276. Waterschappers en hun CAO

Ze schijnen er niet uit te komen, de bestuurders van de Waterschappen en de medewerkers delegaties. Al meer dan een jaar liggen ze rollebollend over de werkvloer over het afsluiten van een CAO.

Het mooie vak van waterschapsambtenaar, toch net even meer dan ambtenaar, wordt door de burger vaak verguist. Wat doen ze in vredesnaam? Beetje langs sloten lopen, wat sloten uit baggeren en verder niets. Niets is minder waar wat dacht u van de het beheren en controleren van de waterkwaliteit in sloten en kanalen. Wat dacht u van droge voeten, ook voor de mens die op zeven hoog op een flat woont en wat dacht u van het zuiveren van water waar Jan en rap en zijn maat van alles door het toilet heen spoelt. Ooit gehoord van waterschapen? Waterschapen zijn ophopingen van allerlei maandverbanden, inlegkruisjes, onderbroeken, kledingresten en frituurvet. Daarnaast wat men nog meer meent via het toilet te moeten wegsluizend of met het bad- en toiletwater wordt weggespoeld. Deze schapen worden gevangen bij de Zuiveringsinstallaties. Daar werken de mensen die met hun handen en grijpers bezig zijn Nederland en het milieu een dienst te bewijzen. Met blote handen een ander zijn rotzooi opruimen. Een heel vies werkje, maar dat hoort bij jouw taak als waterschapper.

Deze waterschappers worden aangestuurd door een eigen bestuur, Dijkgraaf en Hoogheemraad, vergelijkbaar met Burgemeester en Wethouders van een gemeente. Zij zijn ook de vertegenwoordigers die zitting hebben in één van overheidssectoren, de Unie van Waterschap. Gezamenlijke bestuurders die de dienst uitmaken voor wat de onderliggende Water- en Hoogheemraadschappen kunnen en mogen doen, al vindt er veel autonoom plaats bij een waterschap zelf.

Al in 2016 starten de eerste verkennende gesprekken voor de inzet van een nieuwe CAO, bij de waterschappen, Sectorale Arbeidsvoorwaarden Waterschappen. De oude CAO stopt per 1 januari 2017. Vakbondsbestuurders die langs de waterschappen gaan om bij de achterban te toetsen en inventariseren wat men in de toekomst mee wil nemen in de onderhandelingen voor de CAO van 2017. Daar komen veel suggesties uit. De vakbonden toetsen deze eisen en verlangens en maken er een inzet voor de nieuwe CAO voor.

In de tussentijd gaan de Overheidssectoren en andere aangeslotenen bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds aan de slag voor een upgrade – update van de pensioenrechten en verplichtingen, het zgn. loonruimteakkoord 2015. Hier wordt door beide partijen een revolutionair nieuwe zienswijze en uitvoering vastgelegd waardoor de werkgevers minder premies hoeven te betalen voor hun werknemers. Het gaat hier om 1,4% van de loonsom die de werkgevers overhouden en zullen moeten worden uitbetaald aan de werknemers. Een verbetering van de loonsituatie een andere berekeningswijze van de uit te keren pensioenen. Bijna alle werkgevers doen hier aan mee. Niet de Unie van Waterschappen, zij distantiëren zich van de uitbetaling van die 1,4% aan hun werknemers. Nee, ze steken het in eigen zak. Miljoenen van werknemers die niet worden uitgekeerd aan hun eigen werknemers. Ze zijn niet bij het overleg uitgenodigd en hebben ook hun handtekening niet gezet onder het gesloten akkoord. Ze hoeven niet mee te doen. Punt uit.

De vakbonden laten het er niet bij zitten. Gaan over tot acties en organiseren een petitie met een handtekeningactie. Een ruime meerderheid, tussen 70% en 80%, van de werknemers ondertekenen het formulier waarop de 1,4% moet worden terugbetaald aan de werknemers. De Unie heeft er lak aan. Gaat voorbij aan het akkoord en zegt dat zij niet gaan betalen.

De onderhandelingen tussen vakbonden en werkgevers zijn intussen in volle gang. Waar rondom ons heen de CAO’s bij gemeente, provincie en rijk zijn beslag krijgen en waar zij wel de 1,4% uitbetalen aan hun personeel blijft het bij de waterschappen stil, angstig stil.

