411. Snertfietsen, hoe leuk is dat?

Doen we het of doen we het niet. Het is niet het spelletje van Peter-Jan Rens, maar de keuze of we mee gaan snertfietsen of niet. De weersvoorspellingen zijn de hele week al van dien aard dat het niet uitnodigt om achter de fiets van Marja van der Ende aan te stumpen. Officieel hebben we nog geen ‘ja’ gezegd, dus niemand zegt wat als we niet gaan.

Op vrijdagavond hebben we nog een activiteit bij Cultuurstek in Den Hoorn. De film Den Hoorn 1959 wordt vertoond door Henk Groenendaal en er zijn wat films van Kees Tetteroo te zien. Wij verzorgen de koffie en versnaperingen en vertellen over de expositie Dorp in Beeld. Fotomateriaal van en over het dorp Den Hoorn. Het loopt die avond nog wat uit en uiteindelijk liggen we even voor twaalven in ons mandje. De tentoonstelling is er nog tot 25 januari, elke overdag.

De volgende ochtend gaat om half acht de wekker af. “Zullen we”, vraag ik mijn lief als ik net mijn ogen open heb. “Dat vroeg Marja net ook al”, antwoordt mijn wederhelft. We besluiten om het er op te wagen. Een enkel buitje op de weersites, maar we kunnen regenpakken meenemen.

De accu’s van onze e-bikes zijn opgeladen. Onze fietsen komen uit de schuur. Het is stevig doortrappen naar Zorgbakkerij Het Blauwe Hek in Naaldwijk. Maar heen tegen- betekent terug meewind. Om even over half tien komen we aan bij de Zorgbakkerij. Het is stil bij de startlocatie. Zijn we de eerste? Even later arriveert er een vrouw uit Monster. “Ik heb er toch zo’n 40 minuten over gedaan”, zegt ze. Wanneer kort daarop de schuifdeuren opengaan, als bij een toneelvoorstelling de gordijnen, verschijnt Marja. “Jullie kunnen je fietsen aan de achterzijde parkeren”, zegt ze, waarop we opnieuw op de pedalen stappen.

De eerste mensen zitten al binnen. De tafel is gereserveerd voor de groep. Voor elke stoel een opgerold cadeautje met een blauw strikje er om. Hoe kan het anders, blauw is de kleur van Marja. Het blijkt te gaan om Syl’s recept van erwtensoep. Als snel komt de koffie op tafel met een klein mueslikoekje. E.e.a. wordt gesponsord door de Zorgbakkerij. Van lieverlee stromen de deelnemers van de snertfietstocht binnen. Het blijken er meer te zijn dan van tevoren opgegeven. Dat is mooi. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Terwijl eenieder zijn kopje koffie of thee leegdrinkt vertelt Ernst Richel, voorzitter van het bestuur van de Zorgbakkerij, wat er zoal komt kijken om zo’n bakkerij op te zetten en ook exploitabel te houden. Hij heeft tevens de kennis van granen en tarwe en geeft aan wat het verschil is tussen volkoren brood en gewoon brood. Hierna wordt aan de deelnemers tijd gegeven om wat inkopen te doen. Inkopen voor de erwtensoep die men later zelf thuis gaat maken. Daar hoort o.a. roggebrood met spek bij. Proeven is mogelijk. Na enige tijd is iedereen voorzien van zijn echte roggebrood en wat andere aankopen. Het wordt tijd om op te stappen. Ik krijg als hekkensluiter een charmant roze hesje om de schouders. Van één van de deelnemers is de band niet hard genoeg. De pomp komt ter plaatse en ook dat probleem wordt opgelost. Er moet nog een groepsfoto worden gemaakt voordat we vertrekken. Dan gaan we. De weg over richting Maasdijk.

Als in colonne fietsen we achter elkaar over de Oranjedijk, rechtsaf richting Polderhaakweg 29 naar Boer Pait en nepboerin Coriza. We zijn er niet de enige. Auto’s rijden af en aan. Na een praatje van Coriza gaat de groep los. Er komen kratten tevoorschijn die worden gevuld en ook het nestje jonge hondjes krijgt alle aandacht. De bloemkool is er goedkoop. Pait heeft een partij van het land kunnen halen. Bijzonder in deze tijd van het jaar. Hij verkoopt ze voor € 0,75 p/s. Daar kan geen super aan tippen. Onze groep gaat voor de groente-ingrediënten voor de snert, maar ook dat bloemkooltje schuift in de tas. Een grote weegschaal heeft het druk. Uit het hoofd rekent Coriza stuk voor stuk de prijs van de artikelen bij elkaar. Naast de groenten verdwijnen er ook sinaasappelen, appelen en eieren in de tas van de fiets. Het zijn niet zomaar eieren maar dubbeldooiers. “Is dit wel wat”, vraagt een vrouw aan mij, “het zijn net ganzeneieren, ik weet niet of ik die lust.” Ze laat ze angstvallig staan. De tijd gaat dringen, het schema is strak, tijd om weer op te stappen. Het loof van de prei steekt uit de fietstas alsof men een bosje bloemen heeft gekocht.

We gaan op weg naar Bakkerij Vreugdenhil aan de Maasdijk. Wanneer er een auto van achter komt is een korte gil voldoende om de groep als ganzen achter elkaar te zien fietsen. Wanneer we het dorp Maasdijk in rijden is tegen de dijk aan de winkel van Vreugdenhil gevestigd. Als de fiets op slot wordt gezet wordt de winkel betreden. Het is hier niet zomaar een bakker, maar een ambachtelijk bakker met winkel die een giga uitstraling heeft. Niet voor niets heeft men al driemaal een ster ontvangen voor bedrijfsvoering, personeelsbeleid, producten en aanverwanten.” Je kunt het vergelijken als de Michelinster van de restaurants”, vertelt Chris Vreugdenhil. Samen met zijn broer Gerard en vader Jan voeren zij de directie, maar ook moeder Gerda is nog steeds actief in de winkel en spreken we nog even. Ook hier gaat de groep ‘los’. Het is ogen uitkijken. Een prachtig bedrijf in een dorpje niet groter dan 4.500 bewoners. Mensen uit wijde omgeving komen hun boodschappen bij hen halen, zegt Chris. Ze zijn trots op het bedrijf en hun producten. Zijn ogen stralen als hij verhaalt over wat zij bestieren. Bakker Vreugdenhil serveert een stukje marsepeinen cake uit. Als we zijn bakkerij uitlopen laten we de voetstappen van de bagger van Boer Pait achter in de bakkerij.

Wanneer iedereen weer is aangesloten vervolgen we de weg naar de Witte. Een eetcafé in de Lier. Hier heeft men een lange tafel gereserveerd voor de groep. “Een kleine lunch bestellen hoor”, waarschuwt Marja, “want straks is er nog erwtensoep.” Mijn buurman en buurvrouw hebben het goed in de oren geknoopt en bestellen een broodje kroket. Dat zijn twee boterhammen en twee kroketten. Een bordje bijzetten is geen moeite bij de Witte. Nadat ieder zijn lunch heeft afgerekend, gaan we de laatste ingrediënten halen.

De stop is bij Slagerij Zwaard. Een keurslager in de hoofdstraat van De Lier. Als je met 19 mensen naar binnen stapt is het druk in de winkel en toevallige klanten die bij de deur van de slager komen gaan eerst een andere boodschap doen, om later terug te komen. Hier krijgen we het maken van de rookworst te zien. Jacq de Mos, de slager die al 35 jaar bij Zwaard werkt, laat op ambachtelijke manier zien hoe e.e.a. in zijn werk gaat. Wanneer de kinnebak en procureur zijn vermalen tot een pasta worden er kruiden aan toegevoegd. Uiteraard wil men weten welke. Dat vertelt de slager niet, dat is een slagersgeheim. Als hij vraagt waar de pasta in wordt geperst kijkt men elkaar aan. Uit de koeling komt een bakje met, ja met wat. Het is varkensdarm. Ik zie mensen een vies gezicht trekken. Met een handige pers, spuit hij de pasta door de darm. Een touwtje er omheen en de worst is klaar om gerookt te worden. Nog even mag hij een uurtje drogen en dan gaat ie de droogkast in. Het vuur wordt opgestookt de houtkrullen toegevoegd. Na twee uur heeft het de smaak van de rookworst die hij uitserveert. Warm en een beetje vochtig. Een heerlijk stukje worst. Ook hier kan men inslaan voor de snert thuis. De spekstukjes en worsten gaan mee in een papieren tas. De snertonderdelen zijn compleet. Na nog wat foto’s rijden we de hoofdstraat uit naar de Oude Campsweg. Een van de fietsdames hoor ik bij het opstappen zeggen: “als mijn man straks op de rekening ziet wat ik heb uitgegeven, mag ik nooit meer mee.” Waarop een ander zegt: “Meid, hij mag niet zeuren, je hebt nog nooit zo gezond gegeten.”

Sylvia Simons – van den Berg staat al te wachten als we aan komen. Een hartelijke begroeting valt ons ten deel. We gaan naar het daarvoor ingerichte hok. Overdag voor pa en ma, ’s avonds voor haar kids. De houtkachel laat zijn houtblokken branden. Hier vinden we Syl’s moeder al roerend in de dikke brij. Wat er in zit? Dat staat op het rolletje dat in het begin is uitgereikt. Er komt een sappie op tafel voor iedereen. Terwijl Syl’s moeder de soepcupjes vult telt ze de stukjes worst die per bakje wordt weggeven. Met een beetje charme krijg ik drie stukjes extra. Het gaat er lekker in. Sylvia vertelt over de oogst en verwerking van de spliterwt en andere peulvruchten. Het blijft een streekproduct omdat Lierenaar Martin Jonas zich heeft gespecialiseerd in de verwerking van peulvruchten. Verder geeft ze aan wat er bij haar te koop is. Om dit te ondersteunen, komen er proeflepeltjes met eierroom en stukjes cake met jammetjes die ze maakt op tafel. Ze vertelt er zeven dagen per week mee bezig te zijn. Van hobby naar werk. Op vrijdag en zaterdag is Santé, waaronder Sylvia werkt, geopend. De groep laat de snert goed smaken en met een voldaan gevoel wordt er nog even geshopt bij Sylvia in haar winkel. Dan is er een eind gekomen aan een enerverende dag. Ieder gaat weer zijn/haar weg. Na 31,52 km sluiten we deze snertfietsdag af. Met rode konen zitten we even later op de bank met een kopje koffie. Geen regen, een beetje wind, maar bovenal veel gezelligheid.

Opnieuw een hele mooie rit met mensen die de website of facebooksite Fietsen voor m’n eten kennen. Fietsend je eten ophalen, puur en zo van het land. Geen plastic verpakkingen en gezond bewegen. Je zou het vaker moeten doen. Op 8 februari a.s. is er wederom een snertfietsrit. Deze is helaas al vol. Houdt de website of nieuwsbrief in de gaten voor meer ritten en workshops die worden georganiseerd onder de vlag van Fietsen voor m’n eten of die gelinieerd zijn aan laatst genoemde club. Het was een mooie dag.

