94. Biest, je vindt het heerlijk of je walgt er van

Het is zaterdagavond. We zitten net te eten. De telefoon gaat. Mijn vrouw neemt op. Het is Wil. Ze heeft biest voor ons. “Kom je het vanavond nog halen”, hoor ik haar zeggen. Dat lukt niet. “Morgenochtend dan?” Mijn vrouw spreekt af om het de volgende ochtend op te gaan halen. “Wel vroeg  komen hoor”, zegt Wil.

De volgende ochtend fietsen we al om voor negenen richting ‘Papsou’. Papsou staat voor een polder in het Midden-Delflandgebied dat eigenlijk Abtswoude heet. Het is fris. Een koude wind striemt in je gezicht. In de fietstassen zitten de nodige schalen en kommen. Als we over de nieuwe A4 rijden staan er mensen te kijken bij de brug over deze nieuwe rijksweg. Auto’s komende uit de richting Schiedam schieten onder ons door.

Door de polder vervolgen we onze weg naar Wil. Als we achterom de boerderij op rijden zie we haar al zitten. De achterdeur is los, we kunnen zo naar binnen. Even kloppen op de deur naar de kamer en je staat binnen. “Dat is mooi vroeg”, zegt ze. “Ik wil zo meteen de polder in gaan om schapen te tellen”. We vertellen haar dat er een koude striemende wind staat, of haar dat op andere gedachte brengt, weet ik niet. Ik heb haar overigens niet gevraagd waarom er schapen geteld moeten worden, maar dat terzijde. Uit de koelkast komt een emmer met ongewelde biest. We krijgen zo’n twee liter mee. Na afscheid te hebben genomen fietsen we terug naar onze eigen woonplaats.

Thuis gekomen moet de biest geweld worden. Maar eerst iets over wat biest precies is. Menigeen heeft er nog nooit van gehoord. Biest is de eerste melk die een koe produceert nadat ze gekalfd heeft. Het is van levensbelang dat dit goedje zo snel mogelijk in de buik van het pasgeboren kalf terecht komt.

Ongeveer een week voordat een koe haar kalf krijgt, beginnen de melkklieren in haar uier weer actief te worden. De koe produceert daarna de beste en rijkste melk die ze in haar hele lactatie voorbrengt. Biest zit propvol nuttige voedingsstoffen en daarmee geeft de koe haar pasgeboren kalf de beste start die het hebben kan. Zonder biest zal een kalf ongezond opgroeien en blijft het een kwakkeltje. Met de biest geeft de moederkoe ook antistoffen (immunoglobulinen) door tegen infecties die zij zelf heeft doorgemaakt. Zo bouwt de nog jonge koe een goede bescherming op tegen veel ziekteverwekkers zoals bacteriën en virussen. Biest is ook romig, rijk aan vet en eiwit, het is dus een soort energydrankje voor pasgeboren kalveren.

Op zijn of haar eerste levensdag moet een kalf zo’n zes liter biest binnen krijgen, waarvan de eerste twee liter binnen een uur na de geboorte. Daarna sluit de dunne darmwand zich al vrij snel voor grote eiwitten. Na zes uur is de doorlaatbaarheid van de darmwand al gehalveerd. Maar als het kalf door een zware verlossing geen fut heeft om te drinken wordt de nog warme biest gedwongen gegeven. Dit gebeurt via een maagsonde. Dit is niet prettig voor het kalf, maar wel noodzakelijk. Gelukkig worden de meeste kalveren probleemloos geboren en gaat het kalf al snel zelf op zoek naar moeders volle uier.

Wat overblijft van de biest gaat naar de liefhebber. Daar zijn wij als gezin er in ieder geval één van. Ook onze jongens smullen van dit goedje.

Rauwe biest, zo van de koe is niet zomaar te eten. Het heeft een sterk laxerende werking, wat zou betekenen dat je echt als een straaljager op de wc zou zitten en volledig leeg zou lopen. Misschien wel lekker voor iemand die af willen vallen.

Thuisgekomen is het dus de kunst om de biest te wellen. De biest is zo dun als melk en zoals ik al schreef niet te consumeren. Je moet er de tijd voor nemen om het eetbaar te krijgen. De biest gaat in een hele schone pan. Dit is een must. Ook de houten lepel waarmee wordt geroerd moet schoon zijn.

