414. Affligem Bluesfestival Delft en Elijah Gospel & Soul Choir

Het is zaterdagmiddag 15 februari 2020, in Delft is het Bluesfestival gaande. “We gaan er naar toe”, zegt vrouwlief. “Ik heb wat gezien in de Delftse Post. In de Maria van Jessekerk aan de Burgwal te Delft treedt een gospelkoor op.”

Lekker voor de wind rijden we vanuit Schipluiden langs het water richting Delft. Halverwege breekt mijn zadel af. Wat nu? Ik rijd even bij de fietsenmaker langs en laat er een nieuw zadel opzetten. “Zoek er maar een uit”, zegt de jonge fietsenmaker. Er hangen er verschillende dames-, heren-, kleine-, smalle- en ook hele dure zadels. Ik wijs er een aan. “Da’s een hele gewone”, zegt de jongeman. “Geef niet, ik ben ook gewoon”, antwoord ik hem. Hij plaatst hem snel en we kunnen hup, naar Delft.

Bij de kerk is het een drukte van belang. Fietsen veel fietsen. De markt is voor de deur en er zijn veel mensen op de been. Wanneer we eenmaal binnen zijn zit de voorste helft van de kerk bijna vol. Het is net aan twee uur, het concert begint een half uur later. We kunnen nog een plekje bemachtigen naast de techniek. Voor ons doen toeschouwers hun jas uit, terwijl het toch echt niet warm is. Laatkomers proberen nog om voorin een plaatsje te vinden. Op het altaar staan de letters E L I J A H in hoofdletters, verlicht op het altaar. De microfoons liggen op de grond uitgemeten op de vloer. De zangplekken hebben plekje gekregen.

Het is even voor half drie als een van de microfoons wordt opgepakt. Het is Govert van der Kolm, de pianist/toetsenist en tevens presentator die het woord voert. Hij is blij om terug te zijn bij het Bluesfestival Delft. De toeloop van het aantal mensen verbaast hem. Het overtreft zijn stoutste verwachtingen. Zelfs achterin de kerk staan mensen. Dat de man zijn handen warm wilt houden valt mij op als ik zie dat hij zijn polsmoffen aan heeft. Is het inderdaad zo koud? Govert vraagt enthousiasme en warmte, meedoen mag, bewegen, op de banken klimmen, meezingen, klappen, ja alles mag wat hem betreft. Hij zou een gehoorzaam publiek treffen.

Dan komen de zangers en zangeressen op. Het Elijah Gospel & Soul Choir dat zijn domicilie heeft in Bodegraven, bestaande uit elf dames en zes heren. Netjes gekleed in gospeltoga loopt men achter elkaar naar de plek voor vanmiddag. Het koor staat al jaren onder professionele leiding van dirigente Trea Kuijsten. Heel even moest ik kijken naar haar plateauschoenen. Dacht ik toch eerst dat het stelten waren, maar de dirigente danst en beweegt op haar lange stiletto hakken net zo makkelijk als ik op mijn sportschoenen.

Het is I Just Can’t Keep It To Myself van The Staple Singers dat als het eerste nummer wordt ingezet. In een prachtig arrangement, solo gezongen. Direct komt het koor in beweging. Naar links en rechts wiegend neemt het de kerkgangers al snel mee. Al gelijk springt een vrouw voor mij uit de bank om mee te bewegen. Het enthousiasme van het koor wordt uitgerold door de kerk.

Men vervolgt met To My Fathers House van Les Humphries Singers. Het publiek wordt opgezweept om mee te doen en dat gebeurt dan ook. Een solo voor piano maakt de break. Lekker freewheelend, friemelend, pielend, de toetsen bespelen. Heerlijk. Ook het koor geniet van het pianospel en geeft de pianist alle aandacht door zich naar hem te keren.

Achtereenvolgens zingt men Don’t Let Nobody Drag, Will You Be There en Leun op Mij. Songs die voor hen gemaakt lijken in prachtige arrangementen. Daar kan je niet stil bij blijven zitten. Echter uit het dak gaan doet men nog niet. Solisten komen uit eigen gelederen naar voren, pakken de microfoon om hem bijna op te vreten. Prachtig.

Can’t Nobody, Hallelujah en het overbekende We Shall Overcome van Pete Seeger sluiten de in gospel geklede groep af, waarna de toga uitgaat en het complete zwart tevoorschijn komt.

Bij You’ve Got a Friend wordt gevraagd om even naar je naaste te kijken. Een onbekende vaak waar je nu met hem/haar mee samen swingt, klapt of knipt met de vingers. En het koor blijft bewegen, heeft vast geen fysiotherapeut nodig. En de kwaliteit van de nummers stijgt, mede gezien de ambiance en galm in de kerk.

De solozang bij het bijzondere nummer De Speeltuin is prachtig. Met de ogen dicht is het alsof Marco Borsato er staat. Een bijzonder nummer omdat het niet tot de gospels hoort, maar dit koor kan meer. En nu met 75 jaar bevrijding een nummer dat er zeker bij mag horen.

Het volgende nummer: It’s Rainin’. De zangeres die al eerder solo heeft gezongen legt er een enorme expressie in. Dat het niet is gaan regenen is voor mij een wonder. Soms gebruik makend van een rauwe stem laat ze zien veel meer in huis te hebben dan wat lieve liedjes. Ook hier een optreden van de dirigente die het kerkvolk meeneemt en hen dirigeert. Dit koor is tot zoveel in staat. Hier zou je graag lid van zijn, dat kan niet anders.

Nr. 12, 13, 14 en 15, Make You Feel My Love, Who’s On The Love Side, Something Inside en Oh, Happy day als uitsmijter. Sommige toeschouwers gaan op de banken, de handen op elkaar. Het is genieten en wat is het uur snel voorbij.

Nog eentje dan, dat kan niet anders zijn dan Amen. Nu is de boel los. Met een langdurig applaus krijgt het koor en pianist waar het recht op heeft. Wat een genot om hier een uurtje voor uit te trekken. En met wat een speels gemak behaalt men zo’n resultaat. Een gouden greep om dit koor terug te laten keren. Volgende keer de Nieuwe Kerk maar afhuren. Succes verzekerd.

 

413. Gehoorondersteuning III: Ook duurkoop heeft zijn mankementen

Ben weer online. ‘Het wordt tijd’, geeft mijn vrouw aan. Na vijf jaar mag je op pad voor nieuwe gehoorapparaten. En in november 2019 is het dan weer zover. Dit keer geen Schoonenberg, waar ik 10 jaar klant was, maar Beter Horen. Het is maar negen deuren verder.

“Wat, wat zeg je?”, een veel gehoorde vraag die ik mijn vrouw regelmatig stel. Naast het feit dat mijn gehoor flink achteruit is gegaan, heb ik ook al meer dan een jaar een vervelende piep in mijn linkeroor. Tinitis, nee, dat is het niet. Het is een defect aan het linker gehoorapparaat. Ruim een jaar geleden gaf ik bij Schoonenberg aan dat ik een vervelende piep in mijn oren had als ik een kauwbeweging maakte, mijn hoofd draaide of moest lachen. Je zou verwachten dat men bij een gehoorapparatenwinkel er voor de klant is. Bij Schoonenberg niet, is mijn mening. Ik word niet serieus genomen en gehoord, men stelt wat bij en dan moet het weer gaan. Volgend jaar kunt u nieuwe uitzoeken, vertelt de audicien mij.

Ik krijg een audiogram mee met de nieuwe cijfers, moet een afspraak maken met een KNO-arts. Het is eind juli 2019 als ik bel met het afsprakenbureau van het ziekenhuis. Ik kan er op 2 oktober pas terecht. En niet in het ziekenhuis zelf, maar in een dependance in Naaldwijk. Daar constateert de KNO-arts dat mijn gehoor flink achteruit is gegaan, m.n. links. Precies het oor waarvan het gehoorapparaat zo regelmatig een hoge toon mijn oor in stuurt. “Meneer van Meurs u zult er aan moeten wennen dat u aan een gehoorapparaat moet ‘op’ het oor. Dat heb ik al die tijd weten tegen te houden.

