354. Met Sjors & Co door Den Haag

Op het moment dat het geen hosanna is bij de Tuinderij toont men karakter, een personeelsuitje gaat gewoon door. Men gaat niet bij de pakken neerzitten en neemt het voltallig personeel mee. Er is wel een aangepast programma, grote activiteiten mogen even niet bij de Tuinderij zelf, dus gaan we op schoolreis en ontmoeten we Sjors & Co. We gaan op toer door de residentie van ons koninklijk paar.

We zijn ruim op tijd. We, zijn een iets oudere medewerker dan ik die normaal alles wat kapot raakt weer herstelt en de schrijver van deze blog. Het verzamelen gebeurt bij de Tuinderij. Fietsen mogen niet meer in de stalling en zullen terwijl we weg zijn buiten moeten staan. We wandelen naar binnen waar de koffie reeds bruin is. Op de hoek van de tafel wordt bijgehouden wie er binnen is. Oudere medewerkers zoeken een stamtafel en kruipen bij elkaar. Ook de jongere generatie verzamelt zich in groepjes. Ik zie vele nieuwe gezichten en ook bekende. Namen onthouden echter is en blijft een probleem. Daar heeft men iets op gevonden, eenieder stelt zich voor en zegt wat hij/zij doet bij de Tuinderij. Niet gek dat ik als eerste mezelf mag voorstellen. De dubbele a van Aad zit nou eenmaal voor in het alfabet. Dan gaat het in een rap tempo. Sommige mompelen binnensmonds wie ze zijn en worden niet verstaan. Andere geven er een komische noot aan. Er vindt gelukkig geen examen plaats wie wie is, ik zou gegarandeerd zakken.

Nu is het de beurt aan een van de directieleden om te vertellen hoe de stand van zaken is rondom de aanpassingen, de gesprekken met de gemeente en de planning van herstart. Is er momenteel nieuws? Nee. En als er nieuws is dan krijgen de medewerkers dat als eerste te horen. Men roemt het enthousiasme en de aanwezigheid, dat stempelt de betrokkenheid.

Nog even is er gelegenheid om te toiletteren, de spanning zal hoog oplopen. Dan komen er twee bussen het terrein oprijden. Wat gaan we doen? Er wordt niets over verteld. Wanneer de bussen tot stilstand zijn gekomen wordt de groep gesplitst. Men maakt een mix van oudere en jongere medewerkers per bus. Alleen in de bus zitten de op leeftijd zijnde weer netjes bij elkaar en nemen de jongere het achterste deel van de bus in beslag. Nadat het hek is gesloten gaan we op weg richting A4.

We nemen de afslag Westland en rijden door richting Den Haag. Bij de Sportlaan staan twee al wat oudere mannen te wachten. Zij doen hun best om met ons mee te rijden en zijn onze gids voor vanmiddag. Wij krijgen Sjors van het duo Sjors & Co in de bus. Sjors & Co is het pseudoniem van rasorganisator Rob Andeweg en cabaretier Fred Zuiderwijk. Op humoristische wijze begroet Sjors het gezelschap en neemt ons mee op toer in Den Haag. Zijn Haagse tongval doet het lekker. Rad van tong vertelt hij tijdens de toer zijn eigen wijsheden over mensen die er wonen of die we onderweg tegen komen.

De toer voert ons door de prestigieuze Vogelwijk. “Hieâh waunt toch wel de wat beitere en gefogteneâhde Hagenaah”, zegt Sjors. Mensen die we onderweg tegenkomen moeten worden betoeterd door de buschauffeur. Waar naast gepensioneerde ambtenaren, schoolhoofden, trendy yups en artiesten wonen, mag het stilstaan bij huis van Ludo en Janine uit GTST niet ontbreken. “Ze zwaait”, zegt Sjors, “noâhmaal steik ze haah middelvingâh op.” De huizen in de Vogelwijk zijn ongelofelijk duur waardoor men vaak met een veel te hoge hypotheekdruk zit opgescheept.