382. Geworteld zijn, het thema van Kom’s Hoorn 2019

Geworteld zijn is het thema dat geldt voor Kom’s Hoorn in 2019. Kom’s Hoorn een eetavond die wordt georganiseerd door Cultuurstek in Den Hoorn. Het is de bedoeling dat je op drie verschillende locaties gaat dineren. Een uurtje babbelen, wat eten, op de fiets om vervolgens naar het hoofdgerecht te rijden en daarna naar een volgende plek alwaar het toetje klaar staat.

In 2018 deed ik er ook aan mee. Het thema Liefde stond toen centraal. Ik schreef er een blog over.

Dit keer mag ik aanschuiven op een adres aan de Dijkshoornseweg te Den Hoorn, of Delft, ik weet het eigenlijk niet zo goed. Sinds de Dijkshoornseweg is opgesplitst in 2004, moet ik altijd even nadenken. Zo’n drie weken voorafgaand aan het evenement neem ik even contact op met mijn gastgezin. Ik stap op de fiets om kennis te maken met de bewoners. Ik schiet binnendoor over de Ommedijk richting Den Hoorn om aan de Achterdijkshoorn de wijk in de rijden. Via een sluiproute kom ik aan op mijn eetadres. “Het bordje Delft staat aan de goede kant”, zegt de bewoner als ik aan kom en binnen stap. “Wij wonen in het goedkope gedeelte, Den Hoorn, van de Dijkshoornseweg.” “Wil je koffie of thee?”, vraagt de man des huizes. Ik bestel koffie. Dat gaat even niet lukken. Als de bewoner tracht een bakkie voor mij te zetten weigert de koffiemachine. Het nieuw aangeschafte koffiezetapparaat heeft vermoedelijk de verkeerde bonen te eten gehad. Het wordt een kopje thee. “Houd je van vis”, vraagt de opperkok. “Nou niet echt”, is mijn antwoord. “Een stukje zalm gaat er wel in en een lekkerbekkie sla ik ook niet af.” “Dat laatste is geen vis”, zegt opperkok. Tijdens het gesprek krijg ik te horen dat mijn gastgezin ook kookworkshops doet, je kan hier informatie krijgen. Het is gezellig aan de grote tafel waar straks ook gegeten gaat worden. We praten een heerlijk verhaal. Ik leer de mensen kennen en zij leren mij wat beter kennen. We hebben elkaar nog nooit gezien. Als we zo’n uurtje aan de praat zijn, vraagt mevrouw: “Krijgen de gasten ook nog wat te vertellen of ben je de enige die praat?” Ze heeft me heel snel leren kennen. “Uiteraard, krijgen de gasten alle kans”, geef ik haar mee. Na zo’n anderhalf uur is het genoeg en ga ik weer naar huis.

Ook het meissie doet dit keer mee. Niet op dezelfde locatie als waar ik ga eten, maar elders. Ze heeft een zwemmaatje gevonden die het een uitdaging vindt om een heerlijke maaltijd op tafel te zetten. Ze wil het echter niet alleen doen. De eerste ideeën zijn er al. Als we even ons eten op de fiets gaan halen bij Santé in De Lier loopt ze tegen kleine potjes aan. Deze mevrouw maakt o.a. jams en mijn lief wil hier haar toetje in maken. Ze krijgt gratis 15 potjes mee. Op een prachtig mooie vrijdagmiddag ‘bekookstooft’ ze samen met haar zwemmaatje een heerlijk diner bij ons thuis. Alleen het weer op die mooie vrijdagmiddag slaat om en in een plensbui moest medekookster terug. Ze is niet bang voor water.

Ik ontvang een e-mail van Cultuurstek. ‘Fijn dat je weer meedoet, Aad’, is de eerste zin. Het thema is geworteld zijn. Met dit thema kan je alle kanten op. Kom je er niet uit dan kunnen wij je helpen.

De volgende dag open ik mijn internet op zoek naar geworteld zijn. Al heel snel kom ik uit bij bijbelse teksten. Maar ook synoniemen van geworteld zijn: geworteld zijn in, ontspruiten uit, stammen van, voortspruiten uit, voortkomen uit, wortelen in. Eigenlijk heb ik al bedacht waar over het zal gaan. Ik ben gestekt in Den Hoorn, ben er een groot deel van mijn leven geworteld om vervolgens te worden verpoot. Er was geen geschikte grond beschikbaar in Den Hoorn om daar te worden verplant en dat was er wel in Schipluiden. Samen met een andere Hoornse boom zijn we geënt en zijn we weer aan het stekken gegaan. En daar zijn weer twee mooie bomen uit ontsproten, René en André. Mijn verhaal staat vast, daar gaat het over die avond.

Mijn lief is de dag voorafgaand aan het evenement al de hele dag in de keuken van die ander bezig. ‘Pffffff’, schrijft ze me, ‘nog een heel werk.’ Ze komt die middag pas tegen etenstijd thuis. “Morgen de rest”, zegt ze, als ze weer thuis is.

Op zaterdag de 30e maart is het zover. Om half drie vertrekt het meisje. Ze neemt nog wat borden mee en moet onderweg nog bestek scoren. “Nou, tot vanavond”, zegt ze als ze hoek om rijdt, en “eet ze.”

Voor mij gaat het om half vijf pas beginnen. Na een douche en schone kleding fiets ik naar het Hoornse. Ik ben benieuwd wat er op tafel komt.

Om even half vier gaat de telefoon. “Hoi, met mij, zou jij de kappertjes even willen brengen, die ben ik vergeten”. Het is mijn eega. Ik vertrek iets eerder om naar de Laan van Groenewegen te rijden. Daarna door naar mijn vertellocatie.

Als ik voor het raam sta bij mijn vertellocatie is opperkok nog druk bezig met uien snijden. Hij duurt even voor hij mij in de gaten heeft. Eenmaal binnen zie ik dat de tafel al gedekt is. In de keuken wordt nog hard gewerkt. Een mangovoorafje met aangebakken ham. De glazen worden netjes op dezelfde hoogte afgevuld. Daarna een tweede voorafje: spinaziesoep.

Terwijl het gezelschap binnenkomt is de kok nog druk bezig. “Jij hier”, zegt een van de gasten tegen mij, “dan hoeven wij niet veel te zeggen.” Iedereen krijgt een plekje geen stelletjes naast elkaar. Heel spontaan vindt het gesprek plaats. Ik hoef er niet veel voor te doen. Na een korte stilte voor gebed kan men ‘aanvallen’. Wanneer het gesprek even stil valt kan ik mijn verhaal kwijt. Het is gezellig, op tijd wordt niet gelet tot het moment dat de gastheer op vriendelijke manier ‘verzoekt’ om het pand te verlaten. Nog even blijft men voor het huis napraten om even later te vertrekken naar een volgend adres.

De laatste gast staat nog niet op de pedalen als de eerste gasten voor het hoofdgerecht al weer aan komen fietsen. Eigenlijk te kort om even een nieuwe tafel te dekken en het hoofdgerecht klaar te maken. De ribeye ligt al te rusten op de plank. De uien zijn gesnipperd, zijn alvast gefruit en liggen boven op de snijboontjes. De aardappel staat gesneden in de pan. Snel de tafel fatsoeneren. De witte en rode wijn komt op tafel. Het advies van de kok is rood, maar smaken verschillen. Mijn gastgezin is druk in de keuken bezig als ik mijn verhaal kan doen. Maar ook het aanwaaiend gezelschap heeft het al druk met elkaar. De borden komen op tafel. Er wordt gesmuld van het lekkers. Voor je het weet is de tijd om en krijgt men wederom het verzoek om te vertrekken.

Ook nu wat snelle renners. Ik zou een rondje doen, maar hier is dat anders. Als ik naar buiten kijk zie ik tweetallen voorbij rijden. Er zijn veel mensen op pad met hetzelfde doel. Dit keer mag ik de mensen ontvangen en hun jas ophangen. Ook nu wordt er al snel contact gemaakt. Een van de gasten heeft een aardigheidje meegenomen voor de gastvrouw een ander vertelt vandaag jarig te zijn en zo een prachtige verjaardag ervaart. Nu komt er een heerlijke panna cotta op tafel. Panna cotta wordt gezien als de Italiaanse tegenhanger van de crème brulee. E.e.a. Is afgemaakt met aardbeien. Een feestelijk dessert. Tot slot een kopje koffie.

Als alle gasten zijn vertrokken praten we nog even na in de keuken. Alsof er een bom is ontploft, staan pannen, glazen, borden en bestek op het aanrecht. Ik bied aan om even te helpen opruimen, maar de gastvrouw gaat voor de vaatwasser staan. Dan neem ik afscheid en dank hen voor een heerlijke avond.

Nu nog even onze spullen ophalen aan de Laan van Groenewegen. Daar is men nog druk aan ‘t afwassen. Ook hier is het zeer geslaagd geweest. Er is zelfs nog het e.e.a. over. We krijgen mee voor de dag van morgen. Nog even een glaasje en dan op weg naar huis.

Een prachtig evenement dat zeker moet blijven. Er zijn nieuwe contacten gemaakt. Lekker kleinschalig, al hoor ik mensen zeggen: “ik had ook graag mee willen doen, maar het was al vol. De afterparty hebben we niet gehaald.

372. De Dijkshoornseweg en haar bewoners

Vooraf: Ik sprak onderstaande tekst uit bij Over de Dijk, een cultureel festival van Cultuurstek Den Hoorn. Niet iedereen heeft een plekje kunnen bemachtigen bij mijn vertelling. Omdat ik inmiddels meerdere e-mailtjes heb ontvangen om de tekst toegestuurd te krijgen, plaats ik deze op mijn website. Ik wens je veel leesplezier.

Aad, wat weet jij van de Dijkshoornseweg in Den Hoorn? Het zou zo maar een vraag kunnen zijn die men kan stellen bij de Slimste Mens, versie Cultuurstek. Ik ben geboren in Den Hoorn, dus voor mij is het een gemakkelijke vraag. Maar heb ik ook alles goed onthouden van de bewoners en gebouwen? Daarnaast, mijn vader is geboren is op de Dijkshoornseweg, dat dan behoort aan Hof van Delft. Den Hoorn is al eeuwen oud. Al in 1317 komt men de naam Dijkshoorn, zoals Den Hoorn vroeger heette, tegen in rekeningen van de graaf van Holland. De Dijkshoornseweg oorspronkelijk aangelegd als waterkering, een dijk om het oostelijke gebied, de latere Voordijkshoornsepolder, te beschermen. Langs de dijk lopen twee slootjes. Meer bagger dan water.

Er vestigen zich boeren en later tuinders, weer later worden tuinders- en boerenbedrijven uitgekocht en komt er woningbouw voor in de plaats. In 2004 vindt er iets historisch plaats. De gemeente Schipluiden en Maasland gaan samen verder onder de naam Midden-Delfland. Als dit gebeurt krijgt Delft er een paar stukken van Den Hoorn bij: delen van de Voordijkshoorn en een heel stuk Harnaschpolder. De bewoners van de Dijkshoornseweg die er onder vallen begrijpen niets van die beslissing. De Dijkshoornseweg wordt in drieën gesplitst. Het eerste deel, gezien vanuit de kern Den Hoorn, valt onder Midden-Delfland. Dan een deel dat aan Delft gaat behoren om vervolgens het laatste stuk weer aan Midden-Delfland te laten. Bewoners ouder dan 12 jaar krijgen nog een Schipluidense pas, zij hebben een emotionele binding aan Den Hoorn. Ben je jonger dan krijg je die pas niet. Wat de waarde van die pas is wordt niet meegedeeld.