Na de uitslag van de keurend arts maak ik een afspraak met Beter Horen. Naast de positieve reacties zie ik tot vervelends toe die geweldige reclame-spotjes voorbij komen. Ook hier zijn wachtlijsten, want als ik op 2 oktober bel voor een afspraak kan ik er pas op 30 oktober terecht.

Een vriendelijke stagiaire ontvangt me bij Beter Horen. Er is koffie, ik voel me er direct thuis. Door een goede kennis, die werkt bij Beter Horen word ik verwezen naar Bart-Jan. Maar Bart-Jan heeft een andere klant en dus wordt het Peter. Hij luistert naar mijn verhaal, ik word zeer serieus genomen en het vertrouwen is gewekt. Er wordt een gehoorapparaat voorgesteld dat het beste bij mij past. Peter maakt een oorafdruk voor het gehoorstukje dat straks mijn leven weer moet verbeteren. 13 dagen later mag ik e.e.a. ophalen. Over gratis gehoorapparaten geen woord overigens, waar Beter Horen wel probeert zijn klanten op binnen te halen. Ze doen dat echter wel aan het eind van het jaar als je jouw eigen bijdrage aan hulpmiddelen al hebt verbruikt.

Met mijn oude gehoorapparaten in mijn oren rijd ik fluitend naar huis. Ik voel me een gelukkig mens en kijk uit naar de 13e november.

Op de laatst genoemde dag pak ik de auto naar mijn gehoormiddelenwinkel. Het regent en dan heb ik geen zin om er met een nat hoofd te gaan zitten. Beide binnenstukken zijn klaar, mijn microfoontjes komen uit het doosje, ik heb mijn gehoor terug. Achter de hand nog een duurder systeem, zo tegen de €3.000. Er gaat een wereld voor mij open. Toch, als ik eenmaal thuis ben, heb ik geen inregel mogelijkheden. Ik probeer het een week. Dan heb ik weer een afspraak. “Aad, en heb je tussentijds iets te vragen, bel even dan helpen we je”, zeg verkoper Peter.

Een week later mag ik opnieuw naar Beter Horen. Ik zie af van het ‘goedkope’ systeem en kies toch voor de ‘iets’ duurdere. Er wordt een applicatie op mijn telefoon gedownload. Nu kan ik zelf aan de slag met de instellingen. Ik heb een week om uit te proberen. Het bevalt me prima, maar er moeten nog wel wat bijstellingen in het hoofdmenu plaatsvinden. Dat gebeurt een week later. Dan ben ik definitief de eigenaar van mijn Amplifon gehoorapparaten.

Het gaat me in het begin goed af. Al merk ik soms wel dat als er harde geluiden zijn, mijn gehoorapparaat dit terugschroeft. “Dat klopt, dat hoort zo”, zegt Peter van Beter Horen. Maar dan zijn ook de andere geluiden teruggeschroefd. En zo schakel ik wat af. Een filmpje op mijn telefoon wordt weergegeven, van mijn omgeving krijg ik niets meer mee. De afzuigkap die een constante ruis geeft wordt weggefilterd of zachter weergegeven. In de auto de motor die je hoort lopen wordt op stil gezet. De klok die zijn uren en halve uren aangeeft. Allerlei momenten dat ik plots denk, ben ik hier alleen en waar is mijn geluid gebleven.

Wanneer ik bij mijn zoon naar zijn theatershow ga, mis ik gedeeltes, ik kan schakelen wat ik wil, een applaus wordt weggefilterd en ik moet schakelen om mijn gehoor weer op hoogte te brengen. Irritant om steeds je telefoon tevoorschijn te toveren. Het blauwe licht breekt de donkerte. Ik begin me er aan te irriteren en ik niet alleen ook mijn omgeving heeft hoe langer hoe meer moeite met mijn telefoongedrag. “Wat zit je nou weer op die telefoon te doen, leg hem toch eens weg.” Op het moment dat ik vraag om alstublieft de tv wat harder te zetten omdat ik niets kan volgen, breekt de pleuris uit. “Neem eens contact op met Beter Horen, je hebt toch niet voor niets zo’n €3.000 neergeteld.”

Ik bel met Beter Horen en probeer een afspraak te maken. Dat kan maar gaat wel 17 dagen duren voordat ik aan de beurt ben. Dat ga ik niet redden. Waar is nu: “Je kunt altijd langskomen gebleven?” Ik overweg om mijn oude gehoorapparaten weer tevoorschijn te toveren. Ik ben er klaar mee. Ik voel me net de operator van mijn eigen hulpmiddelen. En dat voor €3.000.

412. Een heerlijke avond bij Muziekvereniging Liora

Als je 105 jaar bestaat vier je dan een jubileum? Bij de muziekvereniging Liora uit De Lier is men van mening van wel. Dat moet uitbundig worden gevierd. Hoe vier je dat dan? Dan bedenk je iets spectaculairs. Je spiekt een beetje bij tv en organiseert een originele Maestro. Dat is leuk maar waar haal je de kandidaten vandaan? Na ampel overweging is men er toch wel snel uit. Het moeten ‘prominenten’ uit het dorp zijn. Mensen die niet alleen voor eigen eer en glorie presteren, maar waar de gemeenschap van De Lier van kan mee genieten.

Op 25 januari 2020 is het zover. De Dom van de Lier is het theater waar e.e.a. zal plaatsvinden. We hebben afgesproken met fans van Monique Bruggeman, opperhoofd van Kringloopwinkel Habbekrats. Zij is een van de dirigenten. Wachtend voor de ingang van de Dom, striemt de koude wind door ons jas. Even een appje naar onze vrienden en we wachten binnen. Het is druk. “Ben u fan van iemand”, vraagt de vrouw aan de deur. Als we aangeven voor wie we komen krijgen we een plekje toegewezen. Er zitten meer fans. Naast ons de vrienden van dj Bombastic, de artiestennaam van Braihim Mohcin. Langs de banken een groot tv-scherm. Je hoeft zo niks te missen, maar moet wel even oppassen als je de bank in wil. De punt van de tv is scherp. Au. Even later arriveren onze aanschuivers. De jas blijft nog aan, er hangt nog een beetje kou in de kerk. Echter naarmate er meer mensen binnen wandelen kruipt de temperatuur langzaam omhoog.

Het orkest zit er klaar voor. De avond kan beginnen. Dirigent Wenceslaus Scheepmaker stapt op de bok. Maghen Hilgersum heeft de microfoon in haar handen. Zij zal op miraculeuze wijze haar stem doen gelden in het te spelen stuk Habanera uit de opera Carmen van Bizet. Met speels gemak pakt ze de hoogste noten. Niet voor niets is deze Westlandse ‘winnares Una Voce Particolare 2010’. Ze heeft er plezier in dat straalt ze uit. Speelt zelfs en soms wat schalks met het publiek. Prachtig.

Ik kende het orkest niet, maar ook zij stralen kwaliteit uit. De Lier mag trots zijn.

Dan verschijnt Jantien Rozemarijn ‘t Hart ten tonele. Zij is de ladyspeaker van de avond. Gevat praat ze het programma aan elkaar. Ze geeft informatie over de kandidaten en voelt hen aan de tand. Het gaat haar geweldig af. Wat een prachtige cast heeft Liora opgetrommeld.

De kandidaten komen het toneel op. Een kort praatje en dan mogen ze aan de bak.

