403. Rotterdam en MPS De Zonnebloem

Er is voor vrijwilligers een mogelijkheid om te kijken op het vakantieschip MPS De Zonnebloem. De wereldhavendagen zijn in Rotterdam een mooie gelegenheid om het schip van de Zonnebloem te presenteren. En dat het niet zomaar een schuitje is blijkt als we er aan komen. MPS de Zonnebloem is 115 meter lang en 11.50 meter breed.

Al enige tijd vooraf reserveerden we kaartjes voor het bezoek. Je krijgt een tijd toegewezen en mag een half uurtje op het schip vertoeven. Voor ons is dat op 2 september om 15:00uur.

We willen er een mooie Rotterdamdag van maken. Lekker op de fiets naar de Antoine Platekade fietsen, wat rondwandelen in Rotterdam en weer fietsend terug.

Via de App Fietsknoop zet ik de avond voorafgaand aan het bezoek de richting uit. 18,8km geeft de App aan. Een mooi ritje. We zijn wel afhankelijk van het weer. D.w.z. fietsen in de regen is geen optie, dan gaan we met de trein en metro.

De avond voorafgaand zijn we heerlijk gaan eten in Delft met onze jongens en schoondochter i.v.m. de verjaardag van René. Ook op de fiets, dat is het makkelijkst. Heen is het heerlijk om de pedalen rond te trappen, wanneer we echter om half tien terug willen, hoost het van de regen. Trouwens, wanneer niet als we fietsen? Drijfnat komen we thuis aan. De accu’s moeten worden opgeladen, want met een volle accu weet je zeker dat het goed te doen is. Met m’n natte zooitje nog aan hang ik ze aan de prik.

De volgende dag geeft geen regen, zeggen de weerApp’s. Vol goede moed stappen we op de e-bikes. Wanneer we echter halverwege de Zouteveenseweg rijden kom ik tot de ontdekking dat mijn accu die nacht niet goed is opgeladen. Ik heb het zelf gedaan, dus kan er niemand de schuld van geven. Maar met zo weinig streepjes op de display gaan we het niet redden. Gaan we terug? “Nee”, zegt Wilma, “we rijden naar het station van Schiedam en stappen daar op de trein om te vervolgen met de metro.” Zogezegd, zo gedaan. Maar als zoiets is dat niet loopt zoals ik dat graag wil, ben ik geen vrolijke jongen. Misschien wel de meest irritante die er bestaat. Het zijn niet de mooie woorden die uit de mond komen, nee, ik ben goed chagrijnig. “Zullen we maar teruggaan”, zegt vrouwlief. Het is voor haar niet leuk met mij. We fietsen echter door, maar de angst dat ik straks zonder ondersteuning kom te staan houd me gedurende de rit bezig. Zo af en toe zet ik mijn ondersteuning uit omdat het even voor de wind gaat. Je hebt nog 34km, geeft de display aan.

Maar nu? Hoe komen we bij het station van Schiedam. We fietsen door het dorpje Kethel en volgen de bordjes Centrum. We zijn het spoor nog niet gepasseerd, die richting moet ik uit. Dan ben ik een avonturier en blijf fietsen. “Vraag het nou effen”, zegt Wilma. Eigenwijs blijf ik fietsen, tot ik het zelf ook niet meer weet. “Meneer u gaat naar de A20 toe en dan blijft u het Hazepad volgen”, zegt een mevrouw die ik aanspreek. Dat pad komen we tegen. We rijden onder het spoor door en zitten dus aan de verkeerde kant van het station. Bij het stoplicht een student. Hij neemt ons mee naar het station, moet er zelf ook heen.

De OV-kaarten komen tevoorschijn en we stappen in. “Rotterdam Centraal of Blaak”, vraagt mijn lief. “Rotterdam CS”, geef ik aan. “Daar pakken we de metro.”