Op humorvolle wijze legt Sjors de geheimen van deze wijk bloot. Bij de lus op de Laan van Poot is er een stop. De krat gaat open en er kan een biertje of ander drankje worden opengetrokken. Hier ook krijgen we een door Sjors & Co bedacht gedicht te horen dat aan de schrijver Simon Carmiggelt wordt toe’gedicht’. Simon draait zich om in zijn kist als hij het gedicht onder ogen krijgt.

Na een korte stop rijden we verder en schieten we richting Houtrust. Daar komen we een bronzen beeldje tegen met een vrouw op paard, “Ankie van Grunsven”, zegt onze gids, gekscherend.

Bij het Vredespaleis wederom een stop. Hier huist het Internationaal Gerechtshof en het Permanente Hof van Arbitrage. Sjors vertelt op serieuze wijze over het ontstaan en doel van deze plek. Hier sluit ook de tweede bus aan en wordt er een foto gemaakt.

We vertrekken naar de Indische buurt. Een rotonde die we tegenkomen wordt tot driemaal genomen. Zo rijden we al grappen makend met de bus door Den Haag om er uiteindelijk in de binnenstad uit te stappen.

Er volgt een wandeling langs gebouwen en als we dan met ons rug tegenover de Grand Café Haagse Bluf staan en kijken in het tegenover gelegen restaurant Het Gouden Hooft, vertelt Co dat de cast van Tarzan en Jane op het terras zit. Twee willekeurige mensen, die van niets weten, krijgen een hand van Sjors en een applaus van het luisterend publiek. En zo ben je ongewild ineens figurant in het door Sjors & Co vertelde verhaal.

Bij drie jonge, in oranje jassen gestoken gasten die er staan voor de Staatsloterij wordt even halt gehouden. Een van de medewandelaars mag aan het rad van fortuin draaien. Co bedenkt ter plaatse dat als het rad stil houdt op een visje de gehele groep een staatslot krijgt overhandigd. De verkopers schrikken hiervan maar lachen. Als het visje inderdaad voor komt krijgt niemand wat. “Altèd al gewetuh dat duh Staatsloteâhrè niet tuh veâhrtrouwen is”, zegt Co, waarna we snel doorlopen.

Als we achter de kerk staan krijgen we te horen hoe volgens onze gidsen Den Haag aan het “Groen en geil” zijn gekomen. Om dat ook te horen zou je de toer moeten lopen.

We wandelen verder en komen aan bij het Binnenhof. Ook hier weer smeuïge verhalen van onze grapjassen. Hier wordt ook het welbekende Haagse volkslied gezongen: ‘O, o, Den Haag’. O, o, Den Haag is een lied uit 1982 van Harry Klorkestein, een anagram van de in die jaren populaire Nederlandse band Klein Orkest in combinatie met de voornaam van de schrijver en zanger van het nummer, Harry Jekkers. Na een foto op de trap voor de Ridderzaal gaan we vervolgens richting het Catshuis en de Trêveszaal. Hier wordt een van de organisatoren naar voren gehaald en krijgt hij een persoonlijk berichtje te horen van Premier Mark Rutte. Voorlezend van zijn telefoon geeft Sjors aan, dat de premier hem graag de hand had willen drukken, maar dat hij op zondagmiddag ‘bè zèn moedâhr altèd soep met balle’ gaat eten.

De wandeling gaat vervolgens om de Hofvijver heen om even stil te staan bij Haagse Jantje, het meest geliefde beeldhouwwerk in Den Haag. Wijzend met zijn vingertje wijst hij je de richting naar de parlementsgebouwen van het Binnenhof. Jantje staat symbool voor het liedje ‘In Den Haag daar woont een graaf en zijn zoon heet Jantje’. Vervolgens steken we de weg over en luisteren naar het verhaal rondom het standbeeld van raadspensionaris Johan de Wit.

Het is van lieverlee tijd om een plaspauze in te lassen. Verschillende medewerkers schieten een café of restaurant in alwaar de blaas kan worden geledigd. Daarna wandelen we terug naar de bussen die bij de Torenstraat staan te wachten. Nog een laatste woordje van onze gids en dan zetten we hem weer af waar hij ook is ingestapt.

