414. Affligem Bluesfestival Delft en Elijah Gospel & Soul Choir

Het is zaterdagmiddag 15 februari 2020, in Delft is het Bluesfestival gaande. “We gaan er naar toe”, zegt vrouwlief. “Ik heb wat gezien in de Delftse Post. In de Maria van Jessekerk aan de Burgwal te Delft treedt een gospelkoor op.”

Lekker voor de wind rijden we vanuit Schipluiden langs het water richting Delft. Halverwege breekt mijn zadel af. Wat nu? Ik rijd even bij de fietsenmaker langs en laat er een nieuw zadel opzetten. “Zoek er maar een uit”, zegt de jonge fietsenmaker. Er hangen er verschillende dames-, heren-, kleine-, smalle- en ook hele dure zadels. Ik wijs er een aan. “Da’s een hele gewone”, zegt de jongeman. “Geef niet, ik ben ook gewoon”, antwoord ik hem. Hij plaatst hem snel en we kunnen hup, naar Delft.

Bij de kerk is het een drukte van belang. Fietsen veel fietsen. De markt is voor de deur en er zijn veel mensen op de been. Wanneer we eenmaal binnen zijn zit de voorste helft van de kerk bijna vol. Het is net aan twee uur, het concert begint een half uur later. We kunnen nog een plekje bemachtigen naast de techniek. Voor ons doen toeschouwers hun jas uit, terwijl het toch echt niet warm is. Laatkomers proberen nog om voorin een plaatsje te vinden. Op het altaar staan de letters E L I J A H in hoofdletters, verlicht op het altaar. De microfoons liggen op de grond uitgemeten op de vloer. De zangplekken hebben plekje gekregen.

Het is even voor half drie als een van de microfoons wordt opgepakt. Het is Govert van der Kolm, de pianist/toetsenist en tevens presentator die het woord voert. Hij is blij om terug te zijn bij het Bluesfestival Delft. De toeloop van het aantal mensen verbaast hem. Het overtreft zijn stoutste verwachtingen. Zelfs achterin de kerk staan mensen. Dat de man zijn handen warm wilt houden valt mij op als ik zie dat hij zijn polsmoffen aan heeft. Is het inderdaad zo koud? Govert vraagt enthousiasme en warmte, meedoen mag, bewegen, op de banken klimmen, meezingen, klappen, ja alles mag wat hem betreft. Hij zou een gehoorzaam publiek treffen.

Dan komen de zangers en zangeressen op. Het Elijah Gospel & Soul Choir dat zijn domicilie heeft in Bodegraven, bestaande uit elf dames en zes heren. Netjes gekleed in gospeltoga loopt men achter elkaar naar de plek voor vanmiddag. Het koor staat al jaren onder professionele leiding van dirigente Trea Kuijsten. Heel even moest ik kijken naar haar plateauschoenen. Dacht ik toch eerst dat het stelten waren, maar de dirigente danst en beweegt op haar lange stiletto hakken net zo makkelijk als ik op mijn sportschoenen.

Het is I Just Can’t Keep It To Myself van The Staple Singers dat als het eerste nummer wordt ingezet. In een prachtig arrangement, solo gezongen. Direct komt het koor in beweging. Naar links en rechts wiegend neemt het de kerkgangers al snel mee. Al gelijk springt een vrouw voor mij uit de bank om mee te bewegen. Het enthousiasme van het koor wordt uitgerold door de kerk.

Men vervolgt met To My Fathers House van Les Humphries Singers. Het publiek wordt opgezweept om mee te doen en dat gebeurt dan ook. Een solo voor piano maakt de break. Lekker freewheelend, friemelend, pielend, de toetsen bespelen. Heerlijk. Ook het koor geniet van het pianospel en geeft de pianist alle aandacht door zich naar hem te keren.

Achtereenvolgens zingt men Don’t Let Nobody Drag, Will You Be There en Leun op Mij. Songs die voor hen gemaakt lijken in prachtige arrangementen. Daar kan je niet stil bij blijven zitten. Echter uit het dak gaan doet men nog niet. Solisten komen uit eigen gelederen naar voren, pakken de microfoon om hem bijna op te vreten. Prachtig.

Can’t Nobody, Hallelujah en het overbekende We Shall Overcome van Pete Seeger sluiten de in gospel geklede groep af, waarna de toga uitgaat en het complete zwart tevoorschijn komt.