Tot zover gaat het goed. Ik kijk op mijn telefoon welke metro ik moet hebben. Blijkt ook deze zo goed als leeg. U begrijpt het al, denk ik….. Even vragen aan een perronhulp en we kunnen de metro pakken. “Leuvenhaven”, zeg ik, “daar stappen we uit.” Opnieuw fout. Het had Wilhelminaplein moeten zijn. We wandelen de Erasmusbrug over en komen aan de overzijde van de Nieuwe Maas. Daar zien we de MPS De Zonnebloem liggen. Maar het is nog veel te vroeg.

We doen een cappuccino bij hotel New York. Een stukje gebak erbij, dat maakt weer wat goed. Wanneer het op is, worden we bijna weggekeken. Het is prachtig weer, dus de bankjes langs de binnenhaven waar de Watertaxi’s liggen is heerlijk. De zon schijnt strak in het gezicht. Hij is fel, dat merken we ’s avonds. We hebben allebei een verbrand gezicht, ik meer dan vrouwlief, zij heeft zich ingesmeerd, ik niet.

Rond kwart voor drie wandelen we naar het Zonnebloemschip. We zijn niet de enigen. We melden ons met het kaartje en krijgen een keycord om. Geel is voor de hele uren, blauw voor de halve. Het is nog even wachten. Mijn lief zet zich op een bankje, ik hang wat tegen een prullenbak. Wanneer ik daar weg wil lopen, blijft mijn jasje wat hangen. Heb ik tegen een plakkaat kauwgom aan gestaan. Het kan er nog wel bij.

Inmiddels ontmoeten we er een oud-vrijwilligster van Zonnebloem Schipluiden met haar collega. Zij is al vele malen meegevaren als vrijwilliger en weet alles van het schip. Dan mogen we aan boord. Met oranje pijlen is de looproute aan gegeven. We wandelen achter de Schipluidense aan en doen zo veel indrukken op. In de stuurhut staat ook de kapitein van het schip. Men wil foto’s van hem maken. Hij vindt het goed, maar niet op ‘vleesboek of Instagram’ geeft hij mee. Als afsluiting van de rondleiding doen we een kopje koffie. Nog even kletsen we met elkaar. Ik heb echter zoveel indrukken opgedaan dat het is gaan kriebelen. Ik wil graag een keer als vrijwilliger mee gaan. Dezelfde avond nog stuur ik een e-mail richting Breda.

De terugweg verloopt zoals de heenweg. Metro en trein tot Schiedam en dan de kortste weg naar Schipluiden. Mijn display loopt terug en ook in eco-stand kan ik niet voorkomen dat het de vraag blijft of ik ondersteund ga halen of niet. Thuis aangekomen heb ik nog 2km ondersteuning. Mijn telefoon is leeg, ik heb nog wel wat foto’s kunnen schieten en een berichtje op ‘Vleesboek’ kunnen zetten.

Gelukkig heeft mijn lief in Rotterdam wel nieuwe sneakers en een broek gevonden. Dat maakt het nog een beetje goed.

229 Hart e-bike houdt het voor gezien

Na twee jaar en negen maanden laat de e-bike van mijn lief haar staan. Echt, de batterij geeft geen enkele sjoechem meer. Ondanks het feit dat ik weet dat de levensduur van een accu/batterij van een e-bike slechts van korte duur is verwachtte ik niet dat de onze op jonge leeftijd al zou overlijden. Het verbaast me dat de accu slechts negen maanden ouder is geworden dan de garantietermijn.

Het is een droeve dag ergens achter in mei 2017. Mijn vrouw wil de volgende dag op haar favoriete fiets naar het werk. Als er nog slechts twee lampjes branden van de batterij, besluit zij om de accu aan de beademing te hangen. Wanneer de batterij een nacht lang heeft liggen pruttelen, is deze met liefde van de stekkerdoos afgehaald en kan de batterij er weer prima tegen. Wanneer ik onze schat daadwerkelijk van de oplading haal, valt mij op dat de lampjes niet meer branden. Hoe kan dat nou? Gisteren ondersteunde het hart van de fiets haar nog volop en nu is het slüss en moet je het volledig zelf doen.

