404. Toer door het Westland met de Tuinderij

25 september 2019. Als je je verkijkt op de tijd, kan dat ook een voordeel opleveren. Zo ook vandaag, waar ik met een grote groep mensen op pad ben namens de Tuinderij. Waar ik normaliter pas in zou stappen als de mensen bij de Tuinderij aangekomen zijn, rijd ik nu mee om hen ter plekke al welkom te heten.

In mijn aankondiging staat 11:30 uur, ik ga echter een uurtje eerder op weg naar de Tuinderij. Mouwen opgestroopt omdat mijn jasje bij een eerder evenement vermoedelijk per abuis is meegenomen, waardoor ik een jas heb, waar ik in hang. Met name de mouwen is een probleem of mijn armen zijn te lang. Ik stroop de mouwen op, zodat men het niet in de gaten heeft.

Omdat ik te vroeg ben heb ik de gelegenheid om met een van de bussen mee te rijden om mensen op te halen in Katwijk. Hardlopend schiet ik achter de tweede bus aan om tegen de deur te kloppen. Hierop stopt de chauffeur, die mij en onze passagiers, veilig gaat rondrijden.

“Wim”, zegt hij, als hij zich voorstelt. We hebben elkaar eerder gezien en hebben een gezamenlijke hobby. We zijn beiden Sinterklaas. “Heb jij al optredens staan”, vraagt hij. Ik kan het beamen. De eerste bezoeken zijn inderdaad al geboekt. Dan is het opletten omdat we de ‘grote’ weg op gaan.

Wanneer we net weg zijn en ik wil gaan zitten, kom ik tot de ontdekking dat er veel water op de stoelen ligt. Wat is het geval? We rijden met de open bus, waar de avond voorafgaand aan de rit een zeil overheen is getrokken. Vlak voordat we weggaan is er een flinke bui gevallen. Door het klapperen van het zeil ‘regent’ het in en zijn de zitplaatsen zeiknat. Even heb ik overwogen mijn jasje uit te trekken en te gebruiken als droogdoek. Wim heeft echter een beter idee: “We bellen de organisatie waar we de mensen ophalen en vragen of zij wat handdoeken mee willen brengen.” Ik neem de telefoon ter hand en bel. “Geen probleem”, hoor ik aan de andere kant. Mooi, dat is geregeld.

We rijden achter de andere bus aan van de Tuinderij. Richting Wassenaar en Katwijk. We hebben bekijks. Mensen draaien hun nek om als ze de bussen voorbij zien rijden.

Er staan al mensen te wachten als we arriveren in Katwijk. Even inschattend: ik ben de jongste vandaag. Bij het instappen gaat het maar net goed als een automobilist rakelings langs me heen rijdt terwijl ik bezig ben een oudere vrouw naar binnen en boven te helpen. Een voorbij fietsende moeder met kindje achterop hoor ik hele lelijke woorden zeggen. Ook zij wordt bijna geraakt.

Als iedereen is ingestapt gaan we op weg terug. Terug naar de Tuinderij. Daar ontvangt het gezelschap een lunchpakket en flesje water, waarna we op pad gaan. Nog even doe ik met de thuisbasis en de gastheer van de andere bus de briefing. We krijgen een kistje mee met tekst, foto’s en telefoonnummers van de te bezoeken adressen.

Intussen heb ik in de bus al kennis gemaakt met een collega B.A.B.S. We wisselen wat informatie en ervaringen uit. Hoe leuk. Zijn vrouw verhaalt me dat ze eerder bij de Tuinderij is geweest met een zangkoor. Ik had al gehoord van de chauffeur dat hij ooit een zangkoor in deze buurt had opgehaald. Één en één is twee.

Onderweg mag ik vertellen wie de Westlander is wat voor soort mens het is en wat hij zoal doet. Ik mag over bedrijven en bezienswaardigheden vertellen terwijl op de achtergrond muziek klinkt van de Kromme Jongens. Al snel proef ik een heerlijke sfeer in de bus. Soms wordt het stil als ik vertel, op andere momenten gaat men tijdens mijn verhaal lekker door met hun verhaal. Het mag allemaal, het is hun dag.

Na een rit door het Westland arriveren we bij Optiflor. Een bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in orchideeën. En niet zomaar deze bloemen maar topkwaliteit. Zij behoren tot de top 10 in het telen van deze bloemen. Bij Optiflor worden we ontvangen door Aad. Aad is een ZZP-er die er zijn vak van heeft gemaakt om het Westland te promoten en dat doet hij met passie. Mijn gezelschap settelt zich in de bedrijfskantine waar men een kopje koffie krijgt aangeboden. Dan is het woord aan Aad. Ook hij vertelt over die typische Westlander en dan met name over de kweker. “Wat is een goede kweker?”, vraagt hij zijn publiek. Het blijft even stil. Dan zegt hij: “Een goede kweker heeft groene vingers, heeft een groen hart en heeft groen bloed door zijn aderen stromen.” Hij vervolgt met “En hij heeft groene ogen.” “Daarom”, zegt hij, “kunnen bijvoorbeeld Japanners, Chinezen en Koreanen nooit een goede kweker worden, zij hebben namelijk allemaal bruine ogen.” Na inhoudelijk, maar kort, nog even over de teelt, de grond, de bestanddelen voor een mooie plant en teelt te hebben besproken, gaan we de kas in. Bij de ingang van de kas krijgen we een paars gekleurd pyjamajasje aan. Een print, met uiteraard, orchideeën. De paarse phalaenopsis. Ook gaat er een blauw slofje over de schoenen en dan mogen we de kas in.

Aad vertelt enthousiast over de gang van phalaenopsis. Van klein plantje tot volwaardige te veilen plant. Een proces van zo’n anderhalf jaar. Hij geeft aan dat innovatie van groot belang is bij het proces, maar ook de passie en het enthousiasme om dagelijks 24/7 bezig te zijn met het bedrijf. Niet voor niets gaan bedrijven vaak van overgrootvader, naar opa, naar vader en dan op zoon. “Je kunt studeren wat je wilt”, zegt Aad, “Wageningen of in het buitenland, als je niet de kenmerken hebt van een kweker, wordt het niets.”

Na een goede half uur, gaan de jassen weer uit. Een van de deelnemers wil zo’n jas wel mee naar huis nemen, maar ze zijn geteld en dat mag niet. De slofjes zie ik stiekem in de tas verdwijnen.

Aangekomen bij de bus blijkt dat het zwaailicht, dat op het dak van de bus is gemonteerd, is losgeraakt. Chauffeur Wim haalt even een ladder en haalt het zwaailicht van het dak. Dan gaan we opnieuw op pad. Het wordt een race tegen de klok omdat we ook nog bij de Maeslantkering willen gaan kijken en dan het liefst binnen.

Onderweg passeren we het bedrijf Koppert Cress. Ik vertel er over en geef aan dat eigenaar Rob Baan ook voorzitter is van het Varend Corso. Slechts weinigen kennen het fenomeen, ze verwijzen naar hun eigen bloemencorso. Een corso is het ook al doen wij Westlanders dat op het water.

Met wat stevig draaien, de bus heeft geen stuurbekrachtiging, stuurt Wim de bus door de dorpjes richting Maeslantkering. Gaan we het halen?

