393. Hoe goed gaat het met onze gezondheid?

Al een aantal maanden geleden werden we als MUS-vrijwilligers benaderd om deel te nemen aan de gezondheidsmarkten in Den Hoorn en Schipluiden. Niet iedereen heeft er zin in of tijd voor om voorlichting te geven over wat wij doen. Ik maak er twee keer een ochtend voor vrij om er iets over te vertellen aan mensen die de gezondheidsmarkt bezoeken.

Woensdag 12 juni 2019. Het is slecht weer. De regen valt met bakken tegelijk uit de hemel. Er is bijna geen paraplu tegen bestand. Op de fiets rijd ik naar de standplaats van de MUS bij Akkerleven. Het aantal ritten voor die dag is afgestemd op het feit dat ik een MUS mee willen nemen naar de markt. Terwijl de regendruppels constant op mijn voorraam kletteren, rijd ik van Schipluiden naar Den Hoorn. Ik parkeer mijn voertuig goed zichtbaar naast de voordeur van de Hoornbloem. De meeste kramen zijn inmiddels goed bezet. Voor mij is het een doos openen, mijn folders eruit en klaar is Kees. Wanneer ik mijn polo over de stoel heb gehangen wordt er gevraagd om de MUS naar binnen te rijden. Ik ga het proberen. Dan blijkt dat ik de deur er uit moet rijden, dat is vast niet de bedoeling. Ik zet mijn voertuig netjes terug. Het wachten is op de gasten. Er hangt inmiddels een gezellige sfeer onder de deelnemers, men buurt wat bij elkaar en doet een gezellig praatje.

Wie staan er o.a.: Een ergotherapeute, een diëtiste, Zwembad Kerkpolder en het Sportfondsenbad, Altzheimervoorlichting, de EHBO afdeling Den Hoorn, Puur & (H)eerlijk (voorlichting over dagelijkse verzorging van een warme maaltijd aan huis), de Was en Koffie voor uw was en strijk, Careyn met voorlichting en meting van bloedsuiker, bloeddruk en BMI-bepaling, Stichting Welzijn Midden-Delfland, Farm-I-See, Pieter van Foreest, Joerns Healthcare B.V., een bedrijf dat hulpmiddelen aanbiedt en de MUS. Een diversiteit aan organisaties die het de thuiswonende ouderen mogelijk gemakkelijker kan maken.

Wanneer om 10:00 uur de deuren ‘los’ gaan, komen de eerste bezoekers binnen. De paraplu wordt uitgeklapt in het voorportaal gezet. Men gaat op onderzoek uit. Hier en daar zijn hebbedingetjes te vinden. Een rolletje pepermuntjes, een tasje, een ballpoint, een opblaasbal, een winkelmuntje, een opschrijfblokje, kleine zaken die gretig aftrek vinden. Het wordt aan het weer geweten dat het niet stormloopt. Het is druk bij Careyn, maar dan overwegend van deelnemers en niet van bezoekers. “We hebben wel 100 mensen geprikt”, zegt een medewerkster met pretoogjes aan het eind van de markt. ‘Ja, dat wel, maar daarvan waren er 60 deelnemer.’ Het is rustig, heel rustig. Hoe komt dat vraag je je af? Is er voldoende aandacht aan besteed, is de communicatie duidelijk geweest. Misschien een puntje voor de evaluatie. Want hoe bereik je de doelgroep op een simpele maar leuke manier om langs te komen. Ik houd er een ‘potentiële klant’ aan over. Een mevrouw die heel graag met mij de afspraak wil maken om een mooie rit te maken. Ik moet haar doorverwijzen naar de coördinator. Om kwart voor twaalf, een kwartier voor tijd wordt het kamp opgedoekt, er zijn geen bezoekers meer in de zaal en het is zo’n beetje etenstijd. Met droog weer kan ik de MUS ‘terugvliegen’ naar Akkerleven, zijn standplaats.

