429. Waar zijn de pepermuntjes gebleven?

Het eerste solextoertje in Coronatijd voor mij zit er weer op. Alsof Coranatijd een andere tijd is als ‘gewone’ tijd. Toch wel. De solexen stonden al op anderhalve meter geparkeerd. Het paste maar net onder de veranda. Het moeten er niet meer worden.

Het is half twee als ik de fiets uit de schuur haal. “Kijk eens op je buienradar”, zegt mijn vrouw. “er staan wat blauwe pieken op het zwarte scherm.” Oei, dat is niet misselijk, ik ben echter niet bang voor natte haren. Mijn Tuinderijjackje gaat mee. Nog maar net onderweg vallen de eerste spetters. Ik fiets rustig richting de Tuinderij. Daar aangekomen zie ik één van de medewerkers met een spuitbus de handvatten van de solexen bespuiten. Ze staan wijd uit elkaar. “Zin in, Aad”, zegt de medewerker. “Altijd”, is mijn antwoord. Ik loop door en voor dat ik naar binnen mag, moet ik even mijn handen ‘gellen’. Inmiddels valt de regen met bakken tegelijk naar beneden. Het nodigt niet echt uit om te gaan rijden, maar het is nog niet zover. Eenmaal binnen krijg ik te horen dat ik een mede-vooroprijder meekrijg. Ik ben benieuwd.

In de bedrijfskantine van het bedrijf hangt het schema voor die dag. Ik maak er nog even een fotootje van, zodat ik weet hoe laat ik waar moet zijn. De portofoons staan in de oplader en ik zoek er een oortje bij. Nu ik ‘nieuwe’ gehoorapparaten heb is het even uitproberen hoe dit werkt. Inmiddels is ook mijn stagiaire er en de bezemwagenchauffeur. Met de laatste heb ik al heel wat ritjes gemaakt.

Met de andere vooroprijder zoeken we het gele hesje en het tasje van de portofoon op. “Doen we een vetleren jas aan”, vraagt hij mij. “Nee”, antwoord ik, “het valt wel mee.” Maar als we even later naar buiten stappen hoost het nog steeds. Toch maar een jasje opzoeken.

Inmiddels is de groep gearriveerd. De meeste in een bloesje of T-shirt. De regen laat zich niet kennen en valt recht naar beneden. Het zijn allemaal bekenden van mij. Zij komen uit mijn woondorp. Een van de mannen heeft een 60+ button op. Duidelijk het feestvarken. Nog even wachten op nog een broer met partner voordat men naar binnen gaat. Die komen van veel verder weg en zijn tot op de laatste draad van hun kleding nat. Ze hebben gelukkig een verschoning bij zich.

Als de groep naar binnen gaat is het ook voor hen eerst verplicht handen gellen. Wij, begeleiders nemen de laatste instructies door.

Buiten weet Pluvius nog van geen ophouden. We doen het welkomstwoordje en men mag een leren jas uitzoeken. Bont wordt afgeraden i.v.m. de regen. Het duurt even voor men een goed sluitende jas heeft gevonden. Dan een klinisch haarnetje over de krullenbol en een helm. Men is klaar voor de rit.

Een verjaardag vieren moet worden vastgelegd. Veelvuldig gaat het telefoonhoesje open. Een foto en nog een en een filmpje. Nog even de technische uitleg en een groepsfoto en dan kunnen we op weg.

Na een oefenrondje blijkt dat er twee solexen kuren hebben. Van een doet de gashandel het niet, bij een ander moet men de remmen zover in knijpen en dan nog stopt de solex niet. We ruilen ze om. Dan gaan we op weg. Eerst nog wat rustig, dan wat meer gas. Echter de laatste solexberijdster blijft te ver achter, is het de lef niet hebben, of wil de solex niet. Ik krijg een berichtje vanuit de bezemwagen dat het gat te groot wordt. Het is knijpen in de remmen en met een gangetje van 24/25 km hobbelen we het Westland in, op weg naar de brasserie de Bosrand.

Er hangt een leuk sfeertje in de groep en ik heb alle tijd om mijn stagiaire wegwijs te maken. Hij kent de wegen die we berijden niet. Voor hem is het dus opletten en opslaan waar we links- en rechtsaf gaan.

Aangekomen bij de Bosrand komen we een solexgroep tegen die voor ons is gestart. Zij zitten buiten. Ons gezelschap krijgt een eigen kamer. De Tuinkamer, het is net het programma Bed & breakfast van omroep Max. Op deze locatie wordt verwacht dat je even helpt met het uitserveren van koffie, thee en wat lekkers. Dat doen we dan ook.

Na twintig minuten is het tijd voor vertrek. Rijdend langs de nieuwe Waterweg varen grote zeeschepen ons tegemoet. Ik weet niet of het het gezelschap is opgevallen. Nu kunnen we wat meer vaart maken. Een recht lang stuk, dus open dat gas. Ik word echter al snel terug gefloten. “Er valt een gat, Aad”, geeft de bezemkar door. De paarden van Manege “De Nieuwe Oranjehoeve” die langs de dijk lopen, hebben het niet op onze ‘monsters’. Ze slaan in galop en rennen zo hard als ze kunnen voor ons uit. Het zijn beelden die je soms ook ziet bij een Tour de France, waar paarden voor het peloton uit galopperen.

We rijden langs het bedrijf van Sjaak van Schie met hoogwaardige Hydrangea’s en buigen links af richting de Maasdijk. Op weg naar hoeve Bouwlust.

Opnieuw komen we een solexgroep tegen. De begeleider steekt zijn hand uit als we langsrijden, ik tik ‘m aan. Hier maak ik een kapitale fout, dit mag helemaal niet in Coronatijd, maar met de elleboog had het gegarandeerd mislukt.

Als we op het Gaagpad rijden vindt er een wissel plaats. Een van de solexen heeft er geen zin meer in. De bezemwagen is niet voor niets meegenomen. Achterop het karretje staan twee reserve mobielen, daar wordt er een van omgeruild. Na even een korte stop kunnen we verder.

Bij hoeve Bouwlust aangekomen hebben we bekijks. Gasten die hier op de camping logeren willen weten wat dit voor voertuigen zijn. Het zijn Engelsen, die kennen dit mobiel kennelijk niet.

Buiten wordt het drankje genuttigd en ja het mag een biertje of wijntje zijn. Dan komen de ongemakken ter spraken van de solex. Ze zijn te laag, het zadel doet zeer aan je kont, je krijgt er vieze handen van. “Ja”, zegt een uit de groep, “er moet altijd iets te zeiken zijn.”

Ook hier na twintig minuten op stap voor het laatste eindje. Terug naar ons woondorp. We kachelen over de Zouteveenseweg richting Keenenburgweg. Bij de valbrug, waarom valbrug en geen ophaalbrug?, buigen we linksaf, op weg naar onze thuisbasis.

Op een paar kleine spetters na hebben zijn we droog overgekomen. De groep heeft het naar de zin gehad. Nog een laatste foto en dan terug naar de garderobe om de jassen terug te hangen. Er wordt een diploma uitgereikt, die gaat naar de jarige. Afgesproken werk?

We nemen afscheid van de familie, ruimen de solexen weer netjes in de opslag. De kapotte mobielen gaan direct de reparatieafdeling in. Dan zit het er op.

Zoals gewoon komen we nog even bij elkaar in de bedrijfskantine. Dan zegt één van de jonge medewerkers: “Hé Aad, mag jij hier wel werken? Behoor jij niet tot de risicogroepen.” Even schrik ik er van. “Schei uit, man, ik ben pas 61”, lieg ik. “Oh”, zegt hij, “ik dacht dat je al over de 70 was.” Een mooi compliment. Ik heb er overigens later best van geslapen.

Wanneer ik naar buiten ga is het nog één keer de handen gellen. Ik zoek naar de pepermuntjes die altijd op de piano staan, ze zijn kennelijk al opgegeten, of mag dat ook niet in Corona. Het was een leuke maar geen spectaculaire rit. Ook wel eens leuk.

428. Voorleesexpress een mooi project

Het zit er jammer genoeg bijna op. Na 20 keer bij mijn voorleesknulletjes te zijn geweest moet ik afscheid nemen. Het zijn geen twintig weken geweest. Het Covid-19 virus heeft mij lange tijd bij mijn gezin vandaan gehouden. Ik vond het jammer, maar moest ook de RIVM-regels in acht nemen. Nu na de twintigste keer komt er een eind aan de voorleessessies.

