409. Sinterklaas 2019

Het begon al vroeg dit jaar bij het hoogheemraadschap, mijn vorige werkgever, waar ik wederom mocht komen als Sinterklaas. Dit jaar voor de 14e keer. Men zocht het dit jaar bij de boer. Hoeve Ackerdijk was de locatie. In de stal stonden de tafels gereed waar een kleurplaat kon worden gemaakt. Buiten is een speurtocht uitgezet. Het is koud die dag. Ik kan mijn auto nog dicht bij de boerderij kwijt, gasten moeten hun auto langs de laan in het weiland zetten, met het risico dat ze er niet meer uitkomen.

Ik loop er in ‘burger’ rond. Personeel vraagt op slinkse wijze, terwijl hun zoon of dochter in de buurt is, of ik eh….. ik knik alleen. Pieten, roetveeg en traditioneel zwart wandelen over het terrein. Het is tijd om mezelf om te toveren. Het is altijd weer even spannend, zo’n eerste keer. Midden in de verkleedpartij komt de directeur bij me binnen. “Wat ga jij zeggen, Aad”, vraagt hij. “Afhankelijk van wat jij gaat zeggen”, antwoord ik hem. Ik laat me niet uit de tent lokken, maar bereid het ook eigenlijk niet voor.

Om even over half vier krijg ik een seintje, ik word verwacht. Wandelend door de bagger ga ik richting stal. In mijn ene hand de staf in mijn andere mijn witte albe hoog houdend. In de verte staat een meisje van een jaar of vijf op me te wachten. Ze rent op mij af en klemt me tussen haar handjes. “Sinterklaas, Sinterklaas”, roept ze terwijl ik even geen kant op kan. Wanneer ik ‘los’ ben wandel ik de stal in. Op de stoel zit, zoals gebruikelijk, ondeugende Piet. Onder de stoel ligt een poes te slapen. De directeur doet zijn verhaal en is blij dat er zoveel ouders aanwezig zijn. Hij vertelt dat er een nieuwe CAO is vastgesteld , ik probeer er op in te haken. Dan gaan we over tot het uitreiken van de cadeautjes, altijd het hoogtepunt. Het gaat er soms hectisch aan toe. Kinderen verdringen zich rond de Sint. Als elk kind een cadeautje heeft tellen we af. Van 10 naar 1 dan mag het pakje open. Blije gezichtjes. Kindjes die komen bedanken en een kindje dat komt vertellen dat ze zulke kouwe handjes heeft. Ik pak haar handjes vast en warm ze op in mijn handschoenen. Vader maakt er een mooie foto van. Terwijl er nog wat foto’s met de Sint worden gemaakt zie ik de ouders al vertrekken. Zij hebben mogelijk net zulke koude voeten als ik heb. Ik hoef nog net aan niet het licht uit te doen omdat ik als laatste vertrek, maar het scheelt weinig. Het eerste optreden zit er weer op. Nog even nakaarten en dan ga ik naar huis.

Een week later ga ik wederom in ’t pak. Dit keer bij de Zonnebloem Schipluiden. Het is altijd bijzonder om je te gaan verkleden op een locatie in een pastorie. Alsof ik dan eindelijk als bisschop op mijn plek ben. Wanneer ik aankom zijn mijn Pieten zich al aan ’t voorbereiden. Bijzondere Pieten met een leeftijd van boven de 70 jaar. Ouder dit keer dan de eigenlijke leeftijd van de Sint zelf. Op hun gezicht zie ik witte vlekken, niet omdat het roetveegpieten zijn, maar omdat het thema van het Sinterklaas staat in het teken van de boerderij. Het zijn dus koevlekpieten. Wanneer ik me heb verkleed begeef ik me door de kerk heen naar de zaal waar onze gasten al met spanning wachten op mijn komst. In de hal van de zaal word ik verwelkomd door een groep kleutertjes. Kleine mensjes die een muts op hebben met hun naam er op. Dat is handig. Ik loop door de groep heen en word verwelkomd door de voorzitter van de Zonnebloem, krijg een stoel aangewezen en settle me.

De kinderen van de St.Jozefschool hebben een dansje ingestudeerd en willen die graag aan Sinterklaas laten zien. Daardoor staan ze wel met hun rug naar het publiek. De oplossing is om het daarna nogmaals te doen maar dan rondom Sinterklaas met het gezicht naar het publiek. Een klein mannetje vraagt of hij bij Sinterklaas op schoot mag. Als goedheilig man voldoe je aan de vraag. Ik trek hem op mijn schoot. Nu blijkt dat de mutsjes van de kinderen zijn gemaakt van karton en crêpepapier. Een rood mutsje komt te liggen tussen de billen van het kindje en mijn witte albe. Wanneer er foto’s worden gemaakt voel ik dat het warm wordt op mijn schoot. Het kind straalt warmte uit, is mijn mening. Wanneer hij echter van de schoot af is, blijkt hij, waarschijnlijk van de spanning, zijn plasje te hebben gedaan in de schoot van Sinterklaas. Oei. De oudere mensen wijzen mij op de rood/gele vlekken op mijn witte albe. Ik kan er nu echter niets meer aan doen. Door mijn hoofd schiet direct: ‘Maar wat moet ik vanmiddag?’ Die middag heb ik namelijk nog twee optredens staan.

Ik wandel terug naar de plek waar ik me eerder heb aangekleed. Daar aangekomen laat ik aan de administratrice van de kerk zien wat er is gebeurd. “Dat zijn crêpepapiervlekken, Aad, die krijg je er nooit meer uit.” Daar schrik ik van. Zover had ik me niet gerealiseerd. Even ben ik van de wereld weggeslagen. “Zal ik kijken of we nog een oude albe hebben hangen op de zolder?”, vraagt ze. Dat lijkt me een goed idee. Ze komt met een oude albe aanlopen, waar wat gaatjes in zitten en hier en daar een roestvlekje. Die zullen ze niet meer gebruiken, denk ik, dat blijkt later anders. Gelukkig zitten de meeste oneffenheden op de rug, die zijn niet zichtbaar. Ik ben in ieder geval voor die middag gered.