Intussen blijkt dat de bestuurders van de waterschappen ook die 1,4% hebben ontvangen. Zij vallen niet onder de CAO van het waterschap, maar zijn ingedeeld bij Rijksarbeidsvoorwaarden. Hoe krom en wrang is het om het dan niet aan de werknemers van de waterschappen uit te keren. De Unie houdt vast aan haar principe om niet uit te betalen.

Intussen zijn er vier gespreksronden geweest tussen werkgevers en werknemers. Het resultaat is dat men er niet uitkomt. De werkgever blijft vasthouden aan het niet uitbetalen van de 1,4%. Eén van de hoofdpunten, die eigenlijk niet tot de CAO onderhandelingen behoort. Hierdoor ontstaat een patstelling.

De werkgever heeft nu een definitief eindbod voorgelegd aan de werknemersdelegatie. Dit loonaanbod behelst een algemene structurele loonontwikkeling van 3% voor twee jaar; hetzelfde percentage dat zij in het eerste bod van juli jl. al had aangegeven. Daarnaast een eenmalige uitkering voor 2017 van € 1000,= en een eenmalige voor 2018 van € 500,= (in het eerste bod was er sprake van twee eenmalige uitkeringen van € 500,= en € 200,=). Verder vindt de werkgever dat zij loonruimte kan besteden aan vereenvoudiging van het Individueel Keuze Budget (IKB), aan een salarisverbetering van 0,5 % voor de schalen tot 7 en aan een algemene inconvenientenregeling.

De inzet van de vakbonden wordt door de werkgever nog steeds bovenmatig gevonden omdat de vakbonden niet alleen vast blijven houden aan de 1,4% pensioenpremievrijval (geld van de werknemer; iets waar de grote meerderheid van de waterschappers een petitie voor heeft getekend), maar ook een reële structurele loonsverhoging in de orde van 4,5% voor twee jaar. Een gedeelte van de pensioenpremievrijval uit het loonakkoord kan wat de vakbonden betreft ook gebruikt worden voor een pensioenverbetering via het volledig pensioengevend maken van het IKB.

De vakbonden hebben in de onderhandelingsperiode regelmatig aanpassingen gedaan in de inzet waar de werkgevers standvastig blijft vasthouden aan hun eerste inzet.

Het aanbod van werkgeverskant en de inzet van werknemerskant liggen te ver van elkaar, waardoor men niet tot overeenstemming zal en kan komen.

Wat gaat dit voor de burger betekenen? Er zouden acties kunnen volgen. Het land zal niet onder water worden gezet is mijn inschatting, er zal gezuiverd blijven worden. Zo’n proces is niet te stoppen, maar wat er wel gaat gebeuren is aan de werknemers. Op 16 januari a.s. worden de vakbondsdelegaties en werknemersdelegaties uitgenodigd om e.e.a. te bespreken. Ik ben benieuwd.

262. Als het ambulancepersoneel staakt…….

Het ambulancepersoneel staakt. Ik las het vanmorgen in de krant en dacht terug aan een aantal jaren geleden toen we een ambulance wilde hebben maar er geen kwam voorrijden omdat ook toen de CAO niet rond wilde komen.

Onze banden zijn opgepompt, de zonnebril is uit de koker, onze vrienden staan te wachten. We willen de fietstocht, georganiseerd door de stichting Zomerfeesten Schipluiden, gaan rijden. Het is prachtig weer als onze voeten de pedalen rondtrappen. Eerst nog even naar het feestterrein om de route op te halen en dan op weg. Het is druk bij het inschrijfpunt. Meer Schipluidenaren genieten van het mooie weer en verwachten een heerlijke rit door het Midden-Delflandse.

Dan gaan we op weg. Richting de Albert Heijn, achterdoor naar de voetbalbalvelden. Tussen de voetbal en het golfterrein door richting A4. Bij het afrijden van het talud gaat het mis. Iemand zegt wat tegen mijn vrouw, waarop ze omkijkt, met haar voorwiel van de weg afschiet en valt. “Wat doe je nou?” is mijn eerste reactie. Ik loop naar haar toe en zie hoe ze haar pols vasthoudt. Ik zie ook dat haar hand met een vreemde stand vastzit aan haar pols. Dit is niet goed.

“Een ambulance bellen?”, vraagt een fietser die ons achterop reed. Ik had gelezen dat zij deze zaterdag zouden staken. Wat nu? Onze vriend stelt voor zijn auto te gaan halen. Daar zitten we langs de kant van de weg. Je hebt een EHBO-diploma maar kan eigenlijk niets anders dan praten en aangeven dat ze de pols moet ondersteunen.

