346. Soms zit het mét, soms zit het teugen

Er zijn van die dagen dat je van tevoren al weet, dit wordt het niet. Zo’n dag had ik toen ik een groep moest begeleiden voor een solexrit. Niet luisteren, eigen dingetjes doen, onverantwoord bezig, telefoon gebruiken tijdens de rit. Gewoon niet leuk en dat verwacht je niet van een rit die leuk moet worden.

Het is een vrijdagmiddag in Oktober een groep van zo’n 22 mensen hebben zich ingeschreven om een solexrit te rijden. Waar kan je dat beter doen dan bij de Tuinderij. Op de fiets rijd ik in mijn Tuinderij-jack richting locatie. De zon is krachtig, een prachtige dag om een heerlijke solexrit te maken.

Dit keer twee oudere begeleiders. De man in de bezemwagen, vrolijk van karakter, nog een stukje ouder dan ik zelf ben en ik. Het is altijd gezellig tot die ene keer.

Wanneer ik het terrein op kom rijden staat de groep al te wachten. De parkeerplaats is hun domein. Hier worden hun laatste nieuwtjes uitgewisseld. Een jonge collega van de Tuinderij haalt hen bijeen heet hen welkom en legt uit wat de bedoeling is. Hij legt hen tevens uit dat de rit in de tand des tijds gaat. Een leren jas en cap of helm. De groep gaat op weg naar de garderobe. De grootste leergarderobe van Europa, zeggen we vaak gekscherend.

De mannen en vrouwen schieten de hoek in van de jassen. Het is passen en terughangen, en nog een keer en nog een keer. Er zit geen vaart in. Ik geef hen te kennen dat de verkleedpartij ten koste gaat van de rit. Men heeft er maling aan en doet het op eigen tempo, staat te treuzelen met de camera in de aanslag. Wanneer we de groep bij elkaar hebben en iedereen gekleed is in de leren jassen outfit gaat één van de mannen weer terug. Toch maar een korte i.p.v. een lange jas. De groep wacht geduldig tot de man terug is. Nu kan de technische uitleg beginnen. Tijdens de presentatie is er geen tot weinig aandacht. De tijd is verder gelopen en de eerste 30 minuten zijn al om.

Na de uitleg rijden we wat oefenrondjes. Ik ga altijd voorop en heb aangegeven ook altijd de voorste te willen zijn. “Ik ga als eerste weg en ben ook als eerste terug”, zo geef ik hen met een grap mee. Daar gaat het al direct mis. Twee leden van de groep geven aan te gaan racen. Op vriendelijke toon geef ik aan dat dit niet de bedoeling is, ze vliegen mij voorbij. Twee andere rijders letten niet op en nemen de afslag niet, zij rijden door richting Schipluiden. Daar kan ik achteraan. Er is hen uitgelegd dat inrijden is: het leren rijden op een solex. Niet iedereen is zeker van zichzelf en een ongeluk zit in een klein hoekje.

We rijden een eerste ronde en omdat niet iedereen is gestart doen we er een tweede ronde achteraan. Dan kan de echte rit beginnen. We zijn nog geen 200 meter weg als ik voorbij word gereden. En niet één maar meerdere solexritberijders nemen het heft in eigen hand en besluiten niet te luisteren. Ik fluit een keer op mijn vingers waardoor men inhoudt. Ik geef hen nogmaals mee dat ik graag zelf de rit wil bepalen. Na een kleine kilometer hebben we een gat in het peloton. Er zijn er die hun telefoon vele malen belangrijker vinden dan teambuilding met hun collega’s. Vanuit de bezemwagen krijg ik dit al te horen. Ik knijp in de remmen en houd de groep achter mij. Dat blijft gelukkig zo. Als er een solex moet worden gewisseld, stop ik, het moet tenslotte een gezellig ritje worden met het hele gezelschap. Ik krijg vanuit de bezemwagen mee dat het gat dat inmiddels is gevallen is gedicht, we kunnen weer. “Gaan we nou nog een keer vol gas”, vraagt een van de deelnemers. Ik geef hem aan dat de langste solexrijder het tempo bepaald. “Dat is zeker die van jou”, antwoordt de grapjas.