Op dinsdag de 18e heb ik mevrouw met haar dochter van de gezondheidsmarkt in de MUS. Ze roemt het initiatief en geeft aan veel vaker met mij of een van de andere chauffeurs mee te rijden. Fantastisch, daar doen we het voor.

Op de 19e juni is de tweede voorlichtingsbijeenkomst. Het is van hetzelfde laken een pak. Regen en niets dan regen. Ik bel de dienstdoende MUS-chauffeur op om me even op te pikken. Ik mag opnieuw maar dan in Schipluiden op de gezondheidsmarkt staan. De MUS-chauffeur komt met eigen auto. De vrouw die hij had op moeten halen staat verkeerd in de agenda. Ze hoeft pas morgen naar haar afspraak. Zo af en toe gaat het weleens fout, maar dat zijn incidenten. De chauffeur zet mij af bij Akkerleven, waar ik de witte MUS oppik. ‘Succes Aad!’, geeft hij mij mee. Ik haal de meegekregen folders op van achter de receptie en rijd naar de Dorpshoeve.

Opnieuw zie ik onder de deelnemers weer vele bekende gezichten, maar sommige zijn nieuw. EHBO Den Hoorn heeft plaatsgemaakt voor EHBO Schipluiden. Een enkele deelnemer is er niet.

Wanneer om 10:00uur de markt begint is er geen kip, eh bezoeker, bedoel ik. Om kwart over tien is het al niet veel beter. Één bezoeker en dat is mijn lief. Langzaam komen er wat mensen binnendruppelen, maar opnieuw is de gezelligheid te meten bij de deelnemers. “Daar kom je voor uit Houten”, zegt een mevrouw die hulpmiddelen verkoopt en haar naamsbekendheid wil vergroten. Nee, opnieuw loopt het geen storm. Terwijl zowel in de Schakel Midden-Delfland als de bladen KBO/PCOB aandacht is besteed aan deze markt. In naastgelegen zaaltje is een voorlichtingsbijeenkomst voor werkzoekende, veelal mensen met een migratieafkomst. Als die bijeenkomst is afgelopen, komen een aantal vrouwen langs de kramen. Mannen hebben hier geen interesse in en verlaten het pand met gezwinde spoed.

Gaat het dan echt zo goed met de gezondheid van de ouderen in Midden-Delfland? Heeft men geen behoefte aan voorlichting? Weet men alles al? Of is het ‘t weer die spelbreker was? Ik heb er in ieder geval nog wel wat van opgestoken. Mijn bloeddruk is goed, mijn suikergehalte in mijn bloed is prima, mijn BMI heeft een waarde ‘Gezond gewicht’. Maar ik moet echt iets gaan doen aan mijn vetpercentage, niet zorgwekkend maar toch.

202. Wie is er nog te vertrouwen, vraagt ze zich af.

Nog altijd heeft onze Suze, waar we mantelzorger voor zijn, geen plekje gekregen in een huis waar ze veel beter tot haar recht zou komen. Waar ze zich veilig voelt. Opnieuw gaat er iets fout.

