412. Een heerlijke avond bij Muziekvereniging Liora

Als je 105 jaar bestaat vier je dan een jubileum? Bij de muziekvereniging Liora uit De Lier is men van mening van wel. Dat moet uitbundig worden gevierd. Hoe vier je dat dan? Dan bedenk je iets spectaculairs. Je spiekt een beetje bij tv en organiseert een originele Maestro. Dat is leuk maar waar haal je de kandidaten vandaan? Na ampel overweging is men er toch wel snel uit. Het moeten ‘prominenten’ uit het dorp zijn. Mensen die niet alleen voor eigen eer en glorie presteren, maar waar de gemeenschap van De Lier van kan mee genieten.

Op 25 januari 2020 is het zover. De Dom van de Lier is het theater waar e.e.a. zal plaatsvinden. We hebben afgesproken met fans van Monique Bruggeman, opperhoofd van Kringloopwinkel Habbekrats. Zij is een van de dirigenten. Wachtend voor de ingang van de Dom, striemt de koude wind door ons jas. Even een appje naar onze vrienden en we wachten binnen. Het is druk. “Ben u fan van iemand”, vraagt de vrouw aan de deur. Als we aangeven voor wie we komen krijgen we een plekje toegewezen. Er zitten meer fans. Naast ons de vrienden van dj Bombastic, de artiestennaam van Braihim Mohcin. Langs de banken een groot tv-scherm. Je hoeft zo niks te missen, maar moet wel even oppassen als je de bank in wil. De punt van de tv is scherp. Au. Even later arriveren onze aanschuivers. De jas blijft nog aan, er hangt nog een beetje kou in de kerk. Echter naarmate er meer mensen binnen wandelen kruipt de temperatuur langzaam omhoog.

Het orkest zit er klaar voor. De avond kan beginnen. Dirigent Wenceslaus Scheepmaker stapt op de bok. Maghen Hilgersum heeft de microfoon in haar handen. Zij zal op miraculeuze wijze haar stem doen gelden in het te spelen stuk Habanera uit de opera Carmen van Bizet. Met speels gemak pakt ze de hoogste noten. Niet voor niets is deze Westlandse ‘winnares Una Voce Particolare 2010’. Ze heeft er plezier in dat straalt ze uit. Speelt zelfs en soms wat schalks met het publiek. Prachtig.

Ik kende het orkest niet, maar ook zij stralen kwaliteit uit. De Lier mag trots zijn.

Dan verschijnt Jantien Rozemarijn ‘t Hart ten tonele. Zij is de ladyspeaker van de avond. Gevat praat ze het programma aan elkaar. Ze geeft informatie over de kandidaten en voelt hen aan de tand. Het gaat haar geweldig af. Wat een prachtige cast heeft Liora opgetrommeld.

De kandidaten komen het toneel op. Een kort praatje en dan mogen ze aan de bak.

De eerste kandidaat mag op. Monique Bruggeman, het gezicht van Kringloopwinkel Habbekrats. Ze dirigeert het stuk Hava Nagila (Laat ons gelukkig zijn). Dat valt om de dooie dood nog niet mee. Diverse tempowisselingen moet ze in goede banen zien te leiden. Het orkest zit op het puntje van de stoel. Wat gaat ze doen? Dan de inzet. Een beetje twijfel, maar men start. Ze krijgt er rode konen van, dat is zelfs van afstand waar te nemen. Haar moeder zit voor me en haar gezicht vertrekt, ze vindt het spannend dat is van haar gezicht af te lezen. Ze houdt de beelden op het scherm goed in de gaten. In het midden van het stuk is Monique het even kwijt, maar ze herpakt zich. De jury mag zich er over buigen. “Je bent de eerste”, zegt één van de eerste juryleden, “dat is verrekte lastig. Je hebt het goed gedaan.”

De jury, bestaande uit Cultuurweb-voorzitter Jeroen Kustman, oud-lid Anneke Vreugdenhil, wethouder Piet Vreugdenhil en dirigent Wenceslaus Scheepmaker beoordeelt de verrichtingen van de maestro’s.” Allen hebben iets met muziek en geven een waardig oordeel. Met 30 punten behaalt ze een mooi resultaat.

Nummer twee wordt op de bok gehaald door Jantien. Na een bloemlezing over wie hij is, toont hij zich een vrolijke kandidaat die direct met het publiek speelt. Het is Zijne Doorluchtigheid Prins Christiannemer der Theebukkers. Nog even vraagt hij zijn raad van Elf een polonaise te starten. Dan pakt hij de baton. Hij gaat er eens goed voor staan en slaat af. Het nummer You’re the devil in disguise van Elvis Presley klinkt door de Dom. Ietwat nonchalant neemt hij zijn muzikanten mee, hij brengt het tot een goed einde en samen, het orkest en dirigent, eindigen tegelijkertijd. Qua punten eindigt hij onder Monique.

Op de bok verschijnt Nico van der Marel, bekend van de Oranjevereniging. Strak in zwarte pak, wit overhemd en zwarte strik, alsof hij het Nieuwjaarsconcert mag leiden, komt hij als dirigent voor zijn muzikanten te staan. De al wat ‘oudere’ Van der Marel kent het flamboyante nummer kennelijk niet, want stijfjes hanteert hij de baton. Ernstig kijkend, later wat losser, maar wel steeds met de hand onder neus wrijvend brengt hij het tot een einde. Ook hij behaalt niet het aantal punten om, naar later blijkt, door te gaan.

Intussen is Jantien al een aantal keren in gesprek geweest met zowel de jury als de dirigenten in spé. Als ze vraagt aan de kandidaten hoe ze zelf vinden dat ze het ervan af hebben gebracht, krijgt ze met enige zelfkennis bijna steevast te horen: “best goed”.

Ze kondigt nummer vier aan: Lisette de Bruijn.

Nou heb ik op de website Van Lisette al het enige kunnen waarnemen over de voorbereiding van Lisette. Ze schrijft hierover op die site en dus zijn de verwachtingen hoog.

In haar groene glitterjurk stapt ze op de bok. Heeft al wel wat muzikale achtergrond, maar dirigeren heeft ze nog nooit gedaan. Ze gaat er eens goed voor staan. Haar blik is strak en dat moet ook. Het door haar te dirigeren ‘Every time I think of you’ van The Babys is zeker niet gemakkelijk. Ze slaat haar partituur open en leest mee. Op tijd geeft ze de euphoniumgroep aan dat ze solo gaan. Ze heeft het orkest in de vingers. Ik geef mijn buurman aan dat ze hoge ogen gaat gooien. Dat vindt de jury ook. Ze geven haar het hoogst aantal punten van de avond. Ze kan met een gerust hart plaatsnemen tussen de andere kandidaten.

In een redelijk rap tempo komen de kandidaten aan bod. Jantien zorgt dat er geen onnodige tijd verloren gaat.