De pan gaat op een zacht vuurtje. Het is zaak om, terwijl de biest op het vuur staat, altijd te blijven roeren. 8-jes draaien in een pan die absoluut niet snel mag worden verwarmd. Op een gegeven moment (bij mij na zo’n 40 minuten) komen er kleine belletjes op de biest. Je ziet langzaam aan dat de structuur van de biest verandert. Het wordt dikker. Haal regelmatig even de lepel uit de pan om te kijken of het vocht aan de lepel blijft hangen. Het luistert nauw, de biest mag beslist niet koken. Komt het toch op het kookpunt dan schift de biest en kan je deze door het gootgat wegspoelen. Na te hebben waar genomen dat de biest blijft hangen aan de lepel, moet deze worden gekoeld in koud water. Zet de pan in een teiltje met koud water. Terwijl het hierin staat moet je opnieuw blijven roeren.

Laat de biest afkoelen en zet het in de koelkast, om deze later als toetje op te eten. Je maakt het af met basterdsuiker. Sommigen vinden het lekker om er een beschuit in te verkruimelen of er kaneelsuiker in te gooien. Je kunt de biest ook gebruiken om er pannenkoeken van te bakken.
Dit goedje is als een caloriebom. Je voelt het zitten als je er een bordje van hebt opgegeten.

Waar ik in de titel al over schreef: ‘Je vindt het heerlijk of je walgt ervan’. Je kunt biest niet vergelijken met wat soort toetje of pap. Gewelde biest is dikker van structuur. Het is goudgeel, romig en rijk aan voedingsstoffen. Je moet het echt gegeten hebben om er over te kunnen oordelen.

Mijn schoonzusje is door mijn broer steeds voorgehouden om het haar te laten proeven. Maar je komt er niet zo makkelijk aan. Soms is het te koop bij een winkeltje bij een boerderij of je moet echter boerenkennissen hebben om er ook aan te komen. Ik ga ze straks verblijden en wacht af wat ze er van vindt.

82. Poldertocht Schipluiden o.l.v. Delflands Groen

De lucht is dreigend, Buienradar geeft nog één buitje aan. We besluiten nog even te wachten. Deelnemers aan de poldertocht worden tussen 9:15uur en 9:30uur verwacht aan de Gaagweg 34 te Schipluiden.

Al eerder zijn we deelnemer aan zo’n zelfde tocht geweest. Goed verzorgd, informatief en spannend soms. Daarom hebben we opnieuw ingeschreven voor de tocht van 2015. Het buitje waar we op hebben zitten wachten, blijkt een bui te zijn. De tijd gaat dringen en we willen geen spelbreker zijn. In de schuur trekken we onze regenpakken aan. Dat is niet leuk. Je gaat niet de polder in om lekker nat te worden, maar alla.

Wanneer we langs de Gaagweg rijden is het opletten waar huisnummer 34 is. Gelukkig is het gemarkeerd met een bordje ‘Poldertocht’. We schieten de laan op en komen uit bij de boerderij van de familie Van Adrichem. Er staan auto’s en fietsen. Ik probeer ook mijn fiets een droog plekje te geven en stal hem in kalverenstal. Gelukkig voor de organisatie laat niemand zich afschrikken door het weer en is bijna iedereen op tijd. Arnold van der Voort is van de penningen en streept onze naam aan als we aanwezig zijn. Zijn vrouw Wil en Thea Knijnenburg zijn van de catering en zorgen voor een kopje koffie, thee of iets anders. Als het bijna tijd is mist men nog een groep van 11 mensen.

Voorzitter Jan van den Berg neemt exact op tijd het woord en legt uit wat de bedoeling is van vandaag. Hij vertelt dat we door een drietal polders zullen lopen. Dat we aanlanden bij een potrozenbedrijf, bij Bouwlust een ‘ijssie’ op halen om af te sluiten bij Cor van Adrichem waar zijn zoons het bedrijf willen voortzetten en er een nieuwe stal aan bouwen zijn. Op dat moment komt ook de groep van bijna 11 aanrijden. Jonge mensen van rond de vijfentwintig. Na nog wat laarzen te hebben uitgewisseld, wordt het echt tijd om te starten.