In oktober 2019 krijg ik mijn huidig gezin toegewezen. Vader van Kantonese afkomst, maar geboren in Nederland, moeder uit China en twee jongetjes van 8 en 6 jaar oud. Via de website zie ik hun namen. Puur Chinees.

Voorafgaand aan de eerste sessie ga ik bij hen op bezoek. Een eerste kennismaking. Het voelt direct goed. Hier wil ik mijn twintig weken wel aan spenderen. Ik spreek af om de week erop voor de eerste keer langs te komen. Ik houd van structuur en ga voortaan op donderdag om 19:00 uur bij hen langs.

Nu nog boeken zoeken die bij hen passen. Ik heb geen idee en probeer het met de boeken die ik eerder las bij mijn vorig gezin. Die kids waren wat jonger, maar toch. Ik probeer het gewoon.

Bij de eerste sessie is het voornamelijk zelf voorlezen. De kinderen zitten links en rechts van mij. Vader en moeder sluiten daarbij aan. De jongste van de twee leest alleen letters, de oudste doet het wat beter, maar het houdt niet echt over. Na korte tijd merk ik al een flinke vooruitgang. De oudste van de twee heeft altijd haast met lezen. Hij gunt zich geen rust. Punten, komma’s en vraagtekens worden overgeslagen. Steeds opnieuw probeer ik hem af te remmen, maar mijn rem is niet de zijne. Tot aan de laatste sessie vliegt hij over de woorden en zinnen heen. Wel is er progressie m.b.t. de intonatie. Daar hebben we grote stappen gemaakt.

Ter afwisseling doen we de letterdobbelsteen. ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet’, beginnend met de letter die boven ligt. De meest fantastische woorden maken de jongens. Ze plakken woorden gewoon aan elkaar om er iets leuks van te maken. Uiteraard doen papa en mama mee.

De jongste van de twee gaat naar gelang ik meer ben geweest steeds beter lezen. Het vingertje gaat onder de letters en woorden vandaan. Hij leest nu achter elkaar door. Ik nam boekjes mee van Rian Visser, fictie en geënt op een computerspel. Dat heeft zijn volle aandacht. Eerst het plaatje kijken op de pagina dan de zinnen lezen.

Bij de familie voel ik me helemaal thuis, soms wordt het langer dan een uurtje voorlezen. Als de kids naar bed zijn vertelt men me over tradities en gebruiken en hun cultuur. Er komt een biertje aan te pas.

Wat ik ook merk is dat er wel gescoord moet worden. Ik volg het programma op tv over de Chinese droom. Ik kom dit hier ook tegen. Gaan voor het hoogste. Naast de Nederlandse lagere school doen de jongens ook de Chinese school. Fijn als ze naar China op vakantie gaan, dan kunnen ze met oma en opa mee praten. Soms krijg ik een filmpje in het Chinees, dat heeft men dan opgenomen. Ik versta er niets van en maak er een opmerking over als ik weer bij hen kom om voor te lezen.

De Coronatijd breekt aan. Er is geen bezoek mogelijk. Men is angstig en soms proef ik dat er wat spanning is. Zij zijn van Chinese afkomst en Chinezen hebben het virus binnengebracht, zo wordt gezegd. Ik heb dat helemaal niet, al respecteer ik dat een bezoek nu even niet mogelijk is. Men is ook geïnteresseerd in hoe het met mij gaat. Op mijn verjaardag midden in Coronatijd wordt er een mooie bos bloemen bezorgd. We hebben bijna wekelijks contact met elkaar, ook tijdens de intelligente lockdown. Na zeven weken probeer ik het weer. Alleen een bezoekje, nog geen voorlezen. De jongens kijken uit naar mijn komst, evenals hun ouders. De ouders werken inmiddels al langere tijd thuis, er werd niet gelezen of voorgelezen, begrijp ik, als ik hen weer zie. We zitten nu nog buiten en op anderhalve meter. De week erop ga ik weer, “maar alleen als jij het ziet zitten”, geeft moeder mij mee. Dat doe ik. Zij zijn zeer voorzichtig met mij.

Nog zes sessies te gaan dan ronden we af. “Je blijft toch wel komen”, vraagt moeder. De band is goed gebleven en ik merk dat, ondanks dat er niets aan het lezen is gedaan, er progressie zit in het lezen. Zowel de oudste als de jongste hebben het te pakken. Het is te hopen dat het zich voort zet.

Nog één keer, dan is het over. “We gaan in de toekomst proberen om op die donderdagavond een uurtje te lezen”, zegt moeder. Een nobel streven. Ik hoop ook dat het gaat gebeuren.

Ik maak thuis de diploma’s in orde die ze krijgen uitgereikt als ik dit voorleesproject afrond.

Met veel plezier heb ik meer dan een half jaar mijn tijd gespendeerd aan dit gezin. Ik heb er genegenheid aangetroffen, hartelijkheid en ik ben altijd welkom geweest. Een mooiere afsluiting kan ik er niet aan geven. Ik wens hen succes en hoop dat men het voorleesproject een vervolg gaat geven. Leuk dat ik bij hen mijn tijd mocht geven.

427. Plasmaferese geven in Coronatijd

Na lange tijd was ik weer welkom bij de bloedbank, bekend onder de naam Sanquin. De coronaperikelen hebben een aantal keren roet in het eten gegooid. De afspraken werden tot driemaal afgezegd. Ik begrijp, veiligheid voor alles en dat hebben ze bij Sanquin ook goed begrepen.

Op 18 mei 2020 word ik wederom verwacht om plasmaferese te komen geven. Een toch wat onhandig tijdstip kwam ik achter. In Coronatijd gaan de dekens iets later van het bed en eet je dus ook wat later. Wanneer je dan om 12:40 uur moet komen opdraven en ook nog wat gegeten moet hebben, zit dat dicht op elkaar.

Om even over twaalf, om half twaalf wederom gegeten, fiets ik richting de Kleveringweg. De bloedafname is uit het industrieterrein Leeuwenstein verhuisd naar een nieuwe locatie. Toch gauw zo’n 20 minuten verder weg. Ik heb wel eens overwogen om met dat argument te stoppen. Maar ik weet ook de meerwaarde van het doneren en dat heeft het toch uiteindelijk gewonnen.

Ik heb me wat misrekend in de tijd, waardoor ik stevig door moet trappen om er op tijd te zijn. Te vroeg aankomen heeft geen zin, want, mijn inschatting, je mag toch niet eerder naar binnen in verband met de RIVM-maatregelen.

Aangekomen op de locatie, merk ik dat ik wat hijg. Toch te stevig doorgetrapt? Eenmaal door de eerste deur word ik al direct geconfronteerd met de schoonmaakhysterie. “Meneer wilt u uw handen wassen”, vraagt het meiske in het wit achter de tafel. Het is meer het insmeren met een handgel. “Moet ik mijn ringen niet af”, vraag ik het meisje. Ze weet er geen antwoord op. Nou is het afdoen van mijn trouwring zo-ie-zo altijd een crime en zou ook echt niet gaan. “Heeft u uw pas”, vraagt het meisje. Ik vertel haar dat ik iets moet openen op mijn telefoon. “Nee, een pas is goed.” Oké. Ik haal mijn pas tevoorschijn waarna ze een nieuw kaartje maakt. Er komt een stortvloed aan vragen op mij af. Heb ik een druipneus, hoest ik veel, heb ik koorts gehad, snotter ik, ben ik bij de huisarts geweest, ben ik in mijn omgeving met Corona in aanraking gekomen? De vragen gaan snel, het antwoord ‘nee’ ook.

Ik krijg het kaartje mee waarmee ik me moet melden. Bij de aanmeldbalie allemaal tape op anderhalve meter. Een perspex scherm voor de medewerkster. Er is één kandidaat voor mij. Ik houd afstand. Eenmaal aan de beurt moet ik mijn legitimatie tonen. Daarna het vragenformulier invullen en wachten tot ik word opgeroepen te doneren. Ik pak uiteraard een pen uit het plastic om het formulier in te vullen. Veiligheid voor alles. Even overweeg ik om deze pen mee te nemen. Maar ik heb al zoveel pennen.