Bij You’ve Got a Friend wordt gevraagd om even naar je naaste te kijken. Een onbekende vaak waar je nu met hem/haar mee samen swingt, klapt of knipt met de vingers. En het koor blijft bewegen, heeft vast geen fysiotherapeut nodig. En de kwaliteit van de nummers stijgt, mede gezien de ambiance en galm in de kerk.

De solozang bij het bijzondere nummer De Speeltuin is prachtig. Met de ogen dicht is het alsof Marco Borsato er staat. Een bijzonder nummer omdat het niet tot de gospels hoort, maar dit koor kan meer. En nu met 75 jaar bevrijding een nummer dat er zeker bij mag horen.

Het volgende nummer: It’s Rainin’. De zangeres die al eerder solo heeft gezongen legt er een enorme expressie in. Dat het niet is gaan regenen is voor mij een wonder. Soms gebruik makend van een rauwe stem laat ze zien veel meer in huis te hebben dan wat lieve liedjes. Ook hier een optreden van de dirigente die het kerkvolk meeneemt en hen dirigeert. Dit koor is tot zoveel in staat. Hier zou je graag lid van zijn, dat kan niet anders.

Nr. 12, 13, 14 en 15, Make You Feel My Love, Who’s On The Love Side, Something Inside en Oh, Happy day als uitsmijter. Sommige toeschouwers gaan op de banken, de handen op elkaar. Het is genieten en wat is het uur snel voorbij.

Nog eentje dan, dat kan niet anders zijn dan Amen. Nu is de boel los. Met een langdurig applaus krijgt het koor en pianist waar het recht op heeft. Wat een genot om hier een uurtje voor uit te trekken. En met wat een speels gemak behaalt men zo’n resultaat. Een gouden greep om dit koor terug te laten keren. Volgende keer de Nieuwe Kerk maar afhuren. Succes verzekerd.

 

383. De man in de blauwe vale jas

Al langere tijd volg ik hem, omdat ik hem vaker tegenkom. Nog altijd die vale blauwe jas aan. Ongeschoren gezicht ook. Je komt hem overal en nergens tegen. Zittend in een portiek, hangend op een bank langs de gracht of wandelend met een opgehouden hand. Een zwerver, dakloze of wat is het? Iemands man, ex-man, zoon of vader? Wie zal het zeggen.

Tijdens de fotocursus die ik doe wandelen we met de groep door Delft. We gaan op zoek naar mooie, fraaie maar ook bijzondere dingen. Startend bij de bioscoop Pathé leggen we onderweg de bijzondere zaken vast op de gevoelige plaat. Fietsen gedumpt in het water, bijzondere varens langs de kademuur, een hoeveelheid fietsen niet gestald, maar gestapeld. Oranje fietsen hangend tegen een boom of gewoon neergelegd. Maar ook levert het prachtige beelden op van bruggen en gebouwen, schaduwen in het water. We lopen langs de Brabantse Turfmarkt. Op het terras zitten de eerste gasten al buiten, is het omdat het mooi weer is? Nee, de sigaret dwingt hen om buiten in de kou te genieten van en te inhaleren. Op de hoek bij voormalig Van der Seip, nu Lenta heeft men een grafitti op de muur aangebracht. Een vuilcontainer wordt even opzij gereden om dit beeld vast te leggen.

De ogen goed de kost geven om het moois, het bijzonders vast te leggen. “Kijken met ander ogen”, zegt de docent. Rustig aan wandelen we richting Markt. Het is er vrij stil, nou ja stil, geen warenmarkt. Volgens mij zijn er meer fotocursussen, tenminste ik kom er veel mensen tegen met een camera voor het oog. Fotogeniek Delft. En er is veel te zien op de markt. Torens, teksten op gevels, een prachtige Hugo, groen uitgeslagen, dat wel. Een geweldig mooi stadhuis en de Nieuwe kerk, waar de koninklijke familie hun laatste rustplaats heeft. Boven de huizen uit steken de torens van de Maria van Jessekerk. Aan de overzijde schuin de toren en klok van de Oude Jan. Een gaper aan de gevel bij de Salamander. Het houdt niet op. Na wat raak schieten slenteren we verder langs het stadhuis richting visbanken. Bij Koos hangen de Friese doorlopers aan een rek. €7,50 vraagt hij er voor. Aziatische mensen denken kennelijk dat de Nederlanders daar wereldkampioen op zijn geworden en kopen ze. Ik had het moeten weten, ik heb er ook nog in de schuur liggen, alleen voor de nostalgie. Bij de visbanken staan mensen met een haring boven het gezicht. Vastleggen die happers. Jammer, de geur krijg ik niet vastgelegd.