Nummer zes is Braihim Mohcin, beter bekend als DJ Bombastic. De mensen die rechts van mij zitten vinden hem een held. De telefoon gaat aan en er wordt gefilmd. Het blijken zijn fans/familie te zijn. Ik verwacht van een dj ritmegevoel. Dat heeft hij als hij Mr. Bojangles moet dirigeren. Zijn dotje op het hoofd danst vrolijk mee op de driekwartsmaat van de muziek. Het gaat hem goed af. Hij lacht terwijl hij dirigeert, heeft er zichtbaar schik in. En het orkest geniet mee, volgt hem als hij aangeeft dat het iets zachter moet en zwelt aan als hij dat vraagt. De jury is het vrij eens met elkaar en ook hij mag zich voor 4 april wederom voorbereiden voor de dirigeerstok.

Als Marjoke Koene het podium op komt, stapt er ook iemand het podium op. Kordate stap met dirigeerstok en partituur in de aanslag. Marjoke is van de winkeliersvereniging. Wil heel graag ooit een muziekinstrument bespelen, maar weet nog niet welk instrument. Deze kordate tante laat zien dat ze de baas is over het orkest. Strak aangegeven en zelf het tempo bepalend laat ze zien dat niemand om haar heen kan. Dat ze wel zelf het tempo aangeeft is bij sommige anderen niet overal gelukt, soms nam het orkest het initiatief en volgde de dirigent. Ze dirigeert het stuk El Cumbanchero echter met Zuid-Amerikaans temperament. Ook Marjoke moet 4 april vrijhouden.

Als Jantien Pieter Hoogebrugge op de bok haalt vertelt ze dat hij vroeger zelf lid is geweest van Liora. Hij heeft dus muzikale kennis. Pieter is raadslid voor de gemeente Westland. Pieter geeft de eerste klarinettiste een hand en vraagt het orkest te gaan staan. Omdat de jury hier een plus in ziet volgen de overige kandidaten door dit ook te doen. Ook Pieter houdt de partituur veelvuldig in de gaten, waardoor het orkest wat in het luchtledige blijft hangen. Hij dirigeert het stuk Caravan. Wanneer de dirigent meer wil hebben van het orkest danst zijn voet, stampvoetend mee. Een koddig gezicht. Pieter krijgt een mooie jurering die gelijk is aan die van Monique Bruggeman. Hij valt echter na overleg tussen de juryleden af voor de finale.

René Beukers, de voorlaatste kandidaat heeft een autoschadebedrijf. René heeft zich als doel gesteld om uit zijn comfortzone zijn activiteit te doen. Volledig in het zwart betreedt hij de bok. Voor het gemak, heeft hij zijn baton thuisgelaten. Hij zwaait wat met de handen, maar een dirigent is het niet. Het blijft ook een best lastig vak. Ook hij dirigeert opnieuw het reeds eerder gespeelde nummer You’re the devil in disguise. Jammer, omdat er toch wel een ander nummer op het repertoire had gekund. Vergelijkingen tussen René en Zijne Doorluchtigheid zijn niet aan de orde. Eenieder wordt op eigen prestatie beoordeelt. Helaas voor René is er voor hem geen finaleplek weg gelegd.

Bij het betreden van het podium van Roy van der Sar, weet Jantien te vertellen, dat Roy niet alleen een begenadigd voetballer is maar ook fantastisch kan zingen. Hij deed dit eerder met dit orkest. Roy dirigeert het jazzy nummer It don’t mean a thing. Het jazzy kwam er niet uit bij de jongste dirigent van de avond. Al zat hij wel tegen een finaleplaats aan.

En zo mogen Monique Bruggeman, Marjoke Koene, Lisette de Bruijn en Braihim Mohcin op 4 april aan de bak om leiding te geven aan dit fijne orkest.

En zeer genoeglijke avond die door de voorzitter Marc van Kampen wordt besloten door alle medewerkenden te noemen en hij voor hen een applaus vraagt.

Ik heb 4 april a.s. in mijn agenda geblokt, want ik wil er zeker bij zijn. En als je Liora een warm hart toe draagt zou ik die avond maar vrijhouden en naar de Dom komen, want het wordt genieten.

350. Kringloopwinkel Habbekrats al in Kerststemming

Het is tijd om weer eens ’n keer bij de Habbekrats langs te gaan. Je weet het vast die fantastische kringloopwinkel aan de Lierweg 61 te De Lier. Eerst nog even wat boodschapjes doen en dan op naar de koffie bij de vrijwilligers.

Het is kwart voor tien als ik vanuit Delft aan kom in De Lier. De koffie staat al lekker te pruttelen in het keukentje. De kopjes staan op tafel en er liggen gevulde koeken. Ik val met mijn neus in de boter.

Om tien uur is het zover. “Koffie”, roept een van de vrijwilligers en van uit alle hoeken stromen de blauwshirts naar de centrale tafel. Een van de dames heeft iets te vieren en heeft de gevulde koeken meegebracht. De tafel is te klein voor het aantal vrijwilligers die die dag aan de slag zijn. Naast de mensen in de winkel zijn ook de mannelijke vervoerders aanwezig. De man die de controle doet van de apparatuur staat op een trapje en repareert nog even een lamp en schuift dan ook aan. Er gaan geen kapotte zaken de deur uit en als men het toch wil hebben, dan wordt de prijs daar aan aangepast.

Tijdens de koffie is het een heel gekakel. Er wordt gezellig gekletst en dat is ook wat mij steeds weer opvalt. De vreugde in de kringloopwinkel. Er zal best zo hier en daar wel eens een woordje vallen, maar doorgaans heeft men het er geweldig naar de zin. Een klant die binnenkomt mag aanschuiven, het is immers koffietijd. De tafel wordt wat groter gemaakt en iedereen mag erbij komen zitten. Misschien wel het belangrijkste van een kringloopwinkel, socializen. Wanneer er een man binnenkomt die spullen komt brengen verlaat men de tafel om even te helpen met uitladen, maar niet eerder uitladen voordat er is gekeken of wat men aanlevert en in het assortiment past. Want er zijn voorwaarden. Geen levensmiddelen, geen witgoed en geen reclamemateriaal.

De kringloopwinkel Habbekrats is sinds afgelopen maandag, 15 oktober, gehuld in de kerst. Waar ik zelf altijd verkondig dat de kerst pas komt na Sinterklaas, heeft men daar hier maling aan. Uit de opslag is men bezig geweest om dozen te legen. Kerstballen, kerststukjes, kerststallen, kerstfiguurtjes, kersthuisjes, kerstslingers, je kunt het zo gek niet benoemen of het is er. En de kleur, vraag er naar en men tovert het tevoorschijn. Dozen vol attributen die op de een of andere manier iets met kerst te maken hebben.