Om vijf minuten voor vier arriveren we bij het Keringhuis, Publiekscentrum Water. Ook de andere bus, die een andere route reed is inmiddels aangesloten. Er is enige twijfel, ‘mogen we nog naar binnen?’ De vrouw achter de kassa moet het even overleggen. Wanneer een man in het donkerblauw gekeurde shirt naar de balie komt, geeft hij aan dat we gratis naar binnen mogen. Er is geen tour met gids meer “en….” zegt hij, “u moet met een half uur weer vertrekken.” Een mooie deal waar we graag gebruik van maken.

Na een half uur is het genoeg geweest en stapt iedereen weer in. We gaan terug naar de Tuinderij. Onderweg promoot ik de activiteiten bij de Tuinderij nog maar eens voor mijn gezelschap. Om exact vijf uur, de afgesproken tijd, rijden we het terrein weer op.

Ik neem afscheid, krijg applaus en help de mensen nog even uit de bus. Een van de deelnemers fluistert in mijn oor dat ze met haar hele gezin, kinderen en kleinkinderen een afspraak gaat maken voor een bezoek aan de Tuinderij. Ik krijg een hand en glimlach van alle deelnemers. Ze hebben genoten, krijg ik te horen. Dat is mooi. En ik weet het zeker: Volgende keer mogen ze me weer bellen voor zo’n toertje. Ik doe het met plezier.

395. Een paar lelijke woorden kunnen soms helpen

12 juli 2019. Ik sta geboekt voor een solexrit van de Tuinderij. Het gaat ‘s morgens goed mis met het weer. Van Weeronline krijg ik de mededeling dat er een kans op onweer is. Dat hoeven ze me niet te melden want de lichtflitsen en Donar houden flink huis. Mijn lief is onderweg. Ik weet, hier houdt ze niet van, ik trouwens ook niet. Via een app kan ik haar volgen, ik gooi de schuur alvast los. Net op tijd rijdt ze het achterstraatje op. Dan valt de bui. Grote druppels doen onze achterplaats veranderen in een meer. De vlinderstruik is zo zwaar dat de takken op straat liggen.

Ik houd angstvallig de Weerapps in de gaten. Regen en solexen gaan niet bepaald samen. Een natte weg is meestal wat glad en dan moet ik mensen meenemen die mogelijk voor het eerst op zo’n voertuig zitten. Zou het door gaan?

Om half twee is het bijna droog. Wat lichte spetters. Ik rijd naar de Tuinderij. De solexen staan netjes in het gelid. Hans zit op zijn platte kont op de werkvloer en heeft een rijdende WC-pot uit elkaar gehaald. De groep is nog niet aanwezig. Ik zoek mijn gele hesje, de portofoonhouder, het oortje en de portofoon. Ik besluit om ook een leren jasje aan te trekken. Mijn lievelingsjasje hangt er nog. Ik loop langs mijn solex. Ze zijn vergeten om de benzinedop terug te plaatsen. Het wachten is op de deelnemers.

Daar zijn ze. 24 stoere bouwvakkers die werken voor een timmerbedrijf. Stuk voor stuk stevig gebouwd, al loopt er ook een ‘kleine’ smalle jongen tussen. Leerling is hij zegt ie. Als een pact lopen ze het terrein op. Wanneer Eric zijn feestkar wil verzetten, houden ze hem van achteren tegen. Oh, zo’n groep is het dus, denk ik.

De groep verzamelt zich achterin de grote zaal. Een deelnemer is er nog niet. Daar wachten we op. Wanneer de groep compleet is heet Eric hen wederom welkom. Het gebruikelijke praatje. Nog even naar het toilet, alvorens de verkleedpartij gaat plaatsvinden. ‘In de tand des tijds.’ Dat betekent lange leren jas en pothelm op de knar.

De mannen lopen achter mij aan. Altijd een hilarisch gebeuren. Het niet kunnen kiezen van jas of hoofddeksel. Het duurt even maar dan kunnen we naar de uitleg. Een van de mannen heeft wat velletjes met plaksnorren bij zich. Hij verbergt deze onder zijn jas.

Wanneer we bij de solexen staan komen de snorren tevoorschijn. Rode, grijze, hang, Hitler en zwarte snorren. Sommige hebben er een van zichzelf. Eenmaal opgeplakt, vallen de plakkertjes op de grond, een van de medewerkers van de Tuinderij ruimt ze even op. Dan komt de uitleg.

Terwijl er de voorstelronde van de begeleiders is, staat men elkaar te fotograferen. Een van de mannen moet nog even naar het toilet. Zenuwen?

Na de uitleg naar het oefenrondje. Netjes rijden ze achter mij aan. Na een tweede oefenronde rijd ik direct door, dan slaat de solex ook niet af en kunnen we direct door. Ik heb het idee dat het weleens een snelle rit kan worden. Bravoure is maatgevend.

Voor mij uit rijdt de feestkar met twee werknemers achterop. Beiden hebben hun hand in het verband. In de vinger gezaagd? Geen idee. Een van de mannen achterop met het Hitlersnorretje steekt zijn arm gestrekt naar voren. Dit vind ik ongepast en absoluut niet kunnen. Ik zwaai met mijn vingertje naar hem, waarop hij stopt en zijn hand naar beneden doet.

We rijden richting Dorppolderweg. Als ik over de brug rijd zie ik de laatste nog onderdoor rijden. Het wordt even wat snelheid minderen om in een groep te rijden. Dan gaat het fout. Een blonde bouwvakker stuurt zijn solex de graskant in en rijdt een greppel in die vol water staat. Stoer? Echt niet. Het water dat die ochtend is gevallen spettert alle kanten op. Een onverantwoorde actie. Ik stop de groep, stap af en spreek de man op niet mis te verstane wijze aan en zeg dat ik dit niet tolereer. Zijn maten roepen hem eveneens tot de orde. We rijden door maar ze weten nu ook dat ik me verantwoordelijk voel en niet van dit soort acties houd.

Wanneer we even rijden krijg ik een melding dat een begeleidende bromfiets zijn benzinedop is verloren. Ook is bij een van de solexen de gaskabel losgeschoten. Bromfiets gaat terug, solex wordt gewisseld.

We rijden net in het Kraaienest als men de hemel weer open gooit. Zachte regen tot gevolg. Mijn bril zit vol druppels. De groep blijft netjes achter me rijden. We nemen het Kralingerpad als het wat door gaat regenen. We steken de Westgaag over om richting Schipluiden te rijden. “Kunnen we niet harder”, vraagt een van mijn volgers. Ik antwoord dat we zo hard gaan als de langzaamste rijdt.

Op het Gaagpad gaat het wederom fout. Een van de solexers gaat onderuit. Gelukkig geen vervelende gevolgen. Op naar het Raadhuis voor een kopje koffie of een glaasje fris. Alcohol is door baas jr. verboden te drinken. Een goede beslissing.

De Trambrug ligt er af. Er is een vervangend traject gefabriceerd. Omdat we wat tijd zijn verloren sjezen we door het dorp. Niet echt handig, de school komt net uit.

Bij Het Raadhuis zit er geen snelheid in. Geen eigenaren aanwezig en vrij jong personeel. Het is wachten en wachten. Excuses worden aangeboden, maar we lopen achter op het schema en moeten een alternatief bedenken voor het vervolg naar de tweede stop.

