393. Hoe goed gaat het met onze gezondheid?

Al een aantal maanden geleden werden we als MUS-vrijwilligers benaderd om deel te nemen aan de gezondheidsmarkten in Den Hoorn en Schipluiden. Niet iedereen heeft er zin in of tijd voor om voorlichting te geven over wat wij doen. Ik maak er twee keer een ochtend voor vrij om er iets over te vertellen aan mensen die de gezondheidsmarkt bezoeken.

Woensdag 12 juni 2019. Het is slecht weer. De regen valt met bakken tegelijk uit de hemel. Er is bijna geen paraplu tegen bestand. Op de fiets rijd ik naar de standplaats van de MUS bij Akkerleven. Het aantal ritten voor die dag is afgestemd op het feit dat ik een MUS mee willen nemen naar de markt. Terwijl de regendruppels constant op mijn voorraam kletteren, rijd ik van Schipluiden naar Den Hoorn. Ik parkeer mijn voertuig goed zichtbaar naast de voordeur van de Hoornbloem. De meeste kramen zijn inmiddels goed bezet. Voor mij is het een doos openen, mijn folders eruit en klaar is Kees. Wanneer ik mijn polo over de stoel heb gehangen wordt er gevraagd om de MUS naar binnen te rijden. Ik ga het proberen. Dan blijkt dat ik de deur er uit moet rijden, dat is vast niet de bedoeling. Ik zet mijn voertuig netjes terug. Het wachten is op de gasten. Er hangt inmiddels een gezellige sfeer onder de deelnemers, men buurt wat bij elkaar en doet een gezellig praatje.

Wie staan er o.a.: Een ergotherapeute, een diëtiste, Zwembad Kerkpolder en het Sportfondsenbad, Altzheimervoorlichting, de EHBO afdeling Den Hoorn, Puur & (H)eerlijk (voorlichting over dagelijkse verzorging van een warme maaltijd aan huis), de Was en Koffie voor uw was en strijk, Careyn met voorlichting en meting van bloedsuiker, bloeddruk en BMI-bepaling, Stichting Welzijn Midden-Delfland, Farm-I-See, Pieter van Foreest, Joerns Healthcare B.V., een bedrijf dat hulpmiddelen aanbiedt en de MUS. Een diversiteit aan organisaties die het de thuiswonende ouderen mogelijk gemakkelijker kan maken.

Wanneer om 10:00 uur de deuren ‘los’ gaan, komen de eerste bezoekers binnen. De paraplu wordt uitgeklapt in het voorportaal gezet. Men gaat op onderzoek uit. Hier en daar zijn hebbedingetjes te vinden. Een rolletje pepermuntjes, een tasje, een ballpoint, een opblaasbal, een winkelmuntje, een opschrijfblokje, kleine zaken die gretig aftrek vinden. Het wordt aan het weer geweten dat het niet stormloopt. Het is druk bij Careyn, maar dan overwegend van deelnemers en niet van bezoekers. “We hebben wel 100 mensen geprikt”, zegt een medewerkster met pretoogjes aan het eind van de markt. ‘Ja, dat wel, maar daarvan waren er 60 deelnemer.’ Het is rustig, heel rustig. Hoe komt dat vraag je je af? Is er voldoende aandacht aan besteed, is de communicatie duidelijk geweest. Misschien een puntje voor de evaluatie. Want hoe bereik je de doelgroep op een simpele maar leuke manier om langs te komen. Ik houd er een ‘potentiële klant’ aan over. Een mevrouw die heel graag met mij de afspraak wil maken om een mooie rit te maken. Ik moet haar doorverwijzen naar de coördinator. Om kwart voor twaalf, een kwartier voor tijd wordt het kamp opgedoekt, er zijn geen bezoekers meer in de zaal en het is zo’n beetje etenstijd. Met droog weer kan ik de MUS ‘terugvliegen’ naar Akkerleven, zijn standplaats.

Op dinsdag de 18e heb ik mevrouw met haar dochter van de gezondheidsmarkt in de MUS. Ze roemt het initiatief en geeft aan veel vaker met mij of een van de andere chauffeurs mee te rijden. Fantastisch, daar doen we het voor.

Op de 19e juni is de tweede voorlichtingsbijeenkomst. Het is van hetzelfde laken een pak. Regen en niets dan regen. Ik bel de dienstdoende MUS-chauffeur op om me even op te pikken. Ik mag opnieuw maar dan in Schipluiden op de gezondheidsmarkt staan. De MUS-chauffeur komt met eigen auto. De vrouw die hij had op moeten halen staat verkeerd in de agenda. Ze hoeft pas morgen naar haar afspraak. Zo af en toe gaat het weleens fout, maar dat zijn incidenten. De chauffeur zet mij af bij Akkerleven, waar ik de witte MUS oppik. ‘Succes Aad!’, geeft hij mij mee. Ik haal de meegekregen folders op van achter de receptie en rijd naar de Dorpshoeve.

Opnieuw zie ik onder de deelnemers weer vele bekende gezichten, maar sommige zijn nieuw. EHBO Den Hoorn heeft plaatsgemaakt voor EHBO Schipluiden. Een enkele deelnemer is er niet.

