418. Gaat Fietsen voor m’n eten ook hamsteren?

Al weken is de snertfietstocht van Fietsen voor m’n eten volledig vol. Dat houdt in dat er 16 fietsers op pad gaan om gezamenlijk de ingrediënten te verzamelen om erwtensnert te maken. Dan plots haken vier mensen af. En even later nog twee. Gelukkig melden twee nieuwe fietsers zich aan waar door we uiteindelijk met 12 deelnemers en Marja op pad kunnen. Dan komen de maatregelen rondom het coronavirus om de hoek. Geen grote gezelschappen meer, hygiëne is belangrijk en let op bij kwetsbare mensen. Moet de tocht wel doorgaan? Eerst wordt er in klein comité overlegd. Dan wordt besloten om alle deelnemers te berichten en te inventariseren wie wel en wie niet. De reacties zijn positief, men wil mee. En dus gaan we op zaterdag 14 maart op pad. Op pad naar zorgbakkerij Het Blauwe Hek.

Onze buurtjes gaan ook mee. We spreken af om gezamenlijk op te fietsen. Dit keer gaat een heel herkenbaar hesje mee. Een gele. Het roze van de vorige keer stond mij toch niet zo goed. Ook dit keer ben ik ‘dweilfietser’.

Om tien voor negen gaat de bel. Onze buren staan al pontificaal klaar met hun fiets om te vertrekken. Wij moeten ons jas nog aan doen. Onze fietsen staan al wel buiten en even later sluiten we bij hen aan. Drie e-bikes en één zonder ondersteuning. We hebben tegenwind, maar mijn buurman fietst, zonder electric, alsof zijn leven er van afhangt. Als ik omkijk zijn we de dames al kwijt. Dat moet een tandje zachter, we hebben tijd, dus terugschakelen.

Om half tien stappen we binnen bij zorgbakkerij Het Blauwe Hek. Van de groep is er nog niemand. Even later komt onze Westlandse fietsburgemeester binnen, Marja, Marja van der Ende. Van lieverlee komen de andere deelnemers binnendruppelen. De koffie en thee komt op tafel. Een schaaltje roggebrood en een schaaltje koekjes. Marja zoekt haar ambtsketen op het is immers een officieel gebeuren vandaag en daar moet ze in vol ornaat mee aan de slag. Nou,… voor de foto’s, want als we na het praatje van Niels, de zorgbakker, op weg gaan, gaat de ambtsketen in het doosje.

Niels vertelt over de zorgbakkerij, waar momenteel 18 collega’s, cliënten, met hem samenwerken. Niet allemaal tegelijk maar met acht per dag is dat een mooi initiatief. Niels mag zich biologisch bakker noemen, hij is gecertificeerd wat inhoud dat je weet waar je o.a. je basisproducten vandaan haalt. Van ‘hamsteren’ heeft hij nog niet veel meegekregen, vertelt hij. Deelnemers aan de fietstocht krijgen de gelegenheid om iets lekkers te kopen en natuurlijk de roggebrood, die je eet bij erwtensoep.

Dan gaan we op weg, maar niet eerder dan dat er een foto van de groep is gemaakt. Niemand verschuilt zich achter het bord van Het Blauwe Hek. In het kader van de AVG heeft iedereen toestemming gegeven om op de foto te gaan. 