Ik kies voor richting Den Hoorn, we steken de A4 over om direct linksaf te slaan. De Ommedijk rijden we af. Om daarna de Harnaskade te nemen. We nemen even afscheid van feestkar en bezemwagen. Ze mogen er niet rijden. Later komen we ze weer tegen als we via de Woudselaan de A4 weer over zijn gegaan. Dan het Meerpad op. Wederom een wissel van een solex. Even stoppen en dan weer op weg. Op weg naar ’t Woudt.

Onder de Woudseweg door richting De Lier. Hier gaat het plank gas. Links en rechts komen de solexen naast me rijden, slechts een berijder durft het aan om mij te passeren. We rijden naar Eetcafé De Witte.

Bij de Witte krijgen we de buitenbanken toegewezen. Ze staan nog onder de tafel. Als ik ze er onder vandaan wil halen guts er een plons water in mijn schoenen. Soppend kom ik die middag thuis.

Wanneer men de drankjes opneemt nemen we even contact op met baas jr. Mag er voor een biertje worden gekozen? Dat mag. Na een 25 minuten terug naar de basis. Via het Kralingerpad, de Kreekrug en de Berckenrode naar de Zijtwende om rechtsaf de Oostbuurtseweg in te rijden. Dan is het kwestie van gas geven en terug naar de basis. Na 25,7 km zijn we terug en kunnen de solexen naar binnen.

Nog even een foto en de diploma-uitreiking dan kunnen de jassen uit. De mannen hebben het naar de zin gehad. Een voor een geven ze de begeleiding een hand. Een mooie afsluiting. Soms moet je even laten zien wie je bent, al valt dat niet altijd mee. Morgen weer een rit.

392. Solexrit met hindernissen

“Zou het wel doorgaan”, zegt mijn lief als we ‘s morgens opkomen. De stoelen en bankjes liggen achter in de tuin, waar ze normaliter tegen het huis aan staan. De planten van de tafel zijn spontaan de tuin in gewaaid en vind ik terug tussen de hortensia’s. Die dag moet ik nog een solextoer doen.

Ik ruim de tuin een beetje op terwijl ik in gevecht ben met de wind. Er staat nog steeds een straffe wind. 120 km/u geeft Weeronline aan op mijn mobiel. “Ach, het is nog niet zover”, antwoord ik mijn vrouw. Ze moet nog even boodschappen doen en komt even later nat terug. “Lekker dan”, zegt ze, “veel succes, vanmiddag.”

De toer begint om 12:30 uur. Ik eet nog even een boterham voor ik weg ga. Terwijl ik achter het glas zit waaien de wolken in hoge snelheid langs mijn raam. Ik zoek mijn bedrijfskleding op en trek nog een jas. Je kunt niet weten.

Om 12:00 uur waag ik het er op. Mijn fiets gaat in de hoogste ondersteuning. Ik heb zwaar tegenwind als ik de wijk uit rijd. Hier en daar liggen wat takken op de weg. Net voorbij het benzinestation Total krijg ik zwieper, ik schuif zowat de begraafplaats op. Een groep mensen komt er juist vanaf lopen.

Wanneer ik het Hodenpijlsepad op rijd ligt deze bezaaid met takken en bladeren. Een grote tak ligt dwars over de weg. Even afstappen en opzij schuiven. Zou niemand anders die tak hebben gezien of heeft niemand zin om af te stappen. De tak ligt mij er te gevaarlijk. Dan wordt het stevig trappen naar de Tuinderij.

Bij de Tuinderij maak ik even een foto van het programma voor vandaag. Altijd makkelijk, er zijn stoptijden aangegeven daar kan ik me op richten. Ik zoek mijn favoriete korte leren jas. Een geel hesje, de portofoonhouder en de portofoon. De solexen staan prachtig in het gelid gestald. Het gaat dus door.

Met de bezemwagenbestuurder halen we de groep op die op de Wurft aan het tafeltennissen is. 14 stoere mannen die hun teamuitje hebben en de pensionering van een van hen vieren. We dirigeren ze naar de tribune en heten de groep welkom. Ze krijgen te horen wat de bedoeling is van vanmiddag. De leren jas en helm wordt opgezocht. Dan is het tijd voor de uitleg van de solex. Zoals zo vaak moeten er eerst nog wat foto’s worden gemaakt. Twee mannen hebben een GoPro bij zich. De eerste filmpjes worden geschoten. Wanneer de uitleg klaar is rijden we een oefenrondje. En nog een. Onderweg ruim ik al wat takken van de weg. Een vijftal slechtvalken kijken vanaf de twee hokken, die hangen aan de loods van de Tuinderij, wat ik aan ‘t doen ben.

Na twee oefenrondjes het sein om te vertrekken. Eerst nog rustig voor de wind, maar als we tegenwind rijden, kom ik niet meer vooruit. Ik moet bijtrappen, mijn solex rijdt voor geen meter. Goed voor de conditie, maar niet heus. Dat wordt vast een natte rug.

Van achteren komt een busje aan rijden. Ik denk dat hij achter ons blijft. Van de andere kant komt een stationcar. Het busje zit plots tussen de groep solexers en de auto in. Met de spiegel raakt het busje de helm van een van de solexers. Het gaat maar net aan goed. Een GoPro registreert het kenteken. De chauffeur heeft kennelijk haast en maakt zich snel uit de voeten. Heeft hij niks gehoord of gevoeld? Het gaat tegenwind niet hard. Ik ben benieuwd of ik de eerste stop op tijd ga halen.

We draaien het Kraaijennest in. Hier is het helemaal drama. Er liggen bomen over de weg en hele dikke takken. Hier kunnen we niet verder. Nu begrijp ik waarom er gekapt moet worden. De bomen zijn ‘ziek’. Met vereende krachten slepen we de bomen van de weg af om weer twintig meter verder te rijden. We lijken van de hulptroepen. Opnieuw van de solex af en slepen. Ik neem contact op met de Tuinderij, maar daar zit kennelijk niemand achter de portofoon. Het is eigenlijk geen doen. Vanuit het westen komen donkere wolken aan waaien. Slechts één deelnemer heeft voor een regenbroek gekozen. Na er driemaal af te zijn geweest kunnen we verder. Plat op het stuur, anders rijden we achteruit in plaats van naar voren.

Wanneer we de Oudecampsweg in rijden gaat het wat beter, maar ook daar hebben de hulpdiensten nog geen takken weg gehaald. Bij de Maasdijk komt het zonnetje. De wind blijft stevig. Het tunneltje onder de Maasdijk is even een gilmoment. Zoals kinderen even een gil geven in een tunnel, doen een aantal van deze mannen dat ook. Dan de Oostelijke Slag in naar de Lange Kruisweg om bij de Total benzinepomp de Korte Kruisweg te nemen. Via de Oranjepolderweg gaan we naar de oversteek van Oranjedijk om daarna door te rijden naar restaurant de Bosrand. Het gaat nog bijna fout als we de oversteek maken. Het is aan de oplettendheid van de solexers te danken dat men niet omver wordt gereden. Terwijl we aaneengesloten oversteken moet een auto er nog even tussendoor. Bij de De Jonghkade gaan we linksaf. Een aantal solexers nemen het rit aan en rijden bij mij weg. Ik laat ze gaan. Zij weten niet dat ik plots rechtsaf ga.