Wanneer om 10:00uur de markt begint is er geen kip, eh bezoeker, bedoel ik. Om kwart over tien is het al niet veel beter. Één bezoeker en dat is mijn lief. Langzaam komen er wat mensen binnendruppelen, maar opnieuw is de gezelligheid te meten bij de deelnemers. “Daar kom je voor uit Houten”, zegt een mevrouw die hulpmiddelen verkoopt en haar naamsbekendheid wil vergroten. Nee, opnieuw loopt het geen storm. Terwijl zowel in de Schakel Midden-Delfland als de bladen KBO/PCOB aandacht is besteed aan deze markt. In naastgelegen zaaltje is een voorlichtingsbijeenkomst voor werkzoekende, veelal mensen met een migratieafkomst. Als die bijeenkomst is afgelopen, komen een aantal vrouwen langs de kramen. Mannen hebben hier geen interesse in en verlaten het pand met gezwinde spoed.

Gaat het dan echt zo goed met de gezondheid van de ouderen in Midden-Delfland? Heeft men geen behoefte aan voorlichting? Weet men alles al? Of is het ‘t weer die spelbreker was? Ik heb er in ieder geval nog wel wat van opgestoken. Mijn bloeddruk is goed, mijn suikergehalte in mijn bloed is prima, mijn BMI heeft een waarde ‘Gezond gewicht’. Maar ik moet echt iets gaan doen aan mijn vetpercentage, niet zorgwekkend maar toch.

378. 40-jaar Zonnebloem, afdeling Schipluiden

Zo rond maart 2018 komt er tijdens een bestuursvergadering van de Zonnebloem afdeling Schipluiden ter sprake dat de afdeling in 2019 40 jaar bestaat. Ik hoor het aan en zie er voor mij als coördinator niet echte een taak in om dit op te pakken. Maar het blijft stil. Er is niemand die opstaat en zegt: “Ik”. Dan neem ik het besluit om mijn coördinerende rol echt op te pakken. De eerste contacten worden gelegd. De Dorpshoeve bespreek ik als ik toevallig toch koffie kom drinken. De Stichting Vivendi, ken ik uit een eerder optreden en vind ik een perfecte afsluiter van het evenement. Ook met hen wordt het eerste contact gelegd. Alle contacten verlopen via de e-mail. Op de site van de stichting bekijk ik wat filmpjes. Er blijft een prettig contact en als ik een aantrekkelijke offerte krijg toegestuurd, breng ik dat in het bestuur en leg het gezelschap vast. Ik stel voor om er een commissie voor te starten, niet alles alleen, maar samen doen.

Nog drie vrijwilligers staan op. Het gaat allemaal een beetje hapsnap. Totdat er draaiboek wordt gemaakt. Dan gaat het wat meer gestroomlijnd. De ideeën komen op tafel en zo regelmatig komen we bij elkaar. Een gezellig clubje.

Gaandeweg worden er zaken vastgelegd. We proberen geld te verzamelen en ook dat krijg z’n beslag. Een mooi bedrag komt binnen via de Rabobank Clubkas Campagne. Fonds 1818 bestaat 200 jaar en doet een duit in het zakje, Bij Albert Heijn Schipluiden mogen we de opbrengst komen ophalen van een maand statiegeld Goede Doelenknop. Leveranciers doneren of geven korting. Den Burg Catering, De Dorpshoeve, Restaurant Indigo, Groencentrum Langelaan en een aantal particulieren storten spontaan een mooi bedrag in de pot.

Om aan meer geld te komen schrijf ik twee potentiële subsidieverstrekkers aan. Een haakt er af. Van de ander blijft het antwoord nog even weg. Ik heb er wel verwachtingen van en hoop er ook op, want er is een financieel gat. De vereniging is niet echt vermogend, maar uit eigen middelen moet dan ook nog een flink deel worden opgehoest. En, is mijn verwachting, aan het eind van de dag zal er uit de melkbus die voor de deur staat ook nog wel een leuk bedrag op tafel komen.

De plannen kunnen verder. Wie gaan we uitnodigen? Uiteraard, de gasten, de vrijwilligers en gast-vrijwilligers, oud-bestuursleden, Burgemeester en wethouder, het Regiobestuur en onze buurZonnebloem Den Hoorn. Alles bij elkaar zo’n 140 mensen.

140 mensen is veel. We gaan om de tafel met de beheerder van de Dorpshoeve. Past dat? En zo ja, hoe dan? Er worden tekeningen gemaakt voor de opstelling van de tafels en het buffet. Het kan allemaal net. Er zullen afvallers zijn is de inschatting. Toch zullen we rekening moeten houden met dit aantal.

Na de uitnodiging te hebben verstuurd komen zo mondjesmaat de aanmeldingen binnen. Maar ook de eerste afmeldingen vallen in de bus. Uiteindelijk blijft er een mooi aantal over van 120. Op de dag zelf zijn er echter door ziekte en zeer ook nog afzeggingen en blijven we met 110 mensen over. Nog altijd een mooi aantal.

Het buffet is besteld, de afstemming voor het gesponsorde toetje heeft plaatsgevonden. Zo langzamerhand krijgt het zicht. De vrijwilligers en gastvrijwilligers krijgen een taak toebedeeld. Vele handen maken licht werk.

Op de bewuste feestdag, 23 februari 2019, zijn we met vier man al vroeg in de weer om de zaal in orde te krijgen. De vloer krijgt een kleedje, De stoelen moeten worden uitgeklapt. De tafels krijgen een plekje, het podium moet worden opgezet. In korte tijd echter zijn we al zover dat we besluiten te stoppen omdat anders de middagploeg voor niets komt. Het is even tijd om thuis te gaan eten.

Om 13:00uur komt de middagploeg opdraven. De tafels worden aangekleed, ballonnen gehangen, een vlaggetjesslinger en alle in huis zijnde Zonnebloemvlaggen krijgen een plekje en het ‘theater’ wordt verder ingericht. Binnen korte tijd is de zaak gepiept. Het feest kan beginnen.

