386. Borrelboot maakt water

Wanneer het boekje van de Oranjevereniging in de bus valt, kijken we even snel het programma door. We stuiten op de pagina waarop de boottochten staan vermeld. De lunch- en de borrelboot. De laatste boot is ons vorig jaar goed bevallen. Mijn lief meldt ons meteen aan. Kort daarop een reactie van een van de bestuursleden van de Oranjevereniging: ‘zo dat is snel’.

Met het meisje heb ik afgesproken om de MUS te rijden als het nodig is. Daar moet ik voor thuis blijven. Als ik echter de dag voor Koningsdag informeer bij het coördinatiepunt blijkt er niets te zijn gemeld. Een vrije dag dus.

Op de feestpagina van de Schakel Midden-Delfland staat dat om 09:00 uur de rommel- en kleedjesmarkt start in Den Hoorn. De dag tevoren maakt men al bekend dat door het slechte weer zal worden uitgeweken naar De Hoornbloem. We halen de fiets uit de schuur en fietsen heerlijk voor de wind richting Den Hoorn. Daar aangekomen staan er wat verdwaalde ouders en kinderen. De Hoornbloem zit nog stijf op slot en er lijkt ook geen beweging in te komen. De afstemming heeft kennelijk niet goed gewerkt. Dan maar even een kopje koffie bij oma.

De terugtocht wordt ingezet en dan blijkt dat ouders een eigen initiatief hebben genomen en hun kleedjes gewoon hebben neergelegd. Er komen er nog meer aan lopen. We scoren een Jan van Haasteren (omdat we hem nog niet hebben ;-)). We zijn zo over de markt heen en besluiten De Lier aan te doen. Buienradar geef aan: geen neerslag. Vlak voor ’t Woudt is Pluvius ons niet goed gezind en hoost het van de hemel. Zeiknat komen we aan bij het tunneltje onder de Woudseweg. Het tunneltje uit rijdend is het droog, maar we zijn zo nat dat we richting huis gaan.

Alle kleding gaat de droger in. De tv gaat aan. In Amersfoort schijnt de zon. De Koning loopt aan zijn colbertje rond, waar wij in ons joggingpak zitten. Even een oranjegebakje en dan in de middag naar de kleedjesmarkt rondom de vijver aan de Burgemeester Musquetiersingel. Ook hier slechts weinig kinderen. Het nodigt ook niet uit om te gaan zitten blauwbekken. Ook niet met Koningsdag. Al snel zijn we van de kleedjesmarkt af. De portemonnee is in de kontzak gebleven

Om tien voor drie is het opeens tijd om naar de rondvaartboten te gaan. Vrienden moeten nog worden opgehaald. Ik ga me alvast aanmelden, het meissie komt later met de vrienden.

Na aanmelden komen ook onze vrienden aanwandelen. Er staan twee schippers, de boten liggen nog aan elkaar vast. We kiezen voor de boot van Wim. De andere schipper is Bertus. Hij heeft een doorwerkpak aan. Voor de regen? Ook Wim trekt zijn regenbroek aan. Dat belooft nog wat. Als we de tweede boot in stappen blijken we, vriend en ik, de enige mannen. De dames verwelkomen ons hartelijk. De twee jongens van Albert Heijn Schipluiden worden kennelijk niet als man aan gezien.

De trossen gaan los. Dan blijkt dat de boten aan elkaar blijven zitten. Één schipper vaart de twee boten die aan bak- en stuurboord aan elkaar zijn bevestigd. We beginnen met een advocaatje-slagroom. De schaal met hapjes komt op tafel. Er wordt een toast uitgebracht op de Koning, maar ook op een behouden vaart. Door de wind is het ruw water. Het water klotst tegen de voorsteven, maar ook tussen de boten in. De wind blaast tussen de zeilen door. De overkapping, met ducktape aan elkaar bevestigd, is onvoldoende om het water buiten te houden. Het water slaat naar binnen, met golven tegelijk. De dames springen op, een natte broek is het gevolg van de golven. Men verplaatst zich. Het volgende drankje wordt ingebracht. “We liggen diep”, merkt een van de dames op. En ja, de golven kolken tegen de boot aan. De schippers kijken stuurs over het water.

Nog een drankje, de schaal met hapjes gaat rond, de leverworst zwemt op de schaal. Het blijft gezellig, de sfeer is goed. Dan komt de tweede schipper even binnen kijken of het goed gaat. Er ligt een plas water in de boot. Even later schuift Jan van den Berg binnen. Hij vertelt over zijn functie in het Algemeen bestuur van Delfland. Hij legt uit wat de taken zijn van het Hoogheemraadschap. “Droge voeten”, zegt hij. Daar hebben sommige nu zo hun mening over. Geanimeerd wordt er geluisterd naar zijn verhaal, waar andere er gewoon door heen kletsen.

Langzaamaan zijn we op de terugweg. Een van de opvarende houdt angstvallig het zeil vast. Het water blijft nu buiten. Rustig komen we weer in veilige haven en worden de boten aangemeerd. Het was een heel gezellige ‘borrelboot’. Een leuke vaartocht.

Hoe erg was het, zult u zich misschien afvragen. Het viel mee, maar leuk om het iets spannender te maken dan het was.

Dankjewel schippers Wim en Bertus, dankjewel Albert Heijn Buckers, dankjewel Oranjevereniging en ‘last but not least’, dankjewel Jan.