Even verderop zijn de dames bezig met kleding en schoenen. Alles moet netjes zijn, liefst gestreken. De rekken hangen vol met allerhande kleding. Mannen-, dames- en kinderkleding. Dan komt een van de dames mijn kant op, heeft een paar bruine Bugattischoenen bij zich. “Aadje, jij hebt toch maat 44?” vraagt ze. Ik beaam het. “Ik heb hier prachtige schoenen, een poetsbeurtje en je hebt je kerstschoenen al gescoord.” Ik kijk het even aan. “Wat moet dat kosten”, is mijn vraag. “Voor jou €7,50.” Ik pas ze en verdraait, het loopt als een trein. Bij de kassa probeer ik nog wat af te dingen, maar daar doen ze bij de Habbekrats niet aan. Het kost al bijna niets, dan moet je niet ook nog eens korting willen.

Even verderop vind ik een nog nieuw in het plastic verpakt letterspelletje. Nou wil het geval dat ik actief ben bij Taalexpress. Een kereltje van nog geen vijf jaar oud lees ik voor en dit is een mooie aanvulling op de voorleessessies. Inpakken en meenemen.

Een Jan van Haasterenpuzzel ligt me vragend aan te kijken. “Neem me mee”, zie ik aan de doos. Dat treft, onze buurvrouw gaat op vakantie en vindt het leuk om puzzels te leggen. Inpakken en meenemen.

Zo loop ik langs de schappen die zoveel mooie spullen herbergen, maar als ik het allemaal mee zou moeten nemen, zou ik mijn eigen kringloopwinkel kunnen beginnen. Heel even twijfel ik nog over een kerststal. Ziet er wel erg leuk uit, jammer dat het kindeke Jezus in een legoblokje ligt. Ik besluit het niet mee te nemen, als is ie gaaf.

Ook mijn lief heeft nog het nodige gevonden. Effen afrekenen en in de fietstas. Gepakt en gezakt rijd ik naar huis. In mijn achterhoofd wetend, dat er een vervolg zit aan het geld dat ik zojuist hebt gedoneerd. De goede doelen die straks weer worden verrast sponsor ik mee. Hoe mooi kan het zijn.

341. 41 vrouwen, 6 begeleiders, veiligheid voor alles

41 zijn het er. 41 vrouwen die ik achter mij aan heb rijden op de solex. Gaat het snel? Nee, de langzaamste bepaalt het tempo. De gemiddelde leeftijd is ruim boven de vijftig, zegt een van de deelnemers. Ze zijn van een thuiszorgorganisatie. Er is er één die rijdt voor twee. Is zwanger en kan geen zwangerschapsjas vinden. Dan maar één die oversized is, dat gaat ook. Een vrouw met maat 48 kan ook niet echt een jas vinden, op de heupen gaat wel maar aan de bovenkant zullen dan de knopen moeten worden verzet.

De dames hebben veel tijd nodig om een jas te vinden. De opperstalmeester heeft het nog zo gezegd. “Je hoeft hem niet te kopen.” En “De eerste keuze wordt toch vaak de uiteindelijke jas.” Maar de dames gaan voor lekker aanvoelen, mode, niet te zwaar en liefst geen lange jas. En dan moeten ze ook nog een helm uitzoeken. Nog een crime. Maar na 25 minuten zijn ze zover dat ze achter hun solex staan. De voorstelronde van begeleiders kan beginnen.

De telefoontoestellen zijn ineens fotocamera’s. “Wat is hier de Wiefiecode”, vraagt een vrouw die beduidend boven de gemiddelde leeftijd zit. “Ik wil mijn foto effe op Facebook zetten.” Er wordt aan voorbijgegaan. Er is al veel te veel tijd verloren gegaan en dat gaat ten koste van de rit.

De groep is zo groot dat er met twee solexen wordt voorgedaan hoe een solex werkt. Men kiest zelfs voor een tweede keer voordoen. Dan kunnen we naar de stelplaten en zien wat er is opgeslagen van het voordoen.

“Ga jij maar vooruit, Aad”, zegt een van de medewerkers. “Rijdt maar alvast een oefenrondje.” Als ik vertrek heb ik vijf dames achter me hangen. De rest is in geen velden of wegen te zien. Wanneer ik mijn eerste oefenrondje heb gereden, zijn er nog zeker 20 die nog niet eens gestart zijn. Ik doe een tweede ronde. Dan nog een derde en een vierde. Verdraaid nu rijdt iedereen.

Ik ben nauwelijks op weg als één van de dames mij voorbij rijdt. “Ik hoef geeneens gas te geven en dan rijd ik je al voorbij”, zegt ze. Ik vraag haar in haar rem te knijpen, omdat ik graag iedereen in een keer meeneem. Er is contact met de bezemwagen. Iedereen is op weg. Mijn eerste kilometer zit er al op. Dan kort daarop een berichtje dat er gaten vallen in het solexpeleton. Het is opnieuw remmenknijpen.

We rijden de Kleine Zijdekade af richting Woudseweg. Onder het viaduct door bij de Woudseweg lijk ik met een schoolklas op pad. Er wordt gegild in het tunneltje. We gaan linksaf en moeten het bruggetje over. Zonder gang lukt dat niet. Bijfietsen is een optie. Er stappen dames af en lopen over de brug. Ook de bezemwagen heeft moeite en blijft schuin hangen. We pakken een stukje Noord-Lierweg om daarna richting Woudtzicht te rijden. De eerste groep gaat zo hard dat de volgers niet in de gaten hebben dat we zijn afgeslagen. Ik krijg een melding uit de bezemwagen. “Waar ben je heen gegaan, Aad?” Ik meld het hen en besluit met de rem erop verder te rijden om de club weer bij elkaar te krijgen.

Even later, als ik omkijk, hangt iedereen er weer achter. We rijden de Pastoor Verburglaan op om een stukje verder rechtsaf de Hofzichtlaan op te schieten. Een solexbegeleider komt melden dat deze weg doodloopt. Het wordt een ‘eigen weg’, maar in De Lier kent met het fenomeen Solextoers, we rijden hier vaker. Dan linksaf naar Groeneveld, langs De Zeven Gaten. Hier komen we een vrachtwagen tegen die een trouwlocatie aan het bevoorraden is. Met een klein beetje scheef hangen kan je er langs. Maar kan de bezemwagen er langs, vraag ik me af. Dan wederom de Noord-Lierweg op en via de Veilingweg en het verbindingspad rijden we naar de Lierweg op zoek naar de eerste stop bij eetcafé de Witte.

Alle solexen staan in een mooi gelid langs de weg. Men kiest ervoor om buiten te zitten. De jassen gaan uit, alle knopen weer los. De dakschermen gaan wat naar beneden en de heaters gaan aan. Dan gaat men bestellen. Niet een gewoon kopje koffie, maar alle varianten die je van koffie kunt krijgen. Daarnaast worden er nog andere bestellingen gepleegd. Het appelgebak moet worden uitgeserveerd en hier en daar met slagroom gecompleteerd. Er gaat veel tijd inzitten, wederom ten koste van de solexrit. De beoogde doorstarttijd wordt niet gehaald.

