. “Een gekkenhuis”, zegt Coriza, nepboerin en partner van Pait. “Zo’n gekte heb ik nog nooit meegemaakt.” En we ervaren het aan de lijve. Er staat een wachtrij voor de ‘kassa’. Alles wordt gewogen en op een papiertje opgeschreven. Hoofdrekenen, daar is Coriza van. Maar ook Pait pakt regelmatig het pennetje en int de penningen. Gezinsleden van de boer zijn opgetrommeld om te komen helpen. Je kunt het zo gek niet noemen of de groenten soorten zijn er. Alleen dat bloemkooltje dat we mee wilden nemen is uitverkocht. Na de etenswaren te hebben afgerekend, doet Coriza nog even een praatje over hoe dit ontstaan is en hoe dit wordt voorgezet. Het gaat haar dit keer niet makkelijk af. “Slecht praatje, Aad”, fluistert ze me toe. Maar de gekte heeft ook haar in de greep zal ik maar denken. De zojuist gekochte appel wordt tussendoor opgegeten.

Opnieuw worden de fietsen bestegen. Lekker voor de wind richting Korte Kruisweg, op weg naar bakker Vreugdenhil. Ook daar is het een gekkenhuis. “Nooit eerder moesten we broden bakken op zaterdagmiddag, maar nu wel”, zegt bakker John die ons meeneemt door het bedrijf. Natuurlijk komt de marsepeinen cake de groep in. Zo lekker is ie dat ze een liftenssysteem hebben bedacht om de cakes aan te bieden. Bakker Jan Vreugdenhil legt het proces uit rondom het bakken van het brood. Het heeft een aandachtig gehoor. Toch wint de marsepeinen cake het van het brood. Want hoe maak je dat? Banketbakker John probeert in gedachte hoe hij dit uit moet leggen, maar zonder resultaat. Het is toch lastig om dat te vertellen. Na de inkopen staan de fietsen al weer op wacht. Langs de Maasdijk gaan we richting de Lier. Via de Nolweg onder de dijk door richting Oude Campseweg.

We gaan op weg naar eetcafé De Witte aan Karel Doormanlaan. Marja waarschuwt om niet teveel te eten, want kort daarop eten we erwtensoep. Onderweg komen we een stalletje violen tegen. Door de sluiting van de grens met Duitsland weet deze teler geen raad met zijn handel en zet het aan de weg ter verkoop.

Aangekomen bij de Witte, worden de fietsen netjes zij aan zij tegen het pand aan gezet. De mijne past er niet meer tussen. Wanneer we binnen zitten ziet plots iemand dat er een kraai bezig is om mijn dekje van mijn zadel kaal te plukken. Daar moet een foto van gemaakt worden. De ene kraai is nog niet weg of nummer twee is bezig. Toch beter om het dekje weg te halen. Na de koffie en thee nog een tosti brie. Door sommigen wordt de tosti gedeeld. Het advies van onze fietsburgemeester wordt netjes opgevolgd. Na de korte stop en te hebben afgerekend gaan we richting slagerij Zwaard.

Bij Zwaard maakt men de finishing touch voor de soep. Het vlees en de worst. Slager Jacq, al 35 jaar werkzaam bij de ambachtelijke slager, legt uit hoe de worst gemaakt wordt. Geen machinale worst met een eiwit velletje maar een ambachtelijke worst in een varkensdarm. Een van de dames heeft er kennelijk andere gedachte bij als de varkensdarm over het pijpje wordt geschoven waar de worstvuller de darm wordt ingedrukt. Er wordt hartelijk om gelachen. Met een behoorlijke precisie weet Jacq worsten te maken van ongeveer een half pond. Nog even een touwtje erom en dan kunnen ze de rookkast in. Niet meer met houtkrullen, maar met een vloeistof van houtkrullen die door verhitting tot 1200º vloeibaar is geworden. Na twee uur heeft de worst de kleur en de smaak die een ambachtelijke rookworst behoort te hebben. Ook hier mag geproefd worden. Een schaal met warme rookworst gaat door de groep. Er wordt dan ook leuk vleesproducten gekocht om de erwtensoep te verlekkeren. Als we opnieuw op de pedalen gaan, staat een van de leden van de groep Fietsen voor m’n eten de fietsgroep te filmen. Ik weet zeer dat filmpje staat later op de facebooksite.

Bij Sylvia Simons – van den Berg, Santé, wordt het resultaat van erwtensoep geproefd. De poes op de tafel krijgt extra aandacht, als de fietsen worden weggezet. Syl neemt de groep mee naar ‘het hok’. Terwijl Sylvia’s moeder en haar man al druk bezig zijn met het inschenken van de soep en de lekkere sapjes kletst de groep lekker met elkaar. Nieuwe mensen ontmoeten is leuk en daar deel je de leuke dingen mee. Eenmaal aan de tafel gaat de soep rond. Een schaal met roggebrood belegd met katenspek heeft aftrek. Ik mag wat vertellen over de invoer van de stalletjes en probeer nog iemand zo gek te krijgen om mij te helpen, maar er is geen animo voor. Ook Marja mag haar verhaal doen over hoe e.e.a. tot stand is gekomen en dat we graag beter willen communiceren en presenteren, maar dat het geld ontbreekt. Dus weet u een sponsor die zijn hart wil verpanden aan de club Fietsen voor m’n eten, laat hem op de sponsorknop op de site drukken. Alle kleine beetjes helpen. Dan is het woord aan Sylvia. Zij vertelt hoe zij haar Santé heeft opgezet, hoe haar dagen er uit zien en dat de winkel twee dagen in de week open is. Ook Sylvia heeft vandaag gemerkt dat men aan ’t inslaan is. “Ook bij mij tonen klanten hamstergedrag”, zegt ze. Maar ze geeft ook aan dat bijna alle initiatieven om markten en braderieën te organiseren door de coronacrisis zijn afgelast. Alleen de markt bij Boerin van Midden-Delfland, Jacqueline van Staalduinen, aan de Scheeweg op 2e pinksterdag is nog niet gecanceld. Sylvia presenteert haar eierroom, en cake met jams. Na afloop gaat de winkel nog even open. Sommige kopen nog wat lekkers bij haar. Dan is de fietstocht ten einde en gaat iedereen weer huiswaarts.

Lekker voor de wind vangen we onze rit weer aan naar Schipluiden. We hebben nieuwe mensen leren kennen, hebben lekker gefietst en voldoende groente voor van de week. Nee, geen hamsteren, maar gewoon inkopen doen die we altijd doen. We kijken uit naar de volgende fietstocht. Het was weer keigaaf.

p.s. Als ik ’s avonds mijn facebook open staat er inderdaad een filmpje op.