Via het St. Jorispad slaan we rechtsaf richting Maasdijk. Onder het tunneltje door naar boer Pait, die eigenlijk Peter Hoogendonk heet. Via de Polderdwarshaak belanden we op de Polderhaakweg waar op nr. 29 de schuur van onze beroemde boer staat. Het is er ’n komen en gaan en de groente is er niet aan te slepen. “Een gekkenhuis”, zegt Coriza, nepboerin en partner van Pait. “Zo’n gekte heb ik nog nooit meegemaakt.” En we ervaren het aan de lijve. Er staat een wachtrij voor de ‘kassa’. Alles wordt gewogen en op een papiertje opgeschreven. Hoofdrekenen, daar is Coriza van. Maar ook Pait pakt regelmatig het pennetje en int de penningen. Gezinsleden van de boer zijn opgetrommeld om te komen helpen. Je kunt het zo gek niet noemen of de groenten soorten zijn er. Alleen dat bloemkooltje dat we mee wilden nemen is uitverkocht. Na de etenswaren te hebben afgerekend, doet Coriza nog even een praatje over hoe dit ontstaan is en hoe dit wordt voorgezet. Het gaat haar dit keer niet makkelijk af. “Slecht praatje, Aad”, fluistert ze me toe. Maar de gekte heeft ook haar in de greep zal ik maar denken. De zojuist gekochte appel wordt tussendoor opgegeten.

Opnieuw worden de fietsen bestegen. Lekker voor de wind richting Korte Kruisweg, op weg naar bakker Vreugdenhil. Ook daar is het een gekkenhuis. “Nooit eerder moesten we broden bakken op zaterdagmiddag, maar nu wel”, zegt bakker John die ons meeneemt door het bedrijf. Natuurlijk komt de marsepeinen cake de groep in. Zo lekker is ie dat ze een liftenssysteem hebben bedacht om de cakes aan te bieden. Bakker Jan Vreugdenhil legt het proces uit rondom het bakken van het brood. Het heeft een aandachtig gehoor. Toch wint de marsepeinen cake het van het brood. Want hoe maak je dat? Banketbakker John probeert in gedachte hoe hij dit uit moet leggen, maar zonder resultaat. Het is toch lastig om dat te vertellen. Na de inkopen staan de fietsen al weer op wacht. Langs de Maasdijk gaan we richting de Lier. Via de Nolweg onder de dijk door richting Oude Campseweg.

We gaan op weg naar eetcafé De Witte aan Karel Doormanlaan. Marja waarschuwt om niet teveel te eten, want kort daarop eten we erwtensoep. Onderweg komen we een stalletje violen tegen. Door de sluiting van de grens met Duitsland weet deze teler geen raad met zijn handel en zet het aan de weg ter verkoop.

Aangekomen bij de Witte, worden de fietsen netjes zij aan zij tegen het pand aan gezet. De mijne past er niet meer tussen. Wanneer we binnen zitten ziet plots iemand dat er een kraai bezig is om mijn dekje van mijn zadel kaal te plukken. Daar moet een foto van gemaakt worden. De ene kraai is nog niet weg of nummer twee is bezig. Toch beter om het dekje weg te halen. Na de koffie en thee nog een tosti brie. Door sommigen wordt de tosti gedeeld. Het advies van onze fietsburgemeester wordt netjes opgevolgd. Na de korte stop en te hebben afgerekend gaan we richting slagerij Zwaard.

Bij Zwaard maakt men de finishing touch voor de soep. Het vlees en de worst. Slager Jacq, al 35 jaar werkzaam bij de ambachtelijke slager, legt uit hoe de worst gemaakt wordt. Geen machinale worst met een eiwit velletje maar een ambachtelijke worst in een varkensdarm. Een van de dames heeft er kennelijk andere gedachte bij als de varkensdarm over het pijpje wordt geschoven waar de worstvuller de darm wordt ingedrukt. Er wordt hartelijk om gelachen. Met een behoorlijke precisie weet Jacq worsten te maken van ongeveer een half pond. Nog even een touwtje erom en dan kunnen ze de rookkast in. Niet meer met houtkrullen, maar met een vloeistof van houtkrullen die door verhitting tot 1200º vloeibaar is geworden. Na twee uur heeft de worst de kleur en de smaak die een ambachtelijke rookworst behoort te hebben. Ook hier mag geproefd worden. Een schaal met warme rookworst gaat door de groep. Er wordt dan ook leuk vleesproducten gekocht om de erwtensoep te verlekkeren. Als we opnieuw op de pedalen gaan, staat een van de leden van de groep Fietsen voor m’n eten de fietsgroep te filmen. Ik weet zeer dat filmpje staat later op de facebooksite.

