380. Man, man, man, wat een wind

Er staat een stevig windje. Net geen code geel, maar er tegen aan. Ik moet al vroeg aan de bak. Vanuit Schipluiden een mevrouw ophalen in Den Hoorn. Voor de rest van de dag staat het schema met VOL aangeduid. Dat betekent 10 of meer ritten.

Wanneer ik om kwart voor negen aan kom bij Akkerleven waar onze MUSSEN staan gestald is de receptie nog niet bevrouwd. Geen “goedemorgen” dit keer. Ik druk de code in van het sleutelkastje en neem voor de zekerheid allebei de sleutels mee. (Sinds kort rijden we met twee MUSSEN. Niet tegelijkertijd, maar één actief en de ander aan de oplader. Zo kunnen we altijd adequaat tot actie overgaan.) De MUS-telefoon gaat mee en ik kan aan de slag. Ik haal één van de MUSSEN los van het stopcontact en kan op weg. Het gaat lekker hard, voor de wind, dan zou je zo maar 50 km kunnen halen. Op het vrijwaringsbewijs staat echter dat er niet harder dan 15 km mag worden gereden op fietspaden. De wind blaast onder één van de deuren door. Er ontbreekt een tochtstrip. Een fluitend geluid begeleidt mijn rit. De wind geeft regelmatig een ruk aan het karretje. De golven van het water komen flink omhoog. Het is opletten geblazen. Bij de kerk in Den Hoorn sluit ik aan bij een groepje fietsers dat staat te wachten voor het rode licht. Wanneer het licht op groen springt en een van de fietsers optrekt rijdt er een auto door het rode licht. Het gaat net aan goed. Ik rijd richting bibliotheek waar ik een vrouw moet ophalen. Het is niet makkelijk om op het plein te komen, dan moet ik de stoep op. Omdat ik heb gezien dat mevrouw een rollator bij zich heeft durf ik het wel aan en rijd via de stoep over het plein naar de bieb. Ik parkeer mijn MUS en tegelijk komt mevrouw naar buiten. “Fijn op tijd, meneer”, zegt mevrouw. Ik plaats haar rollator achterin en help mevrouw met instappen. Ze heeft ouderwets een hoofddoekje om haar hoofd geknoopt. “Wat een wind, hé”, zegt ze. Mevrouw gaat in de praatmodus. Ze vertelt waarvoor ze naar het ziekenhuis gaat en dat haar kleindochter haar daar opvangt. Ik vraag of ze ook met me mee teruggaat. “Nee hoor”, zegt ze, “mijn kleindochter komt van Leerdam en brengt mij thuis. Ze drinkt een kopje koffie bij me.” Bij het ziekenhuis stapt mevrouw uit. “Kom eens met uw hand”, zegt ze en stopt er dertig cent in. “Dank u wel mevrouw.”

Dan door naar de was-en-koffie. Even de was ophalen die gisteren is gebracht en nu gewassen en gestreken weer mee terug gaat. “Bakkie, Aad”, zegt de leidinggevende van de deze locatie. Dat sla ik niet af. Een medewerkster van Stichting Welzijn Midden-Delfland sluit even aan. “Leuke blog van een trotse vader”, zegt ze. Ze doelt op de blog die ik afgelopen zondag schreef over het laatste optreden van René. Nog even nemen we een kwestie door over mantelzorg. Na een tweede kopje koffie rijd ik terug naar Schipluiden. Ik heb even rust en kan thuis even langs voor een derde kopje koffie. Bij Akkerleven aangekomen geeft de display van de batterij aan dat ik al in het oranje rijdt. Dat betekent na een rit al wisselen van karretje. Veel te snel is mijn mening, maar volgens het lease-apparaat zijn het zelflerende batterijen en worden ze steeds voller naarmate er meer wordt opgeladen. Ik zocht er naar op internet maar kan dit niet vinden. Is dit een verkooppraatje. Een dure dan.

Even thuis voor een kopje koffie en direct maar eten, daar is straks geen tijd meer voor. Het is 11:00 uur.

Omdat er voor de middag te strak is gepland probeer ik wat tijd te winnen. Om even voor twaalven ben ik weer op weg om een karretje op te halen. Beiden staan aan de oplader. Ik pak degene die ik niet eerder heb gebruikt en ga op pad. Verdorie, de veiligheidsgordel blijft niet in de houder zitten. Even melden. In de straten liggen vuilcontainers op de weg geblazen. Ik raap er twee op en zet ze aan de kant. Opnieuw naar Den Hoorn. Daar kom ik tien minuten eerder aan dan afgesproken. Er wordt niet open gedaan. Nog maar eens bellen. Dan komt mevrouw aanlopen. “Mijn dochter die mee zou gaan is er nog niet”, zegt mevrouw. “Ik ga haar even bellen.” Ze is er snel. We kunnen opnieuw op pad. Het ziekenhuis is de eindlocatie.