’s Middags worden er twee bezoeken gebracht aan de Bibliotheek. Tegenwoordig De Plataan hetend. Een in Den Hoorn en die in Maassluis. We moeten het dit keer doen met roetveegpieten is gevraagd. Met twee zeer ervaren Pieten gaan we op pad. In Den Hoorn treffen we zo’n zeventig kinderen aan en veel ouders. Ze zitten bijna op mijn lip en verdringen zich om bij me in de buurt te komen. Vlak voor me staat een van mijn voorleeskinderen. Hij staart mij aan maar zegt niks. Ook bij hem thuis niet. Hij heeft mij niet herkend.

Er worden veel vragen gesteld aan Sinterklaas. Hoe oud hij is en hoeveel Pieten hij heeft. Maar ook hoe het zit met Americo en Ozosnel. En of Ozosnel ook over de daken kan lopen. Waarom Malle Pietje van die gekke cadeautjes in de schoen gooit. Vragen die ik zowel in Den Hoorn als Maassluis tegen kom. In Den Hoorn word ik netjes ontvangen door een mevrouw die ook als Piet meedoet in de optocht van Delft. Daar speelt ze omaPiet. In Maassluis krijg ik direct een microfoon in mijn handen gedrukt. Hier heeft men bankjes neergezet. Zo heb ik wat meer overzicht. Ook hier mag de foto met Sinterklaas en zijn Pieten niet ontbreken. Twee leuke optredens niet alleen voor ons maar ook voor de bibliotheek kennelijk want een dag later boeken ze alvast voor 2020.

Er zijn even wat vrije dagen. Dan mag ik op zondag schoentjes uitdelen bij Albert Heijn in Schipluiden. Altijd een feestje, niet alleen voor de kinderen maar ook voor mij. Met veel kinderen worden foto’s gemaakt. Bij Albert Heijn kan men kruidnootjes bakken. Leuk. Kinderen die hun schoen niet hebben gezet krijgen toch hun lekkers. Albert Heijn Buckers zorgt dat er genoeg uit te delen is. In de winkel lopen ook Pieten, buiten die we zelf meenemen. De twee meiden die dit keer met me meegaan zijn door de wol geverfd. Ze voelen mij aan en doen prima mee. Mensen die hun boodschappen komen doen spreek ik aan. Soms kijken ze me verbijsterend aan. “Wie ben je?” vragen ze dan. “Sinterklaas”, geef ik als antwoord. Het is vragen naar de bekende weg. Na een dik uur is het tijd om te vertrekken en op pad te gaan voor gezinsbezoeken.

Wandelend door Schipluiden, gaan we naar ons eerste adres. Een adres waar ik inmiddels bijna mijn eigen stoel heb. Ik kom er voor de zevende keer nu, heb ik berekend. Na het gesprek met de kids, schiet ik over naar opa en oma. Dan wordt het emotioneel. Er is ziekte en zeer in de familie en dan moet je het grappige even later varen, op de serieuze toer gaan en bemoedigende woorden uitspreken. Ik heb het er even moeilijk mee. Het wordt gewaardeerd, merk ik. Dan op naar het volgende adres. Hele kleine kinderen, waar het gesprek volledig bij Sint vandaan moet komen. Bang als ze zijn om bij Sinterklaas te komen, zijn ze in afwachting van het moment dat ik de deur weer achter me dichttrek. Vervolgens naar het volgende adres. We zijn wat aan de vroege kant en zien de boekster nog op de fiets op weg naar haar ouders. Er wordt besloten om even voorbij te rijden en verderop te wachten. Tot tweemaal toe zien we een Sinterklaasauto voorbij rijden. Het is druk vandaag voor de Sint.

We gaan op weg naar boekingnr. drie. Alleen maar ongelovigen. Maar dat is ook leuk. Het is cabaret met een hoog lach gehalte. Opa en oma die te grazen worden genomen, maar ook volwassen jongens en meisjes krijgen een beurt. Een geweldig leuk gebeuren. Dan naar een adres in Den Hoorn. Een oud-collega met zijn gezin. Hier hebben de kinderen de meeste aandacht. Ik kan er heerlijk mee in gesprek. Na 25 minuten gaan we naar het volgende bezoek in Rijswijk. Opa heeft een apart cadeautje gekocht voor zijn kinderen en vraagt om er wat aandacht aan te besteden. De kleinkinderen krijgen één gezamenlijk cadeau. Een treinbaan met alles erop en eraan. Wederom een leuk bezoek. Het oudste kind speelt een muziekstukje op zijn trompet voor de Sint. Dan is het voorbij. De tweede druk dag.

De albe met crêpepapier vlekken gaat voor de vierde keer in de was. Nu wordt deze ingesmeerd en geboend met dikke bleek. Er komt een ruwe borstel aan te pas. Wanneer het deurtje open gaat zijn de rode vlekken eruit. Pffff, gelukkig weer lekker in mijn eigen kleding. Daar voel ik me toch het lekkerste in.

Ik breng de albe terug die ik heb geleend van de kerk. Keurig gewassen en gestreken, d.w.z. de albe met uitzondering van het kant aan onderkant en mouwen. Ik heb zelfs geprobeerd om de roestvlekjes weg te krijgen. Het kant is een teer goedje dat al wat jaren meegaat. Ik weet niet of het de strijkbout overleeft. Die middag krijg ik vanuit de commissie van beheer een stekelig gedichtje toegestuurd. Ik had het kant moeten strijken. Nu doen ze het zelf wel en verwachten van mij een hogere kerkbalansbijdrage. Beetje flauw, vind ik.