Bij Sylvia Simons – van den Berg, Santé, wordt het resultaat van erwtensoep geproefd. De poes op de tafel krijgt extra aandacht, als de fietsen worden weggezet. Syl neemt de groep mee naar ‘het hok’. Terwijl Sylvia’s moeder en haar man al druk bezig zijn met het inschenken van de soep en de lekkere sapjes kletst de groep lekker met elkaar. Nieuwe mensen ontmoeten is leuk en daar deel je de leuke dingen mee. Eenmaal aan de tafel gaat de soep rond. Een schaal met roggebrood belegd met katenspek heeft aftrek. Ik mag wat vertellen over de invoer van de stalletjes en probeer nog iemand zo gek te krijgen om mij te helpen, maar er is geen animo voor. Ook Marja mag haar verhaal doen over hoe e.e.a. tot stand is gekomen en dat we graag beter willen communiceren en presenteren, maar dat het geld ontbreekt. Dus weet u een sponsor die zijn hart wil verpanden aan de club Fietsen voor m’n eten, laat hem op de sponsorknop op de site drukken. Alle kleine beetjes helpen. Dan is het woord aan Sylvia. Zij vertelt hoe zij haar Santé heeft opgezet, hoe haar dagen er uit zien en dat de winkel twee dagen in de week open is. Ook Sylvia heeft vandaag gemerkt dat men aan ’t inslaan is. “Ook bij mij tonen klanten hamstergedrag”, zegt ze. Maar ze geeft ook aan dat bijna alle initiatieven om markten en braderieën te organiseren door de coronacrisis zijn afgelast. Alleen de markt bij Boerin van Midden-Delfland, Jacqueline van Staalduinen, aan de Scheeweg op 2e pinksterdag is nog niet gecanceld. Sylvia presenteert haar eierroom, en cake met jams. Na afloop gaat de winkel nog even open. Sommige kopen nog wat lekkers bij haar. Dan is de fietstocht ten einde en gaat iedereen weer huiswaarts.

Lekker voor de wind vangen we onze rit weer aan naar Schipluiden. We hebben nieuwe mensen leren kennen, hebben lekker gefietst en voldoende groente voor van de week. Nee, geen hamsteren, maar gewoon inkopen doen die we altijd doen. We kijken uit naar de volgende fietstocht. Het was weer keigaaf.

p.s. Als ik ’s avonds mijn facebook open staat er inderdaad een filmpje op.

411. Snertfietsen, hoe leuk is dat?

Doen we het of doen we het niet. Het is niet het spelletje van Peter-Jan Rens, maar de keuze of we mee gaan snertfietsen of niet. De weersvoorspellingen zijn de hele week al van dien aard dat het niet uitnodigt om achter de fiets van Marja van der Ende aan te stumpen. Officieel hebben we nog geen ‘ja’ gezegd, dus niemand zegt wat als we niet gaan.

Op vrijdagavond hebben we nog een activiteit bij Cultuurstek in Den Hoorn. De film Den Hoorn 1959 wordt vertoond door Henk Groenendaal en er zijn wat films van Kees Tetteroo te zien. Wij verzorgen de koffie en versnaperingen en vertellen over de expositie Dorp in Beeld. Fotomateriaal van en over het dorp Den Hoorn. Het loopt die avond nog wat uit en uiteindelijk liggen we even voor twaalven in ons mandje. De tentoonstelling is er nog tot 25 januari, elke overdag.

De volgende ochtend gaat om half acht de wekker af. “Zullen we”, vraag ik mijn lief als ik net mijn ogen open heb. “Dat vroeg Marja net ook al”, antwoordt mijn wederhelft. We besluiten om het er op te wagen. Een enkel buitje op de weersites, maar we kunnen regenpakken meenemen.

