322. En toen stond ie stil

Een drukke dag met de MUS, het vervoersproject van Midden-Delfland. Al vroeg ben ik op pad. Ik kan direct even bij iemand langsrijden die nog wat techplaatjes heeft van de Appie. Omdat we voor de voedselbankkinderen setjes maken is elke aanvulling meegenomen.

Om halfnegen uur komt de Excelsheet binnen met de ritten voor vandaag. Diverse ziekenhuisafspraken zijn er in schema verwerkt. Hierbij geldt dat de beginafspraak is in te plannen. De terugreis is altijd open.

Om halftwaalf mag ik een echtpaar ophalen. Een gestudeerd iemand, merk ik aan het taalgebruik. Als ik hem vraag wat hij heeft gedaan vertelt hij uitgebreid dat hij een hoge functie heeft gehad bij een ministerie. Maar meneer is ook benieuwd naar mijn privéleven. “Mag ik u iets vragen”. De man kijkt mij aan. “Bent u toevallig ook de vader van”, vraagt hij. Wanneer ik dat met een ‘ja’ bevestig, zegt hij: “zie je wel vrouw, dat ik gelijk had”. Ik heb het echtpaar eerder ook al eens in de MUS gehad. Dat gebeurde spontaan. Terwijl ik iemand naar het ziekenhuis heb gebracht komt meneer hardlopend naar mij toe. “Mogen wij mee terugrijden?”, vraagt meneer, om op een holletje terug te gaan naar de ontvangsthal van het ziekenhuis, als ik met “ja hoor” heb geantwoord. “Rustig aan, rustig aan”, roep ik hem na. Even later komt hij met zijn echtgenote aanlopen.

Ik heb meneer en mevrouw afgeleverd bij het ziekenhuis en geef hem een kaartje mee met het rechtstreekse telefoonnummer van de MUS. “Als u klaar bent kunt u mij bellen”, geef ik hen mee. “Het kan wel even aanlopen hoor”, zegt meneer. Ik ga terug naar Schipluiden, waar ik de car bij mij thuis parkeer. Ik heb even de tijd om mijn brood te maken, op te eten en vervolgens opnieuw op pad te gaan.

Ik heb mijn brood net aan uit het blik gehaald als de MUS-telefoon gaat. Het is de portier van het Reinier. “Goedemiddag, meneer en mevrouw willen weer opgehaald worden.” Ik sla mijn boterhammen dicht en wandel terug naar de MUS. Onderweg naar het ziekenhuis steek ik het brood in mijn mond. Bij het ziekenhuis komt het echtpaar al naar buiten. “Het was een volle wachtkamer, maar ik was toch snel aan de beurt.” Het gesprek van eerder gaat verder. “Een mooi interview in de Volkskrant van uw zoon.” “Hij doet het goed”, zegt mevrouw van achterin. “Komt hij weleens op tv.” Ik beaam het. “Wat heeft u eigenlijk gedaan”, vraagt de man. Ik vertel het hem. Het is een leuk gesprek. “Vrijdag moeten we weer naar het ziekenhuis”, krijg ik te horen, “bent u er dan ook.” Ik geef aan dan geen dienst te hebben en met vakantie te gaan. Meneer legt vijf munten van een euro in het bakje op het dashboard. Ik geef aan dat ik dit niet nodig vind, maar meneer staat er op om het aan te nemen. Ik heb besloten om het voor een goed doel te bestemmen. “Fijne vakantie en tot volgende keer.” We nemen afscheid en ik trek op naar het volgende adres.

Bij het volgende adres wederom iemand voor het ziekenhuis. “Ik rijd voor het eerst met de MUS mee”, zegt mevrouw, “en vind het spannend.” Mevrouw vertelt uitgebreid welk onderzoek ze moet ondergaan. We raken heerlijk aan de klets. Voor ze er erg in heeft rijd ik de ‘afleverplek’ van het ziekenhuis op. “Zijn we er al?” zegt mevrouw. “Normaal ga ik nooit zo en word ik door mijn kinderen met de auto gebracht. Ze zijn met vakantie, nu moet ik alleen.” Ik ben in staat om mee te gaan, maar er staat meer op de planning. Opnieuw terug naar Schipluiden. 20 minuten later wederom de portier van het Reinier de Graafziekenhuis. Een mooie service dat zij voor mijn klanten bellen. Opnieuw richting het ziekenhuis.