Om half vijf staan de eerste gasten al voor de deur. Onze secretaris ontvangt, met hoge hoed op, de gasten. De fotograaf schiet plaatjes. Lopend of rollend over de rode loper krijgt men een vrijwilliger toegewezen die de gast naar de tafelplek brengt. Gestaag komen de mensen binnen. Er ontstaat al gauw een vrolijke stemming. Om 17:00uur kan het feest los. Maar waar is de Burgemeester? Hij zou een van de sprekers zijn. Op de rand van vijven komt hij binnen.

Ik mag zelf het welkomstwoord doen en dan de microfoon overdragen aan onze voorzitster. Daarna de Burgemeester om vervolgens de secretaris van de Regio het woord te geven. Het glas kan worden geheven en de toast uitgebracht.

Er valt veel te vertellen getuige het geroezemoes. Na het opnemen van een drankje loopt men langs het buffet. Geen haast, genieten van de heerlijke geuren die uit de schalen komen. Zo kan iedereen op het gemak zijn/haar bordje vullen. Voor wie wil is er een tweede gang of zelfs een derde, want het is lekker allemaal.

In de keuken zijn dames bezig met het afmaken van de toetjes. De ingrediënten zijn aanwezig, het definitieve lekkers moet nog worden gemaakt.

In een heel gezellige sfeer wordt na het toetje nog een kopje koffie of thee uitgeschonken. Het Zonnebloemchocolaadje valt bij iedereen zeer in de smaak. Dan is het moment aangebroken dat men naar de voorstelling van Stichting Vivendi gaat.

De eerder geplaatste stoelen zijn wat uit elkaar getrokken zodat de artiesten er tussendoor kunnen lopen. Met een heerlijk liedjesprogramma nemen Astrid, Vérie en Joep ons mee terug in de tijd. Op een mooie Pinksterdag, er zit een gat in mijn emmer, daar aan de waterkant, spring maar achterop, lieve pop. Liedjes die zo herkenbaar zijn en die dan ook volmondig worden meegezongen. Er wordt geklapt en gelachen als er weer een hilarisch tafereel op de planken wordt gezet. Een perfecte performance die zo duidelijk past in de doelgroep waar we het als Zonnebloem voor doen.

Na een goed uur is het nog even een drankje doen om dan huiswaarts te gaan. Voor sommige is de dag te lang geweest, voor anderen had het nog wel even door mogen gaan . Een aantal is al naar huis als de show nog moet beginnen. Het kan en mag allemaal.

Wanneer alle gasten zijn vertrokken wordt met man en macht de zaal weer in originele staat teruggebracht. En wat schetst mijn verbazing, zelfs de wethouder zet de schouders er onder en loopt met stoelen te sjouwen. Hoe mooi is dat.

Nog even een gezellig samenzijn met de vrijwilligers en gastvrijwilligers. Nog even napraten over een zeer geslaagde dag. Een dag waar bij mij de energie die ik er aan heb gegeven, is teruggevloeid. Met een zeer tevreden gevoel kunnen we terugkijken op een zeer succesvolle dag. Ik dank dan ook iedereen die er zijn/haar steentje aan heeft bijgedragen.

’s Avonds thuis, als ik toch wel moe zit bij te komen, open ik mijn e-mailbox. Ik heb zojuist een e-mailtje ontvangen om op 13 april a.s. een cheque op te komen halen bij de uitreiking aan Goede Doelen in de kringloopwinkel Habbekrats te De Lier. Een mooiere afsluiting kan je je niet wensen.

In het dorp wordt er over nagepraat, mensen komen bij mij aan de deur en vertellen hoe leuke en gezellige ze het hebben gehad. Nog meer energie stroomt er bij mij terug. Wat is het volgende? De dag erop sta ik op de Huishoudbeurs, ik ‘verkoop’ er het Fietsen voor m’n eten. Nagenietend is ook deze dag weer een heerlijke. Wat is er veel moois uit het leven te halen.

365. Schipluiden neemt massaal afscheid van dr. Verhoeks

Als half december de lijst van activiteiten in de Dorpshoeve wordt rondgestuurd, besluiten mijn lief en ik daarvan een vacature op ons te nemen. De Dorpshoeve is het gemeenschapsgebouw van Midden-Delfland in Schipluiden. Het is ondergebracht in een stichting die naast één betaalde kracht louter uit vrijwilligers wordt draaiend gehouden.

Het is 12 januari 2019. We wandelen even voor twaalven naar de locatie. Het is het afscheid van huisarts Verhoeks. Bij aankomst lopen er al een aantal vrijwilligers van de Dorpshoeve rond. Ook alle medewerkers van de huisartsenpraktijk Schipluiden hebben een taak toebedeeld gekregen. Dr. Bohnen vult de ballonnen met gas. Lachgas? Ik weet het niet. De gymzaal is als receptieruimte ingericht. Er ligt een vilten vloer op de grond. Ballonnen bepalen de looproute. Op de grond ligt ook een rode loper. Een tafel wordt de uitstalplek voor cadeautjes.

Om even over half een komt dr. Verhoeks de locatie binnen wandelen. Hij heeft vrouw en kinderen meegebracht. Zijn gevolg kiest een strategische plek aan een sta-/hangtafel. Ze zouden er de middag aan doorbrengen. Ook de nieuwe huisarts is aanwezig, dr. Femke Spruijt. Haar partner is vandaag de fotograaf.

Nog even een kopje thee of koffie voordat Schipluiden binnen komt lopen. Het bedienend personeel heeft zich inmiddels in de bedrijfskleding gehesen. De kopjes staan in rijen op de tafel te wachten. De koffie pruttelt, de waterkoker kan het niet aanwerken. De eerste gasten komen binnen. Het is tijd om de ‘plek’ in te nemen.