Wanneer we vertrekken sluit bijna iedereen direct aan. Echter de volgende stop ligt niet ver weg. Ik neem de beslissing om er rechtstreeks heen te rijden. Misschien iets te vroeg, maar dan heb ik straks ruimte om de rit wat uit te breiden. Nu kan ik even meer snelheid maken. We hebben een behoorlijke zijwind dat is te merken. Het is goed je stuur vasthouden en een beetje in de wind hangen. Sommige helmen klepperen op het hoofd van de persoon op de solex.

Even voor de afgesproken tijd komen we aan op hoeve Bouwlust. We komen een groep weggaanders tegen die hun consumptie hebben genuttigd. Opnieuw gaan alle solexen netjes naast elkaar. “Jammer dat we alles achter moesten laten bij de Tuinderij”, zegt een van de dames. “Ik had hier iets willen kopen en nu heb ik geen portemonnee bij me.” Ik hoor het aan, maar kan er niets mee.

Het drankje bestellen en afhalen gaat hier snel. Een bittergarnituur komt langs. We kunnen nu ruim op tijd weg. Nog een rit van 40 minuten. Op weg naar Schipluiden heerlijk voor de wind. Net na Akkerleven om de ijsbaan heen, richting Zijdekade. Even iemand vooruit voor de plaatjes. We rijden voor de golfbaan langs en rijden naar de voetbalvelden. Plots zijn we de bezemwagen kwijt, een wissel van solexen. Even verderop een van de Sparta bromfietsen die wat benzine lekt en regelmatig uitvalt. De berijder moet regelmatig meefietsen. Tussen de voetbalvelden en de golfbaan schieten we naar rijksweg A4. We gaan er overheen en dan krijg ik direct te horen dat de groep straks de A4 op moet naar huis. Er staat een file zover je kan kijken.

Wanneer we langs twee Delftse voetbalverenigingen rijden zie ik vanuit de verte de bezemwagen weer aan komen rijden. Maar nu uit tegenovergestelde richting. Het karretje sluit weer achteraan. We gaan het dorp Schipluiden door, komen de valbrug over en rijden een andere groep in. Gezamenlijk terug naar de Tuinderij. Zij nemen de brede kant van de weg, wij de smalle. Samen komen we vlak voor de locatie weer bij elkaar. Daar gaat het mis, maar met een deelnemer van de andere groep. Het hele motorblok gaat aan barrels. De technische dienst ook weer werk.

Bij aankomst zet men de solexen buiten neer. Nog even een foto en dan de jas terughangen en het hoofddeksel terugleggen. Dan de uitreiking van het solexdiploma.

Ik neem een groepje nog even mee door de Tuinderij en vertel hen over wat er meer te doen is. Ze hebben het zo leuk gevonden en willen in januari nog een keer terugkomen, maar dan andere activiteiten doen.

Het was een geslaagde rit zonder slachtoffers. Ik had er wel een beetje een hard hoofd in nadat ik de opstart heb meegemaakt. Ze hebben het als geweldig ervaren en dan gaat het maar een beetje langzamer. So what.

331. Een solex is geen skippybal

Een Solextour. Eigenlijk voor mij niet iets bijzonders meer. Als je maandelijks een aantal ritten rijdt maakt het de rit niet leuker of fantastischer. Wat het wel leuker maakt zijn de mensen die je mee op pad neemt. 50 jaar is ze geworden en neemt haar familie en vrienden mee voor een solexrit door het mooie Midden-Delfland en Westland.

Zowel in Schipluiden als De Lier zijn de dorpse feesten aan de gang daar moet je dus met een groep van 22 niet zijn. Heel even moet ik nadenken over de rit die ik zal gaan maken. Daarbij komt dat er een stop is gepland waar we normaliter niet komen, De Bonte Haas.

Vijf minuten voor vertrek arriveert het laatste echtpaar op het parkeerterrein van De Tuinderij. De totale groep staat buiten op hen te wachten. Na een welkomstwoordje gaat men naar het toilet of de garderobe. De outfit mag worden uitgezocht. Dat blijkt voor sommige dames een probleem. Er hangt te veel en net als in de winkel eindigt men weer bij de jas die als eerste is gepast. Altijd leuk om te zien hoe men kissebist over de jas van vandaag.

Als de groep is aangekleed kiezen sommige nog voor een helm. Daar hoort uiteraard een hygiënisch haarnetje bij. Sommigen hebben de haren net in de krul en wijzen een hoofddeksel af. “Is het verplicht”, zegt een jonge vrouw, “ik hou niet zo van iets op mijn hoofd.” Niets is verplicht, de reeds opgezette gele helm gaat af en weer in het rek. De vlecht die haar moeder zojuist heeft gemaakt gaat weer los.

Spullen als een jas, tas een paraplu gaan in de grote kist, waar een zwaargewicht collega, zogenaamd, de hele middag op gaat zitten. Men kiepert de waardevolle spullen in de kist, waarna de kist op slot gaat. Daarna gaat de groep buiten achter een solex staan. De bezemwagenbestuurder legt de solex uit. Een aantal mensen let niet goed op, zal blijken. Wanneer de voorlichter nogmaals vraagt om het starten voor te doen, wordt slechts beperkt een ‘zacht’ ja gegeven.

We zijn klaar voor het oefenrondje. Wanneer ik vooruitrijd, rijdt er slechts een klein deel van het gezelschap achter mij aan. Een man/vrouw of vijf van de 22. De anderen staan te hannesen met het op het wiel zetten van de motor, weten niet hoe ze gas moeten geven of denken dat je een solex toe kan spreken, waarop deze spontaan gaat rijden. Dan als iedereen het oefenrondje heeft afgewerkt kunnen we weg. Dit keer een wat aangepaste route i.v.m. de feestweek in De Lier. Een stop is besproken bij de Bonte Haas.

Eerst rustig en dan maak ik wat snelheid. Iedereen moet even wennen. Het rijden in een groep is toch even anders dan alleen en met redelijke afstand van elkaar een oefenrondje rijden. Daarnaast zijn er altijd die het eng vinden, hebben nog nooit gemotoriseerd gereden en dan is solex rijden een nieuwe ervaring die soms te hard gaat.

Nog geen tweehonderd meter weg, komt een man naast mij rijden. “Kan het niet sneller”, zegt hij, “ik heb nog gas over.” Ik leg hem uit dat de langzaamste het tempo bepaalt van de groep. Iedereen moet het leuk vinden.

Bij de oprit naar de N223 kijk ik achterom en zie ik een langgerekt lint achter mij aan. De wind is een bepalende factor en het waait behoorlijk. Dan plots een oproepje vanuit de bezemwagen. We staan stil. Een solexwissel. Ik wacht en houd contact. Na de wissel weer op weg.

