362. Kerstwandelen met ouderen

“Aad heb jij donderdagavond nog tijd?” vraagt een vrijwilliger van Akkerleven, onderdeel van Pieter van Foreest. “We gaan die avond kerstwandelen met ouderen.” Tijd of niet, daar maak je tijd voor tenzij….je echt geen tijd hebt. Twee dagen voor de wandeling krijg ik een vrouw toegewezen uit het dorp. Dat betekent eerst ophalen en dan naar Akkerleven rijden. Het is de bewuste wandeldag een slechte regenachtige dag en dat duurt al vanaf die morgen vroeg. Zou het feest wel door gaan?

Het is donderdagavond, mijn lief heeft haar kerstdiner op het werk, voor mij is er erwtensoep, een winters goedje. Als ik op weg wil gaan hoost het van de hemel. Ik heb niet gehoord dat het niet door gaat. Ik ga gewoon. We gaan het zien.

Wanneer ik bij mijn mevrouw kom is ze nog niet klaar. “Het begint toch pas om zeven uur”, zegt ze. Ik heb de opdracht gehad om mevrouw op te halen en tussen half zeven en kwart voor zeven met haar in Akkerleven te zijn. Mevrouw trekt gauw haar schoenen aan. Ze heeft een deken opgezocht tegen de kou en heeft nog een plastic wegwerpregenjasje. We gaan op pad, maar nog geen tien meter na vertrek geeft ze al aan dat ze het koud heeft. “Wil je even mij dekentje pakken”, zegt ze. Ik haal hem uit haar tas en werp hem over haar schouders. “Ga er maar op zitten”, zeg ik haar en stop de buitenkanten onder haar benen. Nu kunnen we op weg. Nog geen 50 meter op weg begint het te regenen. Grote druppels vallen als parels naar beneden. “Ik heb nog een regenjasje in mijn tas”, zegt ze lief, “voor jou”. Ik stap stevig door maar we komen met natte schouders aan bij Akkerleven. “Doorlopen naar de kantine”, krijg ik mee.

In de kantine verzamelen de rolstoelers met hun vrijwilligers. Er worden kerstmutsen uitgereikt. De kerstman en zijn kerstvrouwtje lopen rond. Rolstoelen zijn versierd met een lichtjesstreng. Het is een vrolijk gezicht. Er wordt nog even gewacht tot het droog wordt. Buienradar is even belangrijk. Na een kwartiertje wordt het droog. Alhoewel, er vallen nog wat kleine druppeltjes. Met 40 rolstoelers gaan we op pad. Bij de uitgang bij Akkerleven krijgen de vrijwilligers een lichtgevend hesje. Geel of oranje. Bij de gele maakt men de opmerking over de commotie over het gele hesjesprotest.

Om de groep zoveel mogelijk bij elkaar te houden houdt men een halt bij het begin van het Windrecht. Verkeersregelaars zetten de kruispunten af. Veiligheid voor alles. Een auto probeert nog even voorbij te scheuren en wordt de wijk in gedirigeerd. Wanneer iedereen is aangesloten gaat de stoet van start. Sante Cees belt en roept: “Ho, ho, ho, Merry Christmas”. Hier en daar gaan de gordijnen open. Men zwaait als de groep langs komt. Het is gluren bij de buren. De ene kamer heeft een prachtige versiering. Op een ander adres is het volledig donker. Langzaam wandelen we het Windrecht af. Aan het eind slaan we linksaf langs Korpershoek en gaan we richting palviljoen ‘t Middelpunt. Sommige vrijwilligers moeten even een duwtje hebben om de kade op te komen. Daar zijn ook weer vrijwilligers voor. Bij het Middelpunt een prachtig versierd restaurant. Er zitten geen mensen binnen, de kok heeft tijd om uitbundig te zwaaien. We schieten de Vlaardingsekade op. Bij de voormalige Rabobank hebben ze een kerstgroep in het kozijn gezet. Hier is een rustpuntje. Dan het smalle stuk op. Er staat iemand in de deuropening. “Goed dat je de aankondiging op Facebook heb gezet, Aad”. Ook hier op verschillende plaatsen een kerstgroepje in het raam. Bij een huis is de hele kamer vol gezet met brandende kaarsjes er is niemand in de kamer. Bij Net even Anders is het langzaam voorbij lopen. Ook hier de etalages volledig in kerstsferen. We gaan de Keenenburgweg op.