Ik neem u mee naar de zestiger jaren. In die jaren wordt het pand van opa Bak, Dijkshoornseweg nr. 1, nadat hij is overleden, flink onderhanden genomen en vestigen Schipluidenaren Henoch en Cees van der Burgh zich op de hoek van de Hoornsewal en Dijkshoornseweg onder de naam: Corona, als elektronicazaak. Menig eerste tv-toestel in Den Hoorn is door hen aan de Hoornse bevolking verkocht. Naast Corona het slob. De familie Leet Schenkeveld neemt er hun intrek. Een van de zoons krijgt de bijnaam Hoena. Nadien woont Jan de Vette er met zijn gezin. Hij werkt als bakker bij Warmenhoven. Er is een kleine voordeur aan de Dijkshoornseweg en een achterom in de poort. Later trekt de familie Teuthof in dit huisje. Zij woonden hier met drie jongens, Paul, Rob en Lex.

Aan dezelfde kant van de weg een rijtje kleine arbeidershuisjes van de familie Koop. Een bekende familie die er heeft gewoond is het gezin van Dirk van Zanten, wonend op nr. 5.. Hij heeft veel karakteristieke woningen uit Den Hoorn getekend. Dirk was getrouwd met Doortje Nowee. Zij was er geboren. Haar vader en moeder Leen en Geertruida, kregen in dit huisje 15 kinderen. Leen Nowee, Doortje’s vader dus, werd vol trots ‘Het Vaandel’ genoemd. Nowee liep altijd met het vaandel vóór de muziek uit. Leendert zag je op latere leeftijd regelmatig in donker kostuum en hoedje op al wandelend zijn blokje om lopen. Zijn zoon Cor was ‘de kromme’ want van rechtop lopen had hij nog nooit gehoord. Een andere bijnaam was ‘prummeltje’ omdat hij klein van stuk was. Daarnaast komen we familienamen tegen als Klok, Gordijn en Bekkers en ook mijn jongste broertje Loek heeft er enige tijd van zijn leven doorgebracht. Het laatste huis voor de poort bij de bakker is een grotere woning hier woont de weduwe Van Marrewijk. Nadat zij is overleden dient het pand enige tijd als opslag voor de bakker. Weer later koopt Tom Mollier het pand. Hij vestigt er een kapperszaak in. Hij is overigens de tweede kapper in de straat, want bij Van Galen aan de overzijde van de straat, kan je je haar al veel eerder laten knippen. Van Galen is een thuiskapper. De winkel van Mollier is thans de kaas- en notenbar van Wessels. Als je de poort onderdoor gaat kom je uit bij het huisje van Hein Holierhoek. Dit huis werd later toegevoegd aan de bakkerij. Aan de andere kant van de poort was die bakkerij, van Cees Koop. Cees had er ooit de bakkerij overgenomen van zijn vader. Na de oorlog wordt de bakkerij overgenomen door bakker Piet Warmenhoven. Piet Pils, zoals hij als bijnaam kreeg. En dat was niet omdat hij regelmatig frisdrank dronk. In de winkel bedient zijn altijd deftige geklede vrouw de klanten. Zij hebben een mooie dochter, Carola. Ik was er verkikkerd op. Ik heb er vakantiewerk gedaan en rijd er met Toon Duifhuis of Jan Gerritsen CorZn. op de bakfiets de Dijkshoornseweg af om er brood te verkopen. Zittend op het spatbord van het wiel van de bakfiets rijden we tot aan het Bonthuis en zijn er een hele zaterdag mee bezig. Naast de bakkerij zit het slachthuis en de slagerij van Van Rooijen. Vader Dries, klein van stuk en kromme benen, vanwege het varkens vangen, werd gezegd, voert er de leiding. Hij koopt zijn koeien bij boeren uit het dorp en Abtswoude. Hij heeft er zijn eigen slachthuis. Wekelijk worden er de botten opgehaald door een grote vrachtwagen. Ze worden afgevoerd naar de Lijm- en Gelatinefabriek. Mannen met een witte kap over hun hoofd brengen er af en toe delen van reeds geslachte dieren. Een van zijn meesterknechten is Toon van Bergen Henegouwen. Andere slagersknechts, Aad Keuzekamp en George Vermeulen. Nadat vader Van Rooijen stopt gaat de zaak over naar zijn zoons Lau en André. In 1960 wordt de winkel heropend op het moment dat mijn oma boven aarde staat. De festiviteiten rond de opening worden enigszins aangepast omdat men het niet gepast vindt om er een groot feest te vieren. Later is de winkel overgegaan naar Slagerij van Geest.

Naast de slagerij een deftige woning, een voormalige tuinderswoning van Willem Bentvelsen. Later wordt het huis in twee delen gesplitst en is de ene kant voor de vrijgezellen dames Bentvelzen. De ‘tantes’ worden ze genoemd. Het huis verliest zijn functie als tuinderswoning nadat het achterliggende land is verkocht voor nieuwbouw aan de Hof van Delftstraat. In het andere deel van de woning wonen Bert en Bets van Leeuwen, gekscherend Jozef en Maria genoemd. Zij kregen in het kleine huisje vijf meisjes en een jongen, Gerard. Bets van Leeuwen – Bentvelsen leeft nog en is in de gezegende leeftijd van 100 jaar. Zij is op 8 februari 2019 101 jaar oud geworden. Ze heeft nog een ijzeren geheugen heb ik kortgeleden ervaren, nadat ik haar dochter Leny heb gesproken.

Dan een even niets om vervolgens de woning van Jan Keijzer en Pia Bentvelsen tegen te komen. In het gezin worden alleen jongens geboren, net als bij ons thuis. Daar aansluitend staat de tabakswinkel van Lannetje van Velzen. Van Velzen is ooit begonnen in een schuurtje met de verkoop van sigaren en sigaretten. Het schuurtje stond schuin aan de overzijde waar anno 2019 Zoes is gevestigd. De locatie van Van Velzen wordt dan ook ’t Schuurke genoemd. Meneer van Velzen krijgt de bijnaam Lannetje, omdat zijn voorletters L.A.N. zijn en de man klein van stuk is. Zijn eigenlijke naam is Leo. Zijn ietwat deftige echtgenote kan zich boos maken als men Lannetje zegt. “Hij heet Leo”, zei ze dan enigszins geaffecteerd. Later wordt het ook het postagentschap. Daarna komt het in handen van de familie Bouter, Janus en Mien, en wordt het weer later een Primera. Inmiddels heeft de tweede generatie Bouter de winkel verlaten en heeft het een nieuwe eigenaar. Naast de winkel van Van Velzen is een kleine werkplaats waar, de aan de overkant van de straat wonende, Toon Wilmer schoenen repareert. Bert Gerritsen is er zijn ‘leerling schoenmaker’.

Tussen de tabakswinkel van Van Velzen en de winkel van Cor en Toos van Dijk-Arkesteijn die manufacturen en kleding verkopen, heb je de achterzijde van GEKA, Garage Kleijweg. De hoofdingang van het garagebedrijf van Kleyweg ligt aan de Hof van Delftstraat, met een doorgang naar de Dijkshoornseweg. De benzinepomp midden in het dorp is een druk bezocht punt. Toos Spek, die eigenlijk Van der Drift heet na haar huwelijk, bedient de pomp. Toos is een bekende voor iedereen. Er kan nog op de lat worden getankt.

Een beetje uit de loop van de Dijkshoornseweg het woonhuis en winkel van Loek Loomans. Loomans heeft een groot gezin. Vader Loomans haalt de respectabele leeftijd van 100 jaar. Aan het driehoekig plantsoentje begint hij met een winkel in spullen voor electra. Hij krijgt dan ook de bijnaam Loek ‘Lampie’ Loomans. Men verkoopt er o.a. lampen, stopcontacten, zekeringen, draad en pijp. Later wordt het een echte doe-het-zelver en breidt het bedrijf zich o.a. uit met een groot assortiment verf. Als je binnen gaat tingelt er een belletje dat boven de toegangsdeur is bevestigd en komt meestal moeder of een van de kinderen naar beneden. Dochter Jos neemt later de zaak over. De familie Loomans woont met de familie Van Dijk in een portiekje, waar vier deuren de toegang gaven tot winkel en woonhuis.

We gaan even terug richting Hoornsekade. Op de hoek Hoornsekade/Dijkshoornseweg woont Fried Koop, mede oprichter van Benfried. Daarnaast heb je het groentehalletje van Marius Bernöster. Hij duwt zijn trapfiets vaak voort. Naar mijn idee kan hij met zijn korte beentjes niet bij de trappers van de bakfiets. Men moet hem regelmatig een duwtje geven als hij de Hoornsebrug over moet. Naast Marius, het aannemersbedrijf van Toon (A.F.) Keijzer. Met zijn vier zoons, Jan, Joop, Ben en Ton, een echt familiebedrijf. Inmiddels hebben achterkleinzoons van deze Toon weer diverse bedrijven op het gebied van bouw-, metsel- en loodgieterswerkzaamheden opgestart. Daar weer naast is de smederij annex fietsenwinkel van Ot en later zoon Jan Groen gevestigd. Jan is jarenlang ‘de brandweercommandant’ van de vrijwillige brandweer van Den Hoorn. Na zijn pensionering neemt Jan Keijzer deze functie over.