Na enige tijd komt onze vriend het talud oprijden. Mijn vrouw stapt bij hem in. Hij brengt haar naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis, het Reinier de Graaf. Ik ga op de fiets. Bijna tegelijkertijd komen we aan bij de schuifdeur van de afdeling spoedeisend. We nemen plaats in de wachtruimte en nemen de tijd voor wat komen gaat. Mijn echtgenote krijgt meer pijn.

Dan worden we opgehaald door een zuster. Even later komt er een arts bij. Er zullen foto’s moeten worden genomen, want het ziet er niet goed uit. Zittend op een bed wordt ze meegenomen naar de röntgen. Na verloop van tijd komt ze terug. Het is gecompliceerd gebroken. De pols ligt in 40 stukjes uit elkaar. Dan moeten we terug naar de wachtruimte om even later weer te worden opgeroepen. “Sorry mevrouw we hebben geen bed voor u. Komt u woensdag maar terug.” Ik kan dit niet aanhoren en zonder het te voelen komt de stoom uit mijn oren. “Wat? @&$^^G%#?£¥$*^”. Ik heb het niet meer en zeg haar mee te nemen naar een ander ziekenhuis. Nog ben ik niet uitgeraasd. Weldra is er ineens wel een bed beschikbaar op de maag-, lever-, darmafdeling. Wat maakt dat nou uit waar je ligt. Iemand wegsturen met de boodschap dat ze maar paracetamol moet slikken tegen de pijn met een gecompliceerde polsbreuk. Het getuigt van amateurisme.

Nog diezelfde avond wordt mijn lief geopereerd. “Wat doet u voor werk”, wil de operatiearts weten. Mijn vrouw geeft aan tandartsassistente te zijn. “Dat kunt u wel op uw buik schrijven”, zegt de arts. De organisatie van het zomerfeest is attenter en meelevender. Er wordt een prachtige bos bloemen bezorgd.

Wanneer ik de volgende ochtend naar het ziekenhuis ga, zit mijn vrouw in bed. Ze heeft een hele stellage ingeboord gekregen rondom de pols. Deze stabilisatie moet alles op de plek houden. Het is niet volledig gelukt om alle gebroken botjes weer te lijmen en op hun plaats te krijgen. Ze mag weer mee naar huis om thuis verder te revalideren.

Dat het zo lang revalideren zou worden, was niet in te schatten. Na 90 fysiotherapeutische behandelingen is er geen meerwaarde meer te behalen. Gelukkig geen 9, 14 of 32 behandelingen zoals nu het maximum is.

Intussen is de buurt ingesprongen. Naaste buur komt de badkamer soppen in ruil voor een kopje koffie. Overbuurvrouw doet de strijk. Een buurvrouw uit de straat, verpleegkundige en net met zwangerschapsverlof, komt elke ochtend de wonden verzorgen. Pennen van de stellage en het vlees rondom de pols mogen niet aan elkaar groeien. Weer een andere buurvrouw neemt de ramen voor haar rekening. Er is hulp, niet van Careyn, waar je jarenlang lid van bent, maar juist die broodnodige buren.

Na verloop van tijd gaat mijn lief weer werken. Eerst op therapeutische basis, later weer volledig. De eerste tijd wordt ze opgehaald door de vrouw van haar werkgever. Later gaat ze zelf weer op het fietsie. Met de tandarts, haar werkgever, maakt ze afspraken wat ze nog wel kan en niet wat ze niet meer kan. Het is bespreekbaar.

Nog altijd heeft ze een beperking, zij het een lichte. Als je het niet weet zie je het niet. Er valt goed mee te leven.

Zo kwam er weer een verhaal tot stand omdat het ambulancepersoneel hun CAO niet rond konden krijgen.

195. Komt er ooit weer lente in de ogen van de tandartsassistente?

CAO’s zijn er om arbeidsvoorwaarden vast te leggen. Wederzijdse ondertekening bekrachtigt het document waar in regeltjes en artikelen zijn opgenomen wat de rechten en de plichten zijn van de werknemer, hoe men zich behoort te gedragen, wat zijn/haar salaris zal zijn en hoe zijn/haar vakantiedagen worden berekend. Maar ook of je wordt opgenomen bij een pensioenfonds, het loon voor later, en meer van dit soort vastgelegde regels die het welzijn van een medewerker in een kader hebben gevangen. Uiteraard geldt voor de werkgever dat ook zij hieraan gebonden zijn.

