158. Mijn oma Mie

Mijn oma Mie was een stoere en sterke vrouw. Ik heb ze niet anders gekend dan in bed. Vlak na haar geboorte op 28 september 1873, werd al ontdekt dat ze een klein gaatje in haar hart had. Ze zou niet oud worden zeiden de doctoren. Ze haalde uiteindelijk de respectabele leeftijd van 86 jaar.

Als zij op 25 mei 1898 trouwt met Adrianus van Meurs, mijn voornaamgever, gaan zij eerst wonen bij de ouders van Mie Kok, mijn oma. Al vrij snel krijgen zij een huisje toegewezen in de ambachtsheerlijkheid Hof van Delft, thans Delft. Aan de Dijkshoornseweg staan arbeidershuisjes waar het gezin Van Meurs haar domicilie krijgt. Daar krijgt zij ondanks haar zwakke gesteldheid 10 kinderen. Vier van hen sterven op jonge leeftijd, van een paar dagen oud tot 6, 7 jaar. Van kinderen met mijn vaders naam zijn er twee, d.w.z. dat één kind met de naam Lourens, met een ‘o’ dus en eerder geboren dan mijn vader, vroeg sterft. Mijn vader is dan de tweede Laurens maar nu met een ‘a’ geschreven. Zijn tweede naam Adrianus, krijgt hij van zijn vader. Hij is het voorlaatste kind in de rij. Het is het jaar 1911. Na hem komt er nog één Johannes, geboren op 21 juli 1912. Ook hij sterft op jonge leeftijd.

Zo krijgt oma de zorg over een groot gezin, waar het veel leed kende. Vier kinderen wegbrengen is een zwaar gebeuren. Het was sjappelen voor vader en moeder. Opa werkte in de tuin bij de familie Van Oosten, daarnaast dreef hij een oliehandel. Met een hondenkar bracht hij petroleum naar het buitengebied. Als olie’sjeik’ was ‘t lange dagen maken. Eerst de tuin in om vroeg te beginnen en later de boer op om zijn handel te slijten. Mijn vader was er als jonge jongen ook vaak bij betrokken en trok met de hondenkar Sion in. Ook hij werkte al op 11-jarige leeftijd in de tuin. Bij de familie van Cor Arkesteijn in Sion had hij een warm thuis.

Oma zorgde zo goed en zo kwaad als ging voor het thuisfront. Vier meiden en naast mijn vader nog één jongen. Het was er geen vetpot en veelal werd gebruik gemaakt van de charitas van de kerk. Als ook de oudste twee dochters en de zoon trouwen blijven mijn vader met zijn twee zussen over. Zij kregen een mooi thuis. Oma deed er alles aan om hen een goed leven te geven.

Als opa Arie in de oorlog op 1 juni 1944 sterft aan een longontsteking staat oma er alleen voor. Haar dochters Co en Toos gaan meer voor moeder zorgen omdat zij zwakker en zwakker werd. Soms een opleving, maar merendeels in de bedstee in de kamer aan de straatkant. Ik herinner me nog de plee die op de achterstraat buiten was. In de wintermaanden geen pretje. Als je dan terugkwam van het ‘toilet’, pruttelde het vlees op een petroleumstelletje in het klompenhokje. Heerlijk.

Dan trouwt op 31 mei 1951 ook mijn vader, met Agnes Charlier, 15 jaar jonger dan dat hij is. Het is de liefde van zijn leven. Een Delfts meisje dat een goede opleiding heeft genoten en een goed inkomen verdient. Daar waar het bij mijn vader aan schortte. Niet dat er slecht betaald werd, maar de CAO van de tuinbouw was niet echt een vetpot, al was er misschien niet eens een CAO.

Binnen het jaar werd ik geboren. Oma was helemaal trots. Van haar andere kinderen had ze er slechts bij één van haar dochters ook kleinkinderen, deze waren echter een stuk ouder dan dat ik ben. Zo waren zoveel ouder dat wij onze neven en nichten met oom en tante aanspraken. Voor oma die intussen al flink op leeftijd was, was ik, jong knulletje haar oogappel. Wanneer we er op zondag waren, mocht ik bij oma in de bedstee. Ze knuffelde me. Het was er heerlijk warm. Mijn geheugen laat me soms in de steek, maar die herinnering van de bedstee kan ik me nog als de dag van gisteren herinneren. Later kwamen mijn jongere broertjes, Bert en Martien om vijf jaar later nog eens een kleintje erbij te krijgen. Loek werd geboren. Ook zij hebben vaak de binnenkant van de bedstee gezien.

Al op jonge leeftijd bracht ik de kranten bij oma. Zij kon de krant niet betalen en wij nauwelijks. Mijn moeder ‘mocht’ na mijn geboorte nl. niet meer werken. Regelmatig brachten we er groenten en fruit, als mijn vader weer eens iets had weten te ritselen. Elke week droeg mijn vader bij aan het gezin van oma en zijn twee zussen. Het is vaak het omdraaien van een dubbeltje geweest. Maar mijn vader had het zijn moeder beloofd. Fl. 2,50 ging dan in zijn broekzak en gaf hij af, bij zijn zaterdagse bezoek.

Een mooie tijd met oma eindigde toen ze in 1960 ten grave werd gebracht. Zij sterft in ouderdom en niet aan dat gaatje in het hart. Wij, de drie broertjes mochten/konden er niet bij zijn. Er heerste rode hond of de bof, dat is me ontschoten, ten huize van Lau van Meurs. De vier kleintjes moesten thuis blijven.

Zo werd voor mij de streep getrokken met de band die ik slechts acht jaar met mijn oma mocht hebben. In het familiealbum zit haar foto. Als ik haar vandaag de dag ergens zou tegen komen, weet ik zeker dat ik haar zou knuffelen, zou genieten van haar en ik weet zeker, zij ook met en van mij.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.