411. Snertfietsen, hoe leuk is dat?

Doen we het of doen we het niet. Het is niet het spelletje van Peter-Jan Rens, maar de keuze of we mee gaan snertfietsen of niet. De weersvoorspellingen zijn de hele week al van dien aard dat het niet uitnodigt om achter de fiets van Marja van der Ende aan te stumpen. Officieel hebben we nog geen ‘ja’ gezegd, dus niemand zegt wat als we niet gaan.

Op vrijdagavond hebben we nog een activiteit bij Cultuurstek in Den Hoorn. De film Den Hoorn 1959 wordt vertoond door Henk Groenendaal en er zijn wat films van Kees Tetteroo te zien. Wij verzorgen de koffie en versnaperingen en vertellen over de expositie Dorp in Beeld. Fotomateriaal van en over het dorp Den Hoorn. Het loopt die avond nog wat uit en uiteindelijk liggen we even voor twaalven in ons mandje. De tentoonstelling is er nog tot 25 januari, elke overdag.

De volgende ochtend gaat om half acht de wekker af. “Zullen we”, vraag ik mijn lief als ik net mijn ogen open heb. “Dat vroeg Marja net ook al”, antwoordt mijn wederhelft. We besluiten om het er op te wagen. Een enkel buitje op de weersites, maar we kunnen regenpakken meenemen.

De accu’s van onze e-bikes zijn opgeladen. Onze fietsen komen uit de schuur. Het is stevig doortrappen naar Zorgbakkerij Het Blauwe Hek in Naaldwijk. Maar heen tegen- betekent terug meewind. Om even over half tien komen we aan bij de Zorgbakkerij. Het is stil bij de startlocatie. Zijn we de eerste? Even later arriveert er een vrouw uit Monster. “Ik heb er toch zo’n 40 minuten over gedaan”, zegt ze. Wanneer kort daarop de schuifdeuren opengaan, als bij een toneelvoorstelling de gordijnen, verschijnt Marja. “Jullie kunnen je fietsen aan de achterzijde parkeren”, zegt ze, waarop we opnieuw op de pedalen stappen.

De eerste mensen zitten al binnen. De tafel is gereserveerd voor de groep. Voor elke stoel een opgerold cadeautje met een blauw strikje er om. Hoe kan het anders, blauw is de kleur van Marja. Het blijkt te gaan om Syl’s recept van erwtensoep. Als snel komt de koffie op tafel met een klein mueslikoekje. E.e.a. wordt gesponsord door de Zorgbakkerij. Van lieverlee stromen de deelnemers van de snertfietstocht binnen. Het blijken er meer te zijn dan van tevoren opgegeven. Dat is mooi. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Terwijl eenieder zijn kopje koffie of thee leegdrinkt vertelt Ernst Richel, voorzitter van het bestuur van de Zorgbakkerij, wat er zoal komt kijken om zo’n bakkerij op te zetten en ook exploitabel te houden. Hij heeft tevens de kennis van granen en tarwe en geeft aan wat het verschil is tussen volkoren brood en gewoon brood. Hierna wordt aan de deelnemers tijd gegeven om wat inkopen te doen. Inkopen voor de erwtensoep die men later zelf thuis gaat maken. Daar hoort o.a. roggebrood met spek bij. Proeven is mogelijk. Na enige tijd is iedereen voorzien van zijn echte roggebrood en wat andere aankopen. Het wordt tijd om op te stappen. Ik krijg als hekkensluiter een charmant roze hesje om de schouders. Van één van de deelnemers is de band niet hard genoeg. De pomp komt ter plaatse en ook dat probleem wordt opgelost. Er moet nog een groepsfoto worden gemaakt voordat we vertrekken. Dan gaan we. De weg over richting Maasdijk.

Als in colonne fietsen we achter elkaar over de Oranjedijk, rechtsaf richting Polderhaakweg 29 naar Boer Pait en nepboerin Coriza. We zijn er niet de enige. Auto’s rijden af en aan. Na een praatje van Coriza gaat de groep los. Er komen kratten tevoorschijn die worden gevuld en ook het nestje jonge hondjes krijgt alle aandacht. De bloemkool is er goedkoop. Pait heeft een partij van het land kunnen halen. Bijzonder in deze tijd van het jaar. Hij verkoopt ze voor € 0,75 p/s. Daar kan geen super aan tippen. Onze groep gaat voor de groente-ingrediënten voor de snert, maar ook dat bloemkooltje schuift in de tas. Een grote weegschaal heeft het druk. Uit het hoofd rekent Coriza stuk voor stuk de prijs van de artikelen bij elkaar. Naast de groenten verdwijnen er ook sinaasappelen, appelen en eieren in de tas van de fiets. Het zijn niet zomaar eieren maar dubbeldooiers. “Is dit wel wat”, vraagt een vrouw aan mij, “het zijn net ganzeneieren, ik weet niet of ik die lust.” Ze laat ze angstvallig staan. De tijd gaat dringen, het schema is strak, tijd om weer op te stappen. Het loof van de prei steekt uit de fietstas alsof men een bosje bloemen heeft gekocht.

We gaan op weg naar Bakkerij Vreugdenhil aan de Maasdijk. Wanneer er een auto van achter komt is een korte gil voldoende om de groep als ganzen achter elkaar te zien fietsen. Wanneer we het dorp Maasdijk in rijden is tegen de dijk aan de winkel van Vreugdenhil gevestigd. Als de fiets op slot wordt gezet wordt de winkel betreden. Het is hier niet zomaar een bakker, maar een ambachtelijk bakker met winkel die een giga uitstraling heeft. Niet voor niets heeft men al driemaal een ster ontvangen voor bedrijfsvoering, personeelsbeleid, producten en aanverwanten.” Je kunt het vergelijken als de Michelinster van de restaurants”, vertelt Chris Vreugdenhil. Samen met zijn broer Gerard en vader Jan voeren zij de directie, maar ook moeder Gerda is nog steeds actief in de winkel en spreken we nog even. Ook hier gaat de groep ‘los’. Het is ogen uitkijken. Een prachtig bedrijf in een dorpje niet groter dan 4.500 bewoners. Mensen uit wijde omgeving komen hun boodschappen bij hen halen, zegt Chris. Ze zijn trots op het bedrijf en hun producten. Zijn ogen stralen als hij verhaalt over wat zij bestieren. Bakker Vreugdenhil serveert een stukje marsepeinen cake uit. Als we zijn bakkerij uitlopen laten we de voetstappen van de bagger van Boer Pait achter in de bakkerij.

Wanneer iedereen weer is aangesloten vervolgen we de weg naar de Witte. Een eetcafé in de Lier. Hier heeft men een lange tafel gereserveerd voor de groep. “Een kleine lunch bestellen hoor”, waarschuwt Marja, “want straks is er nog erwtensoep.” Mijn buurman en buurvrouw hebben het goed in de oren geknoopt en bestellen een broodje kroket. Dat zijn twee boterhammen en twee kroketten. Een bordje bijzetten is geen moeite bij de Witte. Nadat ieder zijn lunch heeft afgerekend, gaan we de laatste ingrediënten halen.