Toch gaat het niet altijd goed met CAO’s. Soms staan er artikelen in die voor meerderlei uitleg vatbaar zijn, soms ook mag een werkgever zelf bepalen wat hij uit zo’n CAO kan/mag halen en voorleggen bij zijn werknemer. Dat noemt men kortweg advies-CAO. Vastgestelde artikelen gegoten in een boekwerk aan regels die niet is ondertekend door één van beider partijen en dat zijn dan meestal de bonden die zich wederkerig houden van zo’n CAO.

Er zijn ook bedrijfstakken die helemaal geen CAO hebben. Er zijn wat mondelinge afspraken, al dan niet op papier vastgelegd.

Zo kwam ik op de site van het CNV een opmerking tegen over de CAO van tandartsassistenten. Zij schrijven op hun site: CNV Tandartsassistenten zet zich in voor professionalisering en positieverbetering van de tandartsassistenten. Op dit moment is dat niet gemakkelijk!

Vakbond FNV maakt het nog bonter en stelt alleen de adviserende CAO van 2012 ter beschikking, daarna zijn zij er mee opgehouden. Men voegt er geen tekst aan toe wat daarvan de reden is.

In het eerste artikel van laatstgenoemde CAO neemt de overkoepelende organisatie van werkgevers, het KNMT, de tekst op dat deze arbeidsvoorwaardenregeling is vastgesteld door het hoofdbestuur van NMT op 28 november 2011 en dat deze geldt als niet bindend advies voor de arbeidsovereenkomsten met werknemers in tandheelkundige praktijken.

Dan maar eens neuzen op de site van Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde. Daar kom je echter helemaal niet verder want zonder registratie geen kans op toelating op hun site. Om mijn onderzoek wat verder door te zetten probeer ik het telefonisch. Daar kom ik echter niet verder dan de telefoniste die mij om een registratienummer vraagt. Ik probeer in gedachte er één te verzinnen, maar eigenlijk wetende dat ik daar niet mee wegkom.

Terug naar de tekst op de vakbondssite CNV. Hier vind ik een tekst die er niet om liegt. ‘Wat blijkt? Er is namelijk helemaal geen CAO voor de tandartsassistenten. Werkgevers werken met de ‘Arbeidsvoorwaarden adviesregelingen van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT) en de Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT). Deze regelingen zijn niet verplicht, maar van de leden van beide organisaties wordt wel verwacht dat zij deze regelingen toepassen.’

CNV Zorg & Welzijn streeft ernaar in de toekomst weer een CAO af te sluiten met de werkgeversorganisaties. ‘Tot op heden is er van de kant van NMT en het ANT helaas geen belangstelling’, schrijft men. Sinds eind 2004 werken de aangesloten Nederlandse tandartsen al met adviserende arbeidsvoorwaarden.

Eigenlijk te gek toch, dat men kennelijk of niet in gesprek is of gaat, geen poging doet tot of halsstarrig vasthoudt om er niet uit te komen. En zo is de tandartsassistente vogelvrij en afhankelijk van wat hun werkgever voor hen bedenkt, in welke zin dan ook. Kom op zeg, iedereen wil toch duidelijkheid.

De toevoeging ‘Koninklijk’ vind ik aan deze overkoepeling niet op zijn plaats. Ook al besta je 100 jaar. Wie neemt nu eens de eerste stap om het gesprek vlot te trekken na 13 jaar naar elkaar kijken?

Het liedje van Peter de Koning, zou vele malen leuker klinken met de lente in het vooruitzicht. Ja, dan wordt het echt altijd lente in de ogen van de tandartsassistente. Ben reuze benieuwd.

