284. Mooie blauwe ogen zeggen niets

Je loopt op zaterdag rustig te winkelen met je vrouw, komt er een jongeman op je afgestapt. “Goedemorgen meneer”, zegt hij met een lachend gezicht. “Wouter is mijn naam. Bent u een krantlezer?” vraagt hij. Ik beaam het. Ik lees de krant van achter naar voor. Dat is misschien een afwijking, waar je normaliter van voor naar achter zou lezen, maar meer familieleden zijn hier mee behept. “Bent u abonnee van het AD, de Telegraaf, de Volkskrant?” vervolgt hij zijn gesprek. “Ja, dan ben ik”, zeg ik hem. “Ik ben abonnee van het AD.” “Dan mag ik u een mooie aanbieding doen”, zegt hij lachend. De jongeman weet het goed te brengen. Al heeft mijn vrouw het al direct gezien. “Ik ga boodschappen doen”, zegt ze en vertrekt.

De collega van de abonnementenverkoper komt erbij staan. “Goedemorgen meneer.” Zo vroeg op de morgen ben ik nog niet eerder zo hartelijk begroet. “Ik mag u een gratis zaterdagabonnement van de Telegraaf aanbieden”, zegt verkoper één. Nou vind ik de Telegraaf leuk, maar alleen op vakantie. Er zit geen regiokatern in en als ik op vakantie ben probeer ik los te komen van de plaatselijke nieuwtjes, dan is de Telegraaf een redelijk alternatief. Ik heb er wel oren naar, maar twijfel over het woord ‘gratis’. Ik vraag ernaar. “Nou ‘gratis’”, zegt de jongeman met de mooie blauwe ogen, “helemaal gratis is het niet. Weet u de bezorger moet ook betaald worden. Het kost u slechts €13,50.” Hij laat mij een briefje zien waarop dat bedrag staat. “Nou”, zegt hij, “dat is toch bijna gratis.” Ik kan het me bijna niet voorstellen, maar hij heeft het me laten zien. Ik zie het wel zitten met deze mooie aanbieding en als hij even later een overeenkomst onder de neus duwt zie ik inderdaad nogmaals het bedrag €13,50 staan. Hij houdt zijn hand bij het bedrag en bedekt daarbij een klein stukje tekst. Omdat het woorden ‘bijna gratis’ zijn gevallen, onderteken ik het formuliertje. Met een stevige handdruk en het uitreiken van mijn eerste ‘bijna gratis’ Telegraaf loop ik naar de winkel waar mijn echtgenote haar boodschappen doet.

“En”, zegt ze, “ben je erin getrapt?” “Ja”, zeg ik, “voor een jaartje.” Ik laat haar de Telegraaf zien die ik zojuist heb gekregen. “Leuk toch?”

Thuis gekomen lees ik het formuliertje nogmaals door om tot mijn grote schrik te zien, dat er ‘per maand’ achter het bedrag staat. Dat is niet wat ik wil. Dat is bijna net zoveel als mijn weekkrant en dan alleen voor de zaterdageditie. De maandag erop bel ik naar de klantenservice van de uitgever en probeer het ondertekende formulier te niet te doen. “Helaas”, zegt de vrouwelijke klantservicemedewerker, “we hebben het formulier nog niet binnen en kunnen het dus nog niet verwerken. Kunt u volgende week terugbellen.” Ik denk even aan het feit dat als je een aankoop aan de deur, op straat of tijdens een verkoopdemonstratie (verkoop buiten de verkoopruimte) hebt gedaan, er een wettelijke bedenktijd geldt van 14 dagen. Als je spijt krijgt van je aankoop kun je die binnen deze termijn zonder opgaaf van reden ongedaan maken. Die termijn moet ik dus goed in de gaten houden.

Een week later probeer ik het opnieuw. Het formulier is nog steeds niet op het klantenbureau terecht gekomen. Ik geef nogmaals aan dat ik daar geen boodschap aan heb en wil met onmiddellijke ingang ontbinding. Ik vraag een e-mailadres op en stuur een kopie van het formulier op met daarop de mededeling ‘ONTBINDEN’. Ik heb er daarna niets meer van gehoord en er is ook geen bedrag van mijn rekening geschreven.

En gewaarschuwd mens telt voor twee. Wees dus op uw hoede als men zoiets aan je wilt verkopen.