Bij de Staelduinlaan is het nat. Er liggen bladeren op de weg en takken. Het is met twee handen aan het stuur en gas terug. Een bevroren weg is er niets bij. Rustig rijden we naar de eerste stop.

Bij de Bosrand is men niet op de hoogte van onze komst. Dat betekent geen gebak bij de koffie. De mannen malen er niet om. Bij een biertje hoort geen gebak. Op één been kan je niet lopen, men bestelt er een rondje bij. Na een half uurtje vertrekken we weer.

We gaan terug en nemen de Bonnenweg naar de Oranjedijk. Daar hebben we wind mee. Als één van de solexers wil filmen geef ik hem de gelegenheid. Plat op het stuur stuift hij er van tussen, waar ik de groep ophoud. Dat lukt me niet helemaal en even later schieten er vier solexrijders vandoor. Het gaat hard, ik schat zo’n 35 km/u. De duim gaat omhoog als we langs de filmer rijden. De vier mannen laten zich weer afzakken. De Maasdijk is ons volgende doel. Dan plots de medeling: “Aad, effen rustig aan, er is er een gevallen.” Ik zet de groep stil. Gelukkig niks ergs, hij is in de graskant beland.

Bij de oversteek van de Maasdijk is een rode Opel onze vriend. De chauffeur van deze auto laat de groep voor gaan en stopt. In de tunnel onder de A20 hetzelfde tafereel als in de tunnel aan de Maasdijk: gillen. We rijden de Westgaag af tot aan het Kralingerpad. Dan met forse zijwind dit pad af. Het is hier ook echt twee handen aan ‘t stuur. Bij sommige rukwinden lukt het maar net om op het pad te blijven. Bij De Witte in De Lier doen we een drankje, er komt een schaal bitterballen op tafel. Een half uur rust om daarna naar het eindpunt te rijden.

Op de Kleine Zijde gaan de remmen los en scheurt men mij links en rechts voorbij. Ik vind het goed en kan ze ook niet meer terugroepen. Bij de solexloods van de Tuinderij zie ik de mannen terug. We hebben 30,6km getoerd.

Er wordt een foto gemaakt waarna het diploma wordt uitgereikt. Nog even vraag ik naar de schade van de man die door de bus is geraakt, het blijkt gelukkig mee te vallen. Dan nemen we afscheid van de groep. De wind is inmiddels zo straf geworden dat de buitendeur bij de Tuinderij niet meer open gaat. Het is omlopen geblazen.

Nadat de solexen weer netjes zijn weggezet is het tijd om huiswaarts te gaan. Onze jongens komen eten en ik heb die dag al vroeg in de keuken gestaan om pannenkoeken te bakken. “Toch wel met spek, hé vaders”, zegt er een. Ik kan hem geruststellen.

388. Op stap met 24 vriendinnen

Op mijn Tuinderijagenda een solexrit met ontvangst. De bijgevoegde naam van de boeker komt me bekend voor. Ik zie dat er ook een middenrijder is op de bromfiets. Dat betekent een grote groep. Om even voor enen wil ik richting de Tuinderij. Er staat best een stevig windje. Het zonnetje is er ook. Toch had ik beter over mijn Tuinderijvest wel een jasje aan kunnen trekken. 14 graden is geen uitnodigende temperatuur.

Op locatie aangekomen staan er flink wat solexen in gereedheid. Een groep rijdt net weg. Nog even een babbeltje met de bezemwagenbestuurder. Ik tel het grootste aantal solexen, hier zal ik aan verbonden worden, is mijn inschatting. 25 stuks staan afgetankt in het gelid met het voorwiel naar rechts. Ik kom een van de vaste medewerkers tegen. Even een praatje voor ik mijn gele hesje (niet uit protest maar voor veiligheid), mijn portofoonhouder en een leren jasje arresteer. Het jasje is wel een dingetje, ik heb een favoriete. De rits is kapot, maar de drukknopen doen het nog prima. De mouwen zijn lang genoeg en de battledress style past me als gegoten. Ik ben vroeg. Een medewerkster van de Tuinderij komt me melden dat de groep al ruim een half uur rondloopt door het complex.

Als ik naar de ruimte loop waar de WC-pot-race ook plaatsvindt, staat daar de damesgroep. 24 stuks. Vele vijftigers, soms nog wat ouder. Een vrouw komt op me toelopen. “Hé, moet jij ons rondrijden.” De vrouw is een medemuzikante van de politiekapel waar ik ooit in gespeeld heb. “Van Meurs, toch”, zegt ze, “wat was je voornaam ook al weer.” “Aad”, zeg ik. “Oh ja”, zegt ze. “Hé Aad”, zegt een andere vrouw. Ik moet nadenken, maar weet niet waar ik haar van ken. Dan nog één die me kent, en nog één, haar ken ik dan wel. Dan ook nog een achternichtje. Een gezellige club bij elkaar. “Ja, ik ben 55 geworden”, zegt de muzikante “en heb mijn vriendinnen lekker meegenomen.”

Ik ga nog even naar de ruimte waar het programma voor de groep hangt. Maak er een foto van zodat ik weet hoe laat de stops zijn en welke locaties we aandoen. Bij terugkeer gaan de dames even op de tribune voor het welkomstwoordje en wat uitleg. “Beste dames, we gaan in de tand des tijds”, zegt de medewerker van de Tuinderij. “U hoeft de jas die u zo uit gaat zoeken niet te kopen, dus kiezen, passen en terugkomen”. Daar wandelen ze door de rekken met leren jassen, ‘modieuze’ jassen, jacks en bontjassen. Wat al was bedacht gebeurde ook. Jas aan, jas uit, jas aan, jas uit. “Staat deze me wel”, zegt de ene vriendin tegen nummer twee. “Ik heb te grote borsten”, zegt een ander “de bovenkant kan niet dicht.” “Meneer klopt het dat de knopen aan de verkeerde kant zitten.” “Dat klopt mevrouw, u heeft een mannenjas aan”, antwoord ik. “Oh, dan moet ik een ander zoeken.” Het schiet niet op. Dan ook nog een hoofddeksel opzetten en door naar de solex.

De dames zoeken een solex uit. Andere willen nog even een foto in de tand des tijds. “Wanneer maken we die groepsfoto”, vraagt jarige Jet. “Dat komt straks goed, mevrouw.”

Het voorstelrondje vindt plaats. Ik mag als eerste. “Aad”, zeg ik. “Ik rijd voorop, ben als eerste weg en wil ook graag als eerste weer aankomen.” “Arie”, zegt nummer twee. “Ik rijd op de brommer en zet de wegen af als we moeten oversteken.” “Ik ben Aad”, zegt nummer drie, “Ik rijd in het blauwe monster en heb reserve solexen bij me.” De drie Aa’s zijn vandaag de begeleiders.

De uitleg vindt plaats. De medewerker Tom legt uit hoe een solex werkt. De dames kletsen rustig met elkaar verder. Er moet nog even een foto gemaakt worden en nog een. Nog een keer doet Tom de handelingen voor dan kunnen we weg voor het oefenrondje. Dat gaat prima, al snel hebben de meeste de solex onder de knie. Een paar vinden het eng. Zij zijn bepalend voor de snelheid van de groep.