De accu’s van onze e-bikes zijn opgeladen. Onze fietsen komen uit de schuur. Het is stevig doortrappen naar Zorgbakkerij Het Blauwe Hek in Naaldwijk. Maar heen tegen- betekent terug meewind. Om even over half tien komen we aan bij de Zorgbakkerij. Het is stil bij de startlocatie. Zijn we de eerste? Even later arriveert er een vrouw uit Monster. “Ik heb er toch zo’n 40 minuten over gedaan”, zegt ze. Wanneer kort daarop de schuifdeuren opengaan, als bij een toneelvoorstelling de gordijnen, verschijnt Marja. “Jullie kunnen je fietsen aan de achterzijde parkeren”, zegt ze, waarop we opnieuw op de pedalen stappen.

De eerste mensen zitten al binnen. De tafel is gereserveerd voor de groep. Voor elke stoel een opgerold cadeautje met een blauw strikje er om. Hoe kan het anders, blauw is de kleur van Marja. Het blijkt te gaan om Syl’s recept van erwtensoep. Als snel komt de koffie op tafel met een klein mueslikoekje. E.e.a. wordt gesponsord door de Zorgbakkerij. Van lieverlee stromen de deelnemers van de snertfietstocht binnen. Het blijken er meer te zijn dan van tevoren opgegeven. Dat is mooi. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Terwijl eenieder zijn kopje koffie of thee leegdrinkt vertelt Ernst Richel, voorzitter van het bestuur van de Zorgbakkerij, wat er zoal komt kijken om zo’n bakkerij op te zetten en ook exploitabel te houden. Hij heeft tevens de kennis van granen en tarwe en geeft aan wat het verschil is tussen volkoren brood en gewoon brood. Hierna wordt aan de deelnemers tijd gegeven om wat inkopen te doen. Inkopen voor de erwtensoep die men later zelf thuis gaat maken. Daar hoort o.a. roggebrood met spek bij. Proeven is mogelijk. Na enige tijd is iedereen voorzien van zijn echte roggebrood en wat andere aankopen. Het wordt tijd om op te stappen. Ik krijg als hekkensluiter een charmant roze hesje om de schouders. Van één van de deelnemers is de band niet hard genoeg. De pomp komt ter plaatse en ook dat probleem wordt opgelost. Er moet nog een groepsfoto worden gemaakt voordat we vertrekken. Dan gaan we. De weg over richting Maasdijk.

Als in colonne fietsen we achter elkaar over de Oranjedijk, rechtsaf richting Polderhaakweg 29 naar Boer Pait en nepboerin Coriza. We zijn er niet de enige. Auto’s rijden af en aan. Na een praatje van Coriza gaat de groep los. Er komen kratten tevoorschijn die worden gevuld en ook het nestje jonge hondjes krijgt alle aandacht. De bloemkool is er goedkoop. Pait heeft een partij van het land kunnen halen. Bijzonder in deze tijd van het jaar. Hij verkoopt ze voor € 0,75 p/s. Daar kan geen super aan tippen. Onze groep gaat voor de groente-ingrediënten voor de snert, maar ook dat bloemkooltje schuift in de tas. Een grote weegschaal heeft het druk. Uit het hoofd rekent Coriza stuk voor stuk de prijs van de artikelen bij elkaar. Naast de groenten verdwijnen er ook sinaasappelen, appelen en eieren in de tas van de fiets. Het zijn niet zomaar eieren maar dubbeldooiers. “Is dit wel wat”, vraagt een vrouw aan mij, “het zijn net ganzeneieren, ik weet niet of ik die lust.” Ze laat ze angstvallig staan. De tijd gaat dringen, het schema is strak, tijd om weer op te stappen. Het loof van de prei steekt uit de fietstas alsof men een bosje bloemen heeft gekocht.