De stop is bij Slagerij Zwaard. Een keurslager in de hoofdstraat van De Lier. Als je met 19 mensen naar binnen stapt is het druk in de winkel en toevallige klanten die bij de deur van de slager komen gaan eerst een andere boodschap doen, om later terug te komen. Hier krijgen we het maken van de rookworst te zien. Jacq de Mos, de slager die al 35 jaar bij Zwaard werkt, laat op ambachtelijke manier zien hoe e.e.a. in zijn werk gaat. Wanneer de kinnebak en procureur zijn vermalen tot een pasta worden er kruiden aan toegevoegd. Uiteraard wil men weten welke. Dat vertelt de slager niet, dat is een slagersgeheim. Als hij vraagt waar de pasta in wordt geperst kijkt men elkaar aan. Uit de koeling komt een bakje met, ja met wat. Het is varkensdarm. Ik zie mensen een vies gezicht trekken. Met een handige pers, spuit hij de pasta door de darm. Een touwtje er omheen en de worst is klaar om gerookt te worden. Nog even mag hij een uurtje drogen en dan gaat ie de droogkast in. Het vuur wordt opgestookt de houtkrullen toegevoegd. Na twee uur heeft het de smaak van de rookworst die hij uitserveert. Warm en een beetje vochtig. Een heerlijk stukje worst. Ook hier kan men inslaan voor de snert thuis. De spekstukjes en worsten gaan mee in een papieren tas. De snertonderdelen zijn compleet. Na nog wat foto’s rijden we de hoofdstraat uit naar de Oude Campsweg. Een van de fietsdames hoor ik bij het opstappen zeggen: “als mijn man straks op de rekening ziet wat ik heb uitgegeven, mag ik nooit meer mee.” Waarop een ander zegt: “Meid, hij mag niet zeuren, je hebt nog nooit zo gezond gegeten.”

Sylvia Simons – van den Berg staat al te wachten als we aan komen. Een hartelijke begroeting valt ons ten deel. We gaan naar het daarvoor ingerichte hok. Overdag voor pa en ma, ’s avonds voor haar kids. De houtkachel laat zijn houtblokken branden. Hier vinden we Syl’s moeder al roerend in de dikke brij. Wat er in zit? Dat staat op het rolletje dat in het begin is uitgereikt. Er komt een sappie op tafel voor iedereen. Terwijl Syl’s moeder de soepcupjes vult telt ze de stukjes worst die per bakje wordt weggeven. Met een beetje charme krijg ik drie stukjes extra. Het gaat er lekker in. Sylvia vertelt over de oogst en verwerking van de spliterwt en andere peulvruchten. Het blijft een streekproduct omdat Lierenaar Martin Jonas zich heeft gespecialiseerd in de verwerking van peulvruchten. Verder geeft ze aan wat er bij haar te koop is. Om dit te ondersteunen, komen er proeflepeltjes met eierroom en stukjes cake met jammetjes die ze maakt op tafel. Ze vertelt er zeven dagen per week mee bezig te zijn. Van hobby naar werk. Op vrijdag en zaterdag is Santé, waaronder Sylvia werkt, geopend. De groep laat de snert goed smaken en met een voldaan gevoel wordt er nog even geshopt bij Sylvia in haar winkel. Dan is er een eind gekomen aan een enerverende dag. Ieder gaat weer zijn/haar weg. Na 31,52 km sluiten we deze snertfietsdag af. Met rode konen zitten we even later op de bank met een kopje koffie. Geen regen, een beetje wind, maar bovenal veel gezelligheid.

Opnieuw een hele mooie rit met mensen die de website of facebooksite Fietsen voor m’n eten kennen. Fietsend je eten ophalen, puur en zo van het land. Geen plastic verpakkingen en gezond bewegen. Je zou het vaker moeten doen. Op 8 februari a.s. is er wederom een snertfietsrit. Deze is helaas al vol. Houdt de website of nieuwsbrief in de gaten voor meer ritten en workshops die worden georganiseerd onder de vlag van Fietsen voor m’n eten of die gelinieerd zijn aan laatst genoemde club. Het was een mooie dag.

406. Farmencountryfairgeschenkpakkettenverloting

Wanneer we op 28 april jl. op een boerenfair staan komen we daar ook de kraam van ‘Fietsen voor mijn eten’ tegen. De fiets van Marja staat bovenop de tafel. Deze is versierd met blauwe vlaggetjes, de lievelingskleur van Marja. Op de tafel liggen kaartjes waar je jouw naam op mag zetten. Deze worden door Marja verzameld. Op een later tijdstip trekt zij een kaartje bij de Farmencountryfairgeschenkpakkettenverloting. De gelukkige is de winnaar van een pakket dat is beschikbaar gesteld door Sylvia Simons – Van den Berg van Santé Holland, Luc Ruijgt van molen de Drie Lelies, Nelly van Winden van de gelijknamige Zuivelboerderij, striptekenaar van Marja de Bij, Richard de Rijke en eieren- en druivenverkoopster Jolanda van der Vaart. Wanneer onze voorfietser op 4 mei 2019 bij Sylvia is laat ze haar, op de telefoon, de trekking vastleggen. Het filmpje komt online en tot onze verbazing zijn wij, Aad en Wilma van Meurs de gelukkige prijswinnaars. Sommige mensen denken aan doorgestoken kaart, wij geloven het niet.

Door druktes komt het er maar steeds niet van om een datum te prikken. Prijsgevers hijgen Marja in de nek. “Wanneer kom je nou”, schrijven ze haar. Dan gaat het er toch van komen. Als Marja bij ons thuis is voor het invoeren van de stalletjes plannen we een datum. Het wordt 19 oktober 2019.

Mijn lief heeft het idee om niet met drie maar met vier te gaan fietsen. Dat is toch gezelliger en stelt Marja voor om haar liefde Maurice mee te nemen. Kort daarop wordt dat positief bevestigd.

Het is de hele week al weer om op te schieten. De buien wisselen elkaar af. Het kan niet op. Ooit zal de regen toch weleens stoppen. Maar op de vrijdag voorafgaand is het wederom wisselvallig. Als we de morgen van het fietsen opkomen is de achterplaats glimmend en nat. Het zal toch niet…

Om even kwart over negen krijgen we een Messengerberichtje, “we zijn onderweg”. Marja stuurt een foto dat de fietsen achter op de bolide staan. Marja en Maurice zijn er dus klaar voor. Op de telefoon geeft buienradar wat kleine blauwe heuveltjes. Ik haal mijn regenpak tevoorschijn.