De eerste kandidaat mag op. Monique Bruggeman, het gezicht van Kringloopwinkel Habbekrats. Ze dirigeert het stuk Hava Nagila (Laat ons gelukkig zijn). Dat valt om de dooie dood nog niet mee. Diverse tempowisselingen moet ze in goede banen zien te leiden. Het orkest zit op het puntje van de stoel. Wat gaat ze doen? Dan de inzet. Een beetje twijfel, maar men start. Ze krijgt er rode konen van, dat is zelfs van afstand waar te nemen. Haar moeder zit voor me en haar gezicht vertrekt, ze vindt het spannend dat is van haar gezicht af te lezen. Ze houdt de beelden op het scherm goed in de gaten. In het midden van het stuk is Monique het even kwijt, maar ze herpakt zich. De jury mag zich er over buigen. “Je bent de eerste”, zegt één van de eerste juryleden, “dat is verrekte lastig. Je hebt het goed gedaan.”

De jury, bestaande uit Cultuurweb-voorzitter Jeroen Kustman, oud-lid Anneke Vreugdenhil, wethouder Piet Vreugdenhil en dirigent Wenceslaus Scheepmaker beoordeelt de verrichtingen van de maestro’s.” Allen hebben iets met muziek en geven een waardig oordeel. Met 30 punten behaalt ze een mooi resultaat.

Nummer twee wordt op de bok gehaald door Jantien. Na een bloemlezing over wie hij is, toont hij zich een vrolijke kandidaat die direct met het publiek speelt. Het is Zijne Doorluchtigheid Prins Christiannemer der Theebukkers. Nog even vraagt hij zijn raad van Elf een polonaise te starten. Dan pakt hij de baton. Hij gaat er eens goed voor staan en slaat af. Het nummer You’re the devil in disguise van Elvis Presley klinkt door de Dom. Ietwat nonchalant neemt hij zijn muzikanten mee, hij brengt het tot een goed einde en samen, het orkest en dirigent, eindigen tegelijkertijd. Qua punten eindigt hij onder Monique.

Op de bok verschijnt Nico van der Marel, bekend van de Oranjevereniging. Strak in zwarte pak, wit overhemd en zwarte strik, alsof hij het Nieuwjaarsconcert mag leiden, komt hij als dirigent voor zijn muzikanten te staan. De al wat ‘oudere’ Van der Marel kent het flamboyante nummer kennelijk niet, want stijfjes hanteert hij de baton. Ernstig kijkend, later wat losser, maar wel steeds met de hand onder neus wrijvend brengt hij het tot een einde. Ook hij behaalt niet het aantal punten om, naar later blijkt, door te gaan.

Intussen is Jantien al een aantal keren in gesprek geweest met zowel de jury als de dirigenten in spé. Als ze vraagt aan de kandidaten hoe ze zelf vinden dat ze het ervan af hebben gebracht, krijgt ze met enige zelfkennis bijna steevast te horen: “best goed”.

Ze kondigt nummer vier aan: Lisette de Bruijn.

Nou heb ik op de website Van Lisette al het enige kunnen waarnemen over de voorbereiding van Lisette. Ze schrijft hierover op die site en dus zijn de verwachtingen hoog.

In haar groene glitterjurk stapt ze op de bok. Heeft al wel wat muzikale achtergrond, maar dirigeren heeft ze nog nooit gedaan. Ze gaat er eens goed voor staan. Haar blik is strak en dat moet ook. Het door haar te dirigeren ‘Every time I think of you’ van The Babys is zeker niet gemakkelijk. Ze slaat haar partituur open en leest mee. Op tijd geeft ze de euphoniumgroep aan dat ze solo gaan. Ze heeft het orkest in de vingers. Ik geef mijn buurman aan dat ze hoge ogen gaat gooien. Dat vindt de jury ook. Ze geven haar het hoogst aantal punten van de avond. Ze kan met een gerust hart plaatsnemen tussen de andere kandidaten.

In een redelijk rap tempo komen de kandidaten aan bod. Jantien zorgt dat er geen onnodige tijd verloren gaat.

Nummer zes is Braihim Mohcin, beter bekend als DJ Bombastic. De mensen die rechts van mij zitten vinden hem een held. De telefoon gaat aan en er wordt gefilmd. Het blijken zijn fans/familie te zijn. Ik verwacht van een dj ritmegevoel. Dat heeft hij als hij Mr. Bojangles moet dirigeren. Zijn dotje op het hoofd danst vrolijk mee op de driekwartsmaat van de muziek. Het gaat hem goed af. Hij lacht terwijl hij dirigeert, heeft er zichtbaar schik in. En het orkest geniet mee, volgt hem als hij aangeeft dat het iets zachter moet en zwelt aan als hij dat vraagt. De jury is het vrij eens met elkaar en ook hij mag zich voor 4 april wederom voorbereiden voor de dirigeerstok.

Als Marjoke Koene het podium op komt, stapt er ook iemand het podium op. Kordate stap met dirigeerstok en partituur in de aanslag. Marjoke is van de winkeliersvereniging. Wil heel graag ooit een muziekinstrument bespelen, maar weet nog niet welk instrument. Deze kordate tante laat zien dat ze de baas is over het orkest. Strak aangegeven en zelf het tempo bepalend laat ze zien dat niemand om haar heen kan. Dat ze wel zelf het tempo aangeeft is bij sommige anderen niet overal gelukt, soms nam het orkest het initiatief en volgde de dirigent. Ze dirigeert het stuk El Cumbanchero echter met Zuid-Amerikaans temperament. Ook Marjoke moet 4 april vrijhouden.

Als Jantien Pieter Hoogebrugge op de bok haalt vertelt ze dat hij vroeger zelf lid is geweest van Liora. Hij heeft dus muzikale kennis. Pieter is raadslid voor de gemeente Westland. Pieter geeft de eerste klarinettiste een hand en vraagt het orkest te gaan staan. Omdat de jury hier een plus in ziet volgen de overige kandidaten door dit ook te doen. Ook Pieter houdt de partituur veelvuldig in de gaten, waardoor het orkest wat in het luchtledige blijft hangen. Hij dirigeert het stuk Caravan. Wanneer de dirigent meer wil hebben van het orkest danst zijn voet, stampvoetend mee. Een koddig gezicht. Pieter krijgt een mooie jurering die gelijk is aan die van Monique Bruggeman. Hij valt echter na overleg tussen de juryleden af voor de finale.

René Beukers, de voorlaatste kandidaat heeft een autoschadebedrijf. René heeft zich als doel gesteld om uit zijn comfortzone zijn activiteit te doen. Volledig in het zwart betreedt hij de bok. Voor het gemak, heeft hij zijn baton thuisgelaten. Hij zwaait wat met de handen, maar een dirigent is het niet. Het blijft ook een best lastig vak. Ook hij dirigeert opnieuw het reeds eerder gespeelde nummer You’re the devil in disguise. Jammer, omdat er toch wel een ander nummer op het repertoire had gekund. Vergelijkingen tussen René en Zijne Doorluchtigheid zijn niet aan de orde. Eenieder wordt op eigen prestatie beoordeelt. Helaas voor René is er voor hem geen finaleplek weg gelegd.

Bij het betreden van het podium van Roy van der Sar, weet Jantien te vertellen, dat Roy niet alleen een begenadigd voetballer is maar ook fantastisch kan zingen. Hij deed dit eerder met dit orkest. Roy dirigeert het jazzy nummer It don’t mean a thing. Het jazzy kwam er niet uit bij de jongste dirigent van de avond. Al zat hij wel tegen een finaleplaats aan.

En zo mogen Monique Bruggeman, Marjoke Koene, Lisette de Bruijn en Braihim Mohcin op 4 april aan de bak om leiding te geven aan dit fijne orkest.

En zeer genoeglijke avond die door de voorzitter Marc van Kampen wordt besloten door alle medewerkenden te noemen en hij voor hen een applaus vraagt.

Ik heb 4 april a.s. in mijn agenda geblokt, want ik wil er zeker bij zijn. En als je Liora een warm hart toe draagt zou ik die avond maar vrijhouden en naar de Dom komen, want het wordt genieten.