Op de zijkant van de batterij zit een resetknopje. Dat moet de oplossing bieden. Het hart wordt teruggeplaatst, het knopje ingedrukt en dan, dan gebeurt er niets. De display is het probleem, denk je. Ik vervang de display van de fiets van mijn meissies voor die van mij. Maar ook dat helpt niet. De fiets blijft dood.

De dealer is dan de oplossing. Maar vrouw lief moet naar het werk. “Pak mijn batterij maar”, geef ik haar mee. Gelukkig zijn de ondersteuners transposable, dat is een voordeel. En zo wordt het probleem verlegd van haar fiets naar mijn fiets. Op een niet ondersteunde fiets rijd ik met de batterij in de fietstas naar de dealer.

Het belletje van de deur rinkelt als ik de deur open bij de dealer. Ik word aangekondigd. Ik overhandig mijn batterij aan onze fietsenmaker en leg hem uit wat het probleem is. “Dat wordt een vervelende zaak”, zegt de man, “de batterij is ouder dan twee jaar en dan heb je geen garantie meer”. Ik ben verontwaardigd. Niet over de uitspraak van de fietsenmaker, maar wel over de garantietermijn. Ik heb thuis nog wel gelezen dat dit in de kleine lettertjes is opgenomen. Toch verbaas ik me erover dat dit kan en wordt opgenomen in de voorwaarden.

Onze dealer gaat direct over tot actie. Hij kent een familie, klant van hem, die bij elke Batavus Milano Eco (twee, net als wij) een extra batterij heeft besteld. Zij hebben er dus twee in reserve. Hij belt hen op om te vragen of we er één mogen lenen. Betrokken klant is niet thuis. Plan twee gaat van start. “Neem een e-bike mee die hier staat”, stelt de fietsenmaker voor. Ik vind het een goed plan, breng eerst mijn niet e-bike terug naar huis om te voet terug te gaan en de aangeboden fiets op te halen.

De batterij die ik heb ingeleverd mag die vrijdag blijven logeren. De dealer gaat contact opnemen met zijn Batavus-contactpersoon en dan krijgen we het wel horen. Met een goed gevoel fiets ik de winkel uit. De fiets echter is niet echt van plan om mij er een plezierig gevoel bij te geven, het is zeker niet onze fiets. Bovendien, de fiets is straks niet voor mij, maar voor mijn lief. Thuisgekomen lever ik de leenfiets af bij mijn vrouw. Echter al na een kort ritje naar de plaatselijke Appie houdt ze het al voor gezien.

Ze komt met een gezicht als een oorwurm thuis. “De ketting loopt eraf bij het overschakelen”, zegt ze. Ik geloof haar niet. Dat is fout gedacht.

Ik maak zelf een ritje en kom tot de ontdekking dat er 21 versnellingen zitten op de leenfiets, maar dat de linkerkant van het schakelsysteem alleen maar vervelend doet. Hier schakelen is de ketting verliezen en een afloper hebben. Ik kan er nog wel mee omgaan en stel voor dat zij mijn batterij definitief krijgt, waarop ik dan de leenfiets neem.

Het is even wennen maar het gaat. Dan drie dagen later het volgende probleem. Van de fiets van mijn echtgenote, breekt één van de zadelsteunen af. Volledig afgeroest. Twee jaar en negen maanden oud, afgeroest! Is het een maandagfiets, vraag ik me af. Hier valt niet meer mee te fietsen. Scheef zitten met de kans dat ook de andere kant zal afbreken en dan een ingebouwde zadelpen te hebben, dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Ik haal het zadel van mijn niet e-bike af en plaats deze op de fiets van mijn echtgenote. Zo kan ze weer vooruit. Ze klaagt over de zit, die is niet perfect, logisch het is een mannenzadel.

