302. Emigreren van Den Hoorn naar Schipluiden

Het is 1978. In Den Hoorn wordt niet meer gebouwd. In Schipluiden nog wel. We hebben nog maar kort verkering maar ik heb ‘de leeftijd’. We schrijven in op het woningproject Rozemarijn, een wijk die zal worden gebouwd aan de buitenrand van Schipluiden. Inmiddels wonen we er 38 jaar. En dat in volle tevredenheid.

Het valt niet mee om aan een woning te komen in de Gemeente Schipluiden, waar Den Hoorn deel van uitmaakt. Dat probleem is er niet als men met een puntensysteem meer kans maakt om voorrang te krijgen. Een puntensysteem dat is gebaseerd op leeftijd, sociale binding en economische binding. Voor elk onderdeel zijn er punten te verzamelen. Met mijn leeftijd van 26 jaar maak ik al een flinke sprong op de ladder. Door mijn vrijwilligerswerk bij de voetbalvereniging Den Hoorn en de openjeugdavonden stijgt mijn punten aantal nog meer en als mijn werkgever ook nog een verklaring van economische binding wil ondertekenen is het helemaal een makkie. Ik werk drie uurtjes per week voor de Stichting RK. Schoolbestuur Den Hoorn. En zo worden we uitgenodigd voor een eerste voorlichtingsbijeenkomst. We krijgen de plattegrond mee van het project en een boekwerk met tekeningen van de te bouwen woningen.

We gaan bij de bank langs. Want er zal geld moeten komen. Mijn meissie werkt op een bank, dat scheelt in het afdrachtpercentage van de hypotheek. Toen werd er al gediscrimineerd. Waar de mannelijke collega slechts de helft van het percentage behoefde te betalen kreeg de vrouwelijke collega een korting van ¾%. De hypotheek bedroeg op dat moment 13% en dus voor ons 12¼%. Welke woning we krijgen toegewezen is nog niet bekend, maar dat het een forse aanslag op onze inkomsten zal gaan worden is een feit. Moeten we het wel doen? Kunnen we het wel rondkrijgen? Er zijn een aantal nachten voorbijgegaan dat ik meer van het plafond heb gezien dan normaliter.

Na verloop van tijd krijg ik een brief thuis met de toegekende punten. Dat ziet er gunstig uit. Ik informeer wat in mijn omgeving en ook dat geeft me een goed gevoel dat we erbij zullen zitten. De loting gaat plaatsvinden. En verdraaid we zitten er inderdaad erbij. Mijn schoonouders hebben er moeite mee, mijn toenmalige vriendinnetje is dan pas net aan 19 jaar. Ja, dan wil je haar nog niet kwijt.

We mogen langskomen voor de keuze. Op het plaatje hebben we al een beetje gezocht wat ons een leuke plek lijkt. We hebben twee woningen een groen kruis gegeven. Een van de twee moet het worden. We zitten gunstig in de rangorde, hebben een laag cijfer en zijn dus een van de eerste die zijn vinger op de woning mag zetten die men wil hebben.

Bij het keuzemoment is onze eerste keus reeds weg, er zijn meer kandidaten voor betreffende woning, begrijp ik. De tweede keus is er nog en zo ligt de woning die voor ons zal worden gebouwd vast. We gaan regelmatig kijken bij de bouw. De eerste paal wordt geslagen, de eerste woning opgeleverd. Feestelijke momenten die je moet koesteren.

Het wordt tijd om een trouwdatum te gaan bepalen. In april ’80 zal onze woning worden opgeleverd dus zal het in die richting moeten worden. De kerk wordt besproken, de feestzaal is een feit, de fotograaf is bekend, alleen een claim op goed weer kunnen we niet bespreken. 18 juni zal de dag zijn dat we ‘ja’ tegen elkaar gaan zeggen.

Half april ’80 krijgen we de sleutel van onze woning. De huiskamer is veel groter dan we dachten. Als alle muren staan geeft het toch een heel ander beeld. We krijgen nieuwe buren. Thuis zijn mijn meisje en ik buren, slechts een heg scheidt onze wegen. We krijgen er met allemaal nieuwe mensen te maken. Een handje vol Hoorenezen, en veel Schipluidenaren. Waar zijn we in terecht gekomen. Schipluidenaren zijn anders dan Hoornezen. Dorpser, amicaler, socialer en ze weten vaak eerder wat er met jou aan de hand is dan dat je het zelf weet en dat, dat zijn we niet gewend. In Den Hoorn is de voordeur onze toegangsdeur, hier komt men spontaan door achterdeur binnen. Dat is wennen en willen we dit wel?

Langzaamaan komt er schot in de woning. De aankleding vindt plaats de meubels zijn geleverd, de gordijnen hangen, het wordt van lieverlee ons thuis.

Op 18 juni 1980 ‘emigreren’ we dan naar Schipluiden. Onze voorplaats is versierd door de buren en als we na de bruiloft ’s avonds thuiskomen lopen we langs de ballonnen naar binnen.

De eerste vijf jaar, we werken beiden in Delft, is er niets aan in Schipluiden. We willen kruipend terug. Maar in Den Hoorn zijn geen woningen. Na vijf jaar komt onze oudste, René, ter wereld, gevolgd door de tweede, André, na twee jaar. We krijgen meer en meer een ingang in Schipluiden. Gaan er ons thuis voelen en sluiten ons aan bij de plaatselijke sportverenigingen. Het vrijwilligerswerk komt op mijn pad, onze kinderen gaan naar school. We gaan ons meer Schipluidenaar voelen dan Hoorenees.

Inmiddels wonen we er lang genoeg en zijn we ingeburgerd, zijn Schipluidenaar geworden. We zouden er niet meer weg willen, nou ja, misschien later nog eens voor een gelijkvloerse woning. Schipluiden heeft ons hart gevangen. Het is er prachtig wonen, fijne mensen met een sociaal karakter. Ik ben blij dat ik ben geëmigreerd en om een Schipluidenaar te zijn. Een klein beetje Hoorenees is wel bij mij achtergebleven, hoor.