365. Schipluiden neemt massaal afscheid van dr. Verhoeks

Als half december de lijst van activiteiten in de Dorpshoeve wordt rondgestuurd, besluiten mijn lief en ik daarvan een vacature op ons te nemen. De Dorpshoeve is het gemeenschapsgebouw van Midden-Delfland in Schipluiden. Het is ondergebracht in een stichting die naast één betaalde kracht louter uit vrijwilligers wordt draaiend gehouden.

Het is 12 januari 2019. We wandelen even voor twaalven naar de locatie. Het is het afscheid van huisarts Verhoeks. Bij aankomst lopen er al een aantal vrijwilligers van de Dorpshoeve rond. Ook alle medewerkers van de huisartsenpraktijk Schipluiden hebben een taak toebedeeld gekregen. Dr. Bohnen vult de ballonnen met gas. Lachgas? Ik weet het niet. De gymzaal is als receptieruimte ingericht. Er ligt een vilten vloer op de grond. Ballonnen bepalen de looproute. Op de grond ligt ook een rode loper. Een tafel wordt de uitstalplek voor cadeautjes.

Om even over half een komt dr. Verhoeks de locatie binnen wandelen. Hij heeft vrouw en kinderen meegebracht. Zijn gevolg kiest een strategische plek aan een sta-/hangtafel. Ze zouden er de middag aan doorbrengen. Ook de nieuwe huisarts is aanwezig, dr. Femke Spruijt. Haar partner is vandaag de fotograaf.

Nog even een kopje thee of koffie voordat Schipluiden binnen komt lopen. Het bedienend personeel heeft zich inmiddels in de bedrijfskleding gehesen. De kopjes staan in rijen op de tafel te wachten. De koffie pruttelt, de waterkoker kan het niet aanwerken. De eerste gasten komen binnen. Het is tijd om de ‘plek’ in te nemen.

Dan om tien voor een komen de eerste gasten binnen. Ook Marja van Bijsterveldt, oud burgemeester van Midden-Delfland, met haar man Antoine ontbreken niet. “Even tijd voor gemaakt”, zegt ze. Om even later het dorp Schipluiden te roemen om hun grote aantal vrijwilligers. Dan gaat het in een sneltrein vaart, d.w.z. dat de mensen aansluiten in een lange rij. Bordjes met: ‘Vanaf hier nog drie kwartier’, zouden niet misstaan. De rij wordt steeds maar langer. Dr. Verhoeks neemt de dankwoorden rustig in zich op. Dr. Spruijt stelt zich voor aan de patiënten. Voor iedereen is er een persoonlijk woordje.

In de keuken is men begonnen met het snijden van de komkommer en leverworst. De blokjes kaas en de romatomaatjes completeren de schaal. De glazen wijn en jus d orange hebben gretig aftrek. Ook de koffiepot wordt nog maar eens gevuld.

In de zaal mag eenieder een vingerafdruk achterlaten op een groot schilderij met het logo van de huisartsenpraktijk. Even een schoonmaakdoekje over de vinger en dan de wachtrij vervolgen.

“Kan de bittergarnituur de zaal in”, vraagt een van de assistentes. Daar wordt voor gezorgd. Verschillende dozen frituurhapjes pruttelen in het vet. Inmiddels gaat voor de derde keer de vaatwasser aan. Deze gaat die middag niet meer uit.

Als de bittergarnituur wordt uitgeserveerd, is de vraag: ‘worden er geen bitterballen uitgeserveerd’. Die staan niet op de bestelde hapjes. Als echter de andere dokter er ook om vraagt gaan ze eveneens het vet in. Het is een gezellig gebeuren, het lijkt op een reünie.

Op de tafel in de zaal stapelen de cadeautjes zich op. Allerlei lekkernijen, bloemen, wijn, plantjes, een tekening. De tafel is te klein. Ook naast de tafel komen cadeautjes te staan. De fotograaf schiet de plaatjes. Hoeveel, hij weet het niet. “Het is niet aan mij om ze straks uit te zoeken”, zegt hij, “dat laat ik aan de medewerkers over”.

Om half vier komt er een groep blauwhemden binnen. Ze hebben een instrument bij zich. Schipluiden eigen hoort de boerenkapel de Knotwilgen bij zo’n feest. Nog even wachten, want er staan nog mensen in de rij. Maar om kwart voor vier gaat het gezelschap los. Iedereen wordt de feestzaal in gedirigeerd, achter de muziek aan. Heel toepasselijk speelt men het nummer: het Dorp van Wim Sonneveld. 

Na een aantal feestnummers is het woord aan Dr. Bohnen. “Beste Ton, dr. Verhoeks, er is een tijd van komen, er is een tijd van gaan. Voor jou is dat laatste aangebroken. Na bijna 20 jaar is het mooi geweest.” Na mooie woorden overhandigt hij het schilderij met de vele vingerafdrukken. Een symbool van verbondenheid met Schipluidenaren.