We rijden op het fietspad parallel aan de N223 als ik iemand de telefoon uit de zak zie halen. Kijkend op de telefoon filmt hij boven zijn hoofd de groep achter hem. Ik vraag hem de telefoon in de zak te houden uit veiligheidsoverweging. Met betrokkene spreek ik af, dat als we straks op een lange rechte weg rijden, hij een voorsprong krijgt om de groep te filmen. Hij steekt zijn duim op.

We rijden de Oostbuurtseweg in en uit richting Zijtwende en vervolgens de Berkenrode op. We nemen het fietspad richting Dorppolderweg. Bij het Kraaiennest een compleet tentenkamp. De eerstejaars studenten worden er afgeknepen. Ze spelen het spel mee en bieden terwijl we rijden bekers water aan, alsof we met een wedstrijd bezig zijn. Leuk.

Rijdend op de Dorppolderweg schieten er drie solexrijders mij ineens voorbij. Ze hebben kennelijk toch die wedstrijd gestart. Ik roep ze terug en vraag om a.u.b. achter mij te blijven en zich aan de verkeersregels te houden door aan de rechterkant van de weg te blijven rijden. Op de Dorppolderweg zit een onoverzichtelijke bocht, door de kassen. Ik heb al eens eerder een verrassing gehad waar het maar net aan goed ging.

Vanaf de Dorppolderweg naar het fietspad langs de Zijde. Iedereen draait netjes mee achter mij aan, op een na. Deze man kiest voor de brede weg van de Dorppolderweg. Mijn collega op de bezemwagen rijdt achter hem aan en geeft hem een waarschuwing. Meneer is als wielrenner bekend met het gebied en weet waar we weer bij elkaar komen. Maar de afspraak is om bij de groep te blijven. Later beklaagt betrokkene zich over de waarschuwing, waar ik hem uitleg dat we geen gekke dingen willen en er een afspraak is gemaakt.

Het kruispunt wordt afgezet bij de N468, door de Sparta berijder. We rijden door Schipluiden. Het terras bij de Vergulde Valk zit goed gevuld. Alle gezichten zijn gericht op dat vreemde gezelschap in die leren jassen. Nu de kortste weg naar de Bonte Haas. De Tramkade af, brug over de Gaag over naar de Rijksstraatweg. Voor de bezemwagen even een moeilijke manoeuvre om tussen de paaltjes door te komen, maar het lukt. Met een ervaren berijder is er geen verrassing.

We volgen de Klaas Engelbrechtweg en steken de N223 over de Lotsweg op. Aan het eind linksaf de Lotsbrug over naar de Zwethkade Zuid. We hebben wat tijd ‘verloren’ door een tussenstop i.v.m. defecte solex, maar even over de afgesproken tijd komen we aan. Tijd voor een bakkie.

De solexen gaan op de standaard. De jas mag erop blijven liggen. Bij een solex is de ketting afgelopen. Je hebt deze in principe niet nodig, maar de ketting wordt vakkundig weer op de tandwielen gelegd. Het eetcafé De Bonte Haas heeft de gereserveerde tafels verkeerd ingeschat. Twee tafels van 8 kan geen 22 man een zitplaats bieden. Het is er druk en dus zit ons gezelschap verspreid over het terras. Het begeleidingsteam kiest voor een binnen plek. Als we opstappen beklaagt een van de solexers zich bij mij over de prijs van twee bitterballen per persoon. Hij heeft ze besteld en niet ik.

Na 25 minuten gaan we verder. Een van de dames zegt dat haar solex niet meer wil starten. Maar als de motor niet op het wiel is gezet, kan je niet verwachten dat je gemotoriseerd wegkomt. We gaan weer op pad. Opnieuw een solex die niet verder wil. Waar bijna iedereen stopt, schieten er drie rijders vandoor en weer dezelfde die ik eerder heb aangesproken. Ik wijs hen op het feit dat we een afspraak hebben dat ik als eerste rijd. Men lacht erom.

We rijden parallel aan de Veilingroute tot aan de brug over de Kromme Zwet. Dan een klein stukje over de Lange Wateringkade om vervolgens de Zwet te pakken. Dit pad gaat over in het Overtoomsepad. Die rijden we uit tot aan De Lier. Inmiddels is het tempo omhooggegaan. Men heeft de gashandel ontdekt. Wanneer we echter bijna bij de brug aankomen is het wederom stoppen. Na wat geknutsel aan de stilstaande solex kunnen we verder. We gaan het Groeneveld af langs de Zeven Gaten, een waterberging in de Lier. Een bijzonder natuurgebied in het Westland, met zeven sloten.

“Wat een prachtige woningen staan hier”, zegt een der deelnemers, “hier zit geld”. Hij stelt een aantal vragen over het gebied die ik kan beantwoorden. We schieten de Noord-Lierweg op richting Veilingweg en pakken daar het verbindingspad tussen Veilingweg en de Laan van Adrichem. Langs de haven naar de Lierweg richting rotonde, oversteken en een stukje langs de Burgemeester Crezeelaan. Op naar de volgende stop, Hoeve Bouwlust.

Via het Kralingerpad gaan we naar de Gaagweg. Als we even moeten wachten bij de oversteek van de Westgaag, denkt een van de rijders dat hij op een skippybal rijdt en stuitert een aantal keer met het voorwiel op de weg, door het stuur op te tillen en weer te laten vallen. Ik kijk hem alleen maar aan, dat is genoeg om normaal te doen. Het materiaal hoeft niet stuk en werk aan de solexen is er genoeg.

Na de oversteek Molenweg rijden we inmiddels vol gas richting Kwakelweg. Mijn Spartabegeleider heeft de Molenweg en Oostaag gepakt om bij de oversteek bij de Kwakelweg het verkeer te stoppen. Een klein stukje terug over de Oostgaag en dan het terrein van Hoeve Bouwlust op. Hier is een drankjesstop.

Wanneer het sein van vertrek is gegeven zijn de berijders gretig. Men rijdt rondjes op het terrein in afwachting van de toiletgangers. Vooraan de weg wordt gewacht tot iedereen is aangesloten. In een keer maken we de oversteek richting Kwakelweg. Op weg richting Schipluiden. Opnieuw vol gas. De wind geeft een extra duwtje in de rug. De Tramkade wordt afgereden om na de brug voor het centrum van Schipluiden te kiezen. De Burgemeester van Gentsingel, dan rechtsaf de dr. De Koninglaan naar de Keenenburgweg.

Bij de valbrug staat de brugwachter al met de slagboom in de hand. Er liggen twee scheepjes te wachten. We mogen voor. Dan de Dorpsstraat af richting N468, om het fietspad te pakken richting de Tuinderij.

Bij de Tuinderij aangekomen hebben we 39 km gereden. Een mooie afstand. De solexen verdwijnen de loods weer in. De bezemwagen wordt afgeladen en de solexen die defect zijn gaan naar de werkplaatsafdeling. Er is werk aan de winkel.