Een poort scheidt de winkels en bedrijven van het rijtje huizen waar mijn vader is geboren. Arbeiderswoningen, vaak met grote gezinnen. De familie Lekkerkerk is de opdrachtgever om eerst in 1903-1904 de tweede rij, het dichts bij de PlusMarkt, te laten bouwen. De eerste rij, meer liggend naar de Hoornsekade, volgt in 1909-1910. Ik herinner me nog de plee die op de achterstraat buiten was. De huizen kennen nl. geen toiletvoorziening in huis. Achter het huis staat een schuurtje, waar je, ook ’s nachts en ‘s winters, buiten op de pot moet. Je licht een deksel op en neemt plaats op de altijd koude, stenen rand van de ton. Wc-papier is er niet, dat is de krant van gisteren, die in repen is geknipt of gescheurd. Een keer in de twee weken komt de ‘tonneur’ of ‘pleeboy ’ met de boldootkar voorbij. Het merk Boldoot is al snel zo bekend dat de karren die destijds huis aan huis de poeptonnetjes komen legen, schertsenderwijs boldootwagen worden genoemd. De tonnen worden geleegd in de vaart. De twee rijen worden gescheiden door een poortje, fietsstuur breed. Aan het eind van de poort heeft men een waterput gemetseld. Met het water uit de put worden de achterplaats en de stoepen aan de voorzijde elke vrijdag geschrobd. Enige bekende bewoners van deze woningen zijn: Vader Floop Schenkeveld, hij woont er met zijn dochter Ploon. Zij trouwt later met de weduwnaar Cor Rieken en blijft in de rij wonen. Overige bewoners uit de twee rijtjes: de familie Quak, Van der Lans, Van Galen, Van Meurs, Van Leeuwen (bijnaam Jan Rat). Verder, nadat de familie Quak de Dijkshoornseweg heeft verlaten trekt Louis de Gier (bijnaam de Lord) in die woning. Aan de andere kant van de poort Aad de Gier, waar wij altijd op woensdagmiddag televisie gaan kijken, Theo Schenkeveld, hij heeft de bijnaam Theet de Krul, vanwege zijn kuif voor op zijn hoofd. In die rij ook Loek Kuipers, met zijn kromme benen een bekendheid in het dorp. Hier hangen de afkeuringslijsten op het raam. Je kan er zien of jouw voetbalwedstrijd al dan niet doorgaat. Tot op vrij hoge leeftijd speelt Loek zijn voetbalwedstrijden in een veteranenteam. Daarnaast de schoenmaker/uitvaartverzorger Toon Wilmer. Toon, de dorpsschoenmaker’, is ook doodgraver en -bidder. Hij verzorgt begrafenissen en daarbij behoort ook het bidden van de rozenkransgebed hetgeen door hem op een onnavolgbare manier wordt afgeroffeld. In het voorlaatste huis woont bode Biemans en in het laatste huis van het rijtje woont Bergwerff. Deze woning wordt later bewoond door Riet en John Reijpert. John krijgt al snel de bijnaam “John Soep”. Hij werkt voor een bedrijf dat allerlei soepen en kruiden verkoopt.

Vervolgens een poort dan een schuurtje van de schillenboer Koene. Hij heeft hier zijn hond zitten waarmee hij schillen ophaalt in het dorp. Dan het witte huis van de familie Van der Vaart. Hein van der Vaart heeft een groot gezin. Zij hebben een talentvolle voetballer in huis, Reinier, hij gaat voetballen voor het toenmalige Holland Sport. De eerste betaalde voetballer van Den Hoorn. Op het moment dat de schuur van Koene wordt afgebroken krijgt Van der Vaart er een buitenplaats bij. Ze noemen het een pleintje. Er heeft jaren een straatnaambordje op het huis gehangen met het ‘Van der Vaartpleintje’.

Op de hoek van de Dijkshoornseweg en de Pr. Beatrixstraat het transportbedrijf/melkrijder van Arie van den Berg. Hij houdt er midden in het dorp ook zijn beestjes. Koetjes en varkens. Het stinkt er altijd in deze omgeving, een penetrante varkenslucht komt uit de staldeuren. Als we naar school gaan moeten we er langs. Hij heeft ook een vrachtwagenweegbrug op het terrein. Eind 80-er jaren worden de woning van Van der Vaart en de woning en stallen van Van den Berg afgebroken en start GAM van Leeuwen met zijn project. Leeuwenberg. De naam is een samenvoeging tussen Van Leeuwen en Van den Berg. Op 24 oktober 1990 wordt het complex in gebruik genomen.

We steken de Pr. Beatrixstraat over. Opnieuw een rijtje arbeidershuisjes. Wat ik er van weet is dat er vooral protestantse mensen in woonden. De contacten en verhoudingen tussen katholieken en protestanten zijn in die tijd niet optimaal. Zo erg dat de aanvang- en eindtijden van scholen een kwartier uit elkaar liggen, zodat men elkaar niet tegenkomt. Gelukkig is dat niet meer. Op de hoek woont Arend van Geest met zijn gezin. Hij rijdt in het begin met een mandenfiets rond om zijn comestibles, fijne vleeswaren, kaas en eieren te bezorgen. In zijn mond altijd een klein peukie. Later opent hij een winkel aan het Koningin Julianaplein. De familie Nowee woont er, waarvan een van de zoons Eddy heet. Wat mij opvalt in de bewonersnamen is dat ik over de gehele Dijkshoornseweg de familienaam Nowee tegen kom. Vanaf Dijkshoornsweg nr. 5 tot aan de Blauwe brug. Niet alleen katholieke gezinnen waren groot, ook aan protestantse kant kent men grote gezinnen. Terug naar het rijtje huizen, waar ik eerder over sprak. In de kleine huizen woonden ook de gebroeders Brouwer, tuinders, die er met hun huishoudster Marie wonen. Na het overlijden van de broers Brouwer en de huishoudster valt hun woning toe aan de katholieke kerk. Pastoor Leo de Groot neemt er later zijn intrek in. Dan woont er ook nog Gerard van Oosten, ook een tuinder. Verder in het rijtje Piet en Nel van der Gaag. In mijn herinnering werden zij vaak met de nek aangekeken. Nel herinnert zich een paar jaar geleden dat er ooit in de oorlog een bom is gevallen voor hun huizen. Het wordt serieus opgepakt door de gemeente. Men laat er zonder resultaat overigens, onderzoek naar doen. Familie Van der Gaag verliezen een zoon, Piet, op een nog jonge leeftijd, na een ongeval. Een bijzonder figuur in dat rijtje huizen is wel ome Freek. Hij woont in het allerlaatste huis van de tweede rij. Ome Freek is Freek Steenks. Een echtpaar zonder kinderen, maar wel iemand die kinderen probeert te vermaken. Rond Sinterklaas verkleedt hij zich als zwarte Piet en doet allerlei gekke dingen voor zijn slaapkamerraam. Een paar keer per avond strooit hij uit het raam Er staan vaak meerdere kinderen te kijken.

We steken over en gaan richting Sion. Daar komen we aan de linkerkant van de Dijkshoornseweg eerst de woning van Piet Eijgenraam, bijgenaamd Piet Pet, tegen. Een tuinder met louter dochters. Vier in getal. De man is in mijn herinnering lang. Hij had een kleine vrouw. “Anderhalve cent” noemen we dat. Dan komen we het bedrijf van Benfried tegen. Het bedrijf wordt opgestart op de weilanden van de familie Van Geest, waar Arend er een van is. Het heeft een ingang aan de Dijkshoornseweg, maar ook aan de Looksingel. Ooit opgericht door Ben Lansbergen en Fried Koop. Het bedrijf levert spullen aan de tuinbouw. Met chauffeur Lau de Kok mag ik regelmatig meerijden om meststoffen, buizen en andere materialen weg te brengen. Aan de voorzijde van de Dijkshoornseweg zit een benzinepomp, Witte Raaf, Ton van Wijk is daar een tijd de beheerder van. Daartegenover heb je de boerderij van Van Leeuwen, waar later het meststoffenbedrijf van Goeijenbier, onder de naam Perguano zijn zakken met mest verkoopt. Wim van Dijk, getrouwd met Truus van Leeuwen, dochter van de boer, is er vertegenwoordiger. De woning is thans de kapsalon van Rob Crijns. Daarnaast het land dat toebehoort aan de boerderij van Van Leeuwen.

Aan de kant van Benfried kom je verderop eerst een grote woning tegen waar Koos en Anna Arkesteijn in wonen. Daarnaast de Taswoning, in 1852 gebouwd aan een watering die uitkomt op de Lookwatering. Een Taswoning is een boerenwoning met alles onder één dak. Op het erf ook een hooiberg en stallen. Het is een groot huis waar Leen Arkesteijn, bijgenaamd Leen de Tas woont met zijn gezin. Daarnaast de tuinderij van Leen Eijgenraam. Platglas nog, waar later kasopstallen worden gebouwd. Nu is er de Look op gebouwd. Langs de stoeprand een slootje met een lage buis langs de walkant.

Voorbij de tuin heb je een smal paadje dat je leidt via een boogbruggetje naar de Lookwatering. Het is een verboden pad, is mijn herinnering.

Aan de overzijde tuinde Jan Kalkman sr. Daar ook vind je de familie Schrier. Zij hebben er wat beestjes lopen en halen met paard en wagen schillen op in het dorp. Hier zijn wat meer volkstuintjes, Hein van der Vaart en ook de Cor Nowee, die ik eerder noemde, verzorgen zo de inwendige mens thuis. Daarnaast een klein huisje waar ene Van der Windt woont. Van der Windt met dt, zoals mijn informant hen noemt.

Aan de overkant van de straat het witte kabouterhuisje, niet groter dan een forse bungalowtent. Het gezin Ruijgrok heeft er met 10 kinderen gewoond. In de jaren 50 emigreert de familie naar Canada. Daarna neemt Ton Koop er zijn intrek in. Hij krijgt er twee kinderen. Als ook hij het huis verlaten heeft wordt het een opslagplek van ene Henk Steijger, is eigenaar van de kistenfabriek in Delft. Ook hier doet hij iets met hout. Daarna heeft het enige tijd leeggestaan en wordt het een vuilopslagplek. Later maakt Joop Keijzer sr. er een opslagplaats van. Hij gaat er wonen nadat hij het huis heeft gekocht van Bep Koop in huize Veldzicht. Joop komt met zijn gezin vanaf de Emmastraat. In die tijd heeft men nog zicht over het veld. Vanuit het huis kijk je over het weiland tot aan de slinksloot, de tocht genaamd, tot aan Delft. Het land is van Boers, een koopman op de veiling die er wat vetweiders op heeft lopen. Naast Veldzicht een kleine kas met aangrenzend woonhuis. Dat is het huis van Cor en Bep van Paassen. Zij wonen er met hun dochter Plony en zoon Hans. Ook aan de overzijde is hij zijn bedrijf gevestigd. Een rails over de weg leidt naar de schuur bij het huis waar de sortering plaats vindt, zoals je dat op meer plaatsen in de Dijkshoornseweg tegenkomt.

Een sloot scheidt het perceel met de volgende bewoners, de familie Van der Maarel, dat later wordt overgenomen door de ondernemer Maarten Buijing van het gelijknamige tuincentrum annex surfplankenhandel. Maarten heeft met zijn zoons nogal wat succes bij surfkampioenschappen en besluit om naast zijn planten ook surfplanken te gaan verkopen.

Naast hem de familie Overgaag. Overgaag, met de bijnaam ‘de Waterpiano’. De geschiedenis verhaalt dat Overgaag na het melken zijn melkbussen geopend buiten zette zodat tijdens de regen de inhoud van die bussen vermeerderde en dat hij van die extra opbrengst een piano heeft gekocht. Het was bijzonder als je in die tijd een piano in huis had. Aan de overzijde het land van Overgaag. Ook Dick van der Windt heeft er een stukje, hij huurt dat van Overgaag waar zijn schapen op lopen. Nadat het land van Overgaag, aan de overzijde van de weg, is verkocht aan de Gemeente Delft komt er een boomkwekerij op van de Gemeente Delft. Er wordt aansluitend een park aangelegd waar ook de L-vijver in lag. Een ‘zwembad’ voor jonge Hoornezen en Delvenaren uit de buurt van de Foreestweg. De heer Kramer is de beheerder van de boomkwekerij. De gemeente Delft trekt hier haar bomen op die door Delft heen worden neergezet.