We gaan op weg naar Bakkerij Vreugdenhil aan de Maasdijk. Wanneer er een auto van achter komt is een korte gil voldoende om de groep als ganzen achter elkaar te zien fietsen. Wanneer we het dorp Maasdijk in rijden is tegen de dijk aan de winkel van Vreugdenhil gevestigd. Als de fiets op slot wordt gezet wordt de winkel betreden. Het is hier niet zomaar een bakker, maar een ambachtelijk bakker met winkel die een giga uitstraling heeft. Niet voor niets heeft men al driemaal een ster ontvangen voor bedrijfsvoering, personeelsbeleid, producten en aanverwanten.” Je kunt het vergelijken als de Michelinster van de restaurants”, vertelt Chris Vreugdenhil. Samen met zijn broer Gerard en vader Jan voeren zij de directie, maar ook moeder Gerda is nog steeds actief in de winkel en spreken we nog even. Ook hier gaat de groep ‘los’. Het is ogen uitkijken. Een prachtig bedrijf in een dorpje niet groter dan 4.500 bewoners. Mensen uit wijde omgeving komen hun boodschappen bij hen halen, zegt Chris. Ze zijn trots op het bedrijf en hun producten. Zijn ogen stralen als hij verhaalt over wat zij bestieren. Bakker Vreugdenhil serveert een stukje marsepeinen cake uit. Als we zijn bakkerij uitlopen laten we de voetstappen van de bagger van Boer Pait achter in de bakkerij.

Wanneer iedereen weer is aangesloten vervolgen we de weg naar de Witte. Een eetcafé in de Lier. Hier heeft men een lange tafel gereserveerd voor de groep. “Een kleine lunch bestellen hoor”, waarschuwt Marja, “want straks is er nog erwtensoep.” Mijn buurman en buurvrouw hebben het goed in de oren geknoopt en bestellen een broodje kroket. Dat zijn twee boterhammen en twee kroketten. Een bordje bijzetten is geen moeite bij de Witte. Nadat ieder zijn lunch heeft afgerekend, gaan we de laatste ingrediënten halen.

De stop is bij Slagerij Zwaard. Een keurslager in de hoofdstraat van De Lier. Als je met 19 mensen naar binnen stapt is het druk in de winkel en toevallige klanten die bij de deur van de slager komen gaan eerst een andere boodschap doen, om later terug te komen. Hier krijgen we het maken van de rookworst te zien. Jacq de Mos, de slager die al 35 jaar bij Zwaard werkt, laat op ambachtelijke manier zien hoe e.e.a. in zijn werk gaat. Wanneer de kinnebak en procureur zijn vermalen tot een pasta worden er kruiden aan toegevoegd. Uiteraard wil men weten welke. Dat vertelt de slager niet, dat is een slagersgeheim. Als hij vraagt waar de pasta in wordt geperst kijkt men elkaar aan. Uit de koeling komt een bakje met, ja met wat. Het is varkensdarm. Ik zie mensen een vies gezicht trekken. Met een handige pers, spuit hij de pasta door de darm. Een touwtje er omheen en de worst is klaar om gerookt te worden. Nog even mag hij een uurtje drogen en dan gaat ie de droogkast in. Het vuur wordt opgestookt de houtkrullen toegevoegd. Na twee uur heeft het de smaak van de rookworst die hij uitserveert. Warm en een beetje vochtig. Een heerlijk stukje worst. Ook hier kan men inslaan voor de snert thuis. De spekstukjes en worsten gaan mee in een papieren tas. De snertonderdelen zijn compleet. Na nog wat foto’s rijden we de hoofdstraat uit naar de Oude Campsweg. Een van de fietsdames hoor ik bij het opstappen zeggen: “als mijn man straks op de rekening ziet wat ik heb uitgegeven, mag ik nooit meer mee.” Waarop een ander zegt: “Meid, hij mag niet zeuren, je hebt nog nooit zo gezond gegeten.”