Wanneer Wilma naar beneden komt, heeft ze de auto van ons ’s Gravenzandse paar de parkeerplaats op zien rijden. “Loop even naar buiten, dan kunnen ze de fietsen op de achterplaats zetten.” Gehoorzaam als ik ben vul ik de opdracht uit en loods hen via de brandgang naar onze achterplaats.

We doen nog een koffie en thee en praten even over de gang van zaken rondom het project Fietsen voor mijn eten. Er is nog wel het nodige te doen en er zijn ontwikkelingen die we gezamenlijk doornemen.

Dan komen ook onze fietsen uit de schuur. De zon laat zich, warempel, zo af en toe zien. We gaan op weg naar onze eerste weldoener, Zuivelboerderij van Winden. Via de noodbrug bij de Trambrug, Schipluiden, fietsen we richting Maasland. We nemen het tweede bruggetje en rijden het terrein op bij Van Winden. Als Marja aangeeft dat we de prijs op komen halen van de verloting is er enige twijfel. “Wat zou het moeten zijn.” Verkoopster Jolanda verdwijnt naar achteren en gaat vragen wat ze mag weggeven. Enige tijd later is ze terug. We kunnen kiezen uit een aantal producten die ze ons noemt. Het wordt, nadat we een plakje hebben geproefd, een stuk jong belegen komijnekaas. De eerste prijs is binnen.

Op naar stop nummer twee. Via het Gaagpad rijden we richting Molen de Drie Lelies. Van verre zie we de wieken ronddraaien. Eenmaal op het terrein komt Luc Ruijgt, de vrijwillige molenaar, al naar ons toegelopen. “We komen de prijs ophalen voor Aad en Wilma”, zegt Marja. Hij heeft zich voorbereid. Op een tafel staat meel voor speltcake, kruidcake en speltpannenkoeken. Een mooi prijsje en ook lekker om te gaan maken. We blijven bij Luc nog even praten over de molen. Zijn hobby. Terwijl de wieken rustig ronddraaien vertelt hij over zijn passie. Reuze interessant maar het wordt tijd om onze weg te vervolgen.

We rijden terug in de richting van Schipluiden om bij het Gaagpad linksaf te gaan. We nemen het Kralingerpad en rijden naar De Lier. Op de Oudecampsweg nr. 29 woont Sylvia Simons – Van den Berg. Voor ons geen onbekende. We raken aan de praat, niet alleen over Fietsen voor mijn eten. Ook de dagelijkse gang komt ter sprake en dat er opnieuw een jong iemand is overleden. Dat grijpt je aan. Even is het feestelijke eraf, maar gedurende het gesprekje herpak je jezelf en gaan de zaken gewoon weer verder. Bij Sylvia komt er opnieuw een verrassing uit de fietstas van Marja. Richard de Rijke, de striptekenaar van o.a. Marja de Bij, heeft voor ons beiden wat stripboekjes ingepakt met daarin een persoonlijk woordje. Hoe leuk is dat. Bij Sylvia leveren we onze lege potjes in en wat advocaatglaasjes. We verzamelen die voor haar. Waarvoor die laatste glaasjes zijn, moet u zelf maar eens gaan ervaren, want ze heeft zo’n leuk winkeltje. We krijgen van haar een pot eierroom. “Voor als jullie vanavond achter de televisie zitten”, zegt ze. In een kist staan kweeperen. “Neem maar mee hoor”, zegt ze. Omdat ik niet weet wat ik er mee moet, geeft ze aan dat je er een gelei van kan maken of een handcrème. Mijn lief heeft een beter idee, “een ontbaardcrème”, zegt ze. Sinds ik me niet meer scheer, hoor ik regelmatig dit soort opmerkingen. Na Sylvia te hebben bedankt rijden we langs het stalletje met de tomaten, ook aan de Oudecampsweg op nr. 25. Hier gaan nog twee doosjes snoeptomaatjes in de fietstas. Deze worden uiteraard betaald want die behoren niet tot de prijzen Dan rijden we het dorp De Lier in.

Tijd voor een middaghapje. We stoppen bij Non Pop-up, Hoofdstraat 26, 2678 CK De Lier. Een uitgebreide kaart ligt er op tafel. Omdat kiezen soms stress geeft heeft men daar op de kaart een keuzemogelijkheid gegeven van drie kleine gerechtjes voor de prijs van €10,00. We laten het ons heerlijk smaken.

Na de lunch hebben we nog slechts één prijs op te halen, bij Jolanda van der Vaart. We fietsen door de Lierweg, nemen de Laan van Adrichem om vervolgens richting de Blaker te rijden. Ook hier staan stalletjes die op de site zijn genoemd. Helaas is er dit keer niets van onze gading en fietsen we door over de Noordlierweg richting ’t Woudt en dan door richting Wateringen. We stoppen eerst ook nog bij Hilde en Arnold Janssen van Druivenkwekerij Nieuw Tuinzicht. Hier geen prijs maar wel heerlijke druiven. Dan gaan we naar de laatste stop. Aan de Zwethkade Zuid op nr. 38, staat voor ons een verrassing in de kast die aan de weg staat.

Als we het terrein op rijden bij Jolanda, komt de grote boze hond ons al tegemoet. Gelukkig is de ketting te kort. In de kast staat een papieren tas. Aan de tas hangt een briefje: ‘Aad en Wilma van Meurs. Fietsen voor m’n eten.nl. Hier dan jullie fietsprijs. Ik vind het jammer dat ik er nu niet ben, maar het is jullie gegund. Ik hoop een mooie droge dag en veel gezelligheid. Groeten Jolanda.’ In de tas een doos met flinke eieren en druiven uit eigen tuin. Een prachtig leuke prijs die het pakket compleet maakt.

We rijden via de Zwethkade Zuid terug naar Schipluiden, pakken de Lotsweg en gaan bij het kruispunt met de Woudseweg linksaf over de A4. Onder ons door racen de auto’s. Het is opnieuw druk. Dat hebben wij ons niet gemaakt. We schieten de Ommedijk in om even stil te staan bij de training van IJsbrand Chardon. Voor Maurice hebben we onbekende wegen bereden. Marja kan je blind in het Westland of Midden-Delfland neerzetten, die weet en kent alle wegen. Na de Rijksstraatweg over te zijn, rijden we rechtsaf de Tramkade op. Terug naar ons huis. De mannen in het gezelschap zijn kennelijk iets te fanatiek, want even later zijn ze de dames kwijt. Gelukkig weet iedereen de weg. Na 28 km zijn we weer thuis.

Nog even een kopje koffie of thee en dan keert ’s Gravenzande huiswaarts. De fietsen gaan weer achterop. Het was een prachtige dag. Geen spatje regen, lekker gekletst en volle fietstas. Voor herhaling vatbaar. Oh ja, Marja krijgt nog wel een schaaltje heerlijke biest mee.