411. Snertfietsen, hoe leuk is dat?

Doen we het of doen we het niet. Het is niet het spelletje van Peter-Jan Rens, maar de keuze of we mee gaan snertfietsen of niet. De weersvoorspellingen zijn de hele week al van dien aard dat het niet uitnodigt om achter de fiets van Marja van der Ende aan te stumpen. Officieel hebben we nog geen ‘ja’ gezegd, dus niemand zegt wat als we niet gaan.

Op vrijdagavond hebben we nog een activiteit bij Cultuurstek in Den Hoorn. De film Den Hoorn 1959 wordt vertoond door Henk Groenendaal en er zijn wat films van Kees Tetteroo te zien. Wij verzorgen de koffie en versnaperingen en vertellen over de expositie Dorp in Beeld. Fotomateriaal van en over het dorp Den Hoorn. Het loopt die avond nog wat uit en uiteindelijk liggen we even voor twaalven in ons mandje. De tentoonstelling is er nog tot 25 januari, elke overdag.

De volgende ochtend gaat om half acht de wekker af. “Zullen we”, vraag ik mijn lief als ik net mijn ogen open heb. “Dat vroeg Marja net ook al”, antwoordt mijn wederhelft. We besluiten om het er op te wagen. Een enkel buitje op de weersites, maar we kunnen regenpakken meenemen.

De accu’s van onze e-bikes zijn opgeladen. Onze fietsen komen uit de schuur. Het is stevig doortrappen naar Zorgbakkerij Het Blauwe Hek in Naaldwijk. Maar heen tegen- betekent terug meewind. Om even over half tien komen we aan bij de Zorgbakkerij. Het is stil bij de startlocatie. Zijn we de eerste? Even later arriveert er een vrouw uit Monster. “Ik heb er toch zo’n 40 minuten over gedaan”, zegt ze. Wanneer kort daarop de schuifdeuren opengaan, als bij een toneelvoorstelling de gordijnen, verschijnt Marja. “Jullie kunnen je fietsen aan de achterzijde parkeren”, zegt ze, waarop we opnieuw op de pedalen stappen.

De eerste mensen zitten al binnen. De tafel is gereserveerd voor de groep. Voor elke stoel een opgerold cadeautje met een blauw strikje er om. Hoe kan het anders, blauw is de kleur van Marja. Het blijkt te gaan om Syl’s recept van erwtensoep. Als snel komt de koffie op tafel met een klein mueslikoekje. E.e.a. wordt gesponsord door de Zorgbakkerij. Van lieverlee stromen de deelnemers van de snertfietstocht binnen. Het blijken er meer te zijn dan van tevoren opgegeven. Dat is mooi. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Terwijl eenieder zijn kopje koffie of thee leegdrinkt vertelt Ernst Richel, voorzitter van het bestuur van de Zorgbakkerij, wat er zoal komt kijken om zo’n bakkerij op te zetten en ook exploitabel te houden. Hij heeft tevens de kennis van granen en tarwe en geeft aan wat het verschil is tussen volkoren brood en gewoon brood. Hierna wordt aan de deelnemers tijd gegeven om wat inkopen te doen. Inkopen voor de erwtensoep die men later zelf thuis gaat maken. Daar hoort o.a. roggebrood met spek bij. Proeven is mogelijk. Na enige tijd is iedereen voorzien van zijn echte roggebrood en wat andere aankopen. Het wordt tijd om op te stappen. Ik krijg als hekkensluiter een charmant roze hesje om de schouders. Van één van de deelnemers is de band niet hard genoeg. De pomp komt ter plaatse en ook dat probleem wordt opgelost. Er moet nog een groepsfoto worden gemaakt voordat we vertrekken. Dan gaan we. De weg over richting Maasdijk.

Als in colonne fietsen we achter elkaar over de Oranjedijk, rechtsaf richting Polderhaakweg 29 naar Boer Pait en nepboerin Coriza. We zijn er niet de enige. Auto’s rijden af en aan. Na een praatje van Coriza gaat de groep los. Er komen kratten tevoorschijn die worden gevuld en ook het nestje jonge hondjes krijgt alle aandacht. De bloemkool is er goedkoop. Pait heeft een partij van het land kunnen halen. Bijzonder in deze tijd van het jaar. Hij verkoopt ze voor € 0,75 p/s. Daar kan geen super aan tippen. Onze groep gaat voor de groente-ingrediënten voor de snert, maar ook dat bloemkooltje schuift in de tas. Een grote weegschaal heeft het druk. Uit het hoofd rekent Coriza stuk voor stuk de prijs van de artikelen bij elkaar. Naast de groenten verdwijnen er ook sinaasappelen, appelen en eieren in de tas van de fiets. Het zijn niet zomaar eieren maar dubbeldooiers. “Is dit wel wat”, vraagt een vrouw aan mij, “het zijn net ganzeneieren, ik weet niet of ik die lust.” Ze laat ze angstvallig staan. De tijd gaat dringen, het schema is strak, tijd om weer op te stappen. Het loof van de prei steekt uit de fietstas alsof men een bosje bloemen heeft gekocht.

We gaan op weg naar Bakkerij Vreugdenhil aan de Maasdijk. Wanneer er een auto van achter komt is een korte gil voldoende om de groep als ganzen achter elkaar te zien fietsen. Wanneer we het dorp Maasdijk in rijden is tegen de dijk aan de winkel van Vreugdenhil gevestigd. Als de fiets op slot wordt gezet wordt de winkel betreden. Het is hier niet zomaar een bakker, maar een ambachtelijk bakker met winkel die een giga uitstraling heeft. Niet voor niets heeft men al driemaal een ster ontvangen voor bedrijfsvoering, personeelsbeleid, producten en aanverwanten.” Je kunt het vergelijken als de Michelinster van de restaurants”, vertelt Chris Vreugdenhil. Samen met zijn broer Gerard en vader Jan voeren zij de directie, maar ook moeder Gerda is nog steeds actief in de winkel en spreken we nog even. Ook hier gaat de groep ‘los’. Het is ogen uitkijken. Een prachtig bedrijf in een dorpje niet groter dan 4.500 bewoners. Mensen uit wijde omgeving komen hun boodschappen bij hen halen, zegt Chris. Ze zijn trots op het bedrijf en hun producten. Zijn ogen stralen als hij verhaalt over wat zij bestieren. Bakker Vreugdenhil serveert een stukje marsepeinen cake uit. Als we zijn bakkerij uitlopen laten we de voetstappen van de bagger van Boer Pait achter in de bakkerij.

Wanneer iedereen weer is aangesloten vervolgen we de weg naar de Witte. Een eetcafé in de Lier. Hier heeft men een lange tafel gereserveerd voor de groep. “Een kleine lunch bestellen hoor”, waarschuwt Marja, “want straks is er nog erwtensoep.” Mijn buurman en buurvrouw hebben het goed in de oren geknoopt en bestellen een broodje kroket. Dat zijn twee boterhammen en twee kroketten. Een bordje bijzetten is geen moeite bij de Witte. Nadat ieder zijn lunch heeft afgerekend, gaan we de laatste ingrediënten halen.