Even een tussenstapje. Sinds kort geeft Sanquin een puzzel uit van Jan van Haasteren. Als fervent puzzelaar en verzamelaar natuurlijk een must om die op te halen, als ik er voor de 91e keer kom en er naar vraag, krijg ik ‘nee’ op het rekest. Je kunt alleen voor de puzzel kiezen als je het aantal hebt gehaald dat door 10 kan worden gedeeld. Dat betekent dus nog 10 keer doneren. Wanneer ik voor de 92e keer kom probeer ik het opnieuw, maar regels zijn regels. Nee, dus. Omdat een dorpsgenote weet dat wij echte verzamelaars zijn besluit zij bij haar deelgetal voor de puzzel te kiezen. De dag na het bloed geven staat ze bij ons voor de deur. In een keurig Sanquintasje zit de puzzel. We worden er door overdonderd. Hoe lief is dat. En nee, ze heeft niet voor die roze koek gekozen. Dat is niet tegen dovemansoren gezegd. Mijn echtgenote vult het tasje opnieuw maar nu met lekkers, en uiteraard roze koeken. Ze zet het tasje bij haar in de gang als de deur open staat en vertrekt snel.

Ik neem plaats op een van de vrijstaande stoelen voor de medische keuring. Bij binnenkomst moet ik wederom mijn handen wassen. Hier kom ik de eerste keer een keurende vrouw tegen met een mondkapje. Sommige dingen moet ze twee keer zeggen. Als ik de band om mijn arm krijg en de bloeddruk wordt gemeten is de bovendruk aan de hoge kant. Maar dat is ie altijd. Mijn hart voel ik echter flink kloppen en dat is minder. Het blijft kennelijk binnen de marges, waardoor ik toch de medische keuring goed heb doorstaan. Ik mag door voor de volgende ronde en plaatsnemen in de wachtruimte.

Wanneer ik word opgeroepen om te doneren, moet ik opnieuw mijn handen wassen. Met handzeep of gel, dat maakt niet uit. Ik loop met de donatiezuster mee.

Als ik me heb gesetteld op de ligbank, komt men met de naald. Dat gaat niet helemaal zoals ik gewend ben. Overigens doet prikken mij helemaal niets meer, als je zoveel keer een naald in je arm hebt gehad. Waar ik in mijn militaire diensttijd al onder de tafel lag voordat ik de naald had gezien, is dat inmiddels ver verleden tijd. Omdat er geen bloed gaat vloeien vraagt de prikster om assistentie. Ook deze kan, ondanks wat peuren, geen bloed uit mijn arm krijgen. Een andere medewerkster trekt de naald wat terug en steekt hem schuin weg en dan, ja hoor, het bloed gaat stromen. “Wil je even een foto maken”, vraag ik aan de prikster. Dat gaat haar goed af en terwijl ik doneer plaats ik de foto op mijn Facebook en Twitter. Omdat er een prachtige wand van Delft is geplakt achter mij op de muur lijkt het alsof ik midden op de markt in Delft doneer. Dat vraagt een van mijn lezers dan ook. “Lig je buiten, Aad”.

Ik krijg het pressballetje in mijn handen gedrukt. En terwijl ik in de rondte kijk zie ik dat er bij de overige donoren een plastic zakje omheen is gevoegd. “Moet ik dat niet”, vraag ik aan de prikster. “Oh, ja, natuurlijk”, antwoordt ze me. Ze haalt een plastic zakje en schuift deze om het balletje heen. In de tussentijd word ik voorzien van een beker water. De verzorging is er altijd prima.

Terwijl ik ontspannen rondkijk wat en wie er zijn, zie ik de donatiepriksters regelmatig hannesen met hun mondkapje. Een van hen begint een verhaal tegen me en vraagt of ik nog huwelijken heb te doen. Persoonlijk, dat is men bij Sanquin. Eenmaal een verhaal vertelt en men weet het nog. Ik moet wel opletten, want een gehoorbeperking en een mondkapje gaan niet echt lekker samen. Even later komen er twee zusje binnen. Jong nog. Ik ken ze en zij kennen mij. Ik ontvang van beiden een brede glimlach. Ze geven bloed. Hoe mooi, ook voor jonge mensen is er plek.

Na 49 minuten heb ik mijn donatie van plasmaferese weer waar gemaakt. Een vrouw die veel later kwam dan ik is veel eerder klaar. Ik vraag haar of ze de avond vooraf een borreltje heeft gedronken. “Ik heb dun bloed”, zegt ze. Later blijkt dat ze veel minder geeft dan dat ik doe.

Wanneer ik mag worden ‘losgekoppeld’, komt de zuster die mij zo’n 15 jaar geleden flink te pakken heeft gehad door bij het prikken ook mijn spier een optater te geven. Ze weet het nog en ik ook. Maar geen rancune, het blijft handwerk. Maar wel leuk dat ze deze gebeurtenis voor altijd in zich heeft opgenomen.

Wanneer ik weg wil lopen om mijn gescoorde roze koek en een kopje koffie op te halen, word ik terug geroepen. “Wilt u eerst uw handen even wassen”, voegt prikster mij toe. Natuurlijk.

In de bijkomhoek, kies ik uiteraard voor mijn roze koek, het is dat waar de bloedbank zo bekend om staat. Nog even een boekje doorbladeren en dan ga ik weer. De afspraak voor de volgende keer staat in mijn agenda. “Dag meneer Van Meurs”, zegt een prikster die ik tegenkom als ik wegloop. Dat verbaast me. Waar kent ze me van? “U bent toch de vader van”, volgt er, als ik haar verbaast aankijk.

Terwijl ik weer in de sluis terechtkom om het gebouw te verlaten, mag ik de deur niet uit voordat ik mijn handen heb gewassen met gel. Ik krijg er gewoon zachte handen van. Maar ook hier veiligheid voor alles.

Over zes weken mag ik weer. Ik ben benieuwd hoe het er dan aan toe gaat. Ik hoop niet dat ze de afspraak afzeggen, zoals dat tot driemaal was gebeurd met de donatie van vandaag. Met een goed gevoel, fiets ik Delft door, toch weer 820ml (inclusief tien procent antistollingsmiddel) lichter geworden. Het wordt tijd voor afvallen, de Coronakilo’s gaan me in de weg zitten.

426. De Zonnebloem in Coronatijd

“Zullen we nog eens iets leuks organiseren”. Ik ontvang een Whatsappje van mede-Zonnebloemvrijwilliger Aad. “Ik heb een idee om op Bevrijdingsdag cupcakes te bezorgen bij onze gasten”, schrijft hij mij. Ik vraag hem of het goed is als ik die avond even bij hem langs mag komen om e.e.a. te bespreken. Er is immers een lockdown. Het is in orde. Na lange tijd weer eens een ander contact dan met alleen mijn eigen lief. We fietsen er samen die avond naar toe.

Ik laat mijn ideeën die middag de vrije loop en besluit om een quiz in elkaar te zetten. Vragen die voor eenieder te maken zijn. Het moet voor iedereen een leuke bezigheid zijn. Ik ga er direct mee aan de slag. 50 vragen worden het. Met als afsluiting drie woorden waar men weer woorden uit moet halen met samengestelde letters uit die woorden. De woorden zijn: Zonnebloem – Corona – Thuisblijven. Toepasselijk. Daar kan men mee aan de slag.

Die avond brainstormen we hoe het te organiseren, zodat er zo min mogelijk contact is. Het moet duidelijk omschreven worden, wat mag en niet mag, maar ook wat kan en niet kan. Alles zo veilig mogelijk.

Besloten wordt om iedereen winnaar te maken door een presentje af te geven op 5 mei, een dag die zeker het gros van onze mensen koestert. Vaak ook zelf de oorlogsjaren heeft meegemaakt. Dat doet ze vast goed.

Die avond worden er spijkers met koppen geslagen. Aad, mijn Whatsapper gaat de volgende dag bij de plaatselijke bakker, Hoek, langs om Zonnebloemchocolaatjes te bestellen. We draaien een lijst uit van de website van de afdeling, de e-mail wordt in elkaar geflanst, maar er moet ook nog toestemming komen van de man van de centen. Die is direct enthousiast. De volgende dag staat alles als een huis. Alle vrijwilligers hebben de mail in hun digitale brievenbus. Ze moeten echter nog wel de bijlage uitprinten en even rondbrengen. Al vrij snel komen er allerlei leuke reacties los. Gasten hebben met hun kinderen en kleinkinderen aan de puzzel gezeten, hoe en op welke manier, dat weet ik niet. Hier en daar is vast een pc of tablet opgestart. Anderen doen het gewoon uit het blote hoofd.