159. Leeftijdsdiscriminatie of gerechtigheid?

Ik zit op haar verjaardag. Naast mij komt het feestvarken en leeftijdsgenote zitten. Ze is ietsje ouder dan dat ik ben. Mevrouw werkt bij een multinational. Ze kijkt uit naar haar pensionering. Op 6 juni 2017 mag/moet zij de deur achter zich dichttrekken en neemt zij afscheid van het werkzame leven om te gaan genieten van haar vrijheid. Of, vrijheid dat nog niet eens. Al jaren gaat ze om de dag naar haar dementerende moeder. Alle avonden van die dag staan in het teken van haar moeder. Moeder speelt met poppen, kent haar eigen dochter niet meer en praat vaak in het verleden. Ze heeft het daar moeilijk mee. Mevrouw is ook nog vrijwilliger bij verschillende organisaties en komt eigenlijk tijd tekort. Daarnaast kent ze haar eigen lichamelijke ongemakken. Versleten heup, tussenwervelschijven die niet meer intact zijn en een wat tegensputterende knie. Ze heeft het niet makkelijk, maar gaat wel vrolijk door het leven. Collega’s lopen met haar weg, al zien zij ook wel dat het niet allemaal even gemakkelijk meer gaat. Ze nemen het voor lief.

Dan, vlak na haar verjaardag in het laatste jaar dat ze werkt moet ze volgens de cao nog een keer op het matje komen voor een beoordeling. Nog éénmaal zit ze tegenover haar jonge teammanager. Een teammanager die haar vaak niet begrijpt als ze vraagt om iets meer tijd om orde op zaken te stellen. Een teammanager die het moeilijk heeft door het grote verloop in het team. Een teammanager die bemerkt hoe het in de toekomst lastiger wordt om de toko draaiend te houden i.v.m. bezuinigingen. Ook haar functie is wegbezuinigd, maar door de korte duur van haar werkzaam leven mag ze de tijd uitdienen.

De dag is daar, de beoordeling staat voor de deur. Ze heeft slecht geslapen al heeft ze eigenlijk niets te vrezen. Ze is ruim 65 jaar, heeft meer dan 48 jaar gewerkt en moet worden beoordeeld over wat ze het laatste jaar heeft gepresteerd. Iedereen weet, zeker op haar vakgebied, dat het moeite kost om alle ontwikkelingen te kunnen volgen. En hoe ouder ze wordt, hoe lastiger het wordt.

Ze heeft de liefde voor het bedrijf, heeft er 45 jaar gewerkt. Is altijd bereid geweest om het beste dat ze heeft te geven. Dan komt daar die beoordeling en krijg ze te horen dat ze niet meer of onvoldoende functioneert. Zonder enige emotie en een traan te laten zegt men tegen haar: “Je hebt het dit jaar niet goed gedaan. We geven je een onvoldoende, d.w.z. niet goed.”

De motivatie: Ze heeft wel erg veel verlof. Invloeden van buitenaf die niet te sturen zijn. Te weinig werk. Te weinig laten zien. Met kennis loopt ze achter. Het niet kunnen verantwoorden tegen collega’s om haar een goede beoordeling te geven.

Ze weet op dat moment niets te zeggen. Verlaat met de staart tussen de benen de ruimte waar ze zojuist deze onheilspellende mededeling heeft gekregen. Ze beseft dat ze niet meer functioneert als die jonge Goden op de afdeling, maar dit, nee, dit had ze niet verwacht. Als het dan niet positief was, dan is er toch ook nog zoiets als ‘coulance’. Ook al omdat het niets meer uitmaakt welke beoordeling ze krijgt.

Het kabinet stelt in haar plannen dat men langer moet werken. Niet in uren, nee in jaren. De werkgever zegt: We doen aan strategisch personeelsbeleid. Zij zegt ook: Met plezier naar het einde. Jammer genoeg mag ze de werkgever, of haar meerdere niet beoordelen, maar anders zou ze zeggen. Kijk eens naar de doelstellingen die men voor ogen heeft. Heb je daaraan voldaan? Het je strategisch personeelsbeleid toegepast op je medewerkers? Heb je de mens in de laatste jaren met plezier naar het einde laten gaan? Is dit dan het resultaat?

Ze gaat er niet van wakker liggen. Het kost haar geen geld en al jaren heeft een beoordeling haar ook geen cent meer opgeleverd. Al zijn al haar beoordelingen goed tot bovenmatig geweest. Eenmaal op het maximum, dan stopt het en krijg je er nooit meer bij. Ze is altijd goed betaald geweest. Niemand hoort haar klagen. Ze heeft klaar gestaan waar nodig, heeft er haar vreugde, maar ook haar verdriet gekend binnen het bedrijf. Maar deze beoordeling had ze niet zien aankomen. Echter, zo is kennelijk het leven. Het heeft haar een dreun gegeven, het heeft haar gebroken, daar waar men spreekt over ‘met vreugde naar het eind’.