De laatste kilometers over de A4, richting Tuinderij. De heerlijke hapjes zijn inmiddels de bus rond gegaan. De sfeer is geweldig er wordt gelachen en er is enthousiasme.

Een leuke middag eindigt bij de Tuinderij. Nog even een dankwoord aan de organisatoren een hand of boks en de middag zit er op. Dankjewel voor een heerlijke middag en succes met de aanpassingen op locatie. Ik heb er alle vertrouwen in.

339. Smoked B.Q. meer dan zomaar een barbecuerestaurant

Al een aantal jaren houden we ons bezig met crowdfunding. Kleine bedragen investeren in nieuwe ontwikkelingen of in horeca. Wij houden ons voornamelijk bezig met de horeca crowdfunding, storten zo af en toe een bedrag in een uitbreiding van een restaurant, de aankoop ervan of een overname.

Op 14 mei 2017 worden we door Horeca Crowdfunding attent gemaakt op een project van Smoked Bar B.Q. In Den Haag. Deze onderneming richt zich op het koken door gebruik te maken van een houtskooloven en rookoven, ofwel het koken op echt vuur. De financiering is bestemd voor het aanschaffen van nieuw terrasmeubilair, windschermen en verdere aankleding. Daarnaast wordt met het financieringsbedrag de overeenkomst met hun bierleverancier afgekocht.

Wanneer ik het verhaal heb doorgelezen lijkt het me een goede investering. Een aantrekkelijke rente en een overzienbare looptijd. Ik schrijf ervoor in om na een dag al een bericht te krijgen dat er voldoende investeerders zijn en het beoogde bedrag binnen is. Voorwaar een mooi resultaat, meer mensen hebben kennelijk een goed gevoel om mee te doen.

Dan is het wachten op de ondertekening van de overeenkomsten tussen Horeca Crowdfunding, de bemiddelaar, en de eigenaren van het restaurant. Op 24 mei ontvang ik een e-mail om het toegezegde bedrag over te maken. De contracten zijn kennelijk ondertekend. Hoe snel kan het gaan?

Op 6 juli ontvangen we de eerste terugbetaling onder aftrek van 1% van de ingezette som. En zo vindt vanaf die datum maandelijks de terugbetaling plaats.

Op 25 augustus 2018 valt er een e-mail in de digitale brievenbus. Deze is van de eigenaren van Smoked Bar B.Q. Ze schrijven in de e-mail: ‘Beste Smoked-ambassadeur, Nogmaals dank voor het vertrouwen dat je in ons hebt gesteld. De belangstelling voor de crowdfundactie was overweldigend; binnen een uur was het doelbedrag gehaald. Dit overtrof onze stoutste verwachtingen. We hebben ondertussen niet stil gezeten en al een paar mooie projecten gerealiseerd met het investeringsbedrag. Zo is het terras aangepakt om de uitstraling en het comfort te verbeteren en hebben we o.a. geïnvesteerd in een nieuw rookfilter, nieuwe rookoven en buiten BBQ.’ Het is fijn als je op de hoogte wordt gehouden van de zaken die men beoogd te doen.

De eigenaren melden tevens dat men de investeerders zien als ambassadeurs van hun Smoked Bar B.Q. Zij willen nader kennismaken met deze ambassadeurs en hen laten proeven van hun gerechten. Op 16 september is er een meet en greet. We hebben er wel oren naar en zijn tevens benieuwd waar we zijn ingestapt.

Op 16 september pakken we tramlijn 1 van de HTM. Op de Brasserskade te Delft stappen we in om bij de Gravenstraat in Den Haag uit te stappen. Vandaar is het slechts twee minuutjes lopen, zegt Google Maps. We zijn nog wat vroeg en maken een omloopje. Mensen van de tijd die we zijn staan we exact om 14:00uur voor de deur bij het restaurant.

Het is stil in het restaurant, niemand binnen en slechts twee mensen op het terras. Een keyboardspeler en zangeres maken zich klaar om de middag muzikaal op te luisteren. Terwijl we welkom worden geheten door eigenaar René komt er nog een echtpaar binnen. Zij blijken net als wij crowdfunders te zijn.