Op 4 mei worden bij andere Aad de traktaties opgehaald. Hij heeft er met zijn eega een lieve kaart bij gemaakt. Dan op 5 mei worden de ingevulde formulieren weer verzameld. Opnieuw een contactmoment met de gasten. Wel op 1,5 meter. Men lost het creatief op. Een groot aantal formulieren komt terug. Er zit creativiteit in. Zowel in de antwoorden op de vragen als het maken van de woordjes uit de drie woorden. Creatief als je vraagt wat de kleinste fluit is, waarbij je als samensteller denkt aan het muziekinstrument de piccolo, en men scheidsrechtersfluit invult. Als je vraagt waar je aan denkt bij de letters AH en je krijgt dan als antwoord, ‘let op de kleintjes’, of ‘Buckers‘, onze plaatselijke retailer. Bij het maken van de woordjes heeft een van de deelnemers niet genoeg aan het voorgedrukte vakkenvel en plakt er een vel aan vast. Ze komt tot over de 200 woordjes.

De jury, bestaande uit Aad en Aad, denkt creatief mee, met de beantwoording. Ook bovenstaande antwoorden zijn goed. Als je vraagt wat is een dier met zwart/witte strepen en men antwoordt, das, dan is dat ook goed. Er zijn er echter maar drie die alle antwoorden goed hebben. Zij ontvangen een plantenbon bij Langelaan, de plaatselijke bloemist. Ook degene met de meeste woorden ontvangt zo’n bon.

Een leuke activiteit die niet veel heeft gekost. Maar de leuke reacties maken zoveel goed. Eind juni organiseren we weer een activiteit. Zo laten we de Zonnebloemgast niet in de steek. Er is zoveel meer mogelijk bij de Zonnebloem. En niet alleen de gast heeft er plezier in, ook de Zonnebloemvrijwilliger zet er met een lach de schouders onder. Het was weer TOP. Met dank aan onze vrijwilligers.

425. Buitenspelen, waar kan het nog?

Waar is de tijd gebleven, dat je op het Koningin Julianaplein in Den Hoorn nog kon voetballen. Jassen werden neergelegd als ‘doelpalen’. Er stonden nog slechts weinig bomen op het plein. Voor schooltijd nog even een balletje trappen. Je ging vroegtijdig naar school, behalve op dinsdag en vrijdag dan luidde de klok van de kerk en moest je netjes in de kerkbank zitten.

Op het plein worden twee teams gemaakt. Met ‘poten’ zoals men dat noemt worden de teams samengesteld. Poten, het is typisch iets wat je niet kan uitleggen aan mensen die het nooit gedaan hebben. Ik ga het toch proberen. Twee mensen, naar mijn idee meest jongens, uit de groep worden als aanvoerders aangewezen. Meestal zijn dat de beste voetballers. Ze gaan op een willekeurig afstandje van elkaar staan. Dan zet je om de beurt je ene voet voor je andere voet, hak tegen neus. Totdat de voet van de ene persoon bovenop de voet van de andere drukt. Je mag ook halve ‘poten’ gebruiken, daarbij wordt alleen de voorkant van de neus tegen de schoen gezet of haaks op de andere. Van tevoren heb je afgesproken wie er dan als eerst mag kiezen. Uit de aanwezige wordt één voor één een speler gekozen die aan het team wordt toegevoegd. Niet zelden behoor ik tot de laatst gekozenen. De beste spelers worden als eerst toegevoegd aan het team. Mijn voetbalkwaliteiten liggen niet zo hoog. Zonder scheidsrechter worden de wedstrijden gespeeld totdat de bel gaat van school. Dan is het afgelopen, of… tussen de ochtend en middaglessen gaat men verder met dezelfde teams. Nu is het niet meer mogelijk door de herinrichting van het plein.

Aan het plein woont politieagent Nuijten. Het mag niet gebeuren dat de bal in zijn tuin terecht komt, dan wordt de bal ingenomen en is de wedstrijd ten einde.

Het plein wordt ook gebruikt voor de spelen op 30 april bij de verjaardag van koningin Juliana. Touwtrekken, touwtje springen, hoepelen, ringsteken, paalklimmen. Het is er allemaal niet meer. De vakantieschool organiseert er een activiteitendag. Nu zijn het de volwassenen, voornamelijk ouderen, die nog het speelse jeu de boules spelen.

Ik kan me ook nog het bezoek van Koningin Juliana herinneren. Zij bezocht op 27 januari 1961 het Westland met een tussenstop in Den Hoorn bij het naar haar vernoemde plein. De Hoornse bevolking stond op het plein te wachten tot de koningin arriveerde. Op school hebben we een lied ingestudeerd dat ten gehore wordt gebracht.

Terug naar spelen op straat. Waar gebeurt het nog? Tikkertje, bussietrap, verstoppertje, stoeprandje gooien, cowboytje spel, maar ook knikkeren, of met de ring van een éénruiter tussen de voeten in een touw opdraaien en laten schieten.

Er wordt vaak gesproken over het feit dat de jeugd niet meer naar buiten gaat om te spelen, maar waar is het nog mogelijk? Een lekker pleintje om even te voetballen is er niet. De verkeersdrukte is enorm toegenomen, straten om te spelen zijn er niet of nauwelijks. Op pleinen en speelplaatsen worden een wipkip, wipolifant neergezet. Een glijbaan met rubber tegels of een huisje van hout. Plekken waar oudere jeugd de gelegenheid krijgt om hun blowtje te nemen, een spuit te zetten en de rotzooi niet opruimt.

Een waterspeeltuin is de uitvinding. Een prachtig initiatief van kinderen om een plan in te dienen bij onze gemeente. Nog mooier is dat de gemeente het initiatief heeft overgenomen en een prachtige natuurspeeltuin heeft aangelegd. Naast de voetbalvelden in Schipluiden ligt zo’n natuurspeeltuin. Ik reed er al een paar keer langs om te zien hoe de jeugd lekker kleddert in de bagger, zich lekker kan uitleven in de buitenlucht. Helaas je ziet er zelden iemand.

Terug in de tijd. In de zomermaanden speelden we met hele families uit de Looksingel en Hof van Delftstraat balletje trap of bussietrap op het Berkenpleintje. Het pleintje dat is ingesloten door de zojuist genoemde straten. Nog even na het eten naar buiten om de bal of het busje zover mogelijk weg te trappen en je te verstoppen. Is er nog gelegenheid voor, vraag ik me af, of worden woningen zo gebouwd dat ze direct aan de weg worden gebouwd en er geen plek is achter de huizen, zoals dat bij ons was.

Ik weet het verkeer is toegenomen en de auto’s moeten ook ergens blijven, maar wat een mooie tijd was. Soms hunker ik er naar terug. Nee, niet op mijn huidige leeftijd, maar de leeftijd van toen. Waar je naast het spelen rondom het huis, de polder in trok om te gaan slootje springen. Boeven in de dan te bouwen woningen. Klimmen in de skeletten die er van de huizen staan. Het is niet meer mogelijk. En dan, je moet je toch vermaken, ga je gamen, zit je hele dagen achter een playstation en kijken je ouders je toch naar buiten. Maar buiten is niks. Nee spelen buiten of op straat is zo goed als niet meer mogelijk.

424. Minibieb en geocache

Al een aantal jaar staat er een minibieb bij ons voor de deur. Doordat mijn lief bij een Kringloopwinkel actief is, heeft ze regelmatig papieren boeken. Dat komt daardoor dan weer heel goed uit. De voorraad in de Kringloopwinkel is vaak zo groot dat de plaatselijke voetbalvereniging er erg blij mee is als ze in de papiercontainer worden gedumpt. Om de minibieb dus regelmatig van een nieuwe voorraad te voorzien neemt ze boeken mee die klaar staan om te worden weggegooid. Soms zelfs zet men een hele doos of tas voor de deur, of zoals laatst: je stuurt je dochter de wijk in met veel kookboeken en dumpt die in het kastje.

Sinds het uitbreken van Corona is het drukker dan druk. De bibliotheken zijn gesloten en wel zijn er digitaal wat mogelijkheden, maar nog altijd zijn er mensen die fysiek een exemplaar in handen wil hebben. En wij hebben er genoeg. Ook vandaag was het druk bij de minibieb. Er wordt kennelijk, nu veel meer mensen thuis zijn, meer gelezen. Hele gezinnen graaien in de minibieb. Ze staan dan vaak met een telefoon voor het huisje en zoeken ook naast het huisje. Dat kan niet voor een boek zijn. Het huisje wordt bevoeld, van onderen, onder het dak en er langs heen. Dat zijn geen lezers maar zoekers. Soms zoekt men in de struiken er rondom heen. Wat is er aan de hand met onze minibieb. Naast boeken bevindt zich er ook een geocache in. Een enthousiaste geocacher heeft een ‘schat’ geplaatst in onze minibieb. Wel met onze toestemming overigens.