394. Succesvolle streekmarkt, smaakt naar meer

Al weken worden er voorbereidingen gepleegd. Een leuke streekmarkt organiseren of op de boeren paardendagen staan in Schipluiden. Het laat Sylvia niet los. De boeren – paardendagen vallen af. Er mogen geen pannenkoeken en hamburgers worden verkocht. Dan doen we het zelf. En waar? Nou gewoon op eigen ‘wurft’.

“Hebben jullie zin om te helpen”, vraagt ze ons. Dat willen we wel. Er zijn meer liefhebbers die het leuk vinden om er iets leuks van te maken. Er worden deelnemers uitgenodigd. Het hoeft niet veel te kosten, een tafel, parasol, partytent, een paar stoelen en een bank, het staat allemaal op eigen terrein.

Al vroeg op zaterdag gaat men aan de slag. Het terrein wordt omgebouwd tot handelscentrum. De tenten worden opgezet, de ingekochte ingrediënten worden opgehaald. Het weer, dat is nog wel een puntje. Tijdens het opzetten vloeien de druppels langs de ruggen. Zo’n graadje of 34° C, dat is niet leuk. Maar, morgen koelt het wat af.

Zondagmorgen 30 juni. Mijn lief is al lang en breed uit bed. Ik hoor haar rommelen in de keuken. “Waar blijf je nou”, zegt ze als ik rond klokke negen naar beneden kom. “We gaan op tijd weg”, zegt ze. “Alle tijd, en rustig aan”, geef ik haar mee. Op het gemak eten we dat heerlijke beschuitje met jam en aardbeien op. Een broodje erbij, een gekookt eitje en dan is het genoeg.

“Jij staat met Melvin bij de pannenkoeken en hamburgers heeft Syl geschreven”, geeft ze me mee. “Ik doe met Els de koffie en appeltaart en verkopen de koek van het Blauwe Hek”, zegt ze. “Nemen we een jas mee?”, vraag ik haar. Dat is niet nodig.

Om half elf rijden we tegen de wind in naar de Oudecampseweg, ons werkterrein voor die dag. Op de weg liggen takken, afgebroken door de wind in die nacht. We manoeuvreren er langs heen. Bij Syl op de ‘wurft’ heerst een bedrijvigheid. Er staat al van alles. Pait en Coriza laden hun busje leeg. Ze hebben zoveel groente, fruit en aardappelen te koop bij zich dat geen bezoeker zich voor die avond zorgen hoeft te maken dat men om zal komen van de honger. En vergeet ook dat bosje zonnebloemen niet. En er is meer. Zoals ik al schreef er waren heerlijke pannenkoeken gebakken met meel dat is gemalen door Luc Ruijgt van molen de Drie Lelies of een broodje hamburger van Holy Hoeve. Maar ook het ambachtelijk ijsje van Gelato di Geronimo! Een heerlijke muntthee of koffie drinken met lekkers van bakkerij ’t Blauwe Hek! Marja van der Ende, van Fietsen voor m’n eten is er en verzamelt weer kaartjes met adressen die u heeft gespot tijdens n tripje in ons mooie Nederland. Je kunt er een soepfietstocht winnen. MD Decoratie waar woondecoratie en kadootjes te koop zijn, Ria original, Petra van Roots, tenenlezeres Daniëlle van de Vlindertuin, leuke spullen van spijkergoed tbv stichting Avavieren, Jolanda van der Vaart met verse eieren en walnoten. Er zijn bloemen en planten van Perkgoedland en heerlijke proeverijtjes van eierroom en jams, kortom een hoeveelheid aan keuze. Op het laatst sluit ook de bekende boerin Jacqueline nog aan. Bij haar kan je een koe adopteren. Hoe mooi is dat om liefde te krijgen van zulke lieve dieren.

Even, heel even sta ik achter de kraam van pannenkoeken en hamburgers, dan besluit ik om mijn plek op te geven. Twee vakkundige mannen nemen de kraam voor hun rekening, Melvin en Raymond. Zij kunnen het best af zonder mij. Ik wandel naar de weg. Probeer fietsers staande te houden en te verwijzen naar een fietsenstalplek. Ook auto’s mogen daar staan.

Het valt niet mee, zo op de weg. Halt houden doe ik niet. Wielrenners die voorbij razen. Automobilisten die denken dat Max Verstappen hen op de hielen zit. Maar toch ook wel fietsers of automobilisten die via Facebook bevriend zijn bij mensen die er staan. Vrienden van Fietsen voor m’n eten, of die ik spontaan van de fiets praat. Een gezellig praatje doet wonderen. Mensen die aan een fietstocht meedoen die eigenlijk rechtsaf moeten, maar die ik naar links praat. “Een ijsje mevrouw”, de ijsboer doet ook een duit in het zakje. Het wordt er gezellig. Regelmatig komen bezoekers gepakt en gezakt van het terrein. Een al wat oudere man heeft zoveel gekocht dat opstappen hem niet lukt. “Hé, baassie”, roept hij, “hou mijn fiets effe vast dan ken ik er op klimmen.” Ik help de man en steek mijn hand op als hij wegrijdt. “Goeie tip”, roept me na.

Buren die voorbij rijden weten niet van het evenement. Sommige halen hun vrouw en komen even later met een bos peentjes van Pait de markt weer af. Af en toe loop ik even over het terrein. Overal is wel iemand, behalve bij Ria Original, de gehaakte of gebreide sjaals en capes vinden geen aftrek, jammer.

Later in de middag wordt het wat drukker. Pait en Coriza sjouwen met hun kinderen weer een nieuwe voorraad en vullen de kraam. Opnieuw snijdt men een heerlijke appeltaart aan. Gelakt of ongelakt, de tenen van verschillende mensen geven verrassende resultaten. Er worden ook echt koeien geadopteerd. De doosjes met verse eieren van Jolande verdwijnen in de tas. Ook Geronimo begint te lachen. Niet alleen een lepeltje ijs proeven, maar ook een bakje verkopen. Het enthousiasme blijft, ook als het tegen het einde van de markt loopt.

Tegen kwart voor vijf is de markt over. Gezamenlijk helpen we Sylvia en Raymond even met opruimen. Tegen zessen is er niets meer terug te vinden van de streekmarkt en lijkt het alsof er niets heeft plaatsgevonden.

Nog even blijven we hangen. Het wordt toch frisser. Hadden we toch dat jasje maar meegenomen. We fietsen terug naar huis, voor de wind. Thuis aangekomen wordt het banken. De voeten gaan op de rand van de bank. De vermoeidheid slaat toe. Maar wat was het gezellig. Wat was het een succes. De schatting is dat er tussen de 150 tot 180 mensen hun fiets of auto hebben gestald en dat met de concurrentie van de boeren – paardendagen een prachtig succes en zeker voor herhaling vatbaar.

387. Een geslaagde farm- en countryfair

Een aantal weken geleden werden we gevraagd of we het leuk zouden vinden om op een farm- en countryfair te komen helpen. Een fair die wordt georganiseerd door Clemens Soszna van Kijk op het Westland.