Na de oefenronde gaan we van start. We zijn net aan onderweg als ik als voorrijder het sein krijg om in te houden. “Er zit er hier achterin één te stuntelen”, hoor ik vanuit de bezemwagen. “Ze geeft gas, knijpt in de remmen en slingert over de weg.” Even houden we in, het tempo zal dit keer niet hoog liggen. We gaan door het Kraaijennest, Burgerdijkseweg, Kralingerpad richting Gaagweg. Bij Akkerleven rechtsaf langs de ijsbaan van Schipluiden naar het golfbaanterrein. Dan om het gemeentehuis richting ‘t Raadhuis. Daar is de koffiestop. Lekker op het buitenterras een kopje koffie, thee of een glaasje fris. Daar hoort een appeltaartje bij met echte slagroom.

Wanneer we aangeven weer verder te gaan, moeten de dames naar het toilet. Met twee toiletten kost dat tijd, tijd die we ook al verloren hadden bij de verkleedpartij. Één van de dames stift haar lippen nog maar eens vuurrood. Je moet er wel spic en span uitzien als je op de solex zit. Als ik aan de wat oudere vrouw vraag wat ze er van vindt, geeft ze aan nooit een solex te zullen kopen. “We blijven toch wel op de fietspaden”, zegt mevrouw. “Het moeilijkste stukkie hebben we achter de rug”, zegt de chauffeur van de bezemwagen.

De solexen worden opgehaald naast de Dorpskerk. We gaan richting Den Hoorn. Rustig aan rijden we over het viaduct van de A4 en nemen de brug links. Over de Ommedijk rijden we richting Lotsweg. Het is nu even puzzelen, want de volgende locatie staat om 16:00 uur gepland. We nemen het slingerpad om richting ‘t Woudt te rijden. Dan blijkt er een kapje van een van de solexen af te zijn geschoten. Het ligt ergens op de weg. De bromfietser gaat terug en vindt het terug. Bij de Woudseweg gaan we via het tunneltje onder de weg door om direct linksaf te gaan. We rijden parallel aan de Woudseweg. Dan zie ik plots de bezemwagen aan de andere kant van de weg rijden. Door een solexwissel zijn we elkaar uit het oog verloren.

We gaan zonder bezemwagen verder. Even later meldt de bestuurder dat zijn karretje tot stilstand is gekomen en er geen beweging meer in is te krijgen. We moeten zonder hem verder.

Een van de vrouwen vraagt of ze een filmpje mag maken. Ze rijdt een flink stuk vooruit, probeert haar solex neer te zetten in het gras, maar deze valt om. Als je denkt dat het omgevallen karretje eerst wordt overeind gezet. Niets is minder waar. Er moet gefilmd worden. We rijden langs de Woudseweg, de burgemeester Crezeelaan langs om even na de rotonde het tunneltje onder de weg door te nemen. Veiligheid voor alles.

We rijden terug naar eetcafe de Witte in de Lier voor een drankje. Als er wordt gevraagd of ik een foto wil maken, ben ik daar best toe genegen. Ik klim op een stoel en schiet er drie. Even later komt men zeggen dat mijn vinger toch wel erg nadrukkelijk in beeld is gebracht. Ik schiet wat nieuwe plaatjes. “Wanneer gaan we nou die groepsfoto maken”, vraagt jarige wederom. Ik geef aan dat dit op de Tuinderijlocatie gaat plaatsvinden.

Na het drankje is het tijd om weer op de stappen. Een vervangende bezemwagen is inmiddels ook weer aangesloten. Wederom wordt het toilet bezocht. Wanneer ik een stukje op rijd, zegt een vrouw, “de mijne doet het niet.” Ze gaat met haar oor naar de motor. “Ik hoor hem niet lopen”, zegt ze. Als ik naar de solex kijk zie ik dat de haak van het motortje nog geborgd zit. Dan kan je beter gaan fietsen, zo gaat de solex het nooit doen.

Nu is het een kwestie van regelrecht terug naar huis. We melden dat we er aan komen. We pikken het Kralingerpad, de Scheeweg, waar breeduit wordt gereden om later het Berckenrodepad op te gaan. We steken de Zijtwende over en nemen de Oostbuurtseweg richting rotonde. Dan langs de Woudseweg, rechtsaf over de Zijkade terug naar de basis.

Om 16:50 uur komen we thuis aan. Iedereen is nog heel, geen ongelukken gebeurd en een heel feestelijk gezelschap rijdt de loods weer in.

Nu wordt de groepsfoto gemaakt. De jassen gaan terug in het rek. Het gezelschap blijft op locatie eten. De solexen worden weer gespiegeld in het daarvoor bestemd vak geparkeerd door de medewerkers. Dan is het tijd voor het uitreiken van het Nationale Solexdiploma. Die kan maar door een iemand zijn behaald, de jarige.

In haar toespraak memoreert zij nogmaals hoe zij de vriendschap met haar vriendinnen waardeert. “600 jaar vriendschap”, zegt ze. “Met sommige al 47 jaar.”

Het glas wordt geheven, voor mij zit het er op. Een leuke rit met 24 vriendinnen.

348. Studenten in de Tuinbouw

Het is een bijzondere solexrit. Maar wel een in de positieve zin des woords. Ik heb op het schema al gezien dat de rit langer gaat duren dan ik gewend ben. Wanneer ik om 10:10 uur richting de Tuinderij rijd, miezert het licht. Buienradar had me er al voor gewaarschuwd. Toch maar een jas opzoeken straks.

Bij de Tuinderij aangekomen kom ik mijn bezemwagenmaatje al tegen. “Ben je bekend in het Westland?” vraagt hij mij. “Hoezo?” vraag ik hem. “We gaan naar Tomatoworld in Honselersdijk en naar Westlandpeppers in de Lier.” De laatste locatie weet ik te vinden de eerste moet Google Maps aan te pas te komen. We zijn net aan uit te zoeken hoe we zullen rijden als het sein wordt gegeven dat onze groep is gearriveerd. Zij zijn met een bus van de Tuinderij opgehaald bij het station in Delft. Een groep Amsterdamse studenten die zich hebben ingeschreven voor een culturele informatieve dag, die is georganiseerd door Greenport West-Holland. Greenport is een organisatie die in samenwerking met overheden, ondernemers en kenniscentrums de tuinbouwsector aan het licht brengt. Twee organisatoren van laatstgenoemd bedrijf begeleiden de groep.

Deze dag staat in het teken van Dutch Agri Food Week. Een evenement gelijkend op ‘kom in de kas’, maar dan meer georganiseerd voor een doelgroep. Dit keer studenten die zich hebben ingeschreven voor de Solex Groente Tour. Zij stappen op een solex rijden naar Tomatoworld in Honselersdijk, doen er een rondleiding en workshop om hun rit later voort te zetten naar Westlandpeppers in De Lier. Ook daar zal men door de kas wandelen en een challenge doen.

Voor 20 mensen staat er een solex klaar. Die zijn er niet. Een aantal laat het afweten. Ook na nabellen komen ze niet opdagen. Dan maar met een kleinere groep op pad. We moeten de kortste weg nemen naar Tomatoworld. Tijd is geld. Wanneer we het terrein op komen rijden, staat men te filmen. “Zo vaak hebben we dat niet dat er mensen op solexen binnen komen rijden”, zegt de filmende vrouw.