Wat is geocaching. Een hobby die vaak uit loopt op een verslaving. Geocaching is een wereldwijd zoeken naar schatten waar de digitale en de real world elkaar tegenkomen. Vakantiegangers nemen hun GPS mee om ook op het vakantieadres te zoeken. Geocachen is een schatzoektocht op basis van GPS coördinaten. Via deze coördinaten en je GPS (of smartphone) kan je aan de slag gaan met geocachen. Je weet niet wat de schat is of waar hij zich exact bevindt. Naar waar je op zoek gaat tijdens het geocachen is dus steeds een raadsel, en dat is juist het leuke van deze mooie buitensport. En het mooie weer werkt natuurlijk nu geweldig mee. Uiteraard krijg je wel wat hulp via zaken die in de geocache listing staan zoals de geocache grootte, de geocache attributen en sommige geocache-beheerders kiezen ervoor om een hint mee te geven die in Geocaching geheimschrift (ROT13) op de website staat.

Het is bij ons een komen en gaan. Boeken worden gevoeld en doorgebladerd om het logboek te vinden. Een prachtig gezicht.

Wanneer ik voor het raam zit te werken kijkt men regelmatig mijn kant uit. In de omschrijving staat zo’n hint dat tegenover de minibieb een bekende Schipluidense blogger woont. Dan wil men weten of ik dat ben en waarover ik dan schrijf. Men komt zelfs vragen of ik ook vlog. Maar soms ook tikt men op het raam omdat men de geocache niet kan vinden. Ik help hen niet, want dat is niet de sport. Ik zeg alleen dat men goed zit. Een enkele keer zie ik mensen onverrichter zaken omdraaien en vertrekken. Soms komt men later terug met een apparaatje in handen om de coördinaten opnieuw vast te stellen.

Zo af en toe start ik mijn geocache-app op mijn telefoon op. Ik kan hem namelijk ook volgen. Even lezen wat men zoal schrijft over de cache. ‘Makkelijk’, ‘voorspelbaar’, ‘leuk gevonden’. Zomaar wat kreten, maar ook in het logboekje dat is verstopt in een boekje kom ik teksten tegen: een stempeltje, een datum, een woonplaats of land. Want ook dat laatste is leuk als blijkt dat er een Canadees, een Franse gast en een Duitser in ons kastje heeft gezocht. Een enkele keer neemt men een boek uit de minibieb mee, dat mag want daar is de minibieb voor bedoeld. De geocache is voor ons bijzaak, maar wel een leuke.

Sinds afgelopen woensdag echter heeft men de cache ‘gejat’ of misschien geleend en vergeten om hem terug te zetten. Misschien zelfs een kwajongensstreek. Op het boekje staat een tekst dat het deel uit maakt van een spel en dat men het boekje moet laten staan. Je kunt niet om de tekst heen. Dat moet dus ook zijn aangekomen bij degene die het kennelijk leuk heeft gevonden om het boekje mee te nemen. Nou is ie vervangbaar, maar het logboekje wat er in zit is niet vervangbaar en ook verdwenen en dat is bijzonder jammer, zeg maar treurig.

Ik heb nog even contact opgenomen met degene die als laatste iets heeft gepost. Maar ook van die kant alleen de mededeling dat zij de geocache netjes heeft teruggezet. Ik geloof dat, want de ene geocacher ‘naait’ de andere niet.

De geocache is nu op off-line gezet. Er moet een nieuwe schat in het kastje komen. Ik heb de eigenaar al geïnformeerd. Het wachten is dus op een nieuw exemplaar. Even geen gluren tussen de gordijnen wat voor iemand er nu weer komt zoeken. Even geen extra bezoekers in de straat. Maar de eigenaar kennende is het snel weer opgelost.

423. Een dag uit het leven van…

Wat een prachtig weer is het. Dat past eigenlijk helemaal niet met wat er op dit moment over de wereld raast, het Coronavirus. Of misschien juist wel. Misschien is het wel juist waardoor men in de eigen tuin gaat werken, meer omkijkt naar die ander, geniet van de zon, praat met zijn/haar naasten, een boek leest waar je anders niet aan toekomt. Het geeft mij een gevoel van vakantie, maar dan in eigen tuin. Nou moet ik toegeven, ik heb al een paar jaar vakantie, dus voor mij is er weinig verschil. Voor de thuiswerker is het even anders, al kan dat misschien best in de tuin, een beetje onderuit zittend, werken, genieten van de zon, jengelende kinderen om je heen. Maar toch ook wel relaxed. Een gezelliger gezinsleven. Fijn bij elkaar. Geen baas die je opjaagt, geen woon-werkverkeer en kunnen thuiswerken als jij dat wilt.

Elke dag is hetzelfde. De wekker hoeft niet gezet. Als ik ‘s morgens wakker word is mijn lief hem alweer gepeerd. Stiekem het bed uit gestapt en vertrokken voor haar ochtendwandeling. Hoe laat ze is vertrokken, weet ik niet. Ik heb mijn gehoorversterking op het nachtkastje staan, een kanon afschieten zou me niet wakker doen schrikken. Nu ik eenmaal wakker ben ga ik er maar gelijk uit. Op mijn telefoon kan ik zien waar ze loopt. Ik ga er voor zorgen dat ze direct kan eten als ze thuiskomt.

Na het gezamenlijk ontbijt is het tijd voor de krant. Hij ligt elke ochtend al vroeg in de brievenbus, hoor ik van mijn eega. Trouw als onze bezorgster is valt rond kwart over zes het Algemeen dagblad op de mat. Het is Corona, Corona, Corona wat de klok slaat. Winkels en Corona. Voetbal en Corona. Economie en Corona. De een weet het nog beter dan de ander. Op de tv kijken we naar WNL. Ook daar niets anders dan over de pandemie. Maar ook over de goede acties die zijn opgestart. Met spanning kijk uit naar Jill  Bleiksloot, vaak de verslaggeefster ter plaatse. Ze doet het zo leuk, is spontaan en heeft zo’n lief gezicht. Dat maakt de ochtend goed.

Dan begin ik weer aan de stalletjes, of begin niet, maar ga er aan verder, want gisteren zat ik er ook al aan. De stalletjes zijn de locaties van fietsen voor mijn eten. Locaties waar men langs de weg, of bij de kleine ondernemer, maar ook de grote ondernemer in nood, zijn of haar waar aanbiedt. De database moet worden opgepoetst, meer uniformiteit en ontbrekende gegevens aanvullen. Een hele klus, waar ik mijn tanden in heb gezet, om niet meer los te laten.

Rond de klok van één is het tijd om te stoppen, het is lunchtijd. De stoelen gaan naar buiten en daar eten we. Ik heb besloten om er de middag te blijven zitten. Lekker in het zonnetje. Ik lees een boek, een zeldzaamheid, want ik houd niet van lezen.

Ik geniet volop in de tuin. Terwijl ik het boek ter hand neem, komt er een kleine pimpelmees aanvliegen. Hij landt op de rand van de schutting. Hij is zoekend, zoekend naar een huisje waar hij zijn nestje in kan bouwen. Ik zie en hoor het. Schril fluit hij zijn wederhelft. Dat gaat niet fluisterend, maar met een behoorlijk volume. Zijn keeltje zet zich op. Het klinkt schel in mijn oren en wordt ook nog eens ondersteund, door mijn versterkertjes. Hij schreeuwt het uit alsof hij zeggen wil, ik heb het gevonden. Even later hoor ik in de verte een antwoord. Eenzelfde riedel, maar dan zachter. De wederhelft antwoordt. Ze hebben elkaar blijkbaar gevonden. En het duurt dan ook niet lang of ook de andere mees komt aangevlogen. Ook hij of zij landt op de smalle rand van de schutting. Met hun snelle kopbewegingen kijken ze naar het kastje dat aan de schutting hangt. Wordt het akkoord bevonden? Ze houden even geen rekening met de social distance die is opgelegd

Beiden vliegen weg. Opnieuw geen mezennestje in de tuin? Even later komt één van de twee terug. Hij landt opnieuw op de schuttingrand en tript naar het groene huisje. Met een korte draai vliegt hij recht voor het gat van het mezenhokje. Hij kan er maar net aan in. Er wordt getrommeld in het hokje, met zijn snaveltje is hij kennelijk aan de grote schoonmaak. Een kat in de tuin verstoort het liefdesverhaal. Terwijl ze beiden binnen zitten, voelen ze het kennelijk aan. Een voor een vliegen ze weg. Ik heb ze niet meer terug gezien. Zelfs dat mag dus niet. Dus weet u een mezenfamilie die onderdak zoekt, er is een woning over aan de schutting in onze tuin.