Wandelen brengt dorst met zich mee en het is fris. Een koffiezaak op de hoek van de Hippolytusbuurt en de Nieuwstraat biedt uitkomst. Vanuit een ooghoek zie ik dan de man in de blauwe jas voorbij lopen. Hij klampt toeristen aan, houdt zijn hand op. Heel even denk ik: ‘man ga toch werken’, maar de realiteit zegt me dat ik zo niet mag denken.

De koffie is op, het gebakje naar binnen gewerkt. Tijd om op te stappen en verder te gaan met de cursus. Een fietsvangboot komt aanvaren. Mannen van de gemeente die er een sport van maken, noodgedwongen omdat men kennelijk veel fietsen parkeert in het water, om te fietsvissen. Er liggen er zo’n dertig op. Menig sportvisser zou jaloers zijn op zo’n vangst van vissen. De boot wordt vereeuwigd met mijn camera. We lopen verder langs de grachten om het moois vast te leggen. Daar loopt hij weer blauwjas. Ongeschoren, ongewassen ook. Ik wil hem vastleggen, maar krijg de kans niet. Hij houdt zijn hand voor mijn camera. “Een euro”, zegt hij, terwijl hij zijn hand ophoudt, “en van de zijkant”. Ik trek mijn portemonnee. “Niet op internet”, zegt baardmans. In het kader van AVG zal ik dit nooit doen. Nadat ik één plaatje heb geschoten, schiet hij weg.

In mijn herinnering komt de vrouw naar boven die in de zestiger jaren in soort gelijke situatie verkeerde. De hele stad kende haar. Zoekend en eten uit de vuilnisbakken zwierf zij door het Delftse. Je kwam ze tegen in de binnenstad maar ook in de Hoven. Versleten schoenen, waar haar tenen doorheen steken en vieze en vuile kleding. Ze zal altijd in mijn herinnering blijven hangen, net als deze man. Zijn gezicht staat gegriefd in mijn geheugen en op mijn geheugenkaartje.

Wat bezielt zo iemand, hoe is het zo gekomen in een welvaartsstaat waarin we leven? Het programma waarin Beau mensen volgde heeft me eerder meer inkijk gegeven in hun leven.

Langzaam lopen we terug naar ons startpunt. Mooie indrukken van Delft vastgelegd op het kaartje in de camera. Voor mij is de mooiste foto die van de man met het ongeschoren gezicht. Fijn dat ik hem een euro heb gegeven, wat hij er ook mee gaat doen.

315. Wat een geweldige verbinding de A4 met de Reinier de Graafweg, of……..?

De verbindingsweg tussen de A4 en de Zuidhoornseweg is klaar. De brug Overgaag is klaar. De aansluiting op de Zuidhoornseweg is klaar en nu?

Het verkeer moet meer en meer geweerd worden uit de kern Den Hoorn. De doorgaande weg tussen de A4 en de aansluiting op de Hoornseweg moet rustiger worden en dus hebben hoge heren en/of dames besloten om een aansluiting te maken op de Reinier de Graafweg.

De brug heeft men intussen aangepakt, er is een gescheiden fietspad gekomen met een meer dan fantastische afrit. Wat een stompzinnige ding hebben ze ervan gemaakt. Natuurlijk het kan niet anders. Er is geen plek voor, maar dat wist men toch? Nu komen fietsers en brommers met een vaartje van de brug afrijden om de Zuidhoornseweg op te schieten. Dat gaat snel, dat heb ik ervaren toen ik met de fiets komend uit de richting Delft naar Schipluiden wilde rijden. De haaientanden staan er niet voor niks, maar door de vaart die je naar beneden maakt is het even lastig om tot stilstand te komen. Dan de fietsers en bromfietsers die richting Schipluiden moeten. De bocht die men moet maken is nauwelijks te maken, zonder op de verkeerde weghelft terecht te komen. Om naar nog maar te zwijgen van de bromfiets die van uit tegenovergestelde richting vanachter een houten schot, dat om het aanliggende huis is geplaatst, ineens tevoorschijn komt. Hier komen gegarandeerd ongelukken van.

Van de week moest ik met de MUS rijden en iemand naar het ziekenhuis brengen. Het brengen gaat redelijk al is de oversteek maken vanachter de Reinier de Graafschool (Delftse kant), de Reinier de Graafweg op ook nog een dingetje. Auto’s komen razendsnel naar beneden. Ondanks de haaientanden stopt men niet of nauwelijks. Je rijdt daar op een drielandenpunt en komt er bijna ogen tekort. Ik houd mijn hart vast als straks de weg definitief open wordt gesteld en leerlingen van die school willen die oversteek maken.