Een pauzemoment bij de Dorpshoeve. Hier is warme chocolademelk, zelfgebakken cake, koek of kerststol. Op de chocolademelk hoort slagroom en daar wordt niet karig mee omgesprongen. Nog even een tweede kopje en dan de weer op pad.

Bij het oude Gemeentehuis staat een fiere kerstboom met lichtjes. Een mooie plek om even een foto te maken. We zijn wel breed met zoveel. Met een panoramafoto lukt het wel. Een trapje erbij en schieten maar. Er flitsen meer telefoons. Na een kort oponthoud gaan we weer verder, de B.M-singel op. Hier hebben de bewoners weinig voor met kerst. Bijna geen versiering en vooral gordijnen dicht. Voor de kerk gaan we linksaf. Om daarna direct rechts te gaan. “Breng mij maar naar huis”, zegt mijn gast, “dan kan jij ook naar huis.” Waar de groep linksaf gaat rijd ik rechtdoor. Voor mijn gast en mij zit het erop. Ik zet haar thuis af en wens haar prettige feestdagen. Ze gaat met vakantie vertelt ze me en komt na de Nieuwjaar pas weer thuis. We hebben het droog getroffen. Buienradar heeft het goed voorspeld.

Ik neem mijn fiets mee en rijd naar Akkerleven terug. Ik moet mijn muts nog inleveren. Dan haal ik de groep in. Wanneer men binnenkomt is er een aardigheidje voor de vrijwilliger. Attent. De dekens, mutsen en wielverlichting wordt weer ingeleverd. Een geweldig leuk initiatief is weer voorbij.

Terwijl de bewoners naar de kamer gaan, is er voor de vrijwilligers nog een koffiemoment. Nog even napraten en dan is het echt voorbij.

De dank gaat uit naar de vrijwilligers, de verkeersregelaars, de sponsoren: Albert Heijn Buckers, de Dorpshoeve, Paviljoen ’t Middelpunt, de bakkers en natuurlijk niet te vergeten de groep van mensen die de voorbereidingen hebben gedaan. Dankjewel ook voor spontane Sante Cees die al bellend de groep begeleidde. Kerst kan komen, de gedachte eraan zijn nog dieper geworden. Een vredige kerst toegewenst.

353. Veel regen en mooie momenten

De regen valt met bakken tegelijk uit de hemel. De weergoden zijn ons niet goed gezind. Ik heb MUS-dienst. De eerste rit staat vroeg gepland. Om 09:00uur moet ik mijn eerste klant ophalen. Mijn buitentemperatuurmeter (mooi scrabble woord) geeft aan dat het 3,8° Celsius is. Ik twijfel of ik mijn handschoenen aan zal doen. De MUS heeft geen verwarming dus misschien is het wel handig. Ik haal om halfnegen mijn fiets uit de schuur. Ik heb al snel een natte haardos. Snel, snel fietsen naar Akkerleven. Daar aangekomen gaat de deur niet open. Begint er niemand zo vroeg, en wat is vroeg, het is 08:35uur. Wanneer ik op de bel heb gedrukt gaat zonder woorden de deur open. Ik wil snel doorlopen en loop met mijn snufferd tegen de volgende deur aan. Dan zie ik de mededeling dat deze deur pas open gaat als de eerder gepasseerde deur is gesloten. Het zomerse weer is ook hier voorbij of heeft het met de wintertijd te maken? Ik haal de sleutel, de telefoon en de kenteken papieren van de MUS op en wandel naar het onder stroom staande voertuig. Als ik de deur open ligt er een plasje water voorin. Via de zijkant aansluitingen zie ik een straaltje water naar binnen lopen. Ik trek de stekker uit de wandcontactdoos. Mijn dag kan beginnen.

Omdat ik inmiddels de ervaring heb dat de snelheid invloed heeft op de duur van de accu, rijd ik als een slak het terrein af. Ik ga niet harder rijden dan 30 km vandaag en hoop daardoor de dag uit te kunnen zingen. Door het slechte weer gaat het licht aan en de ruitenwissers constant op heen en weer gaan, ook dat heeft invloed. Er staat wel het e.e.a. gepland voor vandaag. Terwijl ik rijd beslaan mijn ramen. Ik kan zo niet vegen dat het raam schoon blijft. Gelukkig is er weinig verkeer op het fietspad.

