312. Had ik maar meer lef gehad

Het is nog vroeg als ik vanaf mijn balkon zie dat het spelletje zakdoekje leggen is begonnen. Het zakdoekje zijn de handdoeken die de ligstoelen bij het hotel reserveren voor de eigenaar van de ‘zakdoek’. Ik vind het triest en heb steeds gedacht dat er ergens een stilzwijgende overeenkomst is dat dit niet meer mag. Hier is die overeenkomst niet van kracht, want men doet het toch. Ik dacht ook dat alleen Duitsers dit deden, maar het zijn hier vooral de Nederlanders die het kinderachtige spelletje in ere willen houden.

Na het ontbijt halen we onze handdoeken op en lopen richting zwembad. Er is nog plek. We leggen onze handdoek neer en smeren ons in. De slippers gaan uit, het shirt ook en dan is het languit. De zon staat hoog aan de blauwe lucht. Een enkele witte kokmeeuw laat zich meeglijden in het dunne windje dat vanuit zee over het water blaast. De zwaluwen die hun nest onder de balkons hebben schieten als kleine raketjes over het water.

Naast ons komt een ouder echtpaar liggen. Nederlanders. We groeten elkaar. Ik hoor aan hun tongval, die komen uit het noorden des lands. Wanneer hij zijn shirt heeft uitgetrokken valt hij in een kas met tomaten niet op. Je zou hem bijna plukken omdat hij overrijp is. Mevrouw draait zich op haar buik en vraagt haar man om haar in te smeren. Dat heeft hij vaker gedaan. Met vingers en handen streelt hij haar rug en benen, alsof hij een erotische massage aan het doen is. Mevrouw geniet en legt haar gezicht rustig opzij kijkend in haar handdoek.

Niet lang daarna komen de varkens, d.w.z. mevrouw ligt te ronken en knorren alsof de varkenskot is wakker geworden. Meneer pakt een boek en slaat geen acht meer op zijn lief. Na een goed half uur wordt mevrouw wakker. Ze stappen samen op en laten hun handdoek op het bed liggen. Even later wandelen ze achter ons langs richting strand.

Wanneer een jong stel aan ons vraagt of ‘onze buren’ nog terugkomen kan ik hen geen antwoord geven. Het jonge stel loopt verder en zoekt een plekje elders. De tijd tikt door en na zo’n tweeënhalf uur komen de buren terug. Het bed is altijd bezet gehouden door….. twee handdoeken. Ik vind het a-sociaal.

Onze buren liggen nog geen kwartier als zij hun spullen bij elkaar zoeken en vertrekken. Voor Jan met de korte achternaam hebben ze dus al die tijd twee ligbedden bezet gehouden, waar anderen graag hadden willen liggen.

Gelukkig komen er na enige minuten al weer twee potentiële nieuwe kandidaten. Twee corpulente dames. Een wandelend met de stok, de ander achter een rollator. Zegt dit iets over het hotel dat wij hebben geboekt. Nee, het is geen zorghotel en ik heb nog geen andere wandelstokken gezien. De dikke dames komen uit Amsterdam, zijn zussen en hebben voor drie weken geboekt.

Beide dames trekken hun ‘jurkje’ uit. Er komen badpakken te voorschijn waarvan ik de maat niet durf uit te spreken. Wanneer een van de dames op het bed wil gaan liggen, kraakt het iet wat. Dat zijn geen kreuntjes van plezier. Ik kijk nu ineens tegen twee walrussen aan. Buiken die verder hangen dan waar de T-splitsing begint. Overhangend tot verder dan men zou wensen. “Ken je me effe insmeren, Greet”, zegt de een tegen de ander. “Mot je je wel omdraaien, lukt dat”, antwoordt de ander. Dan komt er een spuitbus tevoorschijn. Door het zachte briesje verneveld de zonnebrand alle kanten op. “Meid, Stien, je ben op je rug al helemaal verbrand”, hoor ik Greet zeggen. “Maak nie uit joh, smeer maar.”

De dames draaien zich op hun rug en zoeken de zon op.

Wanneer ik voel dat het met mijn buik en rug ook de verkeerde kant op gaat zoek ik naar een parasol. Die zijn er te weinig, of eigenlijk, ze staan er wel maar zijn geclaimd door niet bezette ligbedden. Dan zie ik plots dat er iemand opstaat, zijn handdoek en tas pakt en vertrekt. “Ik haal even die parasol”, zeg ik tegen mijn lief. Maar voordat ik het weet hebben Greet en Stien hun spullen bij elkaar gepakt en liggen ze bij de parasol. Ik wil niet kinderachtig doen en zeggen dat ik eerder was, maar vind het wel vervelend.

Greet en Stien hebben er een twintig minuten gelegen, dan gaan ze eten. Ook die parasol staat er dus voor niks. Maar braaf als ik ben opgevoed durf ik de parasol niet uit de standaard te trekken. Na anderhalf uur komen de dikkerds terug. Ze pakken hun spullen en gaan aan de andere kant van het zwembad liggen. Ik word pisnijdig, maar wat heb je er aan als je met vakantie bent.

Niet lang erna ligt er een nieuw stel onder de parasol. Ik voel intussen dat ik ben veranderd in een tomaat of paprika. Ja, had ik maar meer lef gehad.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.