De terugweg was nog erger. Komend vanaf de ophaalplek van het ziekenhuis en dan rechtsaf de Reinier de Graafweg op, dat is niet te doen. Auto’s rijden met een behoorlijke gang voorbij. Kan je rechts oversteken dan kan het vanaf links niet en omgekeerd. Ik betwijfel of er goed is nagedacht over de infrastructuur ter plekke. Ik zou met verkeerslichten gaan werken om geen ongelukken te krijgen. Nou weet ik, het ziekenhuis staat vlakbij, maar toch.

Het is te hopen dat men verkeersheuvels of rotondes gaat aanleggen op de Reinier om zo de snelheid af te remmen. Gaat dit straks ook ten koste van de fietser die ogen in zijn achterhoofd moet hebben om niet aangereden te worden.

Ik ben reuze benieuwd naar de definitieve invulling van het hele plan, tot nu toe ben ik minder positief.

249. EHBO-vereniging Den Hoorn ten dode opgeschreven?

DATKANTOCHNIEWAARZIJN? Omdat ik tegen mijn pensionering aan zit kijk ik wat rond naar wat er zoal te doen is op vrijwilligerswerk. Mijn oog valt op de site van de vrijwilligers vacaturebank van vrijwilligerswerk Midden-Delfland en daar zie ik vier vacatures opstaan van de EHBO-vereniging in Den Hoorn. Hoe is dat nou mogelijk? Vier bestuursleden die kennelijk tegelijkertijd de stekker uit de vereniging trekken. ‘Wat is hier loos?’ vraag ik mij af. Dat kan en mag toch niet gebeuren.

63 jaar geleden werd de vereniging opgericht. Vele leden heeft het opgeleverd, soms maar voor een jaar, maar ook heel veel voor meerdere jaren en sommige waren vergroeid met de vereniging. Een vereniging die aanzien had in het dorp, waar je op aan kon als je een activiteit organiseerde en je de eerste hulp bij de hand wilde hebben.

Bijna 65 jaar de EHBO-vereniging in Den Hoorn, waar mijn vader nog lid van is geweest, in het bestuur heeft gezeten en in de winter zeven maandagavonden les kreeg van dr. Van der Poel en later dr. De Weij Peters. Waar een gezellige club bij elkaar kwam en waar men voor de medemens graag nog wat bij wilde leren.

Op de website een oproep voor een voorzitter, een secretaris en penningmeester en een praktisch bestuurslid EHBO. Een vereniging zonder bestuur is geen vereniging. Leden zijn er wel, een kaderinstructeur en een LOTUS is er ook, maar bestuursleden, hó maar.

Bij welke activiteit zie je ze niet rondlopen, mannen of vrouwen met fluoriserende, gele of oranje jasjes of zelfs compleet in het geelblauwe pak met daarop heel herkenbaar de letters EHBO, eerste hulp bij ongelukken. Als organiserend bedrijf of vereniging een must om deze mensen in de omgeving rond te hebben lopen en verzekerd te zijn van semiprofessionele hulp in gevallen van nood.

Het is toch te gek voor woorden dat de vereniging ter ziele gaat als het bestuur tegelijkertijd hun functie neerleggen. Er moeten toch mensen zijn die het nut van de EHBO-vereniging inzien en hun schouders eronder willen zetten.

Ik kan me niet voorstellen, dat de DIOS lentefeesten straks van start gaan zonder er en EHBO-erbij te hebben. Ik kan me niet voorstellen dat er organisatoren van activiteiten door Cultuurstek straks billen knijpend hun culturele uitstapjes zonder EHBO-er moeten doen, want wie loopt er dan met die geel tas rond.

Het moet toch mogelijk zijn in een kern als Den Hoorn mensen te vinden die er de schouders onder willen zetten om de medemens van dienst te zijn. Ik weet het, het wordt steeds lastiger om mensen te vinden die vrijwilligerswerk willen doen. De pensioenleeftijd wordt steeds meer opgeschroefd. Jongere mensen moeten/willen meer. Maar met een paar uurtjes in de week kan deze vereniging op de been blijven en heeft men geen eerste hulp nodig om te overleven.

Ikzelf ben ook EHBO-er en weet hoe nuttig deze verenigingen zijn. Je zult het maar meemaken dat je buurman een hartstilstand krijgt, en jij niet weet wat je moet doen. Of de schilder die van de trap afvalt en zijn been gebroken heeft. Of dat kind dat haar hand verbrand heeft aan hete thee. Je moet er toch niet aan denken dat er geen kennis meer in de buurt is.