Terug naar de overzijde. Hier woont Piet Overgaag met zijn Ludy. Een klein stukje verderop op de Dijkshoornseweg zit ‘de Scheepswerf’. Op een bok staat altijd een scheepje te wachten. Of het ooit zal worden afgemaakt, weet ik niet. Van oorsprong eigendom van Ton Winkes. Hij gaat met de bijnaam ‘Gandhi’ door het leven en dat is niet omdat hij een flink postuur heeft. Als Winkes vertrekt wordt het de werf van Janus Bouter. Wanneer ook Janus vertrekt en de winkel van Lannetje van Velzen overneemt komt het bedrijf in handen van Cor van de Sluis. Hij richtte er ook een lasbedrijf bij.

We komen aan bij de Willibrordus en G.A. van Marrewijkstraat. Beide straten worden rond 1927/1928 opgeleverd. Omdat er steeds meer tuinbouw komt in Den Hoorn moeten er woningen komen en zo wordt de woningbouwvereniging Willibrordus opgericht. Het wordt bestuurd door tuindersbazen. Om het eerste bestuur te noemen: De heren J.A. v.d. Krogt (voorzitter), G.J.A. van Marrewijk (secretaris), G.C.van Marrewijk (penningmeester), J.J. Nederpel (lid) en A. v.d. Burg (lid).

Direct tegen de Willibrordusstraat aan staat, tegen de sloot aan, een loods. Hier is het aannemersbedrijf Sperling gevestigd. Ook de aannemer Jan. Hendrik van de Meij heeft er jarenlang zijn domicilie gehad. Meer naar de wegkant staat een groot woonhuis van boer Leen van Dien. Er horen ook andere opstallen bij. Leen heeft zijn landerijen aan de overzijde van de weg. In een bij de woning behorend bijgebouwtje probeert men een patatzaak te vestigen. Dit bedrijf heeft er niet lang gezeten. Bewoners zijn de frietlucht al heel snel zat. Op een gegeven moment sticht vader Preuninger er nog een autobedrijf met benzinepomp naast en gaat wonen in het grote woonhuis. Wat verderop in de Dijkshoornseweg staat het fietsen- en garagebedrijf van Piet Verhagen. Hier heb je ook een oversteek naar de Lookwatering. Piet Verhagen runt er ook een benzinestation bij. Later wordt het bedrijf overgenomen door de familie Dijkshoorn en komt garagebedrijf KOFRA (Koos en Frans) ervoor in de plaats. Als ook zij naar een andere locatie zijn vertrokken, laat Preuninger een groter pand neerzetten en heeft daar zijn doorstart. In één van de zijstraatjes van de Dijkshoornseweg woont ook de eigenaar van de Vishandel Van der Eijk. Hij heeft zijn winkel aan de Verwersdijk, maar ook vanuit zijn woonhuis vent hij zijn vis uit.

Aansluitend aan de Van Marrewijkstraat staat de Prinses Margrietschool. De onderbouw van de Juliana van Stolbergschool die aan de Looksingel is gebouwd. De school is van protestantse origine. Deze school komt in de plaats voor de kleuterschool die verderop richting Sion stond.

Aan de overkant, aansluitend aan de boomkwekerij, allemaal tuinderijen. Met daarop hun tuindershuis. Van der Maarel, Moerman Nowee, Overgaag en Joh. en Koos Van Paassen. Aan die kant ook de woning van de familie Nowee. Dirigente/organiste Sonja heeft er gewoond. Ook Midden-Delflands historicus Jacques Moerman komt van die kant. Na het vertrek van Overgaag naar California doet de familie de Vreede zijn intrede. Aan de kant van de Lookwatering grote tuindershuizen. Het eerste huis wordt bewoond door de drie gezusters Pols. Zij hebben altijd jonge katjes te koop. Verdere bewoners De Wilde, Lekkerkerk en Van der Gaag. Op nr. 159, de familie Nowee. Zes meiden en één jongen, Piet. De overige bewoners van deze huizen ken ik niet. Na het laatste huis het rabarerveld. Bij elke Hoornees bekend. Lekkerkerk, van wie de tuin is, heeft in een clausule op laten nemen dat er op dit veld nooit gebouwd zal mogen worden. Ik heb begrepen dat er een verjaringstermijn aan zit en dat er nu wel mogelijkheden zijn. Het is ‘helaas’ Delfts grondgebied.

In het huisje Weltevreden woont Joh. van Paassen met zijn gezin. Na eerst in een gebouwde houten schuur te hebben gewoond, werd de schuur versteend door de aannemer Louis (Wiet) van Velzen. Naast tuinder was Van Paassen ook kerkmeester en bestuurder bij de Boerenleenbank.

Dan een aantal statige huizen, van o.a. Arend Lansbergen en Lekkerkerken. Tussen de statige woningen, de inham, vind je op dit moment garages er hangt thans een bordje met Lansbergenpleintje. Hier was in het verleden de kleuterschool die toebehoorde aan de Juliana van Stolbergschool. Kinderen uit Den Hoorn moesten toen ver lopen om naar school te gaan. Het mooie witte huis Anno 1730 is niet het oudste huis dat Den Hoorn bezit. Dat staat een stuk verderop (zie verderop in dit verhaal). Ook hier een Lekkerkerk die voortvarend te werk gaat en huizen laat bouwen in Den Hoorn. De tuinderij van de familie Lekkerkerk ligt overigens zowel aan de Dijkshoornseweg als aan de Lookwatering. Een boogbruggetje verbindt daar nog altijd de woning met het gebied waar de oorspronkelijke tuinderij heeft gelegen. Daarnaast een tweelingwoning. De familie Van der Velden sticht daar hun gezin, ook zij hebben een tuin aan de Lookwatering. Daarnaast woont Frans Roessen, hij heeft een grondverzetbedrijf en klompenhandel. Tegenover deze statige woningen staat het huis en bedrijf van Jan Bentvelsen, bekend onder de naam ‘ou-baas’ Hij is jaren de hoogste padvinder geweest bij scouting Den Hoorn. Hij krijg ook de bijnaam ‘Jan Pis’, waar die laatste naam vandaan komt vertelt de historie niet.

Na de statige woningen twee tussenwoningen, gebouwd in een latere tijd waarbij in een van de woningen Joh. van Marrewijk woonde. Jo, was ‘slappe Joh.’. Hij kreeg de bijnaam vanwege zijn zwabberende benen. Joh. was een zoon van ‘radio Bert’ Bert van Marrewijk, die aan de Lookwatering woonde. Bert was de 2e inwoner van Den Hoorn die zich mocht beroemen op het bezit van een radio.(De 1e was van de toenmalig kapelaan Versteege). In de andere woning woonde Otting. Hij is van schaatsen en alles wat je er omheen hangt.

Dan de huisjes zonder voordeur, beter bekend onder de 11 huizen. Zij hebben alleen een achterom. Wederom gebouwd in opdracht van Lekkerkerk op het verlengde van zijn tuin. Ze zijn van het begin van de 20e eeuw. De huur bedraagt 80 cent, maar voor het hoekhuis bedraagt het een dubbeltje meer. Er werd in de zomer 9 gulden verdiend en de winter zes gulden. Al met al een hoop geld, dus. Waarom de verschillen in salaris? De werktijden liggen anders. Men werkt van licht tot donker, waarbij de ‘baas’ bepaalt wanneer het licht en wanneer het donker is. De woningen bestaan uit een woonkamer, een keuken en zolder over het hele huis. Men woont er met wel 10 kinderen. De mensen koken op een fornuis dat wordt gevoed door koolstronken. Er is geen gas en geen elektriciteit. De was spoelt men in de Lookwatering en hangt te drogen op het achtererf. Men leeft meer mét dan langs elkaar heen. Bij ziekte en zeer springen buren elkaar bij. Daar zou in deze tijd veel meer aan moeten worden gedaan. De huizenrijen worden evenals de twee rijtjes aan het begin van de Dijkshoornseweg in na elkaar met tussenpozen gebouwd. Hier heeft de eerste en enige olympisch kampioen van Den Hoorn, Piet Makkus, gewoond. Hij won tweemaal goud op de Paralympische Zomerspelen 1968 in Tel Aviv. Hij woont er bij zijn ouders. Piet wordt eerste op de 50 m Rugslag special class (m) en eerste op de 50 m Vrije Slag special class (m). In deze rij komen we nog de volgende namen tegen, Van Scheijndel, Makkus, Gerritsen, Fonkert, Langstraat, De Koning, Moerman, Huisman en Koster, Lagerwerf.

We passeren de Laan van Groenwegen. Van de eerste woning is mij bekend dat daar eerst een Boers woonde, later werd het huis bewoond door Van der Helm, van het transportbedrijf. De bewoners van het tweede huis zijn mij onbekend.

De woning van Nolletjeje van der Maarel, aan de overzijde van de straat, wordt veel later gebouwd evenals het huis van Frans ‘Heineken’ Keijzer en van de verzekeringsman, ex-politieagent Paul Friskes. Aan de overzijde achter op de laan een woning, verscholen achter de coniferen, genaamd Groenoord. Jan van Paassen woont er, zoon van Nic. Van Paassen laatstgenoemde verhuisde vanaf de hoek Beatrixstraat/Wilhelminalaan naar het huis naast de woning Groenoord. De woning heeft thans het adres aan de Laan van Groenewegen. Dan twee statige woningen van broers Bentvelsen. De woningen zijn gebouwd door Jan Hendrik van der Meij, waar Keijzer doorgaans altijd de voorkeur kreeg voor het bouwen van woningen. Dit is echter een particuliere opdracht en niet van de woningbouwvereniging.

Dan komen we het huis en bedrijf van ketelbouwer Ben Groen tegen. Daarnaast een ‘supermarkt’. In eerste instantie gestart als melkwinkeltje door Kees Overgaag. De winkel werd nog even overgenomen door zijn zoon Aad. Nadien krijgt deze winkel een doorstart door Jan de Vette, een Sparvestiging. Deze winkel werd voornamelijk door de buurtbewoners en inwoners van het streekgebied Sion bezocht.

Tegenover de supermarkt opnieuw een tuinderswoning, het huis met het rieten zadeldak. Deze dateert uit de beginperiode van de Hoornse tuinbouw anno 1650. Dit huis wordt beschouwd als het eerste huis dat Den Hoorn rijk is. In de woning was een ruimte gecreëerd voor een melkkoe en wat varkens. In het begin van de twintigste eeuw woont in dit tuindershuis, de familie Van Rijt. Oom en tante van mijn oma en opa. In 1942 koopt Jan Pruisken (‘Dove Pruus’) het pand, dat later wordt gehuurd en bewoond door de familie Gerritsen. Van Cor Gerritsen kan ik me nog herinneren dat hem een ernstig ongeluk overkomt als hij de voetbalvelden van Den Hoorn aan het frezen is. Hij verliest er zijn been aan één van de frezen van zijn machine. Cor was vrijwillig bezig en op zaterdag. De verzekering die hij heeft keert door de laatste twee feiten niet uit. Door zijn ernstig ongeluk heeft hij geen inkomsten meer. In 1957 verhuist het gezin naar het dorp.

In 1959 gaan Jan en Jo van der Stap hier wonen in de tuinderswoning. Hun zoon Aad en zijn vrouw hebben er nog enige tijd gewoond toen vader was overleden en ook moeder het huis had verlaten. In 2001 werd de woning een gemeentelijk monument.