Na het uitreiken van de door de Tuinderij ingestelde ‘nationaal solexdiploma’ gaat de kleding de rekken weer in. De solexen worden in gelid weer opgesteld. Einde van de rit.

Opnieuw een leuke rit, maar soms is ingrijpen niet leuk maar een must. Een solex is immers geen skippybal. De gasten hebben het geweldig naar de zin gehad en daar gaat het om.

301. Solextour met neven en nichten

Het trouwseizoen is weer begonnen, dat betekent speeches schrijven, bezoeken afleggen, informatie inwinnen en de huwelijksbevestiging doen. Maar wat ook weer begonnen is, is het solextouren. Op een zonnige zaterdag in april mag ik mijn eerste rit weer maken en is het solextourgebeuren 2018 gestart.

Via een beschikbaarheidssysteem kan je aangeven wanneer je beschikbaar bent om een rit te maken. Bij de Tuinderij maken ze dan de planning. En zo mocht ik op 7 april bij mijn eerste solextour weer voor op de club uitrijden. Deze keer neven en nichten van een familie. De organisatoren van het familie-uitje komen uit De Lier en dan is het maken van een leuke dag niet moeilijk. Je gaat naar de Tuinderij en daar vullen ze de dag voor je in. Omdat de rest van de familie van ver komt is het dit keer voor de Lierenaren een thuiswedstrijd.

Ik ben met mijn bezemwagenpiloot nog druk aan het overleggen als we het sein krijgen dat de groep reeds welkom is geheten. “Ze staan op de Wurft”, zegt de medewerker die het welkom verzorgde. De ‘Wurft’ is een Westlandse benaming voor ‘het erf’. Zo vindt je meerdere benamingen bij de Tuinderij die of vanuit de Westlandse tuinbouw of uit het Westlands streekdialect komen.

Langzaamaan komt men aangewandeld. De leren jassen moeten worden opgezocht een helm of ander hoofddeksel komt uit het rek en dan kan men naar de uitleg over wat de solex voor een voertuig is. Nog even de jas, portemonnee, telefoon en trui in een kist die wordt afgesloten en dan naar buiten. Daar staan ze negentien neven en nichten, 30ers, 35ers, 40ers. Stoere mannen en vrouwen. De laatste zijn ook niet op hun mondje gevallen en doen vol mee in de conversaties. Al snel heb ik door dat het gezelschap niet van hier is. Ik hoor een zachte G, maar ook andere dialecten. Ik doe er navraag naar. “Oma en Opa kwamen uit Reuzel bij de Belgische grens”, zegt één van de dames. Een dochter is in het Westland terecht gekomen.

Ze besluiten zo’n vijf jaar geleden om een neven- en nichten dag in te stellen. Na een dramatische gebeurtenis besluiten ze het leven leuk op te pakken en de contacten aan te halen. “We willen met elkaar leuke dingen doen, anders zie je elkaar slechts bij begrafenissen.” En zo komen ze vandaag in De Lier terecht en mag ik ze op sleeptouw nemen.

Na uitleg over hoe de solex werkt, wordt het sein gegeven om een oefenrondje te rijden. Een voor een lopen ze het terrein af. Een dame krijgt haar solex niet aangeduwd. Heeft de haak er al afgehaald en heeft niet opgelet. Dat wordt nog een keertje uitleggen. Dan kan de ronde worden gemaakt. Na twee rondjes proef gaan we op pad.

Men heeft gekozen om een eigen picknick te organiseren ergens in de tour. Op het schema neem ik de tijd in de gedachte dat ik er moet aankomen. Dan even schakelen om ook op die tijd op de plaats van bestemming te zijn. Onderweg heb ik het al helemaal in mijn hoofd zitten. Daar gaan we, er wordt gekletst onderweg. Ik rijd alleen aan de kop. Men heeft kennelijk geluisterd dat ik voorop ga rijden en ook als eerste weer op het terrein bij de Tuinderij wil aankomen. Ik maak dat vaak anders mee. Mannen met bravoure die mij voorbij sjezen en op de kop gaan rijden. Ik laat het meestal toe totdat ik het zat ben. Nu komt een mannelijke solexer netjes vragen of hij al even door mag, hij wil de groep op film vastleggen.

We rijden door Schipluiden achter het gemeentehuis om naar de Zuidkade. Ik neem de oude bouwweg en vervolg de rit richting Maasland. Onderweg is mijn klokje de leidraad. Als ik sneller bij de stopplaats dreig te komen dan afgesproken plak ik er nog een ommetje aan vast. Vanuit de bezemwagen komt de vraag waar we heen gaan en hoe het met de tijd zit. Precies op tijd komen we aan bij de parkeerplaats van het Kraaiennest. Daar staat de tafel vol met dozen gebak, koffie, thee en water. “Mijn ketting is er afgelopen”, zegt een van de deelnemers. Dat maakt met een solex niet echt uit tenzij je tegen een hoogje op moet. Dan kan je niet bijfietsen. Samen met mijn hekkensluiter fixen we het probleem. De handen worden schoongeveegd aan het mos naast een boom. Mijn nagels zijn zwart van het vet en geven een ‘rouwrand’, zoals mijn moeder dat zou zeggen.

Als we klaar zijn met de ketting staat er ook voor ons gebak met een kopje koffie. “Echt Belgisch gebak, hé”, zegt een van de deelnemers. We laten het ons goed smaken. Na een kwartiertje is het tijd om opnieuw op te stappen en onze weg te vervolgen. Ik dreig in tijdnood te komen, omdat de route die ik in gedachte heb even meer tijd kost dan het tijdstip dat we bij de volgende stop moeten zijn. Ik besluit iets meer gas te geven, maar wel steeds in de gaten houdend waar de laatste rijdt.

Vlak nadat we weer zijn opgestapt denkt een van de deelnemers dat hij moet gaan schansspringen met zijn solex. Hij rijdt met zijn voertuig het grastalud op en komt harder weer naar beneden. Levensgevaarlijk, want met een greppel in het talud, klap je zomaar over je stuur en maak je na een dubbele flikflak een lelijke landing. Ik probeer hem te waarschuwen, tegen beter weten in, want even later doet hij het nogmaals. Het loopt gelukkig goed af.

Dan komt er een jonge vrouwelijke deelnemer naast mij rijden. Ze vraagt me honderd uit en dan ben je bij mij aan het goede adres. Ik praat wel. Ik leg haar uit wat we onderweg zien. Ze is heel belangstellend. Ze blijkt mijn zoon René te kennen als cabaretier. Zo denderen we door ’t Woudt richting Bonte Haas. We slaan af en rijden langs de veilingroute richting de Zeven Gaten van van Linge. Hier schieten we een fietspad in richting De Lier.