Dan om tien voor een komen de eerste gasten binnen. Ook Marja van Bijsterveldt, oud burgemeester van Midden-Delfland, met haar man Antoine ontbreken niet. “Even tijd voor gemaakt”, zegt ze. Om even later het dorp Schipluiden te roemen om hun grote aantal vrijwilligers. Dan gaat het in een sneltrein vaart, d.w.z. dat de mensen aansluiten in een lange rij. Bordjes met: ‘Vanaf hier nog drie kwartier’, zouden niet misstaan. De rij wordt steeds maar langer. Dr. Verhoeks neemt de dankwoorden rustig in zich op. Dr. Spruijt stelt zich voor aan de patiënten. Voor iedereen is er een persoonlijk woordje.

In de keuken is men begonnen met het snijden van de komkommer en leverworst. De blokjes kaas en de romatomaatjes completeren de schaal. De glazen wijn en jus d orange hebben gretig aftrek. Ook de koffiepot wordt nog maar eens gevuld.

In de zaal mag eenieder een vingerafdruk achterlaten op een groot schilderij met het logo van de huisartsenpraktijk. Even een schoonmaakdoekje over de vinger en dan de wachtrij vervolgen.

“Kan de bittergarnituur de zaal in”, vraagt een van de assistentes. Daar wordt voor gezorgd. Verschillende dozen frituurhapjes pruttelen in het vet. Inmiddels gaat voor de derde keer de vaatwasser aan. Deze gaat die middag niet meer uit.

Als de bittergarnituur wordt uitgeserveerd, is de vraag: ‘worden er geen bitterballen uitgeserveerd’. Die staan niet op de bestelde hapjes. Als echter de andere dokter er ook om vraagt gaan ze eveneens het vet in. Het is een gezellig gebeuren, het lijkt op een reünie.

Op de tafel in de zaal stapelen de cadeautjes zich op. Allerlei lekkernijen, bloemen, wijn, plantjes, een tekening. De tafel is te klein. Ook naast de tafel komen cadeautjes te staan. De fotograaf schiet de plaatjes. Hoeveel, hij weet het niet. “Het is niet aan mij om ze straks uit te zoeken”, zegt hij, “dat laat ik aan de medewerkers over”.

Om half vier komt er een groep blauwhemden binnen. Ze hebben een instrument bij zich. Schipluiden eigen hoort de boerenkapel de Knotwilgen bij zo’n feest. Nog even wachten, want er staan nog mensen in de rij. Maar om kwart voor vier gaat het gezelschap los. Iedereen wordt de feestzaal in gedirigeerd, achter de muziek aan. Heel toepasselijk speelt men het nummer: het Dorp van Wim Sonneveld. 

Na een aantal feestnummers is het woord aan Dr. Bohnen. “Beste Ton, dr. Verhoeks, er is een tijd van komen, er is een tijd van gaan. Voor jou is dat laatste aangebroken. Na bijna 20 jaar is het mooi geweest.” Na mooie woorden overhandigt hij het schilderij met de vele vingerafdrukken. Een symbool van verbondenheid met Schipluidenaren.

Wanneer Dr. Verhoeks het woord neemt, memoreert hij aan 20 jaar huisarts zijn in Schipluiden. “Het was voor Schipluiden een hele verandering, twee huisartsen uit de grote stad. Maar dat was het ook voor ons”, zo zegt hij. Met veel plezier is hij huisarts geweest in het dorp, heeft lessen gegeven bij de EHBO en heeft het AED-project mogen meemaken. “Dank u wel, dat u ons de gelegenheid heeft geboden om te doen wat we wilden, dat u ons uw vertrouwen heeft gegeven”. Het laatste half jaar werkte hij al wat minder en met een schuin oog zag hij zijn patiënten bij dr. Spruijt naar binnen gaan. Een stukje weemoed kwam naar boven. “U zult mij niet snel terug zien komen. Vanaf vandaag ben ik van dr. Verhoeks, Ton Verhoeks geworden”. Met deze woorden nam Ton Verhoeks afscheid van de Schipluidense bevolking.

Dr. Verhoeks kreeg een waardig afscheid, waar veel mensen bij aanwezig waren, waar mooie en dankbare woorden zijn uitgesproken. Een nieuw hoofdstuk zal voor hem ingaan en Schipluiden zal dr. Spruijt even warm ontvangen als ze dat eerder met die twee stadse dokters deed.

46. De schoen kan weer gezet

Het was druk op het dorp. Rond één uur hoorde ik een geluidswagen langs rijden. Sinterklaasmuziek klonk uit de boxen. Het aantal decibellen was hoog. We, Wilma en ik, besluiten om naar het dorp toe te lopen. Een traditie die we al volgen zolang als we in Schipluiden wonen.

Als we de wijk uit wandelen en op de Dorpsstraat uitkomen worden we zowat ondersteboven gereden door een karretje met daarop drie Pieten. Ik herken ze. Ik heb ooit met hen samengewerkt toen ik meeging als ouwe Piet. De chauffeur-Piet heeft een jubileum, vertelt hij. Voor de 25e keer doet hij mee. Ik gun hem een lintje.

Van lieverlee loopt het dorp vol. Van verschillende kanten krijg ik de vraag of ik niet mee moet doen. “Mijn tijd komt nog, later in de week”, geef ik als antwoord. Opnieuw komt er een karretje langs met Pieten. Voordeel als ze je kennen, je mond blijft niet leeg. Wederom een handje pepernoten. Ze zijn weer van een beste kwaliteit.