“Wat houdt het in?”, is mijn eerste vraag. “Nou pannenkoeken bakken en verkopen. U moet weten pannenkoeken bakken is wel een favoriete bezigheid van mij maar alleen als ik dat zelf aangeef en er de tijd voor heb. Nee, dat is niet de bedoeling. Er moet op de fair worden gebakken. ‘Dat is behelpen’, bedacht ik me. Hoe kan dat anders? Ik stel voor om vooraf te bakken dat is een beter idee. Het probleem is dat ik een drukke week heb met daar ook Koningsdag nog eens tussen. Ik heb dus weinig tijd. (Je zal maar met pensioen zijn) Maar goed een dag daarvoor zou eventueel ook nog kunnen. De ingrediënten voor de pannenkoeken komen uit het gebied. Boter en melk van de Zuivelboerderij Van Winden, pannenkoekenmix van de molen De drie Lelies en eieren van Jolanda van de Zwethkade. De afspraak is gemaakt.

Dan blijkt het logistiek niet handig dat ik de pancakes vooraf bak. Dus worden ze elders alvast voorgebakken. Ik hoef ze alleen maar te verkopen.

Nog even is er contact met Jolanda van de eieren, Zwethkade Zuid 38, voordat we van huis gaan. Een tas met spullen gaat mee. De dreiging van regen is er. We pakken de tuut. We zitten net aan in de auto als de spetters op de voorruit vallen. Een goede keuze gemaakt. We rijden naar de Zwethkade Zuid en parkeren daar onze auto bij onze neef. Hij brengt ons dan door naar boerderij Dichtbij, omdat er weinig tot geen parkeergelegenheid is. De kramen zijn zo goed als ingericht als we arriveren. Het oranje zeil dat de achterkant dichtzet wordt nog even stevig verankerd. We bedenken de tactiek van de dag. De magnetron wordt ingeschakeld, dat blijkt niet te werken. Met veel mensen aan de kraam duurt dit te lang. Het meegenomen gasstel is een alternatief. Het wordt au bain marie.

Inmiddels is ook Marja, de bezige bij van Fietsen voor m’n Eten, gearriveerd met haar vers-fiets. De fiets gaat op de kraam. Vlaggetjes erlangs en ter plekke nog wat dingetjes bijeen sprokkelen voor het pakket dat is te winnen. Een winpakket waarbij je onder leiding van Marja van der Ende fietsend langs de gulle gevers het cadeautje gaat ophalen. Syl’s heerlijkheden staan een stukje verderop. Ik mag de pannenkoeken ermee versieren. Appel-kaneeljam, perenjam, appel-frambozenjam en stoofpeertjesjam. Toppings naast het gewone stroop en poedersuiker. Ik moet oppassen niet steeds het lepeltje af te likken, zo lekker zijn die jams. Verder heeft Sylvia o.a. eier- en chocoladeroom bij zich en boerenjongens en -meisjes. Bij mij is het gratis proeven, bij Syl is het kopen. Wil je echt iets aparts, rijdt even bij haar langs aan de Oudecampsweg 29 in De Lier. Op de fair ook de tekenaar van Ben de Westlandse bij, Richard de Rijke. Hij verkoopt er zijn stripboekje. Direct naast mij staat Jolanda van de eieren van ‘de Zweth, niet op zondag open’ Ze heeft gewone en grote eieren bij zich. De laatste plek is voor Patricia Booister van My Cakes uit Monster. Heerlijke macarons en cupcakes. Even verderop staat nog een sjaaltjeskraam en een kraam van Oriflame. Al met al een bont gezelschap.

De boerenzakdoek gaat om de nek, het feest kan beginnen. Langzaam komt de fair op gang. Tegen het middaguur krijg ik het zelfs druk. Er is trek. Maar dat geldt ook voor de kraampjes naast me. Veel inschrijvingen voor de winwedstrijd, maar ook aan de andere zijde, gaan de bakmixen, eieren en kaas grif van de kraam. Voor Sylvia gaat het zo goed dat er een nieuwe voorraad moet komen. Even bellen en haar spullen worden aangevuld.

De vogelshow van Roofvogelsenuilen gaat beginnen. Even een momentje rust. Terwijl de uil Nelson rondvliegt en men vanuit het publiek wordt ingeschakeld is het rustig. Tijd om ook even elders te kijken. Een kleinvee presentatie onder de veranda. Kleine cavia’s, kippen, duiven, konijnen. Het is nu niet druk, maar wel gezellig. Er is tijd voor een praatje.

Op de kraam naast me kan men stukjes kaas proeven. Een mannetje van een jaar zes/zeven graait en neemt een hele hand. Als je er wat van zegt grijpt zijn moeder in. Tenminste, ze zegt: “ach het zijn er maar een paar.” Mijn moeder zou gezegd hebben: “twee stukjes is wel genoeg hoor, Aadje.” Er is toch wel het e.e.a. veranderd.

Het aantal pannenkoeken neemt af. De au bain marie methode werkt, tot ik tot de ontdekking kom dat het water uit de onderste pan is verdampt en de bodem is verkleurd. Sissend houd ik hem onder de kraan. De volgende stapel wordt aangebroken. Het gaat als een speer. Niet alleen de pannenkoeken, maar ook de proefcakejes waar de jams op zitten. Stoofpeertjes is toch wel favoriet. “Smaakt net als bij mijn moeder thuis”, zegt een veertiger tegen zijn vrouw.

Het is gezellig druk, niet overmatig, maar gestaag wandelt men langs de kraampjes, al merk ik dat de sjaaltjes- en Oriflamekraam weinig klandizie hebben.

Omdat er wat dreiging in de lucht zit, wordt de tweede voorstelling van de roofvogels naar voren getrokken. De Afrikaanse oehoe met de roepnaam Nelson doet zijn dansje op een stok, de Kapgier Magier, wandelt rustig met de begeleider rond over het grasveld. De Amerikaanse zeearend Antje vliegt rakelings over de hoofden van de aanwezigen. De camera’s en mobieltjes leggen alles vast. Een indrukwekkend schouwspel.

De laatste fase van de fair breekt aan. Mijn laatste pannenkoeken gaat op het vuur. Nog even is het druk. Dan is het tijd om op te breken. Het wordt frisser en ik voel mijn voeten van lieverlee.

Met vereende krachten ontmantelen we de kramen. Aangebroken verpakkingen worden verdeeld onder de kraamhouders. Het kleinvee is al eerder weg. We worden door neef weer netjes bij hem thuis afgezet. Een geslaagd festijn, maar met iets meer publiciteit zou het wel geslaagder zijn geweest. Een bord bij de Bonte Haas zou al een opsteker kunnen zijn. Een tip voor de volgende keer.

