352. Het is leuk als ie komt, maar ook even leuk als ie weer weg gaat

Ze gaan met vakantie. “Mag de hond bij jullie”, vraagt een vriendin van mijn lief. “Vraag het maar aan Aad”, geeft mijn vrouw als antwoord, “hij is er altijd op tegen geweest.” Hij zegt zelfs: “hond erin, Aad eruit.” “De kans dat jullie hond mag logeren lijkt me dus klein.”

Vriendin trekt de stoute schoenen aan en komt bij mij langs. “Beste Aadje”, zegt ze, “we willen er een paar dagen tussenuit en zitten een beetje met de hond, mag ie bij jullie. Het gaat slechts om een paar dagen.” Mijn vrouw en ik hebben niet veel om handen, ik besluit het een keer te proberen.

Dan komt de hond bij ons. Ik verwacht het gedrag van een klein kind, maar dat geldt hier niet. Al ben ik absoluut niet tegen kleine kinderen, zou mooi zijn als je wel in het Sinterklaaspak durft te stappen en tegen kleine kinderen ben. Met haar vriendin gaat mijn lief met de hond nog een blokje om. “Probeer steeds dezelfde route te lopen”, zegt ze, “dan vindt hij zijn favoriete plekjes en weet straks ook de weg weer terug. Tijdens het blokje om lopen ze langs een sloot. “Je kunt de hond best loslaten, hoor, dan gaat ie effe lekker zwemmen.”, zegt vriendin. “Dat dacht je toch zeker zelf niet”, krijgt ze van mijn vrouw te horen, “het is een giga baggersloot.

Dan komen ze samen thuis. De hond springt tegen mij op, al daag ik hem zelf uit. Wanneer ik zeg dat ie moet gaan liggen, luistert hij direct. Hij is goed opgevoed, blijkt. Hij mag niet op het kleed, daar hoef ik hem maar één keer op te wijzen, dan weet hij het. Wanneer ik hem uitlaat en voor de brandgang achter ons huis loslaat, loopt hij regelrecht naar ons huis toe. Het zijn gezellige dagen, al realiseer ik me direct waarom ik tegen een huisdier ben. Het verbond dat er aan zit. Het uitlaten en aandacht geven. Bij deze hond valt het reuze mee. Hij heeft een klokje in zich. Op de juiste tijd moet hij zijn kleine kluifje. Hij vraagt er om. Als wij zelf gaan eten krijgt hij een grotere. Een bak met brokjes is eerder op dan dat ik het in de bak heb gegooid. Maar hij luistert en dat is wat ik graag zie.

Ik ga met hem wandelen en kom een zelfde hond, een chocolate labrador, tegen. Even zijn ze vriendjes, ze springen wat tegen elkaar aan en besnuffelen elkaar, maar als ik hem toespreek ben ik weer zijn vriend. Hij wandelt rustig met me mee. Het is leuk, al ziet vrouwlief ook wel dat er meer aan vastzit dan alleen uitlaten en eten geven.

Na drie dagen komen zijn eigenaren hem weer ophalen. De hondenmand gaat de deur weer uit. De bak met water, die ik al een keer heb omgelopen, gaat weer mee. Ik hoef niet elke dag te stofzuigen, want haren vind je en blijf je vinden ook al is ie al een paar dagen de deur uit. De hond herkent zijn ‘ouders’ direct als ze binnenkomen, al heb ik het idee, dat als je zo’n hond wat aandacht geeft, je al gauw tot zijn ouders wordt gerekend. Het is stil in huis als ie weer weg is. Toch denk ik erover zoals opa’s en oma’s dat vaak zeggen, “het is leuk als ze komen, maar ook even leuk als ze weer weg gaan.

Van de week komt de hond wederom logeren. Het is al afgesproken voor dat ik het weet. Ik heb er vrede mee en zie er naar uit. Maar niet langer dan een dag of drie vier, dan mag ie wel weer naar huis, want “het is leuk als ie komt, maar ook even leuk als ie weer weg gaat.