Sylvia Simons – van den Berg staat al te wachten als we aan komen. Een hartelijke begroeting valt ons ten deel. We gaan naar het daarvoor ingerichte hok. Overdag voor pa en ma, ’s avonds voor haar kids. De houtkachel laat zijn houtblokken branden. Hier vinden we Syl’s moeder al roerend in de dikke brij. Wat er in zit? Dat staat op het rolletje dat in het begin is uitgereikt. Er komt een sappie op tafel voor iedereen. Terwijl Syl’s moeder de soepcupjes vult telt ze de stukjes worst die per bakje wordt weggeven. Met een beetje charme krijg ik drie stukjes extra. Het gaat er lekker in. Sylvia vertelt over de oogst en verwerking van de spliterwt en andere peulvruchten. Het blijft een streekproduct omdat Lierenaar Martin Jonas zich heeft gespecialiseerd in de verwerking van peulvruchten. Verder geeft ze aan wat er bij haar te koop is. Om dit te ondersteunen, komen er proeflepeltjes met eierroom en stukjes cake met jammetjes die ze maakt op tafel. Ze vertelt er zeven dagen per week mee bezig te zijn. Van hobby naar werk. Op vrijdag en zaterdag is Santé, waaronder Sylvia werkt, geopend. De groep laat de snert goed smaken en met een voldaan gevoel wordt er nog even geshopt bij Sylvia in haar winkel. Dan is er een eind gekomen aan een enerverende dag. Ieder gaat weer zijn/haar weg. Na 31,52 km sluiten we deze snertfietsdag af. Met rode konen zitten we even later op de bank met een kopje koffie. Geen regen, een beetje wind, maar bovenal veel gezelligheid.

Opnieuw een hele mooie rit met mensen die de website of facebooksite Fietsen voor m’n eten kennen. Fietsend je eten ophalen, puur en zo van het land. Geen plastic verpakkingen en gezond bewegen. Je zou het vaker moeten doen. Op 8 februari a.s. is er wederom een snertfietsrit. Deze is helaas al vol. Houdt de website of nieuwsbrief in de gaten voor meer ritten en workshops die worden georganiseerd onder de vlag van Fietsen voor m’n eten of die gelinieerd zijn aan laatst genoemde club. Het was een mooie dag.

388. Op stap met 24 vriendinnen

Op mijn Tuinderijagenda een solexrit met ontvangst. De bijgevoegde naam van de boeker komt me bekend voor. Ik zie dat er ook een middenrijder is op de bromfiets. Dat betekent een grote groep. Om even voor enen wil ik richting de Tuinderij. Er staat best een stevig windje. Het zonnetje is er ook. Toch had ik beter over mijn Tuinderijvest wel een jasje aan kunnen trekken. 14 graden is geen uitnodigende temperatuur.

Op locatie aangekomen staan er flink wat solexen in gereedheid. Een groep rijdt net weg. Nog even een babbeltje met de bezemwagenbestuurder. Ik tel het grootste aantal solexen, hier zal ik aan verbonden worden, is mijn inschatting. 25 stuks staan afgetankt in het gelid met het voorwiel naar rechts. Ik kom een van de vaste medewerkers tegen. Even een praatje voor ik mijn gele hesje (niet uit protest maar voor veiligheid), mijn portofoonhouder en een leren jasje arresteer. Het jasje is wel een dingetje, ik heb een favoriete. De rits is kapot, maar de drukknopen doen het nog prima. De mouwen zijn lang genoeg en de battledress style past me als gegoten. Ik ben vroeg. Een medewerkster van de Tuinderij komt me melden dat de groep al ruim een half uur rondloopt door het complex.

Als ik naar de ruimte loop waar de WC-pot-race ook plaatsvindt, staat daar de damesgroep. 24 stuks. Vele vijftigers, soms nog wat ouder. Een vrouw komt op me toelopen. “Hé, moet jij ons rondrijden.” De vrouw is een medemuzikante van de politiekapel waar ik ooit in gespeeld heb. “Van Meurs, toch”, zegt ze, “wat was je voornaam ook al weer.” “Aad”, zeg ik. “Oh ja”, zegt ze. “Hé Aad”, zegt een andere vrouw. Ik moet nadenken, maar weet niet waar ik haar van ken. Dan nog één die me kent, en nog één, haar ken ik dan wel. Dan ook nog een achternichtje. Een gezellige club bij elkaar. “Ja, ik ben 55 geworden”, zegt de muzikante “en heb mijn vriendinnen lekker meegenomen.”