Ik verdiep me in het boek. Het boek van Ove. Een man die Ove heet, zo heet het boek. Een kerel die van chagrijn aan elkaar hangt. Ach, het leest lekker makkelijk weg.

We drinken een kopje thee, leggen af en toe een puzzelstukje aan in een Jan van Haasterenpuzzel, Roller Disco, lezen wat om daarna aan het avondeten te gaan beginnen.

‘s Avonds geen sporten, geen vergaderingen, geen andere activiteiten. Er is een persconferentie van Mark Rutte, daar gaan we even voor zitten. Overschakelen naar Goede tijden, voor vrouwlief. Ik heb er niks mee. Nog even een stalletje invoeren. We kijken nog wat tv. Gaan op tijd naar bed. Welke dag is het eigenlijk. Ik weet het niet meer. Dagen achtereen die hetzelfde zijn. Hoe lang gaat het nog duren? Het is voor het goede doel, heeft Mark gezegd. Want samen, ja samen gaan we Corona te lijf. Ik wens je sterkte de komende tijd.

422. En ze noemden hem Sjef

Przemyslaw zo heet hij eigenlijk, maar dat vindt men veel te moeilijk. Przemyslaw is 36 jaar oud, komt uit Polen en is sinds twee jaar in Nederland. Hij is zijn land ontvlucht. Er is geen werk en hij voelt zich verantwoordelijk voor zijn gezin, zijn vrouw Patrycja en zijn vier kinderen. Via wat omzwervingen komt hij terecht in het Westland. Heeft daar nu zijn thuisbasis gevonden en is een gelukkig mens.

Als Peter* mensen nodig heeft voor zijn orchideeënkwekerij klampt hij zich vast aan het Turkse uitzendbureau waar hij al jaren zeer tevreden over is. Mustafa leidt de onderneming en Peter hoeft maar te kikken en hij krijgt wat hij wil. Zo komt ook Przemyslaw binnen. Een man met een paar gouden handen aan zijn lijf. Hij is leergierig en dat is wat Peter niet van elke uitzendkracht kan zeggen.

Przemyslaw kan lassen, timmeren, maar heeft ook een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Hij wijst zijn mede-landgenoten op hun plichten en is niet te beroerd om daarbij ook een grof Pools taalgebruik te bezigen. Hij voelt zich thuis bij Peters bedrijf.

Al na een drietal maanden merkt Peter dat er toch iets mis is bij Przemyslaw. Met handen en voeten bespreekt Peter wat er gaande is. Dan blijkt dat Mustafa ver onder het minimumloon uitbetaald. Dat is wat Przemyslaw steekt. Hij moet zijn gezin onderhouden, woont in Leiden, moet daar de huur betalen van een kamer en die is ook weer van Mustafa. Przemyslaw wordt er depressief van.

In het gesprek met Peter komt de tuinder er achter wat er zoal mis is aan het uitzendbureau van Mustafa. Hij gaat daarover in gesprek met de koppelbaas. Dat escaleert. Het eindigt in een potje knokken. Dat is niet wat Przemyslaw wil. Hij wordt dan aangezien tot de aanstichter van dit probleem. Wanneer hij echter ziet dat het menens is springt hij tussen de twee vechtersbazen. Hij krijgt zelfs de meeste klappen. De relatie met Mustafa en de tuinder wordt verbroken. En ook Przemyslaw komt daardoor op straat. De Pool moet ook vertrekken uit de kamer, zegt Mustafa en komt daardoor zonder onderdak. Hij slaapt op een bankje in het park en een enkele keer mag hij met een landgenoot mee en heeft hij voor een paar dagen een slaapplek. Weken struint hij bedrijven langs voor werk. Het lukt hem niet om zelfs een paar uurtjes te werken. Hij trekt tijdelijk in bij een dorpsgenoot uit Polen. Dat mag maar voor een week, dan moet hij weg.

Przemyslaw heeft het telefoonnummer van Peter in zijn mobiel staan en belt hem. Dat gaat niet handig, want Peter zijn Pools is net zo slecht als Przemyslaw zijn Nederlands. Ze maken uiteindelijk een afspraak om elkaar op te zoeken. Peter rijdt naar Woerden, waar Przemyslaw inmiddels verblijft.

Met Google vertaal converseren ze met elkaar. Peter geeft aan dat hij Przemyslaw graag terug wil, maar dan in loondienst. Daar voelt Przemyslaw wel wat voor. Hij moet alleen overleggen met zijn vrouw Patrycja, want het gaat betekenen dat hij zes weken in Nederland blijft en dan vier dagen naar huis komt. ‘Geef me even een paar dagen’ laat de Pool op zijn telefoon aan de tuinder zien. ‘Je hoort nog van mij’.

Twee dagen later heeft Peter een gemiste oproep in zijn telefoon staan. Het is van Przemyslaw. Hij belt hem terug. De Pool geeft aan dat hij heel graag voor Peter wil werken. Hij heeft van zijn vrouw de goedkeuring. Peter gaat aan de slag voor de benodigde papieren. Waarna de Pool aan het eind van die week bij Peter in dienst treedt.

Inmiddels heeft Przemyslaw het ontzettend naar zijn zin bij Peter. Hij begint de taal te spreken en noemt Peter altijd “chef”. Vandaar dat de Pool nu Sjef heet. Achter in de schuur heeft Przemyslaw een eigen optrekje weten te maken. Hij heeft er zijn bed, tv, koelkastje en wasmachine staan. Er is een douchegelegenheid en kleine keuken. De Pool kan zich prima bedruipen. Eten doet hij van de vrouw van Peter, ze kookt wat meer voor haar gezin, zodat hij mee kan eten. Hij houdt van zijn privacy en doet dat dan ook in zijn eigen optrekje. Op zondag eet hij mee in het gezin.

De Pool heeft inmiddels een busje gekocht. Daar rijdt hij mee langs de kringloopwinkels. Hij koopt er spullen die hij elke keer als hij naar Polen gaat meeneemt. Daar verhandelt hij de zaken weer. Przemyslaw heeft het inmiddels prima naar zijn zin en ook Peter is uiterst tevreden. Het is altijd even wennen als de Poolse medewerker weer een paar dagen naar huis is. Want op de uren let hij niet. Wat er gedaan moet worden, doet hij. Hij maakt soms dagen van twaalf uur. Peter is er een gelukkig mens van geworden.

Dan breekt het Coronavirus uit. De tuinder moet 30% van zijn handel vernietigen. Het gaat slecht in het bedrijf. Kan Przemyslaw blijven of moet hij ook weg. Een lastige beslissing voor Peter. Hij besluit om hem hier te houden. Przemyslaw zet zich nog meer in dan hij altijd al deed. Hij werkt alsof het zijn eigen bedrijf is. Alleen naar huis mag hij niet. Het wordt communiceren met het thuisfront via de laptop die Peter ter beschikking heeft gesteld. De Pool heeft er vrede mee, maar in zijn gedachte is hij toch vaak bij zijn liefde en kinderen.

Op een ochtend als Peter de kas in komt lopen is de bus van Przemyslaw verdwenen. Ook zijn verblijf is leeg. De koelkast is leeg. Hij heeft het dus voorbereid en niets gezegd.

Przemyslaw zit momenteel in Polen bij zijn gezin. Hij heeft in die twee jaar tijd voorlopig voldoende verdiend om het er even uit te houden. Of hij ooit terugkomt weet Peter niet. Hij heeft geen contact meer met hem. De telefoon die Peter hem ter beschikking heeft gesteld ligt op de tafel in het verblijf van zijn werknemer. Opnieuw een klap voor Peter, al begrijpt hij het wel. Het is afwachten of Przemyslaw ooit nog terugkomt. Maar als ie terugkomt neemt Peter hem zo weer aan.