Met René lopen we door het restaurant heen. Het heeft een stoere donkere uitstraling. Een open keuken met rookoven. Men heeft gebruik gemaakt van oude investeringen als de afzuiging, maar naar buiten toe heeft men flink moeten investeren om rook en luchtjes uit te stoten. Op de vloer liggen vloerdelen uit een Franse trein. Houtskoolgebrande pilaren geven een uitstraling van een oude saloon. Er is gebruik gemaakt van veel zwart met witte letters. De verdere inrichting is industrieel, maar wel met een warme kleurverlichting, stalen tafelpoten met stoere eiken tafelbladen, stalen stoelen en goed gekozen andere details als muurdecoratie. Ook de buitenkant heeft een robuuste uitstraling. We bevinden ons in een mooi en doordacht barbecuerestaurant. Buiten staat een zwarte grill barbecue opgesteld. “Mensen denken vaak dat het makkelijk is om te barbecueën op zo’n grill”, zegt René, “maar daar is kennis voor nodig.” “En die kennis hebben wij”, voegt hij toe.

We krijgen een plekje aan de tafel buiten. Daar lopen we de andere eigenaar tegen het lijf: Jeroen. Hij is druk bezig met de buitengrill.

Het is stralend weer. Er is veel reuring, flink verkeer dat langs het terras raast. Wandelaars wandelen over het terras. De muziekvrienden, Maria Thevis en Jeroen Minkema, starten hun sessies. Heerlijke ballads krijgen we te horen. Het is genieten. We ontvangen wat muntjes voor een drankje. Een bestelde zoete witte wijn voor mijn lief is niet in huis. Een witbiertje ook niet, maar daarvoor in de plaats een goed gevuld glas donker bier, pittig gebrouwen. Mijn lief kiest voor Rivella.

Als we er even zitten krijgen we een heerlijk tacohapje. Wat er in zit, geen idee? Er is geen uitleg gegeven van wat we voorgezet krijgen. Even later opnieuw een heerlijk hapje, Smoked Chicken Wings (Chilli Glaze). Intussen hebben we een leuk contact met de mede-investeerder. We zitten samen aan een tafeltje en wisselen onze ervaringen uit m.b.t. crowdfunding. Onbekenden voor ons, maar er is een klik. Even later opnieuw een drink. Dan een schaaltje Spareribs, heerlijk gekruid en goed gebrand. Het vlees is zo gaar dat het van het bot valt. Om te besluiten met een aangekleed broodje hamburger.

Zijn er dan helemaal geen verbeterpuntjes? Jawel. Er is geen invalidentoilet. Een grote opstap is een blokkade voor een rolstoeler of rollatorduwer.

Toch moet ik zeggen: “Een mooie kennismakingsmiddag met de eigenaren van het Smoked Bar B.Q. Een prachtig opgezet restaurant met vriendelijke bediening, soms nog wat onwennig met het dienblad, maar ook daar heb ik alle vertrouwen in. Het is een restaurant waar ik zomaar nog eens naar terug ga.” Wil je weten waar het zit: Torenstraat 49 te Den Haag.

232. Exotisch en exoten

Het is elke vakantie vaste prik. Begonnen toen mijn schoonvader nog leefde, eerst met hem en later met mijn lief, lekker een rondje ‘Haagsche marrek’. De markt waar voor de gulden nu een euro moet worden neergelegd .

Om tien uur fietsen we op het gemakkie vanuit Schipluiden richting Den Haag. “Zullen we de korte of de lange route nemen?” vraagt vrouwlief. “Heen de lange, terug de korte”, stel ik voor. Via de Tramkade, Klaas Engelbrecht, Veenakkerweg richting Rijswijk, Beatrixsweg, de la Reyweg en van daaruit het kruispunt over naar het Hobbemaplein. Het rijdt allemaal voorspoedig. Verkeerslichten zijn ons welgezind en zonder te hoeven stoppen draaien we de Hoefkade op.