We kruipen wat dichter naar het water toe, als we de muziekboot aan horen komen. Voorop neef Richard. Hij heeft ons in de gaten en steekt onder het spelen zijn duim op. Op een sala-achtige manier spelen ze de ouderwetse Sinterklaasliedjes. De Knotwilgen, de muziekgroep die speelt, heeft er werk van gemaakt. Even verderop een klein stoombootje waarop Sinterklaas en een aantal Pieten. Een grote stoomboot zou niet passen in het dorp. Daarachter de pakjesboot met nog een aantal Zwarte Pieten. Zelfs een kale Piet en een Piet die een lichte krullenbol onder zijn pet heeft. Er wordt gezwaaid en gelachen naar de menigte langs de kant. Ik mis het enthousiasme bij de Pieten. Misschien is de volgorde van de boten daar debet aan. Iedereen volgt de Sint, deze boot vaart er dan voor pepernoot achteraan.

Als de valbrug wordt opgehaald verdwijnen de boten naar de andere kant van de brug en de overzijde van het water. Kennelijk heeft de aannemer die al enige tijd met de riolering bezig is, opdracht gekregen om wat rijplaten neer te leggen, zodat de Sint niet in een put verdwijnt. Tot gisteren lag de Singel nl. nog open. Langzaam aan lopen de mensen richting Oude Raadhuis, van waar Sinterklaas zal worden toegesproken. Met de Knotwilgen voorop probeert Sinterklaas door de menigte heen te wandelen. Er valt me iets op aan de Sint. Hij heeft zijn wenkbrauwen geschoren of is ze vergeten op te plakken. Iets klopt er niet.

Ik socialyse wat onderweg en spreek over mijn eigen activiteiten als Sint in de rest van de week en de week erop. Als ik aankom bij de Albert Heijn en van wat verderaf toekijk wat er plaatsvindt, valt me op dat Schipluiden helemaal niet zo vergrijsd is. Het barst van de kleine kinderen.

Sinterklaas en Burgemeester Arnoud staan op de trappen van het Oude Raadhuis een voordracht te doen. Ouders staan met elkaar te praten en luisteren niet. Ook ik heb er geen interesse in en hou me meer bezig met andere dorpsgenoten. Na 25 minuten zijn de twee vermoedelijk uit de discussie. De eerste kinderen vluchten naar de Dorpshoeve, waar het feestprogramma zal worden gevierd.

Als de kinderen en de Pieten, op één na, zijn vertrokken naar de Dorpshoeve, verdwijnt de Sint het Oude Raadhuis in. Ik vermoed om even een neutje te nemen/pakken.

Zo’n tien minuten later komt hij met de hoofdPiet naar buiten. Een paar kinderen die achter gebleven zijn op het plein, nemen de kans waar om met de Goedheiligman op de foto te gaan. Daarna wandelt ook hij met zijn trouwste knecht naar de Dorpshoeve. Hij groet ons en zwaait om even later de deur achter zich dicht te laten vallen.

In Schipluiden is de intocht zonder incidenten verlopen. Geen kleurprotesten, geen onlusten, dat zou ook niet mogelijk zijn geweest, want onze eigen Bromsnor was aanwezig met meer van zijn vrienden dan in andere jaren. Was men er op voorbereid, verwachten men wat? Wie zal het zeggen?

Een ding weet ik wel en dat heb ik uit de mond van de Sint gehoord: ‘Ik mag vanavond mijn schoen zetten’ en dat is niet tegen dovemansoren gezegd.

13. Midden-Delflanddag 2014

21 juni 2014, Midden-Delflanddag. De zon heeft kracht en staat al vroeg aan de hemel. Om half tien hebben we afgesproken met vrienden om rond te fietsen langs diverse locaties. Als onze vrienden zijn gearriveerd besluiten we eerst te controleren of er voldoende proviand mee gaat om ook ons inwendige te voorzien. Ik heb zoiets als: ‘ik heb plastic geld bij me, dus wie maakt me wat’. Mijn vrouw gaat meer voor zekerheid.

Om kwart voor tien stappen we op onze stalen rossen. Omdat onze vrienden geen elektrisch ondersteunde fietsen hebben, kiezen we ervoor om solidair te zijn en onze oude fiets uit de schuur te halen. Het programma is inmiddels tijdens de koffie bepaald.

De eerste tussenstop zou de kerk van ’t Woudt zijn. Als we door het tunneltje onder de Woudseweg rijden, besluiten we om ook nog wat zakjes trostomaatjes te halen bij kwekerij ’t Woudt. Hierna vervolgen we de weg naar het kerkje.

Onderweg komen we een bordje tegen met garageverkoop bij de familie Grutterink. Daar gaan we dan ook nog maar even aan.

Vervolgens wordt het dan echt ’t Woudtse kerkje. De fiets wordt gestald en de openstaande deur nodigt uit om naar binnen te gaan. Het is er rustig. Een tweetal oudere mannen zitten aan de speciaal gedekte koffietafel. Een echtpaar verlaat de kerk als we binnen komen. Een jongere vrouw vraagt of we zin hebben in een kopje koffie met wat lekkers. Één van de oudere mannen meent me te herkennen en spreekt me aan. Hij vergist zich en ziet mij voor mijn broer aan. Geeft niks, we lijken op elkaar en komen uit hetzelfde nest.