* naam is geanonimiseerd

421. Borrelpraat, Kom’s Hoorn en Corona

Ben vanmorgen nog even naar de doe-het-zelver geweest. Mijn jongste zoon wilde komen wandelen. Omdat we steeds 1,5 meter uit elkaar moeten blijven lopen heb ik een bezemsteel gekocht. Het was nog even zoeken, maar ze bleken achter de kassa te verkrijgen, bang dat men ging hamsteren. Eenmaal op pad liep hij aan de ene en ik aan de andere kant van de stok.. Het liep heerlijk, weinig mensen op het fietspad, maar toen we in de verte een fietser aan zagen komen, raakte we even in vertwijfeling. Moeten we de stok loslaten, de fietser ziet ons toch lopen en kan een aanloop nemen, gaat hij er onder door, of zorgen we dat we de stok hoog boven ons hoofd houden. Wat zou u doen? Wij hebben hem losgelaten en de stok laten vallen. Dat was geen succes.

Nu we toch over hamsteren hebben. Toen ik vorige week zondag op visite ging bij mijn schoonmoeder, zij woont boven de Plusmarkt in Den Hoorn, stond er om kwart voor elf al een Range Rover voor de deur van de super, terwijl deze pas om 12:00uur open gaat. Op de achterbank alleen maar toiletrollen. Ik keek door het raampje en zag er een man met stropdas en jasje aan, zitten. Die komt niet uit Den Hoorn, gaat er door mijn gedachte, daar heeft men deze kleding alleen aan bij een bruiloft of begrafenis en niet bij het winkelen. Ik tik op het raampje waarna de man zijn raam laat zakken. “Kom je bevoorraden?”, vraag ik hem. Nee, blijkt hij zijn achterbak nog niet vol te hebben liggen. Nou, ja.

Trouwens nu wordt het toch echt tijd dat die Plusmarkt op dat braakliggend terrein mag gaan bouwen. Na afloop van mijn bezoek aan oma heb ik nog wat sinaasappels nodig. Wil ik afrekenen sta ik tot aan de diepvries in de rij voor de kassa. Dan word je als Plus toch veel te klein voor een dorp dat steeds maar uitbreid. Mooi of eigenlijk niet mooi is dan dat er vrouw door heen probeert te wringen, en al slalommend tussen de winkelwagentje door schuift, blijkt ze een boodschap vergeten te zijn terwijl ze voor de kassa staat. Dat kan alleen bij vrouwen gebeuren, ik krijg een briefje mee met de boodschappen dan vergeet ik nooit iets en breng ook niet meer mee dan nodig is.

Wat vindt u eigenlijk van café Delfland? Ik heb het altijd al een duistere zaak gevonden, maar nu ie is dicht getimmerd zie je er helemaal geen hand voor ogen meer.

Dan over het virus. Het COVID-19 virus, waar staat dat eigenlijk voor COVID-19, dat staat voor coronavirus disease 2019. Want wist u dat het virus al sinds september 2019 de wereld in de greep heeft. Een vervelend virus dat rond dwaalt en dat tot nu toe weinig is aan te pakken.

Natuurlijk zou mijn verhaal ook gaan over dat virus. Het was dokter Li Wenliang die op 30 december 2019 zijn collega’s waarschuwde voor een mogelijke uitbraak van deze ziekte. Het verspreidde zich razendsnel. Heel de wereld is er inmiddels mee besmet. Er zijn nog steeds geen vaccinaties voor.

Toch heeft dit virus niet alleen voor negativiteit gezorgd. Men kijk weer naar elkaar om, zij het van een afstand. De supermarkten springen een gat in de lucht, wat een omzet zij hebben. Straks krijgen zij de klappen, als heel Nederland is voorzien van allerhande spullen door hamstergedrag en er geen compensatieregelingen meer zijn. En de mensen hebben kennelijk overal schijt aan, gezien de hoeveelheid toiletrollen die men heeft opgehaald.

Ik was mijn handen tegenwoordig wel 40 keer per dag. Plots verscheen het stempeltje op mijn hand uit 1973 dat ik op mijn handrug kreeg toen ik bij de disco naar binnen ging. Ja hoe gek kan het gaan.

Wat denkt u van die anderhalve meter afstand. Hadden we thuis toch een behoorlijk probleem. Ons bed is niet breder dan 1,40 meter. We hebben er eerst het volgende op gevonden. We nemen drie dobbelstenen en als je driemaal zes hebt gegooid mag je in bed, anders er naast. Het duurt lekker lang, dat dobbelen en die zessen gooien, maar als je vroeg begint lukt het wel. Er is op de tv toch niet veel soeps meer. Maar mijn vrouw had plots een briljante ingeving. Nu lig ik aan het voeteneind terwijl mijn vrouw aan het hoofdeind ligt, Ja, het bed is wel 2 meter lang.

Maar nu serieus. Ik ben ploegbaas/beheerder van de website Fietsen voor mijn eten. Hadden we vorige week vrijdag nog 6.000 leden, vanaf vandaag hebben we er meer dan 9.000. Waar we 2,5 jaar hebben gespaard voor die 6.000 levert het in een week ineens ruim 3.000 nieuwe leden op. Men wil kennelijk allemaal bij die kweker en teler scoren. En ook dat merken we, want dat kleine stalletje dat op zaterdag langs de weg staat met aubergines heeft ons verzocht om zijn locatie van de site te halen. Hij kan het niet meer aan. Waar een tuinder net zijn bloemkool zou gaan veilen en de productie moest worden vernietigd werd in een week tijd zijn hele voorraad opgekocht. Nu wordt er niet gehamsterd in de supermarkt maar bij de kweker. Bloemen gaan niet per bos, maar per auto het terrein af. Het kost bijna niks en wie gaat er niet halen als het bijna wordt weggeven.

We krijgen nu nog meer vragen: Of het stalletje kan worden verwijderd omdat men op de oprit van de buurman parkeert. Er ontstaan zelfs vechtpartijen om producten. Kwekers, telers maar ook particulieren kunnen de druk niet meer aan. Een eiervrouwtje aan de Zwethkade 38 heeft haar kippen opdracht gegeven om elke dag vier eieren te leggen, omdat de vraag groter is dan het aanbod. Voldoen ze niet, draait ze hen de nek om en maakt ze er soep van. Weer een handeltje erbij.

Ook bij mij thuis is de vraag ook groter dan we kunnen leveren. Iedereen gaat kennelijk weer puzzelen. We hebben een grote verzameling puzzels, maar dat is een verzameling die we in de loop der tijd hebben aangelegd. “Heeft u nog puzzels”, vraagt men smekend aan mijn vrouw, en het gaat dan met name om Jan van Haasterenpuzzels. We hebben iemand kunnen opsnorren die op zolder zijn verzameling heeft onderzocht. Hij bood ons zijn dubbelen aan om te verkopen. 14 stuks. Binnen 10 minuten verkocht en betaald. Dan is het tikkie toch weer makkelijk. Een vrouw kocht er drie, is ze de puzzels in vijf dagen op komen halen, om de dag stond ze op de voorplaats voor een puzzel, Ze was toch aan ’t thuiswerken en had wel even tijd.

Uiteraard zijn we zelf ook op pad geweest. Bij de gebroeders van Dam, aan de Veenakkerweg verkochten ze op bestelling ranonkelplanten. Hele traytjes. 12 stuks. Er ontstond een file voor de drive-in. Betalen met een pinautomaat op een stok. Je hoefde de auto niet uit en het werd in de achterbak gezet. Goed georganiseerd, maar door de drukte opgeheven om het een dag later opnieuw te proberen.

Er ontstaan bijzondere initiatieven. Van schoolkinderen die boodschappen gaan doen. Een draaiorgel dat voor een verzorgingshuis staat, terwijl de mensen achter de ramen luisteren. Bloemen die spontaan worden afgeleverd bij de zieken- en verzorgingshuizen. Zo namen we als Zonnebloem Schipluiden ook het initiatief om al onze gasten een bloemetje te brengen. We gaan Zomen, zoals nu.

Ook persoonlijk heb ik er mee te maken. In de maanden april, mei, juni en juli heb ik een aantal huwelijksbevestigingen staan. Mensen die al een anderhalf jaar geleden hebben aangegeven dat ze ‘ja’ tegen elkaar willen zeggen, maar dat nu niet door kan gaan, of in afgeslankte vorm. En met een afgeslankte vorm is dat, het bruidspaar, twee getuigen en een ambtenaar. Ik vraag me af of dit mag, maar men gaat het proberen. Meerdere huwelijken heeft men verplaatst naar september en oktober, waar ik eigenlijk al vol zit. Hoe ga ik het doen?