Mensen uit Den Hoorn, Delft, denk nog eens goed na of het niets voor jou is om die EHBO-kar te trekken, om Den Hoorn te blijven voorzien van die broodnodige EHBO-er. Ga naar de site die ik bovenstaand heb genoemd en lees de teksten voor de functies eens door. Het is niet veel werk en niet denken ‘dat zeggen ze allemaal’. Haal de handen uit de zakken, steek de handen uit de mouwen en maak een paar uurtjes vrij om de prachtige EHBO-vereniging St. Sylvester weer te doen leven, want zonder EHBO-vereniging geen verantwoorde evenementen.

209. Een bijzondere eerste Paasdag

Al een aantal maanden in de knip en dan op eerste Paasdag is het zo ver. De gewonnen solextour van Westland Solextours bij de Tuinderij, voor zes personen, kan worden verzilverd. Wilma doet vaker mee met Facebook-acties en deze keer werd zij uitgeloot.

Met onze jongens, een vriend en vriendin van hen zullen we deze middag beleven. Voor ons, mijn lief en ik is het niet onbekend. Wij reden eerder zo’n rit. Voor onze jongens en hun mede-solexer is het echter de eerste keer dat ze op zo’n gemotoriseerd vehikel plaatsnemen. Kregen we eerder een begeleider en bezemwagen mee, dit keer waren we aangewezen op onze eigen navigatie. Nou is dat niet zo moeilijk, want het gebied kennen we door en door.

Heel even dreigt het weer roet in het eten te gooien. Het zou de hele dag regenen, had Helga van Leur aangegeven. Oudste zoon appt: ‘kunnen we geen andere activiteit doen met die regen.’ Maar dat is niet de gewonnen prijs. Als ik in de ochtend wolkenvelden zie naderen, komt ook bij mij de twijfel. Echter positief blijven dat wint het van een negativiteit. Als beide zoons thuis arriveren hebben ze al een bui op hun dak gehad. In Midden-Delfland vielen slechts wat druppels.

Om half twee worden we verwacht. De ontvangst aan de deur bij de Tuinderij is hartelijk. “Goedemiddag familie, hartelijk welkom bij de Tuinderij”. Als Wilma uitlegt dat zij een prijswinnaar is wordt ze even meegenomen. De rest van het gezelschap mag zich vermaken op locatie. Je kijkt er de ogen uit. Alles in de jaren ’70, ’80, ’90. De tijd van thuis herleefd. Wat een gezellige locatie. Oud ingerichte huiskamers, allerlei spelelementen als Wc-pot race, scootmobiel race, levend tafelvoetbal en nog veel meer ander oudhollandse spelletjes. Een superleuke locatie voor een feestje. We krijgen een plekje toegewezen waar we koffie en thee mogen pakken en gebruiken.

De jongsten gaan op onderzoek uit wat er allemaal te doen is. Wij ontmoeten een achternichtje van mij die ik al meer dan 40 jaar niet heb gezien. De herinneringen worden opgehaald.

Dan worden we gehaald door een medewerker van de Tuinderij. We mogen onze kleding uitzoeken. Aan een kapstok hangen ruim 150 verschillende oude leren jassen. Daarnaast is er voor dames nog een rek met meerdere jassen uit de eerder genoemde jaren. Wat een kapitaal aan leer hangt er. Als de jassen zijn aangetrokken, is het de keuze aan helmen, potjes, oude valhelmen, piloten cap en Duitse helmen. De keuze is te groot om direct de juiste hoofdbeschermer te kiezen. Doen we nog handschoenen aan en een sjaal om? Het is 11°C dus gek is het niet. Maar we zijn geen mietjes en kiezen er dus niet voor.

We wandelen met de medewerker mee die, in onvervalst Westlands, de uitleg doet van de bromvliegen. Even van de haak halen wat versnelde passen met de solex en gaan. Nog snel een oefenrondje en dan op weg.

Onderweg hebben we de nodige bekijks. Mensen lachen als je langs rijdt. Men steekt de duim op. Slechts op één van de solex zit een toetertje. Zoonlief gebruikt deze regelmatig, waardoor je spontaan op zij gaat als je het geluid hoort. De andere roept steeds ‘môguh’, als hij voorbij komt. De sfeer is super. De jongeren geven aan dat ze het zo leuk niet hadden voorgesteld.