Ik hoef u overigens niet te vragen wat we ’s avonds hebben gegeten: Juist ja, pannenkoeken.

377. Fietsen voor m’n eten doe je op de Huishoudbeurs

Opperfietser Marja van Fietsen voor m’n eten zoekt mensen die met haar mee willen naar de Huishoudbeurs. Niet om met een truttenkarretje of plastic big-shopper langs de diverse kramen te lopen en thuis alles weer in de vuilnisbak te sodemieteren, maar om een kraam te bemensen. Fietsen voor m’n eten staat samen met Boerenfluitjes in hal 7 op de stand van het NAGF, Nationaal Actieplan Groente en Fruit. ‘Leuk’, schrijft mijn lief. ‘Is dat een ja’, reageert Marja. En dan gaat het balletje rollen. Er zijn nog meer ja-ers. En binnen korte tijd heeft ze voor de drie dagen mede-enthousiastelingen die met haar het project Fietsen voor m’n eten willen promoten. Er vindt een levendige correspondentie plaats, waarop een messenger praatgroep wordt aangemaakt. Mijn lief heeft zich inmiddels voorgenomen om met Marja mee te reizen. Ja, je wordt opgehaald en nee, je hoeft er niet op eigen gelegenheid heen. En zo volgt de ene na de andere reactie.

De voorbereidingen zijn eigenlijk nog in volle gang. Het staat allemaal nog niet helemaal duidelijk vast. Het zou leuk zijn als iedereen in dezelfde outfit gaat. Maar hoe en wat? Marja heeft wel al leuke sleutelhangers van fietsjes gekocht die kunnen op de kleding worden bevestigd met een veiligheidsspeld. “En”, zegt ze, “ik maak naamplaatjes met het logo van Fietsen voor m’n eten.” Marja ventileert haar idee: Als we een donkerblauwe broek aan doen met een lichtblauw bloesje en sportieve comfortabele schoenen, want het grootste deel van de dag zul je staan, dan is dat een mooie geheel. Lukt dat jullie? Zelf doet ze haar witte sneakers aan om het sportieve van het fietsen te laten zien.

Ze zijn er nog niet helemaal uit. Wie heeft er een lichtblauw bloesje of een witte? Er wordt wat heen en weer geschreven. Dan komt het logo op de proppen. Daar moet je wat mee kunnen. Het treft wij hebben een hele lieve en handige buurvrouw, Joke, die T-shirts bedrukt. Joke is van Schoneveld Interieur. Misschien kan zij helpen. Marja stuurt het ontwerp van haar gedachte. Het wordt doorgestuurd naar onze Joke en binnen een uur heeft ze een ‘oké, doe ik’. Het wordt een wit T-shirt met aan de voor- en achterkant een opdruk. De matentabel gaat over internet en binnen no-time is de bestelling gepleegd. Joke kan aan de gang.

Als het eerste exemplaar klaar blijken de shirtjes dun van stof. Het is daarom wel handig om er ook een shirt met lange mouwen onder dragen. Inmiddels gaat Marja en Ester, van Boerenfluitjes verder met maken van promotiemateriaal voor hun stand. Er worden kaartjes gemaakt en een poster voor op de fiets, want die gaat uiteraard mee. De fiets is het belangrijkste attribuut van de actie. Er wordt een badge gemaakt voor op borsthoogte en er komen kaarten van het gebied en dan is het klaar.

Dan komt er een ziekmelding. De man die zondag meegaat meldt dat hij helaas niet mee kan. Brutaal weg vraagt Marja aan mijn lief of ik er geen interesse in heb. Anders moet ze opnieuw een oproep doen voor kandidaten. Wilma springt direct voor mij in de bres. Ik zal het vragen maar heb je dan wel zo’n groot shirt. Dat blijkt er te zijn. Er staat wel ‘Marja’ in. Ik heb al aangegeven dat ik het leuk vind om er naar toe te gaan, maar dan als bezoeker. Nu komt er echter een andere kans. Ik grijp die kans aan. “Maar gaat ie dan wel een leuk stukkie schrijven”, vraagt Marja. ‘Jaaaaa’, schrijft mijn echtgenote.

Een wit onder-shirt met lange mouwen heb ik niet. Vrouwlief gaat op winkeljacht. Warempel ze vindt een mooi shirt bij de Hema. Slim Fit, Organic Cotton Stretch, staat er op de verpakking. Marja geeft het een duim en nog milieubewust ook, schrijft ze.

Voor mijn echtgenote begint het avontuur op vrijdag de 22 februari. Ik mag nog twee dagen wachten. Rond de klok van negen staat Marja voor de deur. Ze heeft haar fiets achterop geladen. Het avontuur kan beginnen. In de loop van de dag stuur mijn vrouw wat berichtjes. ‘Het is vermoeiend’, schrijft ze. Het is ook een lange dag. Van 11:00 uur in de ochtend tot 10:00 uur in de avond. Gewoon een volledige werkdag met overuren. Als ze ’s avonds thuiskomt is het kaarsje dan ook al heel snel uit. De volgende ochtend bij het opstaan brandt beneden het licht nog. Ze was echt op.

Voor mij begint het op zondag. Mijn fiets moet mee. Wanneer ik een appje krijg met de woorden: we zijn er, neem ik mijn fiets mee naar vooraan de straat. Ik laad hem achterop en stap achterin de grote bolide. Daar gaan we, drie vrouwen en ik. Ester, Trudy, Marja en uw blogger. Onderweg vertelt Ester over haar project Boerenfluitjes. Hoe de connecties liggen tussen de twee projecten begrijp ik nog niet helemaal. Het heeft met eten te maken, dat is me duidelijk. Ik ga het beleven.

Aangekomen bij de RAI zijn we niet de enige. Ik haal mijn fiets van de drager en wandel met de dames mee naar binnen. Het is kennelijk niet vreemd als je met de fiets naar binnen wandelt, want niemand zegt er iets van. Er is al volop bedrijvigheid. Kramen worden weer ingericht, jonge mensen komen tegenover ons te staan, trekken hun witte shirt aan en verkopen Red Bull en dan bedoeling ik geen rode stier. Wel een contrast met het project om op een gezonde manier eten te halen en de energyverstrekker. Het is de foodhoek daar hoort het hele arsenaal van groente, fruit, en dranken bij.

We versieren mijn fiets met een slinger koninklijk oranje vlaggetjes en een slinger met gekleurde driehoeken. Mijn fiets is tevens de buffer tussen de plek die we bezetten en de wandelroute. Er werden op Marja’s fiets zoveel suggesties opgehangen van eetstalletjes, dat er een tweede bij moet komen en ook omdat men hutkoffers, truttenkarretjes en complete reiskoffers vult binnen onze stand. Er lopen mensen rond met koffers waar een vader en moeder met 12 kinderen mee op vakantie kunnen. Door de tweede fiets hebben we hiermee een mooie eigen plek. Eenmaal geïnstalleerd gaat het ‘Fietsen voor m’n eten’ shirt aan, en krijgen we de verdere instructies. Mensen aanspreken en bij hen een tip/locatie ontfutselen waardoor de site van fietsen voor m’n eten Nederland wijd wordt. Van Den Helder naar Maastricht van Aduard tot aan Sas van Gent.