De vrouw schenkt de koffie in en serveert een lekker stukje appeltaart voor mij en stukje notentaart uit voor mijn vrouw. Het gebak is belangeloos aangeboden door mensen uit de geloofsgemeenschap. De notentaart is zo lekker dat mijn vrouw het recept graag wil hebben. De notenbakster is er echter even niet. Als zij enige tijd later binnen komt lopen, is ze graag bereid om het recept te verstrekken. Op een ‘Gastvrij Midden-Delfland’ flyer schrijft mijn vrouw het recept. De koffie en het gebak zijn gratis. Een vrijwillige donatie kan worden geofferd in de geldgleuf achter in de kerk. Ik trek mijn portemonnee en doe het geld voor vier koffie en wat lekkers in de gleuf. We nemen afscheid en rijden nu naar de Druivenkwekerij Nieuw Tuinzight aan de Zwet.

Aangekomen bij de Druivenkwekerij lopen we al snel eigenaar Arnold en zijn fantastische bioboerin Hilde tegen het lijf. We kennen elkaar en maken een praatje. Het enthousiasme straalt er bij deze mensen van af. Onze vriend heeft een vraag over het krenten van zijn eigen druivenboom. Arnold Jansen verstrekt hem de informatie. Een op Facebook geplaatste foto van Hilde met de eerste blauwe druif er op, wordt even geverifieerd. Hierna vindt er een kort gesprek plaats met een aanwezige imker om tot slot nog even met de boerin te praten. Wat een fantastisch mens is het toch. We nemen afscheid en gaan naar Santhee.

Onderweg belanden we even bij een neef van mijn vrouw. We mogen wat rondkijken op hun terrein en zien de passie die zij hebben voor dieren, groente telen en hout. Een vrijgevochten bestaan van buitenmensen. We komen tientallen konijnen tegen, een peloton aan kippen en hun lieve hond, een ‘ongeleid’ projectiel, zoals haar bazin zegt. Fantastisch voor hen, ik moet aan dat leven niet denken.

Dan door naar Santhee. Aangekomen bij deze locatie neem ik de tijd om even iets over het pand te lezen. Een oude Boerenleenbank die ooit door Rotterdammers is beroofd. We nemen een klein kopje thee met een lavendelkoekje. Vers gebakken en nog warm. Vrienden kopen nog een zakje thee.

Bij Op Hodenpijl is het druk. We besluiten door te rijden naar de kern Schipluiden.

Voor de Dorpshoeve en de winkels van Schoneveld en Langelaan, staan een viertal activiteiten. Het haakhuis, de wereldwinkel, natuurlijke schoonheidsproducten en een stand van mijn eigen werkgever het Hoogheemraadschap van Delfland. Ik besluit om bij de laatste even aan te sluiten. Betrokken acteurs, praten samen verder en laten me staan. Ik breek in in het gesprek en stel hen wat vragen. Ze weten niet overal een antwoord op. Op een app-je zoeken ze voor me op hoeveel ik onder het Delflandse peil woon. Dat blijkt 1,26 meter. Ik denk dat het het NAP moet zijn. Ze weten niet alles, blijkt. Ik neem afscheid en loop even bij de Dorpshoeve naar binnen. Een accordeonvereniging heeft besloten om hun concert binnen te doen. ‘Het zou kunnen gaan regenen’. Onzin vind ik, er is geen dreiging dat het zou gaan regen, al waren er al wel wat wolken gekomen. Volkomen onzichtbaar doen ze hun concert af. Een gereserveerde plek voor het orkest blijft leeg. Mijn vrouw heeft inmiddels wat plantjes gekocht bij Langelaan. Zij hebben een leuke actie. Mensen die aangeven om lid te worden van de Midden-Delflandvereniging kunnen hier niet terecht. De vlag hangt er wel, maar er is geen stand, jammer. De activiteiten vallen tegen, vind ik. We besluiten door te rijden naar Willem Berkhout, die mozaïekbeelden maakt.

Aangekomen bij de expositieruimte van de mozaïekbeelden, treffen we de kunstenaar zelf in een loods. Met een kopnijptang knipt hij de tegeltjes in kleine stukjes en is hij aan ’t plakken. Een beeld waar hij zo’n 80 uur aan bezig is nadert de completering. De kunstenaar heeft het kennelijk erg druk, want vragen worden kort beantwoord. We lopen naar de expositie van zijn beelden. Grote betonnen beelden die zijn belegd en beplakt door gekleurde stukjes van tegeltjes. Een heel orkest, fantasiebeelden, soms uitgevoerd met hulpmiddelen als staalband of gebruiksvoorwerpen. We lopen er rustig rond en kijken de ogen uit. In de expositieruimte ook schilderijen, van o.a. zijn overleden broer. Na zo’n twintig minuten hebben we het gezien en verlaten deze locatie. De volgende gelegenheid wordt de kern Den Hoorn.

Aangekomen in de Dijkshoornseweg hoor ik de Maxima’s spelen. Winkeliers hebben hier hun best gedaan om er iets leuks van te maken. Het is gezellig en er lopen veel mensen. Hier komen we wel een Midden-Delflandstandje tegen. Ook de Primera is aanwezig met een stand met boeken die door Midden-Delflanders zijn geschreven. Mijn eigen boek ontbreekt. Ik maak een afspraak met de eigenaresse en ga er voor zorgen dat ze mijn boekje ook krijgt. We lopen nog even rond over de markt met streekproducten en nemen daarna nog enige tijd om even Bij Oma aan tafel langs te gaan aan de Dijkshoornsewg 43b. Twee van mijn collega’s hebben een initiatief genomen om er iets te gaan doen met handwerken, en te creabea-en. In die ruimte meerdere mensen die hun hobbie presenteren. Één van de hobbydames heeft een ‘visje’ gegeten, het gesprek eindigt snel. Na een verzoek van iemand bij de fotograaf die zegt dat we een koeienshirt aan ‘moeten’, besluiten we terug te fietsen naar huis. De tijd van moeten en de toon die de vrouw gebruikt staat ons niet aan.