Ik ga nog even naar de ruimte waar het programma voor de groep hangt. Maak er een foto van zodat ik weet hoe laat de stops zijn en welke locaties we aandoen. Bij terugkeer gaan de dames even op de tribune voor het welkomstwoordje en wat uitleg. “Beste dames, we gaan in de tand des tijds”, zegt de medewerker van de Tuinderij. “U hoeft de jas die u zo uit gaat zoeken niet te kopen, dus kiezen, passen en terugkomen”. Daar wandelen ze door de rekken met leren jassen, ‘modieuze’ jassen, jacks en bontjassen. Wat al was bedacht gebeurde ook. Jas aan, jas uit, jas aan, jas uit. “Staat deze me wel”, zegt de ene vriendin tegen nummer twee. “Ik heb te grote borsten”, zegt een ander “de bovenkant kan niet dicht.” “Meneer klopt het dat de knopen aan de verkeerde kant zitten.” “Dat klopt mevrouw, u heeft een mannenjas aan”, antwoord ik. “Oh, dan moet ik een ander zoeken.” Het schiet niet op. Dan ook nog een hoofddeksel opzetten en door naar de solex.

De dames zoeken een solex uit. Andere willen nog even een foto in de tand des tijds. “Wanneer maken we die groepsfoto”, vraagt jarige Jet. “Dat komt straks goed, mevrouw.”

Het voorstelrondje vindt plaats. Ik mag als eerste. “Aad”, zeg ik. “Ik rijd voorop, ben als eerste weg en wil ook graag als eerste weer aankomen.” “Arie”, zegt nummer twee. “Ik rijd op de brommer en zet de wegen af als we moeten oversteken.” “Ik ben Aad”, zegt nummer drie, “Ik rijd in het blauwe monster en heb reserve solexen bij me.” De drie Aa’s zijn vandaag de begeleiders.

De uitleg vindt plaats. De medewerker Tom legt uit hoe een solex werkt. De dames kletsen rustig met elkaar verder. Er moet nog even een foto gemaakt worden en nog een. Nog een keer doet Tom de handelingen voor dan kunnen we weg voor het oefenrondje. Dat gaat prima, al snel hebben de meeste de solex onder de knie. Een paar vinden het eng. Zij zijn bepalend voor de snelheid van de groep.

Na de oefenronde gaan we van start. We zijn net aan onderweg als ik als voorrijder het sein krijg om in te houden. “Er zit er hier achterin één te stuntelen”, hoor ik vanuit de bezemwagen. “Ze geeft gas, knijpt in de remmen en slingert over de weg.” Even houden we in, het tempo zal dit keer niet hoog liggen. We gaan door het Kraaijennest, Burgerdijkseweg, Kralingerpad richting Gaagweg. Bij Akkerleven rechtsaf langs de ijsbaan van Schipluiden naar het golfbaanterrein. Dan om het gemeentehuis richting ‘t Raadhuis. Daar is de koffiestop. Lekker op het buitenterras een kopje koffie, thee of een glaasje fris. Daar hoort een appeltaartje bij met echte slagroom.

Wanneer we aangeven weer verder te gaan, moeten de dames naar het toilet. Met twee toiletten kost dat tijd, tijd die we ook al verloren hadden bij de verkleedpartij. Één van de dames stift haar lippen nog maar eens vuurrood. Je moet er wel spic en span uitzien als je op de solex zit. Als ik aan de wat oudere vrouw vraag wat ze er van vindt, geeft ze aan nooit een solex te zullen kopen. “We blijven toch wel op de fietspaden”, zegt mevrouw. “Het moeilijkste stukkie hebben we achter de rug”, zegt de chauffeur van de bezemwagen.