Op 5 december mag ik opnieuw aan de bak. Bij o.a. een familie waar ik inmiddels kind aan huis ben. Ik doe er nog een aantal. Op 4 december komt er nog een berichtje binnen op mijn Messenger. ‘We hadden jou heel graag geboekt, maar waren te laat. Zou je kunnen bellen morgen dat je het te druk hebt en daardoor niet kunt komen.’ Ik besluiten even te FaceTimen. Gespannen zitten de kinderen achter het scherm. Dan gaan we op pad. Waar ik in het verleden behoorlijk uit kon lopen, ga ik nu lekker in de pas. Iedereen uit het grote boek krijgt aandacht. Ook die mevrouw ‘die op dezelfde dag als Sinterklaas jarig is’. Ik heb haar even opgezocht op social media en weet dus precies om wie het gaat als ik haar aanwijs als de jarige. Ze schrikt ervan, maar dat is social media. Je kunt bijna alles vinden. Bij één van de laatste bezoeken krijg Sint ook een cadeautje, een Tony Chocolonely reep met een gedicht. Na een lange middag rijden we in het donker terug naar de verkleedschuur. Onze Pieten die zonder Sint op pad zijn gegaan, zijn bij de snackbar langs geweest. We eten even uit het vuistje. Sinterklaas 2019 is weer voorbij.

2019 was niet echt een druk jaar. Is het de recessie, is het de discussie die nu weer een paar jaar bezig is? Ik heb geen idee.

Ga je volgend jaar nog verder, wordt me vaak gevraagd. Ik bekijk het per jaar. Het blijft leuk. Volgend jaar beraad ik me weer. Ik gooi mijn Sintattributen in ieder geval niet weg.

386. Borrelboot maakt water

Wanneer het boekje van de Oranjevereniging in de bus valt, kijken we even snel het programma door. We stuiten op de pagina waarop de boottochten staan vermeld. De lunch- en de borrelboot. De laatste boot is ons vorig jaar goed bevallen. Mijn lief meldt ons meteen aan. Kort daarop een reactie van een van de bestuursleden van de Oranjevereniging: ‘zo dat is snel’.

Met het meisje heb ik afgesproken om de MUS te rijden als het nodig is. Daar moet ik voor thuis blijven. Als ik echter de dag voor Koningsdag informeer bij het coördinatiepunt blijkt er niets te zijn gemeld. Een vrije dag dus.

Op de feestpagina van de Schakel Midden-Delfland staat dat om 09:00 uur de rommel- en kleedjesmarkt start in Den Hoorn. De dag tevoren maakt men al bekend dat door het slechte weer zal worden uitgeweken naar De Hoornbloem. We halen de fiets uit de schuur en fietsen heerlijk voor de wind richting Den Hoorn. Daar aangekomen staan er wat verdwaalde ouders en kinderen. De Hoornbloem zit nog stijf op slot en er lijkt ook geen beweging in te komen. De afstemming heeft kennelijk niet goed gewerkt. Dan maar even een kopje koffie bij oma.

De terugtocht wordt ingezet en dan blijkt dat ouders een eigen initiatief hebben genomen en hun kleedjes gewoon hebben neergelegd. Er komen er nog meer aan lopen. We scoren een Jan van Haasteren (omdat we hem nog niet hebben ;-)). We zijn zo over de markt heen en besluiten De Lier aan te doen. Buienradar geef aan: geen neerslag. Vlak voor ’t Woudt is Pluvius ons niet goed gezind en hoost het van de hemel. Zeiknat komen we aan bij het tunneltje onder de Woudseweg. Het tunneltje uit rijdend is het droog, maar we zijn zo nat dat we richting huis gaan.

Alle kleding gaat de droger in. De tv gaat aan. In Amersfoort schijnt de zon. De Koning loopt aan zijn colbertje rond, waar wij in ons joggingpak zitten. Even een oranjegebakje en dan in de middag naar de kleedjesmarkt rondom de vijver aan de Burgemeester Musquetiersingel. Ook hier slechts weinig kinderen. Het nodigt ook niet uit om te gaan zitten blauwbekken. Ook niet met Koningsdag. Al snel zijn we van de kleedjesmarkt af. De portemonnee is in de kontzak gebleven

Om tien voor drie is het opeens tijd om naar de rondvaartboten te gaan. Vrienden moeten nog worden opgehaald. Ik ga me alvast aanmelden, het meissie komt later met de vrienden.

Na aanmelden komen ook onze vrienden aanwandelen. Er staan twee schippers, de boten liggen nog aan elkaar vast. We kiezen voor de boot van Wim. De andere schipper is Bertus. Hij heeft een doorwerkpak aan. Voor de regen? Ook Wim trekt zijn regenbroek aan. Dat belooft nog wat. Als we de tweede boot in stappen blijken we, vriend en ik, de enige mannen. De dames verwelkomen ons hartelijk. De twee jongens van Albert Heijn Schipluiden worden kennelijk niet als man aan gezien.

De trossen gaan los. Dan blijkt dat de boten aan elkaar blijven zitten. Één schipper vaart de twee boten die aan bak- en stuurboord aan elkaar zijn bevestigd. We beginnen met een advocaatje-slagroom. De schaal met hapjes komt op tafel. Er wordt een toast uitgebracht op de Koning, maar ook op een behouden vaart. Door de wind is het ruw water. Het water klotst tegen de voorsteven, maar ook tussen de boten in. De wind blaast tussen de zeilen door. De overkapping, met ducktape aan elkaar bevestigd, is onvoldoende om het water buiten te houden. Het water slaat naar binnen, met golven tegelijk. De dames springen op, een natte broek is het gevolg van de golven. Men verplaatst zich. Het volgende drankje wordt ingebracht. “We liggen diep”, merkt een van de dames op. En ja, de golven kolken tegen de boot aan. De schippers kijken stuurs over het water.