Via ’t Woudt rijden we door Den Hoorn om door te stomen richting Markt in Delft. Tijd voor een drankje. De koude wind zorgt voor een traantje langs het gezicht. Op de Markt zijn we een bezienswaardigheid. De solexen krijgen alle belangstelling en ook wij in onze lange leren jassen zijn een bijzonder element. Even verderop de Markt is een open dienst aan de gang. ‘Jezus Leeft’ staat er op het spandoek. Er wordt gezongen. Voor ons wordt het tijd voor een drankje, een bitterballetje en kaasstengeltje. Na een half uurtje wordt het tijd om de tour te vervolgen. Als we op willen stappen komen de camera’s van toeristen te voorschijn. Er wordt nog even een praatje gemaakt en daarna weer vertrekken. Via de Beestenmarkt, Kruisstraat, Zuidwal over de busbaan de stad weer uit richting Abtswoude. Opnieuw die koude wind. Mijn knieën zijn intussen steenkoud. Op naar de volgende locatie. Door het park naar de Abtswoudseweg. Via de Breeweg naar de Vlaardingervaart.

Als we arriveren bij Vlietzicht in Midden-Delfland worden de solexen onbeheerd neergezet. Het is tijd voor een beker warme chocolade met slagroom om ons even wat op te warmen.

De tijd gaat dringen, onze tourtijd is bijna om. Gaan we binnendoor of nemen we nog een omweg? Ik kies voor het laatste. Vijf minuten na de officiële inlevertijd komen we terug bij de startplek. Nog even een drankje doen. Uiteraard krijgt onze prijswinnares het fel begeerde solexdiploma. Wat hebben we onderweg gelachen, plezier gehad en wat was het gaaf. Gaaf en leuk ook om te zien hoe onze vier gasten het fantastisch naar hun zin hebben gehad. Super leuk.

We kunnen terugkijken op een prachtig leuke eerste Paasdag. Anders dan de meeste eerdere paasdagen. Een heerlijk arrangement dat de Tuinderij ons cadeau gaf. Bedankt, jullie hebben ons veel plezier verstrekt.

206. Rokken en broeken, Wim en ik

Marianne heette ze. Klein van stuk een fors achterwerk en aan de voorkant flink tegengewicht. Ze was een jaar of 18, 19. Ik zat in militaire dienst. Elke zondag gingen we dansen bij Wesseling op de Houttuinen en dan was Marianne er ook. Ik sprak over ‘we’ de ander was mijn vriend Wim. Ook hij had zo’n dikkertje aan de haak geslagen, Irene. Hoe de beide meiden van achteren heten heb ik nooit geweten.

Zoals ik al aangaf, elke zondag kon je ons vinden bij de dansschool van Loek Wesseling sr. Omdat wij allebei gevorderde dansers zijn begeleiden we ’s middags een beginnersgroep. ’s Avonds is het vrij dansen. Nummers als Pour Un Flirt van Michel Delpech en de Nico Haaknummers zijn er voor het gewone foxtrotje favoriet. Een enkele keer neem ik mijn militaire kloffie mee in een sporttas, zodat ik ’s avonds direct op kan naar waar ik gelegerd was. Verkleden kan in het toilet van de dansschool. Een enkele keer dans ik in militair uniform. Niet omdat ik dat stoer vind, maar ik moet in eerste grijs aankomen op de kazerne waar ik mijn dienstplicht vervul. Ik heb dan geen zin om eerder uit te stappen.

Marianne en Irene zijn vriendinnen van elkaar komen ergens van de Bras, de Brasserskade of omgeving, en fietsen zondagsmiddags naar de beginnersklas. Al snel kunnen we het goed met elkaar vinden. Ik met Marianne, Wim met Irene. Toch hebben deze jonge meiden een eigenaardigheid. Zij zijn kennelijk opgevoed met de stelregel: waar een rok en broek is, betaalt de broek. Nou verdien ik wel wat in militaire dienst, maar dat gaat er daar weer even hard uit. De barkruk waar ik op de kazerne op ga zitten heeft de vorm van míjn zitoppervlak. Een vetpot is het dus zeker niet. Wim die twee jaar jonger is dan ik is net gaan werken bij de Nederlandse Gist en Spiritusfabriek. Ook hij heeft geen topbaan. En zo gebeurt het dat we zo tegen de derde week van de maand zo rijk zijn dat we geen luis hebben om dood te doen. De meisjes echter verwachten wel altijd minimaal één drankje.