Aangekomen bij de Haagsche Markt is het zoeken naar de Biessieklette. Je e-bike zomaar los op straat zetten, dat willen we eigenlijk niet. We gaan er naar op zoek, maar ook hier kennelijk, net als in Delft op Nieuwe Langendijk, is de stalling om het kostenaspect gesloten. Wat nu? We besluiten de fietsen dicht tegen elkaar aan te zetten. Naast de fietssloten zullen we ook nog twee losse kettingsloten gebruiken. Even kijk ik om me heen of er niet iemand in de buurt loopt die ik niet zou kunnen vertrouwen.

“Heb je jouw portemonnee netjes en goed opgeborgen”, zegt mijn vrouw als we de markt oplopen. “Heb je de telefoon diep in je zak zitten”, vult ze opnieuw aan. “Jaha”, zeg ik alsof ik niet voor mijn spullen kan zorgen. Dat is ook wel een beetje zo, maar toch. Dan lopen we echt de markt op.

De viskramen zijn het eerst aan de beurt. We houden niet van vis, dus voor ons stinkt het. Grote vissen liggen met hun ogen open en kijken je aan alsof ze met je mee willen. Hier en daar spartelt er nog een. Het mes gaat er in. We laten ze links liggen, wij wel. Een grote zilvermeeuw landt op de markies van een van de kramen aan de overzijde van het pad. Nadat hij is geland, glijdt de vogel naar beneden. Vet? ‘t Zou zomaar kunnen. Hij tript van de ene luifel naar de volgende. Maakt ie duik of niet? Op het laatste moment wordt er met een stok tegen het linnen doek geslagen. De vogel vlucht, geen vissie vandaag.

We gaan rechts beginnen. De groentekramen staan mannetje aan mannetje in het gelid. De ene koopman schreeuwt nog harder dan de andere. Schalen staan er op de kraam, allemaal een euro. Tomaten, limoenen, citroenen, paprika’s, maar ook kouseband, komkommers, en snekkers (klein komkommertje). Maar meer nog exotisch fruit en groente, amsoi, okra gumbo, paksoi, suikerriet, carambola, kiwano, maracuja, nashiperen, dadels, en guanabanage, maar ook gedroogde vissen. De paksoi wordt door de koopman met een gieter met water overgoten, hierdoor lijkt het verser. Van veel van de groente- en fruitsoorten heb ik nog nooit gehoord, laat staan dat ik weet hoe ik ze zou moeten klaarmaken.

De markt is exotisch zowel het volk dat de markt bezoekt als de groente-, fruit- en kraaminhoud. De markt wordt bevolkt door Hindoestanen, Javanen, Creolen, Chinezen, Japanners, Turken, Marokkanen, Polen, Bulgaren, Roemenen, Engelsen, Duitsers en nog vele andere nationaliteiten. Je kunt het zo gek niet verzinnen of de volkeren komen voor. Mannen in jurken, donkere pakken, vrouwen in het zwart en andere lange kleding, sommige mét andere zonder hoofddoek. Donkere mensen, licht getinte, mensen met een gele tint, blanken. En hier en daar een verdwaalde Hagenees. Ook de talen die gesproken worden zijn voor mij abracadabra. Zowel voor als achter de kraam. Soms is het net een gekkenhuis. Men gunt elkaar alles, lacht naar elkaar en alles lijkt goed te zijn. Er is geen haast en men roept door en over elkaar heen. Er is leven in de brouwerij. Ik mag dat wel.

Op de markt loopt toezicht, mannen en vrouwen met het woord ‘HANDHAVING’ op de rug. Een mannelijke handhaver wijst een vrouw op het feit dat haar portemonnee zichtbaar boven op haar tas ligt. Ze verstaan elkaar niet, maar met handgebaren gaat de duitenzak naar onder in de tas.

De kledingkramen hebben veel van hetzelfde, o.a. Pakistanen en mensen uit India verkopen doeken en prinsessenjurkjes. Wegwaai shirts, blouses en broeken, herenshirt voor bijna niets, met lange, maar ook met korte mouw. Haagse smokings, trainingspakken, ‘merk’kleding. Onderbroeken met een bekend label. Het is soms graaien voor een euro naar een shirt of een broek. Men trekt het uit elkaars handen, maar geeft het ook net zo makkelijk weer terug. Er is echt leven in de brouwerij.