Nog een drankje, de schaal met hapjes gaat rond, de leverworst zwemt op de schaal. Het blijft gezellig, de sfeer is goed. Dan komt de tweede schipper even binnen kijken of het goed gaat. Er ligt een plas water in de boot. Even later schuift Jan van den Berg binnen. Hij vertelt over zijn functie in het Algemeen bestuur van Delfland. Hij legt uit wat de taken zijn van het Hoogheemraadschap. “Droge voeten”, zegt hij. Daar hebben sommige nu zo hun mening over. Geanimeerd wordt er geluisterd naar zijn verhaal, waar andere er gewoon door heen kletsen.

Langzaamaan zijn we op de terugweg. Een van de opvarende houdt angstvallig het zeil vast. Het water blijft nu buiten. Rustig komen we weer in veilige haven en worden de boten aangemeerd. Het was een heel gezellige ‘borrelboot’. Een leuke vaartocht.

Hoe erg was het, zult u zich misschien afvragen. Het viel mee, maar leuk om het iets spannender te maken dan het was.

Dankjewel schippers Wim en Bertus, dankjewel Albert Heijn Buckers, dankjewel Oranjevereniging en ‘last but not least’, dankjewel Jan.

 

378. 40-jaar Zonnebloem, afdeling Schipluiden

Zo rond maart 2018 komt er tijdens een bestuursvergadering van de Zonnebloem afdeling Schipluiden ter sprake dat de afdeling in 2019 40 jaar bestaat. Ik hoor het aan en zie er voor mij als coördinator niet echte een taak in om dit op te pakken. Maar het blijft stil. Er is niemand die opstaat en zegt: “Ik”. Dan neem ik het besluit om mijn coördinerende rol echt op te pakken. De eerste contacten worden gelegd. De Dorpshoeve bespreek ik als ik toevallig toch koffie kom drinken. De Stichting Vivendi, ken ik uit een eerder optreden en vind ik een perfecte afsluiter van het evenement. Ook met hen wordt het eerste contact gelegd. Alle contacten verlopen via de e-mail. Op de site van de stichting bekijk ik wat filmpjes. Er blijft een prettig contact en als ik een aantrekkelijke offerte krijg toegestuurd, breng ik dat in het bestuur en leg het gezelschap vast. Ik stel voor om er een commissie voor te starten, niet alles alleen, maar samen doen.

Nog drie vrijwilligers staan op. Het gaat allemaal een beetje hapsnap. Totdat er draaiboek wordt gemaakt. Dan gaat het wat meer gestroomlijnd. De ideeën komen op tafel en zo regelmatig komen we bij elkaar. Een gezellig clubje.

Gaandeweg worden er zaken vastgelegd. We proberen geld te verzamelen en ook dat krijg z’n beslag. Een mooi bedrag komt binnen via de Rabobank Clubkas Campagne. Fonds 1818 bestaat 200 jaar en doet een duit in het zakje, Bij Albert Heijn Schipluiden mogen we de opbrengst komen ophalen van een maand statiegeld Goede Doelenknop. Leveranciers doneren of geven korting. Den Burg Catering, De Dorpshoeve, Restaurant Indigo, Groencentrum Langelaan en een aantal particulieren storten spontaan een mooi bedrag in de pot.

Om aan meer geld te komen schrijf ik twee potentiële subsidieverstrekkers aan. Een haakt er af. Van de ander blijft het antwoord nog even weg. Ik heb er wel verwachtingen van en hoop er ook op, want er is een financieel gat. De vereniging is niet echt vermogend, maar uit eigen middelen moet dan ook nog een flink deel worden opgehoest. En, is mijn verwachting, aan het eind van de dag zal er uit de melkbus die voor de deur staat ook nog wel een leuk bedrag op tafel komen.

De plannen kunnen verder. Wie gaan we uitnodigen? Uiteraard, de gasten, de vrijwilligers en gast-vrijwilligers, oud-bestuursleden, Burgemeester en wethouder, het Regiobestuur en onze buurZonnebloem Den Hoorn. Alles bij elkaar zo’n 140 mensen.

140 mensen is veel. We gaan om de tafel met de beheerder van de Dorpshoeve. Past dat? En zo ja, hoe dan? Er worden tekeningen gemaakt voor de opstelling van de tafels en het buffet. Het kan allemaal net. Er zullen afvallers zijn is de inschatting. Toch zullen we rekening moeten houden met dit aantal.

Na de uitnodiging te hebben verstuurd komen zo mondjesmaat de aanmeldingen binnen. Maar ook de eerste afmeldingen vallen in de bus. Uiteindelijk blijft er een mooi aantal over van 120. Op de dag zelf zijn er echter door ziekte en zeer ook nog afzeggingen en blijven we met 110 mensen over. Nog altijd een mooi aantal.

Het buffet is besteld, de afstemming voor het gesponsorde toetje heeft plaatsgevonden. Zo langzamerhand krijgt het zicht. De vrijwilligers en gastvrijwilligers krijgen een taak toebedeeld. Vele handen maken licht werk.

Op de bewuste feestdag, 23 februari 2019, zijn we met vier man al vroeg in de weer om de zaal in orde te krijgen. De vloer krijgt een kleedje, De stoelen moeten worden uitgeklapt. De tafels krijgen een plekje, het podium moet worden opgezet. In korte tijd echter zijn we al zover dat we besluiten te stoppen omdat anders de middagploeg voor niets komt. Het is even tijd om thuis te gaan eten.