Er wordt gebeld. Suze pakt haar rollator en schuifelt naar de voordeur. Ze verwacht de medewerkster van zorgverlener Careyn voor haar verzorging. Als ze bij de voordeur is kijkt ze door de ruit naar buiten voordat ze opendoet. Aan de andere kant van de deur staat een keurig geklede getinte dame. Suze kent haar niet. Ze probeert bij haar aanbelster te vragen waar ze voor komt. De deur blijft gesloten. Als de dame achter het glas kenbaar maakt dat ze van Careyn, de zorgverlener, is, doet Suze open. “Ik ken u niet”, zegt Suze tegen de vrouw. Mevrouw maakt haar duidelijk dat ze nieuw is en vraagt als de deur is opengedaan of Suze vast naar de douche gaat. Ze mag daar alvast haar steunkousen uitdoen en haar voeten wassen. Suze volgt nietsvermoedend de opdracht uit al heeft ze wel haar twijfels, dit heeft ze namelijk nog nooit hoeven doen. Toch gaat ze naar de douche in afwachting van haar hulp. Dan ziet ze dat betrokken ‘Careyn-medewerkster’ richting de slaapkamer gaat. Nog altijd is ze goed van vertrouwen. Als mevrouw even later naar de douche komt en zegt dat er een ambulance in de straat staat waar ze even naar toe moet, gaat ze weg om niet meer terug te keren. Als Suze naar de slaapkamer loopt ontdekt ze dat de linnenkast overhoop is gehaald en dat de sieraden die ze van haar overleden echtgenoot heeft ontvangen zijn verdwenen, even als de muntenverzameling en nog wat sieraden van de moeder van Suze. Hoe triest is ‘it’.

Als er opnieuw wordt gebeld staat de echte medewerkster van Careyn voor haar deur. Ze vertelt haar het verhaal.

De politie wordt gebeld die er vrij snel is. Suze vertelt hen dat ze eerst dacht dat het om Italiaans type ging. Het zou ook een Oost-Europese vrouw geweest kunnen zijn. Er zijn geen beelden van. Mogelijk is de ‘medewerkster’ getriggerd door het sleutelkastje wat bij de voordeur hangt.

Nog altijd kan ik niet begrijpen dat onze Suze geen plekje kan krijgen in een verzorgingshuis. Suze vertelde ons dat de indicatiecommissie is geweest. Ze doet voor dit bezoek haar mooiste jurk aan, gaat rechtop zitten en laat zich van haar beste kant zien. Eigenlijk wil ze niet uit haar huisje. Ze wil die mensen ook niet over huis. Vragen over het koninklijk huis, die worden gesteld, beantwoordt ze feilloos, tot de verjaardagdata van de jongste prinsesjes toe. Maar toch, hier moet je toch door heen prikken, of ben ik gek.

De indicatiecommissie stelt vast dat mevrouw best op haar zelf kan wonen. Wel met hulp, veel hulp. Medewerkers van Careyn, een huishoudelijke hulp, mensen van de Zonnebloem, wij als mantelzorger. Mensen uit de buurt die regelmatig inspringen. Om de dagbesteding niet te vergeten. Alleen de wasmachine open en dicht doen kan ze niet meer, dat laten haar handen haar niet toe. Éénmaal per week komt de huishoudelijke hulp. De andere dagen wordt er van alles op de aanrecht achter gelaten. Regelmatig grijpen we in en cleanen even.

Intussen is Suze zover dat wat haar betreft een verhuizing tot de mogelijkheden behoort. Ze is bang geworden en vertrouwt niemand meer. Ze heeft haar steun aan de medewerkers van Careyn, zij zijn haar uitlaatklep. Ze zal niet zo snel meer een deur open doen voor een vreemde. Ook niet voor die man die van de week weer voor haar deur stond. Ze heeft hem afgepoeierd. Wie en waarvoor hij kwam, ze weet het niet.

Van de week was ik er weer. Haar rekeningafschrift deed me schrikken. Gelukkig is de pinpas niet mee weggestolen. Het is goed bedoeld, mensen halen boodschappen voor haar en krijgen geld mee. De pinpas gaat ook regelmatig mee, waardoor ik het zicht een beetje kwijtraak. Ik maak me zorgen, ernstig zorgen. Hoe lang moet het duren dat dit overheidsbeleid zo wordt uitgevoerd. Zo lang mogelijk thuis wonen, welke meerwaarde heeft dit nog op deze manier.

We blijven Suze volgen, zolang het kan. Toch hoop ik dat er binnen niet al te lange tijd ergens en dan het liefst in haar vertrouwde buurt een plekje beschikbaar komt. Ze verdient het zo.