Een enkele keer moeten we dus echt passen. Wim krijgt nog wel eens iets toegestopt van zijn pa, maar bij ons thuis is dat er niet bij. Gewoon omdat mijn ouders het niet hebben, en dan, “je verdient toch zelf”, zei mijn vader altijd, “ik kreeg het ook niet cadeau.” Als we niet kunnen trakteren gaan de meiden gewoon dansen met een ander. Het was dus nul-komma-nul liefde of iets wat er voor door zou kunnen gaan.

Zo besluiten we op een keer om met de meiden een afspraakje te maken om ergens te gaan eten. Ze zien dat helemaal zitten en komen opgetut naar het restaurant. Met drie dikke zoenen, die we nooit eerder hadden gehad, begroeten ze ons en handje in handje lopen we weg van onze fietsen richting het restaurant. Het zal een feestelijke avond worden, ten minste dat denken de meiden.

Nauwelijks aan tafel bestellen de nog jonge dames een heerlijke rode wijn. “Doe maar een fles”, zegt Marianne. (De leeftijd voor het gebruik van alcoholische dranken is nog niet vastgesteld op achttien jaar. Ze is klein van stuk maar hoeft zich niet te legitimeren.) Voor ons was er een biertje. Wij zijn geen wijngangers. Als de menukaart op tafel wordt gebracht, krijgen wij er één met en zij één zonder prijzen. Opnieuw die broeken en rokken cultuur, dus. Om het goed feestelijk te maken proberen we de meisjes het duurste van het duurste aan te prijzen. Ja hoor, en een voorgerechtje mag ook. Wij, Wim en ik zitten ons te verkneuteren. Het lekkerste van het lekkerste komt op tafel en ook wij genieten, al weten wij wel dat het een rib uit ons lijf zal zijn als we gaan betalen. Er wordt nog een afzakwijntje besteld om als slot een heerlijke dame blanche te nemen.

Wanneer alles achter de kiezen is, geeft Wim aan dat hij even naar het toilet gaat. Kort daarop is het ook voor mij tijd om even die biertjes weg te brengen.

Als we samen in het toilet staan gaat ons spel pas echt beginnen. We lopen naar de bar toe, die uit het zicht van Marianne en Irene ligt, en vragen de rekening voor ons beiden. We geven tegelijkertijd aan dat de meiden voor zichzelf betalen. Via een zijdeur zijn we hem gepiept.

U raadt vast wat er daarna gebeurde. De meiden hebben opnieuw geen geld bij zich en denken zich te goed te hebben kunnen doen uit onze portemonnee. Uiteindelijk is de vader van één van de meiden gekomen om het restant van de rekening te betalen.

De week er op gaan we weer naar dansles. De beide meisjes zijn er niet. Ook de daarop volgende weken geen Marianne en Irene meer.

Later, veel later ben ik één van de twee nog een keer tegen gekomen. Zij herkende mij nog, ik haar niet. Ik werd door haar aangesproken. Intussen was ze een mooie slanke vrouw geworden. Ze schaamde zich over het feit hoe ze al die tijd op onze portemonnee hebben geteerd. Heel hartelijk hebben we nog een keer staan lachen om onze actie in het restaurant. Ze kan het zich nog heel goed herinneren.

Onze les van toen: Meisjes blijven dus niet bij je omdat je goed kunt dansen, maar om de versnapering die je hen aanbiedt.

197. Het varken dat een ijsje ging halen

De Beestenmarkt. Een gezellig groot plein in Delft, door historische pandjes omrand, waar het vroeger om jong of klein vee ging. Op de donderdagochtend worden er varkens, geiten, schapen en ander klein vee verhandeld. Als leerling van de Sasbout Vosmeer, een LTS van katholiek origine dat er in de buurt is gehuisvest, ga ik in mijn Delftse schooltijd eerder naar school, om tussen de hokken door te lopen. Boerenmannen, op klompen en boerenpetje op, brengen met kleine veewagens hun ‘handel’ naar de Beestenmarkt. Vaak winters vee dat moest worden vetgemest om er nog iets voor te krijgen. Al in de vroege ochtend rijden de eerste veewagentjes de markt op. Er vindt een levendige handel plaats.

Onlangs zitten we in een winterzonnetje onder de bomen op de Delftse Beestenmarkt voor een kopje koffie met een stukje appeltaart. Om de markt heen staan nog steeds die paaltjes die zo’n bijzondere vorm hebben. De vorm die gelijk is aan het nazi-swastika, het hakenkruis. Echter met dit symbool heeft het paaltje niets te maken. De paaltjes staan er al vele malen langer dan het uitbreken van de oorlog met het Duits Regime en dienen om de schotten voor de hokken netjes in te schuiven. Al rond 1600 worden er al de eerste koeien, kalveren, varkens en biggen verkocht, dus met het naziregime heeft het niets.