Om 13:00uur komt de middagploeg opdraven. De tafels worden aangekleed, ballonnen gehangen, een vlaggetjesslinger en alle in huis zijnde Zonnebloemvlaggen krijgen een plekje en het ‘theater’ wordt verder ingericht. Binnen korte tijd is de zaak gepiept. Het feest kan beginnen.

Om half vijf staan de eerste gasten al voor de deur. Onze secretaris ontvangt, met hoge hoed op, de gasten. De fotograaf schiet plaatjes. Lopend of rollend over de rode loper krijgt men een vrijwilliger toegewezen die de gast naar de tafelplek brengt. Gestaag komen de mensen binnen. Er ontstaat al gauw een vrolijke stemming. Om 17:00uur kan het feest los. Maar waar is de Burgemeester? Hij zou een van de sprekers zijn. Op de rand van vijven komt hij binnen.

Ik mag zelf het welkomstwoord doen en dan de microfoon overdragen aan onze voorzitster. Daarna de Burgemeester om vervolgens de secretaris van de Regio het woord te geven. Het glas kan worden geheven en de toast uitgebracht.

Er valt veel te vertellen getuige het geroezemoes. Na het opnemen van een drankje loopt men langs het buffet. Geen haast, genieten van de heerlijke geuren die uit de schalen komen. Zo kan iedereen op het gemak zijn/haar bordje vullen. Voor wie wil is er een tweede gang of zelfs een derde, want het is lekker allemaal.

In de keuken zijn dames bezig met het afmaken van de toetjes. De ingrediënten zijn aanwezig, het definitieve lekkers moet nog worden gemaakt.

In een heel gezellige sfeer wordt na het toetje nog een kopje koffie of thee uitgeschonken. Het Zonnebloemchocolaadje valt bij iedereen zeer in de smaak. Dan is het moment aangebroken dat men naar de voorstelling van Stichting Vivendi gaat.

De eerder geplaatste stoelen zijn wat uit elkaar getrokken zodat de artiesten er tussendoor kunnen lopen. Met een heerlijk liedjesprogramma nemen Astrid, Vérie en Joep ons mee terug in de tijd. Op een mooie Pinksterdag, er zit een gat in mijn emmer, daar aan de waterkant, spring maar achterop, lieve pop. Liedjes die zo herkenbaar zijn en die dan ook volmondig worden meegezongen. Er wordt geklapt en gelachen als er weer een hilarisch tafereel op de planken wordt gezet. Een perfecte performance die zo duidelijk past in de doelgroep waar we het als Zonnebloem voor doen.

Na een goed uur is het nog even een drankje doen om dan huiswaarts te gaan. Voor sommige is de dag te lang geweest, voor anderen had het nog wel even door mogen gaan . Een aantal is al naar huis als de show nog moet beginnen. Het kan en mag allemaal.

Wanneer alle gasten zijn vertrokken wordt met man en macht de zaal weer in originele staat teruggebracht. En wat schetst mijn verbazing, zelfs de wethouder zet de schouders er onder en loopt met stoelen te sjouwen. Hoe mooi is dat.

Nog even een gezellig samenzijn met de vrijwilligers en gastvrijwilligers. Nog even napraten over een zeer geslaagde dag. Een dag waar bij mij de energie die ik er aan heb gegeven, is teruggevloeid. Met een zeer tevreden gevoel kunnen we terugkijken op een zeer succesvolle dag. Ik dank dan ook iedereen die er zijn/haar steentje aan heeft bijgedragen.

’s Avonds thuis, als ik toch wel moe zit bij te komen, open ik mijn e-mailbox. Ik heb zojuist een e-mailtje ontvangen om op 13 april a.s. een cheque op te komen halen bij de uitreiking aan Goede Doelen in de kringloopwinkel Habbekrats te De Lier. Een mooiere afsluiting kan je je niet wensen.

In het dorp wordt er over nagepraat, mensen komen bij mij aan de deur en vertellen hoe leuke en gezellige ze het hebben gehad. Nog meer energie stroomt er bij mij terug. Wat is het volgende? De dag erop sta ik op de Huishoudbeurs, ik ‘verkoop’ er het Fietsen voor m’n eten. Nagenietend is ook deze dag weer een heerlijke. Wat is er veel moois uit het leven te halen.

362. Kerstwandelen met ouderen

“Aad heb jij donderdagavond nog tijd?” vraagt een vrijwilliger van Akkerleven, onderdeel van Pieter van Foreest. “We gaan die avond kerstwandelen met ouderen.” Tijd of niet, daar maak je tijd voor tenzij….je echt geen tijd hebt. Twee dagen voor de wandeling krijg ik een vrouw toegewezen uit het dorp. Dat betekent eerst ophalen en dan naar Akkerleven rijden. Het is de bewuste wandeldag een slechte regenachtige dag en dat duurt al vanaf die morgen vroeg. Zou het feest wel door gaan?

Het is donderdagavond, mijn lief heeft haar kerstdiner op het werk, voor mij is er erwtensoep, een winters goedje. Als ik op weg wil gaan hoost het van de hemel. Ik heb niet gehoord dat het niet door gaat. Ik ga gewoon. We gaan het zien.