Met het afgebroken zadel in de tas wordt wederom een bezoek gebracht aan de fietsenmaker. “Ja, dit komt wel vaker”, krijgt ze te horen. Hoe kan dit? Is dit garantie? “Nee, ook niet”, wat garanties van vijf jaar, opgenomen in de voorwaarden, aan waarde hebben, ik weet het niet. Ze vraagt direct of er iets bekend is van de batterij. “Nee en ja”, krijgt ze te horen, “het ligt complex”. Ze krijgt een nieuwe accu uit coulance. Men heeft er heel wat moeite voor moeten doen, maar het gaat lukken. Uren achtereen heeft men contacten gehad met leverancier en producent. Thuisgekomen vraag ik haar: “krijg je een nieuwe batterij, of moet je deze betalen”. Ze had het niet durven vragen, maar met ‘krijgen’ kan je twee kanten op.

Dan een telefoontje van de dealer. De nieuwe accu is binnen. We zijn inmiddels ruim drie weken verder. Ik fiets met de fiets die niet fietsen wil, richting dealer. Helaas, en jammer de batterij is nog onvoldoende opgeladen om te kunnen worden uit geleverd. “Kom morgen nog even terug”, zegt de fietsenmaker die uiterst vriendelijk blijft.

De volgende dag ga ik opnieuw terug, met mijn eigen e-bike. Daar wordt de nieuwe accu in geplaatst. Dan krijg ik te horen dat het toch niet helemaal gratis is. De fietsenmaker heeft aan Batavus kosten moeten betalen, analysekosten om te onderzoeken of de batterij kapot is. Daarnaast heeft hij de transportkosten moeten voorschieten en er worden verwijderingskosten in rekening gebracht. De analysekosten hadden wat mij betreft wel achterwege kunnen blijven. Wij hadden al vastgesteld dat het apparaat niet werkt. De registratie van de accu aan mijn fiets heeft intussen plaatsgevonden en ik mag mijn fiets met nieuwe ‘gratis’ accu weer meenemen.

Weer twee weken later is het bestelde zadel binnen. De fietsenmaker zet deze op de fiets van mijn vrouw. De kosten, €27,95 voor een zadel dat slechts twee jaar en negen maanden mijn vrouw een zetel heeft gegeven. Vol ongeloof wordt de nota betaald.

Twee dagen later valt de rekening voor de accu in de brievenbus: €150,00. Daar heb je geen nieuwe accu voor, dat is een feit. Toch blijf ik me afvragen hoe het in de huidige tijd, waar ik voor de accu van de auto eens in de vier/vijf jaar toe ben aan een nieuwe, dit niet kan worden opgelost bij een accu van een fiets.

We fietsen weer heerlijk. Onze grote dank gaat uit naar onze fietsenmaker. De rekeningen zijn intussen voldaan, maar naar de fabrikant Batavus toe heb ik toch wel enige twijfels. Hoe is dit toch in godsnaam mogelijk?

225. Nieuw, maar nog niet helemaal af.

De eerste week zit erop, werken in het vernieuwde Gemeenlandshuis. Er is voor ruim 18 miljoen verbouwd en dat is te zien. Na anderhalf jaar terug in vertrouwde omgeving. Het is nog even wennen. Iets later van huis om zo rond zeven uur aan te komen en het werk weer op te pakken. Mag ik het beschouwen als de laatste fase bij mijn Delfland? Na een weekje vakantie, vrijwilliger bij een Zonnebloemvakantie, ben ik afgelopen maandag weer aan de slag gegaan.

Het is 06:50uur als ik mijn fiets heb geplaatst in de nieuwe fietsenstalling. Daar word ik al snel aangesproken door een werknemer van de bouwonderneming. Hij komt met een kruiwagen mijn kant op rijden. “U moet uw fiets hier weghalen”, zegt hij. Ik kijk hem aan en vraag waar ik mijn e-bike dan moet zetten. “Ergens”, zegt de man. ‘Ja dat begrijp ik, ik kan hem niet mijn broekzak steken. “De dijkgraaf heeft besloten dat de fietsenstalling 10 cm lager moet worden”, zegt hij. “Dat zal straks wat worden, als de andere collega’s komen”, zeg ik hem. De auto’s zijn immers verbannen van het terrein en voor een groot deel ingeruild voor fietsen. Ben overigens benieuwd hoe de Delftse bevolking staat tegenover het in beslag nemen van de weinige nog vrije parkeerplaatsen. Collega’s hebben in het Delftse gezocht naar parkeervergunningvrije plekken om vervolgens met de vouwfiets de reis te vervolgen.