De stop is bij Slagerij Zwaard. Een keurslager in de hoofdstraat van De Lier. Als je met 19 mensen naar binnen stapt is het druk in de winkel en toevallige klanten die bij de deur van de slager komen gaan eerst een andere boodschap doen, om later terug te komen. Hier krijgen we het maken van de rookworst te zien. Jacq de Mos, de slager die al 35 jaar bij Zwaard werkt, laat op ambachtelijke manier zien hoe e.e.a. in zijn werk gaat. Wanneer de kinnebak en procureur zijn vermalen tot een pasta worden er kruiden aan toegevoegd. Uiteraard wil men weten welke. Dat vertelt de slager niet, dat is een slagersgeheim. Als hij vraagt waar de pasta in wordt geperst kijkt men elkaar aan. Uit de koeling komt een bakje met, ja met wat. Het is varkensdarm. Ik zie mensen een vies gezicht trekken. Met een handige pers, spuit hij de pasta door de darm. Een touwtje er omheen en de worst is klaar om gerookt te worden. Nog even mag hij een uurtje drogen en dan gaat ie de droogkast in. Het vuur wordt opgestookt de houtkrullen toegevoegd. Na twee uur heeft het de smaak van de rookworst die hij uitserveert. Warm en een beetje vochtig. Een heerlijk stukje worst. Ook hier kan men inslaan voor de snert thuis. De spekstukjes en worsten gaan mee in een papieren tas. De snertonderdelen zijn compleet. Na nog wat foto’s rijden we de hoofdstraat uit naar de Oude Campsweg. Een van de fietsdames hoor ik bij het opstappen zeggen: “als mijn man straks op de rekening ziet wat ik heb uitgegeven, mag ik nooit meer mee.” Waarop een ander zegt: “Meid, hij mag niet zeuren, je hebt nog nooit zo gezond gegeten.”

Sylvia Simons – van den Berg staat al te wachten als we aan komen. Een hartelijke begroeting valt ons ten deel. We gaan naar het daarvoor ingerichte hok. Overdag voor pa en ma, ’s avonds voor haar kids. De houtkachel laat zijn houtblokken branden. Hier vinden we Syl’s moeder al roerend in de dikke brij. Wat er in zit? Dat staat op het rolletje dat in het begin is uitgereikt. Er komt een sappie op tafel voor iedereen. Terwijl Syl’s moeder de soepcupjes vult telt ze de stukjes worst die per bakje wordt weggeven. Met een beetje charme krijg ik drie stukjes extra. Het gaat er lekker in. Sylvia vertelt over de oogst en verwerking van de spliterwt en andere peulvruchten. Het blijft een streekproduct omdat Lierenaar Martin Jonas zich heeft gespecialiseerd in de verwerking van peulvruchten. Verder geeft ze aan wat er bij haar te koop is. Om dit te ondersteunen, komen er proeflepeltjes met eierroom en stukjes cake met jammetjes die ze maakt op tafel. Ze vertelt er zeven dagen per week mee bezig te zijn. Van hobby naar werk. Op vrijdag en zaterdag is Santé, waaronder Sylvia werkt, geopend. De groep laat de snert goed smaken en met een voldaan gevoel wordt er nog even geshopt bij Sylvia in haar winkel. Dan is er een eind gekomen aan een enerverende dag. Ieder gaat weer zijn/haar weg. Na 31,52 km sluiten we deze snertfietsdag af. Met rode konen zitten we even later op de bank met een kopje koffie. Geen regen, een beetje wind, maar bovenal veel gezelligheid.

Opnieuw een hele mooie rit met mensen die de website of facebooksite Fietsen voor m’n eten kennen. Fietsend je eten ophalen, puur en zo van het land. Geen plastic verpakkingen en gezond bewegen. Je zou het vaker moeten doen. Op 8 februari a.s. is er wederom een snertfietsrit. Deze is helaas al vol. Houdt de website of nieuwsbrief in de gaten voor meer ritten en workshops die worden georganiseerd onder de vlag van Fietsen voor m’n eten of die gelinieerd zijn aan laatst genoemde club. Het was een mooie dag.

410. Verdwijnt straks het bibliotheekservicepunt?

Nederland leest veel minder, tenminste de jeugd t/m 15 jaar leest veel minder. Minder dan 10 jaar terug. Mensen ouder dan 65-jaar zijn daar dan weer een uitzondering op. Zomaar een berichtje uit de krant van afgelopen week. Het gaat dan met name om mensen die laaggeletterd zijn, jongvolwassenen en tieners. Zo constateerde het Sociaal en Cultureel Planbureau. Nou moet ik eerlijk bekennen dat ik tot geen van de eerder genoemde doelgroepen behoor die minder leest, maar wel tot de doelgroep 65-plus, maar ook bij mij schiet het er weleens bij in. Met uitzondering van de krant, die lees ik van achter naar voor en terug.

Sinds ruim een jaar doe ik mee aan Voorleesexpress, een project waarbij je jonge kinderen met een taalachterstand voorleest uit boeken in het Nederlands. Daardoor ga ik wekelijks bij de bibliotheek langs om boeken op te halen. Een nuttige aanvulling op het onderwijspakket waar zij ook mee te maken krijgen. En ik zie vorderingen. Waar ik voor het eerste kom, leest men nauwelijks, maar na een paar weken zie en hoor ik dat men het leuk vindt om te lezen en gaat men met sprongen vooruit. Ik neem daarbij ook de ouders mee, want zij moeten er achter staan. Ik neem ze mee naar de bibliotheek of servicepunt om hen kennis te laten maken met de voorzieningen die er nu nog zijn. Een bibliotheekpas waar men gratis boeken kan halen en lezen. Maar ook voor ouders de mogelijkheid om gebruik te maken van het project Taalmaatje.

Zo regelmatig moet ik boeken reserveren omdat het servicepunt in Schipluiden dit boek niet heeft. Er wordt dan hard aan gewerkt om het boek zo snel mogelijk bij zo’n servicepunt te krijgen. Nog altijd word je daarbij ondersteund door een opgeleid bibliotheekmedewerkers. Maar hoe gaat dat straks, wanneer in 2021 de subsidie vanuit de gemeente met €50.000,00 wordt gekort.

Ik vrees met grote vreze dat het servicepunt helemaal gaat verdwijnen, en Schipluidense lezers naar Den Hoorn moeten, waar Maaslandse mensen naar Maassluis zullen moeten. Scholen zullen op de fiets moeten stappen omdat er geen gelegenheid meer is boeken te halen. Ouderen zullen de MUS moet pakken om hun thriller, roman of oorlogsboek op te gaan halen. En hoe gaat het met de medewerkers, gaan ze minder uren werken, moet men weg, wordt het uit noodzaak opgepakt door vrijwilligers?

Ik denk dat men nog minder gaat lezen, voor een boek ga je geen 4 km heen en terug. Maar ook voor die vrijwilliger die zich nu inzet om jonge mensen mee te nemen in een Nederlands boek, zal het boek halen meer tijd en kilometers gaan kosten. Buiten de voorbereidingstijd die men er aan besteed.

Een ongezonde zaak die terug moet worden gedraaid. Natuurlijk is het een kwestie van keuzes maken bij de Gemeente. Geld dat je niet hebt kan je ook niet uitgeven. Maar als ik lees dat er ruim twee-en-een-kwart ton wordt uitgetrokken voor een veranda aan het Tramstation dan heb ik daar toch wel mijn bedenkingen bij. Ik misgun het hen niet, maar ben persoonlijk van mening dat de bibliotheek een veel grotere prioriteit heeft dan de veranda, omdat deze er vroeger ook zat. Vroeger reden er ook treinen op het spoor daar, zou er dan ook niet een locomotief voor het gebouw gezet moeten worden. Nee gemeente, prioriteiten stellen is nadenken en niet het probleem neerleggen bij een ander.

Inmiddels gaat er een petitie rond waarbij men aan kan geven dat men de bibliotheek in stand moet houden. Dat betekent niet uitbreiden, dat is niet nodig, maar behouden wat er nu is.

Beleidsmakers, college en raadsleden, ga nog eens op zoek naar geld en behoudt wat goed is, wat in een grote behoefte voorziet. Ik wens u succes.

Wilt u de petitie ondertekenen doe dit dan hier. Delen van de link wordt op prijs gesteld.

409. Sinterklaas 2019

Het begon al vroeg dit jaar bij het hoogheemraadschap, mijn vorige werkgever, waar ik wederom mocht komen als Sinterklaas. Dit jaar voor de 14e keer. Men zocht het dit jaar bij de boer. Hoeve Ackerdijk was de locatie. In de stal stonden de tafels gereed waar een kleurplaat kon worden gemaakt. Buiten is een speurtocht uitgezet. Het is koud die dag. Ik kan mijn auto nog dicht bij de boerderij kwijt, gasten moeten hun auto langs de laan in het weiland zetten, met het risico dat ze er niet meer uitkomen.

