262. Als het ambulancepersoneel staakt…….

Het ambulancepersoneel staakt. Ik las het vanmorgen in de krant en dacht terug aan een aantal jaren geleden toen we een ambulance wilde hebben maar er geen kwam voorrijden omdat ook toen de CAO niet rond wilde komen.

Onze banden zijn opgepompt, de zonnebril is uit de koker, onze vrienden staan te wachten. We willen de fietstocht, georganiseerd door de stichting Zomerfeesten Schipluiden, gaan rijden. Het is prachtig weer als onze voeten de pedalen rondtrappen. Eerst nog even naar het feestterrein om de route op te halen en dan op weg. Het is druk bij het inschrijfpunt. Meer Schipluidenaren genieten van het mooie weer en verwachten een heerlijke rit door het Midden-Delflandse.

Dan gaan we op weg. Richting de Albert Heijn, achterdoor naar de voetbalbalvelden. Tussen de voetbal en het golfterrein door richting A4. Bij het afrijden van het talud gaat het mis. Iemand zegt wat tegen mijn vrouw, waarop ze omkijkt, met haar voorwiel van de weg afschiet en valt. “Wat doe je nou?” is mijn eerste reactie. Ik loop naar haar toe en zie hoe ze haar pols vasthoudt. Ik zie ook dat haar hand met een vreemde stand vastzit aan haar pols. Dit is niet goed.

“Een ambulance bellen?”, vraagt een fietser die ons achterop reed. Ik had gelezen dat zij deze zaterdag zouden staken. Wat nu? Onze vriend stelt voor zijn auto te gaan halen. Daar zitten we langs de kant van de weg. Je hebt een EHBO-diploma maar kan eigenlijk niets anders dan praten en aangeven dat ze de pols moet ondersteunen.

Na enige tijd komt onze vriend het talud oprijden. Mijn vrouw stapt bij hem in. Hij brengt haar naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis, het Reinier de Graaf. Ik ga op de fiets. Bijna tegelijkertijd komen we aan bij de schuifdeur van de afdeling spoedeisend. We nemen plaats in de wachtruimte en nemen de tijd voor wat komen gaat. Mijn echtgenote krijgt meer pijn.

Dan worden we opgehaald door een zuster. Even later komt er een arts bij. Er zullen foto’s moeten worden genomen, want het ziet er niet goed uit. Zittend op een bed wordt ze meegenomen naar de röntgen. Na verloop van tijd komt ze terug. Het is gecompliceerd gebroken. De pols ligt in 40 stukjes uit elkaar. Dan moeten we terug naar de wachtruimte om even later weer te worden opgeroepen. “Sorry mevrouw we hebben geen bed voor u. Komt u woensdag maar terug.” Ik kan dit niet aanhoren en zonder het te voelen komt de stoom uit mijn oren. “Wat? @&$^^G%#?£¥$*^”. Ik heb het niet meer en zeg haar mee te nemen naar een ander ziekenhuis. Nog ben ik niet uitgeraasd. Weldra is er ineens wel een bed beschikbaar op de maag-, lever-, darmafdeling. Wat maakt dat nou uit waar je ligt. Iemand wegsturen met de boodschap dat ze maar paracetamol moet slikken tegen de pijn met een gecompliceerde polsbreuk. Het getuigt van amateurisme.

Nog diezelfde avond wordt mijn lief geopereerd. “Wat doet u voor werk”, wil de operatiearts weten. Mijn vrouw geeft aan tandartsassistente te zijn. “Dat kunt u wel op uw buik schrijven”, zegt de arts. De organisatie van het zomerfeest is attenter en meelevender. Er wordt een prachtige bos bloemen bezorgd.

Wanneer ik de volgende ochtend naar het ziekenhuis ga, zit mijn vrouw in bed. Ze heeft een hele stellage ingeboord gekregen rondom de pols. Deze stabilisatie moet alles op de plek houden. Het is niet volledig gelukt om alle gebroken botjes weer te lijmen en op hun plaats te krijgen. Ze mag weer mee naar huis om thuis verder te revalideren.

Dat het zo lang revalideren zou worden, was niet in te schatten. Na 90 fysiotherapeutische behandelingen is er geen meerwaarde meer te behalen. Gelukkig geen 9, 14 of 32 behandelingen zoals nu het maximum is.

Intussen is de buurt ingesprongen. Naaste buur komt de badkamer soppen in ruil voor een kopje koffie. Overbuurvrouw doet de strijk. Een buurvrouw uit de straat, verpleegkundige en net met zwangerschapsverlof, komt elke ochtend de wonden verzorgen. Pennen van de stellage en het vlees rondom de pols mogen niet aan elkaar groeien. Weer een andere buurvrouw neemt de ramen voor haar rekening. Er is hulp, niet van Careyn, waar je jarenlang lid van bent, maar juist die broodnodige buren.

Na verloop van tijd gaat mijn lief weer werken. Eerst op therapeutische basis, later weer volledig. De eerste tijd wordt ze opgehaald door de vrouw van haar werkgever. Later gaat ze zelf weer op het fietsie. Met de tandarts, haar werkgever, maakt ze afspraken wat ze nog wel kan en niet wat ze niet meer kan. Het is bespreekbaar.

Nog altijd heeft ze een beperking, zij het een lichte. Als je het niet weet zie je het niet. Er valt goed mee te leven.

Zo kwam er weer een verhaal tot stand omdat het ambulancepersoneel hun CAO niet rond konden krijgen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.