Naast de woning van Van der Stap het bedrijf en woning van Harry Stoel. Hij heeft er een kleine kas en voert er een soort tuincentrum. Dagelijks staan er transportwagens met planten op de oprit voor de ingang. Tot lang heeft hij het afgehouden, maar de kans van bebouwing zal ook hier mogelijk straks toeslaan.

Komen we aan bij de rij huizen ten overzijde van Stoel. De eerste woning van een uitzonderlijke groot formaat, de anderen veel malen kleiner. Woningen waar ik wat te weinig van weet om er echts iets over te kunnen vertellen. Wie ik me nog wel kan herinneren is Henk Holsteijn, hij reed door en wind de kranten. Hij werd in mijn herinnering ‘Witte Henk’ genoemd. Later verhuisde het gezin naar de Van Marrewijkstraat. Diepgeworteld zit ook nog het ongeluk dat zijn zoon Cor, later het gezicht van SV Den Hoorn, overkwam op de hoek van de Laan van Groenewegen en de Dijkshoornseweg. Ik zie hem daar nog liggen. Aangereden door een auto. Ambulances erbij. Het heeft mij nooit losgelaten. Wie woonde er nog meer: mijn Ome Cor en tante Bets, de familie Aarts, Dessens, Van Geest, Dijkshoorn, Gielesen en…….

Het laatste rijtje huizen voor Stakenbrug is wederom gebouwd in opdracht van Cor Lekkerkerk. Arbeidershuisjes voor tuinarbeiders. Tuinarbeiders die in Sion werken of aan de Lookwatering of Woudselaan. Een voor mij bekende bewoner is Arie Broekhuizen. Arie is een ras muzikant. Geef hem een instrument en hij toetert er op weg. Ooit ben ik samen met hem op tournee geweest langs voetbalverenigingen. Na een paar drankjes klom hij op de tafel en speelde de meest fabuleuze stukken op zijn instrument. Dat konden gerust stukken zijn uit een opera en dat op een carnavalsavond. Hij was een charmeur en al helemaal als hij een borreltje ophad. Hij hield van vrouwen. Hij had op een avond zoveel gedronken dat we met de taxi terug moesten, die was duurder dan dat we die avond hebben verdiend, Maar Arie was in zijn element. De familie Dijkshoorn heeft er ook gewoond. Van hen is mij geen bijzonderheden bekend. Frappant is natuurlijk dat Dijkshoorn woonde op de Dijkshoornseweg.

Dan komen we uit aan de sluitbrug van mijn verhaal. Stakenbrug. De brug verbindt de Dijkshoornseweg met de Noordhoornseweg. Het is ook de onderdoorgang van de Look met de Kastanjewetering en de Noordhoornsewatering. De Stakenbrug werd in het verleden ook wel aangeduid met de naam Blauwe brug. Blauw en wit zijn vanouds de kleuren van het hoogheemraadschap van Delfland. Veel bruggen die het waterschap moest onderhouden, waren in de kleuren blauw en wit geschilderd. De huidige brug heeft overigens ook deze kleuren. Stakenbrug verwijst naar de staken, grote houten palen, waarop de brug oorspronkelijk rustte.

Het was een belangrijke onderdoorgang voor de tuinders die richting veiling gingen. Toen de brug moest worden gerepareerd en geschilderd haalde de schilder het in zijn hoofd om er een rode verf op te zetten. Bewoners grepen in en zette de schilder op het juiste spoor.

Hier eindigt mijn verhaal en mijn herinneringen aan de Dijkshoornseweg. Wil je meer weten over Den Hoorn klik dan hier. Bovenstaande gegevens hebben geen historisch belang, is mijn mening en zijn louter mijn gedachtekronkels. Een aantal woningen en de bewoners ervan heb ik niet kunnen noemen, omdat ik volledig praat uit wat ik me nog herinner. En heeft u aanvullingen, verbeteringen, er is een mogelijkheid om die in een reactie achter te laten. U kunt ook een abonnement nemen op mijn schrijfsels, laat dan uw e-mailadres achter. Ik hoor en zie het graag.

371. ‘Over de Dijk’ van Cultuurstek Den Hoorn

“Beste Aad, zou jij mee willen doen met het Culturele festival Over de Dijk”. Zo komt de vraag bij mij binnen. Ik heb juist meegedaan aan Kom ’s Hoorn, van CultuurStek Den Hoorn. Ik ben altijd wel in om aan zulk soort activiteiten mee te doen. Maar waar moet het over gaan? “Zou je een verhaal kunnen vertellen over Den Hoorn en dan specifiek over de Dijkshoornseweg.” Ik moet er even over nadenken. Ik weet wel wat van de genoemde straat, maar of ik daar een vertelling over kan doen, weet ik niet. “Hoeveel tijd krijg?” vraag ik aan mijn vraagsteller. “Nou een half uurtje tot drie kwartier”, is het antwoord. Dat is nogal wat. Ik denk er even over na, heel even maar en geef er mijn fiat aan.

Omdat ik ooit een verhaal heb geschreven over de middenstand in Den Hoorn in de jaren zestig, heb ik al wat tekst dat ik mogelijk kan invoegen in mijn verhaal. Ik ga er aan zitten. Mijn geheugen is goed en ik weet, blijkt al gauw, nog veel naar boven te halen. Ik ga schrijven. In stukjes en beetjes komt mijn vertelling tot stand. Soms midden in de nacht word ik wakker en herinner ik iets waar ik eerder niet aan heb gedacht. Mijn document groeit.

Ik krijg de locatie door. Ik zal mijn vertelling doen op nr. 97. Het huis waar mijn overleden broer ooit heeft gewoond en waar zijn echtgenote nog steeds woont met haar nieuwe man. Een vertrouwde omgeving dus. Zij hebben aangegeven mee te doen als ik er kom vertellen. Ik ga er voor.

Inmiddels heb ik er een meester verteller bij gevonden, Dick Stammes. Stadsgids van Delft en een ras verteller. Ik ken hem van Delft Vertelt waar we samen al eens aan twee sessies hebben meegedaan. Hij is enthousiast maar geeft direct aan niets over de Dijkshoornseweg te weten. Het maakt niet uit hij mag zijn eigen verhaal doen.

Het is november 2018. Voor mij is de locatie bekend. Dick hoort niets. Ik informeer mijn contactpersoon. Dan gaat ook voor hem het balletje rollen.

Inmiddels krijg ik de mededeling van de eigenaresse van de locatie dat haar man drie dagen voor het festival zal worden geopereerd aan zijn knie. Ze heeft hulp nodig op die dag. Ook dat is geen probleem. We zijn er als het lastig is. We, mijn lief en ik, besluiten om vroeg op locatie te zijn en onze handen uit de mouwen te steken. Alles komt goed.

Intussen heb ik mijn tekst klaar. Ik plant er nog een stukje bij over mijn oma. Een stoere vrouw die op de Dijkshoornseweg mijn vader baarde in 1911. Dit stuk heb ik ook ooit eerder geblogd.

Dan krijg ik een e-mailtje van mijn contactpersoon. Nogmaals de locatie en tijden dat ik ben ingepland. Viermaal een half uur, staat er in de e-mail. Ik heb inmiddels mijn tekst geoefend en uitgesproken. Dat neemt bijna drie kwartier in beslag. Ik zal het wel zien. Twee dagen later kijk ik op de site van CultuurStek naar het programma en kom tot de ontdekking dat ik slechts een kwartier ben ingeroosterd. Hier waag ik een telefoontje aan, want dat betekent het hele stuk herschrijven, want stukken skippen heeft geen zin. Ik baal er een beetje van. Toch staat het programma vast en is er geen extra ruimte. Dat houdt tevens in dat ik dus ook niet mag uitlopen omdat bezoekers ook een schema gaan maken in het programma. Jammer, we gaan het zien.

In de week voorafgaand aan het evenement geeft men code geel door. Veel regen of sneeuw. Op locatie heeft men een duur houten parket. Daar wil men geen water of sneeuw op hebben. We wonen gelukkig naast de eigenaar van een vloerbedekking zaak Schoneveld Interieur. Eén e-mailtje naar de eigenaar en het is geregeld. Men heeft nog wat stukken zeil liggen dat we mogen hebben. Maar, schrijft de buurman, ik wil het niet terug. Wij zijn geholpen en kunnen met een gerust hart mensen ontvangen.

De donderdag voor het festival breng ik het zeil alvast op locatie evenals een koffiepot. Alle bezoekers krijgen nl. een bakkie of een koppie thee. We bedenken er ook koekje bij, een ‘kletskop’. Dat past wel een beetje bij mijn kletsgedrag.

Op de bewuste cultuurdag vertrekken we al vroeg naar de speellocatie. Het regent zachtjes, maar wij hebben geen pijn. We hebben zeil ter bescherming van de vloer.

De ‘Dijk’ is voorzien van wimpels aan de lantarenpalen. Er zijn sokken en mutsen aangebracht op hekken en paaltjes. De dixies worden voorbij gereden, hier en daar is een artiest bezig met opbouwen. Er is drukte op de weg. Dan om even over half vier komen de hekken op de weg en is de weg voetgangersterrein.

Op locatie spreken we af dat we maximaal 15 mensen tegelijk in huis toelaten. We zetten daar ook de stoelen voor klaar. Er staan er nog een peer als reserve. De organisatie verwacht lichtjes langs het parcours. Ook dat kan ik fiksen. De kerstverlichting is nog niet opgeborgen. Bij daglicht nog weinig van te zien, maar in de avond een fraai gezicht. De bekertjes staan op het dienblad, de koffie staat in afwachting. Het feest kan beginnen.

Ik ga nog even naar de opening door de burgemeesters, Marja van Bijsterveldt, van Delft en Arnoud Rodenburg, van Midden-Delfland. Peet Vermeulen komt met de Delftse burgemeester vanaf de Delftse kant aanwandelen, Petto Koop doet dat met de Midden-Delflandse burgemeester. Na wat prietpraat nog een gedicht door Tjitske de Haas. Dan kan de grensovergang worden opgetild en kan het spektakel beginnen.

Ik ga terug naar de locatie en ontmoet José van Winden. Zij verzorgt de eerste twee voorleessessies. Ze leest voor uit haar boek Weekendje weg. De zeventien neergezette stoelen zijn snel gevuld. Als ik terugkom van de opening zitten de eerste mensen al binnen.

Buiten gebeurt er van alles. Er komt een vreemd voertuig voorbij en even later een gezelschap dat een doodskist op de schouders draagt. De laatste activiteit is een voorbode voor het toneelstuk Coke aan de Look, een misdaadkomedie dat in Den Hoorn plaatsvindt en eind maart op de planken zal worden gebracht.

Het tweede optreden van José staat aan te vangen. Er zijn nog niet veel mensen. Na wat propperen is de huiskamer ook nu weer snel vol. Na het voorlezen is het voor José voorbij. Er blijven mensen zitten om naar mij te luisteren.

