293. Solistenconcours

Ik schreef al eerder dat er veel muziek zit in de familie Van Meurs. Als trompettisten bekend in Den Hoorn en omgeving. Als lid van de muziekvereniging ‘Kunst Na Arbeid’ veel optredens verzorgd, maar zo hier en daar onze klanken laten klinken via een boerenkapel of dansband bij carnaval, trouwerijen, kerken en meer.

Om de twee jaar organiseert men bij de muziekvereniging een solistenconcours. Zulke evenementen verhogen het niveau van de vereniging, want niemand wil afgaan. Het is geen verplichting om mee te doen, maar je laat het niet aan je voorbijgaan.

Op 11-jarige leeftijd doe ik voor de eerste keer mee. Droomland is het nummer dat voor een beginnend trompettist al lastig genoeg is. Het is repeteren, repeteren en nogmaals repeteren. Dan in de week waarin het concours plaatsvindt een keer met de pianiste meedoen. Zij begeleidt de hele avond alle solisten en moet dus ook flink aan de bak.

Het gaat die eerste keer zeker niet slecht, de jury, dirigent Kornet en de heer Van Seuren, beschrijven in een rapport waar het aan ontbreekt, maar ook waar men met genoegen heeft geluisterd. Er worden punten uitgedeeld, voor samenspel, inhoud, techniek en toonvorming. Het geheel wordt met een echt diploma afgerond.

Door de jaren heen spelen we, mijn vader, mijn broers en ikzelf heel wat nummers op deze concoursen. Het is niet altijd hosanna, maar je weet wel waar je ongeveer staat. Ik heb altijd een hekel gehad aan repeteren, dat is door de jaren heen wel duidelijk geworden. De kwaliteit en kwantiteit bij mij staan op een veel lager peil dan dat van mijn, nu nog spelende broers Martin en Loek. Zij zijn veel meer van de techniek en repeteren bijna dagelijks minimaal een uur per dag. Ik speelde nooit meer dan een uur in de week.

Tijdens het laatste solistenconcours spelen we het concert voor twee trompetten van Vivaldi. Samen met vriend André zijn we weken bezig om het concertstuk onder de knie te krijgen. Een lastig muziekstuk en voor mij misschien wel veel te hoog gegrepen. Maar toch verdraait het gaat niet slecht. Het is dan wel dagen achtereen repeteren, herhalen van stukken uit het concert, loopjes nogmaals doen. Eerst de eigen partij onder de knie zien te krijgen, dan het samenspel met de ander en vervolgens met de pianiste, Mw. Poldervaart uit Leidschendam.

Op de avond van het concert, ik ben schijtzenuwachtig. Maar dat ben ik niet alleen, dat is mijn maat nog veel meer, maar dan zowel letterlijk als figuurlijk. Wanneer er wordt aangekondigd dat wij aan de beurt zijn heb je nog een kwartiertje om in te blazen. Maar waar ik ook zoek, ik ben mijn maatje kwijt. Waar is ie gebleven? Ik kijk de zaal nogmaals rond, maar wie ik zie geen André. We zouden samen nog even onze instrumenten warm blazen, maar ik zie hem nergens. Wanneer ik richting toiletten loop, hoor ik plots dat er nog iemand aanwezig is. “André”, roep ik. “Ja”, geeft hij te kennen. “Waar blijf je nou?” “Ik ben gigantisch aan de schijt en durf de wc niet meer af.” Het zijn puur de zenuwen, waarvan ik altijd dacht dat hij die wel onder bedwang had. Hij speelt in een tv-orkest, begeleidt vaak grote artiesten en zou het klappen van de zweep toch moeten kennen.

Na enig aarzelen komt hij van de wc af. Lijkbleek. “Ik voel me niet goed”, zegt hij. “Ah, joh dat zakt wel als we eenmaal naast de piano staan”, beur ik hem op. Als we op moeten, verdwijnt hij wederom het toilet in. Daarna gaan we het ‘podium’ op.

Het muziekstuk gaat als een speer. De hoge noten waar ik altijd zo bang voor ben raak ik feilloos. Het samenspel gaat heerlijk. Tijdens een kort stukje pianospel kijken we elkaar aan en lachen naar elkaar. Ik geef hem nog een knipoog. We zetten opnieuw aan en spelen het tweede deel alsof het voor ons is geschreven. Vivaldi heeft moeten geweten dat wij het stuk zo zouden neerzetten.

Als we klaar zijn, komt er een applaus. We voelen ons goed, supergoed. Al huppelt mijn maat alsof hij door een wesp is gestoken op het podium. “Ik moet weer naar de wc”, laat hij mij weten. Nog even wachten voor de cijfers. Die mochten er zijn. Het diploma was dubbel en dwars verdiend. Het concertstuk werd later op de lessenaar gezet bij onze fanfare, daar mocht niet ik maar mijn broer Martin mijn solospel spelen samen met mijn maatje André. Ik ben ook geen trompettist, maar speelde piston en het was geschreven voor trompettisten.

Na het concert heeft mijn maatje niets meer gedronken is linea recta naar huis gegaan. Hij kroop direct onder de wol. Het waren niet de zenuwen die hem te pakken hadden maar een flinke griep die hij onder de leden had.

Een volgend solistenconcours heb ik niet meer meegemaakt.

En wilt u weten hoe het trompetconcert moet het klinken dan op onderliggende link.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.