Wanneer ik bij mijn mevrouw kom is ze nog niet klaar. “Het begint toch pas om zeven uur”, zegt ze. Ik heb de opdracht gehad om mevrouw op te halen en tussen half zeven en kwart voor zeven met haar in Akkerleven te zijn. Mevrouw trekt gauw haar schoenen aan. Ze heeft een deken opgezocht tegen de kou en heeft nog een plastic wegwerpregenjasje. We gaan op pad, maar nog geen tien meter na vertrek geeft ze al aan dat ze het koud heeft. “Wil je even mij dekentje pakken”, zegt ze. Ik haal hem uit haar tas en werp hem over haar schouders. “Ga er maar op zitten”, zeg ik haar en stop de buitenkanten onder haar benen. Nu kunnen we op weg. Nog geen 50 meter op weg begint het te regenen. Grote druppels vallen als parels naar beneden. “Ik heb nog een regenjasje in mijn tas”, zegt ze lief, “voor jou”. Ik stap stevig door maar we komen met natte schouders aan bij Akkerleven. “Doorlopen naar de kantine”, krijg ik mee.

In de kantine verzamelen de rolstoelers met hun vrijwilligers. Er worden kerstmutsen uitgereikt. De kerstman en zijn kerstvrouwtje lopen rond. Rolstoelen zijn versierd met een lichtjesstreng. Het is een vrolijk gezicht. Er wordt nog even gewacht tot het droog wordt. Buienradar is even belangrijk. Na een kwartiertje wordt het droog. Alhoewel, er vallen nog wat kleine druppeltjes. Met 40 rolstoelers gaan we op pad. Bij de uitgang bij Akkerleven krijgen de vrijwilligers een lichtgevend hesje. Geel of oranje. Bij de gele maakt men de opmerking over de commotie over het gele hesjesprotest.

Om de groep zoveel mogelijk bij elkaar te houden houdt men een halt bij het begin van het Windrecht. Verkeersregelaars zetten de kruispunten af. Veiligheid voor alles. Een auto probeert nog even voorbij te scheuren en wordt de wijk in gedirigeerd. Wanneer iedereen is aangesloten gaat de stoet van start. Sante Cees belt en roept: “Ho, ho, ho, Merry Christmas”. Hier en daar gaan de gordijnen open. Men zwaait als de groep langs komt. Het is gluren bij de buren. De ene kamer heeft een prachtige versiering. Op een ander adres is het volledig donker. Langzaam wandelen we het Windrecht af. Aan het eind slaan we linksaf langs Korpershoek en gaan we richting palviljoen ‘t Middelpunt. Sommige vrijwilligers moeten even een duwtje hebben om de kade op te komen. Daar zijn ook weer vrijwilligers voor. Bij het Middelpunt een prachtig versierd restaurant. Er zitten geen mensen binnen, de kok heeft tijd om uitbundig te zwaaien. We schieten de Vlaardingsekade op. Bij de voormalige Rabobank hebben ze een kerstgroep in het kozijn gezet. Hier is een rustpuntje. Dan het smalle stuk op. Er staat iemand in de deuropening. “Goed dat je de aankondiging op Facebook heb gezet, Aad”. Ook hier op verschillende plaatsen een kerstgroepje in het raam. Bij een huis is de hele kamer vol gezet met brandende kaarsjes er is niemand in de kamer. Bij Net even Anders is het langzaam voorbij lopen. Ook hier de etalages volledig in kerstsferen. We gaan de Keenenburgweg op.

Een pauzemoment bij de Dorpshoeve. Hier is warme chocolademelk, zelfgebakken cake, koek of kerststol. Op de chocolademelk hoort slagroom en daar wordt niet karig mee omgesprongen. Nog even een tweede kopje en dan de weer op pad.

Bij het oude Gemeentehuis staat een fiere kerstboom met lichtjes. Een mooie plek om even een foto te maken. We zijn wel breed met zoveel. Met een panoramafoto lukt het wel. Een trapje erbij en schieten maar. Er flitsen meer telefoons. Na een kort oponthoud gaan we weer verder, de B.M-singel op. Hier hebben de bewoners weinig voor met kerst. Bijna geen versiering en vooral gordijnen dicht. Voor de kerk gaan we linksaf. Om daarna direct rechts te gaan. “Breng mij maar naar huis”, zegt mijn gast, “dan kan jij ook naar huis.” Waar de groep linksaf gaat rijd ik rechtdoor. Voor mijn gast en mij zit het erop. Ik zet haar thuis af en wens haar prettige feestdagen. Ze gaat met vakantie vertelt ze me en komt na de Nieuwjaar pas weer thuis. We hebben het droog getroffen. Buienradar heeft het goed voorspeld.

Ik neem mijn fiets mee en rijd naar Akkerleven terug. Ik moet mijn muts nog inleveren. Dan haal ik de groep in. Wanneer men binnenkomt is er een aardigheidje voor de vrijwilliger. Attent. De dekens, mutsen en wielverlichting wordt weer ingeleverd. Een geweldig leuk initiatief is weer voorbij.

Terwijl de bewoners naar de kamer gaan, is er voor de vrijwilligers nog een koffiemoment. Nog even napraten en dan is het echt voorbij.

De dank gaat uit naar de vrijwilligers, de verkeersregelaars, de sponsoren: Albert Heijn Buckers, de Dorpshoeve, Paviljoen ’t Middelpunt, de bakkers en natuurlijk niet te vergeten de groep van mensen die de voorbereidingen hebben gedaan. Dankjewel ook voor spontane Sante Cees die al bellend de groep begeleidde. Kerst kan komen, de gedachte eraan zijn nog dieper geworden. Een vredige kerst toegewenst.