Om 18:00uur is het mijn beurt. Mijn Macbook gaat open, nog even lees ik door het stuk. Langzaamaan komen mensen binnen lopen. Er moeten stoelen bij. De koffie gaat rond, het knisperend koekje doet zich gelden. De deur gaat dicht, ik mag beginnen. Ik ben nog maar net bezig als er op het raam wordt getikt. Er staan nog eens 10 mensen buiten. Ze komen niet meer binnen. Het aantal van 15 is al ruim overschreden. Mijn tekst is te lang, te lang blijkt al na ruim een half uur. De eerste gast stapt al op. Ik moet het inkorten, zegt mijn lief. Nog een klein stukje, dan. Helaas ik mag mijn verhaal niet afmaken.

De laatste mensen zijn de deur nog niet uit of de volgende staan er al voor de tweede sessie. Men blijft lopen, 20, 25, 30, 38. Veel te veel, maar mensen kiezen er zelf voor om te blijven staan. Opnieuw voor iedereen koffie. Het aantal bekers raakt op. Dan maar omwassen. Opnieuw start ik mijn verhaal, wederom getik op de raam. Helaas mensen, we zijn echt hartstikke vol. Nogmaals mijn verhaal van nu 35 minuten. Ik kan niet korter. Ik sla kleine stukjes over. Ik heb een droge strot van het praten. Applaus na afloop. Lekker.

Er staan al mensen voor de deur als de tweede sessie nog niet eens over is. Voordeur in, achterdeur uit. “U bent toch de vader van René van Meurs”, vraagt een van de gasten. Opnieuw een groot gezelschap. Bekende personen komen plots via de achterdeur binnen. Opnieuw ruim 30 luisterende. De koffie en thee worden uitgeserveerd, de koekjes zijn bijna op. Ik begin iets eerder om tijd te winnen en toch mijn complete verhaal te kunnen doen. Ik haal het wederom niet. Ik krijg een aanvulling op mijn verhaal. Dat ga ik nog even toevoegen voor de laatste sessie van het verhaal. Ook nu een vet applaus.

Om 20:15uur kies ik er zelf voor om aan de deur te staan. Mensen die al eerder voor een dichte deur stonden komen nu binnen. Er is voor iedereen een zitplek. Ik krijg alle aandacht. Omdat het bijna is afgelopen kan ik mijn verhaal op een rustiger tempo doen. De koek is op, koffie is er nog wel. Tijdens mijn verhaal gaat tot tweemaal toe de deurbel. Er wordt niet meer opengedaan. Het verhaal gaat uit. Het is 21:00uur. Mijn eerder toegezegde tijd kan ik nu gebruiken. Er zelfs tijd voor nog meer aanvullingen. Daar is een heel belangrijke bij, die ik over het hoofd heb gezien bij het opstellen van het verhaal.

Nadat de laatste gast is vertrokken ruimen we de zeilen, de verlichting en de stoelen weer op. De kamer gaat in originele staat slapen. “Doen we een after-party”, zegt de locatie’manager’. “Prima”, geef ik aan. Ik heb niet meer de zin om na viermaal meer dan een half uur vertellen nog elders naar de afterparty te gaan. Met een lekker biertje sluit ik het festival af.

De volgende dag heb ik al de eerste e-mailtjes binnen of men de tekst kan krijgen van mijn verhaal. Ik moet het nog wat bewerken, de aanvullingen toevoegen en wat kleine aanpassingen doen. Ik heb besloten om het verhaal vooralsnog niet op mijn website te plaatsen.

Een fantastisch activiteit is ten einde. Leuk en lekker georganiseerd. CultuurStek een geweldige stichting die zo’n meerwaarde heeft op de leefbaarheid van Den Hoorn. Geweldig gemotiveerde mensen die er hun schouders onder durven te zetten en zo een levendig spektakel neer zetten. Het was TOP. Op naar de volgende activiteit: ‘Kom’s Hoorn 2019’. Zal ik er wederom aan mee mogen doen? Ik hoop het.

297. Was Kom ‘s Hoorn leuk?

Ik meld mij aan voor het evenement Kom ’s Hoorn. Een Biking Dinner langs verschillende locaties waar men kennis kan maken met een achttal mee-eters, de kokers en de verteller/muzikant. Mensen die zich hebben opgegeven zijn te gast bij wildvreemde dorpsgenoten die voor hen zullen koken. Het driegangen diner wordt genuttigd op drie verschillende adressen. Het thema is vriendschap en liefde. Passender kan niet bij een trouwambtenaar.

Zo’n vier weken voor het evenement word ik gebeld door mijn gastgezin. “Vind jij het leuk om bij mij verteller te zijn”, vraagt de man van het echtpaar waar ik mijn domicilie zal krijgen. Ik vind het prima en maak een afspraak om voortijds een keertje langs te gaan. Nu blijkt dat hij niet met zijn eega kookt maar met een andere vrouw uit zijn vriendengroep. Ook haar ontmoet ik als ik vooraf een keer op visite ga. Aandachtig wordt geluisterd naar het verhaal wat ik vertel over wat ik zoal als trouwambtenaar meemaak. Na een gesprek en een kopje koffie heb ik er alle vertrouwen in dat het goed gaat komen.

Twee dagen voorafgaand aan het evenement krijg ik van het organiserend comité CultuurStek een e-mail met de namen van de bezoekers tijdens het eten. Nieuwsgierig als ik ben zoek ik op internet naar de namen die genoemd zijn op het overzicht. Sommige mensen ken ik, andere vind ik, maar er zijn er ook die voor mij volledig nieuw zijn. Nou houd ik van uitdagingen en ik ben niet eenkennig dus dat komt best goed.

“Moet je niks voorbereiden”, zegt mijn echtgenote als het overzicht binnen is. Vertellen over huwelijksbevestigingen die ik heb gedaan daar hoef ik niets aan voor te bereiden, die zitten gegrift. Ik weet welke bijzondere gebeurtenissen er hebben plaatsgevonden en verder is het een algemeen verhaal. Als ik echter nog eens goed naar de titel kijk die men achter mijn naam heeft gezet zie ik daar staan: ‘De geheimen van een trouwambtenaar’. Dat gaat het zeker niet worden, want welke geheimen zou een ambtenaar moeten hebben? Ik besluit om de meest indrukwekkende gebeurtenissen te benoemen en zie wel hoe het verder gaat lopen.

De nacht voorafgaand aan Kon ’s Hoorn kan ik toch de slaap niet best vatten. Ik lig maar te draaien en stukjes tekst dwarrelen door mijn hoofd. Het moet toch niet moeilijk zijn. Die nacht maak ik de vertellingen die ik aan tafel ga doen.

Om kwart over vijf rijd ik op de bewuste zaterdag naar mijn eetverteladres. De Knakenbuurt is de locatie waar ik aan tafel schuif. Voor wie het begrip Knakenbuurt niet kent, hier werd fl2,50 huur gevraagd, voor de woning waarin men woont. Bij aankomst tref ik de kok, tevens eigenaar van de locatie, de kookster en de echtgenote van de kok. Eerst maar een biertje, dat praat makkelijker. Op het aanrecht staan reeds de borden met het voorgerecht. Nog even worden de laatste handelingen verricht voor het hoofdgerecht. Twee grote schalen met kipfilet met abrikoos, overgoten met een blauwe kaas worden in de over gezet.

Om even over halfzes komt de eerste gast binnen. Even kennismaken en dan direct de tafelindeling duidelijk maken. Ik mag op het pluche, dat wil zeggen op de stoel met de zachtste zitting. Langzaamaan komen ook de andere gasten binnen. Het lijkt openhuis. De deur staat wagenwijd open, gastvrijheid ten top.

Als de acht gasten hun plekje hebben gevonden doen we een voorstelrondje. Dit keer bijna allemaal bekende, waaronder mijn eigen echtgenote. Zij gaat met een vriendin straks fietsend het dorp in voor de andere gerechten. Nadat eenieder zijn zegje heeft gedaan is het mijn beurt. Ik verhaal over verschillende trouwbevestigingen zonder daarin namen te noemen. Ik verwijs het gezelschap naar mijn blogsite: dagboek van een B.A.B.S. en tussen de gesprekken door neem ik ook mijn verhalenblogs maar even mee. Wanneer ik mijn eerder geschreven boekje Beestenkrabbels laat zien is er een gegadigde. Leuk. Ik schrijf een regeltje in het boek en wens hem veel leesplezier. De tijd vliegt en voor de aangeschoven gasten wordt het hoog tijd om naar de volgende locatie te gaan. Alom lof over het initiatief en men vertelt hoe leuk het is om op zo’n manier dorpsgenoten te leren kennen.

Als de eerste groep weg is worden de glazen gewassen, het bestek krijgt een wasbeurt, het water wordt weer aangevuld en de geleende borden krijgen een plek. De salade wordt in schalen op tafel gezet evenals de schaal met gekookte peertjes. Als de kok de rijst af wil gieten werkt de deksel niet mee. Elke keer schiet deze terug. Na een kort schietgebedje lukt het toch en kan de rijst nog even nagaren.

Opnieuw komen er gasten binnen. Even later nog twee en de laatste vier tegelijkertijd. Mensen die ik niet ken. Het gezelschap is weer compleet. De eerste verhalen vinden direct plaats over de ervaring die men heeft opgedaan bij het voorgerecht. Ook hier weer lovende woorden over het initiatief. De schalen met het hoofdmenu kunnen op tafel. Wederom een voorstelronde. Sommige voelen zich duidelijk niet op het gemak, maar nadat iedereen zijn zegje heeft gedaan ontstaat er toch een gezellig onderonsje. Ik doe nogmaals mijn verhaal. Nu weer wat andere verhalen dan bij de eerste groep. Ik heb er zat, de keuze is groot. Ook nu haal ik mijn blogs aan. Men neemt mijn visitekaartje mee en misschien leest men iets van mijn verhalen. Men spreekt de waardering uit over de door de kok gemaakte kipfilet en neemt na driekwartier afscheid om te vertrekken naar de volgende locatie.

De tafel wordt weer afgeruimd. Andermaal komt er een schoon servies op tafel. De kookster gaat aan de slag met het toetje. Een kwart peertje, caramelijs, kaneel, twee wafeltjes als versiering en een toefje en soms een toef slagroom. Een leuk geheel. Zes gasten zijn inmiddels binnen, het laatste stel laat even op zich wachten. Zij komen van de verste locatie. Een al wat ouder echtpaar komt naast mij zitten. Alom lof, “Wat is dit leuk”, zegt mevrouw. “Wij wonen ver buiten de kern en kennen eigenlijk niemand, maar we voelen ons direct overal thuis.” Dit is waarom je zoiets organiseert. Nadat men heeft verteld van wie men er een is krijg ik wederom spreektijd. Opnieuw leuke anekdotes over wat ik als trouwambtenaar zoal heb meegemaakt. Dan vraagt de mevrouw die naast mij zit: “en waar schrijft u uw blogs dan over? Kunt u een stukje voorlezen?” Ik open mijn blogboek en lees er een halve pagina van voor. “Wat grappig”, zegt een van de aanwezigen. Hierna ben ik even de aandacht kwijt en praten tafelburen met elkaar. Men deelt herinneringen en door de gezelligheid wordt de tijd bijna vergeten. Er is ook nog een after-party. “We zien elkaar straks”, zegt een van de gasten als hij wegfietst.