Over de rijplaten baan ik me een weg naar de ingang. Overal vinden er nog bouwwerkzaamheden plaats. De bouwketen staan nog op het terrein De pasjespaal staat nog ingepakt. Buiten gebruik, staat er op de paal. De dijkgraaf en secretaris wandelen trots door de ontvangstruimte. Ik krijg een hand en een hartelijk welkom. Dan haal ik mijn portofoon op en krijg van een Delflandgirl een tasje uitgereikt. Een paar leuke kleine speeltjes moeten de nieuwe werkplek veraangenamen. “De tweede etage”, zegt een van de medewerkster, “de oude kantine, daar is jullie blauwe vlek”.

Ik neem de trap naar boven en mis een trapleuning. Als ik boven ben is de deur gesloten. De paslezer staat op rood. De deur wil en kan niet open. Omdat ik bekend ben in het gebouw probeer ik via de achterdeur binnen te komen. Dat lukt. Waarom de voorkant op slot zit en de achterkant niet, is mij onbekend. Omdat er nog niemand binnen is heb ik de keuze voor een werkplek. Op onze vleugel zou een stilte plek worden ingericht voor de mensen met een gehoorbeperking, heb ik altijd begrepen. Die vind ik er niet. Er staan vier uit de kluiten gewassen stoelen geparkeerd op die plek. Werkplekken? Nee, overleg plekken. Het lijkt op een tramstel.

Ik kies strategisch een plek achterin. Zo heb ik iedereen voor me en heb ik geen probleem met mensen die achter mij willen gaan zitten. De zaal is mooi ingericht. Er is veel aan gedaan. Tijd voor koffie.

Waar staat de automaat? “Bij de printer”, zegt mijn collega. “Waar staat de printer, dan?” Vraag ik hem. Hij legt het me uit. Het is goed voor de beweging want het is een stevige eind tippelen. Gratis sporten? Wanneer ik de koffieautomaat heb gevonden is deze leeg. Er zijn wat aanloopproblemen. Zes automaten slechts, verspreid over het gebouw. Als ik terug wandel zie ik dat er een koffiekarretje is gearriveerd die voor het gebouw staat. Koffiedrinken kan dus buiten.

Als ik terug ben op ‘mijn’ plek zijn er al een aantal collega’s binnengekomen. Langzaamaan loopt de ruimte vol en is er geen plek meer over. Ik hoor gemopper bij de laatkomers. Dat was te verwachten.

Collega’s komen van andere afdelingen en teams en gaan op onderzoek uit. Waar zit iedereen en wat hebben ze er van gemaakt. Men komt door de achterdeur naar binnen en gaat er door de voorkant weer uit. De locatietemperatuur loopt langzaam op. Het raam gaat open. Dan begint het gedonder. De achterdeur slaat tot vijfmaal in een uur keihard dicht. Mensen in het tramstel schrikken zich te barsten. Het tocht, ik voel de wind langs mijn armen. Mijn armhaartjes staan overeind.

Dan een e-mail. Surprise, surprise, eenieder dient naar beneden te komen voor iets lekkers. De gebaksdoos gaat open. Het Delflands wapen siert het gebakje dat smaakt. De dijkgraaf doet een toespraak. Nog geen microfoon, maar een roeptoeter. Iedereen wordt welkom geheten. Het gebouw is nog niet af. Er zijn nog wat kleine dingen op te lossen. Na een kwartiertje gaat men weer aan het werk. De plek naast me is bezet er wordt aan de tafel overlegd. Storend. De verhuisdozen worden opgezocht en uitgepakt. Wanneer ik mijn 65+plant, de geranium, op mijn tafel zet, krijg ik te horen dat dit niet mag. Geen privé-spullen op de tafel. Even verderop staat de muskusrat. Ooit gevangen in Delflands wateren, opgezet en zo lang als ik bij Delfland werk bij de repro gestaan. Na enige tijd moet ook die weg. Regels, regels, regels, merk ik.