359. Wandel je mee met Sinterklaas?

Het is een drukke tijd geweest voor de Sint. Jongste zoon heeft aangegeven een dagje mee te gaan. Ooit heeft hij het afgezworen. Hij is niet zo gek als zijn vader, maar zijn liefde vindt het leuk en dus doen ze het samen. Na een feestje in een naast gelegen dorp slapen ze de nacht bij ons. De wekker loopt vroeg af. Op tijd schminken om daarna naar Appie op het dorp te gaan. Ze komen er geweldig uit, uit de schmink. Grappig ook. Daar moet een foto van worden gemaakt. Bij Albert Heijn staan moeders en vaders met hun kroost al te wachten. Waar blijft de Sint? In de winkel heeft men een spellencircuit uitgezet. Pieten die lesgeven over cadeautjes in schoorstenen gooien, over daken lopen en andere allerhande activiteiten. Voor de Sint is er een plekje ingeruild bij de vleeswaren. Hier worden chocoladeletters versierd en speculaaspoppen. Er liggen kleurenplaten en de ingeleverde schoentjes staan netjes gesorteerd in het rek. De schoen wordt gevuld met een spelletje en mandarijn. Een enkel kind krijgt zijn capuchon vol met strooigoed. Er worden foto’s gemaakt met kids op schoot of een moeder met ‘n kind op de hurken naast de Sint. Ik zie mensen vragen: “Wie is het”. “Aad”, hoor ik zeggen. Iemand zegt: “Die van het Algemeen Dagblad”. Het artikel is veel gelezen hoor ik gedurende mijn metamorfose. Na een uurtje zitten wordt het rustig, nog even een half uurtje volhouden. Mijn zoon en schoondochter vermaken zich prima. Hier en daar worden winkelwagentjes extra gevuld. Ze stralen naar kinderen toe. Ik voel mij trots. Ook de Pieten van Albert Heijn Buckers doen heel enthousiast hun spelletjes. Het is weer een feest om hier te mogen zijn. Toch dreigt het even uit te lopen op een relletje. Een oudere vrouw snauwt me toe dat ik niet goed bezig ben door Zwarte Pieten mee te hebben genomen. Ze weigert door te lopen en wil me een hand geven. Ik negeer haar en stuur haar door naar de eigenaar van Appie. Om 12 uur geeft mijn chauffeur het teken dat het tijd is om te gaan.

We gaan even naar het Pietenhuis bij scouting Schipluiden. Een leuk initiatief. Na wat rondwandelen en een breaker, als voeding, wordt het voor mij tijd om afscheid te nemen van mijn Pieten. Ik ga naar huis in afwachting van wat meer drukte in het Pietenhuis, dan mag ik mijn gezicht laten zien. Thuis blijft alles aan en op. Even onderuit in de bank. Het sloopt je, maar even een uurtje rust dan kom je daar wel weer bovenop.

Om half drie staat mijn chauffeur weer voor de deur. Het is druk in het scoutinggebouw, annex Pietenhuis. Bij binnenkomst zingt men, de kruidnootjes lucht komt me tegemoet. Kinderen hollen en vliegen. Jongste en liefde doen druk mee. Een ieder hangt aan hen. Twee andere Pieten liggen languit op de slaapmatrassen. Kinderen stoeien met de Pieten. Van slapen komt niet veel. Opnieuw foto’s maken en even meedoen met het spel twister. Dat is voor Sint niet helemaal lekker, als zijn ene been langzaam wegglijdt. Spagaat gaat niet meer. Na een half uurtje ga ik weer naar mijn eigen stekkie. Ik ben daar in afwachting van mijn chauffeur voor wat vervolgbezoeken.

Om half vijf gaat de telefoon. “We komen eraan.” Nu op weg voor twee huisbezoeken. Eerst naar Delft dan naar De Lier. In Delft een bezoek met vier kleine kinderen. De zakken staan op zolder, Cadeautjes Piet heeft ze handig boven gezet. Kleine Piet, schoondochter, vindt het niks, zo grasduinen in iemands privé. Ze komt naar beneden. “Niets gevonden, Sinterklaas”, zegt ze. Andere Piet, zoon, neemt de kinderen mee naar boven en komt met drie zakken tegelijk naar beneden. Het uitreiken van de cadeautjes kan beginnen. Daar hoort wel een verhaaltje bij. Positief liefst, al wil men de Sint soms opvoeren als de boeman. Ik draai dat altijd de andere kant op. Na 20 minuten is het tijd voor het afscheid en op naar De Lier. Een familie met zes kinderen en zes volwassenen. Een behoorlijke drukte dus. Een ouder, man, begint plots flink te lachen. “Binnenpretje”, vraag ik hem. “Die eikel van de staf, wat een bijzonder ding”. Ik maak er een gênante opmerking over. Waarom een tweeling een tweeling is kunnen twee jongetjes niet uitleggen. Na voor alle kids een cadeautje te hebben uitgereikt neem ik afscheid. Een flink aantal cadeaus blijft achter. Die mogen ze zelf doen. Nu op naar huis. Na negen uur in ‘t pak is het welletjes.