Ik loop er in ‘burger’ rond. Personeel vraagt op slinkse wijze, terwijl hun zoon of dochter in de buurt is, of ik eh….. ik knik alleen. Pieten, roetveeg en traditioneel zwart wandelen over het terrein. Het is tijd om mezelf om te toveren. Het is altijd weer even spannend, zo’n eerste keer. Midden in de verkleedpartij komt de directeur bij me binnen. “Wat ga jij zeggen, Aad”, vraagt hij. “Afhankelijk van wat jij gaat zeggen”, antwoord ik hem. Ik laat me niet uit de tent lokken, maar bereid het ook eigenlijk niet voor.

Om even over half vier krijg ik een seintje, ik word verwacht. Wandelend door de bagger ga ik richting stal. In mijn ene hand de staf in mijn andere mijn witte albe hoog houdend. In de verte staat een meisje van een jaar of vijf op me te wachten. Ze rent op mij af en klemt me tussen haar handjes. “Sinterklaas, Sinterklaas”, roept ze terwijl ik even geen kant op kan. Wanneer ik ‘los’ ben wandel ik de stal in. Op de stoel zit, zoals gebruikelijk, ondeugende Piet. Onder de stoel ligt een poes te slapen. De directeur doet zijn verhaal en is blij dat er zoveel ouders aanwezig zijn. Hij vertelt dat er een nieuwe CAO is vastgesteld , ik probeer er op in te haken. Dan gaan we over tot het uitreiken van de cadeautjes, altijd het hoogtepunt. Het gaat er soms hectisch aan toe. Kinderen verdringen zich rond de Sint. Als elk kind een cadeautje heeft tellen we af. Van 10 naar 1 dan mag het pakje open. Blije gezichtjes. Kindjes die komen bedanken en een kindje dat komt vertellen dat ze zulke kouwe handjes heeft. Ik pak haar handjes vast en warm ze op in mijn handschoenen. Vader maakt er een mooie foto van. Terwijl er nog wat foto’s met de Sint worden gemaakt zie ik de ouders al vertrekken. Zij hebben mogelijk net zulke koude voeten als ik heb. Ik hoef nog net aan niet het licht uit te doen omdat ik als laatste vertrek, maar het scheelt weinig. Het eerste optreden zit er weer op. Nog even nakaarten en dan ga ik naar huis.

Een week later ga ik wederom in ’t pak. Dit keer bij de Zonnebloem Schipluiden. Het is altijd bijzonder om je te gaan verkleden op een locatie in een pastorie. Alsof ik dan eindelijk als bisschop op mijn plek ben. Wanneer ik aankom zijn mijn Pieten zich al aan ’t voorbereiden. Bijzondere Pieten met een leeftijd van boven de 70 jaar. Ouder dit keer dan de eigenlijke leeftijd van de Sint zelf. Op hun gezicht zie ik witte vlekken, niet omdat het roetveegpieten zijn, maar omdat het thema van het Sinterklaas staat in het teken van de boerderij. Het zijn dus koevlekpieten. Wanneer ik me heb verkleed begeef ik me door de kerk heen naar de zaal waar onze gasten al met spanning wachten op mijn komst. In de hal van de zaal word ik verwelkomd door een groep kleutertjes. Kleine mensjes die een muts op hebben met hun naam er op. Dat is handig. Ik loop door de groep heen en word verwelkomd door de voorzitter van de Zonnebloem, krijg een stoel aangewezen en settle me.

De kinderen van de St.Jozefschool hebben een dansje ingestudeerd en willen die graag aan Sinterklaas laten zien. Daardoor staan ze wel met hun rug naar het publiek. De oplossing is om het daarna nogmaals te doen maar dan rondom Sinterklaas met het gezicht naar het publiek. Een klein mannetje vraagt of hij bij Sinterklaas op schoot mag. Als goedheilig man voldoe je aan de vraag. Ik trek hem op mijn schoot. Nu blijkt dat de mutsjes van de kinderen zijn gemaakt van karton en crêpepapier. Een rood mutsje komt te liggen tussen de billen van het kindje en mijn witte albe. Wanneer er foto’s worden gemaakt voel ik dat het warm wordt op mijn schoot. Het kind straalt warmte uit, is mijn mening. Wanneer hij echter van de schoot af is, blijkt hij, waarschijnlijk van de spanning, zijn plasje te hebben gedaan in de schoot van Sinterklaas. Oei. De oudere mensen wijzen mij op de rood/gele vlekken op mijn witte albe. Ik kan er nu echter niets meer aan doen. Door mijn hoofd schiet direct: ‘Maar wat moet ik vanmiddag?’ Die middag heb ik namelijk nog twee optredens staan.

Ik wandel terug naar de plek waar ik me eerder heb aangekleed. Daar aangekomen laat ik aan de administratrice van de kerk zien wat er is gebeurd. “Dat zijn crêpepapiervlekken, Aad, die krijg je er nooit meer uit.” Daar schrik ik van. Zover had ik me niet gerealiseerd. Even ben ik van de wereld weggeslagen. “Zal ik kijken of we nog een oude albe hebben hangen op de zolder?”, vraagt ze. Dat lijkt me een goed idee. Ze komt met een oude albe aanlopen, waar wat gaatjes in zitten en hier en daar een roestvlekje. Die zullen ze niet meer gebruiken, denk ik, dat blijkt later anders. Gelukkig zitten de meeste oneffenheden op de rug, die zijn niet zichtbaar. Ik ben in ieder geval voor die middag gered.

’s Middags worden er twee bezoeken gebracht aan de Bibliotheek. Tegenwoordig De Plataan hetend. Een in Den Hoorn en die in Maassluis. We moeten het dit keer doen met roetveegpieten is gevraagd. Met twee zeer ervaren Pieten gaan we op pad. In Den Hoorn treffen we zo’n zeventig kinderen aan en veel ouders. Ze zitten bijna op mijn lip en verdringen zich om bij me in de buurt te komen. Vlak voor me staat een van mijn voorleeskinderen. Hij staart mij aan maar zegt niks. Ook bij hem thuis niet. Hij heeft mij niet herkend.

Er worden veel vragen gesteld aan Sinterklaas. Hoe oud hij is en hoeveel Pieten hij heeft. Maar ook hoe het zit met Americo en Ozosnel. En of Ozosnel ook over de daken kan lopen. Waarom Malle Pietje van die gekke cadeautjes in de schoen gooit. Vragen die ik zowel in Den Hoorn als Maassluis tegen kom. In Den Hoorn word ik netjes ontvangen door een mevrouw die ook als Piet meedoet in de optocht van Delft. Daar speelt ze omaPiet. In Maassluis krijg ik direct een microfoon in mijn handen gedrukt. Hier heeft men bankjes neergezet. Zo heb ik wat meer overzicht. Ook hier mag de foto met Sinterklaas en zijn Pieten niet ontbreken. Twee leuke optredens niet alleen voor ons maar ook voor de bibliotheek kennelijk want een dag later boeken ze alvast voor 2020.

Er zijn even wat vrije dagen. Dan mag ik op zondag schoentjes uitdelen bij Albert Heijn in Schipluiden. Altijd een feestje, niet alleen voor de kinderen maar ook voor mij. Met veel kinderen worden foto’s gemaakt. Bij Albert Heijn kan men kruidnootjes bakken. Leuk. Kinderen die hun schoen niet hebben gezet krijgen toch hun lekkers. Albert Heijn Buckers zorgt dat er genoeg uit te delen is. In de winkel lopen ook Pieten, buiten die we zelf meenemen. De twee meiden die dit keer met me meegaan zijn door de wol geverfd. Ze voelen mij aan en doen prima mee. Mensen die hun boodschappen komen doen spreek ik aan. Soms kijken ze me verbijsterend aan. “Wie ben je?” vragen ze dan. “Sinterklaas”, geef ik als antwoord. Het is vragen naar de bekende weg. Na een dik uur is het tijd om te vertrekken en op pad te gaan voor gezinsbezoeken.