Om 11:00uur gaan de deuren los en komt de meute binnen. Het is de mensen aankijken. Die kan ik wel en die hoef ik niet aan te spreken, al kan je je daar ook in vergissen. Red Bull drinkers zijn overwegend geen fietsers heb ik begrepen. Maar bij mijn allereerste ‘klant’ is het al direct raak. Midden-Beemster komt mevrouw vandaan. “Kaas, meneer, en eieren en vlees.” Mooi die kunnen we prikken. “Heeft u ook een adres”, vraag ik mevrouw. “Even aan mijn dochter vragen”, zegt ze. Die haalt haar telefoon tevoorschijn. Zo heb ik een exacte locatie. “Trouwens”, zegt mevrouw, “de kaas hier kan niet tippen aan de onze.” Ik verwijs haar nog even naar de Garlic-Stand die naast mij staat, waar men kaas met zwarte knoflook verkoopt. Maar eerst moet ze die pin in het bord planten. We hebben een kaart van Nederland staan waar men hun toplocatie mogen markeren door er een stekertje in te prikken. “Goed initiatief”, zegt mevrouw. Mijn eerste contact is lekker gelopen. Er zouden er nog velen volgen. Ik maak contact met Jerry Moerman en Maurice Wubben, beursdieren. Zij hebben er voor gezorgd dat Marja en Ester een plekje op de beurs hebben gekregen. Zij richten stands in. Helemaal leuk is dat Maurice onze zoon René kent. “Toffe peer, benaderbaar en zo gewoon gebleven. Doe hem de groeten”, zegt hij. Tijdens de dag pikken we er mensen uit. Jongeren voelen er niet zo voor. Dat begrijp ik niet. Maar ‘men heeft geen tijd’, ‘de supermarkt is lekker dichtbij’, ‘ik fiets nooit’, ‘ben je wel wijs, joh’. Ja ik heb het allemaal voorbij horen komen. Wanneer ik iemand aanspreek die er niets voor voelt en ik zeg dat het zo gezond is, wrijft hij over mijn buik. “Ik zie het”, zegt hij met een big-smile. “Ben je nu ook op de fiets”, vraagt een jolige vent. “Nee” antwoord ik hem. “met de fiets, we hebben hem meegenomen”. Over het algemeen zijn het toch ouderen die mee willen denken en adressen weggeven.

Tijdens de beurs bedenk ik me dat mijn fiets ooit naar Amsterdam zou gaan. Mijn oudste heeft een barrel die je normaliter al niet meer alleen tegen een boom zou durven zetten in de wetenschap, dat, al zet je de fiets niet op slot, nooit gepikt zou worden en zou vereenzamen. Hij wil mijn oude graag hebben. En nu ie toch in Amsterdam is, kunnen we misschien een deal maken dat de fiets hier blijft. Het is even wat appen en communiceren, maar dan komt het goed. “Als je hem aflevert, loop ik wel mee hoor”, zegt Marja. Geen enkel probleem. Hij is immers toegankelijk en bladibladi. En een selfie met een ‘bekendheid’, staat goed op je FacebookCV.

Tussendoor is het een snack-komkommertje eten een peer ophalen of een heerlijke aardbei naar binnen werken. Ja, we zijn gezond bezig. Mijn vrouw wil graag het tomatenprutje maken dat men op de stand naast ons maakt. De chef-kok is niks te beroerd om het even op mijn telefoon te typen. Er is ook nog kort tijd om even te lunchen. Weg uit de kakofonie van geluiden en wat rust opzoeken. We delen onze levens, Marja en ik. Ik bewonder haar energie, en dat zonder Red Bull.

Wanneer de beurs tegen half vijf loopt gaan mensen alleen nog spulletjes en gadgets ophalen. Doelgericht naar de stand waar men eerder is langs gelopen om de koffer of kar nog even af te vullen. Sommige mensen lopen met afgezakte schouders als ze aan twee kanten twee, drie of vier bigshoppers sjouwen. Voor ons is het tijd om de fietsen te ontmantelen. Kaartjes er weer netjes af, paperclips weer in het doosje en vlaggen oprollen.

Als de fiets weer rijklaar is wandelen we naar buiten. René zou buiten staan. Het bleek voor hem toch wat verder wandelen vanuit zijn woonhuis naar de RAI dan hij had ingeschat. Even wachten dus. Inmiddels rijden busjes, vrachtwagentje en stationcars af en aan. Iedereen komt tegelijk aanrijden. Er ontstaat zelfs een file. Dan komt René aan wandelen. Nog even met Marja op de foto, dan vertrekken we weer naar onze stand. Ook die moet worden ontmanteld.

De stand van Jerry en Maurice moet ook leeg. Daar weet Marja wel een plekje voor. Kratjes met groente en fruit worden gevuld. Die moeten mee in de auto naar het Westland. En voor de beursgangers van vandaag een heerlijk bakje aardbeien.

Als de stand leeg is wordt de fiets van Marja ingericht, zoals ik weleens eerder een fiets van haar heb gezien. Zwaar beladen aan het stuur, de fietstassen vol en tussen de spin achterop ook nog materialen. Ikzelf mag de kratjes meenemen op een karretje. Het is nog een aardig stukje lopen, maar dan kunnen we de auto inrichten. Banken plat en proppen, of netjes stapelen. Dat laatste dan maar. Als alles binnenboord is moet de fiets van onze Voorfietster nog op de drager. Daar gaan we dan. Gepakt en gezakt rijden we terug richting huis. “Zullen we bij La Place bij Hoofddorp nog even wat gaan eten?”, vraagt Marja. Even het thuisfront inlichten. Als afsluiting dus een gezamenlijk etentje. Alles passeert de revue. Ervaringen worden nog eens uitgewisseld.

Van lieverlee voel ik het kaarsje met een kleiner vlammetje gaan branden. De leeftijd eist z’n tol. Een druk weekend, de dag ervoor coördineerde ik het jubileumfeest van de Zonnebloem in Schipluiden. We rijden de A4 op en kletsen nog even na. Eenmaal thuis aangekomen verdelen we nog wat groente en fruit. Met een kus neem ik afscheid van Marja en krijgen Trudie en Ester van mij een hand. Een prachtige ervaring met bevlogen mensen, die alles uit hun leven halen wat er in zit. Door niets en niemand laten ze zich tegenhouden. Toppers zijn het. Ik heb er van genoten. En als het nodig is zal ik hen helpen. Ze weten me te bereiken.