De solexen worden opgehaald naast de Dorpskerk. We gaan richting Den Hoorn. Rustig aan rijden we over het viaduct van de A4 en nemen de brug links. Over de Ommedijk rijden we richting Lotsweg. Het is nu even puzzelen, want de volgende locatie staat om 16:00 uur gepland. We nemen het slingerpad om richting ‘t Woudt te rijden. Dan blijkt er een kapje van een van de solexen af te zijn geschoten. Het ligt ergens op de weg. De bromfietser gaat terug en vindt het terug. Bij de Woudseweg gaan we via het tunneltje onder de weg door om direct linksaf te gaan. We rijden parallel aan de Woudseweg. Dan zie ik plots de bezemwagen aan de andere kant van de weg rijden. Door een solexwissel zijn we elkaar uit het oog verloren.

We gaan zonder bezemwagen verder. Even later meldt de bestuurder dat zijn karretje tot stilstand is gekomen en er geen beweging meer in is te krijgen. We moeten zonder hem verder.

Een van de vrouwen vraagt of ze een filmpje mag maken. Ze rijdt een flink stuk vooruit, probeert haar solex neer te zetten in het gras, maar deze valt om. Als je denkt dat het omgevallen karretje eerst wordt overeind gezet. Niets is minder waar. Er moet gefilmd worden. We rijden langs de Woudseweg, de burgemeester Crezeelaan langs om even na de rotonde het tunneltje onder de weg door te nemen. Veiligheid voor alles.

We rijden terug naar eetcafe de Witte in de Lier voor een drankje. Als er wordt gevraagd of ik een foto wil maken, ben ik daar best toe genegen. Ik klim op een stoel en schiet er drie. Even later komt men zeggen dat mijn vinger toch wel erg nadrukkelijk in beeld is gebracht. Ik schiet wat nieuwe plaatjes. “Wanneer gaan we nou die groepsfoto maken”, vraagt jarige wederom. Ik geef aan dat dit op de Tuinderijlocatie gaat plaatsvinden.

Na het drankje is het tijd om weer op de stappen. Een vervangende bezemwagen is inmiddels ook weer aangesloten. Wederom wordt het toilet bezocht. Wanneer ik een stukje op rijd, zegt een vrouw, “de mijne doet het niet.” Ze gaat met haar oor naar de motor. “Ik hoor hem niet lopen”, zegt ze. Als ik naar de solex kijk zie ik dat de haak van het motortje nog geborgd zit. Dan kan je beter gaan fietsen, zo gaat de solex het nooit doen.

Nu is het een kwestie van regelrecht terug naar huis. We melden dat we er aan komen. We pikken het Kralingerpad, de Scheeweg, waar breeduit wordt gereden om later het Berckenrodepad op te gaan. We steken de Zijtwende over en nemen de Oostbuurtseweg richting rotonde. Dan langs de Woudseweg, rechtsaf over de Zijkade terug naar de basis.

Om 16:50 uur komen we thuis aan. Iedereen is nog heel, geen ongelukken gebeurd en een heel feestelijk gezelschap rijdt de loods weer in.

Nu wordt de groepsfoto gemaakt. De jassen gaan terug in het rek. Het gezelschap blijft op locatie eten. De solexen worden weer gespiegeld in het daarvoor bestemd vak geparkeerd door de medewerkers. Dan is het tijd voor het uitreiken van het Nationale Solexdiploma. Die kan maar door een iemand zijn behaald, de jarige.

In haar toespraak memoreert zij nogmaals hoe zij de vriendschap met haar vriendinnen waardeert. “600 jaar vriendschap”, zegt ze. “Met sommige al 47 jaar.”

Het glas wordt geheven, voor mij zit het er op. Een leuke rit met 24 vriendinnen.