Wandelend door Schipluiden, gaan we naar ons eerste adres. Een adres waar ik inmiddels bijna mijn eigen stoel heb. Ik kom er voor de zevende keer nu, heb ik berekend. Na het gesprek met de kids, schiet ik over naar opa en oma. Dan wordt het emotioneel. Er is ziekte en zeer in de familie en dan moet je het grappige even later varen, op de serieuze toer gaan en bemoedigende woorden uitspreken. Ik heb het er even moeilijk mee. Het wordt gewaardeerd, merk ik. Dan op naar het volgende adres. Hele kleine kinderen, waar het gesprek volledig bij Sint vandaan moet komen. Bang als ze zijn om bij Sinterklaas te komen, zijn ze in afwachting van het moment dat ik de deur weer achter me dichttrek. Vervolgens naar het volgende adres. We zijn wat aan de vroege kant en zien de boekster nog op de fiets op weg naar haar ouders. Er wordt besloten om even voorbij te rijden en verderop te wachten. Tot tweemaal toe zien we een Sinterklaasauto voorbij rijden. Het is druk vandaag voor de Sint.

We gaan op weg naar boekingnr. drie. Alleen maar ongelovigen. Maar dat is ook leuk. Het is cabaret met een hoog lach gehalte. Opa en oma die te grazen worden genomen, maar ook volwassen jongens en meisjes krijgen een beurt. Een geweldig leuk gebeuren. Dan naar een adres in Den Hoorn. Een oud-collega met zijn gezin. Hier hebben de kinderen de meeste aandacht. Ik kan er heerlijk mee in gesprek. Na 25 minuten gaan we naar het volgende bezoek in Rijswijk. Opa heeft een apart cadeautje gekocht voor zijn kinderen en vraagt om er wat aandacht aan te besteden. De kleinkinderen krijgen één gezamenlijk cadeau. Een treinbaan met alles erop en eraan. Wederom een leuk bezoek. Het oudste kind speelt een muziekstukje op zijn trompet voor de Sint. Dan is het voorbij. De tweede druk dag.

De albe met crêpepapier vlekken gaat voor de vierde keer in de was. Nu wordt deze ingesmeerd en geboend met dikke bleek. Er komt een ruwe borstel aan te pas. Wanneer het deurtje open gaat zijn de rode vlekken eruit. Pffff, gelukkig weer lekker in mijn eigen kleding. Daar voel ik me toch het lekkerste in.

Ik breng de albe terug die ik heb geleend van de kerk. Keurig gewassen en gestreken, d.w.z. de albe met uitzondering van het kant aan onderkant en mouwen. Ik heb zelfs geprobeerd om de roestvlekjes weg te krijgen. Het kant is een teer goedje dat al wat jaren meegaat. Ik weet niet of het de strijkbout overleeft. Die middag krijg ik vanuit de commissie van beheer een stekelig gedichtje toegestuurd. Ik had het kant moeten strijken. Nu doen ze het zelf wel en verwachten van mij een hogere kerkbalansbijdrage. Beetje flauw, vind ik.

Op 5 december mag ik opnieuw aan de bak. Bij o.a. een familie waar ik inmiddels kind aan huis ben. Ik doe er nog een aantal. Op 4 december komt er nog een berichtje binnen op mijn Messenger. ‘We hadden jou heel graag geboekt, maar waren te laat. Zou je kunnen bellen morgen dat je het te druk hebt en daardoor niet kunt komen.’ Ik besluiten even te FaceTimen. Gespannen zitten de kinderen achter het scherm. Dan gaan we op pad. Waar ik in het verleden behoorlijk uit kon lopen, ga ik nu lekker in de pas. Iedereen uit het grote boek krijgt aandacht. Ook die mevrouw ‘die op dezelfde dag als Sinterklaas jarig is’. Ik heb haar even opgezocht op social media en weet dus precies om wie het gaat als ik haar aanwijs als de jarige. Ze schrikt ervan, maar dat is social media. Je kunt bijna alles vinden. Bij één van de laatste bezoeken krijg Sint ook een cadeautje, een Tony Chocolonely reep met een gedicht. Na een lange middag rijden we in het donker terug naar de verkleedschuur. Onze Pieten die zonder Sint op pad zijn gegaan, zijn bij de snackbar langs geweest. We eten even uit het vuistje. Sinterklaas 2019 is weer voorbij.

2019 was niet echt een druk jaar. Is het de recessie, is het de discussie die nu weer een paar jaar bezig is? Ik heb geen idee.

Ga je volgend jaar nog verder, wordt me vaak gevraagd. Ik bekijk het per jaar. Het blijft leuk. Volgend jaar beraad ik me weer. Ik gooi mijn Sintattributen in ieder geval niet weg.

408. Een dagje MUSsen

Het is het dagje MUSSEN wel. Ik moet al vroeg op om mijn eerste klant richting ziekenhuis te brengen. Ze staat al met haar jas aan in de deuropening als ik aan kom rijden. “Mooi op tijd”, zeg ze en probeert in te stappen. Dat gaat moeizaam. “Volgende keer de trede uitschuiven”, zeg ze. Dat heb ik geprobeerd, maar deze zat met zoveel bagger vast aan de car, dat ie niet wilde schuiven. Ik maak hem straks baggervrij.

We gaan op weg, richting Den Hoorn. Scholieren onderweg rijden regelmatig telefonerend voor me uit of tegemoet. Het rijk zou er goed geld mee kunnen verdienen en echt kunnen inspecteren. Soms gaan ze niet opzij. Mijn claxon doet het niet, dat is jammer. Ik probeer het met mijn stem. Meestal maken ze ruimte.

Bij de voetbal in Den Hoorn moet ik onder het tunneltje door. Er is op sommige plekken een nieuwe bituumlaag aangebracht. De paaltjes zijn daardoor weggehaald. Een klein stukje omrijden en dan de Reinier de Graafweg op naar het gelijknamige ziekenhuis.

Als ik aan kom rijden, komt de suppoost met een rolstoel aan. Dat is dit keer kennelijk niet nodig. Mevrouw kan zelf lopen. Ik spreek met haar af dat ze me belt of laat bellen als ze klaar is.

Terug naar Schipluiden. Een vrouw ophalen die naar een verjaardag wil. Het is 10:00 uur. Wanneer ik aankom is ze nog niet klaar. De zuster van het verzorgingsteam is met haar steunkousen bezig. “Ben bijna klaar hoor”, zegt de jong verzorgende. Ze houdt de deur voor me open als ze weggaat en laat de lift vast komen. Ik neem mevrouw mee naar mijn voertuig, terwijl de zuster op haar scooter haar weg vervolgd. “Nog vijf uit bed halen”, zegt ze, als ze ons voorbij rijdt. Ik verbaas me. Even over tienen en dan nog vijf helpen opstarten? Dat kan toch niet.

Ik rijd met mevrouw nog even terug naar de standplaats. Ik ben mijn invalide parkeerkaart vergeten. Ik zal deze niet nodig hebben, maar toch. We gaan op weg. Een toeristische route voor mijn passagier, voor mij is het standaard.

Bij de stop in Den Hoorn kan ik even mee naar binnen. De jarige is een bekende van mij. 89 jaar is ze geworden. Na een kopje koffie opnieuw terug naar Schipluiden.