We krijgen een hartelijk welkom. De tomaatjes staan in bakjes op de tafel en al snel gaat de eerste het mondje in. Na een kopje koffie of thee doet Miranda van den Ende, directeur, de rondleiding op het bedrijf. We lopen langs diverse bilboards waarop o.a. staat beschreven hoe het gaat met de wereldbevolking, de uitstoot van CO2, de samenhang tussen licht, water en toevoegingen. Maar ook over de voedselschaarste straks bij de overbevolking. Men krijgt te horen wat een zak zaad kost van een kilo tomatenzaadjes, waarop men de tomaat teelt. Een diversiteit aan zaken rond dat ene rode bolletje. Hierna gaan we de proefkas in. Een witte jas en overschoenen doen hier de hygiëne. Zo’n 80 verschillende tomatenrassen, hebben een plekje gekregen in een klein warenhuis. Terug in de ontvangstruimte wordt de stand met verschillende soorten tomaten nogmaals getoond, niet aan de plant, maar in een bakje. Vele soorten, cocktail tomado, cherry tomado, coeur de boef (het ossenhart), snack tomado, beef tomado, wine tomado, prune tomado, common tomado. Hiervan mag men natuurlijk proeven en dat alleen al is een beleving op zich.

Wanneer Miranda vraagt welke studierichtingen de studenten volgen, blijkt er een diversiteit aan studies. Rechten, geneeskunde, luchtvaarttechniek, mechanica, maar geen studie op het gebied van tuinbouw en voedsel. Toch ziet men wel degelijk kansen door de innovatieve krachten die men gebruikt bijvoorbeeld in de luchtvaart.

Het is tijd voor een workshop. Het maken van Oma’s tomatensoep. Een toast maken met o.a. tomaten en het maken van een vruchtensalade. De studenten verdelen zich over de diverse tafels en wij, begeleiders, mogen toekijken en later mee-eten. Want wat is gemaakt wordt ook ter consumptie aangeboden. Tomatoworld heeft er luxebroodjes bij beste besteld en de maaltijd is compleet.

Na de maaltijd rijden we op de snelste wijze naar Westlandpeppers. Hier wacht Bram Kloosterman ons op om de groep mee te nemen door het proces van pepers. Maar eerst gaat de witte jas aan en het witte mutsje op. Hygiëne is belangrijk. Ook hier een geïnteresseerde groep. De immens hoge kassen laten planten zien die vol hangen met vruchten. Al loopt het seizoen al een beetje ten einde. Bram legt uit hoe het productieproces in zijn werk gaat, we lopen door de sorteerruimtes en hij vertelt hoeveel kilo er zo van een plant afkomt. We wandelen langs planten waar men bezig is met experimenteren. Een mooie rode peper met een heerlijke fijne smaak, bijvoorbeeld. Men krijgt pepers in de handen gedrukt. “Proef eens wat de verschillen zijn”, zegt Bram. De telefoons staan constant op foto’s maken of een video en dat is niet voor niets. De mooiste opname zal worden beloond met een prijs van €250,00. De beoordeling ligt hier bij Greenpont, Tomatoworld en Westlandpepper.

Nadat we de kas hebben verlaten vindt de challenge plaats. Zittend aan een tafel gaan de studenten proberen om pepers te eten. Ze staan gesorteerd op heet, heter, heterst. Een student laat zich niet kisten. Men eet. “Durf jij die”, vraagt de een aan de ander. Een student heeft een peper afgeknabbeld waarbij hij de tranen in de ogen heeft gekregen. Er komt een zakdoek aan te pas. Een ander durft nog verder te gaan en pakt een van de meest gepeperde. Zijn gezicht spreekt boekdelen. Dit is niet lekker, maar winnen is belangrijk. Dan plots staat hij op. Hij heeft een maagkramp. Pepers doen wat met je, als je ze onverantwoord opeet. Hij bleef lang weg en maakte gebruik van het toilet. Sommige studenten nemen pepers mee. De verrassing voor hun huisgenoten zal groot zijn als men zo’n pepertje krijgt voorgeschoteld.

Het is tijd om de thuisreis aan te vangen. De solexen worden opgezocht, maar we vertrekken niet eerder dan dat we met Bram op de gevoelige plaat zijn gezet.

De Burgemeester Crezeelaan wordt afgeracet, we buigen af naar de Kleine Zijde om zeven minuten later weer het terrein van de Tuinderij op de rijden.

Een prachtige verrassende dag waar ik als voorop rijder aan mocht deelnemen. Het heeft mij een mooi inzicht gegeven in de teelt van tomaten en pepers, al moet is eerlijk bekennen dat ik er al het nodige van wist. Als 10-jarige ging ik vroeger al mee met mijn vader om tomatenkistjes te papieren, tomaten te plukken en komkommers te snijden. Maar voor deze studenten heeft het heel wat opgeleverd en misschien levert het nog meer op als ze de prijs krijgen overhandigd. Een leerzame dag die werd besloten met een hand van de dankbare studenten.

346. Soms zit het mét, soms zit het teugen

Er zijn van die dagen dat je van tevoren al weet, dit wordt het niet. Zo’n dag had ik toen ik een groep moest begeleiden voor een solexrit. Niet luisteren, eigen dingetjes doen, onverantwoord bezig, telefoon gebruiken tijdens de rit. Gewoon niet leuk en dat verwacht je niet van een rit die leuk moet worden.

Het is een vrijdagmiddag in Oktober een groep van zo’n 22 mensen hebben zich ingeschreven om een solexrit te rijden. Waar kan je dat beter doen dan bij de Tuinderij. Op de fiets rijd ik in mijn Tuinderij-jack richting locatie. De zon is krachtig, een prachtige dag om een heerlijke solexrit te maken.

Dit keer twee oudere begeleiders. De man in de bezemwagen, vrolijk van karakter, nog een stukje ouder dan ik zelf ben en ik. Het is altijd gezellig tot die ene keer.

Wanneer ik het terrein op kom rijden staat de groep al te wachten. De parkeerplaats is hun domein. Hier worden hun laatste nieuwtjes uitgewisseld. Een jonge collega van de Tuinderij haalt hen bijeen heet hen welkom en legt uit wat de bedoeling is. Hij legt hen tevens uit dat de rit in de tand des tijds gaat. Een leren jas en cap of helm. De groep gaat op weg naar de garderobe. De grootste leergarderobe van Europa, zeggen we vaak gekscherend.

De mannen en vrouwen schieten de hoek in van de jassen. Het is passen en terughangen, en nog een keer en nog een keer. Er zit geen vaart in. Ik geef hen te kennen dat de verkleedpartij ten koste gaat van de rit. Men heeft er maling aan en doet het op eigen tempo, staat te treuzelen met de camera in de aanslag. Wanneer we de groep bij elkaar hebben en iedereen gekleed is in de leren jassen outfit gaat één van de mannen weer terug. Toch maar een korte i.p.v. een lange jas. De groep wacht geduldig tot de man terug is. Nu kan de technische uitleg beginnen. Tijdens de presentatie is er geen tot weinig aandacht. De tijd is verder gelopen en de eerste 30 minuten zijn al om.