Ik zet mevrouw af en ga op pad om mijn volgende klant op te halen. Wederom terug naar Schipluiden. En wederom mijn accu in het oranje. Weer wisselen en iemand ophalen die naar het Plein in Den Hoorn moet. Ook hier ben ik ietsje eerder. Terug langs het water naar de fysio. Onderweg vallen drie fietsende scholieren over elkaar heen. De wind. Ik spreek met mijn bijrijder af dat ik ongeveer de afgesproken tijd weer bij hem ben, maar dat het afhangt van een rit uit het ziekenhuis. Zijn ze daar op tijd klaar?

Een mevrouw die ik om 13:45 uur op zou halen bel ik even. Ik ben twintig minuten eerder. Het is goed, ze gaat direct mee. Nu heb ik ruimte in mijn schema. Ik breng mevrouw naar Akkerleven en wissel opnieuw van MUS. Een man uit Akkerleven gaat voor het eerst mee met de MUS. Hij vindt het spannend. Hij is met zijn dochter en moet naar het ziekenhuis. Onderweg geeft hij aan dat hij mij nog van vroeger kent. Hij kent me bij me voornaam en zegt dat ik hem ook bij zijn voornaam mag noemen. Leuk. De man is geïnteresseerd en vraagt honderd uit. Zijn dochter luistert op de achterbank. Bij het ziekenhuis aangekomen is mijn eerdere afgezette klant nog in geen velden of wegen te zien. Ik besluit om even te wachten en laat mijn MUS op de shuttle-parkeerplaats staan. Na tien minuten komt mevrouw met haar dochter aan. De gehuurde rolstoel gaat in de stalling en mevrouw stapt alvast in. Even later heeft haar dochter ook een plekje. Terug naar Den Hoorn.

Mijn eerdere passagier, waar ik een afspraak mee maakte, zit inmiddels te wachten op een bloembak. Hij gaat terug naar Schipluiden. Dan door naar Akkerleven. Een oudere man gaat naar Albert Heijn en het ‘Appelvrouwtje’. Ik help hem de MUS in en rijd inmiddels in het batterij-rood richting Appie. Na het ophalen van een boodschappenkarretje laat ik de man uitstappen. Nu heeft hij een steuntje om te wandelen. Ik help hem de Albert Heijn in. Het waait om het gebouw en de 91-jarige is niet meer zo stevig gebouwd. Ik moet oppassen dat hij niet als vlieger de lucht in gaat. Even wachten tot hij zijn boodschappen heeft gehaald. Dan krijg ik zijn portemonnee om wat appels te halen. Hij neemt plaats in mijn karretje. Even later ben ik terug en breng hem weer terug naar Akkerleven. MUS 1 gaat naar de oplaadplek.

Nu is het wachten tot mijn klant uit het ziekenhuis belt. Ik hoef slechts kort te wachten dan kan ik weer met MUS 2 op pad. Na zo’n 500 meter ben ik al twee blokjes kwijt van de batterij. Zou ik het halen? Bij het ziekenhuis komt meneer al met zijn dochter aan. De rolstoel gaat weer naar de stalling. Op weg terug naar Akkerleven. We rijden net op het fietspad als er een vrouw omver wordt geblazen. Ze valt over haar fiets heen. Ik kan net op tijd stoppen. Mijn accu staat opnieuw in het oranje. Fietsers worden heen en weer geblazen over het fietspad. Het blijft opletten, helemaal als er scholieren ook nog hun mobiel denken te moeten gebruiken. Om kwart voor vier is meneer weer thuis. Hij vindt het fantastisch en is zeker van plan om vaker mee te rijden.

Mijn volgende rit is om half vijf. Beide MUSSEN staan weer onder spanning. Tijd voor een kopje koffie, nr. 4 die dag. Ik ontmoet er een collega MUS-chauffeur. Samen drinken we dat kopje koffie. We bespreken de stand rondom de accu’s. Het blijft een wonderlijk verhaal dat ze beter gaan worden naar gelang ze vaker zijn opgeladen. Voorgesteld wordt om eens na te denken over een Toyota Aygo of iets soortgelijks. We zijn sneller ter plaatsen en dat moet flink goedkoper zijn. Maar wie kaart het aan?

Om even over half vijf komt mijn laatste klant naar buiten wandelen. Ik neem haar mee terug naar Den Hoorn. Dan onderweg rijden we een hardloper achterop. Hij heeft op zijn hoofd, armen en benen allemaal tatoeages. Het ziet er indrukwekkend uit. Dat ziet een tegemoetkomende fietser ook. Hij kijkt hem achterom na maar let echter niet op het verkeer dat naar hem toe komt rijden en rijdt bijna bovenop mij. “AAD, KIJK UIT”, schreeuwt mijn medepassagier. Ik kan net op tijd remmen. Het gaat opnieuw maar net goed. Ik zet mevrouw thuis af en rijd de MUS voor het laatst vandaag naar Schipluiden. Een drukke dag, het lijkt op een baan, maar wel een leuke.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.