Boeren en handelaren, slagers en keurmeesters bewandelen de paden. De schotten scheiden de dieren van de ene boer met die van de ander. Kleine biggetjes liggen al zogend bij de zeug, soms nog onder een warmtelamp, als vlak boven hun hoofd de handelaar en boer met handgeklap tot overeenstemming komen over de verkoopprijs. Een bijzonder gebeuren. De koper en verkoper geven elkaar bij het loven en bieden klappen op de hand. Er wordt wat gebrabbeld en langzaamaan komt men tot een wederzijds aanvaardbare prijs. Door middel van verkoop ‘bij handslag’ gaat de ‘handel’ dan over naar de kopende partij. Men noemt het ook wel ‘handjeklap’.

Als de verkoop tot stand is gekomen duikt men één van de cafés in om daar tot afrekenen over te gaan. Onder het genot van een borreltje komen de dikke buidels, portefeuilles, tevoorschijn en wisselt het geld van eigenaar. Somtijds doen ze er nog een tweede of derde borreltje achteraan. De verkopende partij rekent doorgaans af.

De rondom de Beestenmarkt gevestigde uitspanningen doen er goede zaken. De buidels komen op tafel, al dan niet verbonden aan een ketting, die weer bevestigd is aan de kleding. Bang als men is dat er kennelijk gejat wordt. Het café St. Joris en de Draak wordt gerund door tante Gon. Nog op hoge leeftijd staat zij achter de tap. Later gaat het café over naar een neefje: Willem Overgaag, voor velen beter bekend als ‘Rooie Willem’. Weer later wordt het café Vlaanderen. Op de hoek van de Beestenmarkt en de Broerhuisstraat wordt de handel gedreven in café De Koophandel, van de familie Koot. Een wat chiquere locatie. Op de andere hoek, Beestenmarkt/Burgwal, stond het café Kobus Kuch, ook hier komen de buidels tevoorschijn als de handel wordt beklonken. Stapels geld komen er tevoorschijn, netjes gesorteerd op bankbiljetwaarden. Na een kopje koffie of borreltje neemt men afscheid van elkaar en gaat het vee met een andere wagen weg dan waarmee ze gekomen is.

Buiten gaat het gewoon verder. Varkens die het genoeg vinden om achter die latten te moeten blijven, peren ‘m. De één stapt op de ander om even later het hazenpad te kiezen, tussen de hokken door te struinen en de wijde wereld in te gaan. Vaak wordt zo’n vluchteling opgejaagd door de schoolgaande jeugd. Een enkele keer kiezen ze echt de verkeerde weg, slaan rechtsaf de Burgwal op om zo’n 100 meter verder opnieuw rechtsaf te slaan. Dan staan ze echt voor het eindpunt: het slachthuis. Dat is meestal niet de bedoeling. Een enkele keer vluchten ze nog verder en schieten het snackrestaurant annex ijsbar van de familie Buitendijk naar binnen. Daar zit men om zo’n schepsel echter helemaal niet te wachten.

Ik vond het altijd leuk om te zien wat er zoal gaande was. Al kwam ik niet in het café. Om het van wat dichterbij mee te maken, mocht ik mee met een oom die slager was in Schoonhoven, de plaats waar hij zijn slagerij heeft. Al op een heel vroeg tijdstip rijden we vanuit Schoonhoven richting Rotterdam. Een grotere veemarkt, waar ook paarden en koeien worden verhandeld en waar het dan ook om veel meer geld gaat. Eén, die ochtend gekochte koe, wordt later die dag door een nauw poortje naar het eigen slachthuis gebracht, neergeknald en klein gemaakt. Bloederige taferelen, toch eet ik er geen stukje vlees minder om.

Het nostalgische is er niet meer. Waar vroeger het stro lag en de schotten gekliefd stonden tussen de paaltjes, wordt de Beestenmarkt nu bezet gehouden door stoeltjes en tafels. Restaurants en cafés hebben er hun terras. Op zomerse dagen is het zoeken naar een plekje. Gezelligheid alom, toch als ik op het terras zit of er langsheen loop, denk ik nog vaak aan die donderdagse beestenmarkt, aan dat ene varken dat een ijsje ging halen bij Buitendijk, maar het uiteindelijk niet kreeg.