Onze volgende stop is De Witte in De Lier. We zijn er vijf minuten te laat. Dat is weinig op een mensenleven en ik neem het voor lief. “Prima op tijd”, zegt het meisje van de bediening, “jullie kunnen mooi aan de wegkant gaan zitten”.

Nu komt er een biertje, wijntje of frisje op tafel. Men zoekt elkaar op en er wordt druk gesproken. Wat een leuk gezelschap en wat hebben ze het goed voor elkaar. “Moet je weten, dat er nog acht niet zijn”, zegt de vrouw die de organisatie op zich heeft genomen.

Na een kwartiertje geeft mijn bezemwagenberijder het sein dat we vijf minuten later zullen vertrekken. Ik neem nogmaals het woord en vraag aan het gezelschap om zich alstublieft aan de regels te willen houden. Uit eigen veiligheid, maar ook omdat we graag met heel materiaal thuis willen komen.

Als we net op weg zijn komen de onderlinge gesprekken wederom op gang. Dan let een van de dames even niet op en rijdt vol de graskant in. Ze kan haar solex net aan rijdend houden, maar het had zomaar goed mis kunnen gaan. Opletten blijft belangrijk.

Exact op tijd kunnen we de solexen weer netjes het magazijn van de Tuinderij in rijden. Nog even een groepsfotootje en dan is het voorbij. Men heeft het naar de zin gehad en de handen gaan de lucht in.

De jassen gaan terug op de kapstok, de helm in het rek. Op naar de Breedkapper (ook een tuinbouwterm). Aan twee mensen wordt het officiële solexdiploma uitgereikt. Zij zijn met lof geslaagd. De overige krijgen de mededeling dat ze het nogmaals over kunnen doen, want de Tuinderij is zeven dagen per week open. Nadat het begeleidingsteam door een van de geslaagde is bedankt, zit onze taak er op. Het gezelschap gaat naar het eten toe en vermaakt zich nog wel even.

De solexen worden in de loods weer nog even netjes in het gareel gezet en dan een biertje. Nog even praat ik na met mijn jonge begeleider. Het was weer fantastisch. Als ik thuiskom heb ik een compleet verbrand gezicht, de zon heeft zijn best gedaan en mijn mederijders hebben geboft.

Het is uitkijken naar de volgende rit en daar hoef ik niet lang op te wachten. Er zijn al weer drie ritten voor mij ingepland.

295. Kringloopwinkels hebben bestaansrecht

Wat een geweldige winkels zijn de kringloopwinkels toch. Soms hebben ze iets niet in voorraad maar er zijn andere kringloopwinkels zat in de buurt waar je dan weer terecht kan. Ze schieten als paddenstoelen uit de grond. Vintage noemt men het wel. Vintage een chique woord voor tweedehands. Maar wat is er verkeerd aan tweedehands. Spullen voor hergebruik. Waar een ander op is uitgekeken kan nog even goed zijn voor de volgende gebruiker. Vaak zijn de spullen goedkoper dan bij A.C. Tion of op Marktplaats.

Een van de eerste kringloopwinkels zag je op TV. Bij de TV-serie Swiebertje had zijn vriend Malle Pietje al een allegaartje in zijn winkeltje staan. Vaak wordt bij ons dit winkeltje aangehaald als mijn vrouw weer iets heeft gevonden bij een kringloopwinkel.

Kringloopwinkels zijn de modetrend van net na de eeuwwisseling. Waar de crisis zijn intrede deed bloeide de kringloopwinkel op. Zo erg dat er zelfs een IOS app. en een Android app. is die aangeeft waar je een kringloopwinkel in de buurt kan vinden. Makkelijker kan niet.

Kringloopwinkels zijn er met verschillende intentie. Er zijn er met een commerciële achtergrond, goede doelen winkels, opbrengsten bestemd voor het onderhoud van de kerk, maar ook winkels om mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt weer uitzicht te geven om terug te komen in het arbeidsproces. En allemaal hebben ze toch wel hetzelfde doel, geld generen voor welk doel dan ook, maar ook hergebruik van goede spullen.

Verenigingen en clubs die geld willen voor een verbouwing van het clubgebouw, renovatie van de inventaris of nieuwe clubkleding, organiseren maar wat graag een kringloop of rommelmarkt om een nodige financiële bijdrage binnen te kunnen slepen voor het doel waarvoor het is opgezet.

Er zijn er ook die er zijn voor het sociaal gebeuren. De koffietafel is er belangrijker dan de de verkoop van spullen. Al moet er natuurlijk wel verkocht worden.

Naast de winkels heb je tegenwoordig ook de Facebook kringloop. Elk dorp, stad of gehucht heeft er één. Je mag er alleen lid van worden als je bent aangedragen door iemand die al lid is van die site. Dan moet ook de beheerder er nog een plasje overheen doen en dan ben je lid van de club van dichtbijhandel.

Het zal u niet gek in de oren klinken dat wij lid zijn van zo’n facebooksite maar ook dat we de app. op onze telefoon hebben geïnstalleerd. Zijn we ergens op vakantie of onderweg dan bezoeken we een kringloopwinkel. Vaak niet eens voor ons zelf, maar voor familie, vrienden en kennissen die een opdracht hebben gegeven om te zoeken of te te snuffelen naar iets speciaals. Behoeftes worden vaak tijdens een verjaardag of feestje gedropt, wetend dat mijn echtgenote in een kringloopwinkel als vrijwilliger actief is. En ze kan ontzettend goed zoeken.

Tijdens onze bezoeken komen we ook wel vaak rotzooi tegen. Spullen die het aanzien niet waard zijn, vies zijn of kapot. Dat is het kaf onder het koren. Winkels die geen of nauwelijks aandacht besteden aan hun waren. Soms zijn het allegaartjes, staan spullen niet gesorteerd en heeft men spullen zomaar in de winkel ‘neergepleurd’. Andere keren komen we in een kringloopwinkel waar het een verademing is om rond te neuzen. Vitrines met echte waardevolle spullen, paskamers bij de kleding, maar ook waar men op creatieve manier gekregen kasten en meubels zo hebben omgebouwd dat de winkel een toonzaal is.

Elke winkel doet het op zijn eigen manier, alleen waar het gaat om commerciële kringloopwinkels ligt er een concept achter de winkelketen. Vaak zijn de prijzen daar ook beduidend hoger. Daar gaat het om de winst, zijn medewerkers ook vaak in dienst en moet er dus brood op de plank komen.

Mijn vrouw is verbonden aan de Habbekrats in de Lier. Een begrip in dit dorp, niet alleen om de goede doelen waar vier keer per jaar geld wordt weggegeven aan goede doelen, maar ook om de klantvriendelijkheid. Bij de Habbekrats kan je spullen inleveren, op laten halen en thuis laten brengen. Een goede doelenkringloop die zijn bestaan, van even meer dan vijf jaar, al heeft bewezen. Zo af en toe heeft men speciale acties met boeken, speelgoed, CD’s, Dvd’s of met kerst met kerstspullen. Leuke acties waar men op afkomt en waardoor het druk is in de winkel.