Mevrouw stapt bij mij in en wil naar een familielid aan de rand van Schipluiden en Maasland. Ik heb even mijn twijfel, want de powermeter van de MUS loopt gestaag terug. Toch doe ik het. “Ze zullen opkijken als ik daar aankom.”, zegt mevrouw. Ik vraag haar hoe ze terug gaat naar huis. “Oh, dat komt wel goed”, zegt ze.

Na haar afgezet te hebben rijd ik terug en kom ik aan bij Akkerleven. De accu staat inmiddels in het oranje. Ik parkeer de MUS en prik er even een stekker in. Mijn volgende klant geef ik een belletje dat het een kwartiertje later wordt. Wanneer ik weer opstart staat de meter weer in het geel. Op naar mevrouw. Zij gaat op visite bij haar schoonzus in Den Hoorn. Ik krijg een heel verhaal over het slecht presteren van de Regiotaxi. Ze heeft afgelopen dinsdag een uur staan wachten en nog steeds is geen Regiotaxi te zien. Ze had hoge nood want moest haar medicatie hebben. Uiteindelijk heeft een oud buurman haar opgehaald. Ze huldigt het principe van de MUS. “Daar kan je op rekenen.” Aangekomen in Den Hoorn moet ik snel mijn volgende klant ophalen voor een ziekenhuisbezoek. Haar man ligt in het ziekenhuis. Ik ben acht minuten te laat. Mevrouw heeft al naar het centrale nummer gebeld dat ik te laat ben.

Mijn klant staat te wachten met haar rollator voor het pand met de woningen voor ouderen. De rollator gaat tussen de voor- en achterstoelen en dan hup naar het ziekenhuis. Mevrouw heeft een eindtijd aangegeven. Dat kan als je op bezoek gaat. Dan terug naar Schipluiden en twee dames ophalen.

In Schipluiden kom ik een kwartier te laat, mevrouw zegt hier iets over. Maar ze is blij om me te zien. Als ik haar vertel dat ik nog iemand op moet halen in Schipluiden, kijkt ze lelijk. “Dan heb ik helemaal geen tijd om de visite te doen”, zegt ze. “Het is niet anders”, geef ik aan om mijn volgende klant op te halen. Mevrouw staat al voor het raam te kijken. Dat gaat snel. Dan op naar Den Hoorn. De een voor een visite, de ander voor apotheekbezoek en een koffiemomentje bij Holtkamp.

Wanneer ik net de Tramkade opdraai, neemt de kracht van de MUS af. Hij gaat langzaam rijden en stopt op een bepaald moment. Met steeds opnieuw uitzetten en weer aanzetten kunnen we weer 200 meter rijden. Maar dit is geen feest. Mijn klanten moeten er om lachen en ik lach mee, maar vanbinnen zint me dit niks, want ik ben nog niet klaar. De eerste mevrouw kan ik met tussenstops afzetten, bij de tweede kom ik er niet helemaal. Ik zet haar in de kern van Den Hoorn uit om bij de Kickerthoek wat langer op te laden. Nu heb ik even tijd voor een koffiemomentje.

Bij de Kickerthoek raak ik in gesprek met medewerkers met de Stichting Welzijn Midden-Delfland. IK laad op door een Senseo, de MUS laadt op aan de stekker.

Drie kwartier later haal ik mevrouw uit het centrum op en breng haar terug naar Schipluiden. De meter van de accu blijft op oranje staan. Zou ik het halen? Het lukt. Nu terug naar Den Hoorn om twee dames op te halen en terug naar Schipluiden te brengen en dan naar het ziekenhuis voor de laatste klant.

Ik ben koud het gemeentehuis gepasseerd als de MUS denkt: ‘doe het zelf maar.’ 10 meter en dan stopt hij. Wat nu. Ik keer om. Met onderbrekingen kom ik terug bij de oplaadplaats bij Akkerleven. Nu snel naar huis en mijn auto halen, mijn klanten moeten wel naar huis toe.

Een half uur later dan afgesproken, staan mijn klanten nog netjes te wachten. Geen kwaad woord en hulde voor de oplossing die ik heb bedacht.

In het vervolg toch maar wat minder ritten plannen. De promotie van het project lijkt nu het succes te achterhalen. Een ervaring rijker meld ik mijn belevenissen aan de coördinator. Het blijft leuk om te doen, maar het wagentje moet wel blijven rijden.

Een gedachte over “322. En toen stond ie stil

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.