Na de uitleg rijden we wat oefenrondjes. Ik ga altijd voorop en heb aangegeven ook altijd de voorste te willen zijn. “Ik ga als eerste weg en ben ook als eerste terug”, zo geef ik hen met een grap mee. Daar gaat het al direct mis. Twee leden van de groep geven aan te gaan racen. Op vriendelijke toon geef ik aan dat dit niet de bedoeling is, ze vliegen mij voorbij. Twee andere rijders letten niet op en nemen de afslag niet, zij rijden door richting Schipluiden. Daar kan ik achteraan. Er is hen uitgelegd dat inrijden is: het leren rijden op een solex. Niet iedereen is zeker van zichzelf en een ongeluk zit in een klein hoekje.

We rijden een eerste ronde en omdat niet iedereen is gestart doen we er een tweede ronde achteraan. Dan kan de echte rit beginnen. We zijn nog geen 200 meter weg als ik voorbij word gereden. En niet één maar meerdere solexritberijders nemen het heft in eigen hand en besluiten niet te luisteren. Ik fluit een keer op mijn vingers waardoor men inhoudt. Ik geef hen nogmaals mee dat ik graag zelf de rit wil bepalen. Na een kleine kilometer hebben we een gat in het peloton. Er zijn er die hun telefoon vele malen belangrijker vinden dan teambuilding met hun collega’s. Vanuit de bezemwagen krijg ik dit al te horen. Ik knijp in de remmen en houd de groep achter mij. Dat blijft gelukkig zo. Als er een solex moet worden gewisseld, stop ik, het moet tenslotte een gezellig ritje worden met het hele gezelschap. Ik krijg vanuit de bezemwagen mee dat het gat dat inmiddels is gevallen is gedicht, we kunnen weer. “Gaan we nou nog een keer vol gas”, vraagt een van de deelnemers. Ik geef hem aan dat de langste solexrijder het tempo bepaald. “Dat is zeker die van jou”, antwoordt de grapjas.

Ik heb er geen goed gevoel bij. Men rijdt terreinen op van tuindersbedrijven en maakt er een zooitje van. Ook wij, als medewerkers van de Tuinderij, hebben een verantwoordelijkheid over hoe men omgaat met de solex. Het moet zonder ongelukken en iedereen moet het ook leuk vinden. Men heeft lak aan alles wat ik zeg. Een waarschuwing blijft twee minuten hangen, dan is men het alweer vergeten.

Wanneer er op een gegeven moment een gat valt van 150 meter krijg ik een melding uit de bezemwagen. “Ze zitten met z’n vieren te ouwehoeren en rijden niet door, ook niet nadat ik hen heb gewaarschuwd.” Ik houd de handrem vast en ga stapvoets rijden. Dat doen de vier achterin ook, het gat blijft even groot. Als een van de rijders gaat zigzaggen, krijgt hij opnieuw een waarschuwing. Het helpt niet. We gaan naar de eerste koffiestop. Er zijn gereserveerde tafels, ook daar heeft men lak aan. Men gaat zitten waar men wil. Zo jammer. Het wordt geen ‘koffie’stop’ het eerste biertje komt al op tafel. Ik kijk het met lede ogen aan. Mijn vreemde gevoel gaat steeds meer waarheid worden.

Als we na de stop weer op weg gaan houden we de groep bij elkaar i.v.m. de oversteek. Men blijft geduldig wachten tot ik het ja-woord uit heb gesproken. Eenmaal op het fietspad richting de Tuinderij, sprinten er ineens twee weg. Gaan plat op het stuur liggen en racen van de groep weg. Achterop is het kletsen wederom begonnen. De groep rijdt nu ruim 500 meter uit elkaar. Inwendig maak ik me boos, maar het zijn klanten en zij zijn koning. Wanneer ik aangeef dat we bij de Tuinderij doorrijden en naar de volgende stop gaan, komt men weer bij elkaar. We rijden het fietspad af en onder het tunneltje bij de Woudseweg. Dan linksaf richting het Groeneveld. Een vrachtwagen blokkeert de weg als de eerste acht rijders er voorbij zijn. Opnieuw wachten, maar nu niet door de rijders zelf. Vanuit de bezemwagen krijg ik het bericht dat we even moeten stoppen. Men is de eerste groep kwijt. Een van de rijders gaat terug en rijdt de rest van de groep tegemoet. De overige rijders rijden rondjes op privéterrein. Ik geef hen daar een opmerking over. “Ik moet niet zo chagrijnig doen”, zegt een van de solexers. Het hele spul is weer bij elkaar, we kunnen verder. Op naar de Witte. Langs het Kanaal opnieuw een melding uit de bezemwagen. De laatste rijden voor geen meter en zitten achterstevoren te filmen. Bij de Witte doen we een drankje. Na twintig minuten is de pauze om en gaan we voor de laatste kilometers. Ook ik geef de betrokken solexrijder die achterstevoren zat nog een waarschuwing. “Op een normale manier blijven rijden, anders haal ik je van de solex af en ga je maar lopen.” Meneer lacht er om.

Dan rijden we op de Oostbuurtseweg, als een deelnemer gaat staan op de pedalen zijn armen spreidt en staande rijdt met losse handen. Vanuit de bezemwagen krijgt ik terecht een hoop gemopper. Ik probeer de berijder van het blauwe monster te kalmeren. Hij is er helemaal klaar mee en ook ik heb er inmiddels mijn buik van vol. Men ruikt de stal en opnieuw gaat het gashandel open. Ik houd ze tegen en knijp in de rem. Ik gun ze het racen niet. Terug naar de basis. Daar aangekomen houdt onze verantwoordelijkheid op. Nooit eerder heb ik zo’n stelletje hoeven te begeleiden. Men mag best een beetje vooruitrijden voor een fotootje of filmpje of om een beetje te stangen, maar dit, dit was onbezonnen en onverantwoordelijk. Ik hoop zo’n rit niet meer te maken. Nog altijd blijft ‘Veiligheid voor alles’ ons motto, maar daar hebben we ook de groep voor nodig.

Een dag later had ik een geweldig leuke rit. Mijn ‘chagrijnigheid’ is kennelijk gezakt.

342. Er is zoveel mogelijk bij de Tuinderij

Het was me het dagje wel. Op een zaterdag mag ik bij drie groepen aan de bak. Dit keer geen pauze. Start om 11:30 uur, einde 18:00 uur. En eten tussendoor? Dat wordt lastig. Ik werk vandaag met iemand samen die ik nooit eerder heb gezien. Ik ga het mee maken.

Wanneer ik om kwart over elf binnen ben, leg ik mijn broodje in the Fridge. Of ik er ook aan toekom, ik wacht even af. Dan komt mijn teamcaptain binnen. Partijleider noemt men dat bij de Tuinderij. Een kleine man, maar wel iemand die weet wat hij wil. We maken even kennis en ga dan direct aan de slag. De scootmobielen moeten naar een plek op het parcours, bij Plankgas door de Kas. Er staat er een met lekke band. Wanneer ik een ander naar de startplek rijd, lijk ik op een slak te zitten, of een schildpad. De andere scootmobiel rijdt beduidend beter. Dat wordt wat straks. Even twee reserve mobielen in de buurt en dan naar de groep. Het zijn apothekers van verder weg. Enthousiaste dames in de meerderheid en ook drie mannen. We starten met touwdouwen. Een Westlandse variant van touwtrekken. Een heerlijk spel waar het er fanatiek aan toe kan gaan. Ook hier. Een vrouwenteam dat tot driemaal achtereen wint. Krijgt plots een team van vijf tegen over zich, waar zij met twee zijn. Dan capituleren zij.