Even verderop de horlogekramen. Voor €5,00 batterijtje wisselen, waar een nieuw horloge voor dezelfde prijs op de kraam ligt. Waarom nog een nieuwe batterij als het klokje er voor net zo duur ligt. Batterij wisselen gebeurt direct. Je kunt er opwachten, soms krijg je nog een batterij bij. Hoe je in Godsnaam de deksel weer op het horloge krijgt, als je zelf de batterij wilt wisselen waar het bij de horlogemaker al lastig is, weet ik niet.

Nadat we bijna alle rijen hebben gehad zijn we intussen in de laatste rij aanbeland. Het echt ouderwetse dat de Haagsche Markt had, de tweedehands handel is weg. Kon je er vroeger nog tweedehands tapijten, stofzuigers, glaswerk, serviesgoed, potten en pannen kopen, dat is zo goed als verdwenen. Een enkele kraam heeft nog iets uit een faillissement, ongeorganiseerd en zomaar op de kraam geworpen. Nee, de echte oude Haagsche Markt is verdwenen. Ook de kramen hebben een professionele uitstraling gekregen. Het zijn vaste kramen geworden, geen kramen die de fa. Post vroeger elke dag moest afbreken.

Op de terugweg, pikken we altijd een portie kibbeling mee, ook vis maar dat geen naam mag hebben. Dit lusten we wel. Ik bestel een groot portie terwijl mijn vrouw al weer contact heeft met één van onze medelanders. Jammer, de visboer gooit iets teveel kruiden op de kibbeling. Die kwam tijdens onze fietsrit terug weer naar boven. Ik at voor de tweede keer kibbeling, alleen ze was niet meer zo heet.

Het is klaar, we hebben alle kramen afgelopen, nog even een schaaltje citroenen en een bakje aardbeien en dan kunnen we onze fietsen weer opzoeken. Als ze er nog staan?

De fietsen hebben goed opgelet, dat ze niet met de verkeerde mensen zijn meegegaan. Ze staan er nog en op de dezelfde plaats als waar we ze gezet hadden. Ze gaan van slot en dan weer mee naar huis.

Wanneer we bijna thuis zijn en over de Tramkade rijden, rijden we bijna een exoot dood. Een andere exoot dan die we eerder die ochtend hebben gezien. Het is de Amerikaans rivierkreeft. Ik ga even terug om er een foto van de maken. Deze exoot hoort hier niet. Is via allerlei niet definieerbare wegen in onze wateren terecht gekomen en is een vijand voor mijn werkgever. De Rode rivierkreeft verspreidt zich door afstanden over land af te leggen, dit in tegenstelling tot de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft. De kreeften kunnen flinke schade aanrichten aan de vegetatie en de opgroeiende amfibieën in poelen en sloten. Je kunt ze eten, dat moet dan ook maar heel snel gebeuren, alleen om een bordje vol te krijgen is er meer nodig dan één. Ik pas.

Zo was het vandaag wel een dag met vele exoten. Het leven is nooit saai.

81. SAMEN, SLIMMER, SNELLER

Samen, slimmer, sneller, dat is het motto voor hoe bij ons de organisatie moet gaan presteren. In dat kader wordt het sectoruitje van Bedrijfsvoering georganiseerd. Vanaf het begin ben ik er bij betrokken maar door de vakantie en afspraken op dagen dat ik onmogelijk vrij kan maken, lukt het me niet om er altijd bij te zijn. Er gebeurt een hoop achter mijn rug om, al word ik wel steeds meegenomen in zaken rondom het uitje. Er komen meerdere offertes binnen. Na het doornemen van de specificaties voor de sectordag valt de keuze op de aanbieding van het Evenemententeam. Met het organiserend comité, uit Delflands gelederen, komen we nog een aantal keren bij elkaar en worden de laatste puntjes op de i gezet.

Op 9 september 2015 is het dan zover. Voor het pand aan de Phoenixstraat verzamelen de mensen van de sector zich om gezamenlijk op weg te gaan naar Scheveningen. Na het uitdelen van de gekleurde badges stapt men in de bus. Als detail: met de bussen rijden we even langs de nieuwe tijdelijke locatie.