’s Avonds vindt het concert bij de Korpershoekmolen plaats in Schipluiden. Omdat we eten bij een tante van mijn vrouw, die in het bejaardenhuis woont tegenover de molen, hebben we een eerste klas plek om het concert te zien en te beluisteren. Om kwart voor negen klinken de eerste klanken. Het blijkt nog een korte repetitie zijn. Van lieverlede komen er vanuit alle richtingen boten aanvaren met gasten die aanwezig zijn geweest bij de conferentie Citta Slow. Overdekte boten, plezierjachtjes, een enkele zeilboot en wat kano’s. Het wordt gezellig op het water. De politie is aanwezig om het vaarverkeer in goede banen te leiden. Als om tien uur de eerste klanken klinken staan er zo’n tweehonderd mensen op de walkant en liggen er zes of zeven Westlanders op het water. Het 100man/vrouw sterke orkest speelt er een fantastisch concert. De molen die in de verlichting is gezet, fungeert als prachtig decor. De sfeerverlichting geeft een perfecte ambiance van hoe mooi Midden-Delfland kan zijn. Om even voor elf uur wordt het laatste nummer aangekondigd. Een potpourri van Nederlandse nummers. Het klinkt lekker over het water. Na de slotwoorden nog een kleine toegift van het orkest. Daarna is de Midden-Delflanddag 2014 voorbij. De boten varen in het donker terug naar de plekken waar ze vandaan kwamen. Soms verlicht, soms onverlicht. Met een lekker gevoel begeef ik me naar huis. Eenmaal thuis voel ik dat mijn voorhoofd gloeit. Het zonnetje heeft haar best gedaan. Het is weer een feestelijke dag geweest.

10. Vrijwilligersdag Dorpshoeve 2014

10 mei 2014. De wekker liep om voor acht uur al af. Het zou een dagje Arcen worden, de vrijwilligersdag van de Dorpshoeve. Er werd een bezoek gebracht aan de brouwerij van Hertog Jan. Ik maakte mijn brood klaar. Onderwijl kwam Wilma ook al naar beneden. Samen ontbeten we aan de tafel. Vandaag gaan we ieder ons eigen weg. Om even over half negen zei ik mijn vrouw gedag. “Waar moet je eigenlijk heen?”, vroeg ze me. Ik moest even nadenken en herinnerde plots het e-mailtje dat ik had ontvangen van Martien, de secretaris. “Het vrachtwagenparkeerterrein”, zei ik snel, terwijl ik eigenlijk naar de Dorpshoeve wilde lopen.

Ik was nog maar net de deur uit toen er druppels vielen. Ik maakte wat meer haast om bijna droog bij de bus aan te komen. Martien had de presentielijst bij zich en zette een kruisje achter mijn naam. Het was nog even wachten op wat andere meegaanders. Eenmaal in de bus zocht ik naar een plekje, nou ja zoeken, er was plek zat, 32 mensen die meegaan in een bus waar 60 plaatsen in beschikbaar zijn. Iemand zei tegen me: “het schorem zit achterin.” Ik besloot me daarbij aan te sluiten.;) Ik zat daardoor met Onno, Henk en Leo achterin de bus.

Kort na negen uur vertrok de bus richting Arcen. Al vrij snel roken we een vreemde lucht en het werd er ook wat warm in de bus. Onderweg was het gaan regen. Niet alleen buiten ook binnen droop er water langs de wand. Een gordijntje werd gebruikt als droogdoek. In de bus was kennis aanwezig over de motor van de bus. “Het cardan liep niet lekker”, hoorde ik zeggen door een kenner. De chauffeur had ook geen vaste voet in het geheel. Optrekken, gas los, optrekken, remmen, optrekken, gas los. Je zou er zeeziek van kunnen worden. Achterin de bus was dat mogelijk meer te merken dan voorin. Onderweg zou een stop worden gemaakt in Meeteren, gelijk aan de naam van de busonderneming.

Na ruim anderhalf uur werd de stop gemaakt. In het restaurant stond het stukje appelgebak uit de vriezer al op het bordje. Koud was het, ijskoud. Het meisje met de slagroomspuit volgde later. De appelgebak was al op toen de koffie werd uitgeschonken. Sommigen gebruikten de hoeveelheid slagroom, die niet was opgegeten, om die te verdelen onder de koffiegenieters die slagroom in de koffie wel lekker vinden. Na een kleine driekwartier werd het sein gegeven om te vertrekken. De bij de uitgang staande schaal met snoepjes werd wat leger gemaakt.

De rit ging verder om bij de afslag naar Arcen de weg af te gaan. De bus begon inmiddels steeds langzamer te rijden. Op een gegeven moment was deze niet meer vooruit te branden. De chauffeur besloot om langs de weg te stoppen. Op een stopplaats van een bus van het openbaar vervoer zette hij de bus aan de kant. Hij probeerde de bus nog een aantal keer te starten, maar er zat geen beweging meer in. Het kwam nu op de technische kennis van de buschauffeur aan. Hij pakte een sleuteltje om zijn achterklep te openen. Het sleuteltje paste niet. Hij kon niet bij het gereedschap dat hij nodig dacht te hebben.