Wanneer Dr. Verhoeks het woord neemt, memoreert hij aan 20 jaar huisarts zijn in Schipluiden. “Het was voor Schipluiden een hele verandering, twee huisartsen uit de grote stad. Maar dat was het ook voor ons”, zo zegt hij. Met veel plezier is hij huisarts geweest in het dorp, heeft lessen gegeven bij de EHBO en heeft het AED-project mogen meemaken. “Dank u wel, dat u ons de gelegenheid heeft geboden om te doen wat we wilden, dat u ons uw vertrouwen heeft gegeven”. Het laatste half jaar werkte hij al wat minder en met een schuin oog zag hij zijn patiënten bij dr. Spruijt naar binnen gaan. Een stukje weemoed kwam naar boven. “U zult mij niet snel terug zien komen. Vanaf vandaag ben ik van dr. Verhoeks, Ton Verhoeks geworden”. Met deze woorden nam Ton Verhoeks afscheid van de Schipluidense bevolking.

Dr. Verhoeks kreeg een waardig afscheid, waar veel mensen bij aanwezig waren, waar mooie en dankbare woorden zijn uitgesproken. Een nieuw hoofdstuk zal voor hem ingaan en Schipluiden zal dr. Spruijt even warm ontvangen als ze dat eerder met die twee stadse dokters deed.

285. Muziek is leven, leven is muziek

Er zat en zit altijd muziek in de familie Van Meurs. Zoals ik al eerder heb geschreven, als je zo zeven/acht jaar oud bent brengt Vader Lau een trompet mee van de muziekvereniging waar hij zelf lid van is. Hij is er eerste baritonist.  Maar al eerder zijn onze talenten gescout. We, Martin en ik, zingen in het jongenskoor van Henk Ortgiess, onderwijzer van de toenmalige vijfde klas, nu groep zeven. Het is doorgaans zingen in de kerk en zo af en toe op school of bij een bejaardenpartij.

Een keer mag ik zelfs solo zingen. Tijdens het Marialof ben ik degene die vanaf het koor, hoog achter in de kerk, het Ora Pro Nobis uit mijn keel laat klinken. Dat is overigens niet omdat ik de beste stem heb, maar omdat eerste zanger Theo ziek is, maar toch.

Als eerste en oudste uit het gezin Van Meurs krijg ik een trompet in handen. Eerst nog wat onwennig om daarna onder leiding van vader de eerste klanken uit te stoten. Kinderen in de klas worden ineens mijn vriendje, waar men mij eerst niet ziet staan. Maar ik doe iets bijzonders, dat is interessant en dat krijgt de aandacht. Dan ga je met vader mee achter op de bromfiets richting het St. Jorisgasthuis, het gekkenhuis voor velen. Ik heb me daar altijd de mens tussen de mensen gevoeld.

Op dinsdagavond voor de repetitie krijg ik, en later ook alle drie mijn broers, les van de dirigent Adri Kornet van de muziekvereniging ‘Kunst Na Arbeid’. Je krijgt van hem huiswerk mee. Krijg aanblaastechnieken en moet zelfs proberen om een appel door te bijten met je lippen. Dat is mij echter nooit gelukt. Na een week worden de vorderingen besproken en getoetst. Meetrappen, tellen tijdens het spelen, leert hij je door met zijn eigen voet op jouw voet te trappen. En dat ging niet zachtzinnig. Het zal en moet erin komen. Tellen is belangrijk tijdens het maken van muziek.

Tijdens de rondgang met Kerstmis door het St. Jorisgasthuis, mag je dan voor het eerst mee tussen de grote mensen. Het orkest doet op de avond traditioneel een rondgang langs alle paviljoens. Er worden kerstliederen gespeeld en koralen. Altijd een indrukwekkend gebeuren. Je ziet de mensen die buiten de maatschappij zijn gevallen, en die men niet meer thuis wilde hebben. Opgesloten zijn en verbannen zijn achter dicht gesleutelde deuren. Als kind is dit vaak niet te bevatten en onwezenlijk ook. Je bent acht jaar en komt in aanraking met alleen maar mensen die het zelf niet meer kunnen. Soms droom ik ervan.

Dan komt er het moment dat je in uniform de straat op mag. Koninginnedag, de reveille en opnieuw de rondgang door de ellelange gangen en mooie tuinen van het St. Joris Gasthuis. Een prachtige tijd. Ik ben er 23 jaar lid van geweest.

Als er een carnavalsfeest wordt georganiseerd op het dorp in Den Hoorn in de grote gymzaal mag de familie Van Meurs daar haar opwachting maken. We doen dat niet alleen en hebben wat andere leden van de muziekvereniging meegenomen. Een boerenkapel kan je het niet noemen, maar men is er tevreden mee. Iets beters heeft men niet. Zo ontstaat wel de eerste gang naar een Boerenkapel.

Bij de Red Hunters, een showband van NCS-origine, krijgen mijn broer Martin en ik het voor eerst te maken met showlopen tijdens het spelen. Een vriend van ons is er instructeur en men zoekt blazers. Thuis wordt het niet echt vrolijk opgevat dat we lid zijn geworden bij een vereniging van ‘die rooie’. Het is een mooie tijd, geen hoogstaande prestaties, maar wel erg veel plezier. Ik herinner me het optreden tijdens een carnavalsoptocht in Duisburg, waar de jägermeister werd aangereikt als we langslopen. Van spelen komt niet veel meer terecht. Maar de lol is er en dat is even belangrijk.