Aangekomen in Scheveningen is het even hectisch. Mensen die rechtstreeks zijn gekomen moeten ook hun badge nog krijgen en de groepen moeten worden samengevoegd. Eén van de groepsleden krijgt een rugtas mee. Terwijl ik hier mee bezig ben gaat mijn telefoon af. Er is iemand onderweg maar die weet geen parkeerplek te vinden. Ik kan de beste beller even niet helpen. Dan wordt het fietsen verdelen. Bij de aanmelding voor deze dag werd gevraagd of men eventueel elektrisch ondersteund danwel op een tandem wil rijden. Voor het elektrische zijn twee aanmeldingen, dan blijkt ineens dat er ‘illegalen’, zonder daar kennis van te geven, ook gebruik te willen maken van een elektrische ondersteunde fiets. Mensen die zich er speciaal voor hebben opgegeven dreigen toch zelf te moeten trappen en geen ondersteuning te krijgen. De fietsleverancier zorgt voor een oplossing en haalt van achter uit de zaak nog twee extra elektraas. Er wordt ook gebruik gemaakt van een tandem. Stoer stuurt de voorste man zijn fiets de rit door, de achterste probeert mee te sturen, maar dat lukt niet.

Als iedereen een fiets heeft bemachtigd, vertrekt het gezelschap en moet men direct een col van de eerste categorie op. Het vissersvrouwtje op de boulevard staart over de zee en geeft de groep geen aandacht. Wel degene die het eerste verhaal doet. Het is maar kort. De eerste enveloppe wordt uitgedeeld. De groepen kunnen op pad. Onze eerste opdracht betreft een bezoek aan het Schoutegemaal. De locatieaanduiding is niet helemaal juist waardoor we op een plek terecht komen waar wel een gemaal staat maar dit niet ons doel is. Na een telefonisch contact keren we om en vertrekken richting Houtrustweg 125. Na wat aan de deur te hebben gerommeld komt onze verteller naar buiten. De fiets mag omgereden worden en beneden neergezet. We zoeven van een helling naar beneden. In mijn gedachte zie ik straks ook de klim naar boven voor me. Normaliter rijd ik elektrisch ondersteund, nu moet ik het zelf doen en heb ik terugtrapremmen. Dat ben ik niet gewend.

In het gemaal krijgen we een rondleiding van een medewerker van Waterbeheer. Hij noemt zijn naam en vermeld er tevens zijn functiebenaming bij. Na een geanimeerde uitleg en vraagstelling krijgen we de opdracht om een limerick/gedichtje te maken over de aal. Met het meegekregen cameraatje moet alles worden vastgelegd. Een iets te fanatiek cameravrouwtje denkt ook de hele rit te moeten filmen, waardoor de batterij vrij snel op ‘low’ staat. Creatievelingen bedenken in de groep een limerick. Even afstemmen hoe een limerick ook alweer gaat. (aabba). Na goedkeuring van de man van Waterbeheer gaan we op stap voor de volgende bezichtiging: Gemaal Morsestraat.

Op de groen/gele fietsen wordt het even stumpen om weer naar boven te komen. Dan gaat het door de stad heen. Op elkaar lettend werd er gewacht als er een deel voor het rode stoplicht moet wachten. Het begrip SAMEN is van toepassing. Het wordt hier en daar oppassen voor de tramrails om er niet in te schieten. Onderweg wordt er heerlijk gesproken. Praten over het werk staat duidelijk op de tweede plaats. Aangekomen bij gemaal Morsestraat is het er druk. Meerdere groepen komen tegelijk aan. Het wordt voor de medewerker, die voor de opvang zorgt, even puzzelen wie er het eerst is en hoe het moet worden georganiseerd. Dan gaan we met onze ras-verteller mee het gemaal in. Niet alleen op monumentendag, maar volgens mij op elke locatie kan deze rondleider van niets een prachtig verhaal maken. Klasse. Na de bezichtiging krijgen we de opdracht om een ‘dood schaap’ te maken. Een dood schaap bij een gemaal is een verzameling van afvalstoffen, swifferdoekjes, luiers, inlegkruisjes en van al dat soort materialen dat wordt aangetroffen in het filter van het gemaal. Met de hand moet deze smurrie uit het filter worden gehaald. Een smerige klus en zeker een inconveniëntentoelage waard. Na de rondleiding krijgt de groep de opdracht om zo’n ‘dood schaap’ te maken. Met meegekregen materalen uit de tas wordt er kunstzinnig object van gemaakt.