Wanneer ik naar het toilet wil, moet ik naar een etage lager. Dan blijkt dat de twee toiletten die er zijn op bezet staan. De damestoilet is vrij maar dat durf ik niet. Nog maar een etage naar beneden. Ook allebei de toiletten bezet. En nu? Je zult maar hele hoge nood hebben. Ik ga op zoek, ondertussen afvragend of hier niet te weinig gelegenheden zijn.

Als ik een wc heb gevonden en net aan zit, gaat mijn portofoon af. “Test, test, hoor je mij”. Wie het is, ik heb geen idee. Ik probeer terug te praten, dat wordt aan de andere kant kennelijk niet gehoord. Ik krijg tenminste geen antwoord.

Ook ik ga wat zwerven door het gebouw. Het is mooi geworden, vind ik. De overlegkamertjes zien er mooi uit. De oude vleugel is nog zoals deze was. De tuin moet nog groeien, dat wil zeggen, de plantjes die er in staan. Jammer dat de oude rode beuk is gaan hemelen. Ik heb begrepen dat er later een nakomeling wordt geplant. De fietsen staan door de hele tuin verspreid. Er wordt druk gewerkt aan de fietsenstalling.

Als ik terug kom op mijn werkplek is het er druk. Naast mijn plek vindt wederom een overleg plaats. Tegenover mij zitten twee mensen met elkaar te praten. De ‘tram’ is bezet met twee bellers waar ik letterlijk het gesprek van kan volgen. Ik moet me proberen te concentreren. Achter mij komen weer drie mensen binnen die een heel gesprek beginnen. Ik kom niet echt aan werken toe. Tijdschrijven en verantwoorden onder Sociaal Evenement? Dat mag niet.

Het zullen de aanloopproblemen zijn, er moet nog het e.e.a. worden opgelost. Op eigen initiatief heb ik aan twee kanten van de deur een briefje opgehangen op de achterdeur dat men de deur sluit. Tochten blijft het, of was het airco die iets aan de hoge kant stond. Ik meld het ook maar even bij de werkgroep D-sign.

Het komt allemaal goed, daar ben ik van overtuigd. Mensen zullen straks hun plekje weer gevonden hebben. Werken in de ‘vlek’ heeft zijn voordelen. Ik heb er best een goed gevoel bij. Het zal nog wel even duren, maar over vier maanden ben ik weg. Zal het dan allemaal opgelost en gewend zijn? Ik denk het wel.

20. De elektrisch ondersteunde fiets is soms net als liggen op een spijkerbed

Als in augustus 2012 de folder op de mat valt van Batavus, wordt onze aandacht direct getrokken door de elektrisch ondersteunde fiets van het type Mambo. Een fiets die de batterij heeft zitten in de kettingkast. Prijstechnisch niet de goedkoopste, maar qua design wel een prachtige fiets.

We nemen nog even bedenktijd om er in november van dat jaar mee naar de plaatselijke fietsenmaker te gaan en ons koopidee bij hem kenbaar te maken. Dit moesten onze fietsen worden!

Bij de fietsenmaker aangekomen krijgen we al direct de mededeling dat de fietsen een lange levertijd hebben. Er schijnen wat technisch probleempjes te zijn.

Tegen het eind van december 2012 is er meer zicht op, dat de problemen onder controle zijn. We besluiten te bestellen en te betalen. Het betalen omdat we ook nog mee willen doen met het fietsenplan bij de werkgever die in het jaar 2012 zal aflopen.