De vaatwasser is nu aan de beurt. Maar als de vrouw des huizes niet aanwezig is heeft het ding wel heel veel knoppen. Hoe start je zo’n ding. Alle knoppen krijgen een beurt, maar wat er ook gebeurt geen start. “Als moeders straks thuiskomt, kan ie ook nog aan”, hoor ik de bewoner zeggen.

We fietsen richting de locatie van de after-party. Het is er al druk. Als ik binnenstap direct herkenning bij mensen die ik ervoor nooit had gezien, maar nu bij ons aan tafel hebben gezeten. Nog even een biertje, wat napraten en dan naar huis. Ik ben het zat.

“En volgende keer weer vertellen, Aad”, vraagt nog een van de gasten als ik de deur uitstap naar huis. “Zeker weten, maar het ligt een beetje aan het thema”, antwoord ik hem. “Heb je de geheimen van een goed huwelijk vertelt”, vraagt hij mij. Geheimen heb ik niet verklapt, want dan zouden het geen geheimen meer zijn, maar ik hoop het te hebben goedgemaakt met de leuke anekdotes.  Het was een leuk evenement dat zeker voor herhaling vatbaar is. Ik heb nog geen datum, anders stond deze al in mijn agenda. En voor wie het gemist heeft, hou het maar goed in de gaten, want het is echt leuk.

288. CultuurStek Den Hoorn 2018 is gestart

Het is niet koud als ik mijn fiets uit de schuur rijd. Mijn handschoenen gaan wel aan. Als ik echter net aan op de straat rijd, hoor ik mijn voorband knisperen over de pekel die zojuist is gestrooid. Wanneer ik het fietspad langs de Gaag opdraai zie ik de strooiauto voor mij uitrijden. Ik ben op weg naar de opening van CultuurStek 2018.

Op 16 februari 2018 is het cultureel jaar begonnen voor CultuurStek in Den Hoorn. Als ik ben gearriveerd op het terrein van de familie Kleijweg aan de Woudseweg, zet ik mijn fiets op slot. Ik wandel naar de deur die met een ouderwetse klink in de haak is geklikt. Ik heb niet in de gaten dat de bovendrempel van het kozijn lager is dan dat ik groot ben. ‘Boink’, met een stevige dreun stoot ik mijn kop en kondig mijn aanwezigheid aan. Het is terstond stil in de schuur.

In de wagenschuur van de familie Kleijweg aan de Woudseweg doet voorzitter Hans Vlaanderen de aftrap van de activiteiten van CultuurStek. CultuurStek is een culturele koepel in Den Hoorn. Zij organiseert, stimuleert en helpt bij het organiseren van plaatselijke culturele activiteiten. Gestart in 2012 heeft het inmiddels al bij een flink aantal activiteiten ondersteuning verleend of heeft men zelf georganiseerd.

Na een kort welkomstwoord geeft Hans het woord aan Hélen Kleijweg, bewoonster van de boerderij. Zij memoreert aan de verbouwing die men heeft gepleegd aan de wagenschuur. Het identieke aan de schuur moest behouden blijven. Er is vloerverwarming aangelegd en een bar gebouwd in de ruimte. Naast familiefeestjes is het al een aantal keren beschikbaar geweest voor culturele activiteiten.

Voorzitter Vlaanderen zet, na eerst alle vrijwilligers te hebben bedankt voor het afgelopen seizoen, vervolgens het nieuwe programma uiteen. Er passeren een flink aantal activiteiten. Deze zijn terug te vinden op de website van Cultuurstek of op hun Facebook site.

Wat heb ik er te zoeken als oud-inwoner van Den Hoorn? Ik ben uitgenodigd om als performer, verteller deel te nemen aan Kom ‘s Hoorn op 24 maart 2018 om 18:00. Het thema is liefde en vriendschap. Tijdens ‘Kom ’s Hoorn’ serveren gastvrije Hoornaren of Hoornezen een driegangendiner in hun huiskamers. Aan de tafels kan een verteller, muzikant of dichter zitten of gewoon iemand voor een goed gesprek. Als gast fietst men voor elke gang naar een ander adres. Zo hoort men drie verschillende verhalen en wellicht muziek.

Er is tijdens de presentatieavond een muzikale inbreng van de familie Tetteroo. Zij zijn een van de organisatoren van de kunstactiviteit op het koningin Julianaplein op 8 september 2018. Men heeft een lied gemaakt op de melodie van het ooit door Johnny Kraaijkamp en Rijk de Gooyer gemaakte nummer: Oh, Waterlooplein.
Het refrein luidt als volgt:
Oh Julianaplein, oh Julianaplein
Met je platanen groot en zwaar
Daar moet je heen, geloof me maar
En met een lekker glaasje wijn
Wil jij daar ook zijn!

Hierna is het de beurt aan Rob Keijzer. Rob is een man die aan communicatie doet, maakt o.a. films en documentaires. Het idee om alle activiteiten rondom de boerderij van Jan en Jos Kleijweg – Zeestraten, de Glazen woning, aan de Woudseweg, een jaarlang te volgen en in beeld te brengen heeft hij in een documentaire vastgelegd. De gebroeders Ammerlaan zijn bij de aankoop van de oude boerderij mee gekocht. Zij bestieren met hun drieën de moestuin, het land en de kas. Mannen van ver over de pensioenleeftijd heen die bijna dagelijks hun inspanning verrichten om van het land te halen wat er van te halen valt. Als Rob aan een van de Ammerlanen vraagt hoe oud hij is dan zegt hij: “Ik ga eerder naar de 90 dan de 80.” Geoogste komkommers worden op een schoolbord bijgehouden. Een prachtige documentaire die zeer zeker de moeite waard is om gezien te worden.

Vervolgens is het een kleine bezetting van de Maxima’s die wat liedjes speelt. Een mix en potporie aan liedjes die van toepassing zijn op de culture activiteiten.

Nog even blijf ik napraten met wat oude bekenden, om vervolgens de fiets weer op te zoeken. Het is nu minder koud, de handschoenen blijven in de tas. Als ik de dam afrijd is men aan de Woudseweg druk bezig om het kruispunt te veranderen. Het is voor de laatste keer dat men er met een auto richting A4 kan kiezen, maar ook richting Den Hoorn kan gaan. Het kruispunt wordt zo ingericht dat men straks met een rotonde via de nieuwe Zuidhoornseweg richting Reinier de Graafweg kan rijden.

Ben je al lid van CultuurStek? Nee, dan kan dat door een e-mail te sturen naar communicatie@cultuurstek.nl. Ook is men nog op zoek naar mensen die CultuurStek een warm hart toe dragen en sponsor willen zijn.

CultuurStek is een geweldig leuk initiatief dat haar sporen inmiddels dik heeft verdiend. Met een goed gevoel vertel ik straks op 24 maart a.s. in een van de huiskamers wat ik met liefde en vriendschap heb.

249. EHBO-vereniging Den Hoorn ten dode opgeschreven?

DATKANTOCHNIEWAARZIJN? Omdat ik tegen mijn pensionering aan zit kijk ik wat rond naar wat er zoal te doen is op vrijwilligerswerk. Mijn oog valt op de site van de vrijwilligers vacaturebank van vrijwilligerswerk Midden-Delfland en daar zie ik vier vacatures opstaan van de EHBO-vereniging in Den Hoorn. Hoe is dat nou mogelijk? Vier bestuursleden die kennelijk tegelijkertijd de stekker uit de vereniging trekken. ‘Wat is hier loos?’ vraag ik mij af. Dat kan en mag toch niet gebeuren.

63 jaar geleden werd de vereniging opgericht. Vele leden heeft het opgeleverd, soms maar voor een jaar, maar ook heel veel voor meerdere jaren en sommige waren vergroeid met de vereniging. Een vereniging die aanzien had in het dorp, waar je op aan kon als je een activiteit organiseerde en je de eerste hulp bij de hand wilde hebben.

Bijna 65 jaar de EHBO-vereniging in Den Hoorn, waar mijn vader nog lid van is geweest, in het bestuur heeft gezeten en in de winter zeven maandagavonden les kreeg van dr. Van der Poel en later dr. De Weij Peters. Waar een gezellige club bij elkaar kwam en waar men voor de medemens graag nog wat bij wilde leren.

Op de website een oproep voor een voorzitter, een secretaris en penningmeester en een praktisch bestuurslid EHBO. Een vereniging zonder bestuur is geen vereniging. Leden zijn er wel, een kaderinstructeur en een LOTUS is er ook, maar bestuursleden, hó maar.

Bij welke activiteit zie je ze niet rondlopen, mannen of vrouwen met fluoriserende, gele of oranje jasjes of zelfs compleet in het geelblauwe pak met daarop heel herkenbaar de letters EHBO, eerste hulp bij ongelukken. Als organiserend bedrijf of vereniging een must om deze mensen in de omgeving rond te hebben lopen en verzekerd te zijn van semiprofessionele hulp in gevallen van nood.

Het is toch te gek voor woorden dat de vereniging ter ziele gaat als het bestuur tegelijkertijd hun functie neerleggen. Er moeten toch mensen zijn die het nut van de EHBO-vereniging inzien en hun schouders eronder willen zetten.

Ik kan me niet voorstellen, dat de DIOS lentefeesten straks van start gaan zonder er en EHBO-erbij te hebben. Ik kan me niet voorstellen dat er organisatoren van activiteiten door Cultuurstek straks billen knijpend hun culturele uitstapjes zonder EHBO-er moeten doen, want wie loopt er dan met die geel tas rond.

Het moet toch mogelijk zijn in een kern als Den Hoorn mensen te vinden die er de schouders onder willen zetten om de medemens van dienst te zijn. Ik weet het, het wordt steeds lastiger om mensen te vinden die vrijwilligerswerk willen doen. De pensioenleeftijd wordt steeds meer opgeschroefd. Jongere mensen moeten/willen meer. Maar met een paar uurtjes in de week kan deze vereniging op de been blijven en heeft men geen eerste hulp nodig om te overleven.

Ikzelf ben ook EHBO-er en weet hoe nuttig deze verenigingen zijn. Je zult het maar meemaken dat je buurman een hartstilstand krijgt, en jij niet weet wat je moet doen. Of de schilder die van de trap afvalt en zijn been gebroken heeft. Of dat kind dat haar hand verbrand heeft aan hete thee. Je moet er toch niet aan denken dat er geen kennis meer in de buurt is.

Mensen uit Den Hoorn, Delft, denk nog eens goed na of het niets voor jou is om die EHBO-kar te trekken, om Den Hoorn te blijven voorzien van die broodnodige EHBO-er. Ga naar de site die ik bovenstaand heb genoemd en lees de teksten voor de functies eens door. Het is niet veel werk en niet denken ‘dat zeggen ze allemaal’. Haal de handen uit de zakken, steek de handen uit de mouwen en maak een paar uurtjes vrij om de prachtige EHBO-vereniging St. Sylvester weer te doen leven, want zonder EHBO-vereniging geen verantwoorde evenementen.