De eerste klant haal ik op in Den Hoorn. Betrokken klant moet worden afgezet bij het Reinier de Graafziekenhuis. Na een vakantie heeft mijn passagier wat ribbreuken over gehouden aan een quadrit. Hij gaat voor controle terug naar het ziekenhuis. In Den Hoorn moet ik tot tweemaal toe tussen wat paaltjes door. Dat is centimeterwerk. Men verbaast zich erover dat we er zonder kleerscheuren tussendoor kunnen. Bij het ziekenhuis geef ik betrokkene een kaartje mee met het rechtstreekse nummer van de MUS. De receptie is zo vriendelijk om mij direct te bellen als betrokkene klaar is zodat ik snel de klant weer op kan halen.

Ik heb nu een half uurtje pauze en rijd naar huis.

Mijn volgende klant haal ik op in Schipluiden. Een vrouw van de Zonnebloem die haar cheque op gaat halen van de stemmenactie die de RaboBank heeft georganiseerd. Ik ben wat aan de vroege kant, mede gezien het feit dat ik tegelijk een andere klant op moet halen. Het is een zgn. combinatierit. Wanneer ik heb gebeld duurt het even voor mevrouw naar buiten komt. De regen valt en valt. Een goed gebruik is om mensen te helpen met in en uitstappen. Omdat ik denk dat het snel zal gaan wacht ik buiten in de regen. Wanneer mevrouw is ingestapt geeft ze te kennen dat ze zich wat opgelaten voelt in mijn karretje. “Is dit wel voor mij bedoelt?”, vraagt ze zich hardop af. Er staat nergens dat je niet mee zou mogen en er is plek. Dan door naar mijn volgend adres. Het is even zoeken waar mevrouw ook al weer precies woont. Wanneer ik het heb gevonden bel ik aan. De rollator staat al pontificaal te wachten onder het afdak. De schoenen van meneer liggen ondersteboven op de buitenmat. Na de bel, roept mevrouw dat ze er aan komt. Ook zij gaat naar het ziekenhuis. Ze gaat alleen. “Ik mag niet mee”, zegt meneer. “Nee”, zegt mevrouw, “hij houdt niet van wachten en het kan vandaag wel even duren.” Wanneer mevrouw is ingestapt gaat de rollator ook achterin. Dan gaan we op weg. Eerst het ziekenhuis, dan de RaboBank. Bij het Reinier moet ik op een kaartje schrijven wat mijn rechtstreeks nummer is. Mevrouw heeft voor mij een potloodje, omdat de balpoints liggen verstopt. Wat ik wel vind is de anticondens spuitbus. Dat scheelt een slok op een borrel. Wanneer mevrouw klaar is belt ze me. Nu naar de Rabo om de andere vrouw af te zetten. Ik spreek met haar af om rond de klok van 11 weer terug te zijn.

Bij mijn schoonmoeder in Den Hoorn vind ik deze keer de koffiepauze. Hierdoor hoef ik niet helemaal naar Schipluiden en ben ik snel bij het ziekenhuis als er wordt gebeld.

Wanneer ik een half uurtje aan de koffie zit gaat de telefoon. Mijn eerste klant kan worden opgehaald. Ik ga opnieuw op pad. Bij het ziekenhuis staat er een file voor de parkeergarage. Ik ben blij dat ik daar geen gebruik van hoef te maken en te mogen staan op de afhaalplek. Mijn MUS-meerijder komt al aan wandelen. Ik breng hem weer naar huis. Hij heeft geen leuke boodschap gehad, als chauffeur van de MUS ben je de eerste uitlaadklep. Als ik de man heb thuisgebracht kan ik direct door naar de Rabo. Mevrouw komt met een mooie cheque naar buiten. Ik breng haar blij naar huis terug.

Ik ga wederom terug naar schoonmama. Mijn volgende rit start in Den Hoorn. Op tijd ga ik een vrouw ophalen. Zij heeft na 46 jaar huwelijk haar man moeten achterlaten in een verzorgingshuis. Na lange tijd zelf de verzorging te hebben gedaan is er geen terugweg meer. Als ze instapt ruik ik een lekker geurtje uit een van haar tassen. “Ik heb drie appeltaarten gebakken”, zegt ze. “Ik ga die oudjes lekker verwennen.” We hebben een indrukwekkend gesprek. Ze woont alleen en is blij met een luisterend oor, zegt ze. De rit gaat sneller dan mij lief is. Ik wil haar nog zoveel aanbieden, maar we zijn gearriveerd. “Tot 16:00uur”, zegt ze als ze het verzorgingshuis binnenwandelt. De appeltaarten gaan mee.