We gaan door naar het volgende spel. Het sumoworstelen. Ook hier een fanatieke groep, leuk fanatiek. Na het zware pak aandoen, de beschermende hoofdkap op. Even de begroeting, een buiging naar elkaar, de oerkreet en dan worstelen. Sommige liggen al direct naast de mat. Anderen bedenken een strategie en lopen hard in het rond. Het gaat er stevig aan toe, zo stevig dat een van de dames afklopt en even moet bijkomen van de inspanning. Het blijft grappig om te zien hoe men elkaar te grazen wilt nemen. Na de inspanning even een kopje koffie of thee, om daarna direct door te gaan naar Plankgas door de Kas.

Bij Plankgas door de Kas legt men met een scootmobiel een parcours af. Er liggen twee gespiegelde circuits. Men rijdt met een groep tegen elkaar. Het is in estafettevorm, waar onderweg van jas en cape moet worden gewisseld en dan door. Onderweg is het een bal in de basket gooien en/of ringsteken. Wat ik al vermoed, de ene scootmobiel rijdt harder dan de ander en dat blijft niet onopgemerkt. Ik stel voor om na de tweede heat te wisselen van parcours. Dan blijkt dat ik gelijk heb. Helemaal als na drie rijders ook de langzaamste scootmobiel er helemaal mee ophoudt. Gelukkig staat er een reserve mobiel.

Na Plankgas naar Je kunt de Pot op. Een race op een wc-pot waarbij er zoveel mogelijk positieve ‘wc-rollen’ moeten worden gedeponeerd op de stok van jouw kleur. De wc-rollen hebben positieve en negatieve punten. Uiteraard zet je de negatieve bij je buurman. Er wordt vals gespeeld, maar dat is bekend. Het gaat er spannend aan toe. Na vier rondes worden de behaalde punten bij elkaar opgeteld. Een geweldig leuk spel, waar men met veel plezier aan terugdenkt.

De prijsuitreiking maak ik niet mee, want de volgende groep staat al klaar. Een combinatie van Nederlandse en Poolse werknemers van een bedrijf. We starten met levend tafelvoetbal. De Poolse werknemers tegen die uit Holland. Men gaat er flink tegenaan en deinst er niet voor terug om elkaars benen te raken. Er wordt bij gelachen en zolang dat gebeurt is alles toegestaan. De Poolse spelers staan al snel op voorsprong en lopen uit naar 10 – 4. Dit is ook de eindstand. Een tweede potje gaat tussen Poolse dames en Nederlandse. Ook hier zijn de Poolse net wat fanatieker dan die uit Holland. Er wordt in het Pools geschreeuwd. Ik kan er weinig van volgen. Dat er inspanning is gepleegd, blijkt als men met een bezweet hoofd uit de ‘kooi’ komt. Even een bekertje fris en door.

Ook voor deze groep Plankgas door de Kas en Je kunt de Pot op. Er wordt bij beide groepen gestreden en ook hier valt op dat de Ferrari scootmobiel veel harder gaat dan de Lamborghini. Niet eerlijk en dus ook hier een changé. De dames uit het gezelschap moedigen de mannen hartstochtelijk aan. ‘Dajesh, dajesh’ hoor ik de Poolse vrouwen roepen. Ik help hen en schreeuw mee, het is tenslotte mijn groep, ik ben hun teamcaptain. En we winnen. Nog even een fraai plaatje en dan naar de Pot op. Ook hier is valsspelen niet van de lucht. Er wordt ongeoorloofd gewisseld met rollen. Waar ik mensen altijd vertrouw moet ik mijn idee bijstellen. Zelfs, of misschien wel meestal de mannen in pakken, sjoemelen het meest. Na afloop is het diploma uitreiken, maar ook hier niet voor mij. Ik word door de volgende partijleider al weer opgeroepen te komen helpen.

Hier een huwelijksjubileum. 60 jaar bij elkaar. Dat is een mooie tijd. Tijdens mijn trouwpartijen zou het een mooi voorbeeld kunnen zijn. Er zijn veel ouderen aanwezig. Ze zitten in de Breedkapper, een term uit de tuinbouw. Zoals veel begrippen uit de tuinbouw komen bij de Tuinderij. Het kopje koffie met de lekkerste appeltaart is zojuist naar binnen gewerkt als wij samen binnen komen lopen. Na een woord van welkom nemen we de voltallige groep mee naar Plankgas door de Kas. Voor de ouderen halen we even wat stoelen zodat ze de verrichtingen van hun nazaten kunnen volgen. Ook hier gaat het er gedreven aan toe. Niet iedereen is er ook echt op gekleed. Dames met korte rokjes hebben het lastig. Hoe ga je zitten? Hier en daar moet het rokje even naar beneden getrokken worden. Een kousenband die een van de dames om heeft is ze al snel kwijt en hangt om haar enkel. Het haar zit op z’n netst waardoor een leren mutsje op niet echt gewild is. Dan maar meevoeren in het mandje van de scootmobiel. Ook hier een tussenwissel van mobielen. Wanneer je even niet kijkt ‘vergeet’ men de rotonde mee te nemen. Aanmoedigen blijft leuk, maak er iets geks van en het lukt. Even probeer ik de bruidegom over te halen om met zijn lief een rondje te maken, maar daar begint meneer niet aan. Er wordt een foto gemaakt van de hele groep als ook de aanhanger is aangekoppeld. Dat wil het bruidspaar ook wel, een foto maken.

Dan wandelen we op het gemak naar Je kunt de Pot op. De tribune wordt door de oudere generatie bezet. De jeugd speelt het spel en sjoemelt. En niet zo’n beetje ook. Maar het mag, de ogen worden dichtgeknepen als men bij de ander de rol met de hoogste waarde onder van de stok haalt terwijl er al meerdere boven op staan. Na driekwartier is het feest over en gaat men naar het eten toe.

Met de partijleider vegen we het parcours weer stro vrij. Dan gaan we de prijzen uitreiken. Bij de Breedkapper krijgen we de aandacht. De partijleider mag het diploma scootmobiel rijden uitreiken, voor mij is het de grootste sjoemelaar van de Pot op die ik naar voren mag halen. Met een groot applaus nemen we afscheid, nadat we een aardigheidje hebben gekregen. Het is klaar.

Het is inmiddels half zeven geworden en de trek is er inmiddels wel. Ik klok mezelf even in en uit in het registratiesysteem, neem een hap van een broodje en drink een biertje. Mijn vrouw heeft geappt hoe laat ik naar huis kom. Het eten staat te verpieteren. Maar als het leuk is kijk je niet op een paar minuten. Ik neem afscheid en laat op nadrukkelijk verzoek van de partijleider het opruimen van de scootmobielen aan hem over. Het is genoeg geweest.

De Tuinderij, een evenement op zich, waar zoveel mogelijk is. Niet alle activiteiten heb ik benoemd, kijk daarvoor op hun site. www.detuinderij.nl