De volgende dag. Opnieuw aan de bak. Met nieuwe Pieten, waar ik vaker mee op pad ben geweest en een nieuwe chauffeuse. Het is een 75% Boeier aangelegenheid. Een buufpiet en een buufchauffeur. We gaan op weg naar Ypenburg, alwaar een Pietenbezoek. Dat betekent in de auto blijven, daar heb ik geen zin in. Ik ga mee naar binnen. Ook hier vier kinderen. Een van de kinderen wil graag Zwarte Piet worden. Hij krijgt alvast een grote veer voor op zijn Pietenmuts. Een hele lieve jongen die straalt als hij zijn cadeautje krijgt. De camera’s draaien aan een stuk door. We rekenen af en vertrekken richting Den Hoorn. Een opbreking van de weg noopt ons voor een deel te moeten lopen. Een huis vol en zenuwachtige oma. Tot driemaal geeft ze me een hand en heet mij welkom. Het is een gezin waar ik al een aantal jaren kom. Ik ken hen ook persoonlijk. Hier kan ik net ietsjes meer dan elders. Na alle kinderen te hebben gesproken gaan we naar de Lier. De TomTom wordt op de straat ingesteld, niet-wetend dat we op het laatste nummer moeten zijn. Een forse wandeling brengt ons op de plaats van bestemming. De huiseigenaar staat ons al zwaaiend op te wachten. De cadeautjes komen uit de naast het huis staande auto. Hier al wat grotere kinderen, dat gaat gemakkelijker. Dat er Westlands wordt gesproken in de Lier is mij nu ook duidelijk. Ik herhaal de tekst, er wordt om gelachen. Na 25 minuten is het tijd om te gaan. We zijn uit het schema gelopen. Een belletje naar het volgende adres is verstandig. Daar ontmoet ik vier kinderen, de oudste is vier, twee kindjes van drie en één van zes maanden. Oei, hier kan ik niet echt veel mee. Ze geven geen antwoord en vader of moeder moet antwoorden geven op door hen aangeleverde zelfde gemaakte tekst. Eigenlijk zijn ze te klein, vanaf een jaar of zes wordt het leuk, een kleintje ertussen maakt dan niet uit, maar alleen zo klein en geen tekst van volwassenen is een verzoeking. We voldoen aan de 20 minuten en hebben de tijd weer teruggepakt. We gaan op weg naar Rijswijk. Het is harder gaan waaien. Hoor de wind waait door de bomen. Aangekomen in Rijswijk stappen we uit en wandelen een flat in op zoek naar huisnummer 481. Dat kunnen we niet vinden. Dat kan ook niet anders, We staan in de verkeerde flat. Nu wordt het wandelen. Ik heb mijn handen nodig om mijn baard in het gareel te houden, de staf mee te nemen en de mijter op het hoofd te houden. Kunst en vliegwerk, dus. Voor de flat waar we moeten zijn, worden we verwelkomd door een schoondochter. We moeten even beneden wachten. Zij gaat eerst naar boven, naar de 16e. We laten de lift naar beneden komen. In de hal komt een oudere man aanlopen. Hij heeft zijn eten gehaald bij de afhaalchinees. Als ik aan hem vraag of hij chinees gaat eten, gaat de deur open en komt er een Chinese vrouw binnen. “Wie vroeg om een Chinees”, vroeg ze. Dat is lachen geblazen. Hier een bezoek met grote familie. Acht volwassen, acht kinderen. Een heerlijk bezoek dat wordt afgesloten met een baby van zes maanden op schoot. Wanneer we weg willen rijden, begint de auto plots te piepen, blijkt er een teckel voor de beveiligingscamera te lopen. Wederom lachen als de eigenaar rukt en trekt om het beestje weg te halen. Dan op weg naar huis. Het zit erop. Terug naar de verkleedbasis. Een fantastisch leuke dag.

Op maandag brengen we een bezoek aan een kinderdagverblijf in Ypenburg. Ik kom er al jaren. Veelal allochtone ouders die hun kind graag bij Sinterklaas op schoot zetten. Een foto schieten voor het thuisfront en vriendelijk lachen. In de middag vrijaf.

Dinsdag een dagje MUSSEN even iets anders. Mijn bovenlip tekent. Het plakwerk van de snor geeft mijn gezicht een rode streep boven de mond.

Op woensdag moet ik in mijn eentje de huisbezoeken doen. Een lange dag en veel bezoeken. Ik probeer binnen de tijd te blijven, dat valt niet altijd mee. Hier en daar moeten we wat smokkelen met de tijd. Waar we niet snel genoeg over de Hoornse brug kunnen rijden, nemen mijn Pieten het heft in handen en loodsen onze auto snel naar de overkant. Tijdens de rit hebben we een Pietenchange. We gaan met vijf Pieten naar binnen. Een hoop koude drukte ineens in de kamer. Dan verdwijnen er twee Pieten en ga ik met drie totaal onbekende jongens op pad. Ze spelen alle drie voor de eerste keer, de première is niet zoals ik hem graag zou zien. Als dooie dienders kijken ze rond en zitten als stille muizen te wachten wat er gebeurd. Dat kan beter, stukken beter. Een van hen heeft het in zich om volgend jaar weer mee te doen, bij de anderen heb ik mijn twijfels. In Delft krijgen we drie zakken in handen gedrukt voor een adres waar we niet hoeven te zijn. Net op tijd kunnen we naar het afgesproken adres, een oud-collega. Ik ontmoet er een leuke spontane dochter die zo in haar sas is dat de Sint eindelijk eens bij hen aankomt. Wat een leuk bezoek. Het is ons laatste bezoek van 2018. Tegen zeven uur zijn we thuis. Er staat een frietje te wachten.

Ik kan terugkijken op een drukke tijd met veel bezoeken, veel leuke mensen ook die ik heb leren kennen. Hier en daar heb ik mogelijk wel eens een opmerking gemaakt die ik beter niet had kunnen maken. Soms floept het eruit en word ik er aan herinnerd. Je moet ad rem zijn. Alert op wat er gebeurt. Het is cabaret maken en toneelspelen. Met veel plezier heb ik Sinterklaas 2018 afgerond. Ik ben de organisatoren, mijn Pieten, chauffeurs, grimeurs dankbaar dat zij hun tijd beschikbaar hebben gesteld om dit mooie en leuke sprookje te kunnen spelen. Dank ook aan hen die de kleedlocatie beschikbaar stellen. Wie ik zeker niet mag vergeten is mijn lief. Vaker wassen, alleen eten, vaak alleen zitten. Het wordt weleens vergeten wat de achterban betekent.

Doe ik het volgend jaar nogmaals? Ik ga het per jaar bekijken, maar in goede gezondheid is het niet uitgesloten dat je me volgend jaar gewoon weer tegenkomt.