Omdat de accu toch harder leegloopt dan gedacht besluit ik om de MUS aan de prik te hangen. Ik heb zo’n anderhalf uur, dan kan het voertuig wat opladen. In de stromende regen fiets ik huiswaarts.

In afwachting van het telefoontje uit het ziekenhuis wacht ik het nu verder thuis af. Even een broodje eten en dan de middagsessie. Het telefoontje uit het ziekenhuis blijft uit. Waarom? Duurt het dan zo lang? Ik waag er een telefoontje aan en bel het telefoonnummer van mevrouw. Ze neemt zelf de telefoon op. Hoe kan dat? En waarom niet even gebeld dat ik niet hoeft te wachten? Ik vergeet er naar de vragen.

Om 14:00uur haal ik mijn vaste klant op. Altijd op dinsdag om 14:00uur staat de afspraak om meneer op te halen en bij Albert Heijn af te zetten. Daarna naar het appelvrouwtje voor het oude gemeentehuis. Wanneer ik in Akkerleven aan kom, zie ik geen klant, waar hij doorgaans al op zijn rollator zit te wachten. Ik wacht het even af. Als het echter een kwartier wordt vraag ik aan de receptie om hem te bellen. Hij blijkt een ‘slaapie’ te hebben gedaan en wordt wakker geschud door een verpleegkundige. Hij komt naar beneden. Dan komt direct de humor van de man weer naar boven en maakt hij zich er met een grap vanaf. We gaan op weg naar supermarkt die op de kleintjes let. Wanneer er een jongeman op een scooter van links komt denk ik mijn voorrang te krijgen. Dat is echter niet het geval. De jongeman rijdt met zijn voorband zachtjes tegen mijn deur. Hij steekt zijn middelvinger op. Ik weet dat het regent, maar daardoor veranderen de verkeersregels nog niet. De oude man naast me maakt er wederom een grap over. Bij Albert Heijn haal ik een winkelwagentje, zijn rollator, dan ga ik in het halletje achter de ingang staan. Mijn jas is nat, mijn handen en mijn voeten koud en hier brandt de kachel. Aan de overkant het appelvrouwtje. “Ga jij effe”, zegt meneer, “hier is mijn portemonnee. Ik wil 15 appels. Het meissie weet wel welke.” Ik doe wat me wordt opgedragen. Dan kunnen we terug naar huis. Nog een ritje, mevrouw ophalen uit het verzorgingshuis en haar dan weer naar huis brengen.

Om 10 voor vier ben ik al bij Akkerleven. Ik kijk op het gemak het aangeboden fotoboek door dat op de tafel ligt. Herkenbare plekken die men heeft vastgelegd en zo veel doet met mensen die niet meer echt in de maatschappij staan en zich soms het verleden nog wel herinneren en het heden niet.

Om 16:00uur exact komt mevrouw naar beneden. Ik help haar met instappen. Het tasje met de appeltaarten is er niet meer bij. Ik ga in gesprek met mevrouw, dan vertelt ze dat ze vandaag jarig is. Daarom wilde ze de mensen trakteren. Ze heeft geholpen met eten geven, ze heeft met bewoners gesjoeld, gesprekken gevoerd. Een mooi gesprek dat ik met haar kan voeren. Bij thuiskomst geeft ze aan dat haar zonen haar op komen halen. Ze hoeft niet te koken vanavond en wordt mee uit eten genomen.

Mijn dag zit erop als ik naar huis rijd. De regenachtige dag hebben me weer mooie contacten opgeleverd. Een luisterend oor heb ik geboden. De kou is uit mijn handen, mijn lichaam gloeit. Wat mooi dat ik me vandaag weer verdienstelijk heb mogen maken.

322. En toen stond ie stil

Een drukke dag met de MUS, het vervoersproject van Midden-Delfland. Al vroeg ben ik op pad. Ik kan direct even bij iemand langsrijden die nog wat techplaatjes heeft van de Appie. Omdat we voor de voedselbankkinderen setjes maken is elke aanvulling meegenomen.

Om halfnegen uur komt de Excelsheet binnen met de ritten voor vandaag. Diverse ziekenhuisafspraken zijn er in schema verwerkt. Hierbij geldt dat de beginafspraak is in te plannen. De terugreis is altijd open.