Fietsen maakt hongerig. Het wordt tijd voor de lunch. Onder aanvoering van onze ‘gids’ fietsen we gemakkelijk naar het restaurant de Koets. Hier wordt de mens voorzien van een heerlijk broodje, kopje koffie of thee en een vers geperst glas sinaasappelsap.

Na een half uurtje stappen we weer op de fiets. Onderweg wordt even overwogen om te gaan winkelen. Maar niet iedereen is hier liefhebber van en dus fietsen we door richting Hofvijver. Daar aangekomen zijn we iets te vroeg. Een groep die voor ons is aangekomen krijgt nog uitleg over het project Hofvijver en Haagse Beek. Het bankje aan de rand van de vijver krijgt bezoek. De zon straalt en niet zo’n klein beetje. Aan het eind van de dag heb ik een verbrand bolletje.

Na de opdracht te hebben verstrekt aan de groep voor ons, krijgen wij de gelegenheid om te luisteren naar wat de medewerker Watersysteemkwaliteit te vertellen heeft. Een zeer interessante indruk over hoe Delfland betrokken is geweest bij het project Hofvijver. Op een leuke manier vertelt de medewerker hoe e.e.a. tot stand is gekomen en Delfland er nog steeds bij betrokken is. Er komen veel jaartallen voorbij en de financiële cijfers volgen zich op. Ook wij krijgen na afloop de opdracht: Teken de contouren van de gebouwen en Hofvijver alsof het van de Haagse School is. Spontaan schiet één van de mensen uit de groep door de knieën en zet met wat strepen de contouren op. Andere pakken het meegebrachte stoepkrijt om de gebouwen in te kleuren. Na het maken van een filmpje met de IPhone/Smartphone die men bij Delfland heeft, wordt ook deze straattekening vastgelegd.

Nog één opdracht rest ons. Opnieuw fietsen we richting vissersvrouwtje op de boulevard van Scheveningen. De medewerkster die uitleg geeft, geniet van de zon en zit tegen het standbeeld aan. Als er twee groepen tegelijkertijd arriveren, veert ze op en doet haar verhaal over de tot standkoming van de dijk en wat er allemaal bij kwam kijken. Na haar verhaal krijgen we de laatste opdracht: Tel de punaises die men op de boulevard heeft aangebracht.

Na telling komt de eindopdracht. Een graffiti spuitwerk van het thema waar we mee op pad zijn gestuurd: Samen, Slimmer, Sneller. De lettertypes zijn totaal verschillend. Te zien is dat het hier duidelijk gaat om verschillende bloedgroepen. Aan de opdracht Samen hadden we al eerder voldaan, Sneller zijn we nu aan toe gekomen. We zijn de eerste die klaar zijn. Slimmer???? dat heb ik niet echt kunnen waarnemen.

Afsluitend is het tijd voor een aperitiefje. Dat doen we in Strandclub WIJ. Langzaamaan komen de groepen terug en zakt men in de soms natte kussens. Een zeer geslaagde dag komt ten einde. Na een afsluitend woordje door het Sectorhoofd wordt het tijd voor de totaalfoto van de mensen die de sector bemannen/bevrouwen. Als ook dat is gebeurd, staan de bussen klaar voor het vertrek richting Delft. De dag is ten einde. Zeer geanimeerd wordt er in de bus nagesproken over de zeer geslaagde dag. Om bijna kwart voor zes gaan de deuren van de bus open en gaat ieder zijns/haars wegs.

Onderweg naar huis voel ik hoe mijn voorhoofd een beetje in de fik staat. Had ik toch maar een petje meegenomen. Maar met een zeer tevreden gevoel heb ik genoten van wat mijn werkgever, mijn sector en mijn collega’s mij vandaag hebben aangeboden. Het was tof. Thanx.