Dit is toch pure leeftijdsdiscriminatie en dat in 2016. Of is het gerechtigheid? Ik vraag het me af.

149. De reis naar een nieuwe CAO

De CAO van de Waterschappen is bijna afgelopen. Op 1 januari 2017 moet er een nieuwe komen. Tijd om het er in het SectorGroepsBestuur Waterschappen, waar ik al enige tijd lid van ben, nog eens over te hebben. De leden komen in Amersfoort bijeen. In het adviesorgaan wordt door de leden van dat bestuur nog eens nadrukkelijk gekeken waar de vakbonden op gaan inzetten.

Het overleg begint om 14:00uur, dat betekent dat ik al om 12:00uur afscheid neem van mijn collega’s bij Delfland, om te vertrekken. Het ‘uitnodigende’ beleid (tarief) van de Gemeente Delft om de auto in de Phoenixgarage te zetten, staat mij niet aan, waarop ik richting Delft Zuid rijd. Hier is parkeren nog gratis (niet verder vertellen, want voor je het weet, is dit ook betaald parkeren). De trein wordt voor die dag mijn vervoerder.

Ik probeer de eerste trein die aankomt te nemen, sorry, in te stappen. Alleen heb ik me even misrekend op het meisje met het diep uitgesneden jurkje en waarvan haar jurkje ook nog bestaat uit een zeer kort rokje. Maar het mag met dit stralende weer. Zij kan kennelijk haar OV-kaart niet vinden, zet haar tas op de OV-scanner en zoekt uitgebreid in haar tas. Ze houdt daardoor de paal bezet. Twee medereizigers die ook met de trein mee willen, krijgen nog net aan de ruimte, maar voor mij is dat niet weggelegd. Ze gaat vervolgens door de knieën, zet haar tas voor de paal op de grond en gooit deze leeg op het perron. De trein vertrekt en ik blijf met haar achter. Als ze haar pas heeft gevonden, bleept ze en gooit alles weer in de tas. Haar kaart laat ze op de grond vallen en loopt weg. Ik roep haar even terug. Dan pas heeft ze in de gaten dat de trein intussen is vertrokken. “Shit”, hoor ik haar zeggen. Ik dacht hetzelfde.

We moeten nu 17 minuten wachten voor de eerst komende trein ook daadwerkelijk de deuren open gooit.

Een jong stelletje komt naast mij zitten en kan ondanks de warmte niet van elkaar af blijven. Smakgeluiden overheersen. Een oudere man, ouder dan ik ben, stoort zich er aan. “Nou, nou”, zegt hij hardop. Het stelletje trekt zich er niets van aan. Het blijft gelukkig bij zoenen.

Als de eerstvolgende sprinter in het schema heeft staan om ook op Delft Zuid te stoppen, stap ik in. Het is rustig en er is voldoende zitruimte om mijn reis aan te vangen.

In Rotterdam mag/moet ik er uit. Ik ga naar het perron waar vandaan, volgens de app 9292 OV mijn trein richting Amersfoort gaat. Het is de trein naar Leeuwarden. Ook hier voldoende ruimte om te zitten. Dat er al meer mensen gebruik hebben gemaakt van deze coupe is duidelijk. Een zakje brood, twee lege blikjes Red Bull, wat snoeppapiertjes, twee leeggedronken koffiebekertjes met daarin een bananenschil en vier keer de Metro op één bank. Komt goed uit, want ik heb ‘m nog niet gelezen. De rit duurt nog even dus ik heb de tijd om de krant uitgebreid te lezen.

We zijn net Rotterdam Alexandrium voorbij als ik van achter me: “Goedemiddag”, hoor zeggen. Een gebronsde stem die duidelijk aankondigt dat het om een controle gaat. Drie getinte jongens zijn vanuit Rotterdam bij mij in de buurt komen zitten, maar voelen zich niet op hun gemak bij zo’n vriendelijke begroeting. Eén van de jongens probeert ‘m te piepen. Dit lukt, hij schiet langs de man die de controle doet bij een van mijn medepassagiers. Een ander loopt voor de conducteur uit en vlucht naar een coupe verderop. De derde blijft zitten.