Om halftwaalf mag ik een echtpaar ophalen. Een gestudeerd iemand, merk ik aan het taalgebruik. Als ik hem vraag wat hij heeft gedaan vertelt hij uitgebreid dat hij een hoge functie heeft gehad bij een ministerie. Maar meneer is ook benieuwd naar mijn privéleven. “Mag ik u iets vragen”. De man kijkt mij aan. “Bent u toevallig ook de vader van”, vraagt hij. Wanneer ik dat met een ‘ja’ bevestig, zegt hij: “zie je wel vrouw, dat ik gelijk had”. Ik heb het echtpaar eerder ook al eens in de MUS gehad. Dat gebeurde spontaan. Terwijl ik iemand naar het ziekenhuis heb gebracht komt meneer hardlopend naar mij toe. “Mogen wij mee terugrijden?”, vraagt meneer, om op een holletje terug te gaan naar de ontvangsthal van het ziekenhuis, als ik met “ja hoor” heb geantwoord. “Rustig aan, rustig aan”, roep ik hem na. Even later komt hij met zijn echtgenote aanlopen.

Ik heb meneer en mevrouw afgeleverd bij het ziekenhuis en geef hem een kaartje mee met het rechtstreekse telefoonnummer van de MUS. “Als u klaar bent kunt u mij bellen”, geef ik hen mee. “Het kan wel even aanlopen hoor”, zegt meneer. Ik ga terug naar Schipluiden, waar ik de car bij mij thuis parkeer. Ik heb even de tijd om mijn brood te maken, op te eten en vervolgens opnieuw op pad te gaan.

Ik heb mijn brood net aan uit het blik gehaald als de MUS-telefoon gaat. Het is de portier van het Reinier. “Goedemiddag, meneer en mevrouw willen weer opgehaald worden.” Ik sla mijn boterhammen dicht en wandel terug naar de MUS. Onderweg naar het ziekenhuis steek ik het brood in mijn mond. Bij het ziekenhuis komt het echtpaar al naar buiten. “Het was een volle wachtkamer, maar ik was toch snel aan de beurt.” Het gesprek van eerder gaat verder. “Een mooi interview in de Volkskrant van uw zoon.” “Hij doet het goed”, zegt mevrouw van achterin. “Komt hij weleens op tv.” Ik beaam het. “Wat heeft u eigenlijk gedaan”, vraagt de man. Ik vertel het hem. Het is een leuk gesprek. “Vrijdag moeten we weer naar het ziekenhuis”, krijg ik te horen, “bent u er dan ook.” Ik geef aan dan geen dienst te hebben en met vakantie te gaan. Meneer legt vijf munten van een euro in het bakje op het dashboard. Ik geef aan dat ik dit niet nodig vind, maar meneer staat er op om het aan te nemen. Ik heb besloten om het voor een goed doel te bestemmen. “Fijne vakantie en tot volgende keer.” We nemen afscheid en ik trek op naar het volgende adres.

Bij het volgende adres wederom iemand voor het ziekenhuis. “Ik rijd voor het eerst met de MUS mee”, zegt mevrouw, “en vind het spannend.” Mevrouw vertelt uitgebreid welk onderzoek ze moet ondergaan. We raken heerlijk aan de klets. Voor ze er erg in heeft rijd ik de ‘afleverplek’ van het ziekenhuis op. “Zijn we er al?” zegt mevrouw. “Normaal ga ik nooit zo en word ik door mijn kinderen met de auto gebracht. Ze zijn met vakantie, nu moet ik alleen.” Ik ben in staat om mee te gaan, maar er staat meer op de planning. Opnieuw terug naar Schipluiden. 20 minuten later wederom de portier van het Reinier de Graafziekenhuis. Een mooie service dat zij voor mijn klanten bellen. Opnieuw richting het ziekenhuis.

Mevrouw stapt bij mij in en wil naar een familielid aan de rand van Schipluiden en Maasland. Ik heb even mijn twijfel, want de powermeter van de MUS loopt gestaag terug. Toch doe ik het. “Ze zullen opkijken als ik daar aankom.”, zegt mevrouw. Ik vraag haar hoe ze terug gaat naar huis. “Oh, dat komt wel goed”, zegt ze.