Dan wordt het wachten. Het wordt februari, we besluiten om bij de fietsenmaker langs te gaan. “Nee”, zegt hij, “er is nog geen nieuws. Probeer het volgende maand nog eens.” Als we eind maart 2013 opnieuw bij onze fietsenmaker langs lopen, worden we getrakteerd op koffie met gebak. Niet omdat de fiets binnen is maar omdat de fietsenmaker jarig is. De problemen met de Mambo schijnen er nog steeds t zijn. We krijgen spijt van de aankoop, maar de bestelling is geplaatst. We kunnen er niet meer vanaf.

Onze volgende bezoeken aan de fietsenmaker in april en mei leveren in mei uiteindelijk een positieve reactie op. Eind mei 2013 kan de fiets worden opgeleverd. Met veel plezier wandelen we eind mei, als we de mededeling van de fietsenmaker hebben gehad dat de fiets rijklaar is, richting werkplaats.

Opnieuw is er koffie met gebak. Dat moeten we er ook allemaal nog weer vanaf fietsen en als je dat elektrisch ondersteund moet doen, heeft dat weer meer tijd nodig. Met een grote smile vertrekken we bij de fietsenmaker met onze nieuwe fietsen.

Half juni 2013. Als we proberen een mooie rit te maken denkt de fiets er anders over en houdt er na 8 km mee op. Eén van de twee fietsen heeft geen accuspanning meer. Het wordt ondanks het mooie weer een zware rit terug. Aangekomen bij de fietsenmaker neemt deze direct zijn verantwoordelijkheid en onderzoekt de fiets, zoals een chirurg zijn patiënt. Hij komt tot de conclusie dat de contactpuntjes van de accu niet netje vooruit staan. Na een korte ingreep is de fiets weer rijklaar en kunnen we ons paradepaardje weer ophalen.

Drie weken later is de broer van de gerepareerde fiets niet meer van plan om verder te gaan. Ook dit ‘monster’ wordt weer naar huis gefietst. Ik laat mijn fiets achter bij de plaatselijke, waar we intussen het idee hebben ‘kind aan huis’ te zijn. Een korte diagnose levert op dat er opnieuw problemen zijn met de accu. Met de nodige egards wordt de fiets door de fietsenmaker behandeld en gerepareerd.

De vakantie gaat voorbij en onze fietsen zijn goed gemutst, we kunnen er heerlijk op vooruit. De aangegeven maximale kilometers halen we nooit, maar dat komt door de berijders, denk ik .

Direct na de vakantie scheidt mijn fiets er weer mee uit. Opnieuw problemen met de ondersteuning. Ik moest nog 14 km heen en 16 terug. Het zou mijn dag niet worden. In een stevig wind moest ik de fiets terugtrappen naar opnieuw: de fietsenmaker

Inmiddels heb ik er een twitterbericht tegen aan gegooid en het woord ‘Mambo’ en ‘Batavus’ er in gehashtagt. Een overijverige Batavusmedewerker reageert direct en stelt voor om naar de dealer terug te gaan voor professionele ondersteuning. Alsof ik die gang al niet wist te gaan, maar dat weten zij waarschijnlijk niet, of in ieder geval de twitteraar niet.

Ik laat mijn mooie Mambo opnieuw bij de dealer achter en krijg een vervangend vervoermiddel mee. Ik krijg er van lieverlee een puntkop van en de fietsenmaker ook, al heeft hij die al wel een beetje vanaf zijn geboorte. De beste man blijft vriendelijk en probeert alles wat in zijn vermogen ligt om de fiets weer rijdend te krijgen. Drie dagen later ontvang ik een SMStje. Mijn fiets is klaar, ik kan hem weer ophalen.

Bij de Batavus-dealer krijg ik de boodschap mee dat mijn accu is vervangen en, ik krijg van de fietsenmaker te horen dat de fiets van Chinese makelij is waardoor de software wat kuren kan vertonen. Ik neem het voor waarheid aan en verlaat de fietsenzaak.