Bij de Habbekrats gaat het ook om het sociale. Gezelligheid en medeleven is belangrijk en de koffie is altijd bruin. Ieder mag er zijn zoals men is. Naar eigen inzicht mag men functioneren. Iedereen is de baas van de toko.

De winkel is open op woensdag t/m zaterdag, van 09:00 tot 17:00uur m.u.v. zaterdag dan van 09:00 tot 16:00uur. Spullen kunnen worden gebracht tijdens de openingstijden en op woensdagavond. Grote spullen als banken en kasten moeten even in overleg worden aangeleverd. Door uw gebruikte en niet meer nodig hebbende spullen ondersteunt u doelen die het vaak hard nodig hebben. Morgen, 17 maart 2018, is er weer zo’n uitreiking van cheques aan goede doelen. Het zal er ongetwijfeld weer emotioneel aan toe gaan.

Het adres: Kringloopwinkel De Habbekrats, Lierweg 61, 2678 CT De Lier. U kunt ook eens kijken op hun website

260. Jubileumweek bij kringloopwinkel Habbekrats

Vijf jaar Habbekrats. Habbekrats, de kringloopwinkel in De Lier die zoveel meer is dan alleen maar verkopen van tweedehands spullen.

In de week van 1 t/m 4 november 2017 wordt op grootse wijze het eerste lustrum gevierd. Een lustrum dat bol staat van de activiteiten. Op dag één is er het terras, een koffieplek voor ieder die binnenloopt en even een praatje wil maken. Deze activiteit is er ook op de tweede en de derde dag in de ochtend.

Op 1 november is er ’s middags de creamiddag. Mensen van uit de dagbesteding laten zien wat zij zoal doen. Daarnaast bestaat er gelegenheid om kennis te maken met krijtverf of white- of greywash. Made By Me, Marieke Koole geeft hier workshops in. Oude meubelen, vazen, kopjes e.d. krijgen een metamorfose door hen een nieuwe verflaag te geven. Meubelen die al jaren zijn afgeschreven krijgen een heel nieuw leven in de hedendaagse tijd. Aan de lange tafel wordt er gehaakt. Je hoeft het niet te kunnen, het wordt je bijgebracht door een oud-vrijwilligster die geduldig helpt met het opzetten van de steken. Verwacht er geen sjaal in één middag, maar leuke kleine kerstschoentjes, zijn al gauw gehaakt.

Op 2 november is het de beurt aan de Zonnebloem, afdeling De Lier. Met 70 man/vrouw sterk wordt de kringloopwinkel volledig ingenomen, door rolstoelers, stoklopers en aan-de-armwandelaars die hun ogen uitkijken en mogelijk hun slag slaan. En daar hoort uiteraard dat glaasje advocaat met slagroom bij.

Op 3 november 2017 is het ‘Kunst en Kitsch’. Niet de officiële tv-sterren, maar de plaatselijke taxateur die er bijzonder veel van weet. Het zal je maar gebeuren dat je zojuist een waardevol stuk in de kringloopwinkel hebt gevonden, afgerekend hebt en dat dan blijkt dat je een meesterwerk in handen hebt.

Op zaterdag gaat de Hollandse vlag uit. De hele dag staat in het teken van Holland. Accordeonisten brengen er het Hollandse lied. En alles in C, het moet tenslotte in majeur.

En dan de zaterdagavond. Vanuit De Lier rijdt een speciale bus om de talrijke vrijwilligers te vervoeren naar de Tuinderij. Een evenementencentrum waar het grote eindfeest gaat plaatsvinden. Ik mag er zelf de ceremoniemeester spelen.

Afgelopen woensdag is het begonnen, of eigenlijk al veel eerder. De feestcommissie is al weken bezig. De winkel moet worden opgepimpt. Er hangt een speciale vlaggenslinger met spulletjes uit de winkel. Orchideeën pronken op de tafel, de winkel is feestelijk versierd. De koffie is niet aan te slepen, koekjes van het Blauwe Hek gaan als zoete broodjes naar binnen. Het is er gezellig druk. Een koor zingt er heerlijke liedjes. De oppervrijwilligster Monique is met haar vader en moeder opgehaald door de heer Rodenburg. In een oude slee worden zij voorgereden.

Het is er druk, als ik binnenkom. De koffietafel is volledig bezet. In de aanliggende loods worden oude-nieuwe kaarsen gemaakt. Kaarsvet wordt omgesmolten en gegoten in emmertjes, een lont erin en je hebt een nieuwe kaars. Overal verspreid vindt je kerstartikelen. De opslag is omgetoverd tot crea-doehal. Gespoten puzzelstukjes worden geplakt op tekeningen en krijgen zo een nieuwe bestemming. Knopen worden geregen tot sieraad of kerstbal. Een klein stukje verderop is men bezig met diamond painting. Priegelwerk met kleine kraaltjes. Ik zou er geen geduld voor hebben. Gekochte hebbedingetjes zijn opnieuw ingepakt en kunnen worden gekocht. De opbrengst is voor de Habbekrats. Er is flink uitgepakt en dat is te merken.

Ik schiet even aan bij de tafel van de haaksters. Ik bestel een paar gehaakte sloffen, maar daar zal ik lang op moeten wachten. Maatje 44 is net een tikkeltje te groot om dat even te maken.

Het is er een komen en gaan. Waar het deze week niet mogelijk is om spullen in te leveren komen mensen toch gewoon met spullen aansjouwen. Niets wordt geweigerd, het is handel. Handel voor het goede doel.

De Habbekrats heeft naast kringloopspullen een maatschappelijke doel. Opbrengsten van verkochte spullen gaan naar doelen die het kunnen gebruiken. Nu kan iedereen wel zeggen dat men geld nodig heeft maar daarvoor is weer een speciale Goede doelencommissie opgericht. Deels bemand door vrijwilligers, maar ook van buitenaf zijn er mensen ingestapt. Na weging van de aanvraag beslist het bestuur van de Stichting uiteindelijk of het geld ook daadwerkelijk wordt geschonken en aan wie. Een gedegen afweging is hier zeker van toepassing. Dit jaar is al voor de derde keer prachtige donaties gedaan aan betrokken vrijwilligersorganisaties. Een waar feest als men hun geldbedrag komt ophalen.

Nog tot zaterdag is er gelegenheid om te kijken in de feestelijk versierde winkel. Uw antiek of curiosa is op vrijdagmiddag nog te beoordelen. Verder is de winkel natuurlijk het hele jaar nog open. Waar: De Lierweg 61 te De Lier. Als u de oranje borden van ‘Tennis Westland’ volgt, komt u vanzelf bij de Habbekrats uit. De openingstijden zijn op woensdag tot zaterdag van 09:00uur tot 17:00 uur. Alleen op zaterdag gaat men aan het eind van de dag één uurtje eerder dicht.