Na haar afgezet te hebben rijd ik terug en kom ik aan bij Akkerleven. De accu staat inmiddels in het oranje. Ik parkeer de MUS en prik er even een stekker in. Mijn volgende klant geef ik een belletje dat het een kwartiertje later wordt. Wanneer ik weer opstart staat de meter weer in het geel. Op naar mevrouw. Zij gaat op visite bij haar schoonzus in Den Hoorn. Ik krijg een heel verhaal over het slecht presteren van de Regiotaxi. Ze heeft afgelopen dinsdag een uur staan wachten en nog steeds is geen Regiotaxi te zien. Ze had hoge nood want moest haar medicatie hebben. Uiteindelijk heeft een oud buurman haar opgehaald. Ze huldigt het principe van de MUS. “Daar kan je op rekenen.” Aangekomen in Den Hoorn moet ik snel mijn volgende klant ophalen voor een ziekenhuisbezoek. Haar man ligt in het ziekenhuis. Ik ben acht minuten te laat. Mevrouw heeft al naar het centrale nummer gebeld dat ik te laat ben.

Mijn klant staat te wachten met haar rollator voor het pand met de woningen voor ouderen. De rollator gaat tussen de voor- en achterstoelen en dan hup naar het ziekenhuis. Mevrouw heeft een eindtijd aangegeven. Dat kan als je op bezoek gaat. Dan terug naar Schipluiden en twee dames ophalen.

In Schipluiden kom ik een kwartier te laat, mevrouw zegt hier iets over. Maar ze is blij om me te zien. Als ik haar vertel dat ik nog iemand op moet halen in Schipluiden, kijkt ze lelijk. “Dan heb ik helemaal geen tijd om de visite te doen”, zegt ze. “Het is niet anders”, geef ik aan om mijn volgende klant op te halen. Mevrouw staat al voor het raam te kijken. Dat gaat snel. Dan op naar Den Hoorn. De een voor een visite, de ander voor apotheekbezoek en een koffiemomentje bij Holtkamp.

Wanneer ik net de Tramkade opdraai, neemt de kracht van de MUS af. Hij gaat langzaam rijden en stopt op een bepaald moment. Met steeds opnieuw uitzetten en weer aanzetten kunnen we weer 200 meter rijden. Maar dit is geen feest. Mijn klanten moeten er om lachen en ik lach mee, maar vanbinnen zint me dit niks, want ik ben nog niet klaar. De eerste mevrouw kan ik met tussenstops afzetten, bij de tweede kom ik er niet helemaal. Ik zet haar in de kern van Den Hoorn uit om bij de Kickerthoek wat langer op te laden. Nu heb ik even tijd voor een koffiemomentje.

Bij de Kickerthoek raak ik in gesprek met medewerkers met de Stichting Welzijn Midden-Delfland. IK laad op door een Senseo, de MUS laadt op aan de stekker.

Drie kwartier later haal ik mevrouw uit het centrum op en breng haar terug naar Schipluiden. De meter van de accu blijft op oranje staan. Zou ik het halen? Het lukt. Nu terug naar Den Hoorn om twee dames op te halen en terug naar Schipluiden te brengen en dan naar het ziekenhuis voor de laatste klant.

Ik ben koud het gemeentehuis gepasseerd als de MUS denkt: ‘doe het zelf maar.’ 10 meter en dan stopt hij. Wat nu. Ik keer om. Met onderbrekingen kom ik terug bij de oplaadplaats bij Akkerleven. Nu snel naar huis en mijn auto halen, mijn klanten moeten wel naar huis toe.

Een half uur later dan afgesproken, staan mijn klanten nog netjes te wachten. Geen kwaad woord en hulde voor de oplossing die ik heb bedacht.

In het vervolg toch maar wat minder ritten plannen. De promotie van het project lijkt nu het succes te achterhalen. Een ervaring rijker meld ik mijn belevenissen aan de coördinator. Het blijft leuk om te doen, maar het wagentje moet wel blijven rijden.

316. Mijn vertrouwen voor de tweede keer beschaamd

“109 jaren oud is ze”, zegt de coördinator van de MUS, “en ze wil door jou gereden worden.” “Het gaat om mevrouw Prins van Es”, geeft hij nog mee. “Ze wil van Akkerleven naar Indigo”. “09:30 uur vertrek.”

Het is donderdagmiddag als ik bovenstaande boodschap krijg doorgebeld. Ik geef de coördinator nog aan dat het niet mijn MUS-dag is. Mevrouw heeft speciaal naar jou gevraagd, bestempeld de andere kant van de telefoonlijn.

