176. Flexen, wie heeft het ooit bedacht?

Nederland moet flexen. Ik probeer het woord op te zoeken in de Nederlandse woordenboeken en tik het in bij Van Dale. De boodschap is: Geen resultaat voor ‘ flexen ‘. Waar ik het wel terug vind is in het straatwoordenboek. De omschrijving is: Iemand kalmeren, gerust stellen (die is echt gestrest, zal ik hem/haar ff flexen ). Dat is nu precies zoals ik er ook over denk, men wordt er gestrest van om geen plek te kunnen vinden en dan wordt het, kalmeren en geruststellen en doen wat je al jaren deed. Komt het ooit van de grond? Ik betwijfel het.

Al 20 jaar probeert men de mens flexibel te laten werken. Geen vaste plek meer op kantoor maar met je rolkoffer door het gebouw heen struinen om ergens een plekje te vinden om te kunnen werken. Het woord flex staat voor flexibel, je zou het bijna als straattaal kunnen beschouwen. Korte woorden waaruit men begrijpt wat er wordt bedoeld. Jeugd- en jongerentaal. Het woord ‘flex’ hoor terug bij iemand die flexwerker is, dan werk je bij een bedrijf maar eigenlijk hoor je er niet bij. Niet behorend bij het vaste personeel je bent een flex-er. Is dit dan ook de verklaring voor het woord flexen: ‘je bent er wel, maar hoort er eigenlijk niet bij.’

Niks is vervelender dan een plekje te moeten zoeken. Dat is niet alleen op kantoor, maar geldt ook voor het theater, de trein, de metro, het ziekenhuis. Waarom moet een medewerker die dagelijks op hetzelfde kantoor zit dan gaan lopen zoeken?

Een mens is helemaal niet van het flexen. Ja, een stelletje economen en beleidsbepalers promoten het en denken de wijsheid in pacht te hebben. Zij schrijven voor te flexen, maar doen zij het zelf ook, of blijft men in de ivoren toren zitten op een plek die men niet afstaat? Zij ook moeten hun financiële targets halen en op die manier proberen zij om met zo min mogelijk plekken mensen te helpen stressen. “Oh, my God, er is vandaag geen plek. En nu?”. ‘Ga maar terug naar huis, kies voor de Starbucks, kruip maar een McDonalds in of werk vandaag maar vanuit de auto.’ En dat allemaal om het goedkoper te maken. Kilometers bedrijfspand staan leeg, kan niet meer worden verhuurd en hoeft ook niet meer te worden verhuurd want er zijn geen mensen die op een vaste plek willen zitten. M’n hoela.

Bij flexen hoort ook die meter plank waar je je spulletjes neer mag zetten, tenminste als je flext op altijd dezelfde kamer, anders moet je het in de rolkoffer meesjouwen. Foto’s van moeder de vrouw, de kinderen, de vissenkom met die ene goudvis die je dierbaar is, de geraniumplant waar je graag achter zit, het mag niet meer. Niks persoonlijks meer op je tafel. Het is de waanzin den top.

Men heeft in het verleden bedacht dat als je gaat flexen er meer contact is tussen collega’s waar je anders nooit mee zou gaan samenwerken. Wel verdorie waarom moet dat dan nu wel? Je werkt vaak in een team en met dat team moet je het product beheren en onderhouden, waarom zou ik dan van de zevende etage, waar ik normaliter zit, maar waar nu geen plek is, gaan werken op de tweede.

Bij flexen hoort ook de open-tuin-constructie. Geen muren meer en geen schotten, met uitzondering van de schaamschotten, die dan weer wel. Maar dan is dat bureau dus weer alleen voor een dame of een heer in korte broek. Zoveel mogelijk openheid, en irritatie creëren. Heerlijk die telefoongesprekken met mobiele telefoons. Geluidsoverlast alom. ‘Welnee joh, ga je toch gewoon naar de gang’. Daar ontstaat dan het sociale contact, want je bent niet de enige die de gang op moet. Als je vroeger de gang op werd gestuurd had je iets uitgevreten. Nu moet je de gang op om je werk te kunnen doen.