De Carnavalstijd breekt aan. Bij de carnavalsvereniging De Olijkers zoekt men trompettisten. Broer Martin en ik stappen in. Waar we ook andere leden van ‘Kunst na Arbeid’ tegenkomen. Freek en Carel Piguillet, Joop van Yperen, Rinus Wijtman.  Vader en zoon Dupont, Koos Swanink, Joke Schoonhoven, Jan Lagerwerf en Willem Olieman completeren het gezelschap. Een prachtige tijd met veel optredens. Als Nico Haak en Wil Luikinga voor hun carnavalsnummer Dikke Dijen een band zoeken zijn wij de aangewezen artiesten en spelen bij de plaatopname mee. We toeren wat af en spelen, tot het bloed uit je instrument komt. Want spelen moet je. Maar het plezier maakt veel goed. En als we bij Koot boven spelen is er altijd dat lekkere sateetje van kok Loekie. Zo af en toe komen we even bij elkaar om te repeteren. Ook de nieuwste nummers moeten er staan. ‘Bloemetjesgordijn’, ‘Paard in de gang’, ‘En nou die handjes de lucht in’, ‘Het leven is goed in m’n Brabantse land’. Er komen er elk jaar wel weer een paar bij. Onze saxofonist is geen lid meer van een of andere vereniging. Hij repeteert veel, geeft hij ons te verstaan. Als we echter na een jaar weer bij elkaar komen en hij zijn koffer open doet komt er een groene bloemkool uit de koffer. Het is een broodje kaas dat een jaar eerder de koffer in is gegaan. Kort daarop stopt hij met spelen.

Als de boerenkapel uit elkaar valt starten we een nieuwe boerenkapel: De Krotenzaaiers. Bekende namen komen terug op vader en zoon Dupont en Willem Olieman na, zonder hen maken we een doorstart. Mijn vader stapt ook bij. Moet voor het eerst een spijkerbroek kopen op hoge leeftijd. Maar hij doet het. Ook mijn jongere broer Loek neem plaats in de boerenkapel. Zelfs mijn lief loopt met de grote trom of de bekkens rond. We raken gelinieerd aan de Kalfskoppen ook een carnavalsvereniging in Delft. Maar naast carnaval treden we regelmatig op bij bruiloften en partijen. Soms voor fl. 10,00 of fl. 15,00 per man op een avond. Geweldige avonden. Plezier voert de boventoon.

Naast een boerenkapel bestaat dansband Monday, waar broer Martin, broer Loek en ik onderdeel van zijn. Op keyboard worden we ondersteund door Johan Dukker, drummer is Martin Dijkgraaf en de techniek ligt bij Herman Kooij. Een geweldig leuke tijd. Ik schreef hierover eerder een blog.

Martin en ik zijn ook betrokken bij de kerkdiensten voor jongeren. In Den Hoorn gaat men voor de jongerenmis in de katholieke kerk. Wij staan er als, ‘gebroeders Brouwer’, zoals men ons noemt achter het orgel van Kees van der Zanden om het jongerenkoor te begeleiden. De kerk is zaterdagavond afgeladen, waar is die tijd gebleven.

Wanneer ik ben opgestapt bij ‘Kunst na Arbeid’ kom ik terecht bij de Delftse Politiekapel Excelsior. Een orkest dat naast echte politiemensen wordt aangevuld door buitenstaanders. Dirigent Adrie van der Merwe staat er op de bok. Omdat er genoeg trompettisten zijn, leg ik me toe op de bariton. Een andere aanblaastechniek moet ik me meester maken. Het valt me niet mee, krijg het ook niet altijd onder de knie, maar zo goed en zo kwaad al mogelijk is blaas ik mijn partijtje mee. Ook hier weer veel leuke optredens. We gaan zelfs naar Engeland. Nadat de dirigent afscheid heeft genomen komen er meerdere op audiëntie. Uiteindelijk gaan ze met Johan van den Berg verder. Na een vijftal jaren houd ik het voor gezien.

Dan vraagt overbuurman Peter Waardenburg aan mij of ik geen zin heb om te komen spelen bij de bigband ‘Let’s Swing’. Een totaal ander genre dan ik gewend ben. Ook hier bepaalt het plezier mijn leven. Als ik echter onderuitga met de fiets vanwege gladdigheid, moet ik afhaken. Een afgescheurde pees in mijn schouder verhindert het lang vasthouden van de trompet. Inmiddels ben ik er tweemaal aan geopereerd. Het zou mogelijk wel weer gaan als ik geen andere activiteiten op mijn pad was tegengekomen: Trouwambtenaar (BABS).

Soms hunker ik nog steeds naar het maken van muziek. Mijn techniek heb ik niet bijgehouden en ik zal er erg veel moeite voor moeten doen om het ook weer daadwerkelijk op te pakken. Ik twijfel, maar waar en bij wie moet ik gaan spelen. Ik wacht af. Misschien, heel misschien komt het er nog weleens van.