Ik heb er geen goed gevoel bij. Men rijdt terreinen op van tuindersbedrijven en maakt er een zooitje van. Ook wij, als medewerkers van de Tuinderij, hebben een verantwoordelijkheid over hoe men omgaat met de solex. Het moet zonder ongelukken en iedereen moet het ook leuk vinden. Men heeft lak aan alles wat ik zeg. Een waarschuwing blijft twee minuten hangen, dan is men het alweer vergeten.

Wanneer er op een gegeven moment een gat valt van 150 meter krijg ik een melding uit de bezemwagen. “Ze zitten met z’n vieren te ouwehoeren en rijden niet door, ook niet nadat ik hen heb gewaarschuwd.” Ik houd de handrem vast en ga stapvoets rijden. Dat doen de vier achterin ook, het gat blijft even groot. Als een van de rijders gaat zigzaggen, krijgt hij opnieuw een waarschuwing. Het helpt niet. We gaan naar de eerste koffiestop. Er zijn gereserveerde tafels, ook daar heeft men lak aan. Men gaat zitten waar men wil. Zo jammer. Het wordt geen ‘koffie’stop’ het eerste biertje komt al op tafel. Ik kijk het met lede ogen aan. Mijn vreemde gevoel gaat steeds meer waarheid worden.

Als we na de stop weer op weg gaan houden we de groep bij elkaar i.v.m. de oversteek. Men blijft geduldig wachten tot ik het ja-woord uit heb gesproken. Eenmaal op het fietspad richting de Tuinderij, sprinten er ineens twee weg. Gaan plat op het stuur liggen en racen van de groep weg. Achterop is het kletsen wederom begonnen. De groep rijdt nu ruim 500 meter uit elkaar. Inwendig maak ik me boos, maar het zijn klanten en zij zijn koning. Wanneer ik aangeef dat we bij de Tuinderij doorrijden en naar de volgende stop gaan, komt men weer bij elkaar. We rijden het fietspad af en onder het tunneltje bij de Woudseweg. Dan linksaf richting het Groeneveld. Een vrachtwagen blokkeert de weg als de eerste acht rijders er voorbij zijn. Opnieuw wachten, maar nu niet door de rijders zelf. Vanuit de bezemwagen krijg ik het bericht dat we even moeten stoppen. Men is de eerste groep kwijt. Een van de rijders gaat terug en rijdt de rest van de groep tegemoet. De overige rijders rijden rondjes op privéterrein. Ik geef hen daar een opmerking over. “Ik moet niet zo chagrijnig doen”, zegt een van de solexers. Het hele spul is weer bij elkaar, we kunnen verder. Op naar de Witte. Langs het Kanaal opnieuw een melding uit de bezemwagen. De laatste rijden voor geen meter en zitten achterstevoren te filmen. Bij de Witte doen we een drankje. Na twintig minuten is de pauze om en gaan we voor de laatste kilometers. Ook ik geef de betrokken solexrijder die achterstevoren zat nog een waarschuwing. “Op een normale manier blijven rijden, anders haal ik je van de solex af en ga je maar lopen.” Meneer lacht er om.

Dan rijden we op de Oostbuurtseweg, als een deelnemer gaat staan op de pedalen zijn armen spreidt en staande rijdt met losse handen. Vanuit de bezemwagen krijgt ik terecht een hoop gemopper. Ik probeer de berijder van het blauwe monster te kalmeren. Hij is er helemaal klaar mee en ook ik heb er inmiddels mijn buik van vol. Men ruikt de stal en opnieuw gaat het gashandel open. Ik houd ze tegen en knijp in de rem. Ik gun ze het racen niet. Terug naar de basis. Daar aangekomen houdt onze verantwoordelijkheid op. Nooit eerder heb ik zo’n stelletje hoeven te begeleiden. Men mag best een beetje vooruitrijden voor een fotootje of filmpje of om een beetje te stangen, maar dit, dit was onbezonnen en onverantwoordelijk. Ik hoop zo’n rit niet meer te maken. Nog altijd blijft ‘Veiligheid voor alles’ ons motto, maar daar hebben we ook de groep voor nodig.

Een dag later had ik een geweldig leuke rit. Mijn ‘chagrijnigheid’ is kennelijk gezakt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.