Mijn volgende klant is een al wat oudere vrouw. Ik heb haar regelmatig in de MUS. Ze wil naar de apotheek in Den Hoorn. “Wil je wachten”, vraagt ze me. Ik heb tijd en blijf voor de apotheek staan. Met 10 minuten is ze terug. Ik breng haar weer terug naar huis. Onderweg krijg ik te horen dat ze vandaag wederom geen hulp heeft ontvangen van haar huishoudelijke hulp. Het is al de derde keer deze maand. “En weet je wat zo erg is”, zegt ze, “ze laten van te voren ook niets weten. Ik heb ‘recht’ op twee uur hulp. Vorige week kreeg ik een jongetje van een jaar of 16. Heeft nog nooit een stofdoek in z’n handen gehad. Na een uur ging ie al weer weg. Hij zegt tussen neus en lippen nog even: “oh ja mevrouw, vanaf volgende week krijgt u een half uurtje minder hulp. Ik heb er over gebeld. Ze hebben niemand.” Ik hoor meer van soortgelijke verhalen. Ik besluit om het eens mee te nemen naar het Burgerplatform waar ik lid van ben. Ook de wethouder moet dit weten. Ik wens mevrouw sterkte toe en zet haar thuis af.

De telefoon gaat. ”Receptie Reinier de Graaf, met Mies”, zegt de vrouw aan de andere kant van de lijn. “U kunt mevrouw X weer ophalen hoor, ze zit in de hal.” Ik geef aan dat ik er met vijf minuten ben en ga naar het Reinier op pad. Mevrouw heeft geen fijne boodschap gehad, van de oncoloog. Ze verhaalt er uitgebreid over. Dat doet me wat. Ik kan met moeite mijn emotie binnenhouden. Ik zet haar thuis af, waarop ze vraagt of ik tijd heb voor een kopje koffie. Dat heb ik, een kwartiertje. Ik ga even mee naar binnen drink mijn koffie op, aanhoor haar verhaal en wens haar sterkte als ik wegga. “Fijn dat je even tijd had”, zegt ze als ik de gang uitloop.

Op naar mijn volgende klant. Ik ben er iets te vroeg en wil iemand niet opjagen. Ik wacht even in mijn MUS. Al snel gaat de deur open en komt mevrouw naar me toe lopen. “Ik zag je komen, mooi op tijd”. Ik help haar even met instappen en rijd naar de Basalt. Mevrouw gaat terug met haar aangepaste schoenen. “Voor de zoveelste keer”, zegt ze. “Ik ben boos, heel erg boos”, geeft ze te kennen. “Ik ga er nu voor de vijfde keer voor terug”. “Ik zal de schoenmaker eens even goed van repliek dienen.” Ik ken haar niet zo als strijdig persoon, maar nu is ‘t menens, merk ik. Onderweg praten we over eenzaamheid, maar ook over het feit dat ze de dinsdagse maaltijd in de Dorpshoeve heeft ontdekt. Zo vertelt er met plezier over. Ik zet haar af bij de Basalt. “Denk om uw hart, hé”, geef ik haar mee. Ik spreek met haar af dat ze me zal bellen als ze klaar is.

Het is maar een kort stukje van de Basalt naar een klant in Den Hoorn. Mevrouw gaat naar de pedicure. Ik kan goed met haar praten. Ze geeft aan dat ze eenzaam is. Gescheiden van haar man en haar kinderen. Ze zijn ver van haar weg gaan wonen. Mevrouw is echt eenzaam en vertelt dat er nooit iemand bij haar komt. Ze heeft geprobeerd om zich aan te sluiten bij de Zonnebloem, maar eenzaamheid is geen criterium geeft men aan. Ze hoeft geen bezoek, maar wil af en toe met een activiteit mee doen. Ook dat is niet gelukt. Dan breekt mevrouw en zit huilend naast me. Een lastig moment. Ik probeer haar enige troost te geven. Ze vindt me aardig, zegt ze. “Ik plan altijd op dinsdag, omdat ik graag met u meerijdt.” Ik zet haar af bij de pedicure.

Het is inmiddels half twee. Ik schiet nu snel naar huis heb even tijd voor een broodje. Ik heb mijn boterham net gesmeerd als mijn privé-telefoon afgaat. Het is de coördinator. Mevrouw bij de Basalt is klaar. De boterhammen gaan in een zakje mee, voor onderweg.

Aangekomen bij Basalt, komt mevrouw met een lach naar buiten. “En”, zeg ik, “heeft u de schoenmaker zijn vet gegeven.” “Nee”, zegt mevrouw, “het was een Limburger en die hebben zo’n leuk taaltje, daar kan ik niet boos op worden. Over 14 dagen kan ik mijn schoenen weer ophalen.” Ik breng haar terug naar Schipluiden.

Onderweg merk ik dat mijn karretje moeite krijgt om te rijden. De kleurtjes op de display zijn al behoorlijk terug gelopen. Ik besluit om deze MUS om te ruilen voor een die aan de oplader staat.

Mijn volgende rit. Mevrouw moet worden opgehaald van de verjaardag. Ze heeft om half drie afgesproken. Ik rijd terug naar Den Hoorn. Onderweg een belletje. Mevrouw van de pedicure is klaar. Het wordt een combinatieritje. Als ik beiden heb teruggebracht heb ik even tijd voor een kopje koffie. Dat doe ik in Akkerleven.

Nog een ritje. Vanuit de basis weer naar Den Hoorn. Een nog jonge vrouw moet naar de Basalt. Een intakegesprek. Mevrouw vertelt dat haar iets heel ernstig is overkomen, waardoor ze zich moet melden bij het revalidatiecentrum. “Ik wist niet van jullie bestaan af”, zegt ze, “maar door een vriendin werd ik er opmerkzaam op gemaakt. “We bestaan al ruim anderhalf jaar”, geef ik haar te kennen”. “Blijf je wachten”, vraagt ze. Ik heb er geen ritten meer achteraan, dat zou dus kunnen. Het wagentje gaat langs de kant, ik probeer binnen een kopje koffie te scoren en neem wat leesvoer door. De receptioniste vraagt voor wie ik kom. Als ik haar uitleg dat ik van de MUS ben, ik heb bedrijfskleding aan, wil mevrouw zien wat dat is. “Dat zouden ze in Delft ook moeten hebben”, zeg ze, “de regiotaxi is zo onbetrouwbaar.

Na 20 minuten is mevrouw klaar. Ze komt naar me toe. “Dit is toch ideaal”, zegt ze, wijzend op mij. De receptioniste beaamt het.

We rijden terug, maar ik merk al dat mijn wagentje van lieverlee aan z’n eind is. Ik haal het nog tot de Bolle Kickert, de brug over de Gaag. Dan is het over. “En nu”, zegt mevrouw, ik ga het slepend proberen, maar het is nog wel een eindje. Ik hoop dat ik het haal. Mevrouw krijg ik thuis, maar daar is alles mee gezegd. Bij een bevriend iemand mag ik de stekker even in het stopcontact stoppen. Twintig minuten, dan ga ik proberen om thuis te komen. De display geeft ‘vol’ aan, maar is dat zeker niet. Langzaam rijd ik terug naar Akkerleven de basisplaats in Schipluiden. Ook nu moet ik het slepend doen, dat geeft geen goed gevoel. Angstig zelfs, je weet niet waar het definitief ophoudt. Meer chauffeurs klagen er over. Het zal toch niet zo zijn dat we aan ons eigen succes ten onder gaan.

Het vervoersproject voldoet aan een behoefte, meer dan dat, zelfs. Sociaal, mooie gesprekken, angstig soms, maar bovenal met veel plezier rijden de vrijwillig chauffeurs hun dagelijkse ritten. I.v.m. de beperkte actieradius gaan we toch terug naar een minder aantal ritten. Een iets grotere investering vanuit de opdrachtgevers zou helpen. Maar dat is aan de politiek.

Volgende week sta ik er weer, met evenveel plezier. Want je laat de mensen niet in de kou staan. Maar kom ik aan het eind van de dag met mijn MUS thuis? Dat blijft elke week weer een dingetje.