We werden met z’n allen naar buiten gedirigeerd. Uit de verte kwam een Veoliabus aan rijden. Er werd besloten die bus te nemen naar de brouwerij, waar we nog slechts enkele kilometers vanaf waren. We namen afscheid van onze buschauffeur om in te stappen in de streekbus. Deze chauffeur zat wel vreemd te kijken, waar normaal één iemand instapt kreeg hij ineens 32 meerijders erbij. Niet iedereen had zijn OV-kaart bij zich. De OV-ers checkten in. De anderen kregen een streekkaartje, betaalt door de penningmeester. Op de display stond als eerstvolgende halte, Broekhuijzen, bijna toevallig ook de naam van de secretaris van de club vrijwilligers. Door het oponthoud van de streekbus op de stopplaats moest deze tijd inhalen. De chauffeur gaf plankgas. Het circuit van Zandvoort is er niks bij. Met twee wielen over de rotonde, haakse bochten maken, slingerend over de wegen en flink de sokken er in op het rechte stuk. Vlak voor de ingang van de brouwerij werden we afgezet. Toeval wil dat we exact om één uur, de afgesproken tijd, aankwamen bij de brouwerij.

Nadat we waren uitgestapt en een klein stukje te hebben gelopen stapten we bij de brouwerij binnen waar eerst de inwendige mens werd verzorgd. Een heerlijke lunch stond in de serre van het proeflokaal opgesteld. Sommigen meenden direct te moeten bestellen waarvoor men was gekomen: bier, waar koffie en thee eigenlijk de bedoeling was.

Kort nadat we aan de lunch zaten, kwam ook de chauffeur van onze bus binnen. Hij had zijn achterklep gesloopt, zodat hij bij zijn gereedschap kon. Hij moest wat leidingen ontluchten. De bus reed weer als een zonnetje.

Na de lunch gingen we naar de brouwerij op zich. Toon, de rondleider, heette ons van harte welkom en liet diverse grapjes vallen in zijn vertellingen. Één er van zal ik u niet onthouden. “Een goede remedie om ’s morgens geen hoofdpijn te hebben na een avondje doorzakken, is om de avond ervoor de laatste tien te laten staan.”

Na in de brouwerij te zijn rondgeleid en onderweg zelf een biertje te hebben getapt, werd de tocht afgesloten met een ‘zwaar’ biertje. “Denk er om, je moet straks nog wel die trap op”, zei Toon, “dus niet teveel, hé.” Als afsluiting ontving iedereen een bierglas in een doosje.

Nu kwam waar eigenlijk voor gekomen waren: bier drinken. Aan een stamtafel met negen mensen werd al snel het eerste glas koud gemaakt. Leo besloot nog een duit in het zakje te doen en draaide met zijn vinger boven de tafel, toen het bedienend meisje kwam vragen of er nog iets te drinken moest zijn. Het bestuur van de Dorpshoeve wilde de omzet verhogen en bestelde naast opnieuw een rondje ook een ronde schaal met kaasjes, worstjes en gehaktballetjes. Deze laatste waren als eerste uit het pannetje gevist. Afgesloten werd met nog een rondje bier, hoe kon het anders. Sommigen haakte af en bestelde een colaatje. Een schaal met hapjes van de andere tafel werd door onze mannentafel ook nog even leeggemaakt. Klokslag half vijf werd het tijd om te vertrekken. Iedereen steeg weer in de bus. Een enkeling sloot zijn ogen en liet zich wegzakken.

Dat er in korte tijd veel was gedronken bleek toen er noodstop moest worden gemaakt. Via onze TomTom, Willem werd een Shellstation aangedaan. De mannen op rij langs de kant van de weg, de dames in het station zelf. “Wel die kortingsbonnetjes meenemen, hè”, zei Willem tegen de dames die moesten betalen voor hun plasje, “dan kan ik volgende week met korting koffie kopen.”

We waren nog maar kort op weg toen een noodluik begon te bewegen. De buitenlucht was te zien en het was niet verantwoord om zo verder te rijden. Even werd er gekeken of er gerepareerd kon worden. Dat bleek niet mogelijk, waarop Jan zich opofferde om de verdere terugreis aan het dakpaneel te gaan hangen. Zo werd de verdere terugreis voortgezet.

Aangekomen in Schipluiden, werd met een onhandige manoeuvre de bus in zijn achteruit op de Dorpsstraat geparkeerd. Ik maakte een kruisteken. We waren veilig aangekomen.

Op naar de Dorpshoeve. Hier sloten een aantal partners en vrijwilligers die niet mee waren gegaan aan.

Bij de Dorpshoeve aangekomen had Chapuk met catering Den Burg voor een goed gevulde tafel gezorgd. Italiaan, Frans, Nederlands, er was voor iedereen wel iets lekkers uit de schalen te halen. Na een kort woordje van Toon, de voorzitter werd het buffet voor geopend verklaard. Voor een aantal werd er nog Belgische frieten aangerukt, die al wel vrij snel op waren. Aan de bar ging men verder waar men in Arcen mee was gestopt: bier drinken.

Er vonden gezellige gesprekken plaats aan de tafels. De penningmeester kwam nog even afrekenen met de OV-betalers. Na nog een glaasje Cola was het voor mij genoeg en nam ik met een ronde, goedgevulde buik en ietwat licht hoofd, afscheid en wandelde naar huis.

Het was een zeer leuke dag, we hebben het gelukkig veilig volbracht. Ik kon mijn verhaal vertellen aan mijn vrouw en onze zoon die toevallig thuis was. Ik besloot hierna om het op papier te zetten.

Bestuur van de Dorpshoeve, hartstikke bedankt. Het is een super leuke, enerverende dag geworden, die ik mijn geheugen zal opnemen.

Aad van Meurs

P.s. Of en hoe de buschauffeur is thuisgekomen heb ik in dit verhaal niet op kunnen nemen omdat ik dat niet heb meegekregen.