Als mijn vrouw thuiskomt leg ik haar het hele verhaal uit. “Zo dan”, geeft ze me mee, “dat is een aardige leeftijd.”

Die avond Google ik naar informatie. Ik bekijk de statistieken die ik kan vinden in de leeftijdsopbouw van de inwoners van Midden-Delfland. Nu stammen de cijfers uit 2017. Ik kan er echter niemand van die leeftijd in vinden. Toch maak ik me zorgen. Hoe krijg ik mevrouw in vredesnaam in de MUS. De opstap is flink en met een extra bankje, misschien. Ik lig er ‘s nachts toch wat over te piekeren.

Ik ben vroeg op die vrijdag. Ik geef mijn lief aan dat ik het lastig vind en er die nacht mee bezig te zijn geweest. Meestal krijg ik mijn tweede been nog net aan bijgetrokken als ik het bed in stap, afgelopen nacht was dat beslist niet zo.

Na het ontbijt maakt mijn lief haar zwemtas klaar. Nog even een kus en een zwaai en dan gaat ze rond halfnegen rijden op weg naar het zwembad, dacht ik. Ik ruim de borden en de kopjes nog even in de vaatwasser, doe nog even wat voor de Zonnebloem en dan vertrek ik ook, naar Akkerleven, waar de MUS aan de oplader hangt.

Bij Akkerleven zit een drietal mensen in de stoelen. Ze hebben blauwe shirts aan maar ik besteed er weinig aandacht aan. Ik groet hen en loop snel door om direct de sleutel, telefoon en papieren uit het gecodeerde kastje te halen. Wanneer ik terugloop zit het drietal er nog, maar nu met een masker voor hun gezicht van Prinses Juliana, Prinses Beatrix en Koning Willem-Alexander. Dan begint bij mij ineens een lampje te branden en het kwartje is gevallen. De maskers vallen weg en dan zit daar het bestuur van de 109-jarige Oranjevereniging Juliana. In februari 2018 heb ik mijn vrijwilligerswerk beëindigd en daar zou men nog wat aandacht aan besteden en dat is precies vandaag. Wat voel ik me belazerd. Ik ben er in getrapt, maar wat is het knap opgezet.

Na de nodige foto’s gaan we op weg. Via een toeristische route arriveren we bij Indigo. Daar staat mijn vrouw ook. Zij zat dus in het complot. Is helemaal niet gaan zwemmen maar is wel op die tijd vertrokken, naar haar moeder, om daarna weer terug te komen en aan te sluiten bij het gezelschap. Ik weet direct, ook mijn vrouw is niet te vertrouwen, maar wel leuk. Zo’n zelfde actie heb ik met haar meegemaakt bij de uitreiking van de Koninklijke onderscheiding in 2012.

Eenmaal aan tafel wordt de koffie uitgeserveerd en komt Erik van Indigo met een prachtige oranje taart met een vuur spuitende raket. Het wordt steeds feestelijker. Er wordt nog een zesde deelgenoot verwacht. Wie? Geen idee. Dan blijkt het onze razende reporter Gemma te zijn. De schakel Midden-Delfland is ook vertegenwoordigd. Na een foto en wat informatie van en over mij, vertrekt zij weer, maar niet eerder dan dat ik ben gefêteerd met bloemen, een theaterbon en een koffie- of theebon van het Raadhuis. Al met al erg leuk en wat een een leuke verrassing. Mooie woorden van de voorzitster besluiten het feestelijk gebeuren.

Na afloop breng ik het gezelschap terug naar Akkerleven. De MUS-chauffeur voor die dag zit al te wachten voor de volgende rit.

Na 21 jaar is er een officieel einde gekomen aan een leuke en soms spannende tijd met de Oranjevereniging Juliana. Leuke spelen, projecten, ledenadministratie en wat er verder ter tafel kwam. De organisatie rondom het 100 jaar bestaan. Rondbrengen van de programmaboekjes in een zwaarbeladen fietstas. Met veel liefde en inzet heb ik het mogen en kunnen doen.

Er is een tijd van komen en van gaan. Op zoek naar weer iets anders, vrijwillig. Uit vrije wil, ik deed er met dit thema op 13 juni een lezing over in de bibliotheek in Den Hoorn. Men is nog niet van mij af, want eens een vrijwilliger, altijd een vrijwilliger.