Even lijkt het goed te gaan tot de fiets weer kuren heeft. Een gek symbooltje op de display en vervolgens niets meer. Geen aanwijzingen meer dat de fiets er zin in heeft. Opnieuw wordt onze strippenkaart bij de fietsenmaker geknipt. Weer een strip minder. Opnieuw een twitterbericht. ‘Hallo Batavus’. Ook bij de fietsenfabrikant zijn ze alert, of is dat omdat ik ze heb getriggerd via het twitterbericht. Wederom wordt verwezen naar de dealer. Zo kan ik ook mijn ondersteuning verlenen.

Mijn fiets kiest voor solidariteit en besluit er ook mee op te houden. Strip nummer zes wordt geknipt. Ik moet mijn fiets nu achterlaten, hij gaat naar de fabriek terug. Ik krijg opnieuw een vervangend vervoermiddel, een Batavusfiets van 7 jaar oud zonder mankementen.

Mijn vrouw mag na één week haar fiets weer ophalen. Een nieuwe display heeft het probleem opgelost.

Twee weken nadat ik mijn fiets heb ingeleverd een verlossend telefoontje: “Je mag je fiets weer ophalen.” Als ik bij de fietsenmaker aankom, kijken hij en zijn vrouw vrolijk. Een nieuwe accu en een nieuwe display. Batavus heeft er ook een testrapport bijgedaan, ‘zie wel dat er niks aan die fiets mankeert’, ontbreekt bij de afsluitende tekst. De fiets is inmiddels 7 maanden oud, ja,, dan mag dat wel, al die ellende.

Twee weken later is het opnieuw raak. Ik ben inmiddels begonnen met het registreren van mijn kilometers, windkracht, ondersteuning en tijdstip dat ik mijn fiets berijd. Dit is een adviesje van de vrouw van fietsenmaker. Als ik bij inlevering in gesprek ga met de fietsenmaker en zeg deze fiets niet meer te willen, is hij heel welwillend. Je kunt er in het boekje één uitzoeken en ook één voor je vrouw. Ik ben in hoera stemming. Word ik dan eindelijk verlost van dit ‘monsterlijke stalen ros’. “Er is nog wel een restrictie” zegt de fietsenmaker: Batavus moet het ondersteunen! Toen ik het boekje onder ogen kreeg, bleek de Mambo niet meer in het assortiment te zitten. Ik schrok ervan en waagde er een e-mail aan naar Batavus. Ik vroeg hen of de fiets uit het assortiment was gehaald en met welke reden. Er bleek een probleem met de acculeverantie, maar verder kwam de fiets onder een andere naam wel weer voor. Vreemd, vond ik.

Ik ben er intussen wel van overtuigd dat Batavus niet zit te wachten op mijn twitterberichten en negatieve reclame die ik hier en daar laat horen. Ze laten alleen niets echt van zich horen en verschuilen zich steeds achter de fietsenmaker. Nee, Batavus interesseert het helemaal geen fluit of een klant een goed of slecht product heeft gekocht en of het naar wens is. De centen zijn binnen. Als ik opnieuw een afspraak maak bij de fietsenmaker voor vervanging, kom ik voor de zoveelste teleurstelling. Batavus geeft geen nieuwe fiets, indien nodig moeten we wachten op de software die men in de Hollandse versie van de Mambo heeft geplaatst. Ik neem het maar voor lief.

Twee weken geleden moest de fiets van mijn vrouw weer terug. Op weg naar haar werk hield de fiets er mee op. Haar weg vervolgend zonder ondersteuning en later weer terug naar huis waren moeilijke kilometers. De fietsenmaker gooide opnieuw al zijn charmes in de strijd en kon, na het buigen van wat pootjes aan de accu, de fiets weer aan de gang krijgen. Als compensatie ontvangt ze een bloemenbon.

Ik moet het afkloppen sinds februari 2014 rijdt mijn fiets zonder noemenswaardige problemen. Al blijft de maximaal haalbare fietsafstand voor mij nog wel een discussiepunt. Maar één ding weet ik zeker. Mijn volgende fiets wordt GEEN Batavus meer.

Het leven met een elektrisch ondersteunde fiets is soms net als liggen op een spijkerbed.