159. Leeftijdsdiscriminatie of gerechtigheid?

Ik zit op haar verjaardag. Naast mij komt het feestvarken en leeftijdsgenote zitten. Ze is ietsje ouder dan dat ik ben. Mevrouw werkt bij een multinational. Ze kijkt uit naar haar pensionering. Op 6 juni 2017 mag/moet zij de deur achter zich dichttrekken en neemt zij afscheid van het werkzame leven om te gaan genieten van haar vrijheid. Of, vrijheid dat nog niet eens. Al jaren gaat ze om de dag naar haar dementerende moeder. Alle avonden van die dag staan in het teken van haar moeder. Moeder speelt met poppen, kent haar eigen dochter niet meer en praat vaak in het verleden. Ze heeft het daar moeilijk mee. Mevrouw is ook nog vrijwilliger bij verschillende organisaties en komt eigenlijk tijd tekort. Daarnaast kent ze haar eigen lichamelijke ongemakken. Versleten heup, tussenwervelschijven die niet meer intact zijn en een wat tegensputterende knie. Ze heeft het niet makkelijk, maar gaat wel vrolijk door het leven. Collega’s lopen met haar weg, al zien zij ook wel dat het niet allemaal even gemakkelijk meer gaat. Ze nemen het voor lief.

Dan, vlak na haar verjaardag in het laatste jaar dat ze werkt moet ze volgens de cao nog een keer op het matje komen voor een beoordeling. Nog éénmaal zit ze tegenover haar jonge teammanager. Een teammanager die haar vaak niet begrijpt als ze vraagt om iets meer tijd om orde op zaken te stellen. Een teammanager die het moeilijk heeft door het grote verloop in het team. Een teammanager die bemerkt hoe het in de toekomst lastiger wordt om de toko draaiend te houden i.v.m. bezuinigingen. Ook haar functie is wegbezuinigd, maar door de korte duur van haar werkzaam leven mag ze de tijd uitdienen.

De dag is daar, de beoordeling staat voor de deur. Ze heeft slecht geslapen al heeft ze eigenlijk niets te vrezen. Ze is ruim 65 jaar, heeft meer dan 48 jaar gewerkt en moet worden beoordeeld over wat ze het laatste jaar heeft gepresteerd. Iedereen weet, zeker op haar vakgebied, dat het moeite kost om alle ontwikkelingen te kunnen volgen. En hoe ouder ze wordt, hoe lastiger het wordt.

Ze heeft de liefde voor het bedrijf, heeft er 45 jaar gewerkt. Is altijd bereid geweest om het beste dat ze heeft te geven. Dan komt daar die beoordeling en krijg ze te horen dat ze niet meer of onvoldoende functioneert. Zonder enige emotie en een traan te laten zegt men tegen haar: “Je hebt het dit jaar niet goed gedaan. We geven je een onvoldoende, d.w.z. niet goed.”

De motivatie: Ze heeft wel erg veel verlof. Invloeden van buitenaf die niet te sturen zijn. Te weinig werk. Te weinig laten zien. Met kennis loopt ze achter. Het niet kunnen verantwoorden tegen collega’s om haar een goede beoordeling te geven.

Ze weet op dat moment niets te zeggen. Verlaat met de staart tussen de benen de ruimte waar ze zojuist deze onheilspellende mededeling heeft gekregen. Ze beseft dat ze niet meer functioneert als die jonge Goden op de afdeling, maar dit, nee, dit had ze niet verwacht. Als het dan niet positief was, dan is er toch ook nog zoiets als ‘coulance’. Ook al omdat het niets meer uitmaakt welke beoordeling ze krijgt.

Het kabinet stelt in haar plannen dat men langer moet werken. Niet in uren, nee in jaren. De werkgever zegt: We doen aan strategisch personeelsbeleid. Zij zegt ook: Met plezier naar het einde. Jammer genoeg mag ze de werkgever, of haar meerdere niet beoordelen, maar anders zou ze zeggen. Kijk eens naar de doelstellingen die men voor ogen heeft. Heb je daaraan voldaan? Het je strategisch personeelsbeleid toegepast op je medewerkers? Heb je de mens in de laatste jaren met plezier naar het einde laten gaan? Is dit dan het resultaat?

Ze gaat er niet van wakker liggen. Het kost haar geen geld en al jaren heeft een beoordeling haar ook geen cent meer opgeleverd. Al zijn al haar beoordelingen goed tot bovenmatig geweest. Eenmaal op het maximum, dan stopt het en krijg je er nooit meer bij. Ze is altijd goed betaald geweest. Niemand hoort haar klagen. Ze heeft klaar gestaan waar nodig, heeft er haar vreugde, maar ook haar verdriet gekend binnen het bedrijf. Maar deze beoordeling had ze niet zien aankomen. Echter, zo is kennelijk het leven. Het heeft haar een dreun gegeven, het heeft haar gebroken, daar waar men spreekt over ‘met vreugde naar het eind’.

Dit is toch pure leeftijdsdiscriminatie en dat in 2016. Of is het gerechtigheid? Ik vraag het me af.