In concentratieruimtes heerst een volledige rust. Men groet elkaar bij binnenkomst en zeg elkaar gedag als men weer vertrekt. Verder is het net als op een kerkhof, stil. Men kan zich niet concentreren als er wordt gesproken. Nu niet meer, vroeger bestond dat niet en was er ook nog plek voor een praatje. Uren staart men naar een scherm. De enige beweging op de kamer zijn de plaatjes op het scherm die je met de muis tevoren tovert. De koffiebekerhouder wordt stilzwijgend omhoog gehouden als men koffie wil halen voor zichzelf en mogelijk voor de andere stille medewerkers op de kamer.

Een mooie wereld is het aan ’t worden. Werkplekken worden nog maar voor 0,7fte of zelfs 0,6fte meegenomen in de begroting. De andere 0,3fte of 0,4fte behoort de werknemer elders te vertoeven. Werk of niet, opzouten. Voor jou is er geen plek voor die tijd. Zoek het maar ergens anders.

Dan uit hygiënisch oogpunt. Collega ‘Jan’ is iemand die het niet zo nauw neemt met eten en laat zijn kruimels op de tafel liggen. Dat bekertje koffie dat zojuist is omgevallen wordt even met een tissue opgeruimd. Die verkouden collega niest zijn neus leeg over het toetsenbord. En die vrouwelijke collega die onlangs haar nagels wat fatsoeneerde laat haar afval lekker liggen. Voor wie? Voor de schoonmaker, maar ja, daar is op bezuinigd. Die komt niet iedere dag meer en aan de tafel, toetsenbord en scherm mag hij of zij niet komen, staat in het contract.

Een aantal jaren geleden introduceerde men het flexwerken ook bij ons. Workshops werden er gehouden. Knippen uit kranten en boekjes. Eigen ruimtes invullen. Wand bekleding aangeven. Fraaie ideeën. Ik had er mijn aversie tegen en heb altijd gedacht dat het niet van de grond zou komen. Dat mocht overigens niet en ik werd voor die houding ter verantwoording geroepen. Teams werden er gemaakt die mochten proefdraaien. Resultaten hebben we niet gezien. Inmiddels zitten we al geruime tijd op een tijdelijke locatie. Men begint vroeg, ik ook, om maar niet op een andere, ‘flex’plek, te hoeven zitten. Voor mij is het ook nog eens een ander probleem. Als ik met mijn gehoorbeperking halverwege een zaal kom te zitten en met de rug naar iemand toe, dan ben ik slecht bereikbaar. Ik kies en moet kiezen om zoveel als maar mogelijk is mee te kunnen doen aan het proces.

Voor mij is er slechts één oplossing: Terug naar weer dat ouderwetse bureau, waar het fotootje van mijn lief mag staan, waar ik minimaal een plank heb waar ik mijn spullen ’s avonds op kan laten liggen en niet alles meer hoeft te verstoppen. Ik ben niet meer modern, dat weet ik. Ik ben niet meer flexibel, al betwijfel ik dat. Ik ben niet meer meegaand. Maar denk men nu echt dat flexen daar de oplossing voor is. De mijne is het in ieder geval niet, ik dank er voor. Is het jouw ideaal?

Een gedachte over “176. Flexen, wie heeft het ooit bedacht?

  1. Haha, geweldig verhaal dit, Aad. Ook bij mijn werkgever zijn ze hiermee bezig. Twee voeren zijn al omgebouwd tot flexplekken. Ben benieuwd hoe het met mijn fijne, eigen vaste werkplek is als ik straks terugkom. Voor mij hoeft het ook niet zo nodig. Geef mij ook maar mijn vertrouwde plaats met inderdaad mijn foto’s, kalender en andere frutsels!!!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.