En dan als laatste onze twee zoons. De oudste René, als cabaretier, de jongste André, als DJ. Voor de oudste vallen tot 1 juni 31 voorstellingen uit en zullen ergens moeten geplaatst. Het theaterseizoen 2020/2021 is inmiddels al ingevuld, het wordt dus de vraag of dit allemaal nog gespeeld kan worden. Maar ook zijn de zalen straks weer uitverkocht als er een vervangende datum is gepland? De mogelijkheid bestaat dat hij twee shows per avond gaat spelen. Een reguliere en een late night. Meer als vier/vijf shows per week is al lastig en bijzonder vermoeiend, laat staan twee op een avond.
Voor de jongste is het nog veel erger. Hij had een vijftal buitenlandse optredens staan. Deze gaan geen van allen door. De festivals waar hij zou draaien komen dit jaar niet meer terug. Maar ook de optredens in clubs zullen er niet meer komen. Het is ook een sector waar de klappen vallen, de verwachting is dat er ook daar om zullen vallen.

Dan nog even dit, vorige week heeft de een of andere grapjas uit Den Hoorn iets niets zo leuks geschreven en op internet geplaatst over de plaatselijke electronicazaak in Den Hoorn. Een grap maken is leuk, maar dat men dit bedrijf zo te kakken heeft gezet, vind ik ronduit schandalig. Hardwerkende mensen worden midden in het hart getroffen, dit mag niet gebeuren en daar moet men over nadenken als je dit doet. Na diverse reacties is het bericht van internet gehaald, ik wilde het toch even gezegd hebben.

We gaan er van uit dat het allemaal wel goed zal komen. Het zal echt wel eens ophouden. Misschien heeft het voordelen. Ik hoorde van de week iemand zeggen: “De kropsla die ik van de week kocht was zo mals, zo heb ik ‘m in de super nog nooit gekocht” een ander gaf aan dat de bloemen veel verser zijn dan bij de bloemenstalletjes op de markt of bij de klantenservice van de super. Dat zijn dan weer de mooie momenten. Dat we er nog niet zijn is zeker, naar buiten mag nog steeds en als u wilt wandelen, mag u mijn bezemsteel lenen. Ik zal hem dagelijks desinfecteren. Hou u haaks, let op u zelf , maar zeker op uw naasten. Succes de komende tijd.

420. Corona en wat er allemaal omheen hangt

Dagen achtereen zit ik momenteel achter mijn Macbook. Mijn vrouw stoort zich er regelmatig aan. Ik heb echter ‘ja’ gezegd tegen de functie ‘ploegbaas’ en ‘beheerder’ van de facebook- en website van Fietsen voor mijn eten. “Je doet geen zak in huis”, hoorde ik haar zojuist tegen me zeggen. Ik moet het toegeven, het is zo. Mijn jongens verklaren me voor gek, maar als je me eenmaal hebt dan ben ik net een terrier. Ik bijt me er in vast om niet meer los te laten. Een valkuil, dat zeker. Zoals ik er meer heb, maar daar ga ik nu niets over schrijven, want dan wordt er misschien (mis)gebruik van gemaakt.

Wat een hectiek van de week in de facebookgroep Fietsen voor mijn eten. In een week tijd even 2500 nieuwe leden bijgeschreven. Het is net als bij een ijsclub, als er plots ijs komt melden leden zich spontaan aan om te kunnen schaatsen. Beheertechnisch kwam er behoorlijk wat aan te pas. Opletten dat er geen spamleden werden toegevoegd. Is het een account dat betrekking heeft op het Westland of Nederland in het algemeen.  Daarnaast kregen we verzoeken om stalletjes in te voeren. Soms voor maar eenmalig, voor zolang het Corona-virus heerst. Die verzoeken werden niet gehonoreerd. Ook voor bloemen dacht men bij de eerder genoemde site aan te mogen kloppen, maar ook daar gaven we geen gehoor aan. Inmiddels is de wind wat gaan liggen en kunnen we ons weer meer gaan toeleggen op verbeteringen op de site. Zaken waar u waarschijnlijk nog niet veel van merkt, maar wel degelijk plaatsvinden.

Dan kwam er ook de drastische maatregel dat er geen groepen van meer dan 100 mensen bij elkaar mochten komen. Men moest ook minimaal 1,5 meter tussenruimte hebben. Theaters, bioscopen, festivals maar ook kunstenaars, artiesten, DJ’s kregen ineens een behoorlijke tik. Maar ook veel ZZP-ers keken plots in een lege portemonnee. Beide zoons, René en André, grepen in hun haar. Wat nu? En dan ging het nog niets over het geld, maar meer over de creativiteit. Want waar moet je je artistieke kunsten vertonen, zonder theater, club of festival. Op internet, werd er gesuggereerd. Dat is voor beiden geen optie, want men heeft ook reacties nodig om de spanning er in te houden bij de artiest, dat is nou eenmaal een gegeven. Niks op de automatische piloot. Voor de een werden er wat voorstellingen verplaatst, voor de ander is er totaal geen compensatie. Geen nieuwe optredens, onzekerheid, afzeggingen en festivals die dit jaar niet meer terugkomen. Ik heb met hen te doen. Je zou ze willen pakken en vasthouden, maar ja, dat mag ook niet. Het is nu even uitzingen en straks hopen dat je nog steeds leuk gevonden blijft worden en dat jouw muziek nog steeds wordt opgepakt.

Mijn voorleesuurtje voor de Voorleesexpres is komen te vervallen. Het kan en mag niet. Ik zit er wel mee, want we hadden er zo lekker de gang in. Natuurlijk zijn er allerlei initiatieven om het digitaal te doen, woordspellen te spelen, of een soort scrabble op te starten, maar dat werkt bij mij niet.

Mijn verjaardag viel in duigen. Geen visite, geen handen schudden of knuffels geven. Zoenen is helemaal uit den boze. Uit eten, konden we uit ons hoofd zetten. Maar dan is internet weer goed, Ik ontving wel meer dan 400 gelukwensen, waarvoor alsnog mijn dank.

Waar ik echter ook mee geconfronteerd raakte was dat een aantal huwelijksbevestigingen geen doorgang kunnen vinden. Niet omdat de bruid of bruidegom het niet meer in elkaar zien zitten, maar omdat het huwelijksfeest volledig in duigen valt. De eerste afzeggingen heb ik al binnen. Verplaatsingen naar, ja, waar waarnaar? Het is afwachten hoe dat gaat verlopen.

Ik heb ook hele mooie initiatieven gezien. Kwekers die hun bloemen brachten naar verzorgingshuizen en ziekenhuizen. Er werden kaartenacties opgestart voor oma’s en opa’s in eenzaamheid. Men ging spontaan mondkapjes maken voor verzorgingshuizen, onze oude dekbedhoezen kregen weer een mooie bestemming. Hulde, Marianne Ruis. Kinderen gingen boodschappen doen voor ouderen. Ouderen moesten vroeger uit bed om boodschappen te kunnen doen. (Hoe krijgt de verzorgingssector dat voor elkaar? Moeten ze om vijf uur beginnen om iedereen gewassen en gestreken te krijgen?) Lessen die via de computer werden gegeven. Een oudere mevrouw vertelde me dat zij nu ’s morgens met Olga Commandeur meedeed, maar dat nog echt niet meevalt. Mevrouw is 89. Men is redelijk goed bezig.

We zijn er nog niet, nog altijd vallen er doden en neemt het aantal besmetting toe op het moment dat ik dit aan de computer toevertrouw. Zou men de regels wel meer in acht gaan nemen? Wordt die afstand van 1,5 meter in acht genomen? Wast men de handen, hoest, kucht of niest men in die elleboog? Wie zal het zeggen?  Ze zijn er en komen soms in de buurt, die besmettingen. Zo las ik ook van een besmetting van een wethouder van onze gemeente. Ik wens hem ook vanuit deze hoek heel veel sterkte toe, voor hemzelf, maar ook voor zijn gezin en naasten.

Let goed op jezelf, maar ook op je naasten. FaceTime, stuur elkaar een kaartje, bel elkaar wat vaker op, e-mail. Er zijn zoveel mogelijkheden om toch met elkaar in contact te blijven. Ik wens je sterkte om deze tijd door te komen.