181. Careyn, zomaar een naam of toch niet?

Al geruime tijd zijn we er lid van. Careyn, een actieve maatschappelijke onderneming die zich inzet voor de gezondheid en het welzijn van hun cliënten, jong, oud, gezond of kwetsbaar. Als het nodig is, staan hun vakbekwame en betrokken medewerkers klaar om hulp en ondersteuning te bieden. Samen met andere zorgverleners, vrijwilligers, mantelzorgers en buurt- en wijkbewoners zorgen zij voor een grote betrokkenheid bij het welzijn van de mens.

Afgelopen tijd hebben we aan den lijve ervaren wat een machtig mooie onderneming Careyn is. Na een val van iemand die ons lief is, hebben we mee gemaakt hoe liefdevol medewerkers van deze onderneming met haar cliënten omgaan. Dagelijks komen er meerdere keren verzorgenden langs om de wond te verzorgen, maar ook om te zien hoe het met haar gaat. Aangekondigd maar ook spontaan gaat men even kijken of men iets voor mevrouw kan betekenen. Als men het niet vertrouwt of men ziet dat e.e.a. anders loopt dan men verwacht neemt men contact op met de dienstdoende arts. Natuurlijk houden ook wij regelmatig contact, gaan langs of bellen even. Toch, is mijn mening, heeft de medewerker van Careyn een toegevoegde en grotere ingang richting de medici.

Als men het op een gegeven moment niet vertrouwt, belt men met de spoedeisende hulp. Hierop wordt direct gereageerd. Binnen een half uur staat de dienstdoende arts voor de deur. Er wordt pijnstillende medicatie voorgeschreven. De medewerker van Careyn neemt haar verantwoording en haalt de medicatie op. Verpleegkundigen die mevrouw helpen als is het hun eigen moeder.

Wanneer men het in het weekend opnieuw niet vertrouwt neemt men direct contact op met het ziekenhuis. Wederom komt de op dat moment voor de huisartsenpost werkende arts bij de cliënt aan huis. Hij vermoedt een breuk en wil alles uitsluiten. Er wordt een afspraak gemaakt voor foto’s. 

Die maandag komen we aan bij het Reinier De Graafziekenhuis en is er geen rolstoel beschikbaar. Met wat gestuntel krijgen we het voor elkaar betrokkene op de afdeling radiologie te krijgen. Gelukkig wijzen de resultaten uit dat er niets gebroken is.

Thuis gekomen stikt het slachtoffer van de pijn. De huisarts schrijft nog zwaardere pijnstillers voor, met als gevolg: obstipatie. Opnieuw signaleert de medewerker van Careyn dit bij de huisarts.

Klysma’s worden er uitgeleverd en toegediend. Voorwaar geen fijn klusje. Maar ook die doen niet waar ze voor bestemd zijn. Bij Careyn weet men het nu ook niet meer. Opnieuw wordt de huisarts geconsulteerd. Dat leidt tot een opname. Medewerkers van Careyn zien vanuit hun kantoor dat mevrouw weg gaat. Zij duimen dat het nu eindelijk resultaat zal opleveren. Dezelfde dag belt men nog even met ons, belangstellend als men is.

Na een dag is het lek boven, of eigenlijk van onderen. De stoelgang komt weer op gang. Verpleegkundigen van de zorginstelling halen opgelucht adem. Nu is het een kwestie van pijn stillen een bemoedigend woordje en liefdevolle verzorging.

Het gaat langzaam aan de goede kant op. We zijn er nog lang niet. “Het moet zijn tijd hebben”, zegt de huisarts. Vol goede moed gaan we het vervolgtraject in, ondersteund door die ‘lieve meiden’ van Careyn.

Onze dank gaat uit naar iedereen die heeft meegeleefd, heeft ingegrepen en actie ondernomen. Careyn voor ons een zorg minder en de zekerheid dat men in goede handen is. Dankjewel medewerkers van Careyn.