We zijn nog maar net drie stappen van het erf af, als ik water in mijn schoen voel lopen. Ik kijk naar beneden en besef me op dat moment dat ik midden in een koeienvlaai ben gestapt. Door het gras wordt de koeienpoep er weer afgeveegd, maar wat deert het. Je weet dat je in de polder loopt. Als we net op weg zijn valt er wat regen. De eerste planken over sloten zijn inmiddels al genomen. Een enkeling probeert het met de polsstok. We lopen door de Dorppolder naar het Kraaijenest. Daar is de eerste stop. Een krentenbol en een beker vla geven de maag hun eerste voeding. Arnold van Adrichem vertelt iets over de Reconstructiecommissie en hoe het Kraaienest is ontstaan. Dat er aan alles is gedacht blijkt als even later de Dixi het gebied wordt ingereden. Na even met de regenjas aan te hebben gelopen vervolgen we de tocht. Wederom zijn er sloten en glibbert men weg. Het land is verzadigd door de vele regenbuien. De meegebrachte polsstokken worden veelvuldig gebruikt en niet altijd belandt men ook met de stok aan de overkant. Het blijft bij kleine schades als men met de voeten in de sloot terecht komt. Onderweg is het elke keer opletten of er geen koeienvlaai ligt, maar ook de greppels staan tot aan hun kruin in het water en het volscheppen van de schoenen is nu niet vreemd.

Onderweg wordt er heerlijk gekletst. Mensen uit verschillende dorpen en steden, die de aankondiging hebben gelezen in een plaatselijke krant hebben zich ingeschreven. Het gaat er gezellig aan toe. De groep jonge mensen blijken van het conservatorium te zijn en zetten spontaan een nummer is. Leuk.

We gaan naar het hypermoderne potrozenbedrijf van Ad van Marrewijk. Eerst een demonstratie over hoe het bedrijf werkt om er vervolgens te genieten van de boerenlunch. De dames van de catering, Wil, Thea, Anja, Janna en Lenie doen hun uiterste best om iets lekkers op je bord te krijgen. Dat boeren gezond eten is mij nu duidelijk. Stevige boterhammen, een heerlijke soep, allerlei soorten kaas en worst, een ei, tomaten, komkommers, een pannenkoek, sla, en vla, melk of karnemelk. Er is ruim voldoende voor iedereen. De uitsmijter is voor mij wel de heerlijke beker biest met gekruimelde beschuit en suiker. Heerlijk. We proberen het ook aan andere mensen aan te bevelen, die er nooit van gehoord of nooit geproefd hebben. In het achterhoofd wel met de gedachte dat ze beter niets kunnen nemen, zodat ik voor de tweede keer nog een keer mag halen.

Na de lunch krijgen we in groepen nog een zeer interessante rondleiding door het bedrijf, waarna we onder dankzegging verder de polder weer opzoeken. Onderweg krijgen we het appeltje voor de dorst. Dan gaan we een spannend avontuur tegemoet. Een klein trekschuitje moet de grote groep over een brede sloot brengen. Staande in de boot wordt men van de een naar de andere kant getrokken, met bijna een omslaan van de boot. Gelukkig is iedereen droog over. Opnieuw komen we sloten, greppels en hekken tegen. De polsstok wordt als brugleuning gebruikt als men niet over de plank durft. Opnieuw ook springen mensen. Het lijkt steeds beter af te gaan. We gaan naar hoeve Bouwlust. Vlak bij Bouwlust gaat het met één van de deelnemers fout. Ze springt vol in het water. Ook andere halen natte voeten, voor zover je die nog niet heb.

Bij Bouwlust vertelt eigenaresse Wil wat er zoal te doen is op het bedrijf. De poldertochtmensen genieten intussen van een heerlijk ambachtelijk gemaakt ‘ijssie’.

Na even te hebben gezeten wordt het tijd om de tocht te vervolgen. Wederom moeten we door grasland dat door koeien is gemaakt tot een hindernisbaan. Opnieuw ook nu weer die net even te brede sloot, of een hek waar bijna iedereen over- of omheen is gegaan en dan blijkt dat een hendel overhalen, het hek opent.

We komen aan bij het bedrijf van Cor van Adrichem. Op zijn terrein wordt een nieuwe stal gebouwd. Zijn twee jongens zien toekomst in het boerenbedrijf en durven te investeren. Midden-Delfland moet groen blijven en met zulke ondernemers is dat te behalen. Na de uitleg wat de visie is van deze jonge ondernemers gaan we toe naar het einde van de tocht. We zien in de verte het bedrijf van de familie Van Adrichem liggen, waar we zijn gestart. Nog tweemaal ‘n hek en éénmaal een plank over het water en we zijn weer terug op het startpunt.

We kunnen terugkijken op een heerlijke dag. Mijn dank gaat uit naar iedereen die zich al jaren bezig houdt met het groen van Midden-Delfland. Op deze manier krijg je er veel van mee. Leo, Lenie, Wil, Arnold en Jan het was een superdag. Alle andere medewerkende heb ik reeds genoemd. Nu mijn blog af is ben ik het zat. Het wordt vanavond banken.