287. Klus op de MUSbus

Het is een koude dinsdagmorgen als ik mijn vrijwilligersbaantje op mag pakken. Het heeft gevroren, het eerste laagje ijs ligt op de ijsbaan aan de Holierhoek. Net nog niet genoeg om er een baantje te trekken. Als vrijwilliger van de MiddenDelflandse Uitgaans Shuttle (de MUS) heb ik vandaag dienst. Ik fiets nog even langs een andere vrijwilliger om met hem samen uit te vinden hoe we de rolstoel en rollator achterop het voertuig kunnen meenemen. Inventief als we zijn kunnen we door een spanband, elastieke spinnen en de houder die achterop zit zo’n hulpmiddel wel meenemen. Nu is het krabbelen, want ook ons voertuig heeft volop in het koude windje gestaan. Niet alleen buiten, maar ook binnen heeft een ijslaag bezitgenomen van de ramen. Na wat krabben kunnen we ‘het land’ in. Bij Akkerleven nemen we wat folders mee naar onze volgende stoplocatie: De Dorpshoeve. Hier is het dinsdagse koffie-uurtje aan de gang. Mogelijk zijn er kandidaten die we warm kunnen maken om een keertje mee te rijden. De folders gaan van hand tot hand. Enkele ogenblikken later zijn we er alweer doorheen.

Dan op naar het gemeentehuis, een van de verkooppunten voor een rittenkaartje. Ook hier arresteren we de folders die er liggen. Het vervoersproject moet meer gepromoot worden en daar hebben we foldermateriaal voor nodig. Omdat er die ochtend geen ritten meer zijn kan ik naar huis.

Als ik net thuis ben een belletje van de coördinator “Kan je even drie ambtenaren ophalen, zij willen kennismaken met het project.” Ik ga opnieuw naar Akkerleven, waar de MUS staat en tuf naar het gemeentehuis. Inmiddels is er opnieuw een ritje aangevraagd. Iemand uit Den Hoorn wil op visite bij haar schoonzus in Schipluiden. Bij het gemeentehuis haal ik de ambtenaren op en laat hen het dorp zien vanuit de Mus. Wanneer ik de gemeenteambtenaren naar hun werkplek heb teruggebracht rijd ik door naar Den Hoon. Ik ken mevrouw en zij kent mij. “Sinterklaas, verteller, schrijver en ook nog chauffeur”, zegt ze. “Ja ik kan niet stil zitten”, geef ik haar te kennen. Mevrouw vindt het een ideale mogelijkheid om zo naar haar schoonzus te gaan. Als ik met het openbaar vervoer moet gaan dan ben ik bekaf en dat haal ik eigenlijk niet meer. “Mevrouw we halen u bij u thuis op en zetten u voor de deur af”, zeg ik haar. “Ik vind het een prachtig initiatief”, zegt ze. Gezellig kletsend rijden we over het fietspad richting Schipluiden. Ik zet haar af bij Korpershoek en spreek met haar af om haar twee uur later weer op te halen. Nu neem ik de MUS mee naar huis, anders blijf ik heen en weer fietsen. Onderweg word ik nagekeken. Mensen steken hun hand op of duim omhoog.

Twee uur later haal ik mevrouw weer op en breng haar weer netjes thuis. Ik rijd terug naar Akkerleven, zet het voertuig weer netjes aan de stroom, stop de telefoon en papieren terug in het kluisje bij Akkerleven. Het is 17:00uur mijn dag zit erop. Morgen een ander.

Het vervoersproject is opgezet door de Gemeente Midden-Delfland, DoEL, Stichting Welzijn Midden-Delfland en Pieter van Foreest. De Mus rijdt op de doordeweekse dagen van 09:00uur en 17:00uur. Voorlopig rijden we in de kern Schipluiden en Den Hoorn en verbinden we de dorpen. Daarnaast rijden we ook naar het Reinier de Graafgasthuis en zwembad Kerkpolder. Wilt u een ritje boeken, bel dan 0620778370 of boek via e-mail Mus@ggz-Delfland.nl. Kaartjes zijn te koop bij: De Was & Koffie in de Kickerthoek, het klantcontactcentrum van de Gemeente Midden-Delfland, of bij de receptie van Akkerleven. Verdere informatie kunt u vinden op de site van de Gemeente Midden-Delfland.