Als de conducteur bij deze jongen komt vraagt hij naar zijn OV-kaart. “Heeft hij niet”, zegt hij. Hij had een kaartje maar dat is verfrommeld en niet te controleren, zegt hij tegen de controleur. “Mag ik dat kaartje zien?”, vraagt de man van de controle. “Weggegooid”, zegt de jongen die in een paars joggingpak is gekleed, waarvan de rits tot aan zijn navel open staat. “Mag ik dan je ID?”, vraagt de NS-er. “Heb ik niet bij me”, zegt het joggingpak. “Waar ben je ingestapt?”, vraagt oom-controleur. “Weet ik niet, joh”, zegt de tiener. “In Rotterdam”, zegt. de controleur. “Als je het weet, waarom vraag je het me dan?”, meent joggingpak te moeten zeggen. “En waar ga je naar toe?”, vraagt de kaartjesscanner”. “Zeg ik niet”, geeft blote navel aan. “Dan ga ik schrijven”, zegt de controleur. “Doe het lekker, joh”, geeft joggingpak aan. “Ik betaal toch niet”. Dan kijkt hij mijn richting uit. Ik heb gelukkig een Metro waar ik achter kan duiken. “Ik bel assistentie”, zegt de NS-er en pakt zijn telefoon. Wanneer hij in gesprek is met zijn achterban, schreeuwt joggingpak ook nog even in de telefoon. “Tot straks”, roept hij. Wat een mentaliteit!

Aangekomen op Utrecht blijven de deuren dicht. Langs de trein lopen NS-agenten. Elke deur krijgt zijn beveiliger tot men weet waar de drie mannen, die zich intussen weer hebben verzameld, zich ophouden.

Eén voor één worden ze uit de trein gehaald. Een toevallig langslopend meisje zoekt haar telefoon uit haar tas en filmt het hele gebeuren. Dat verbalisanten vinden dit kennelijk leuk, want ze krijgt een opgestoken duimpje van de zojuist ondervraagde lieden. Agenten vinden het waarschijnlijk ook prima, want er wordt niet ingegrepen.

Langzaam vertrekt de trein uit Utrecht naar Amersfoort. Daar aangekomen is het maar kort wandelen naar het Waterschapshuis.

Ik ben duidelijk op tijd en tref slechts twee leden aan van de groep. Even later vult zich het gezelschap verder aan.

Een concept voor de inzet van een nieuwe CAO (SAW heet dat bij Waterschappen) ligt op tafel. Per onderwerp wordt kort even stil gestaan bij de beschreven tekst. Wat voor vakbondslieden als een vanzelfsprekendheid geldt, hoeft dat voor een werkgever, maar ook voor een werknemer niet zo te zijn. Regels moeten dus zó worden beschreven dat het niet voor tweeërlei uitleg mogelijk is. Er volgen nog wat aanvullingen. Sommige onderwerpen worden als wisselgeld opgenomen. Er moet nog wel wat water over Gods akkers vloeien alvorens het een definitieve inzet is geworden. Het overleg loopt uit en wel zodanig dat het wel eens een late thuiskomer kan gaan worden.

Na afloop wandel ik rustig aan naar het station. Als ik op station Amersfoort sta geeft de display aan dat de eerst volgende trein een vertraging heeft van 15 minuten. Dat worden er bijna 20. Ik kan dan wel blijven zitten tot aan Rotterdam. Bij Utrecht loopt de trein al een stuk voller, maar ik heb een zitplek.

Om 17:42 uur komt de trein aan in Rotterdam CS. Dan snel doorlopen want de eerstvolgende sprinter vertrekt om 17:47 uur. Dat blijkt een misrekening te zijn, want er vallen treinen uit en intercity’s gaan voor. Kortom om 18:14 uur kan ik opnieuw instappen. Het is vol. Een veel te korte trein moet veel mensen bergen. Het is hutje bij mutje. Uiteindelijk ben ik om 18:32 uur op station Delft Zuid en is mijn reis ten einde. Tenminste, dan nog even naar huis. Om kwart voor zeven stap ik thuis de voordeur weer in. Een reistijd van bijna vier uur, voor een overleg van 2,5 uur. Ik maakte wel een lange dag, begon om 06:49 uur.

Nu maar hopen dat de werkgevers al onze wensen gaan honoreren. Het is slechts voor één jaar, dat moet toch niet zo moeilijk zijn. Kom op dijkgraven en secretarissen van de Waterschappen, zoveel wordt er niet gevraagd van U. Alvast bedankt. Tof.